Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2020:2816

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
18-08-2020
Datum publicatie
18-08-2020
Zaaknummer
18/730018-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Op 11 december 2019 is in Leeuwarden een synthetisch drugslaboratorium aangetroffen. Uit de daar aanwezige voorwerpen en stoffen blijkt dat daar amfetamineolie werd bereid en vervaardigd. De loods is eigendom van verdachte. Een andere loods, gehuurd door verdachte, werd gebruikt als opslagplaats.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte als medepleger met anderen, waaronder één medeverdachte, heeft samengewerkt. Daarbij is met name redengevend: de chats waaruit blijkt van wetenschap bij verdachte van de aanwezigheid van het amfetaminelaboratorium in een loods die zijn eigendom is, gedetailleerde technische kennis van de gebruikte opstelling in het laboratorium en bemoeienis met het productieproces. Verdachte heeft geen aannemelijke verklaring kunnen geven voor deze chats en zijn contacten met de medeverdachte.

Voor het vervaardigen van amfetamine(olie) en het verrichten van voorbereidingshandelingen is verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden. Voor de strafmaat is onder meer aansluiting gezocht bij vergelijkbare uitspraken.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

Parketnummer 18/730018-20

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 18 augustus 2020 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats] ,

wonende [straatnaam] , [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 4 augustus 2020.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. K.E. Wielenga, advocaat te Leeuwarden. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R.G. de Graaf.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2019 tot en met 11 december 2019, te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een pand gelegen aan of bij de [straatnaam] , aldaar, opzettelijk heeft vervaardigd en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of aanwezig gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal (telkens) bevattende amfetamine, zijnde amfetamine (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

[medeverdachte] en/of een of meer ander(e) perso(o)n(en) in of omstreeks de periode van 1 juli 2019 tot en met 11 december 2019, te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een pand, gelegen aan of bij de [straatnaam] , aldaar, opzettelijk heeft/hebben vervaardigd en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of aanwezig gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal (telkens) bevattende amfetamine, zijnde amfetamine (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 1 juli 2019 tot en met 11 december 2019, te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of (een) middel(en) en/of (een) inlichting(en) heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die [medeverdachte] en/of die een of meer ander(e) perso(o)n(en) voornoemd

pand te verhuren, althans beschikbaar te stellen en/of een pand aan de [straatnaam] te verhuren althans beschikbaar te stellen en/of met die [medeverdachte] en/of een of meer ander(e) perso(o)n(en) (onderling) contact en/of overleg te houden en/of te voeren;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2019 tot en met 11 december 2019 te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk vervaardigen en/of bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren van ((een) hoeveelhe(i)den) van een materiaal (telkens) bevattende) amfetamine, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I,

voor te bereiden en/of te bevorderen,

toen in een pand, gelegen aan of bij de [straatnaam] , aldaar ,

A.(een) grote hoeveelhe(i)d(en) (vloei)stof(fen)/materia(a)l(en) (bevattende) amfetamine olie (in totaal ongeveer 80 liter amfetamineolie)

en/of

B. in (een) pand(en) gelegen aan of bij de [straatnaam] en/of de [straatnaam] , aldaar een of meer materia(a)l(en)/goed(eren), te

weten - onder meer-

- diverse jerrycans en/of

- een of meer ketel(s) en/of

- een distilleerder,

in elk geval voorwerpen en/of stoffen, voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) en/of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die/zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

[medeverdachte] en/of een of meer ander(e) perso(o)n(en) in of omstreeks de periode van 1 juli 2019 tot en met 11 december 2019, te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk vervaardigen en/of bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren van ((een) hoeveelhe(i)den) van een materiaal (telkens) bevattende) amfetamine, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden

en/of te bevorderen,

in een pand gelegen aan of bij de [straatnaam] , aldaar,

A. (een) grote hoeveelhe(i)d(en) (vloei)stof(fen)/materia(a)l(en) (bevattende) amfetamine olie (in totaal ongeveer 80 liter amfetamineolie)

en/of

B. in (een) pand(en) gelegen aan of bij de [straatnaam] en/of de [straatnaam] , aldaar een of meer materia(a)l(en)/goed(eren), te

weten - onder meer-

- diverse jerrycans en/of

- een ketel en/of

- een distilleerder,

in elk geval voorwerpen en/of stoffen, voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) en/of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die/zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en,

