Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2020:3028

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
18-08-2020
Datum publicatie
10-09-2020
Zaaknummer
18.930122-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt verdachte voor een 22 tal oplichtingszaken en diefstallen van geld tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 311
Wetboek van Strafrecht 326
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 18.930122-19

ter berechting gevoegd parketnummer 18.148225-20

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 18 augustus 2020 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] ,

wonende te [straatnaam] , [woonplaats] ,

thans gedetineerd te [instelling] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 21 juli 2020 en 4 augustus 2020 (sluiting van het onderzoek).

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. C. Crince Le Roy, advocaat te Amsterdam.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R. Janssens.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging in de zaak met parketnummer 18.930122-19 en na wijziging van de tenlastelegging in de zaak met parketnummer 18.148225-20, ten laste gelegd dat:

Parketnummer: 18.930122-19 (verder te noemen zaak A)

1.

hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 4 december 2019 tot en met 17 december 2019 te Hoogeveen en/of Sliedrecht en/of Venray, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13] , heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten (telkens) een pinpas en/of pincode, door

- zich (valselijk) voor te doen als medewerker(s) van een postbedrijf en/of

(vervolgens)

- telefonisch contact te leggen met bovengenoemde perso(o)n(en) en/of

(vervolgens)

- bovengenoemd(e) perso(o)n(en) mede te delen dat er een pakketje voor hem/haar klaar ligt en dat hij/zij dit op kan komen halen, dan wel dat het pakket tegen betaling bezorgd kan worden en/of (vervolgens)

- met bovengenoemd(e) perso(o)n(en) een bezorgafspraak te maken en/of

(vervolgens)

- ( in herkenbare bedrijfskleding) naar het adres van bovengenoemd(e) perso(o)n(en) te gaan en/of (vervolgens)

- aan bovengenoemd(e) perso(o)n(en) een pakket aan te bieden en/of (vervolgens)

- van bovengenoemd(e) perso(o)n(en) zijn/haar/hun pinpas aan te nemen en/of

- bovengenoemd(e) perso(o)n(en) zijn/haar/hun pincode in te laten toetsen op een (mobiel) pinapparaat, althans op een apparaat dat daarop lijkt,

(waardoor verdachte en/of zijn mededaders de pinpas van bovengenoemd(e) perso(o)n(en) konden verwisselen met een valse/andere pinpas en/of de pincode van bovengenoemde perso(o)n(en) verkregen);

2.

hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 4 december 2019 tot en met 17 december 2019 te Hoogeveen en/of Sliedrecht en/of Venray, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 9] en/of, [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen geldbedrag onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door (telkens) met een (via oplichting verkregen) pinpas en/of pincode (contant) geld op te nemen;

3.

hij, op een of meer tijdstippen, op of omstreeks 17 december 2019 te Hoogeveen, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 14] , te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten (telkens) een pinpas en/of pincode af te geven,

- zich (valselijk) heeft/hebben voorgedaan als medewerker(s) van een postbedrijf en/of (vervolgens)

- telefonisch contacht heeft/hebben gelegd met bovengenoemde pers(o)n(en) en/of (vervolgens)

- bovengenoemd(e) perso(o)n(en) heeft/hebben medegedeeld dat er een pakketje voor hem/haar klaar lag en dat hij/zij dit op kon komen halen, dan wel dat het pakket tegen betaling bezorgd kon worden en/of

(vervolgens)

- met bovengenoemd(e) perso(o)n(en) een bezorgafspraak heeft/hebben gemaakt en/of (vervolgens)

- ( in herkenbare bedrijfskleding) naar het adres van bovengenoemd(e) perso(o)n(en) is/zijn gegaan en/of

(vervolgens)

- aan bovengenoemd(e) perso(o)n(en) een pakket aan heeft/hebben geboden en/of (vervolgens)

- van bovengenoemd(e) perso(o)n(en) zijn/haar ’hun pinpas aan heeft/hebben genomen en/of (vervolgens)

- bovengenoemd(e) perso(o)n(en) zijn/haar/hun pincode in heeft/hebben laten toetsen op een (mobiel)

pinapparaat. althans op een apparaat dat daarop lijkt,

(waardoor verdachte en/of zijn mededaders de pinpas van bovengenoemd(e) perso(o)n(en) trachten te verwisselen met een valse/andere pinpas en/of de pincode van bovengenoemde perso(o)n(en) trachten te verkrijgen)

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Parketnummer: 18.148225-20 (verder te noemen zaak B)

1

hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 1 oktober 2019 tot en met 2 december 2019 te Harlingen en/of Lemmer en/of Dokkum en/of Wormerveer, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 15] , [slachtoffer 16] , [slachtoffer 17] , [slachtoffer 18] , [slachtoffer 19] , [slachtoffer 20] , [slachtoffer 21] , [slachtoffer 22] en/of [slachtoffer 23] ,

heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten (telkens) een pinpas en/of pincode, door

- zich (valselijk) voor te doen als medewerker(s) van een postbedrijf en/of (vervolgens)

- telefonisch contact te leggen met bovengenoemde perso(o)n(en) en/of

(vervolgens)

- bovengenoemd(e) perso(o)n(en) mede te delen dat er een pakketje voor hem/haar klaar ligt en dat hij/zij dit op kan komen halen, dan wel dat het pakket tegen betaling bezorgd kan worden en/of (vervolgens)

- met bovengenoemd(e) perso(o)n(en) een bezorgafspraak te maken en/of

(vervolgens)

- ( in herkenbare bedrijfskleding) naar het adres van bovengenoemd(e) perso(o)n(en) te gaan en/of (vervolgens)

- aan bovengenoemd(e) perso(o)n(en) een pakket aan te bieden en/of

(vervolgens)

- van bovengenoemd(e) perso(o)n(en) zijn/haar/hun pinpas aan te nemen en/of bovengenoemd(e) perso(o)n(en) zijn/haar/hun pincode in te laten toetsen op een(mobiel) pinapparaat, althans op een apparaat dat daarop lijkt,

(waardoor verdachte en/of zijn mededaders de pinpas van bovengenoemd(e) perso(o)n(en) konden verwisselen met een valse/andere pinpas en/of de pincode van bovengenoemde perso(o)n(en) verkregen);

2.

hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 1 oktober 2019 tot en met 2 december 2019 te Harlingen en/of Lemmer en/of Dokkum en/of Wormerveer, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

(telkens) een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan

[slachtoffer 15] , [slachtoffer 16] , [slachtoffer 17] , [slachtoffer 18] , [slachtoffer 19] , [slachtoffer 20] , [slachtoffer 21] , [slachtoffer 22] en/of [slachtoffer 23] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen geldbedrag onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door (telkens) met een (via oplichting verkregen) pinpas en/of pincode (contant) geld op te nemen;

3.

hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 21 november 2019 tot en met 29 november 2019 te Harlingen en/of Dokkum, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 24] ,

heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten (telkens) een pinpas en/of pincode, door

- zich (valselijk) voor te doen als medewerker(s) van een postbedrijf en/of (vervolgens)

- telefonisch contact te leggen met bovengenoemde perso(o)n(en) en/of

(vervolgens)

- bovengenoemd(e) perso(o)n(en) mede te delen dat er een pakketje voor hem/haar klaar ligt en dat hij/zij dit op kan komen halen, dan wel dat het pakket tegen betaling bezorgd kan worden en/of (vervolgens)

- met bovengenoemd(e) perso(o)n(en) een bezorgafspraak te maken en/of

(vervolgens)

- ( in herkenbare bedrijfskleding) naar het adres van bovengenoemd(e) perso(o)n(en) te gaan en/of (vervolgens)

- aan bovengenoemd(e) perso(o)n(en) een pakket aan te bieden en/of

(vervolgens)

- van bovengenoemd(e) perso(o)n(en) zijn/haar/hun pinpas aan te nemen en/of bovengenoemd(e) perso(o)n(en) zijn/haar/hun pincode in te laten toetsen op een(mobiel) pinapparaat, althans op een apparaat dat daarop lijkt,

(waardoor verdachte en/of zijn mededaders de pinpas van bovengenoemd(e) perso(o)n(en) konden verwisselen met een valse/andere pinpas en/of de pincode van bovengenoemde perso(o)n(en) verkregen);

en (met betrekking tot [slachtoffer 25] ) /of (in het geval voorgaande niet tot een bewezenverklaring zal leiden met betrekking tot [slachtoffer 24] )

hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 21 november 2019 tot en met 29 november 2019 te Harlingen en/of Dokkum, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 24] en/of [slachtoffer 25]

te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten (telkens) een pinpas en/of pincode af te geven,

- zich (valselijk) heeft/hebben voorgedaan als medewerker(s) van een postbedrijf en/of

(vervolgens)

- telefonisch contact heeft/hebben gelegd met bovengenoemde pers(o)n(en) en/of

(vervolgens)

- bovengenoemd(e) perso(o)n(en) heeft/hebben medegedeeld dat er een pakketje voor hem/haar klaar lag en dat hij/zij dit op kon komen halen, dan wel dat het pakket tegen betaling bezorgd kon worden en/of

(vervolgens)

- met bovengenoemd(e) perso(o)n(en) een bezorgafspraak heeft/hebben gemaakt en/of

(vervolgens)

- ( in herkenbare bedrijfskleding) naar het adres van bovengenoemd(e) perso(o)n(en) is/zijn gegaan en/of (vervolgens)

- aan bovengenoemd(e) perso(o)n(en) een pakket aan heeft/hebben geboden en/of (vervolgens)

- van bovengenoemd(e) perso(o)n(en) zijn/haar/hun pinpas aan heeft/hebben genomen en/of (vervolgens)

- bovengenoemd(e) perso(o)n(en) zijn/haar/hun pincode in heeft/hebben laten toetsen op een (mobiel) pinapparaat, althans op een apparaat dat daarop lijkt, (waardoor verdachte en/of zijn mededaders de pinpas van bovengenoemd(e) perso(o)n(en) trachten te verwisselen met een valse/andere pinpas en/of de pincode van bovengenoemde perso(o)n(en) trachten te verkrijgen)

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Beoordeling van het bewijs

Inleiding

De rechtbank leidt uit de dossiers en uit het verhandelde ter terechtzitting met betrekking tot de ten laste gelegde feiten het volgende af.

Naar aanleiding van 25 aangiften van (poging tot) oplichting van oudere tot hoogbejaarde slachtoffers door middel van een babbeltruc, is achtereenvolgens in de werkgebieden van de politie te Noord-Holland, Harlingen, Dokkum en Hoogeveen onderzoek gestart. Bij dit onderzoek zijn soortgelijke zaken onderzocht waarbij steeds een persoon op leeftijd telefonisch werd benaderd over een te bezorgen pakje. Om het pakje in ontvangst te nemen moest een bedrag van één euro worden gepind. Bij de pintransactie werd de pinpas afhandig gemaakt, doorgaans door de pinpas te verwisselen met een andere, en tevens werd de pincode geregistreerd. Vervolgens werd binnen een (zeer) kort tijdsbestek geld van de rekeningen van de bewoner opgenomen door te pinnen met zijn/haar pinpas en pincode.
De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of verdachte zich (al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen) heeft schuldig gemaakt aan deze oplichtingen en bijbehorende diefstallen.

Standpunt van de officier van justitie

Op de in het schriftelijk requisitoir uitgewerkte gronden heeft de officier van justitie een veroordeling gevorderd voor de feiten 1, 2 en 3 in zaak A en voor de feiten 1, 2 en 3 in zaak B.

De officier van justitie baseert zich daarbij onder meer op de vergelijkbare modus operandi en de in de auto van verdachte aangetroffen betaalpassen, de post-nl kleding, cadeaukaarten, enveloppen, een mobielpinapparaat en de grote hoeveelheid contant geld, die in verband kunnen worden gebracht met de ten laste gelegde feiten. Voorts wijst de officier van justitie naar de processen-verbaal waarin is opgenomen dat verdachte (en zijn auto) door verbalisanten wordt/worden herkend op camerabeelden van of in de omgeving van (i) de pintransacties die binnen een kort tijdsbestek na de oplichting worden uitgevoerd en (ii) de ingang van de (verzorgings)flat van het desbetreffende slachtoffer rondom het tijdstip waarop het desbetreffende slachtoffer is opgelicht. Daarnaast is in een aantal gevallen de bankpas van het ene slachtoffer gebruikt bij de oplichting van een volgend slachtoffer. Tot slot wenst de verdachte geen enkele verklaring af te leggen, terwijl de onderzoeksbevindingen om een nadere uitleg schreeuwen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft op gronden als vermeld in de pleitnota betoogd dat de verdachte ter zake van de feiten in zaak A en de feiten in zaak B moet worden vrijgesproken nu niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte deze heeft begaan. De raadsman heeft zich – kort samengevat – op het standpunt gesteld dat de modus operandi onvoldoende specifiek is om tot een bewezenverklaring te kunnen komen en dat de modus operandi dan ook niet als schakelbewijs kan dienen. Naar het standpunt van de raadsman kunnen de processen-verbaal waarin verbalisanten verklaren verdachte (en zijn auto) te herkennen, niet als bewijsmiddel dienen, omdat in veel gevallen het beeldmateriaal waarop verdachte zou staan (camerabeelden en stills daarvan), onvoldoende duidelijk is om verdachte daarop te herkennen. Op dat beeldmateriaal is zo weinig van het gezicht van de afgebeelde persoon te zien dat daaruit niet kan worden geconcludeerd dat het verdachte is op dat materiaal. Bovendien zijn, in de visie van de verdediging, de verklaringen van verbalisant [verbalisant 1] ongeloofwaardig omdat hij in zijn processen-verbaal steeds dezelfde bewoordingen kiest en kenmerken van verdachte vermeldt (ovale ogen) die op het desbetreffende materiaal niet zijn waar te nemen. In algemene zin zijn alle processen-verbaal onvoldoende specifiek om tot bewijs te kunnen dienen. Tot slot voert de verdediging aan dat kort vóór de aanhouding van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] in Meppel, een derde persoon uit de auto van verdachte was gestapt die de goederen die in verband kunnen worden gebracht met de ten laste gelegde feiten, in de kofferbak van de auto had achtergelaten.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de ten laste gelegde feiten in beide zaken wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank stelt voorop dat uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad (HR 11 januari 2000, NJ 2000, 194) volgt dat het gebruik van aan andere bewezen verklaarde, soortgelijke, feiten ten grondslag liggende bewijsmiddelen als ondersteunend bewijs (schakelbewijs) is toegelaten. Daarbij moet het gaan om bewijsmateriaal dat op essentiële punten belangrijke overeenkomsten vertoont met het bewijsmateriaal van de te bewijzen feiten en dat duidt op een specifiek patroon in het gedrag van verdachte, welk patroon herkenbaar aanwezig is in de voor het te bewijzen feit voorhanden zijnde bewijsmiddelen.

In onderhavige zaak dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of het bewijs voor het ene ten laste gelegde feit als schakelbewijs kan dienen voor een ander ten laste gelegd feit. De aan de rechtbank voorgelegde zaken vertonen de volgende overeenkomsten.

Aangevers zijn veelal op hoge leeftijd en wonen in een verzorgingsflat of vergelijkbare woonvoorziening. Aangevers worden op hun vaste telefoon gebeld met de mededeling dat er een pakje voor hen is en dat een eerdere bezorging niet gelukt is. Die bezorging kan alsnog dezelfde dag plaatsvinden tegen een vergoeding van 1 euro. Dat bedrag moet gepind worden omdat de bezorger geen contanten mag aannemen. Er wordt vervolgens een bezorgafspraak gemaakt. Rond de bezorgafspraak wordt er aangebeld door een man in kleding van Post.nl en moeten de aangevers 1 euro pinnen. Bij het intoetsen van de pincode moet de betaalpas veelal onder het pinapparaat of een mobiele telefoon worden gehouden. Vaak mislukt de eerste pintransactie en moet er nogmaals worden gepind. De bezorger zorgt er (aldus) voor dat hij de pinpas kort in handen heeft en registreert de pincode. Na het pinnen wordt een envelop afgegeven met daarop handgeschreven de naam en het adres van aangever. In die envelop zit dan een cadeaukaart zonder saldo.

Tijdens het pinnen wordt de betaalpas van aangever verwisseld door een andere betaalpas van (meestal) dezelfde bank als waar aangever bankiert. Nadat de bezorger is weggegaan wordt met de ontvreemde bankpas zeer snel geld opgenomen van de bankrekening van aangever bij niet alleen een pinautomaat in de buurt van het woonadres van aangever maar ook een aantal malen bij pinautomaten in casino’s.

Uit het dossier blijkt dat aangevers veelal een bankpas krijgen van een andere aangever uit hetzelfde procesdossier, dus uit dezelfde woonplaats. Een enkele keer krijgt een aangever een bankpasje van een aangever uit een ander procesdossier.

