Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2020:2507

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
30-06-2020
Datum publicatie
20-07-2020
Zaaknummer
18/920199-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Forensisch bewijs. Vingerafdrukvergelijking betrouwbaar. DNA-spoor betreft daderspoor. (Woning)inbraken. Schakelbewijs. Betalen met geld en cocaïne. Opzetheling van fiets.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 18/920199-19

ter berechting gevoegd parketnummer 18/820280-19

ter terechtzitting gevoegd parketnummer 18/930004-20

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 30 juni 2020 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonadres] ,

thans gedetineerd te P.I. Almelo.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 16 juni 2020.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.B. Pieters, advocaat te Hoogeveen.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. L.J. van der Heide.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd

in de zaak met parketnummer 18/920199-19 dat:

1.

hij op of omstreeks 27 augustus 2019, te Assen, althans in de gemeente Assen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, op/vanaf het terrein van [benadeelde partij 1] aan [adres 1] heeft weggenomen een (aantal) sleutel(s) en/of een bankpas (op naam van [benadeelde partij 1] ) en/of uit een gebouw op het terrein van [benadeelde partij 1] aan [adres 1] heeft weggenomen een geldkluisje en/of een laptop en/of een aantal, althans een

telefoon(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] , althans aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot dat gebouw heeft verschaft en/of dat kluisje en/of die laptop en/of die telefoon(s) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of een valse sleutel;

2.

hij op of omstreeks 27 augustus 2019, te Assen, althans in de gemeente Assen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen weg te nemen uit een geldautomaat van de Rabobank en/of de ING weg te nemen een hoeveelheid geld, dat geheel of ten dele toebehoorde aan [benadeelde partij 1] , en dat weg te nemen geld onder zijn bereik te brengen door middel van een

valse sleutel, te weten een bankpas/creditpas op naam van [benadeelde partij 1] , genoemde pas meermalen, althans eenmaal, heeft ingebracht in een geldautomaat en/of de/een pincode heeft ingetoetst, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij in of omstreeks de periode van 3 juli 2019 tot en met 4 juli 2019, te Assen, althans in de gemeente Assen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een fiets, merk: Cube, type Aim Pro, kleur; zwart, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgende, dat

hij in of omstreeks de periode van 3 juli tot en met 27 augustus 2019, te Assen, althans in de gemeente Assen, een goed te weten een fiets, merk: Cube, type: Aim Pro, kleur: zwart, heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

4

(parketnummer 18/820280-19)

hij op of omstreeks 25 oktober 2019 te Onstwedde, althans in de gemeente Stadskanaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, - met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning en/of een (dierenarts-)praktijk aan [adres 2] heeft weggenomen een hoeveelheid medicijnen/diergeneesmiddelen en/of twee, althans een tas(sen) en/of een hoeveelheid geld en/of een portemonnee en/of een

rijbewijs en/of een creditcard en/of een laptop, en/of - vanaf het terrein van de woning aan [adres 2] een personenauto/ bedrijfs-auto, merk Volkswagen, type Caddy, met daarin een (grote) hoeveelheid goederen en instrumenten ten behoeve van de dierenartspraktijk, in elk geval (telkens) enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 3] , althans een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot die woning/praktijk heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of waarbij verdachte en/of zijn mederdader(s) die auto onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgende, dat

hij in of omstreeks de periode van 25 oktober 2019 tot en met 4 november 2019, te Onstwedde, gemeente Stadskanaal en/of te Groningen en/of te Assen, althans in de provincie Drenthe en/of Groningen, in elk geval in Nederland, een goed te weten een auto, merk: Volkswagen, type Caddy, kenteken [kenteken 1] heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed

wist, althans redelijkwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

5.

(parketnummer 18/820280-19)

hij op of omstreeks 17 oktober 2019, te Emmen in de gemeente Emmen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een pand aan [adres 3] heeft weggenomen een tas en/of en trui en/of een aantal sleutels en/of een portemonnee en/of een pinpas en/of een ID-kaart en/of een pasje en/of een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

6.

(parketnummer: 18/820280-19)

hij op of omstreeks 7 september 2019, te Bovensmilde, althans in de gemeente Midden-Drenthe, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan [adres 4] (199) heeft weggenomen een hoeveelheid geld en/of een televisie (Samsung) en/of een gouden ketting en/of een armband en/of twee, althans een, ipad oplader(s) en/of een laptop inclusief tas en/of een schooltas met inhoud en/of een Garmin Explorer 1000 fietscomputer en/of een powerbank, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 5] , althans aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot die woning heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

en in de zaak met parketnummer 18/930004-20 dat:

1.