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 1 juli 2019 tot en met 11 december 2019, te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of (een) middel(en) en/of (een) inlichting(en) heeft verschaft en/of opzettelijke behulpzaam is geweest, door

- aan die [medeverdachte] en/of die een of meer ander(e) perso(o)n(en), pand [straatnaam] te verhuren en/of

- voor die [medeverdachte] en/of die een of meer ander(e) perso(o)n(en), pand [straatnaam] , op zijn, verdachtes naam, te huren en (vervolgens) [straatnaam] aan die [medeverdachte] en/of die een of meer ander(e) perso(o)n(en), voor gebruik beschikbaar te stellen en/of

- met die [medeverdachte] en/of een of meer ander(e) perso(o)n(en) (onderling) contact en/of overleg te houden en/of te voeren.

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd van de onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde feiten. Er is sprake van de voor medeplegen vereiste bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en anderen.

Medeverdachte [medeverdachte] heeft bekend dat hij in de ten laste gelegde periode zich schuldig heeft gemaakt aan het produceren van amfetamine in de loods aan de [straatnaam] te Leeuwarden. Het afval is bewaard in de door verdachte gehuurde loods aan de [straatnaam] te Leeuwarden. Er is immers geen reden te twijfelen aan de verklaring van getuige [getuige 1] .

Ook is een ketel, soortgelijk aan die in de loods aan de [straatnaam] , aangetroffen in een loods van verdachte aan de [straatnaam] te Leeuwarden.

Uit observaties op 12 en 27 november 2019 en 2 december 2019 en de peilbakengegevens van 6 december 2019 blijkt dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] niet enkel een verhuurder en huurder relatie hebben. Daarbij komt dat uit Telegramberichten (aangetroffen op de telefoon van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] ) blijkt van berichten (met ‘ [naam 1] ’ en ‘ [medeverdachte] ’) die gerelateerd zijn aan het produceren van amfetamine. De Telegramberichten tussen verdachte en ‘ [naam 3] ’ zien daarbij specifiek op de inrichting van een amfetaminelaboratorium zoals die is aangetroffen in de loods aan de [straatnaam] te Leeuwarden. Voorts blijkt dat medeverdachte [medeverdachte] in berichten meermalen benoemt dat hij compagnons heeft. Medeverdachte [medeverdachte] heeft eveneens berichten en foto’s gestuurd die zien op de woning van verdachte aan de [straatnaam] te Leeuwarden. De getuige [getuige 2] heeft daarbij verklaard dat medeverdachte [medeverdachte] vertelde dat die woning van een vriend was.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde, aangezien wettig en overtuigend bewijs ontbreekt. Verdachte heeft de feiten ontkend. Er is geen bewijs voor het plegen dan wel de voor medeplegen vereiste bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en anderen.

Allereerst ontbreekt bewijs dat verdachte wist van het amfetaminelaboratorium, dan wel dat hij enige uitvoeringshandeling heeft verricht. De verklaring van getuige [getuige 1] kan niet voor het bewijs worden gebezigd, aangezien zijn verklaringen niet betrouwbaar en consistent zijn. Daarbij komt dat zijn verklaring in strijd is met de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] .

Van de Telegramberichten blijkt dat deze deels zijn verwijderd, zodat de context van de berichten ontbreekt. Niet blijkt dat verdachte ‘ [naam 2] ’ is. De berichten over ‘huur’ zijn te ongespecificeerd, waardoor niet blijkt of dit in verband staat met het ten laste gelegde. De berichten met ‘ [naam 1] ’ zijn ongedateerd en daarom ook niet te betrekken op het ten laste gelegde. Daarbij komt dat van de berichten met ‘ [naam 3] ’ niet blijkt dat deze zien op het amfetaminelaboratorium aan de [straatnaam] te Leeuwarden. Ook is de inrichting daarvan niet zodanig specifiek of uniek dat daaruit enige relatie volgt.

Subsidiair heeft de raadsman gesteld dat wetenschap van verdachte enkel ziet op de in de loods aanwezige voorwerpen, maar niet op de amfetamine.

Ten aanzien van de subsidiair ten laste gelegde varianten van medeplichtigheid heeft de raadsman aangevoerd dat er geen bewijs is voor wetenschap van het strafbare feit.