De rechtbank is het eens met de raadsman van verdachte dat deze modus operandi niet zodanig specifiek is dat enkel op grond daarvan de betrokkenheid van verdachte in alle ten laste gelegde zaken kan worden aangenomen. De hiervoor omschreven handelwijze is niet exclusief door verdachte gehanteerd. De raadsman heeft in zoverre terecht gewezen op de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 september 2016 (ECLI:NL:RBAMS:2016:6198), waaruit blijkt dat ook anderen dan verdachte en zijn medeverdachte op precies deze wijze slachtoffers op hogere leeftijd een pinpas en geld afhandig hebben gemaakt. Het betoog van de raadsman mist echter doel, nu in geen van de aan deze rechtbank voorgelegde 25 zaaksdossiers, uitsluitend de modus operandi als bewijs is aangevoerd. Steeds is sprake van ander bewijs dat (zo nodig) door de modus operandi wordt ondersteund. De rechtbank is dan ook van oordeel dat naast de aangiftes en de herkenning van verdachte op beelden, de modus operandi een belangrijk ondersteunend bewijsmiddel is.

De rechtbank acht de verklaring van verdachte met betrekking tot het dossier Hoogeveen, dat er nog een derde persoon in het spel is geweest en dat deze persoon de oplichtingen zou hebben gepleegd en de bij de oplichting behorende goederen als de jas van post.nl en gestolen bankpasjes in zijn auto zou hebben gelegd, ongeloofwaardig. Deze persoon zou - althans, uitgaande van de opmerking van verdachte - alleen actief zijn geweest op de dag dat verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] zijn aangehouden.

Verdachte heeft deze opmerking eerst op de terechtzitting van 21 juli 2020 gemaakt en heeft over die derde persoon verder niets willen vertellen. Daar komt bij dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] zijn aangehouden kort nadat verdachte door een van de slachtoffers is herkend op beelden van het moment dat hij op 16 december 2019 (de dag vóór de aanhouding) op weg is naar een flatgebouw in Hoogeveen waar even later een van de oplichtingen en een poging daartoe heeft plaatsgevonden. Rondom de aanhouding van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] is niet gebleken van een derde persoon, terwijl de verklaring van verdachte dat die dag een derde persoon aanwezig was, geen steun vindt in de verklaring van [medeverdachte] , nu deze heeft verklaard dat hij en verdachte met zijn tweeën op pad zijn geweest.

Het voorgaande brengt de rechtbank tot de overtuiging dat de goederen die bij de doorzoeking in de auto zijn aangetroffen, door verdachte zijn gebruikt voor de ten laste gelegde feiten, althans daarvan afkomstig zijn.

Het pinapparaat, de post.nl-jas, de (niet geactiveerde) cadeaukaarten van diverse bedrijven koppelen verdachte aan de modus operandi.

In de auto van verdachte zijn daarnaast aangetroffen de pinpassen van [slachtoffer 4] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 12] en [slachtoffer 2] , zodat de betrokkenheid van verdachte bij deze zaaksdossiers kan worden vastgesteld. Een andere bankpas, van [slachtoffer 3] , werd in de broekzak van verdachte aangetroffen. Voor het feit dat één van de gestolen pinpassen zich in zijn broekzak bevond heeft verdachte in het geheel geen verklaring gegeven. Voorts blijkt de betrokkenheid van verdachte bij andere ten laste gelegde feiten, uit het gegeven dat de in de auto aangetroffen pinpassen zijn omgewisseld met die van een aangever in een ander zaaksdossier. De pinpas van [slachtoffer 10] is naar [slachtoffer 7] gegaan en de pinpas van [slachtoffer 7] naar [slachtoffer 12] . De pinpas van [slachtoffer 8] is gegaan naar [slachtoffer 4] . De pinpas van M. [slachtoffer 6] is gegaan naar [slachtoffer 1] . De pinpas van [slachtoffer 5] is gegaan naar [slachtoffer 2] . Ondersteund door de modus operandi is de rechtbank overtuigd van de betrokkenheid van verdachte bij al deze zaaksdossiers, ook in die gevallen dat herkenning op beelden van pintransacties ontbreekt. [slachtoffer 13] en [slachtoffer 8] wonen in hetzelfde gebouw en worden op dezelfde dag binnen enkele uren op gelijke wijze opgelicht. [slachtoffer 11] wordt rond hetzelfde tijdstip, in dezelfde buurt en op dezelfde wijze opgelicht als de personen uit drie hiervoor genoemde zaaksdossiers. Ook met betrekking tot [slachtoffer 13] en [slachtoffer 11] leidt dit daarom tot de overtuiging van de rechtbank dat verdachte bij deze zaaksdossiers is betrokken. [slachtoffer 14] heeft verdachte op beeldmateriaal herkend. Verdachte is daarmee betrokken bij alle zaaksdossiers afkomstig uit het werkgebied van de politie te Hoogeveen.

De eerdere dossiers (respectievelijk Noord-Holland, Harlingen en Dokkum) kunnen niet rechtstreeks worden gekoppeld aan in de auto van verdachte gevonden bankpassen. In deze dossiers is veelal sprake van herkenning op beeldmateriaal gekoppeld aan dezelfde modus operandi.

In een aantal zaaksdossiers zijn camerabeelden verkregen van de pintransacties (zaaksdossiers [slachtoffer 22] , [slachtoffer 23] , [slachtoffer 17] , [slachtoffer 15] , [slachtoffer 16] en [slachtoffer 18] ). De geldopnames gebeuren snel nadat de bankpas afhandig is gemaakt. Verdachte wordt veelal herkend op beelden die zijn gemaakt van de geldopnames in de verschillende procesdossiers.

In de zaaksdossiers uit Dokkum wonen de drie slachtoffers ( [slachtoffer 19] , [slachtoffer 20] en J. [slachtoffer 25] (laatstgenoemde betreft een poging)) in Dongeraheem en zijn beelden verkregen van de toegang tot het gebouw waarop verdachte rond het tijdstip van de oplichting wordt herkend.

Deze beelden zijn weer te koppelen aan andere zaaksdossiers doordat de pinpassen worden verwisseld. De pinpas van [slachtoffer 21] wordt bij [slachtoffer 23] aangetroffen, de pinpas van [slachtoffer 15] gaat naar [slachtoffer 16] , de pinpas van [slachtoffer 16] gaat naar [slachtoffer 26] en de pinpas van [slachtoffer 26] gaat naar [slachtoffer 20] . Hierdoor worden de ‘stills’ die van bovenaf zijn genomen en slechts leiden tot herkenning van kleding en postuur ( [slachtoffer 16] ) aangevuld door de beelden uit Dongeradijk.

De rechtbank ziet in het verweer van de raadsman met betrekking tot de herkenning van verdachte door verbalisanten op beelden, geen aanleiding om die herkenningen niet voor het bewijs te gebruiken. In die processen-verbaal, die ambtsedig zijn opgemaakt, wordt in voldoende mate aangegeven uit hoofde waarvan en in welke mate de desbetreffende verbalisant met verdachte bekend is.

De verbalisanten herkennen verdachte voor honderd procent en zij beschikken vanuit hun functies ook over bepaalde kennis ten aanzien van verdachte. Zo heeft verbalisant [verbalisant 1] , die verantwoordelijk is voor de meeste herkenningen in de verschillende zaaksdossiers, een uur met verdachte gesproken, waardoor hij ambtshalve bekend is met de persoon van verdachte. Hetzelfde geldt voor verbalisant [verbalisant 2] , die meerdere uren met verdachte heeft gesproken. In de verschillende zaaksdossiers hebben de desbetreffende verbalisanten ook beschreven op basis van welke specifieke lichaamskenmerken hij/zij verdachte en/of zijn kleding op het beeldmateriaal heeft herkend. De genoemde kenmerken, die naar het oordeel van de rechtbank voldoende specifiek en onderscheidend zijn, komen voor een belangrijk deel overeen of overlappen elkaar. In een enkel zaaksdossier wordt gerefereerd aan minder duidelijke beelden, maar is de betrokkenheid van verdachte ook via een pasverwisseling en andere beelden voldoende aannemelijk. Onder deze omstandigheden heeft de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de ambtshalve herkenningen.

Gelet hierop acht de rechtbank bewezen dat het steeds verdachte is die de bankpas en pincode afhandig heeft gemaakt en daarna de geldopnames heeft verricht. Niet alleen bij de geldautomaten in de buurt van de aangevers maar ook in de casino’s die in de dossiers worden genoemd.

Gelet op de omstandigheid dat bankpasjes verwisseld zijn en daardoor aangevers niet hun eigen bankpas terugkrijgen maar een bankpas van een andere aangever, acht de rechtbank ook de oplichtingszaken en geldopnames bewezen waarin geen herkenning ten tijde van de geldopnames heeft plaatsgevonden. Er is in die gevallen (veelal) sprake van dezelfde modus operandi en pleegplaats. In de zaaksdossiers van [slachtoffer 15] en [slachtoffer 16] weegt daarnaast mee dat deze dossiers vallen binnen het tijdsbestek waarvan is vastgesteld dat de auto van verdachte van en naar Harlingen rijdt.

In twee zaaksdossiers is het signalement en de modus operandi afwijkend en wel dusdanig dat verdachte van die zaken zal worden vrijgesproken van de oplichting. Het gaat dan om de oplichtingszaken van [slachtoffer 24] en [slachtoffer 17] waarin de oplichter vanaf een fiets opereerde. In de zaak van [slachtoffer 17] merkt de rechtbank nog het volgende op. Verdachte heeft zeer kort na de oplichting, die kennelijk niet door hem persoonlijk werd gepleegd, met de pinpas van aangeefster gepind. Verdachte is op de beelden van de verschillende pintransacties herkend door een verbalisant, die hem eerder verhoorde. Nu niet duidelijk is geworden welke de relatie is tussen degene die de oplichting pleegde en verdachte zal de rechtbank verdachte vrijspreken van de oplichting doch acht de rechtbank de ten laste gelegde diefstal wel bewezen.

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Zaak A.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 4 december 2019, opgenomen op pagina 372 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2020007726 d.d. 13 januari 2020, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 10] .

Vandaag, woensdag 4 december 2019, omstreeks 12.00 uur, kwam er een jongen bij mij
aan de deur, [straatnaam] in Venray. Hij droeg een donkerblauwe jas. Netjes gekleed. Kwam betrouwbaar over.

Eerst werd ik omstreeks 11.45 uur gebeld op de vaste lijn. Er kwam een man aan de lijn. Gisteren had men een pakketje aan willen bieden, maar ik was niet thuis. Ze konden het pakketje eventueel nog vandaag brengen, maar dan moest ik l euro pinnen. Contant geld mocht men namelijk niet aannemen. Ze vroegen of ik nog thuis bleef en alsnog dit kon doen. Ik stemde hiermee in.
Dus ongeveer 15 minuten later kwam die jongen aan de deur. Hij liet mij een envelop zien. Hij gaf mij de envelop en zei tegen mij dat ik mijn pinpas even aan hem moest geven.
Hij hield de pas onder zijn telefoon en vroeg of ik mijn pincode in wilde toetsen.
Het ging allemaal zo snel en het leek zo vertrouwd. Ik toetste dus mijn code van de bankpas in. Hij zei nog bedankt en liep weg. Ik liep naar binnen en ontdekte toen dat ik mijn bankpas niet had teruggekregen. Ik ging dus weer snel naar buiten maar de jongen was al weg.
Ik ben hierop snel naar de ING bank gegaan en heb daar gemeld wat er mij was overkomen.
De bankpas werd geblokkeerd.
Ik kreeg een afschrift van de bank. Er was inmiddels al 3 keer gepind met mijn gestolen bankpas.
12.09 uur: geldopname ING bank Merseloseweg 62 Venray, 1000 euro.
12.16 uur: geldopname te Venray, terminal BS015043, 150 euro
12.18 uur: geldopname te Venray, terminal BS015043, 150 euro

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 11 december 2019, met nummer 2019366856, opgenomen op pagina 415 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 13] .

Op donderdag 05 december 2019 om ongeveer 10.00 uur bevond ik mij in mijn woning aan
de [straatnaam] Sliedrecht, op dat moment werd ik op mijn huistelefoon gebeld.
Ik hoorde toen een man tegen mij zeggen: "Ah, u bent weer thuis, er is een pakketje
voor u, dit kan bezorgd worden bij Albert Heijn of ik kan het voor u laten brengen".
Ik zei tegen deze man dat dit pakketje wel bij mij thuis bezorgd kon worden. Ik hoorde
deze man vervolgens zeggen : “Ja, dat kan, maar u moet wel één Euro betalen voor
ontvangst van het pakketje, dit kan niet contant omdat we geen geld op zak mogen
hebben”.

Ik hoorde hierop deze man tegen mij zeggen dat ik dit volledig kon vertrouwen omdat de postbode te herkennen zou zijn aan zijn oranje post.nl jas.
Hierdoor was ik gerustgesteld.
Op donderdag 05 december 2019 om ongeveer 10.15 uur werd er aangebeld.
Ik zag even later dat een man over de galerij naar mijn woning toe liep in kleding van post.nl.

Ik zag dat deze man een oranje jas aan had en een groot apparaat voor zijn buik. Dit apparaat hing met een riem om de nek van deze man. Bovenop dit apparaat zat een doorzichtige plaat.

Ik zag dat deze man vlak voor mijn voordeur ging staan. Ik weet dat deze man mij aanwijzingen gaf hoe ik mijn bankpas in het apparaat moest stoppen om zodoende één Euro te betalen voor het pakket dat voor mij bedoeld was.

Ik stopte mijn Rabobank bankpas in een gleuf aan de voorzijde van dit apparaat en tikte mijn pincode in op dit apparaat behorend bij deze bankpas. Ik drukte hierna op een bevestigingsknop om de transactie te voltooien. Na deze handelingen kreeg ik mijn bankpas terug van deze man of ik pakte deze bankpas terug. Pas later kwam ik erachter dat deze Rabobank bankpas niet mijn bankpas was.

Ik kreeg het pakket van deze man dat voor mij bedoeld was. Ik zag dat dit een witte enveloppe was met daarop de tekst: [naam 1] , [straatnaam] Sliedrecht.

Ik zag dat de enveloppe niet gefrankeerd was. Ik zag dat deze man hierna weer weg

liep richting de centrale hal van de flat en ik liep mijn woning weer in. Ik keek in deze enveloppe en zag toen dat er een cadeaubon van Ikea in zat.
Toen ik daarna boodschappen wilde doen, zag ik dat de bankpas waarmee ik wilde betalen, mijn bankpas niet was. Bij thuiskomst zag ik dat ik was gebeld door een telefoonnummer van de Rabobank. Ik belde terug naar dit telefoonnummer en hoorde toen een medewerker van de Rabobank tegen mij zeggen dat er iets niet klopte met mijn bankrekening en dat er 1250,00 Euro van mijn bankrekening was gehaald.

Ik zag op het afschrift dat dit geldbedrag is opgenomen bij de Rabobank geldautomaat Merwestroom op donderdag 05 december 2019 om 12.25 uur.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal herkenning persoon door opsporingsambtenaar d.d. 6 januari 2020, opgenomen op pagina 431 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 1] .

Op maandag 6 januari 2020 kreeg ik via e-mail een aandachtvestiging van VVC

Papendrecht. Daarin werd op basis van de volgende informatie en beeldmateriaal de

herkenning van een persoon gevraagd.

Op de foto's stond een man die geld gepind had met een gestolen pinpas.

De aandachtvestiging bevatte 6 foto's.

- foto 1 : 2019377302

- foto 2 : 2019377302

- foto 3 : 2019366856

- foto 4 : 2019366856

- foto 5 : 2019372601

- foto 6 : 2019372601

De persoon Ovale ogen, Licht getinte huidskleur, op foto 3,

de persoon Ovale ogen, Licht getinte huidskleur, op foto 4, herken ik als:

Achternaam: [verdachte]

Voornamen: [verdachte]

Geboren: [geboortedatum] 2000

Geboorteplaats: [geboorteplaats] in Nederland.

Ik ken hem vanuit mijn werkzaamheden.

Ik was op 17 december 2019 betrokken bij de aanhouding van [verdachte] . Ik heb op 18 en 19

december 2019 [verdachte] als verdachte gehoord in soortgelijke zaken als waar hij nu verdacht van wordt. De laatste keer dat ik hem zag was op donderdag 19 december 2019. Het contact duurde toen ongeveer 1 uur. Ik herkende hem aan het totaalbeeld van zijn kenmerken, - 18 à 20 jaar oud - Tengere postuur - Licht getinte huidskleur. Ik herkende ook zijn kleding die hij droeg op de camerabeelden. De zwarte muts en zwarte jas zijn door ons op 17 december 2019 in beslag genomen.

Aan zijn herkenning droegen de volgende specifieke kenmerken bij: - Ovale ogen.

Ik herkende hem onmiddellijk toen ik de foto's zag. Over zijn identiteit was mij door

anderen geen informatie verstrekt.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 13 december 2019, met nummer 2019372601, opgenomen op pagina 349 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 8] , namens [slachtoffer 8] en [slachtoffer 27] .