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, of omstreeks 28 oktober 2019, te Assen, althans in de gemeente Assen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan [adres 5] heeft weggenomen een groot aantal goederen, waaronder een hoeveelheid electrisch gereedschap en/of een koffiezet-apparaat en/of twee, althans een, laptop(s) en/of een hoeveelheid geld en/of een kentekenbewijs en/of een tablet, merk:

Samsung en/of een aantal horloges en/of een hoeveelheid kleding en/of een verzameling munten en/of twee, althans een zonnebril(len) en/of een heoveelheid audio-apparatuur en/of een grote hoeveelheid parfum en/of eau de toilette en/of een aantal, althans een, telefoon(s) en/of een aantal sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 6] , althans aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot die woning heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

2.

hij in of omstreeks de periode van 17 oktober 2019 tot en met 18 oktober 2019, te Emmer-Compascuum, althans in de gemeente Emmen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een garage/schuur (na)bij een woning aan [adres 6] heeft weggenomen een groot aantal goederen, waaronder een compressor en/of twee, althans een heggeschaar/scharen en/of een bladblazer en/of een kettingzaag en/of een kruiwagen en/of twee, althans een kentekenpla(a)t(en) en/of een radio en/of een navigatie-apparaat, merk Tomtom en/of een hoeveelheid handgereedschap en/of een luidspreker, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 7] en/of [benadeelde partij 8] , althans aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot die garage/schuur heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

3.

hij in of omstreeks de periode van 27 oktober 2019 tot en met 28 oktober 2019 te Marwijksoord, althans in de gemeente Aa en Hunze, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan [adres 7] heeft weggenomen een bouwradio, merk Makita en/of een speaker, merk JBL en/of een bouwstofzuiger en/of een schuurmachine giraffe en/of een decoupeerzaag, merk: Festool en/of een accu en/of reciprozaag, merk Makita en/of een klopboor- schroefmachine en/of een slagschroevendraaier en/of een boorhamer en/of een fiets, Cube en/of een elektrische fiets, merk: Sparta en/of vijf, althans een aantal kranen en/of diverse beveiligings-artikelen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 9] , althans aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) waarbij verdachte zich de toegang tot die woning heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het in de zaak met parketnummer 18/920199-19 onder 3 primair ten laste gelegde.

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het in de zaak met parketnummer 18/920199-19 onder 1 (voor zover het eenvoudige diefstal betreft), 2, 3 subsidiair, 4 primair, 5 en 6 ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 18/930004-20 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken van al het ten laste gelegde, met uitzondering van het in de zaak met parketnummer 18/920199-19 onder 2 en 5 ten laste gelegde.

Ten aanzien van de hierna te noemen feiten heeft de raadsvrouw in het bijzonder het volgende aangevoerd.

in de zaak met parketnummer 18/920199-19

Feit 1:

Uit de verklaring van verdachte blijkt dat de deuren van het pand van de GGZ open stonden toen hij daar aankwam. Verdachte ontkent braakhandelingen te hebben verricht om het pand te betreden. De verklaring van verdachte wordt ondersteund door de camerabeelden, waaruit blijkt dat iemand anders dan verdachte in het pand rondliep. Pas uren later heeft verdachte het pand betreden. Ook ontkent verdachte dat hij goederen uit het pand heeft gestolen. Het is aannemelijk dat de persoon die eerst op de beelden is te zien in het pand heeft ingebroken en de opgegeven goederen heeft weggenomen.

Op basis van de dossierstukken kan enkel worden vastgesteld dat verdachte zich een pinpas heeft toegeëigend, nadat hij deze op straat heeft gevonden. Deze pinpas is door hem niet gestolen, maar verduisterd. Nu verdachte enkel wordt verweten de goederen te hebben gestolen, moet hij van dit feit worden vrijgesproken.

Feit 3:

De fiets die onder verdachte is aangetroffen, is niet door hem weggenomen. Verdachte moet daarom van de primair ten laste gelegde diefstal worden vrijgesproken. Ook van de subsidiair ten laste gelegde heling moet verdachte worden vrijgesproken. Verdachte heeft een redelijke prijs betaald voor de fiets. Daarnaast heeft hij onderzoek gedaan naar de herkomst van de fiets, voordat hij deze heeft aangeschaft. Uit dat onderzoek is niet gebleken dat de fiets als gestolen stond opgegeven.

Feit 4:

De enkele omstandigheid dat verdachte op 4 november 2019 in de Volkswagen Caddy reed en daarmee een ongeluk heeft gekregen, is niet voldoende om de primair ten laste gelegde inbraak te bewijzen. Uit de verklaring van verdachte blijkt dat hij dat voertuig van [medeverdachte 1] heeft geleend. De gestolen goederen die in Volkswagen Polo zijn aangetroffen kunnen niet aan verdachte worden toegerekend, omdat deze auto van [medeverdachte 1] is en hij de goederen onder zich had. Bij de gestolen goederen werd onder meer een pasje van [medeverdachte 1] aangetroffen, hetgeen betekent dat de auto daadwerkelijk door [medeverdachte 1] werd gebruikt. Zowel verdachte als [medeverdachte 1] hadden de beschikking over de Volkswagen Caddy en de Volkswagen Polo. Er kan niet worden vastgesteld wie op welk moment in de auto heeft gereden.