Meer subsidiair heeft de raadsman onder verwijzing van ECLI:NL:RBNNE:2019:1563 bepleit dat enkel medeplichtigheid ten aanzien van feit 2 subsidiair kan volgen.

Het oordeel van de rechtbank 1

Op 11 december 2019 is bij de doorzoeking van een loods aan de [straatnaam] in Leeuwarden een productieplaats voor synthetische drugs aangetroffen.2

Uit onderzoek verricht door experts van de Landelijke Faciliteit Ontmantelen (LFO) blijkt onder meer dat in het voorste gedeelte van de loods (aangeduid als ruimte A) meerdere metalen bakken werden aangetroffen en een groot aantal jerrycans met amfetamine gerelateerd afval. De stalen bakken zijn herkend als bakken die worden gebruikt voor de omzetting van een precursor naar BMK en/of de industriële vervaardiging van amfetamine vanuit BMK middels de Leuckart synthese. Het achterste gedeelte van de loods (aangeduid als ruimte B) was in zijn geheel in gebruik als productieruimte voor de vervaardiging van amfetamine. De ruimte was ingericht met een reactieketel annex kookopstelling en een aparte stoomdestillatie-opstelling en diende verder als scheidingsruimte voor gedestilleerde amfetamineolie. Bij temperatuurmeting met een infraroodcamera bleek dat de temperatuur van verschillende vloeistoffen circa twee maal de omgevingstemperatuur bedroeg. Hieruit is afgeleid dat er de dag te voren (de rechtbank begrijpt: 10 december 2019) bewerking van amfetamine heeft plaatsgevonden.

In ruimte A en B zijn vrijwel uitsluitend goederen aangetroffen die direct te relateren zijn aan de illegale vervaardiging van amfetamine, waarbij specifiek de volgende goederen zijn genoemd:

  • -

    Twee jerrycans met in totaal circa 50 liter ruwe amfetamineolie;

  • -

    Koelkast met hierin een maatbeker en een kunststof fles met in totaal circa 3,5 liter gedestilleerde amfetamineolie;

  • -

    Jerrycan met circa 21 liter gedestilleerde amfetamineolie;

  • -

    Diverse soorten lege verpakkingen van verschillende precursoren.3

Uit de inventarislijst blijkt dat in ruimte A van de [straatnaam] , onder meer de volgende goederen in beslag zijn genomen:

A-13 (AAMG1820NL) – 2 kunststof dopvaten met nog circa 140 liter heldere vloeistof4, volgens het NFI bevattende formamide5

A-14 (AAMG1817NL) - jerrycan met circa 18 liter zure vloeistof6, volgens het NFI bevattende mierenzuur7

A-15 (AAMG1818NL) - 8 bruine vezelsterke zakken met daarin crème kleurig poeder8, circa 200 kg MAPA verbruikt, volgens het NFI bevattende MAPA9

A-17 (AAMG1815NL) - 6 emmers gevuld met in totaal circa 52 liter destillatieresidu10, volgens het NFI bevattende voornamelijk amfetamine gerelateerde syntheseverontreinigingen en een lage concentratie amfetamine11

A-19 (AAMG1816NL) - 4 jerrycans met in totaal circa 66 liter zwavelzuur12, volgens het NFI bevattende zwavelzuur13

A-20 (AAMG1813NL) - 19 jerrycans gevuld met in totaal 490 liter zuur afval14, volgens het NFI bevattende BMK op zwavelzuur15

A-21 (AAMG1814NL) - 17 jerrycans gevuld met in totaal 460 liter basisch afval16, volgens het NFI bevattende een lage concentratie amfetamine in een alkalische vloeistof17

A-25 (AAMG1866NL) - 6 flessen met vloeistof met de geur van BMK, totaal circa 4,8 liter18, volgens het NFI bevattende BMK19

A-27 (AAMG1811NL) - 29 jerrycans allen geheel gevuld met een heldere neutrale vloeistof20, volgens het NFI bevattende methanol21

A-31 (AAMG1812NL) - jerrycan met 20 liter heldere basische vloeistof geur amfetamine22, volgens het NFI bevattende amfetamine23

A-32 (AAMG1809NL) - glazen potje met 300 gram witte pasta, geur amfetamine24, volgens het NFI bevattende amfetamine25

In ruimte B zijn onder meer de volgende goederen in beslag genomen:

B-2 (AAMG1810NL) - fles met 600 ml heldere basische vloeistof, geur amfetamine26, volgens het NFI bevattende amfetamine27