Op donderdag 5 december 2019 zaten mijn ouders in hun woning, adres [straatnaam]
in Sliedrecht toen zij omstreeks 11.15 uur op hun vaste telefoonnummer gebeld werden. Een stem aan de andere kant van de lijn vertelde tegen mijn moeder dat hij van Post NL was en dat er een pakje opgehaald kon worden bij een afgiftepunt.
Gelet op het feit dat mijn ouders slecht ter been zijn, liet mijn moeder hem weten dat dit niet ging lukken. De onbekende man reageerde dat hij ook het pakje kon komen brengen maar dat zij voor ontvangst l Euro bij hem moest pinnen. Mijn moeder liet hem overigens weten dat zij geen pakje verwachtten omdat zij niets besteld hadden. "Het was van Sinterklaas" liet de onbekende man weten. Omdat mijn moeder er van overtuigd was dat zij zich voor l Euro nergens een buil aan kon vallen, liet zij hem naar hun woning komen.
De betreffende man wist wie zij waren en waar zij woonden, zonder dat mijn moeder hem
dit verteld had.
Ongeveer een half uurtje later, donderdag 5 december 2019 omstreeks 11.45 uur arriveerde de zogenaamde pakketbezorger van Post NL. Omdat mijn vader en moeder hem verwachtten, had mijn vader zijn ABN AMRO bankpasje reeds in de hand. Volgens mijn vader heeft hij het ABN AMRO bankpasje aan de bezorger gegeven waarna hij op een mobiele telefoon (of wat daar op leek) zijn pincode moest intoetsen. Vervolgens liet de pakketbezorger mijn vader en moeder weten dat zij mooie spullen in hun gang hadden staan waarna mijn beide ouders omkeken. Tijdens dit korte moment heeft de pakketbezorger vermoedelijk het ABN AMRO bankpasje verwisseld en kreeg mijn vader een ander ABN AMRO bankpasje in zijn handen gedrukt, dit heeft mijn vader echter niet bemerkt en hij heeft het bankpasje direct in zijn portemonnee gestopt. Het pakketje "een enveloppe" werd vervolgens aan mijn vader overhandigd, dit zou een cadeaubon van 100 Euro van IKEA betreffen.
De medewerker vroeg aan mij of mijn vader zijn ABN AMRO bankpas nog in zijn bezit
had. Ik pakte de bankpas van mijn vader aan en zag dat er V. Lunter op de bankpas stond.
De ABN AMRO medewerker vertelde mij tevens dat er op 5 december 2019 om 12.44 uur voor 1110 Euro bij de ABN/AMRO aan het Burgemeester Winklerplein in Sliedrecht gepind was.
Ook was er op donderdag 5 december 2019 drie keer in een casino genaamd [casino 1] in
Hoofddorp geld gepind van bovengenoemde betaalrekening van mijn ouders, te weten
500,00 euro om 14.31 uur, 250,00 euro om 14.32 uur en 240,00 euro om 14.33 uur.
In totaal zijn mijn ouders opgelicht voor een geldbedrag van 2100,00 euro.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal herkenning persoon door opsporingsambtenaar d.d. 6 januari 2020, opgenomen op pagina 359 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 1] .

Op maandag 6 januari 2020 kreeg ik via e-mail een aandachtvestiging van VVC

Papendrecht. Daarin werd op basis van de volgende informatie en beeldmateriaal de

herkenning van een persoon gevraagd.

Op de foto's stond een man die geld gepind had met een gestolen pinpas.

De aandachtvestiging bevatte 6 foto's.

- foto 1 : 2019377302

- foto 2 : 2019377302

- foto 3 : 2019366856

- foto 4 : 2019366856

- foto 5 : 2019372601

- foto 6 : 2019372601

De persoon Ovale ogen, Licht getinte huidskleur, op foto 5,

de persoon Ovale ogen, Licht getinte huidskleur, op foto 6, herken ik als:

Achternaam: [verdachte]

Voornamen: [verdachte]

Geboren: [geboortedatum] 2000

Geboorteplaats: [geboorteplaats] in Nederland.

Ik ken hem vanuit mijn werkzaamheden.

Ik was op 17 december 2019 betrokken bij de aanhouding van [verdachte] . Ik heb op 18 en 19

december 2019 [verdachte] als verdachte gehoord in soortgelijke zaken als waar hij nu verdacht van wordt. De laatste keer dat ik hem zag was op donderdag 19 december 2019. Het contact duurde toen ongeveer 1 uur. Ik herkende hem aan het totaalbeeld van zijn kenmerken, - 18 à 20 jaar oud - Tengere postuur - Licht getinte huidskleur. Ik herkende ook zijn kleding die hij droeg op de camerabeelden. De zwarte muts en zwarte jas zijn door ons op 17 december 2019 in beslag genomen.

Aan zijn herkenning droegen de volgende specifieke kenmerken bij: - Ovale ogen.

Ik herkende hem onmiddellijk toen ik de foto's zag. Over zijn identiteit was mij door

anderen geen informatie verstrekt.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 11 december 2019, met nummer 2019377302, opgenomen op pagina 307 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 6] .

Ik ben woonachtig in Sliedrecht, [straatnaam] . Ik werd op maandag 9 december 2019 gebeld op mijn vaste huistelefoon zo rond 10:00 uur. De man zei dat hij van Post NL was en dat ze vrijdag een pakje bij mij thuis hadden aangeboden, maar dat ik toen niet thuis was.
De man belde om te vragen of ik nu thuis was en gaf aan dat de bezorger binnen nu en een uur bij mij langs zou komen.

Er werd aangebeld en toen ik opende zag ik een jongen voor de deur staan. Hij droeg een jas met de kleuren oranje en blauw erin. Voor zover ik mij kan herinneren was de mouw oranje en de jas blauw. Het waren in ieder geval kleuren, die Post NL ook gebruikt.
Ik pakte de envelop aan en toen zei de jongen, dat ik een Euro moest betalen. Dat was via de telefoon ook al gezegd. Ik krijg niet zo vaak een pakje en dacht het zal wel kloppen, omdat ze voor de tweede keer langs moesten komen.
De jongen had een pinautomaat bij zich. Maar het ging allemaal zo snel, dus heel exact weet ik dat niet. De jongen hield het apparaat vast en ik stak mijn bankpas erin. Ik heb toen mijn pincode ingetoetst. De jongen zei dat het verkeerd was en zei dat ik het nogmaals moest doen.

De jongen haalde toen mijn bankpasje uit het apparaat. Hij stak vervolgens een bankpasje in het pinapparaat terug. Ik heb niet gezien of hij toen al zo snel het bankpasje had verwisseld, want later bleek ik een heel ander pasje in mijn bezit te hebben. Ik heb toen weer mijn pincode ingetoetst.

Toen hij vertrokken was, heb ik de envelop geopend. Ik zag dat er een cadeaubon in zat van Zalando.
Het meisje van de bank zei dat het pasje helemaal niet van mij was. Zij is gaan uitzoeken wat er gebeurd was. Zij zag toen gelijk dat er geld van mijn rekening was afgeschreven. Het betreffende bankpasje heeft de Rabobank gehouden. Ik weet dus ook niet wat voor naam er wel op het pasje stond. Het was in ieder geval een zelfde pasje als ik had van de Rabobank. Daarom was het mij ook niet opgevallen, dat die jongen aan de deur mijn pasje had verwisseld met een heel ander pasje.
Bij de Rabobank bleek dat er op maandag 9 december 2019, omstreeks 11:30 uur, 1250
Euro is gepind bij de geldautomaat van de Rabobank Merwestroom.
Daarna is er drie keer gepind in Hoofddorp. Daar is die middag bij een betaalautomaat
twee keer 500 Euro en een keer 250 Euro afgeschreven. In totaal is er 2500 Euro zonder mijn toestemming van mijn rekening afgehaald.

De jongen aan de deur heeft zich voorgedaan als iemand van de Post NL. Hij heeft doen

voorkomen, dat ik 1 Euro gepind heb, maar dat blijkt achteraf helemaal niet waar te zijn.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal herkenning persoon door opsporingsambtenaar d.d. 6 januari 2020, opgenomen op pagina 319 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 1] .

Op maandag 6 januari 2020 kreeg ik via e-mail een aandachtvestiging van VVC

Papendrecht. Daarin werd op basis van de volgende informatie en beeldmateriaal de

herkenning van een persoon gevraagd.

Op de foto's stond een man die geld gepind had met een gestolen pinpas.

De aandachtvestiging bevatte 6 foto's.

- foto 1 : 2019377302

- foto 2 : 2019377302

- foto 3 : 2019366856

- foto 4 : 2019366856

- foto 5 : 2019372601

- foto 6 : 2019372601

De persoon Ovale ogen, Licht getinte huidskleur, op foto 1,

de persoon Ovale ogen, Licht getinte huidskleur, op foto 2, herken ik als:

Achternaam: [verdachte]

Voornamen: [verdachte]

Geboren: [geboortedatum] 2000

Geboorteplaats: [geboorteplaats] in Nederland.

Ik ken hem vanuit mijn werkzaamheden.

Ik was op 17 december 2019 betrokken bij de aanhouding van [verdachte] . Ik heb op 18 en 19

december 2019 [verdachte] als verdachte gehoord in soortgelijke zaken als waar hij nu verdacht van wordt. De laatste keer dat ik hem zag was op donderdag 19 december 2019. Het contact duurde toen ongeveer 1 uur. Ik herkende hem aan het totaalbeeld van zijn kenmerken, - 18 à 20 jaar oud - Tengere postuur - Licht getinte huidskleur. Ik herkende ook zijn kleding die hij droeg op de camerabeelden. De zwarte muts en zwarte jas zijn door ons op 17 december 2019 in beslag genomen.

Aan zijn herkenning droegen de volgende specifieke kenmerken bij: - Ovale ogen.

Ik herkende hem onmiddellijk toen ik de foto's zag. Over zijn identiteit was mij door

anderen geen informatie verstrekt.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 17 december 2019, met nummer 2019333928, opgenomen op pagina 330 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 7] .

Ik woon aan de [straatnaam] in Hoogeveen.
Op woensdag 11 december 2019 omstreeks 11.00 uur ging mijn telefoon.
Ik hoorde een man zeggen dat hij een kerstpakket voor mij had en dat hij dat wilde bezorgen.
Ik hoorde hem zeggen dat hij maandag bij mij aan de deur was geweest maar dat ik er niet was. Hij wilde nog wel een keer komen maar dan moest ik wel E. l,= pinnen. Ik zei dat ik nu wel thuis was en dat hij dan maar moest komen.

Omstreeks 11.30 uur hoorde ik de bel.
Wat vreemd was dat hij geen pakket in zijn handen had. Ik vroeg hem daarna en hij zei dat hij pas het pakket mocht afgeven wanneer ik had gepind.
Hij liet mij een telefoon zien en zei dat ik mijn bankpas erachter moest houden en dat ik dan mijn pincode moest intoetsen. Hij zei ik kijk wel even de andere kant op.
En na een aantal keren proberen zei hij steeds dat hij niet lukte. Ik was er zat van en zei dat ik er mee stopte en dat hij het maar moest bekijken. Het apparaatje waar ik de pincode op in toetste was licht van kleur en het was een glad scherm. Ik zag in het scherm cijfers staan en daar heb ik mijn pincode op getoetst. De jongen heeft het pasje achter het apparaatje gehouden. Ik heb de deur dicht gedaan en ik had mijn bankpas in mijn hand.
Op dezelfde dag omstreeks 16.45 uur belde mijn zoon. Hij vertelde mij dat mijn kleinzoon een telefoontje had gehad van de fraudedesk van de ING. In zeer korte tijd waren er grote bedragen van mijn rekening afgehaald. Mijn zoon heeft toen via internet bankieren mijn rekening bekeken en zag inderdaad dat er op 11 december 2019

om 12:05 Term: GDW015 opname E.500,=;
om 12.06 Term: GDW015 opname E.500,=;
om 12:07 Term: GDW015 opname E.500,=;
om 12:06 Term: GDW015 opname E.500,=;
ING, het Haagje5, Hoogev, 11.40, opname E. 1000,=.
Mijn zoon wilde toen bellen met de fraudedesk en vroeg mij om mijn bankpas en die heb ik hem gegeven. Mijn zoon zag gelijk dat het niet mijn bankpas was en dat het een pas was op naam van [slachtoffer 10] .

9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 december 2019, met nummer 2019333928, opgenomen op pagina 336 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 2] .

Op 25 december 2019 bekeek ik de camerabeelden van [casino 2] te Meppel. De

beelden bestaan uit 2 opnames, te weten:

- Confrontatie camera (gericht op binnenkomst van het casino)

- Wisselstraat (gericht op geldopname en -wissel automaat)

Ik zie dat de dag en datum omgekeerd weergeven worden ten opzichte van Europese

wijze. Dit weet ik zeker omdat ik tevens beelden van [casino 2] heb gezien van

16 en 17 december 2019. Daar staat de datum op diezelfde wijze aangegeven.

Foto 1: 11-12-2019 12:04.14 uur

Ik zie een persoon binnenkomen. Ik herken deze persoon met 100% zekerheid als [verdachte] , nader te noemen als [verdachte] . Ik herken [verdachte] aan zijn hoofd, zijn haardracht en gelaatskleur. Ik ken [verdachte] van twee verhoren welke ik afnam op 18 en 19 december 2019. Ik heb als verbalisant bijna drie uur tegenover [verdachte] gezeten en zijn gezicht goed kunnen waarnemen.

Foto 4: 11-12-2019 12:04.42 uur

Ik zie [verdachte] naar de betaalautomaten lopen. Ik zie dat [verdachte] een muts in zijn handen heeft en deze op zijn hoofd doet.

Foto 6: 11-12-2019 12:04.56 uur

Ik zie [verdachte] voor de betaalautomaat staan en handelingen verrichten.

Ik zie [verdachte] vier keer de handeling doen:

- Op scherm tikken met rechterhand

- Pas invoeren

- Pas uitnemen

- Geld uit geldlade halen

Ik zie bij de derde handeling de handelingen niet volledig omdat er een man tussen [verdachte] en de camera komt staan om zelf gebruik te maken van een betaalautomaat.

Ik zie dat [verdachte] de vijfde keer zijn handeling niet afmaakt.

Foto 7: 11-12-2019 12:08.19 uur

Ik zie [verdachte] bij de betaalautomaat weglopen en de ruimte verlaten.

10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 13 december 2019, met nummer 2019330625, opgenomen op pagina 294 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 5] .

Op 11 december 2019, werd ik omstreeks 12.30 uur gebeld op mijn vaste telefoon. Ik hoorde een manspersoon zeggen dat er al een paar dagen een pakje voor mij klaar lag. Dat ik niet thuis was geweest maar dat ze dit pakje graag wilden afleveren. Ik vertelde tegen die man dat ik geen pakketje verwachtte, dat ik niets besteld had. Ik hoorde de man zeggen dat het een cadeau was en dat iemand mij dit had toegestuurd. Ik hoorde de man vragen of ik die middag thuis was want ze wilden het pakketje komen brengen. Ik hoorde de man ook zeggen dat ik wel EUR 1,= moest pinnen om het pakketje in ontvangst te kunnen nemen. Ik zei toen kom maar langs. Rond 13.00 uur hoorde ik het belletje van de intercom gaan.
Toen ik de deur opende zag ik daar een jongeman voor de deur staan. De man droeg een jack
van Post NL oranje van kleur en met het logo erop.

Ik zag dat de man uit zijn linkerzak een enveloppe haalde met daarop met blauwe pen mijn naam geschreven en mijn adres, [slachtoffer 5] , [straatnaam] Hoogeveen.
De man hoorde ik zeggen dat ik eerst moest pinnen voordat ik de enveloppe zou krijgen.
Ik zag dat de man mij een soort mobiel pinapparaat voorhield. Ik haalde mijn ING pinpas uit mijn pashouder. Ik moest mijn bankpas aan de achterzijde van het apparaat houden en aan de voorzijde moest ik mijn pincode invoeren. Ik hield mijn bankpas eerst zelf vast. Het pinnen lukte mij niet omdat de man het apparaat slap in de handen had. Ik heb toen mijn pasje aan de man gegeven en hij heeft hem toen zelf onder het apparaat gehouden. Ik heb toen mijn pincode ingedrukt en ik moest op een groen pijltje drukken.
Direct daarna zag ik dat ik de ING bankpas terug kreeg. De man overhandigde mij de enveloppe met mijn naam er op en vertrok. Even later heb ik de enveloppe geopend die ik van de man had ontvangen. Ik zag dat er een IKEA cadeaukaart in de enveloppe zat.

Ik ben toen ongeveer een kwartier nadat ik een euro had gepind naar mijn computer gelopen en ik heb ingelogd op mijn ING om te kijken of er inderdaad een euro was gepind. Ik zag toen op mijn rekening dat er op 11 december 2019 om 12.55 uur, een bedrag van 420 euro was gepind bij de ING bank aan het Haagje.
Ik heb toen ik zag dat er een bedrag was gepind gelijk naar mijn pasje gekeken. Ik zag toen dat ik niet mijn eigen pas had teruggekregen. Ik zag dat het wel een ING pas was maar met de naam [slachtoffer 20] .

11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 januari 2020, met nummer 2019330625, opgenomen op pagina 302 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 3] .

Op dinsdag 21 januari 2020, heb ik als camerabeeldspecialist bij politie Eenheid

Noord-Nederland, district Drenthe, beelden uitgekeken in zaak PL0100-2019330625, betreffende fraude met betaalproducten.