Daarnaast zijn er geen andere aanwijzingen voor de betrokkenheid van verdachte bij de inbraak, zoals het aantreffen van zijn sporen op het plaats delict.

Ook van de subsidiair ten laste gelegde heling moet verdachte worden vrijgesproken. Vastgesteld kan worden dat verdachte op 4 november 2019 de Volkswagen Caddy voorhanden had, omdat hij die dag in de auto reed. Gelet op de (verwarde) toestand waarin verdachte die dag verkeerde, kan echter niet worden gezegd dat hij zich bewust was van de werkelijkheid en moest vermoeden dat het voertuig gestolen was.

Feit 6:

De enige aanwijzing voor de betrokkenheid van verdachte bij deze woninginbraak is de aangetroffen vingerafdruk, die aan verdachte wordt gekoppeld. Op basis van de processtukken kan niet worden uitgesloten dat deze vingerafdruk van [medeverdachte 2] afkomstig is, nu [medeverdachte 2] onder hetzelfde biometrienummer en SKN-nummer als verdachte staat geregistreerd. Nu niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat de aangetroffen vingerafdruk van verdachte is, dient hij van dit feit te worden vrijgesproken.

in de zaak met parketnummer 18/930004-20:

Feiten 1, 2 en 3:

De gestolen goederen zijn aangetroffen in voertuigen die door meerdere mensen werden gebruikt. Ook de Citroën Berlingo die onder verdachtes naam stond geregistreerd, werd regelmatig door anderen gebruikt. Er zijn geen sporen aangetroffen, waaruit blijkt dat deze auto bij deze inbraken is gebruikt.

Het telefoonnummer dat in verband wordt gebracht met de incidenten kan niet aan verdachte worden gekoppeld. De enige aanwijzing dat dit telefoonnummer door verdachte werd gebruikt, is de constatering van de verbalisanten dat dit nummer in het adresboek van [medeverdachte 1] stond geregistreerd onder de naam [verdachte] . In hetzelfde adresboek stond ook [dochter verdachte] , dochter van [verdachte] en [dochter verdachte] is de dochter van verdachte. Deze enkele constatering is echter onvoldoende om vast te stellen dat het voornoemde telefoonnummer van verdachte is.

Ter terechtzitting heeft verdachte gesteld dat [medeverdachte 1] regelmatig contact had met [verdachte] Vis en dat het bedoelde telefoonnummer wellicht van [betrokkene] is.

Daarnaast kan de herkenning van verdachte door twee verbalisanten (feit 3) niet als bewijsmiddel dienen, nu het hier niet om een echte herkenning gaat. De ene verbalisant heeft aangegeven dat hij verdachte niet voor 100% heeft herkend. Door de andere verbalisant wordt enkel aangegeven dat zij bij het zien van de dader op de camerabeelden, het gevoel had dat deze persoon verdachte is. Een herkenning kan niet op een gevoel zijn gebaseerd.

Oordeel van de rechtbank

Opmerking vooraf:

De rechtbank zal bij het bespreken van de feiten - met uitzondering van één geval - dezelfde volgorde hanteren die is aangehouden op de dagvaardingen. Gelet op de door de rechtbank te gebruiken bewijsconstructie, zal feit 4 in de zaak met parketnummer 18/920199-19 samen met al het in de zaak met parketnummer 18/930004-20 ten laste gelegde worden besproken.

De rechtbank merkt hierbij reeds op dat verdachte zal worden vrijgesproken van het in de zaak met parketnummer 18/920199-19 onder 3 primair ten laste gelegde.

in de zaak met parketnummer 18/920199-19

Feit 1

Bewijsmiddelen

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die voor de bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte ter terechtzitting van 16 juni 2020 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:

Op 27 augustus 2019 was ik in het pand van [benadeelde partij 1] aanwezig.

Het klopt dat ik op de camerabeelden te zien ben. U houdt mij voor dat op de camerabeelden is te zien dat ik spullen in een plastic tas van de Albert Hein stop. Dat klopt. Ik heb dat gedaan.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 27 augustus 2019, opgenomen op pagina 88 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2019234301 d.d. 3 september 2019, inhoudend als verklaring van [aangever] namens [benadeelde partij 1] gevestigd aan [adres 1] :

In de nacht van maandag 26 augustus op dinsdag 27 augustus 2019 werd ingebroken in de personeelskamer van Flat 4. De personeelskamer is op maandag omstreeks 23.00 uur afgesloten. De volgende dag werd om ongeveer 07.20 uur ontdekt dat er was ingebroken.

Uit het sleutelkastje zijn diverse sleutels weggenomen. Ook zagen we dat uit de kast twee geldkistjes waren weggenomen. Er zijn ook nog twee afdelings-gsm’s weggenomen. Er zijn twee camera's, een op de buitendeur van de personeelskamer en een in de hal van de flat. Ik heb de beelden bekeken.