B-7 (AAMG1807NL) - 8 jerrycans met in totaal 185 liter basische vloeistof28, volgens het NFI bevattende amfetamine op een alkalische waterige vloeistof29

B-8 (AAMG1808NL) - reactieketel met roermotor en roermechaniek en een metalen koelspiraal. Inhoudsmaat circa 660 liter. In de ketel een restant basische vloeistof30, volgens het NFI bevattende amfetamine op een alkalische waterige vloeistof31

B-9 (AAMG1805NL) - 2 jerrycans met 50 liter ruwe amfetamineolie32, volgens het NFI bevattende amfetamine33

B-10 (AAMG1806NL) - destillatieopstelling met een uitloop boven een kunststof maatbeker met een restant basische vloeistof met geur amfetamine34, volgens het NFI bevattende amfetamine en een waterige bovenlaag.35

Op 11 december 2019 vond ook een doorzoeking plaats in een loods gevestigd op perceel [straatnaam] in Leeuwarden. Bij het betreden van de loods roken de verbalisanten een licht chemische geur.36 In de loods zijn onder meer de volgende goederen in beslag genomen:

OB-1 (AAJD5077NL) - 24 jerrycans geheel gevuld met een basisch afval, totaal circa 600 liter37, volgens het NFI bevattende amfetamine en amfetamine gerelateerde syntheseverontreinigingen in een alkalische waterige vloeistof38

OB-2 (AAJD5078NL) - 20 jerrycans met een heldere zure vloeistof, totaal circa 600 liter39, volgens het NFI bevattende mierenzuur.40

Uit het NFI-rapport blijkt verder dat in relatie tot drugs formamide en mierenzuur worden gebruikt bij de vervaardiging van amfetamine uit BMK met de Leuckartmethode. MAPA (methyl 3-oxo-2-fenylbutonaat) wordt gebruikt voor het vervaardigen van BMK, een grondstof voor amfetamine of metamfetamine. Methanol kan als oplosmiddel worden gebruikt bij de vervaardiging en/of bewerking van diverse drugs.41

Deze conclusie komt overeen met de voorlopige interpretatie van het LFO dat de aangetroffen productiemiddelen en (afval)chemicaliën typische middelen en chemicaliën zijn welke aangetroffen worden op locaties waar op zeer grote schaal synthetische drugs en/of precursoren worden vervaardigd. Gelet op het aantreffen van in totaal circa 75 liter amfetamineolie in combinatie met het in werking aantreffen van de nog lopende afzuiging en de hogere temperaturen in sommige jerrycans was de loods aan de [straatnaam] in Leeuwarden geheel in gebruik voor de grootschalige vervaardiging van amfetamine. Het aantreffen van een kookketel van circa 670 liter inhoud en een destillatie opstelling van circa 200 liter in combinatie met circa 2.000 liter divers druggerelateerd afval, lege gasflessen propaan, de emballage met opschriften “zwavelzuur”, “F” en “formamide”, samen met zakken Caustic soda en lege verpakkingen (16 dozen en 8 zakken) met resten precursoren wijzen op het eerder ter plaatse op zeer grote schaal omzetten van APAA/MAPA in BMK en het op zeer grote schaal vervaardigen van amfetamine middels de Leuckart synthese vanuit BMK.42

De rechtbank leidt uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het ten laste gelegde het volgende af.

Verdachte heeft verklaard dat de loods aan de [straatnaam] in Leeuwarden zijn eigendom is en dat hij deze loods in de ten laste gelegde periode heeft verhuurd aan medeverdachte [medeverdachte] .43 Uit de verklaringen van getuige [getuige 1] volgt dat hij de loods aan de [straatnaam] in Leeuwarden vanaf juni/juli 2019 heeft verhuurd aan verdachte.44 Dit deel van de verklaring vindt ondersteuning in de verklaring van zijn zoon, getuige [getuige 3] .45 De rechtbank acht de verklaring van de getuige [getuige 1] op dit essentiële punt consistent en ziet derhalve, anders dan de verdediging, geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid daarvan. De rechtbank stelt verder vast dat verdachte ter terechtzitting de verklaring van getuige [getuige 1] dat medeverdachte [medeverdachte] erbij was toen verdachte bij hem kwam om de loods te huren en dat verdachte toen heeft gezegd dat medeverdachte [medeverdachte] de loods zou gaan gebruiken, heeft bevestigd. Medeverdachte [medeverdachte] heeft bekend dat hij zich in de ten laste gelegde periode schuldig heeft gemaakt aan het bereiden en vervaardigen van amfetamineolie in de door hem van verdachte gehuurde loods en daarvoor ook gebruik heeft gemaakt van de loods aan de [straatnaam] .46