Ik heb de beelden uitgekeken van drie camera's van de ING bank aan Het Haagje 5 in Hoogeveen.

Op de beelden zag ik de datum woensdag 11 december 2019 en de tijd meelopen. Ik heb de beelden bekeken van tijdstip 12:54:02 uur tot 12:56:25 uur.

12:54:51 uur: Ik zag dat de verdachte tegenover de geldautomaat stond. Ik zag dat hij zijn rechterhand uit zijn broekzak haalde. Ik zag in zijn rechterhand een oranje pasje met een brede zwarte streep. Ik zag dat hij het pasje omdraaide en naar de geldautomaat stak.

12:54:54 uur: Ik zag dat de verdachte zijn rechterhand weer terughaalde. Ik zag dat het pasje uit zijn hand was. Ik zag het scherm van de smartphone in zijn linkerhand aangaan.

12:55:12 uur: Ik zag dat de verdachte met zijn rechterhand naar de rechterzijde van de geldautomaat ging. Ik zag dat hij de smartphone weer in zijn linkerhand vasthield. Ik zag dat het scherm van de smartphone aanstond.

12:55:28 uur: Ik zag dat de verdachte zijn rechterhand weer terughaalde. Ik zag dat hij vanaf de geldautomaat een object in zijn rechterhand meenam. Ik zag dat hij kort met zijn rechterhand naar zijn rechterbroekzak ging.

Ik zag dat de verdachte zijn rechterhand naar de rechterzijde van de geldautomaat bracht. Ik zag dat zijn rechterhand leeg was.

12:55:43 uur: Ik zag dat de verdachte met zijn rechterhand een object uit de geldautomaat pakte.

12. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 januari 2020, met nummer 2019330625, opgenomen op pagina 301 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 1] .

Op 21 januari 2020, zag ik het rapport van de camerabeeldspecialisten, dat gemaakt is van de camerabeelden die bij de ING Bank in Hoogeveen op 11 december 2019 zijn vastgelegd.

Op de camerabeelden is een man te zien die een zwarte muts draagt. Ik herken deze man

ambtshalve als zijnde [verdachte] . Ik was op 17 december 2019 betrokken bij de aanhouding van [verdachte] . Ik heb op 18 en 19 december 2019 [verdachte] als verdachte gehoord in soortgelijke zaken als waar hij nu verdacht van wordt.

Ik herken de man aan zijn:

- Tengere postuur.

- Lengte

- Zwarte jas en zwarte muts.

De zwarte muts en zwarte jas zijn door ons op 17 december 2019 in beslag genomen.

13. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 12 december 2019, met nummer 2019329244, opgenomen op pagina 223 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 2] .

Gisteren, 11 december 2019, werd ik omstreeks 12.30 uur gebeld op mijn vaste telefoon. Ik hoorde een manspersoon zeggen dat er al een paar dagen een pakje voor mij klaar lag. Dat ik niet thuis was geweest maar dat ze dit pakje graag wilden afleveren. Ik vertelde tegen die man dat ik geen pakketje verwachtte, dat ik niets besteld had. Ik hoorde de man zeggen dat het vlak voor kerst was en dat iemand mij misschien wel iets toegestuurd had. Ik hoorde de man vragen of ik die middag thuis was want ze wilden het pakketje komen brengen. Ik hoorde de man ook zeggen dat ik wel EUR 1,= moest pinnen om het pakketje in ontvangst te kunnen nemen. Ik gaf aan dat ik daar niets voor voelde. De man antwoordde dat dit toch moest omdat ik anders het pakketje niet zou krijgen.
Ik heb die man een paar keer gevraagd of het wel vertrouwd was om dit pakketje aan te nemen. Ik hoorde de man zeggen dat het helemaal vertrouwd was, dat er niets aan de hand was.
Rond 13.00 uur hoorde ik het belletje van de intercom gaan.
Toen ik de deur opende zag ik daar een jongeman voor de deur staan.

Ik zag dat de man uit zijn binnenzak een enveloppe haalde met daarop met blauwe pen
mijn naam geschreven en mijn adres, ' [slachtoffer 2] , [straatnaam]
Hoogeveen'.
De man hoorde ik zeggen dat ik eerst moest pinnen voordat ik de enveloppe zou krijgen.
Ik zag dat de man mij een soort mobiel pinapparaat voorhield. Ik haalde mijn ING pinpas uit mijn vestzak. Ik moest mijn bankpas aan de achterzijde van het apparaat houden en aan de voorzijde moest ik mijn pincode invoeren. Ik hield mijn bankpas eerst zelf vast maar op een of andere manier heeft de man toch kans gezien om de bankpas zelf vast te pakken en dit tegen het apparaat aan te houden.
Direct daarna zag ik dat ik de ING bankpas terug kreeg. De man overhandigde mij de enveloppe met mijn naam er op en vertrok. Ik heb mijn voordeur dichtgegaan en liep terug de woning in.
Toen ik terug was in de woonkamer zag ik opeens dat er een andere naam op het ING bankpasje stond. Ik zag er de naam ' [naam 2] ' op staan. Toen besefte ik direct dat er iets mis was.
Ik ben onmiddellijk teruggelopen en heb de voordeur geopend om te zien of ik de man nog zag. Ik zag over de balustrade de man die mij het pakketje had overhandigd en die mij het verkeerde bankpasje had teruggegeven in een donkerblauwe personenauto stappen die op de straat voor de flat stond. Volgens mij zat er nog een persoon in de auto en stapte de man aan de bijrijderszijde in en de auto reed weg.
Gelijk heb ik de ING bank gebeld. Dit was omstreeks 13.15 uur. Ik hoorde de persoon zeggen dat er geld van mijn rekening [rekeningnummer] was gehaald. Ik hoorde hem ook zeggen dat ze dit bedrag ook alweer teruggestort hadden.

Even later heb ik de enveloppe geopend die ik van de man had ontvangen. Ik zag dat er

een ZALANDO cadeaukaart in zat.
Mijn dochter vertelde mij dat ze kon zien dat er 1x een bedrag van EUR 1000 was gepind, en nog 2x een bedrag van EUR 500.

14. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 december 2019, met nummer 2019329244, opgenomen op pagina 229 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 4] .

Ook had mevrouw [slachtoffer 2] de ING bankpas die ze terug had gekregen na

ontvangst van de enveloppe met haar naam er op, zoals genoemd in de aangifte, bijgesloten.

Ik zag op deze ING bankpas staan: Betaalpas ING [slachtoffer 5] .

Ik zag dat er bij dit mailtje drie bijlages gevoegd waren. Toen ik deze opende zag ik dat het om de print sereens van de drie pintransacties ging waarom ik gevraagd had.

Een pin transactie van - EUR 1000,= met de volgende omschrijving:

ING Het Haagje 5 Hoogev 005063

11-12-2019 13:17 014 5043085

Valutadatum: 11-12-2019

Geldautomaat

Een pin transactie van - EUR 500,= met de volgende omschrijving:

JHG MEPPEL NLD

Pasvolgnr: [nummer] 11-12-2019 13:38

Transactie: [code]

Valutadatum: 12-12-2019

Betaalautomaat

Een pin transactie van - EUR 500,= met de volgende omschrijving:

JHG MEPPEL NLD

Pasvolgnr: [nummer] 11-12-2019 13:38

Transactie: [code]

Betaalautomaat

15 Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 21 januari 2020, met nummer 2019329244, opgenomen op pagina 241 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 5] .

Op dinsdag 21 januari 2020 heb ik als camerabeeldspecialist bij politie Eenheid

Noord-Nederland, district Drenthe, beelden uitgekeken in zaak PL0100-2019329244.

Ik heb de beelden uitgekeken van de camera’s gericht op de GVA Wisselstraat, Confrontatie.

Ik heb de beelden bekeken van tijdstip 13:30:00 tot 13:45:00 De camera geeft het zicht van de GVA pinautomaat weer en de ingang weer.

Ik zag op de beelden de volgende bewegingen:

Ik zag op 13:37:52 een manspersoon naar de pinautomaat gaan en pinnen.

Ik zag op 13:39:38 dat persoon 1 nog bij de automaat stond om te pinnen.

Ik zag op 13:39:57 dat persoon 1 naar de speelhal liep.

Ik zag op 13:42:44 dat persoon 1 nogmaals naar de automaat liep.

Ik zag op 13:43:28 persoon 1 weglopen met een zwarte telefoon in zijn linkerhand.

Persoon 1 draagt een zwarte muts.

16. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 januari 2020, met nummer -201932924, opgenomen op pagina 240 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 1] .

Op 21 januari 2020, zag ik het rapport van de camerabeeldspecialisten, dat gemaakt is van de camerabeelden die bij het [casino 2] in Meppel op 11 december 2019 zijn vastgelegd.

Op de camerabeelden is een man te zien die een zwarte muts draagt. Ik herken deze man

ambtshalve als zijnde [verdachte] . Ik was op 17 december 2019 betrokken bij de aanhouding van [verdachte] . Ik heb op 18 en 19 december 2019 [verdachte] als verdachte gehoord in soortgelijke zaken als waar hij nu verdacht van wordt.

Ik herken de man aan zijn:

- Tengere postuur

- Ovale ogen

- Licht getinte huidskleur.

Ik herkende ook zijn kleding die hij droeg op de camerabeelden. De zwarte muts en

zwarte jas zijn door ons op 17 december 2019 in beslag genomen.

17. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 16 december 2019, met nummer 2019333143, opgenomen op pagina 123 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] .

Vandaag, maandag 16 december 2019 was ik in mijn woning aan de [straatnaam] te
Hoogeveen.
Omstreeks 09.30 uur werd ik gebeld op mijn huistelefoon.

Ik hoorde dat de beller tegen mij zei dat ze afgelopen vrijdag bij mij thuis waren geweest om een pakketje af te leveren, ik was echter niet thuis geweest. Ik hoorde dat ik een cadeaubon van 20 euro had gewonnen. Ik hoorde dat ik het pakketje vandaag bij hen op kon komen halen. Ik heb alleen gezegd dat ik niet in staat was om iets op te halen omdat ik gebruik maak van een rollator. Ik hoorde dat de beller tegen mij zei dat hij dan ook wel iemand langs kon sturen om het pakketje te komen brengen. Ik hoorde dat de beller tegen mij zei dat hij iemand langs zou sturen maar dat ik dan wel l euro moest betalen. Ik heb gezegd dat ik dit prima vond.
Omstreeks 11.15 uur hoorde ik dat er bij mijn woning aan werd gebeld.
Ik zag dat de man een jas aan had welke ik herkende als een jas van een post- dan wel pakketbezorger. Ik hoorde dat de man tegen mij zei dat hij een pakketje voor mij had. Ik hoorde dat de man tegen mij zei dat ik hier l euro voor moest betalen. Ik zag dat de man een apparaat in zijn handen had dat ik herkende als een pinautomaat. Ik heb mijn bankpas gepakt. Ik hoorde dat de man tegen mij zei dat ik mijn bankpas onder het apparaat moest houden, dit heb ik gedaan. Ik zag dat de man de bankpas van mij overnam. Ik hoorde dat de man tegen mij zei dat ik mijn pincode in moest toetsen. Ik hoorde dat de man tegen mij zei dat hij mijn pincode niet hoefde te zien en ik zag dat de man zijn hoofd weg draaide van het apparaat. Ik heb toen mijn pincode ingetoetst. Nadat ik mijn pincode in had getoetst gaf de man mij een witte enveloppe en een bankpas. Hierna zag ik dat de man bij mijn woning weg liep, de parkeerplaats op. Ik ben mijn woning toen ingegaan.
Ik hoorde dat de buurvrouw tegen mij zei dat die pakketbezorger ook bij haar was geweest maar dat zij er niets mee heeft gedaan omdat zij het niet vertrouwde.

Ik heb toen meteen met mijn bank gebeld, de Rabobank. Ik heb de bank uitgelegd wat er gebeurd was. Ik hoorde dat medewerker van de bank tegen mij zei dat er zojuist 20 euro van mijn rekening af was geschreven. Dit bedrag klopte echter niet, die pakketbezorger had tegen mij gezegd dat ik l euro moest betalen. De medewerker van de bank heeft toen meteen mijn bankpas geblokkeerd.

Ik heb de enveloppe die ik van de bezorger had gekregen geopend. Ik zag dat er een

cadeaubon van de Hema in zat.
Toen ik de bankpas bekeek welke ik van de bezorger weer terug had gekregen, zag ik dat het de bankpas van heel iemand anders was. De bankpas die ik terug had gekregen betrof ook een pas van de Rabobank, deze stond echter op naam van [slachtoffer 6] .
De bank heeft tegen mij gezegd dat het geld op maandag 16 december 2019 om 11.16 uur is opgenomen bij de Rabobank gevestigd aan het Haagje 15 te Hoogeveen bij automaat nummer l.

Mijn rekeningnummer is [rekeningnummer] .

18. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 6 januari 2020, met nummer 2019333143, opgenomen op pagina 190 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 5] .

Op maandag 6 januari 2020 heb ik als camerabeeldspecialist bij politie Eenheid

Noord-Nederland, district Drenthe, beelden uitgekeken in zaak PL0100-2019333143.

Ik heb de beelden uitgekeken van de camera’s RABOBANK.

Op de beelden zag ik de datum:16/12/2019 en de tijd van 11:16:28 tot 11:16:48

meelopen. De camera geeft een beeld naar de pinautomaat toe.

Ik zag op 11:16:26 dat de verdachte een nieuwe transactie startte bij de Rabobank.

Ik zag op 11:16:35 dat de verdachte het saldo opvroeg.

Ik zag op 11:16:48 dat de verdachte het bedrag van 20 euro had gekozen.

Ik zag op de 43ste seconde van het filmpje dat de verdachte de pas eruit haalde.

Bovenaanzicht Rabobank.

Ik zag op de 15de seconde van het filmpje dat de verdachte op zijn telefoon bezig was en vervolgens de pas in de automaat stopte.

19. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 16 december 2019, opgenomen op pagina 208 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 28] , [straatnaam] te Hoogeveen.

Op 16 december 2019 omstreeks 11:05 uur zag ik een jongen vanuit de richting van het centrum over het trottoir naar de hoofdingang van het complex waar ik woon lopen. Ik zag dat hij een enveloppe liet vallen ter hoogte van mijn raam en vervolgens oppakte. Ik zag dat hij een post nl jas om zijn middel droeg.

Ik hoorde vervolgens dat mijn deurbel ging. Ik zag dat de voornoemde jongen bij de

hoofdingang stond in verband met het camerasysteem dat in het complex zit. Ik hoorde

dat hij aangaf post nl te zijn. Ik gaf hem aan dat ik niks had besteld en dat ik de

politie had gebeld. Ik hoorde hem hierop "okay" zeggen. Ik keek aan de voorkant van

het complex of hij weer weg ging. Ik zag niets. Ik ben vervolgens naar mijn balustrade gelopen bij mij op de galerij om te kijken of ik hem zag. Ik zag hem vervolgens bij perceel [nummer] weglopen. Ik heb deze buurvrouw, [slachtoffer 29] , van [straatnaam] direct gebeld. Zij gaf aan dat zij wel had gepind bij de zogenaamde bezorger. Ik gaf haar aan dat zij direct haar bankpas moest blokkeren en de politie moest bellen. Ik ben vervolgens voor en achter naar buiten

gaan kijken. Ik zag de voornoemde zogenaamde bezorger vervolgens achter op de parkeerplaats lopen. Ik zag vervolgens in de verte ook een donkere auto rijden. Ik zag dat dit een donkere vermoedelijk VW was met blauwe kenteken platen en zwarte dakdragers. Het leek op een taxi maar er stond geen belettering op. Ik heb de voornoemde jongen niet in deze auto zien stappen maar ik heb sterk het vermoeden van wel, aangezien deze twee de enige waren op de parkeerplaats daar. Ik zag namelijk deze auto achter op de parkeerplaats staan. Ik zag toen de voornoemde zogenaamde bezorger in beeld kwam bij deze auto, deze auto direct in de richting van de voornoemde bezorger reed.Net om de bocht kwamen deze samen maar had ik er geen zicht meer op. Ik heb deze zelfde auto vervolgens daarna nog enkele keren heen en weer zien rijden op de [straatnaam] .

20. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 23 december 2019, met nummer 2019338058, opgenomen op pagina 390 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [naam 3] namens [slachtoffer 12] , [straatnaam] te Hoogeveen.