Later kwamen we er achter dat de verdachte (de rechtbank leest: de dader) ook een telefoon en een tablet van een patiënt uit de archiefkast heeft meegenomen.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 augustus 2019, opgenomen op pagina 162 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 29 augustus 2019 bekeek ik verbalisant de door de aangever van diefstal bij het [benadeelde partij 1] beschikbaar gestelde camerabeelden van de tweede diefstal op locatie Flat 4 van het [benadeelde partij 1] , gepleegd op 27 augustus 2019. De datum- en tijdstempel geeft aan het begin van de video aan 27-08-2019 05:46 uur. De videopname duurt circa 5 minuten.

05:48 uur: Er is een ruimte te zien met daarin een archiefkast en een tafeltje met een plant erop. De deur naast de archiefkast wordt geopend en een persoon komt de ruimte binnen. De persoon die de ruimte betreedt is gekleed in donkere kleding.

Verdachte [verdachte] verklaarde in het verhoor dat werd opgenomen dat hij deze persoon is.

05:49 uur: Verdachte [verdachte] opent de kastdeur. De verdachte had bij binnenkomst niets in zijn handen en hoeft geen bijzondere handelingen te verrichten om de kastdeur te openen. De kastdeur lijkt niet op slot te zijn.

05:50 uur: De verdachte stopt een voorwerp, qua formaat gelijkend op een laptop

of tablet, in een tas. Het is onduidelijk om wat voor voorwerp het precies gaat.

05:50 uur: Verdachte [verdachte] heeft een plastic tas van supermarkt Albert Heijn vast. Er is duidelijk te zien dat de tas gevuld is. De tas is bol van vorm en rekt enigszins uit door het gewicht van de voorwerpen die erin zitten.

05:51 uur: Verdachte [verdachte] verlaat de ruimte met de plastic tas. De deur van de

kast blijft op een kier staan.


Bewijsoverweging

Uit de processtukken blijkt dat op 27 februari 2019 uit een pand van [benadeelde partij 1] goederen zijn weggenomen. Gebleken is dat enkele uren voordat verdachte op de camerabeelden is te zien, een andere man door het pand loopt. Er zijn DNA-sporen van deze persoon aangetroffen bij een kast die is opengebroken. Op basis hiervan kan niet worden vastgesteld dat verdachte de dader is die de braakhandelingen heeft verricht in het pand. Verdachte wordt daarom vrijgesproken van het strafverzwarende bestanddeel dat ziet op de braak, verbreking en/of inklimming

Onder verdachte zijn een bankpas en sleutels van de GGZ aangetroffen, maar niet kan worden vastgesteld dat deze goederen door verdachte wederrechtelijk zijn toegeëigend. De verklaring van verdachte dat hij deze goederen op een fietspad bij de GGZ heeft aangetroffen kan niet worden uitgesloten, dit temeer nu vaststaat dat door een andere dader bij de GGZ is ingebroken en naar alle waarschijnlijkheid ook goederen zijn weggenomen. Goederen die hierna mogelijk op het fietspad zijn beland. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van de bestanddelen die betrekking hebben op het wegnemen van de sleutels en bankpas.

Verdachte erkent dat hij in het pand heeft rondgelopen, maar ontkent dat hij enig goed heeft weggenomen. Op basis van de camerabeelden stelt de rechtbank vast dat verdachte goederen uit een archiefkast heeft gehaald en in een plastic tas van de Albert Hein heeft gestopt. Uit de verklaring van de aangever is niet gebleken dat deze tas in het pand is teruggevonden. De verklaring van verdachte dat hij die tas in het pand heeft achtergelaten, acht de rechtbank daarom niet aannemelijk. Daarbij is de rechtbank van oordeel dat de verdachte op het moment dat hij de spullen in de Albert Hein tas stopte en met deze tas met spullen de ruimte verliet, als heer en meester over de spullen heeft beschikt en daarmee zich deze spullen wederrechtelijk heeft toegeëigend.

Gelet het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat vast staat dat verdachte enig goed heeft weggenonen.

Feit 2

Bewijsmiddelen

De rechtbank acht feit 2 wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.

Deze opgave luidt als volgt:

  1. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 juni 2020;

  2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 27 augustus 2019, opgenomen op pagina 88 e.v. van het eerdergenoemde dossier van Politie Noord-Nederland, inhoudend de verklaring van [aangever] namens [benadeelde partij 1] ;

  3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 september 2019, opgenomen op pagina 206 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant(en);

  4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 september 2019, opgenomen op pagina 211 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant(en).

Feit 3

Vrijspraak

Verdachte wordt van het onder 3 primair ten laste gelegde vrijgesproken. De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat de bedoelde fiets door verdachte is weggenomen.