Uit peilbakengegevens van zowel de door verdachte als de door medeverdachte [medeverdachte] bestuurde auto blijkt dat beide auto’s op 28 november 2019 en 2 december 2019 op hetzelfde tijdstip aanwezig waren op de locatie [straatnaam] in Leeuwarden.47 Ook blijkt dat op 6 december 2019 de auto van medeverdachte [medeverdachte] gedurende anderhalf uur heeft stil gestaan bij de woning van verdachte aan [straatnaam] in [woonplaats] , terwijl verdachte daar zelf ook aanwezig was.48

Uit observaties volgt dat ook op 12 november 201949 en op 2 december 201950 verdachte en medeverdachte [medeverdachte] gelijktijdig op de locatie aan de [straatnaam] aanwezig waren. Op 2 december 2019 om 15:28 uur gaan verdachte en medeverdachte [medeverdachte] samen het perceel binnen, waarna medeverdachte [medeverdachte] om 16:13 uur het pand verlaat. Op 27 november 2019 werd gezien dat verdachte omstreeks 17:06 uur nabij het draaihek bij de [straatnaam] in Leeuwarden contact had met medeverdachte [medeverdachte] .51

Uit onderzoek aan de bij medeverdachte [medeverdachte] inbeslaggenomen telefoon blijkt dat medeverdachte [medeverdachte] in verschillende chatgesprekken via de app Telegram spreekt over compagnons dan wel in meervoud.52 Zo bericht medeverdachte [medeverdachte] op 30 oktober 2019 aan [naam 5]: “Ik heb 2 compagnons (…)”53 en “Eigenlijk doen we alleen olie (…)”54 en op 5 december 2019: “ik moet met compagnons de prijs afrekenen excl mijn eigen deel”.55 Op 5 december 2019 bericht medeverdachte [medeverdachte] aan [naam 6]: “We zoeken er een nieuwe vaste aannemer voor olie bij.”56

Ook uit de overige inhoud van de door medeverdachte [medeverdachte] chatgesprekken blijkt dat hij samenwerkt met anderen. Zo bericht medeverdachte [medeverdachte] op 31 oktober 2019 aan [naam 5] “ze liggen bij een ander”57 en antwoordt hij op 9 december 2019 [naam 4] op diens vraag hoe snel hij eventueel 10 liter kan krijgen: “Volgens mij heeft kale alle liters op voorraad…morgen ga ik in elk geval weer verse maken”.58 Bovendien bericht [naam 4] aan medeverdachte [medeverdachte] in datzelfde gesprek dat hij een afspraak heeft voor eventuele verkoop en dat hij dat met [verdachte] heeft overlegd. Ook in de overige gesprekken met [naam 2] , [naam 5] en [naam 1] wordt gesproken over de productie van synthetische drugs.59

Uit onderzoek aan de bij verdachte inbeslaggenomen telefoon blijkt dat hij op verschillende momenten contact heeft gehad met medeverdachte [medeverdachte] via de app Telegram en dat daarbij woorden werden gebruikt die duiden op de productie van amfetamine (“vandaag stomen we”).60 Ook heeft verdachte via Telegram contact gehad met ene [naam 3] , in welk contact [naam 3] op 5 juli 2019 bericht over het productieproces van synthetische drugs (“heb nu de boel klaar staan om ff te smelten” en “loogen kan altijd opnieuw”)61 en op 13 augustus 2019 over de opstelling in het laboratorium (“constructie van gasbeton” en “ingepakt met isolatie”)62, welke overeenkomt met het aangetroffen laboratorium aan de [straatnaam] .63 In datzelfde chatgesprek op 13 augustus 2019 vraagt verdachte aan [naam 3] : “Oké hoeveel olie kwam er mee dan64 en bericht hij: “Oké kunnen er 3 onder dus”.65 Voorts is op de telefoon van verdachte een chatgesprek aangetroffen tussen hem en [naam 1] waarin [naam 1] bericht: “methanol oftewel meoh” en waarbij in een doorgestuurde chat tussen [naam 1] en een [naam 7] wordt gesproken over formamide en wordt gevraagd “hoeveel moet je hebben”.66 De rechtbank stelt vast dat dit contact [naam 1] met Telegram-ID [nummer], hetzelfde contact betreft aan wie medeverdachte [medeverdachte] tussen 1 en 22 november 2019 chats heeft doorgestuurd die eveneens gaan over de productie van synthetische drugs.67