Ik doe aangifte namens mijn schoonmoeder [slachtoffer 12] . Dit omdat mijn schoonmoeder licht dementerend is.
Op vrijdag 13 december 2019 was mijn schoonzus bij mijn schoonmoeder om financiën te regelen met de ING Bank. Dit omdat mijn schoonmoeder steeds meer problemen gaat krijgen met haar geheugen. De bankpas met als rekeningnummer [rekeningnummer]

is toen voor het laatst gezien. Mijn vrouw, [naam 4] , zou vrijdag 20 december 2019 's ochtends boodschappen doen. Toen ze af wou rekenen deed de pincode het niet.
Omstreeks 18.00 uur kregen [naam 4] en [naam 5] telefonisch contact en toen bleek na nader
onderzoek dat de pas die we in bezit hadden helemaal niet de pas was van mijn schoonmoeder. De pas was van een compleet andere vrouw.
Wij hebben onderzoek gedaan bij de bank. Wij zagen op de afschriften dat er maandag 16 december 2019 om 12:08 uur 1000 euro was gepind bij de ING bank aan 't Haagje te Hoogeveen. Om 12:29 uur werd er 500 euro gepind bij JHG te Meppel. Om 12:30 uur werd er wederom 500 euro gepind bij JHG te Meppel en om 12:31 uur nog een keer 500 euro bij JHG te Meppel.
Daarna werd de pas door ING bank geblokkeerd.
Mijn schoonmoeder kan zich niet herinneren dat er iemand maandag aan de deur is geweest.

Ik zag, naar aanleiding van uw verhaal, vandaag 21 december 2019 omstreeks 13.45 uur wel een Hema kaart liggen op de eetkamer tafel. Met de hand staat er E75 op geschreven.

Nu heb ik na zoeken inderdaad de geschreven enveloppe aangetroffen. Op de enveloppe staat de naam en het adres geschreven van mijn schoonmoeder.

De aangever verstrekte over de oplichting de volgende aanvullende informatie:

Een ING betaalpas, [rekeningnummer] , op naam van [slachtoffer 7] .

21. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 20 december 2019, opgenomen op pagina 385 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van

[slachtoffer 11] .

Ik was woensdag 11 december 2019 alleen thuis. Ik woon aan [straatnaam] , dit betreft een flatgebouw.
Ik werd omstreeks 11.00 uur gebeld door een onbekende man op mijn vaste toestel. De man zei dat hij werkte bij Post NL en dat hij maandag bij mij aan de deur was geweest om een pakketje te brengen. Ik hoorde de man zeggen dat hij nu weer langs zou komen om het pakketje af te leveren, dit zou rond 12.00 uur zijn. De man vertelde dat ik wel l,- euro moest pinnen, hij gaf aan dat hij geen geld mocht aannemen in verband met diefstallen.
Omstreeks 12.00 uur hoorde ik de bel van de intercom gaan.
De man droeg een zwarte pet en had een jas aan met een oranje bovenkant, zo’n jas van de Post NL.
Ik hoorde de man tegen mij zeggen: "Ik heb een envelop voor u maar die mag ik niet eerder afgeven dan dat u l euro hebt gepind". De man had vervolgens een zwarte telefoon in zijn handen. Ik moest mijn pinpas onder deze telefoon houden en mijn pincode intypen, dit heb ik gedaan. De man heeft hierbij geholpen door de pinpas van mij en de telefoon vast te houden toen ik de pincode intypte. De man zei dat het niet goed gegaan was. Ik moest vervolgens nog een keer pinnen, dit heb ik toen gedaan. Ik hoorde de man toen zeggen dat het wel goed was. Ik zag dat de man een dichte envelop uit zijn binnenzak haalde. Op deze envelop stond mijn naam en adres geschreven met pen. De man gaf de envelop aan mij en ging vervolgens weg. Ik heb de man hierna niet weer gezien.
Toen ik de envelop later thuis opende zat er een bon in van Zalando.

Maandag las ik in de Hoogeveense Courant een artikel over oplichters aan de deur. Ik

dacht toen gelijk dit is mij overkomen. Ik heb toen in mijn portemonnee gekeken. Ik

zag hierin een ABN bankpas inzitten van iemand anders. Ik weet de naam niet meer die

op de pas stond, ik weet nog wel dat de pas van een vrouw was.

22. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 18 december 2019, opgenomen op pagina 274 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van

[slachtoffer 4] .

Op dinsdag 17 december 2019 was ik alleen thuis. Ik woon aan de [straatnaam] in Hoogeveen, dit is een flatgebouw.
Omstreeks 11.45 uur ging de huistelefoon, ik heb nog een vaste telefoonaansluiting.
Ik hoorde de persoon aan de ander kant van de lijn zeggen dat hij afgelopen vrijdag
bij mij aan de deur was geweest omdat ik een cadeaubon zou hebben gewonnen. Ik hoorde
aan zijn stem dat het een jonge man was, hij heeft zijn naam niet gezegd. Ik heb tegen
deze jonge man gezegd dat ik niks heb besteld. De jonge man zei dat hij het wel wilde
afleveren en dat ik dan l,- euro moest pinnen. Ik heb toen gezegd dat hij wel voor
12.15 uur moest komen omdat ik nog weg moest. Ik hoorde de man zeggen dat is goed.
Omstreeks 12.15 uur ging de bel.
Ik zag l jonge man aan komen lopen, ik had om deze reden de deur tot mijn eigen woning al geopend. Ik hoorde de man zeggen dat hij een cadeaubon voor mij had. Ik hoorde de man zeggen dat ik wel 1 euro moest pinnen om de bon te krijgen. Ik zei dit is goed. Ik zag de man vervolgens een wit klein pinapparaat uit zijn binnenzak van jas pakken. De man zei tegen mij dat ik mij pinpas aan de onderzijde van het apparaat moest houden en vervolgens mijn pincode moest intypen.
De man draaide zijn hoofd weg tijden het invoeren van de pincode. De man zei toen: “Ik kijk niet mee hoor”. Ik heb toen tegen de man gezegd, je kunt niemand meer vertrouwen. Ik hoorde man zeggen: "Ja dat klopt mevrouw, je kunt niemand meer vertrouwen". Toen hoorde ik de man zeggen: “Het is niet goed gegaan, u moet nog een keer pinnen”. De man zei geef mij de pinpas maar even en dan help ik u. Ik heb de man vervolgens mijn pinpas gegeven en opnieuw de pincode ingevoerd. Ik kreeg vervolgens mijn pinpas terug van de man. Ik kreeg ook van de man een dichte witte envelop overhandigd, de man zei dat hier mijn cadeaubon in zat. Ik zag dat op de envelop mijn naam en adres stonden geschreven met pen. Ik zag de man vervolgens weglopen door de centrale hal naar de uitgang, ik heb de man hierna niet weer gezien.
De man droeg een zwarte jas met oranje bovenop. Door de kleding die de jonge man droeg dacht ik dat hij werkte bij de postbezorging.

In mijn woning heb ik de envelop geopend, ik zag dat hier een Ikea bon in zat.
Mijn dochter heeft toen gelijk de ABN bank gebeld. Ik hoorde dat ik inderdaad opgelicht was, er was namelijk gelijk gepind met mijn pas. De bankpas is toen gelijk geblokkeerd.
Ik heb nu een overzicht van de bank gekregen met hierop de afschrijvingen. Hierop is
te zien dat er 6000 euro van mijn spaarrekening is overgemaakt naar mijn betaalrekening [rekeningnummer] . Van deze rekening is direct hierna gepind in Meppel. Er is 7 keer een bedrag van 500,- euro opgenomen. De code die er bij staat is [code] . Ik ben dus 3500,- euro kwijt.
Mijn dochter heeft vervolgens mijn bankpasje uit mij portemonnee gehaald om te kunnen
inloggen op internetbankieren. Mijn dochter zag toen dat ik de betaalpas van iemand anders in mijn portemonnee had zitten. Ik zag toen de naam [slachtoffer 8] op de pas staan.

23. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 17 december 2019, met nummer 2019334215 opgenomen op pagina 252 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 3] , [straatnaam] , Hoogeveen.

Op 17 december 2019 omstreeks 11.45 uur werd ik gebeld door een voor mij onbekend
persoon.

Ik hoorde dat de persoon zich voorstelde als iemand van de PTT pakket service. Hij zei tegen mij dat de bezorger afgelopen vrijdag bij mij aan de deur was geweest en dat ik niet thuis zou
zijn geweest. Hij gaf aan dat ik het pakketje zou kunnen ophalen bij een Albert-Heijn filiaal met een postcentrum. Ik hoorde hem zeggen dat hij ook een bezorger kon sturen maar dat zou l euro kosten. Ik zei tegen hem dat ik dat wel goed vond. Ik zou deze euro wel kunnen betalen met de pin bij de bezorger.

Omstreeks 12.45 en 13.00 uur werd er via de intercom aangebeld bij de algemene hal.
Hij stelde zich voor als de pakketbezorger. Ik zei tegen hem dat hij omhoog moest komen. Ik opende de toegangsdeur van de algemene hal. Even later stond er een jongeman voor de deur. Aan zijn kleding zag ik dat het een pakket bezorger betrof. Hij droeg een oranjekleurige jas met de tekst "Post bezorg service".
Ik hoorde dat deze jongeman tegen mij zei dat ik l euro moest pinnen. Hij hield zijn telefoon (of gelijkend voorwerp) voor mij en ik hoorde hem zeggen dat ik mijn bankpasje tegen de onderkant aan moest drukken. Ik hoorde hem zeggen dat ik mijn pincode op het scherm moest in toetsen. Deze handelingen heb ik toen gedaan. Ik pakte mijn ABN AMRO bankpas

( [rekeningnummer] ) en hield deze tegen de onderzijde van zijn telefoon. Ik toetste mijn pincode op de telefoon in. Toen ik mijn pincode had ingevoerd hoorde ik hem zeggen dat het fout ging en dat ik nogmaals mijn pincode moest intoetsen. Ik heb dit nogmaals gedaan. Ik heb mijn pinpas geen moment losgelaten. Ik hoorde hem zeggen dat het goed was en ik zag dat hij een envelop uit zijn binnenzak haalde. Ik kreeg deze envelop en zag dat mijn naam en adres op de envelop stonden. Wij namen afscheid en ik sloot de deur weer.
Ik pakte mijn telefoon, ik opende mijn bankier app. Ik zag zo snel niet dat ik geld was kwijt geraakt. Ik besloot om mijn bankpas direct te blokkeren. Ik heb dit gedaan via de bankier app. Ik ben aansluitend meteen naar het ABN AMRO filiaal in Hoogeveen gefietst om te kijken of er echt niks was gebeurd. Daar aangekomen gaf ik mijn bankpas aan de medewerkster van de bank. Ik hoorde haar zeggen dat er een andere naam dan de mijne op de pas stond. Ik hoorde haar zeggen dat zij die pas zou bewaren en dat ik aangifte moest gaan doen bij de politie.

24. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 december 2019, met nummer 2019334215, opgenomen op pagina 258 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 6] .

Op vrijdag 20 december 2019, heb ik camerabeelden uitgekeken van de centrale hal van het appartementencomplex aan de [straatnaam] te Hoogeveen.

Ik zie dat de datum en tijdstippen overeenkomen met de genoemde datum in de aangifte.

Ik heb op de camerabeelden het volgende gezien:

Datum: 17/12/2019 12:37:03 uur - 12:37:13 uur

Ik zie dat de VE de centrale hal binnen loopt via de automatische schuifdeuren. Ik zie dat de VE via twee deuren richting een trap loopt. Ik zie dat de VE de trap op loopt.

De VE draagt een PostNL jas (oranje met blauwe jas).

Datum: 17/12/2019 12:39:44 uur - 12:39:48 uur

Ik zie dat de VE via dezelfde trap naar beneden loopt en terug richting de centrale hal loopt.

Ik zie dat de VE het appartementencomplex verlaat.

Bijgevoegd fotoblad: foto 5, 6 en 7.

25. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal herkenning persoon door opsporingsambtenaar d.d. 20 december 2019, met nummer 2019334215, opgenomen op pagina 264 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 2] .

Op vrijdag 20 december 2019 kreeg ik persoonlijk een aandachtvestiging van [verbalisant 6]

, hoofdagent van politie Noord Nederland. Daarin werd op basis van de volgende

informatie en beeldmateriaal de herkenning van een persoon gevraagd.

Verstrekte informatie.

Fotobladen van camerabeelden uit portiek van appartementencomplex [straatnaam] te

Hoogeveen.

Verstrekt beeldmateriaal

De aandachtvestiging bevatte videobeelden. Hiervan zijn 7 stills gemaakt.

Herkenning

De persoon op still 6 en de persoon op still 7 herken ik als:

Achternaam : [verdachte]

Voornamen : [verdachte]

Geboren : [geboortedatum] 2000.

26. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 december 2019, opgenomen op pagina 163 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 1] .

Ik hoorde via de portofoon dat collega [verbalisant 7] mij foto's had gestuurd naar mijn telefoon van de verdachte die op 16 december 2019 een oplichting had gepleegd in Hoogeveen. Dit waren foto's afkomstig van naastgelegen camerabeelden. Bij deze oplichting was ook de donkerkleurige taxi gezien.

Ik heb vervolgens mijn telefoon gepakt en zag dat de persoon op de foto's voor 100% overeenkwam met de man die achter het stuur zat van de Volkswagen Golf. Ik zag dat

de man exact dezelfde kleren droeg als op de foto's.

Om 14.10 uur was ik samen met collega [verbalisant 8] op het cellencomplex te Assen. Ik had

samen met collega [verbalisant 8] verdachte [verdachte] overgebracht. Tijdens de insluitingfouillering kwam er uit de broekzak van [verdachte] een ABN Amro bankpasje.

Ik zag dat op dit pasje de naam stond van: [slachtoffer 3] . Ik zag dat dit niet overeenkwam met die van de verdachte.

27. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 17 december 2019, met nummer 2019334141 opgenomen op pagina 248 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 14] .

Vandaag, omstreeks 10.00 uur bevond ik mij in mijn woning aan de [straatnaam] te Hoogeveen.
Omstreeks 10.00 uur werd ik gebeld op mijn huistelefoon. Ik hoorde dat de beller, een
man, tegen mij zei dat er een postpakketje voor mij was. Ik hoorde dat de man tegen
mij zei dat ze al eerder bij mij thuis waren geweest om het pakketje af te leveren
maar ik zou niet thuis geweest zijn. Ik vond dit wel een beetje raar, ik heb namelijk
helemaal niets besteld en verwachtte dus ook helemaal geen pakket. Ik hoorde dat de
man aan mij vroeg wanneer ik thuis zou zijn zodat hij het pakket alsnog zou kunnen
komen brengen. Ik heb tegen de man gezegd dat ik vanmiddag wel thuis zou zijn. Ik
hoorde dat de man tegen mij zei dat hij dan rond het middaguur naar mij toe zou komen
om het pakket te bezorgen. Ik hoorde dat de man tegen mij zei dat ik wel l euro moest
betalen voordat ik het pakket in ontvangst kon nemen.
Meteen nadat de verbinding was verbroken kreeg ik een raar gevoel. Ik had namelijk
juist in de krant gelezen dat er mensen opgelicht waren door pakketbezorgers. Ik had
gelezen dat de bankpas dan verwisseld werd door deze pakketbezorgers waarna ze al het
geld van de rekening zouden gaan halen. Ik werd op dat moment een beetje bang en heb
uiteindelijk met de politie gebeld. Ik heb de politie verteld wat er gebeurd was. Ik hoorde dat de politie tegen mij zei dat dit inderdaad om oplichting zou kunnen gaan, ik hoorde dat ze zouden zorgen dat ze rond de middag bij mij zouden zijn.
Kort daarna, ik denk dat het omstreeks 11.15 uur is geweest, hoorde ik dat de deurbel ging.
Ik zag dat er een jongeman voor de deur stond, ik zag dat de man een pet op zijn hoofd had. Ik wist dat dit de pakketbezorger moest zijn, ik verwachtte namelijk helemaal niemand anders. Ik heb niet op de deurbel gereageerd en ik heb mijzelf niet laten zien. Uiteindelijk is de bezorger weer weggegaan.

28. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 december 2019, met nummer 2019334141, opgenomen op pagina 250 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 7] .

Vandaag, dinsdag 17 december 2019 omstreeks 11.30 uur was ik bij de in dit proces

genoemde aangeefster. De aangeefster was slachtoffer geworden van een poging tot

oplichting. Ik hoorde dat de werkwijze van de verdachte in deze poging, dezelfde

werkwijze was van een oplichting waar ik de dag hiervoor bij geweest was.

Bij de oplichting van gisteren is een foto van de pakketbezorger gemaakt. Ik heb de aangeefster deze foto laten zien en heb gevraagd of zij de jongen op de foto herkent. Ik hoorde dat de aangeefster tegen mij zei dat zij de jongen op de foto herkende als de jongen die kort daarvoor bij haar voor de deur had zien staan om het pakket te bezorgen.

29. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 december 2019, opgenomen op pagina 131 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 9] .

Ik was op dinsdag 17 december 2019 belast met een algemene surveillance in de eenheid Noord-Nederland, district Zuidwest-Drenthe, locatie Meppel.

Ik kreeg omstreeks 13:30 uur het verzoek van het Operationeel Centrum (OC) om te gaan naar de Grote Oever te Meppel. Ik reed samen met mijn collega [verbalisant 8] naar de opgegeven locatie. Ik zag daar collega [verbalisant 1] bij een blauwe Volkswagen Golf staan met kenteken [kenteken] . Ik zag dat het blauwe kentekenplaten waren en dit voertuig dus vermoedelijk

gebruikt wordt als taxi.