Bewijsmiddelen

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die voor de bewezenverklaring van het onder 3 subsidiair ten laste gelegde redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte ter terechtzitting van 16 juni 2020 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:

Het klopt dat ik op 27 augustus 2019 een mountainbike bij me had. Ik heb deze fiets gekocht van iemand die drugs gebruikt. Ik heb er 100 euro en een hoeveelheid cocaïne voor betaald. Ik heb die fiets twee of drie maanden voor mijn aanhouding gekocht. Ik ben in augustus 2019 aangehouden.

2. een afschrift van aangifte, ingevuld door [benadeelde partij 10] , opgenomen op pagina 101 e.v. van het eerdergenoemd dossier van Politie Noord-Nederland, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als zijn verklaring:

Mijn zoon [benadeelde partij 2] is met een skiteam voor een training aan het kamperen bij Camping de Ommekeer te Assen. Hier is een diefstal gepleegd in de nacht van 3-7-19 op 4-7-19. Van [benadeelde partij 2] is een fiets gestolen, soort mountainbike, cube aim pro black/flashyellow 208, gekocht bij biketotaal te Apeldoorn op 19-6-2018 voor 518.95 euro.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 augustus 2019, opgenomen op pagina 112 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant(en):

De onderstaande, als gestolen opgegeven, fiets van het merk Cube is op 05 juli 2019

te 00:00 uur via de politie landelijk geregistreerd en gesignaleerd als gestolen bij

de RDW. De signalering werd op 28 augustus 2019 ingetrokken omdat het goed werd

aangetroffen tijdens de aanhouding van verdachte [verdachte] op 27 augustus 2019.

Voertuig(en) :

fiets (Atb), Cube Cube Aim

Pro BI, kleur zwart, Nederland, Framenummer

WOW71695ACLN, bouwjaar 2018, waarde EUR 518,95

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 augustus 2019, opgenomen op pagina 108 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant(en):

Op 28 augustus 2019 heb ik verbalisant op de verkoopsite Marktplaats.nl een zoekslag

gemaakt naar het merk en type ATB fiets welke verdachte [verdachte] bij zich had toen

hij werd aangehouden op 27 augustus 2019 ter zake heling. Ik zag dat er twee

dergelijke tweedehands fietsen te koop werden aangeboden. Een (l) exemplaar werd

aangeboden voor een bedrag van Euro 500,- en een (l) exemplaar werd aangeboden voor

een bedrag van Euro 350,-.

Bewijsoverweging

Uit de verklaring van verdachte volgt dat hij bedoelde fiets op straat heeft gekocht van een drugsgebruiker. Hij zou € 100,- en een hoeveelheid cocaïne voor de fiets hebben betaald. Op het moment dat verdachte de fiets heeft gekocht was de fiets een jaar oud. Uit onderzoek is gebleken dat een soortgelijke fiets op dat moment minstens € 350,- waard was. Gelet op de prijs die verdachte volgens zijn verklaring heeft betaald, waarbij verdachte deels met cocaïne heeft betaald aan een drugsgebruiker en de omstandigheden waaronder hij de fiets heeft gekocht, is de rechtbank van oordeel dat verdachte tijdens het verwerven van de fiets wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

De rechtbank hecht geen geloof aan de verklaring van verdachte dat hij vóór het kopen van de fiets onderzoek heeft gedaan naar de herkomst van de fiets en dat de fiets toen niet als gestolen was opgegeven. De rechtbank overweegt hierbij dat uit de verklaring van verdachte niet duidelijk blijkt wanneer hij de fiets heeft aangeschaft, terwijl daags na de diefstal de fiets al als gestolen stond gemeld in het systeem van de RDW. Dit is het systeem dat verdachte heeft verklaard te hebben geraadpleegd.

Feit 4

Dit feit wordt besproken samen met al het in de zaak met parketnummer 18/930004-20 ten laste gelegde.

Feit 5

Bewijsmiddelen

De rechtbank acht feit 5 wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.

Deze opgave luidt als volgt:

  1. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 juni 2020;

  2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 17 oktober 2019, opgenomen op pagina 64 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2019295456, inhoudend de verklaring van [benadeelde partij 4] .

Feit 6

Bewijsmiddelen

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die voor de bewezenverklaring van het onder 6 ten laste gelegde redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 18 september 2019, opgenomen op pagina 92 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [benadeelde partij 5] :

Ik woon aan [adres 4] te Bovensmilde. In de nacht van 6 september op 7 september 2019 waren mijn zoon en dochter alleen thuis. Omstreeks 02:00 uur is mijn dochter voor het laatst in de woonkamer geweest. Op 7 september 2019 omstreeks 08:30 uur werd mijn zoon wakker gemaakt door een vriend van mij die wel eens de zaken waarneemt. Hij had geconstateerd dat de portefeuille met onder andere het borggeld niet meer in de keukenla lag, hierin zat een bedrag van 1183 euro.