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. De vraag of aan de vereisten voor de kwalificatie medeplegen is voldaan laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval. Daarbij kan van belang zijn in hoeverre de concrete omstandigheden van het geval door de rechter kunnen worden vastgesteld, in welk verband de procesopstelling van de verdachte een rol kan spelen (vgl. Hoge Raad 18 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:967, r.o. 2.3.1).

De rechtbank is van oordeel dat op basis van de bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat de tenlastegelegde feiten door meerdere personen, waaronder medeverdachte [medeverdachte] , tezamen en in vereniging zijn gepleegd.

De rechtbank is voorts van oordeel dat de hierboven genoemde feiten en omstandigheden ten aanzien van de betrokkenheid van verdachte bij het ten laste gelegde -waaronder met name de chats waaruit blijkt van wetenschap van de aanwezigheid van het amfetaminelaboratorium in een loods die zijn eigendom is, gedetailleerde technische kennis van de gebruikte opstelling in het laboratorium en bemoeienis met het productieproces- in onderlinge samenhang bezien, redengevend kunnen worden geacht voor het bewijs van de betrokkenheid van verdachte bij het aangetroffen amfetaminelaboratorium. Onder deze omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een situatie waarin het uitblijven van een aannemelijke, de hiervoor bedoelde redengevendheid, ontzenuwende verklaring van belang is voor de beantwoording van de vraag of het ten laste gelegde medeplegen kan worden bewezen (vgl. Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1315).

Verdachte heeft geen aannemelijke verklaring gegeven voor de inhoud van de aangetroffen chatgesprekken dan wel over de (aard van de) contacten met medeverdachte [medeverdachte] . Hij heeft ter terechtzitting verklaard geen idee te hebben hoe die berichten op zijn telefoon terecht zijn gekomen. De verklaring van verdachte ter terechtzitting dat hij tijdens zijn contacten met medeverdachte [medeverdachte] enkel sprak over de (mogelijke beëindiging van de) huur, acht de rechtbank alleen al wegens de duur en frequentie van die contacten ongeloofwaardig. Niet is gebleken dat er contra-indicaties met betrekking tot het medeplegen door verdachte bestaan.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en anderen waaronder medeverdachte [medeverdachte] in voldoende mate is komen vast te staan en dat wettig en overtuigend bewezen verklaard kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het produceren van amfetamine(olie) en de voorbereidingshandelingen daartoe.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht feit 1 primair en 2 primair wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 juli 2019 tot en met 11 december 2019, te Leeuwarden, tezamen en in vereniging met anderen, in een pand gelegen aan de [straatnaam] , aldaar, opzettelijk heeft vervaardigd en bereid en bewerkt en verwerkt en aanwezig gehad, hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

hij in de periode van 1 juli 2019 tot en met 11 december 2019 te Leeuwarden, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk vervaardigen en/of bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren van hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I,

voor te bereiden en/of te bevorderen,

in panden gelegen aan de [straatnaam] en de [straatnaam] , aldaar materialen/goederen, te weten - onder meer-

- diverse jerrycans en

- een ketel en

- een distilleerder,

voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en verdachtes mededaders wisten dat die bestemd waren tot het plegen van dat feiten;

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. primair. Eendaadse samenloop van medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, (meermalen gepleegd)

en

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, (meermalen gepleegd)

2 primair. Medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen door voorwerpen en stoffen voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van feit 1 primair en 2 primair wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring, betoogd rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, hij niet eerder is veroordeeld wegens een soortgelijk feit en het advies van de reclassering omtrent een op te leggen gevangenisstraf. Alles afwegen heeft de raadsman bepleit een maximale taakstraf op te leggen met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf conform het reeds ondergane voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden (vgl. ECLI:NL:RBROT:2019:5294 en ECLI:NL:RBOBR:2018:3041).