Ik ben vervolgens naar de bestuurderszijde van het voertuig gelopen waar ik een persoon op de bestuurdersstoel zag zitten. Ik zag later dat dit de aangehouden verdachte [verdachte] was. Ik zag dat er ook nog een persoon op de bijrijdersstoel zat. Ik zag later dat dit de aangehouden verdachte [medeverdachte] was.

Ik heb het voertuig met kenteken [kenteken] doorzocht.


Ik zag onder de bestuurdersstoel een groen voorwerp liggen. Ik zag dat dit een zogeheten "identifier" betrof van het merk ABN-AMRO.
Ik trof op de achterbank van het genoemde voertuig de volgende goederen aan:
-Zwarte jas met zwarte bontkraag van het merk Moose Knuckles. Ik trof in de linker borstzak een stapel briefgeld aan. Ik zag later dat deze stapel bestond uit zesenvijftig (56) briefjes van vijftig (50) euro, één (l) briefje van twintig (20) euro, twee (2) briefjes van tien (10) euro en zes (6) briefjes van vijf (5) euro. Ik trof verder in deze linker borstzak zes (6) euro en
vijfentachtig (85) cent aan. Ik zag dat dit een totaalbedrag was van 2876,85 euro.
-Zwarte jas van het merk KIOMI.
-Blauwe jas van het merk Parajumpers. Ik trof in de linker borstzak een stapel briefgeld aan. Ik zag later dat deze stapel bestond uit drieëntwintig (23) briefjes van vijftig (50) euro. Ik zag dat dit een totaalbedrag was van 1150 euro.

Ik trof in het linkerzijvak van de kofferbak van het genoemde voertuig de volgende goederen aan:
-Wit taxi bord
-Wollen muts, zwart van kleur
-Kin, neus doek
-Wollen muts, blauw van kleur.
Ik trof onder de kofferbak klep van het genoemde voertuig de volgende goederen aan:
-Wit groene dichtgeknoopte tas met bloemenmotief. Ik heb deze tas geopend en zag daarin de volgende goederen:
- Zwart/oranje jas met aan de achterzijde de opdruk van het bedrijf POST-NL,
- vijf (5) bankpassen van diverse banken:
- ABN-AMRO bankpas op naam van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 30] , Bankrekeningnummer: [rekeningnummer] .
- ING bankpas op naam van [slachtoffer 2] , bankrekeningnummer: [rekeningnummer]
- ING bankpas op naam van [slachtoffer 12] , bankrekeningnummer: [rekeningnummer]
- Rabobank bankpas op naam van [slachtoffer 29] , bankrekeningnummer:
[rekeningnummer]
- ABN-AMRO bankpas op naam van [slachtoffer 31] en [slachtoffer 32] , bankrekeningnummer: [rekeningnummer]
- Witte "raboscanner".
- Zes (6) cadeaukaarten van het bedrijf HEMA
- Eén (l) cadeaukaart van het bedrijf Zalando.

Zaak B

Procesdossier Noord-Holland

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 1 oktober 2019, opgenomen op pagina 9 e.v. van het dossier van Politie Noord-Holland met nummer 2020042127 d.d. 2 maart 2020, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 21] .

Vandaag, dinsdag 1 oktober 2019, was ik thuis op de [straatnaam] te Wormerveer.

Omstreeks 15.15/15.30 uur werd ik op mijn vaste huistelefoon gebeld.

Ik nam op en hoorde een volwassen nette stem. Hij zei het volgende.
'Afgelopen vrijdag zijn wij bij u geweest om een pakketje aan te bieden. Echter was u er niet, klopt dit?'
Ik zei: “Ik was wel thuis, ik heb jullie niet gezien. Waar zijn jullie dan van?”
Hij zei: 'Van POSTNL. Eventueel kan ik iemand sturen die het pakket nu bij u komt leveren. Dat kost alleen wel 1 euro, is dat een probleem?'
Ik zei: ‘Nee, dat moet dan maar. Kom maar, ik moet wel over 15 minuten bij de dokter zijn.'
Hij zei: 'Oké, ik stuur iemand die is er binnen 15 minuten.'
Ongeveer 15 minuten later kwam er inderdaad iemand aan de deur. Ik deed de deur open en zag een keurige jongeman staan.

Hij overhandigde mij een witte envelop. Ik nam deze aan en voelde dat er iets in zat. Vervolgens kwam de jongen met een telefoon.
Ik moest mijn pinpas, die toebehoort aan mij en mijn man, onder zijn telefoon houden. Voor dat draadloos betalen.
Mijn pinpas is van de ABN-AMRO, het is een gezamenlijke rekening. Op mijn pasje stond mijn naam: [slachtoffer 21] . Rekeningnummer: [rekeningnummer] .
De eerste keer toen ik hem eronder hield zag ik op de telefoon een toetsenbord met cijfers. Hierop moest ik mijn pincode intikken. Ik deed dit. Ik hoorde de jongen zeggen: 'He, het lukt niet. Ik heb hier geen bereik.'
We probeerden het nog een keer op dezelfde plek in de gang voor mijn deur. Ik toetste weer mijn pincode in. Het lukte weer niet. Vervolgens liepen we naar het begin van mij en mijn mans woning. We stonden bij de kapstok.
Ik weet niet meer of in dit korte loopje de telefoon met pinpas door de jongen of door mij werd vastgehouden. Ik moest vervolgens weer mijn pincode intikken. Toen hoorde ik de jongen zeggen: 'Ja, gelukt! Hier is uw pas weer'. Dit alles heeft ongeveer 5 minuten geduurd.
Ik ging direct naar binnen om de envelop open te maken.
Ik zag dat er een blauwe cadeaukaart in zat van Bol.com. Die had ik helemaal niet besteld dus ik voelde meteen dat het niet goed zat.
Ik keek naar mijn bankpas en zag dat het helemaal niet de mijne was.
Mijn man liep direct naar de computer om de pinpas te blokkeren. Daarna gingen wij kijken en zagen wij dat er al een bedrag was afgeschreven van 1000.- euro. Dit zou gepind zijn op de Zaanweg bij de ABN Amro om 15.37 uur.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 30 oktober 2019, opgenomen op pagina 40 e.v. van voornoemd dossier van Politie Noord-Holland, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 22] .

Ik ben woonachtig op [straatnaam] in Wormerveer.

Op dinsdag 22 oktober 2019 omstreeks 14:45 uur werd er via mijn vaste telefoonnummer gebeld.
Ik hoorde een persoon mij zeggen dat er een pakketje zou worden afgeleverd en dat dit 1,00 euro zou kosten. Ik zei dat ik zou zorgen dat er 1,00 euro voor hem klaar zou liggen. Ik hoorde de man zeggen dat ik dit moest pinnen omdat de Post.nl bezorgers geen geld mochten aannemen. Ik hoorde de man vragen waar hij het pakketje precies kon afleveren. Ik heb de man toen mijn adres verstrekt. Mijn brievenbus staat ongeveer 30 meter vanaf mijn woning. Ik liep daar naartoe omdat ik wilde kijken of ik post in de brievenbus had. Ik zag een man aankomen lopen. Ik zag dat hij een shirt droeg in de kleur oranje. Ik dacht meteen dat dit een bezorger was van de Post nl. Ik liep met de man terug richting mijn woning. Vlak voor de woning is een werkplaats. Daar bleven wij staan. Ik zag dat de man een envelop neerlegde. Ik zag daar hierop stond: [naam 6] , [straatnaam] Wormerveer. Ik zag dat de man een mobiel pinapparaat bij zich droeg. Ik kreeg van de man het pin apparaat in mijn handen gedrukt. Ik hoorde de man zeggen dat ik mijn bankpas onder dit apparaat moest houden. Ik moest zo mijn pincode invoeren. Dit heb ik gedaan. Ik hoorde man zeggen dat er niets gebeurde. Ik heb het tot drie keer aan toe geprobeerd. Ik hoorde dat de man zei dat hij geen bereik had. Ik hoorde de man zeggen dat hij het graag even binnen wilde proberen. Toen wij samen naar de woning liepen zag ik dat de man steeds bezig was met het pinapparaat. Ik hoorde de man plotseling zeggen; "ja het is gelukt!" Ik vroeg de man of ik mijn bankpas terug kon krijgen. Ik kreeg een bankpas van de man terug. Dit was echter een bankpas van de Rabobank. Ik zei tegen de man dat dit niet mijn bankpas was. Dat ik een ING bankpas heb. Ik hoorde de man zeggen dat het toch echt mijn bankpas was. Dat ik deze pas hem zelf had gegeven. Ik heb de man wel tot drie keer toe gezegd dat het mijn bankpas niet was. Ik zag dat de man een borstzakje op zijn shirt had. Ik zag dat dit iets wijder stond. Ik had het vermoeden dat mijn bankpas in het borstzakje zat. Ik zei dat mijn bankpas in zijn borstzak zat. Ik zag dat de man toen met zijn hand in zijn borstzak ging en een bankpas naar boven haalde. Dit deed hij met zijn vingers voor deze pas. Alsof hij liet zien dat dit een andere pas was. Ik hoorde de man zeggen dat dit zijn bankpas was omdat hij deze net had gebruikt voor zijn lunch. Vervolgens gaf de man mij de envelop en liep weg bij mijn woning.
In de envelop zaten twee reeds gebruikte bol.com bonnen. Ik heb toen de bank gebeld en heb mijn bankpas direct laten blokkeren. Er is een bedrag van 600 euro opgenomen op van mijn bankrekening met nummer: [rekeningnummer] .
De Rabobankpas die ik heb ontvangen is met bankrekeningnummer: [rekeningnummer] tnv [slachtoffer 33] .
Op het bankafschrift staat dat er om 15:28 uur bij het Marktplein 9 in Wormerveer is gepind. (Albert Heijn).

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 januari 2020, opgenomen op pagina 48 e.v. van voornoemd dossier van Politie Noord-Holland, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 10]

Op donderdag 2 januari 2020 omstreeks 10:45 uur bevond ik mij op het adres

[straatnaam] in Wormerveer. Ik was daar vanwege een gedane aangifte ter zake

horizontale fraude gepleegd tussen 22 oktober 2019 14:45 uur en 15:30 uur. Nadat ik

mij gelegitimeerd had en het doel van mijn bezoek had medegedeeld aan [slachtoffer 19] vertelde ik haar dat ik haar een foto wilde laten zien.

Ik vroeg haar of de persoon op de foto op 22 oktober 2019 bij haar aan de deur was

geweest en haar pinpas had verwisseld voor een ander. Nadat ik haar de foto toonde

hoorde ik aangeefster [slachtoffer 19] tegen mij zeggen: Ik herken de persoon op de foto als de persoon die op 22 oktober 2019 bij mij aan de deur was en mijn pinpas had weggenomen. Ik herken de persoon aan zijn haar en uiterlijk.

OPMERKING VERBALISANT:

De foto die ik aan aangeefster/benadeelde [slachtoffer 19] toonde was de foto van de aangehouden

verdachte:

Naam : [verdachte]

Geboren op : [geboortedatum] -2000

Geboren te : [geboorteplaats] .

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 18 november 2019, opgenomen op pagina 51 e.v. van voornoemd dossier van Politie Noord-Holland, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 23] .

Ik woon op de [straatnaam] in Wormerveer. Op maandag 18 november 2019 omstreeks 11:45 uur werd ik op mijn vaste telefoon gebeld.

Ik hoorde een man zeggen dat er een pakketje voor mij was. De man zei dat hij afgelopen vrijdag al bij mij aan de deur was geweest maar dat ik toen niet thuis was. Dit verbaasde mij omdat ik de hele vrijdag thuis ben geweest. Maar omdat ik een pakketje had besteld, had ik het vermoeden dat het om dit pakketje ging. Ik hoorde de man zeggen dat ik het pakketje kon ophalen bij een service punt maar dat hij het ook wilde aanbrengen. Dit zou mij dan wel 1,00 euro kosten die ik kon pinnen. Ik zei dat dit goed was.

De man kwam na ongeveer 5 minuten al bij mij aan de deur. Ik zag een jonge man met een jack aan in de kleuren rood/zwart. Dit leek voor mij een bezorger van de PTT post. Ik zag dat hij een witte envelop in zijn handen had. Ik zag dat hij een mobiel pinapparaat bij zich droeg. De man gaf mij dit mobiel pinapparaat in mijn handen en verzocht mij mijn bankpas op dit apparaat te leggen en mijn pincode in te voeren. Dit heb ik toen ook gedaan. Ik stond toen in de deuropening en de man stond voor mij. De man overhandigde mij toen de envelop. Ik hoorde de man toen zeggen dat de transactie van de 1,00 euro niet gelukt was. De man vroeg mij of ik het nogmaals wilde proberen. Ik moest mijn bankpas aan de man overhandigen. Ik zag dat de man toen mijn bankpas onder het mobiel pinapparaat legde. Ik hoorde de man toen zeggen dat het nu gelukt was. De man gaf mij toen "mijn" bankpas terug. Ik ben klant bij de ABN/AMRO bank. Toen de man weg was, heb ik de envelop geopend. Ik zag dat op de envelop de naam stond van mijn overleden echtgenoot. Namelijk [naam 7] . en mijn adresgegevens stonden hierop vermeld. In de envelop zat een cadeaukaart van Bol.com. Deze had ik niet besteld en ik snapte het niet.
Om ongeveer 13:00 uur wilde ik even checken of de 1,00 euro van mijn bankrekening was afgegaan. Ik logde in en zag dat er 500 euro van mijn spaarrekening was overgeheveld naar mijn lopende rekening. Deze 500 euro was er afgehaald. Ik schrok enorm en heb toen meteen de bank gebeld. Terwijl ik met de medewerker van de bank aan het praten was, zag ik dat er opnieuw 2x een bedrag van 150,00 euro van mijn bankrekening werd afgehaald. Totaal is er een bedrag van 800 euro van mijn bankrekening weggenomen.
Ik hoorde van de medewerker van de bank dat de 500 euro was gepind bij de ABN/AMRO op de Zaanweg. Dit was naast de winkel de Saenkanter. De 2 bedragen van 150,00 euro zijn in Almere gepind hoorde ik van de medewerker.
Ik zag later dat de bankpas die ik van de man had ontvangen, niet mijn eigen bankpas was. Dit is een bankpas met rekeningnummer: [rekeningnummer] met pasnummer [nummer] op naam van [slachtoffer 21] .

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 3 januari 2020, opgenomen op pagina 58 e.v. van voornoemd dossier van Politie Noord-Holland, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 10]

Op maandag 18 november 2019 werd aangifte gedaan door [slachtoffer 23] van fraude met

Betaalproducten (oplichting) waarbij haar bankpas en pincode op slinkse wijze werden verkregen. [slachtoffer 23] kreeg van de dader van de babbeltruc een bankpas terug op naam van [slachtoffer 21] .

Nadat [slachtoffer 23] contact had opgenomen met haar bank bleek dat er in totaal 800 euro van haar rekening was gepind.

Het bedrag van 800 euro werd op de volgende wijze gepind:

18 november 2019 bedrag van 500,-euro bij ABN AMRO Zaanweg in Wormerveer

18 november 2019 bedrag van 300,- euro bij [casino 3] in Almere.

Hier werd twee keer een bedrag van 150 euro gepind met de weggenomen bankpas.

Camerabeelden ABN AMRO.

Op de beelden van de ABN AMRO was te zien dat op 18 november 2109 om 11:46:17 uur een man gekleed in een zwarte spijkerbroek, zwarte jas, zwarte muts en zwarte schoenen in de richting van de pinautomaat liep.

Op de beelden was te zien dat de man nadat hij gepind had om 11:47:01 uur weer terug liep.

Camerabeelden [bedrijf]

Op de beelden was te zien dat op 18 november 2019 om 11:44:43 uur een donker gekleurde auto voorzien van blauwe kentekenplaat van rechts het beeld kwam in rijden.

Op de beelden was te zien dat het om een donkerkleurige Volkswagen gaat met blauwe kentekenplaat. Op de beelden was zien dat het kenteken [kenteken] was.

Op de beelden was te zien dat er om 11:45:32 uur een man uit de auto stapte. Op de beelden was te zien dat de man gekleed was in een donkere spijkerbroek, zwarte schoenen en een zwarte jas. De jas van de man was open.

Op de beelden was te zien dat de man in de richting van zijn achterbak liep en deze opende.

Uit latere beelden bleek dat de man een zwarte muts uit zijn achterbak had gehaald en deze op zijn hoofd had gezet.

Op de beelden was te zien dat de man om 11:45:59 uur rechts uit het beeld verdwijnt en in de richting van de pintautomaat loopt.

Uit onderzoek in het politiesysteem bleek dat het kenteken [kenteken] op de camerabeelden op naam staat van de volgende persoon:

Naam: [verdachte] Voornaam: [verdachte]

Geboortedatum: [geboortedatum] -2000 te [geboorteplaats]

Camerabeelden [casino 3]

Hier werd twee keer een bedrag van 150 euro gepind met de weggenomen bankpas van aangever/benadeelde [slachtoffer 23] .

Op de beelden was te zien dat de persoon die gepind had met de weggenomen bankpas op 18 november te 13:25:59 uur het casino [casino 3] in Almere binnenkomt.