Mijn zoon en dochters zijn vervolgens naar beneden gegaan en hebben geconstateerd dat ook de televisie (Samsung) is weggenomen. Ook is er een potje met geld uit de eerder omschreven keukenla weggehaald, hierin zat een bedrag van ongeveer 350 euro. Er zijn een gouden ketting en armband uit de keukenla weggenomen. Er zijn twee iPad-opladers weggenomen. Er is een Acer laptop inclusief tas weggenomen. Ook is er een schooltas met inhoud weggenomen. Verder is mijn fietscomputer, een Germain Explorer 1000, plus powerbank weggenomen.

We hebben geconstateerd dat de glazen verplaatsbare wand, die de tuin met de tuinkamer scheidt, is opengebroken. Via deze tuinkamer kun je de serre inlopen waardoor je vervolgens toegang hebt tot onze woonkamer/keuken.

2. Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal forensisch onderzoek woning d.d. 13 september 2019, opgenomen op pagina 98 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van een agent van politie:

Op 12 september 2019 kwam ik, naar aanleiding van een gekwalificeerde diefstal in/uit een woning, voor een forensisch onderzoek aan op de locatie [adres 4] , te Bovensmilde.

Het pand betreft een vrijstaande woning. De woning is rondom bereikbaar. Aan de

achterzijde van de woning, is een serre gesitueerd. De serre is aan de achterzijde voorzien van meerdere ruiten. Ik zag dat de rechter ruit uit het kozijn geforceerd was. Ik zag dat de ruit naar binnen geopend stond. Door mij werd de geforceerde ruit op dactyloscopische sporen onderzocht. Bij dit onderzoek werden aan de binnenzijde, van de ruit, ter hoogte van het verbroken kozijn, meerdere dactyloscopische sporen zichtbaar gemaakt en veiliggesteld. De aangeefster verklaarde mij dat op de aanwezige videocamera, aan de achterzijde van de woning, zichtbaar was, dat de dader vermoedelijk geen bedekte handen had. Gelet op de plaats en de stand van de veiliggestelde dactyloscopische sporen, zijn deze vermoedelijk geplaatst door de dader.

Het volgende spoor werd in het belang van de bewijsvoering en/of nader onderzoek

veiliggesteld:

Dacty spoor

Spoornummer : PL0100-2019238551-56341

SIN : AANA6148NL

Spooromschrijving : Vingerafdruk

Plaats veiligstellen : Ruit serre links onder.

3. Een schriftelijk bescheid, te weten een rapport dactyloscopisch onderzoek d.d. 23 september 2019, opgenomen op pagina 102 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende:

Met de afbeelding van dactyloscopisch spoor bekend in Havank onder nummer

09170919000000200 is een vergelijkend onderzoek uitgevoerd in de verzameling

referentieafdrukken in Havank.

Bij de aanvraag werden de volgende gegevens vastgelegd:

Datum invoer: 17-09-2019

Kenmerk aanvrager: 22019238551

Kenmerk Havank: 09170919000000200

Kenmerk spoor: AANA6148NL

Resultaat dactyloscopisch onderzoek:

Dit onderzoek heeft geleid tot individualisatie van het spoor op een persoon

geregistreerd in Havank onder

Biometrienummer: 310000883912

Incidentnummer: 312000002965

[verdachte] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]

Datum vastlegging: 23-12-2004

Plaats vastlegging: Hardenberg

De individualisatie komt voort uit afzonderlijk en onafhankelijk onderzoek door twee

gecertificeerde dactyloscopisch deskundigen.

Uit het onderzoek blijkt dat zowel een zeer grote mate van overeenkomst is geconstateerd als de afwezigheid van onverklaarbare dactyloscopische verschillen tussen spoor 09170919000000200 en de afbeelding van de linker wijsvinger van incidentnummer 312000002965 geregistreerd in Havank onder biometrienummer 310000883912.

Deze bevindingen liggen geheel in de lijn der verwachting wanneer het spoor van de donor afkomstig is. De kans om deze mate van overeenkomst aan te treffen bij een willekeurig ander persoon is verwaarloosbaar klein.

4. Een schriftelijk bescheid, te weten een rapport dactyloscopisch onderzoek d.d. 23 september 2019, opgenomen op pagina 110 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende:

Met de afbeelding van dactyloscopisch spoor bekend in Havank onder nummer

09170919000000200 is een vergelijkend onderzoek uitgevoerd in de verzameling

referentieafdrukken in Havank.

Bij de aanvraag werden de volgende gegevens vastgelegd:

Datum invoer: 17-09-2019

Kenmerk aanvrager: 22019238551

Kenmerk Havank: 09170919000000200

Kenmerk spoor: AANA6148NL

Resultaat dactyloscopisch onderzoek:

Dit onderzoek heeft geleid tot individualisatie van het spoor op een persoon

geregistreerd in Havank onder

Biometrienummer: 310000883912

Incidentnummer: 315000511027

[verdachte] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]

Datum vastlegging: 23-04-2000

Plaats vastlegging: Hoogeveen

De individualisatie komt voort uit afzonderlijk en onafhankelijk onderzoek door twee

gecertificeerde dactyloscopisch deskundigen.