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, de reclasseringsadviezen van 3 en 30 april 2020, het uittreksel uit de justitiële documentatie van 13 juli 2020, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het vervaardigen van amfetamine(olie) en het verrichten van voorbereidingshandelingen daartoe. Daarnaast heeft verdachte een hoeveelheid van 80 liter amfetamine(olie) aanwezig gehad.

De productie van en handel in synthetische drugs moet krachtig worden bestreden wegens de schadelijkheid daarvan voor de volksgezondheid. Het betreft hier verslavende en bewustzijnsbeïnvloedende middelen ten aanzien waarvan de wetgever (onder meer) om die reden de productie en het bezit heeft verboden. Naast het gevaar voor de volksgezondheid schuilt in de productie van synthetische drugs ook direct gevaar voor schade aan het milieu, veroorzaakt door de vele illegale dumpingen van vrijkomende chemische afvalstoffen in natuurgebieden. Verder is de vervaardiging van amfetamine bezwarend voor de directe leefomgeving van de locatie van het laboratorium, onder andere vanwege de opslag en bewerking van gevaarlijke stoffen en het mogelijke explosiegevaar. Van de productie van synthetische drugs is bovendien algemeen bekend dat dit steeds meer gepaard gaat met andere, ook zwaardere vormen van criminaliteit.

De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij zich met de productie van synthetische drugs heeft ingelaten, kennelijk uit winstbejag, maar zonder acht te slaan op de risico’s en de schadelijke gevolgen van zijn handelen voor anderen en het milieu.

Uit het uittreksel justitiële documentatie volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor druggerelateerde feiten.

Uit de reclasseringsadviezen blijkt dat een goede beoordeling van de onderzochte leefgebieden wordt bemoeilijkt door de delictbeleving van verdachte. De reclassering kan niet goed beoordelen welke leefgebieden beschermend dan wel risicovol zijn en kan om dezelfde reden geen verband leggen tussen eventuele probleemgebieden en het tenlastegelegde.

Het behoeft geen nader betoog dat, gelet op het voorgaande, uit oogpunt van preventie en maatschappelijke veiligheid streng moet worden opgetreden tegen het op grote schaal vervaardigen van amfetamine en het verrichten van voorbereidingshandelingen daartoe.

De rechtbank is van oordeel dat een vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat de aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde door afdoening met een lichtere strafmodaliteit dan een gevangenisstraf miskend zouden worden. Anders dan de verdediging heeft bepleit is oplegging van een taakstraf geen passende strafmodaliteit.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf gekeken naar de straffen die in vergelijkbare gevallen worden opgelegd. Voor deelname aan een amfetaminelaboratorium worden in de regel langdurige gevangenisstraffen opgelegd. De straffen moeten immers voldoende afschrikkende werking hebben ten opzicht het lucratieve karakter van de productie van synthetische drugs.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden dient te worden opgelegd. De rechtbank ziet geen aanleiding om een deel daarvan voorwaardelijk op te leggen, gelet op de proceshouding van verdachte en hetgeen uit de reclasseringsadviezen naar voren is gekomen.

Inbeslaggenomen goederen

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft het volgende gevorderd:

- onttrekking aan het verkeer van de pepperspray;

- teruggave aan verdachte van de in beslag genomen geldbedragen van € 1.340,00, € 435,00 en € 4.000,00;

- teruggave aan de rechthebbende van de personenauto (Peugeot Expert, kenteken [kenteken] );

- bewaring ten behoeve van de rechthebbende van een heftruck (GENKINGER, kleur: geel).

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het aan verdachte toebehorende in beslag genomen voorwerp, te weten pepperspray, vatbaar voor onttrekking aan het verkeer nu dit voorwerp bij gelegenheid van het onderzoek naar de door hem begane feiten zijn aangetroffen terwijl het ongecontroleerde bezit daarvan door verdachte in strijd is met de wet.

De rechtbank is van oordeel dat de personenauto (Peugeot Expert, kenteken [kenteken] ) moet worden teruggegeven aan de rechthebbende. Voornoemde bestelauto behoort niet aan verdachte toe. Ook blijkt niet dat de eigenaar bekend was met de verkrijging door middel van het strafbare feit, of met het gebruik of de bestemming in verband daarmee, dan wel die verkrijging, dat gebruik of die bestemming redelijkerwijs had kunnen vermoeden.