Op de beelden was te zien dat de persoon gedurende de periode van 13:26:01 uur binnenkomst tot aan vertrek 13:37:44 uur in het casino was geweest.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 december 2019, opgenomen op pagina 70 van voornoemd dossier van Politie Noord-Holland, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 11] .

Op maandag 02 december 2019, kreeg ik een verzoek van collega [verbalisant 10] van

de District Recherche Zaandijk om camerabeelden te bekijken.

Op deze beelden zou een verdachte ter zake fraude met betaalproducten te zien zijn.

Ik zag op deze camerabeelden een jongen uit een donkere personenauto stappen. Ik zag dat deze jongen naar de achterzijde van de auto liep en de kofferbak open deed. Ik zag dat de jongen een muts uit de kofferbak pakte en deze op zijn hoofd deed. Hierna zag ik dat de jongen de klep van de achterbak dicht deed en vervolgens uit beeld liep.

Ik herkende deze jongen ambtshalve als zijnde:

Naam : [verdachte]

Geboren op : [geboortedatum] -2000

Geboren te : [geboorteplaats]

Op 3 september 2019, omstreeks 21.15 uur, heb ik [verdachte] staande gehouden op de Guishof

te Zaandam. Dit omdat hij opvallend rijgedrag vertoonde. Ik zag dat hij tot twee keer aan toe

mijn dienstvoertuig voorbij reed en mij daarbij afsneed. Tijdens de staande houding gaf hij aan dat hij taxichauffeur was.

Ik vroeg naar zijn rijbewijs en zijn taxi-pas en zag dat hij mij deze overhandigde.

Na controle in Integrale Bevraging (BVI-B) bleek alles in orde te zijn.

Procesdossier Harlingen

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 26 november 2019, opgenomen op pagina 32 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2020061226 d.d. 27 maart 2020, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 15] .

Op vrijdag 22 november 2019 kreeg in de ochtenduren een telefoontje of ik rond het middag uur thuis was. Ik woon op het adres [straatnaam] in Harlingen.
Er zou een pakje gebracht worden. Omstreeks het middaguur stond er inderdaad een man bij de voordeur. Ik kan deze man niet omschrijven.

Ik zag dat deze jongen een witte envelop in zijn hand had. Ik hoorde dat hij vroeg om eerst 1 euro te betalen anders mocht hij het pakje niet afgeven. Dit moest via pin betaling. Ik heb mijn bankpas gepakt. Ik gaf de pas aan deze jongen en ik zag dat hij de pas tegen de onderkant van het mobiele pinapparaat hield. Ik toetste mijn pincode in. Vervolgens zag ik dat ik mijn pinpas weer terug kreeg. Tenminste dat dacht ik.
Ik kreeg een witte envelop met daarop geschreven mijn naam en adres. Toen ik het pakje openmaakte zag ik dat er een cadeaukaart van de Mediamarkt in zat. Dit vond ik vreemd.
Ik heb dit de volgende dag zaterdag 23 november aan de kinderen verteld. Omdat wij het toch vreemd vonden pakte ik mijn pinpas erbij. Ik zag dat deze pinpas helemaal niet van mij is. Deze pinpas is ook van de ING op naam van [slachtoffer 37] .

Mijn eigen bankpas moet dus verwisseld zijn via de transactie aan de deur.
Ik heb zaterdag direct de ING-bank gebeld. Er blijkt een bedrag van 1000 euro van mijn bankrekening afgeschreven te zijn. Mijn bankrekening is nu geblokkeerd.
Ik zag op het rekeningafschrift van de bank dat er gepind is op 22-11-2019 om 12:17 uur in de Voorstraat in Harlingen.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 december 2019, opgenomen op pagina 48 e.v. van voornoemd dossier van Politie Noord-Nederland, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 12] .

Op dinsdag 26 november 2019 deed aangever [slachtoffer 15] aangifte van oplichting. Zij

verklaarde onder andere dat zij op 22 november 2019 werd gebeld op haar huistelefoon

[telefoonnummer] door een onbekend nummer.

Op donderdag 12 december 2019 maakte ik, verbalisant [verbalisant 12] , een vordering op de

verkeersgegevens van telefoonnummer [telefoonnummer] .

Op dinsdag 17 december 2019 kreeg ik, verbalisant [verbalisant 12] , reactie terug met de

volgende verkeersgegevens die naar het telefoonnummer gebeld hebben:

- [telefoonnummer] op 22-11-2019 11:45.

Op donderdag 19 december 2019 deed ik tevens onderzoek in de soortgelijke zaak onder bvh nummer 2019317510. Ik maakte daar ook een vordering op de verkeersgegevens, daar kwam hetzelfde telefoonnummer naar voren door wie de aangever gebeld was, namelijk + [telefoonnummer] .

Op donderdag 19 december 2019 kreeg ik mail van Drio medewerkster over alle babbeltrucs met hetzelfde MO in Noord Nederland. Ik zag dat deze zaak ook bij die reeks stond. Ik

zag dat er in de zaak PL0100-2019334215 twee personen waren aangehouden op 17 december. Namelijk [verdachte] van [geboortedatum] -2000 en [medeverdachte] van 14-05-2000.

Ik zag dat deze gebruik maakten van een VW Golf met kenteken [kenteken] .

Op donderdag 19 december 2019 maakte ik een vordering op voor de ANPR gegevens van het voertuig met kenteken [kenteken] van de pleegdatum/tijd van de oplichting, namelijk 22 november 2019 van 00:01 uur t/m 23:59 uur.

Ik kreeg de volgende gegevens terug:

Het voertuig met kenteken [kenteken] reed op 22-11-2019 om 11:44 uur op de A7 Kornwerderzand Rechts, (noot verbalisant: Friesland in)

Het voertuig met kenteken [kenteken] reed op 22-11-2019 om 12:54 uur op de A7

Kornwerderzand Links, (noot verbalisant: Friesland uit).

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 29 november 2019, met nummer PL0100-2019317510, opgenomen op pagina 76 e.v. van voornoemd dossier van Politie Noord-Nederland, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 16] .

Ik woon op het adres [straatnaam] in Harlingen.
Afgelopen vrijdag 22 november 2019 omstreeks 12:00 uur ben ik gebeld door een man.
Deze man vertelde aan mij dat er een pakketje voor mij klaar lag. Ik geloofde dit omdat ik ook een pakket verwacht. De man vertelde aan mij dat ik daarvoor wel 1 euro moest betalen per pin. Dit kon niet contant.
Toen de deur bel ging deed ik de deur open. Ik zag een jongeman staan. Ik kan mij niet herinneren, of ik zelf de pas in het apparaat heb gedaan of de jongeman. Omdat ik een euro moest betalen gebruikte ik mijn pincode. De jongeman hield het pinapparaat vast.
Daarna kreeg ik mijn pinpas weer terug. Ik kreeg een witte envelop in mijn handen. Ik zag later dat daar een kaart van de Hema in zat. Later zag ik dat mijn bankpas verwisseld was. Ik kreeg een pas op naam van mevrouw [slachtoffer 15] met het rekeningnummer [rekeningnummer] .
Ik heb toen met de ING bank gebeld. Deze had mijn bankpas al geblokkeerd.
Van mijn bankrekening [rekeningnummer] is een bedrag gepind bij de betaalautomaat in Harlingen, Voorstraat 60 van 1000 euro. Dit was om 12:42 uur.
Ik zie ook op het rekening afschrift dat er 3 bedragen van 300 euro zijn gepind bij FC-Alkmaar in Alkmaar. Dit was om ongeveer 13:50 uur.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 28 november 2019, opgenomen op pagina 112 e.v. van voornoemd dossier van Politie Noord-Nederland, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 17] .

Op 21 november 2019 omstreeks het middaguur ben ik opgelicht door een jongeman.
Ik pas op het huis van vrienden van mij. Dit betreft de familie [naam 8] , zij wonen aan de [straatnaam] in Harlingen. Deze vrienden zijn ook op leeftijd. Ik kreeg s' morgens via de huistelefoon een man aan de telefoon. Dit was een man met een oudere stem. Ik hoorde hem zeggen ‘is meneer [naam 8] ook aanwezig’. Ik antwoordde van nee ik zei ik verzorg hier de post. De man antwoordde, ik heb een envelop voor de familie [naam 8] , dan moet ik de envelop naar een verzamelpunt brengen. Ik antwoordde dat hoeft niet, ik kan het aannemen. Ik hoorde de man zeggen dat er wel een euro moest worden betaald maar dan wel via de pin. Het kon niet contant. Het zou via een fietskoerier bezorgd worden.
Omstreeks het middaguur ging de bel en ik opende de deur. Ik zag daar een man staan met een smal gezicht. Ik schat deze man tussen de 20 à 25 jaar oud. Deze man had een blanke huidskleur met blond haar. Hij had een glad zwart jack aan. Geen bril of baard Deze man had zijn fiets tussen de benen staan. Het was een herenfiets, verder weet ik geen kenmerken.
De man had een pinapparaat in de hand. De man vroeg om mijn pinpas. Ik weet niet meer waar hij de pinpas tegenaan hield. Ik heb mijn pincode in getoetst. Ik moest dus 1 euro betalen. Ik kreeg van de man een witte envelop in mijn handen en ik kreeg dacht ik mijn bankpas terug. Ik zag dat de man direct daarna weg fietste.
Op een gegeven moment wilde ik geld opnemen. Dit lukte echter niet. Toen bleek dat de bankpas, die ik gekregen had, mijn bankpas niet was. De bankpas die ik nu heb staat op naam van [slachtoffer 34] [rekeningnummer] .
Van de ABN-AMRO bank heb ik een rekening afschrift gekregen. Ik zag dat er bedragen van mijn bankrekening afgehaald waren.
- Bij de geldautomaat op de Voorstraat 17-19 in Harlingen op 21 november 2019 om 12:00 uur 500 euro.
- Bij de geldautomaat in Hoorn 21 november 2019 om 12:44 200 euro
- Bij de geldautomaat in Alkmaar 21 november 2019 om 13:17 5 keer een bedrag van 300 euro.
De dader(s) heeft/hebben dus met mijn betaalpas geld opgenomen zonder mijn toestemming.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal herkenning persoon door opsporingsambtenaar d.d. 30 januari 2020, opgenomen op pagina 123 van voornoemd dossier van Politie Noord-Nederland, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 1] .

Op donderdag 30 januari 2020 kreeg ik via e-mail een aandachtvestiging van Noord-Nederland, basisteam Noordwest Friesland. Daarin werd op basis van de volgende informatie en beeldmateriaal de herkenning van een persoon gevraagd.
Verstrekte informatie
Via de email kreeg ik het verzoek om te kijken naar een aantal foto's. Op de foto's stond een man die geld gepind had met een gestolen pinpas.
Verstrekt beeldmateriaal
De aandachtvestiging bevatte 3 foto's.
- foto 1 : aanlopend
- foto 2 : voor pinapparaat
- foto 3 : weglopend
Herkenning
Ik herken de persoon op foto 1 aan zijn postuur en kleding als [verdachte] .
Ik ken hem vanuit mijn werkzaamheden.
Ik was op 17 december 2019 betrokken bij de aanhouding van [verdachte] . Ik heb op 18 en 19 december 2019 [verdachte] gehoord als verdachte in soortgelijke zaken als waarvan hij nu wordt verdacht.
Ik herkende hem onmiddellijk toen ik de foto zag. Over zijn identiteit was mij door anderen geen informatie verstrekt.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 5 december 2019, met nummer PL0100-2019322728, opgenomen op pagina 136 e.v. van voornoemd dossier van Politie Noord-Nederland, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 18] , [straatnaam]

te Lemmer.

Op maandag 2 december 2019 omstreeks 12:00 uur werd ik gebeld door een manspersoon. Hij deelde mij mede dat hij van Post NL was en dat hij de vrijdag daarvoor bij mij aan de deur was geweest. Hij deelde me mede dat hij me niet thuis had getroffen.

Hij vroeg mij vervolgens of ik ook thuis was. Ik beaamde dat en zei tegen hem dat ik tot 13:15 uur thuis zou zijn en dat hij voor die tijd langs kon komen. Die persoon belde op onze vaste lijn.
Vervolgens kwam er op maandag 2 december 2019, omstreeks 12:45 uur, een persoon bij mij aan de deur. Hij droeg een jas van Post NL.

Vervolgens overhandigde die persoon mij een witte enveloppe, waarop de naam van mijn man en ons huisadres stond geschreven.
Die man zei mij vervolgens, dat ik bij ontvangst van dit pakje een euro moest pinnen. Die man gaf mij vervolgens zijn mobiele telefoon. Ondertussen pakte die man mijn bankpas van mij aan. Hoe dit precies ging weet ik niet meer. Ik heb vervolgens mijn pincode ingetypt op het cijfertoetsenbord van zijn telefoon. Daarna ging die man weer weg.
Ik ben in het bezit van een bankpas en rekeningnummer bij de Rabobank. Het rekeningnummer is een en/of rekening en staat op naam van mijn man [slachtoffer 35] en [slachtoffer 18] .

Naderhand heeft mijn schoondochter de enveloppe met de zogenaamde proefzending open

gemaakt. Er bleek toen een cadeaubon van Mediamarkt in te zitten.
Kort daarna zag ik dat ik een verkeerde pas in handen had en ik vermoed, dat ik deze terug heb gekregen van die man die eerder bij mij aan de deur was. Het betreft een Rabobankpas met het rekeningnummer [rekeningnummer] , pasnummer [nummer] , ten name van [slachtoffer 24] .

Ik ben daarna direct naar de Rabobank in Lemmer gegaan. Toen bleek dat er inmiddels een bedrag van euro 1200 van mijn rekeningnummer was afgeschreven. Ik hoorde dat er was gepind bij de Rabobank in Sneek om 12.46 uur en dat er beelden beschikbaar zijn van degene die gepind heeft.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal herkenning persoon door opsporingsambtenaar d.d. 30 januari 2020, met nummer PL0100-2019322728, opgenomen op pagina 143 van voornoemd dossier van Politie Noord-Nederland, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 1] .

Op donderdag 2 januari 2020 kreeg ik via briefing een aandachtvestiging van Basisteam Sneek. Daarin werd op basis van de volgende informatie en beeldmateriaal de herkenning van een persoon gevraagd.
Verstrekte informatie
Op 2 januari 2020 zag ik camerabeelden die gemaakt waren bij de Rabobank in Sneek op 2 december 2019. De man had geld gepind met een gestolen bankpas.
Verstrekt beeldmateriaal
De aandachtvestiging bevatte 2 foto's.
- foto 1
- foto 2
Herkenning
De persoon op foto 1 en op foto 2 - Ovale ogen, Licht getinte huidskleur - herken ik als [verdachte] .
Ik ken hem vanuit mijn werkzaamheden.
Ik was op 17 december 2019 betrokken bij de aanhouding van [verdachte] . Ik heb op 18 en 19 december 2019 [verdachte] gehoord als verdachte in soortgelijke zaken als waarvan hij nu wordt verdacht.
De laatste keer dat ik hem zag was op donderdag 19 december 2019. Het contact duurde toen ongeveer 1 uur.

Procesdossier Dokkum

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte met nummer PL0100-2019313472 d.d. 26 november 2019, met bijlagen, opgenomen op pagina 11 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2020051329 d.d. 4 maart 2020, inhoudend als verklaring van [naam 9] , namens [slachtoffer 19] , [straatnaam] te Dokkum.

Op maandag 25 november 2019 omstreeks 11:45 kwam ik bij mijn moeder op visite. Mijn moeder liet iets zien. Het bleek te gaan om een Hema cadeaukaart.
Ik hoorde mijn moeder zeggen dat ze bezoek had gehad. Ik hoorde haar zeggen dat het mogelijk iemand van TNT Post was. Dit moet na 10:00 uur zijn geweest.
Mijn moeder had bezoek gehad van een man die een kaart van de Hema kwam brengen. Mijn moeder had de man binnen gelaten. Mijn moeder moest iets met haar betaalpas doen maar hoe dat precies is gegaan weet mijn moeder niet meer. Zij moest nog wel iets met de pincode doen. Ik hoorde mijn moeder zeggen dat kort daarvoor iemand was geweest die aangebeld heeft in de hal zodat zij hem binnen moest laten.

Om 12:45 uur werd ik door de afdeling fraude van de ING gebeld. Het bleek dat er onregelmatigheden zichtbaar waren op de rekening van mijn moeder. Het rekeningnummer van mijn moeder is [rekeningnummer] .
Ik hoorde de medewerker van de ING zeggen dat er ongeveer 2500 euro aan betalingen zijn gedaan met een betaalpas van mijn moeder. Volgens mij zei de medewerker dat er verschillende transacties zichtbaar waren op de rekening. Ik hoorde de medewerker van de ING zeggen dat het uitgavenpatroon niet hoorde bij het uitgavenpatroon van mijn moeder. De medewerker van de bank vroeg of ik naar de betaalpas van mijn moeder wilde kijken. Toen ik de pas in handen had zag ik dat het niet de betaalpas van mijn moeder was. Het was namelijk een betaalpas van ene [slachtoffer 16] [rekeningnummer] .