Uit het onderzoek blijkt dat zowel een zeer grote mate van overeenkomst is geconstateerd als de afwezigheid van onverklaarbare dactyloscopische verschillen tussen spoor 09170919000000200 en de afbeelding van de linker ringvinger van incidentnummer 315000511027 geregistreerd in Havank onder biometrienummer 310000883912.

Deze bevindingen liggen geheel in de lijn der verwachting wanneer het spoor van de donor afkomstig is. De kans om deze mate van overeenkomst aan te treffen bij een willekeurig ander persoon is verwaarloosbaar klein.

Bewijsoverweging

Op 7 september 2019 is ingebroken in een woning aan [adres 4] te Bovensmilde, waarbij de dader via de serre toegang heeft gekregen tot de woning. De serre was voorzien van meerdere ruiten. Door de politie is geconstateerd dat de rechter ruit uit het kozijn was geforceerd. Aan de binnenzijde van de ruit, ter hoogte van het verbroken kozijn, werden meerdere dactyloscopische sporen zichtbaar gemaakt en veiliggesteld onder het SIN AANA6148NL. Gelet op de plek waar de sporen zijn aangetroffen, concludeert de rechtbank dat het hier gaat om dadersporen.

De aangetroffen dactyloscopische sporen zijn vergeleken met referentieafdrukken in Havank, het geautomatiseerde vingerafdrukkenherkenningssysteem van de politie. Dit onderzoek heeft geleid tot individualisatie van een spoor op een persoon, geregistreerd in Havank onder verdachtes naam en geboortedatum, biometrienummer 310000883912, met incidentnummer 312000002965, vastgelegd op 23-12-2004. Het onder dit incidentnummer geregistreerde referentieafdruk betreft een afdruk van de linker wijsvinger van verdachte.

Ook heeft het onderzoek geleid tot individualisatie van een spoor dat geregistreerd staat onder verdachtes naam en geboortedatum, biometrienummer 310000883912, met incidentnummer 315000511027, vastgelegd op 02-04-2000. De referentieafdruk die onder dit incidentnummer staat geregistreerd betreft de linker ringvinger van verdachte.

De aangetroffen sporen bij de woninginbraak en de geregistreerde referentieafdrukken zijn telkens door twee dactyloscopische deskundigen vergeleken. De deskundigen hebben zowel een zeer grote mate van overeenkomst geconstateerd als de afwezigheid van onverklaarbare dactyloscopische verschillen.

De rechtbank stelt op grond van deze onderzoeken vast dat de aangetroffen dactyloscopische sporen afkomstig zijn van verdachte. De enkele omstandigheid dat - zoals door de verdediging is opgemerkt - onder hetzelfde biometrienummer de naam [medeverdachte 2] staat geregistreerd doet aan het bovenstaande niet af. Aan de referentieafdruk van [medeverdachte 2] is een ander incidentnummer toegekend dan de incidentnummers die aan de referentieafdrukken van verdachte zijn toegeschreven. Uit de rapporten blijkt dat de aangetroffen sporen op de plaats delict door de dactyloscopische deskundigen zijn vergeleken met de referentieafdrukken die horen bij incidentnummers die onder de naam van verdachte staan geregistreerd. Bij de referentieafdruk van [medeverdachte 2] hoort een ander incidentnummer.

Het verweer van de verdediging wordt derhalve verworpen. Naar het oordeel van de rechtbank staat vast dat de bij de woninginbraak aangetroffen dadersporen van verdachte afkomstig zijn. Het onder 6 ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen.

in de zaak met parketnummer 18/920199, feit 4

in de zaak met parketnummer 18/930004-20, feiten 1, 2 en 3

Bewijsmiddelen

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die voor de bewezenverklaring van het

in de zaak met parketnummer 18/920199 onder 4 en het in de zaak met parketnummer 18/930004-20, onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte ter terechtzitting van 16 juni 2020 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:

Op 4 november 2019 reed ik in een bestelauto Volkswagen Caddy.

Het klopt dat ik met die auto een verkeersongeval heb gehad. Deze bestelauto is niet van mij. Ik heb een eigen bestelauto, namelijk een Citroën Berlingo. Het klopt dat mijn bestelauto door de politie in beslag is genomen.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte en bijlage d.d. 29 oktober 2019, opgenomen op pagina 35 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2019295456 d.d. 7 november 2019, inhoudend als verklaring van [benadeelde partij 3] wonende aan [adres 2] te Onstwedde:

Mijn partner en ik zijn dierenarts in Onstwedde en hebben een praktijk achter onze

woning. De praktijk zit aan de woning vast en heeft een aparte ingang.

Vanmorgen 25 oktober 2019 omstreeks 01:30 uur is mijn partner naar bed

gegaan. Vanmorgen om 06:45 uur werden wij wakker van het blaffen van de honden.