De rechtbank is van oordeel dat het in beslag genomen voorwerpen, te weten een heftruck (GENKINGER, kleur: geel), moeten worden bewaard ten behoeve van de tot nu toe onbekend gebleven rechthebbende(n).

De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen geldbedragen (van € 1.340,00,

€ 435,00 en € 4.000,00) moeten worden teruggegeven aan verdachte nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36b, 36d, 47, 55 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen pepperspray.

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven geldbedragen van € 1.340,00, € 435,00 en € 4.000,00.

Gelast de teruggave aan de rechthebbende ( [benadeelde partij] , [straatnaam] , [vestigingsplaats] ) van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven personenauto (Peugeot Expert, kenteken [kenteken] ).

Gelast de bewaring van het in beslag genomen voorwerp ten behoeve van de rechthebbende van een heftruck (GENKINGER, kleur: geel).

Dit vonnis is gewezen door mr. R.B. Maring, voorzitter, mr. W.S. Sikkema en mr. M.B. de Wit, rechters, bijgestaan door mr. R.G. Bakker-Dees, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 augustus 2020.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van ambtsedige processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met nummer NN1R019115-GLUCK, opgemaakt door Districtsrecherche Fryslân, waarvan de ordners als volgt zijn onderverdeeld en genummerd. Algemeen dossier en persoonsdossier zijn doorgenummerd 1 tot en met 741. Methodieken dossier is doorgenummerd 1 tot en met 51. Beslag dossier is doorgenummerd 1 tot en met 227.

2 Algemeen dossier pagina 125.

3 Algemeen dossier pagina 135.

4 Beslag dossier pagina 218.

5 Algemeen dossier pagina 511.

6 Beslag dossier pagina 218.

7 Algemeen dossier pagina 511.

8 Beslag dossier pagina 219.

9 Algemeen dossier pagina 512.

10 Beslag dossier pagina 219.

11 Algemeen dossier pagina 512.

12 Beslag dossier pagina 219.

13 Algemeen dossier pagina 512.

14 Beslag dossier pagina 219.

15 Algemeen dossier pagina 512.

16 Beslag dossier pagina 219.

17 Algemeen dossier pagina 512.

18 Beslag dossier pagina 219.

19 Algemeen dossier pagina 512.

20 Beslag dossier pagina 219.

21 Algemeen dossier pagina 512.

22 Beslag dossier pagina 219.

23 Algemeen dossier pagina 512.

24 Beslag dossier pagina 219.

25 Algemeen dossier pagina 512.

26 Beslag dossier pagina 220.

27 Algemeen dossier pagina 512.

28 Beslag dossier pagina 220.

29 Algemeen dossier pagina 512.

30 Beslag dossier pagina 220.

31 Algemeen dossier pagina 513.

32 Beslag dossier pagina 220.

33 Algemeen dossier pagina 513.

34 Beslag dossier pagina 220.

35 Algemeen dossier pagina 513.

36 Algemeen dossier pagina 162.

37 Beslag dossier pagina 221.

38 Algemeen dossier pagina 513.

39 Beslag dossier pagina 221.

40 Algemeen dossier pagina 513.

41 Algemeen dossier pagina 514.

42 Algemeen dossier pagina 136.

43 Persoons dossier pagina 657.

44 Algemeen dossier pagina’s 166, 167, 174 en 175.

45 Algemeen dossier pagina 177.

46 Persoons dossier pagina’s 627, 628 en 629.

47 Algemeen dossier pagina 189.

48 Algemeen dossier pagina 190.

49 Algemeen dossier pagina’s 42 en 44.

50 Algemeen dossier pagina’s 77 en 79.

51 Algemeen dossier pagina 74.

52 Algemeen dossier pagina’s 192 en193.

53 Algemeen dossier pagina 203.

54 Algemeen dossier pagina 204.

55 Algemeen dossier pagina 218.

56 Algemeen dossier pagina 201.

57 Algemeen dossier pagina 207.

58 Algemeen dossier pagina 222.

59 Algemeen dossier pagina 193.

60 Algemeen dossier pagina 242.

61 Algemeen dossier pagina 243.

62 Algemeen dossier pagina’s 243 en 245.

63 Algemeen dossier pagina 241.

64 Algemeen dossier pagina 244.

65 Algemeen dossier pagina 245.

66 Algemeen dossier pagina’s 241 en 242.

67 Algemeen dossier pagina 193.