Bij de aangifte is een afschrift van de betaalrekening van [slachtoffer 36] gevoegd waaruit blijkt dat er op 25 november 2019 omstreeks 11.18 uur driemaal 300 euro en eenmaal 100 euro is gepind.

Bij de aangifte is een overzicht van gepinde bedragen van 300 euro gevoegd waaruit blijkt dat er bij FC Hoorn te Hoorn NH vijfmaal 300 euro is gepind.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 19 december 2019, met nummer PL0100-2019317576, opgenomen op pagina 41 e.v. van voornoemd dossier van Politie Noord-Nederland, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 25] , [straatnaam] .

Op vrijdag 26 (29) november 2019 werd ik rond 11.30 uur gebeld op mijn telefoon door een jongeman die zei dat er een pakketje bij mij zou afgeleverd worden. Ik vond het heel raar dat ik op deze telefoon werd gebeld, want dit is de telefoon van mijn alarmsysteem en niet mijn vaste telefoon of mijn mobiele telefoon.
De jongeman die ik aan de telefoon had zei dat er om 12:00 of 13:00 uur iemand bij mij zou komen en dat ik 1,00 euro moest betalen met mijn bankpas.
Ik had toen ik deze jongeman aan de lijn had het gevoel dat er iets niet klopte. Ik wilde gewoon zien wat ze van plan waren dus ik liet de man komen.
Ik legde een euro op mijn rollator en een houdertje met mijn bankpas er in. Er kwam een jongeman bij mij aan de deur.
Ik hoorde de jongen zeggen dat hij een pakketje voor mij had. Ik zei tegen de jongen dat ik een euro voor hem had. Ik zag dat de jongen heel brutaal mijn bankpas pakte van mijn rollator en uit het houdertje haalde. Ik was gewoon nieuwsgierig wat hij ging doen. Ik zag dat hij in beide handen voorwerpen had waarbij in de ene hand een soort schermpje en in de andere hand een kleiner voorwerp, naar mijn idee ook een soort schermpje. Ik zag dat de jongen mijn bankpas tussen deze twee voorwerpen hield.
Ik pakte ondertussen het houdertje terug en ik vroeg de jongen mijn bankpas terug. Ik kreeg de bankpas terug van de jongen en deze stopte ik gelijk in mijn zak. Ik hoorde de jongen nog zeggen: "Dan mag ik u niks afgeven." Ik zei dat dat prima was en ik zag dat hij wegliep. Ik heb toen gelijk gebeld naar de bank en heb mijn bankpas gelijk laten blokkeren. Er is niks van mijn bankrekening afgeschreven doordat ik zo snel gebeld had naar de bank

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 1 december 2019, met nummer PL0100-2019319356, opgenomen op pagina 45 e.v. van voornoemd dossier van Politie Noord-Nederland, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 20] , [straatnaam] te Dokkum.

Op vrijdag 29 november 2019 ben ik gebeld over een pakketje dat ik moest ophalen.
In dit telefoongesprek werd mij verteld dat er al drie dagen een pakketje voor mij klaar lag. Dit konden ze wel even langs brengen. Ik verwachtte dus een pakketje deze dag.
Diezelfde dag en datum tussen 12:00 uur en 13:00 uur stond er iemand voor de intercom.
Toen ik de deur open deed stond er een voor mij onbekende man. Ik dacht dat dit de postbezorger was omdat hij een oranje uniform van een postbezorger aan had.

Ik liet deze 'postbezorger' binnen in mijn woning. Ik hoorde dat de 'postbezorger' tegen mij zei: ”Meneer [slachtoffer 20] , dat wij dit nu bij u bezorgen moeten, dat kost wel één euro. Dit moet u even pinnen”. Ik zag dat de 'postbezorger' een pinautomaatje bij zich had. Ik gaf de 'postbezorger' mijn pinpas. Ik zag dat de 'postbezorger' mijn pinpas in het pinautomaatje stak. Ik voerde hier mijn pincode in. Ik hoorde dat de 'postbezorger' zei dat het niet goed was gegaan. Ik heb toen nog een keer mijn pincode ingevuld. Ik vermoed dat de 'postbezorger' zag wat mijn pincode was. Hij stond namelijk vlak naast mij terwijl ik op mijn stoel zat. Ik heb dus in totaal twee keer mijn pincode ingevuld. Hierna gaf de 'postbezorger' mij de pinpas terug.
Hierna is de 'postbezorger' naar beneden gelopen om mijn pakketje op te halen. Ik vond het erg lang duren voor dat de 'postbezorger' terug was. Ik had toen al het vermoeden dat er iets niet goed was.
Ik heb mijn zoon gebeld en ik hoorde dat hij mij vertelde dat er al duizend (1000) euro van mijn rekening af was gehaald. Mijn zoon heeft toen de pinpas geblokkeerd.
De pinpas die ik van de 'postbezorger' terug kreeg, was niet mijn pinpas. Deze was van: Mw. [slachtoffer 19] .

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal herkenning persoon door opsporingsambtenaar d.d. 14 februari 2020, opgenomen op pagina 35 van voornoemd dossier van Politie Noord-Nederland, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 2] .

Op vrijdag 14 februari 2020 kreeg ik via e-mail een aandachtvestiging van [naam 10] , Crimeteam Noord Oost Fryslan, eenheid Noord-Nederland. Daarin werd op basis van de volgende informatie en beeldmateriaal de herkenning van een persoon gevraagd.

Verstrekte informatie

Ik ontving twee stills van een beveiligingscamera opname. De vraag was of ik deze

persoon herkende omdat in de regio Zuidwest Drenthe zaken zijn afgehandeld met een

modus operandi, die overeenkomt met de zaak in Noord Oost Fryslan.

Verstrekt beeldmateriaal

De aandachtvestiging bevatte 2 foto's.

- foto 1 : 2019319356 - 2019313472.jpg

- foto 2 : 201931936.jpg

Herkenning

De persoon op foto 1 en de persoon op foto 2 herken ik als:

Achternaam : [verdachte]

Voornamen : [verdachte]

Geboren : [geboortedatum] 2000

Grondslag herkenning

Ik ken hem vanuit mijn werkzaamheden als opsporingsambtenaar, in december 2019 ben ik

twee maal in verhoor geweest met verdachte [verdachte] en heb ik hem meerdere uren kunnen

observeren.

In verhoor heb ik meerdere uren met verdachte [verdachte] gesproken. Ik heb tevens in het

onderzoek in Zuidwest Drenthe diverse beelden uitgekeken waar verdachte [verdachte]

zichtbaar op was.

Ik herkende hem aan het totaalbeeld van zijn kenmerken.

- de gedragen pet komt overeen met beelden uit zaken Zuidwest Drenthe

- de jas op still 2 heeft gelijkenissen met de aangetroffen jas in de zaken Zuidwest Drenthe.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht de feiten 1, 2 en 3 in zaak A en de feiten 1, 2 en 3 in zaak B wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

Zaak A

1.

hij in de periode van 4 december 2019 tot en met 17 december 2019 te Hoogeveen en Sliedrecht en Venray,

met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] en [slachtoffer 27] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 12] en [slachtoffer 13] ,

heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het ter beschikking stellen van gegevens,

te weten telkens een pinpas en pincode, door

- zich valselijk voor te doen als medewerker van een postbedrijf en

- telefonisch contact te leggen met bovengenoemde personen en

- bovengenoemde personen mede te delen dat er een pakketje voor hem/haar klaar ligt en dat hij/zij dit op kan komen halen, dan wel dat het pakket tegen betaling bezorgd kan worden en

- met bovengenoemde personen een bezorgafspraak te maken en

- in herkenbare bedrijfskleding naar het adres van bovengenoemde personen te gaan en

- aan bovengenoemde personen een pakket aan te bieden en

- van bovengenoemde personen hun pinpas aan te nemen en

- bovengenoemde personen hun pincode in te laten toetsen op een (mobiel) pinapparaat, althans op een apparaat dat daarop lijkt,

waardoor verdachte de pinpas van bovengenoemde personen kon verwisselen met een andere pinpas en de pincode van bovengenoemde personen heeft verkregen.

2.

hij in de periode van 4 december 2019 tot en met 17 december 2019 in Nederland, meermalen, een geldbedrag, dat aan een ander dan aan verdachte toebehoorde,

te weten aan [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 4] of [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] en [slachtoffer 27] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 12] en [slachtoffer 13] ,

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte dat weg te nemen geldbedrag onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door telkens met een via oplichting verkregen pinpas en pincode contant geld op te nemen.

3.

hij op 17 december 2019 te Hoogeveen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 14] , te bewegen tot de afgifte van enig goed, te weten een pinpas en/of pincode, af te geven,

- zich valselijk heeft voorgedaan als medewerker van een postbedrijf en

- telefonisch contact heeft gelegd met bovengenoemde persoon en

- bovengenoemde persoon heeft medegedeeld dat er een pakketje voor haar klaar lag en dat het pakket tegen betaling bezorgd kon worden en

- met bovengenoemde persoon een bezorgafspraak heeft gemaakt en

- naar het adres van bovengenoemde persoon is gegaan,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Zaak B

1

hij in de periode van 1 oktober 2019 tot en met 2 december 2019 te Harlingen en Dokkum en Wormerveer, meermalen, en Lemmer, eenmaal,

met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 15] , [slachtoffer 16] , [slachtoffer 18] , [slachtoffer 19] , [slachtoffer 20] , [slachtoffer 21] , [slachtoffer 22] en [slachtoffer 23] ,

heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en het ter beschikking stellen van gegevens, te weten telkens een pinpas en pincode, door

- zich valselijk voor te doen als medewerker van een postbedrijf en

- telefonisch contact te leggen met bovengenoemde personen en

- bovengenoemde personen mede te delen dat er een pakketje voor hem/haar klaar ligt en dat hij/zij dit op kan komen halen, dan wel dat het pakket tegen betaling bezorgd kan worden en

- met bovengenoemde personen een bezorgafspraak te maken en

- in herkenbare bedrijfskleding naar het adres van bovengenoemde personen te gaan en

- aan bovengenoemde personen een pakket aan te bieden en

- van bovengenoemde personen hun pinpas aan te nemen en

- bovengenoemde personen hun pincode in te laten toetsen op een(mobiel) pinapparaat, althans op een apparaat dat daarop lijkt,

waardoor verdachte de pinpas van bovengenoemde personen kon verwisselen met een andere pinpas en de pincode van bovengenoemde personen heeft verkregen.

2.

hij in de periode van 1 oktober 2019 tot en met 2 december 2019 in Nederland, meermalen, een geldbedrag, dat aan een ander dan aan verdachte toebehoorde, te weten aan

[slachtoffer 15] , [slachtoffer 16] , [slachtoffer 17] , [slachtoffer 18] , [slachtoffer 19] , [slachtoffer 20] , [slachtoffer 21] , [slachtoffer 22] en [slachtoffer 23] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte dat weg te nemen geldbedrag onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door telkens met een via oplichting verkregen pinpas en pincode contant geld op te nemen;

3.

hij op 29 november 2019 te Dokkum, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 25] te bewegen tot de afgifte van enig goed, te weten een pincode af te geven,

- zich valselijk heeft voorgedaan als medewerker van een postbedrijf en

- telefonisch contact heeft gelegd met bovengenoemde persoon en

- bovengenoemde persoon heeft medegedeeld dat er een pakketje voor haar klaar lag en dat het pakket tegen betaling bezorgd kon worden en

- met bovengenoemde persoon een bezorgafspraak heeft gemaakt en

- ( in herkenbare bedrijfskleding) naar het adres van bovengenoemde persoon is gegaan en

- van bovengenoemde persoon de pinpas heeft gepakt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Zaak A

1. Oplichting, meermalen gepleegd.

2. Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

3. Poging tot oplichting.

Zaak B

1. Oplichting, meermalen gepleegd.

2. Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

3. Poging tot oplichting.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de in beide zaken ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot 4 jaren gevangenisstraf met aftrek van voorarrest. Het betreft een vijfentwintigtal oplichtingszaken en de daarmee gepaard gaande geldopnames. Verdachte heeft steeds opnieuw het wilsbesluit genomen om oudere mensen die beïnvloedbaar en goed van vertrouwen zijn, hun pinpas en pincode afhandig te maken om vervolgens geld op te kunnen nemen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor zover de rechtbank komt tot een bewezenverklaring, voor het toepassen van het jeugdstrafrecht en qua strafoplegging te volstaan met een straf gelijk aan het voorarrest. Verdachte wordt, bij zijn taxionderneming, op administratief gebied nog steeds door zijn familie ondersteund. Verdachte woont nog steeds thuis en wordt op alle fronten onderhouden door zijn familie. Hij staat dan ook nog niet op eigen benen en dat maakt het dat het jeugdstrafrecht dient te worden toegepast.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de opgemaakte rapportages van de reclassering, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte in 22 zaken personen heeft opgelicht.

Verdachte belde zijn slachtoffers op met de mededeling dat er een pakje voor hen klaar lag en dat dat pakje kon worden bezorgd tegen betaling van 1 euro. Dat bedrag moest wel gepind worden. Verdachte ging naar zijn slachtoffers toe en zorgde er voor dat hij het bankpasje in handen kreeg zodat hij het pasje kon verwisselen met een pasje van een vorig slachtoffer. De slachtoffers moesten de pincode intoetsen zodat verdachte ook over de pincode kon beschikken. Na het bemachtigen van het bankpasje en pincode werd er vrijwel direct geld opgenomen. In een aantal gevallen is er eerst van de spaarrekening geld overgeboekt naar de lopende rekening om opnames mogelijk te maken.

Er werd geld opgenomen tot het moment dat de bankpas werd geblokkeerd. Er werden hoge bedragen gepind vaak boven de € 2000,-.

Verdachte heeft verwerpelijk gehandeld en heeft misbruik gemaakt van oudere personen, vaak van (zeer) hoge leeftijd, die veelal uit goed vertrouwen hebben ingestemd met de handelwijze van verdachte. Verdachte ging geraffineerd te werk en moet goed nagedacht hebben over de wijze waarop hij zijn slachtoffers zou gaan oplichten.

De rechtbank rekent verdachte aan dat hij geen enkele verantwoordelijk neemt in hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard.

De rechtbank ziet, gelet op de persoon van verdachte, zoals blijkt uit de reclasseringsrapportage, geen aanleiding tot toepassing van het jeugdstrafrecht.

Naar het oordeel van de rechtbank past bij de bewezen verklaarde feiten geen andere straf dan gevangenisstraf van een aanzienlijke duur. Bij het bepalen van de hoogte daarvan weegt de rechtbank mee de jeugdige leeftijd van verdachte en dat geen sprake is van een eerdere veroordeling. Op zich is een forse gevangenisstraf op zijn plaats maar niet van een omvang als door de officier van justitie voorgesteld. Voorts acht de rechtbank een fors voorwaar-delijk deel op zijn plaats om verdachte ervan te weerhouden opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen.

De rechtbank zal aan verdachte een gevangenisstraf opleggen van 24 maanden waarvan een gedeelte van 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

Inbeslaggenomen goederen

De rechtbank acht de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten een personenauto, een geldbedrag dat zich in de auto van [verdachte] bevond ten bedrage van €4154,59 en een mobiele telefoon, vatbaar voor verbeurdverklaring nu verdachte deze voorwerpen geheel of ten dele ten eigen bate kan aanwenden en het geld door middel van de strafbare feiten is verkregen en de feiten met behulp van de auto en de telefoon zijn begaan.

Benadeelde partij

[slachtoffer 8] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 2100,-- ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de vordering toewijsbaar tot een bedrag van € 990,-- nu de bank € 1110,-- vergoed heeft, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen omdat verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken. Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, is de vordering toewijsbaar tot een bedrag van € 990,-- omdat de bank kort na de gebeurtenis een deel van het weggenomen geld heeft teruggestort.

Oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het in zaak A onder 2 bewezen verklaarde.

De rechtbank acht de vordering toewijsbaar tot een bedrag van € 990,-- omdat de bank

€ 1110,-- van het weggenomen bedrag van € 2100,-- heeft teruggestort zoals blijkt uit de bij de vordering gevoegde stukken. Het toe te wijzen bedrag wordt vermeerderd met wettelijke rente vanaf 5 december 2019.

Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedings-maatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36f, 45, 57, 311, 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het in zaak A onder 1, 2 en 3 en het in zaak B onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 10 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Ten aanzien van 18.930122-19, feit 2:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8] toe tot na te melden bedrag en veroor-deelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 990,-- (zegge: negenhonderdnegentig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 december 2019.

Verklaart de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8] voor het overige niet ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 8] te betalen een bedrag van € 990,-- (zegge: negenhonderdnegentig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 december 2019, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door gijzeling voor de duur van 19 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 8] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Verklaart de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten een personenauto, een geldbedrag dat zich in de auto van verdachte bevond ten bedrage van €4154,59 en een mobiele telefoon, verbeurd.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.I. Klaassens, voorzitter, mr. R. Depping en mr. T.P. Hoekstra, rechters, bijgestaan door D.C. Witvoet, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 augustus 2020.

Mr. Depping en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.