Ik ben toen naar beneden gegaan en naar de praktijk gelopen. Ik zag bij binnenkomst dat er van alles op de grond lag en dat de kast waar wij de medicijnen voor de dieren houden geplunderd was. Ik zag dat de doosjes waar een hond op afgebeeld staat weg waren.

De tassen, een zwarte stoffen tas en een fluorescerende groen blauwe rugtas, waren weg.

Ik zag dat er een raampje openstond waar ik zeker van weet dat deze dicht was. Ik zag

dat bij de balie de kassalade open stond. Ik zag dat op een paar euro na al het geld weg

was. Onze dagomzet was 852,26 euro. Ons fooienpotje met inhoud is ook weggenomen.

Ik zag dat het kleine raampje openstond en dat de hendel was afgebroken. Ik zag dat aan de buitenkant een aantal moeten in het kozijn zaten. Ik vermoed dat men door dit raam is gekomen.

Men is ook in keuken geweest. In de middelste la stond een blik waarin ongeveer 1000

euro zat. Dit blik stond nu geopend op het aanrecht. Ook mis ik mijn portemonnee.

Hierin zat o.a. mijn rijbewijs en de creditcard.

Mijn auto Volkswagen Caddy is ook gestolen. In deze Caddy heb ik al mijn spullen zitten voor mijn werk als dierenarts. Achterin zit een kast met lades waarin de medicatie zit, een vijl en gebitsverzorging. De sleutel van deze Caddy lag achter de kassa bij de balie.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 oktober 2019, opgenomen op pagina 63 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant(en):

Op 29 oktober 2019 omstreeks 13:00 uur ben ik, verbalisant, naar aangever [benadeelde partij 3]

gegaan voor het tekenen van de aangifte. Zij gaf aan dat de laptop, merk Asus,

op het aanrecht had gelegen en deze daar was weggenomen.

4. Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van aangifte en bijlage d.d. 12 november 2019, opgenomen op pagina 26 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2019330590 d.d. 13 december 2019, inhoudend als verklaring van [benadeelde partij 6] :

Samen met mijn partner woon ik aan de [adres 5] in Assen.

Ik ben op 28 oktober 2019 om ongeveer 07:00 uur van huis richting mijn

werk vertrokken. Daarbij heb ik de woning afgesloten achter gelaten. Rond 22:20 uur die dag kwam ik thuis en zag dat het slot uit de deur was. Ik ging de woning binnen en zag dat het een grote ravage was. Daarop heb ik de politie gebeld. Samen met hen ben ik door mijn huis gelopen. U hebt mij gevraagd een inventarisatie te maken van alles wat is weg genomen. Deze heb ik gemaakt.

De volgende dag ben ik bij de buren langs geweest. Zij hebben een camera en daarop

heb ik het volgende gezien: Om ongeveer 18:30 uur parkeert er achteruit op onze oprit

een witte Citroën Berlingo of Peugeot Partner (modeljaar 2002). Kenmerkend aan deze

witte bestelauto is dat deze aan de bijrijderskant aan de zijkant (laaddeel) een raam

heeft en aan de bestuurderszijde niet.

Later hebben wij meer camerabeelden bekeken en hebben geconstateerd dat dezelfde

witte auto vanaf circa 7 uur 's ochtends tot 9.12 uur op onze oprit heeft gestaan.

Vervolgens is de auto richting [adres 8] gereden.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 december 2019, opgenomen op pagina 108 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant(en):

Ik verbalisant heb de camerabeelden uitgekeken die afkomstig zijn van het adres [adres 10] in Assen.

Op de beelden zie ik het volgende:

Om 07.02 uur: De witte bestelauto rijdt achteruit de oprit van [adres 5] op. Op de

beelden is te zien dat het een witte bestelauto is, gelijkend op het type Citroën

Berlingo. Bij dit proces-verbaal heb ik twee foto's gevoegd van het moment dat de

bestelauto achteruit de oprit op rijdt van [adres 5] . Hierop is te zien dat het

voertuig een witte bestelauto is met een zwarte strip over de gehele zijkant.

Om 09.12 uur: De witte bestelauto vertrekt van het adres [adres 5] en rijdt richting

de straat Steendijk in Assen. De beelden van het vertrekken van het voertuig heb ik,

verbalisant, niet gezien. Deze informatie heb ik gekregen van de bewoners van Amelte

16 die de beelden hebben uitgekeken.

Om 18.51 uur: Een witte bestelauto komt uit de richting van de straat Steendijk in

Assen rijden. Hij rijdt vervolgens achteruit de oprit in van [adres 5] in Assen. Ook

nu is de zwarte streep op de zijkant van bestelauto te zien.

Om 19.00 uur: De witte bestelauto vertrekt van het adres [adres 5] in Assen.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 november 2019, opgenomen op pagina 38 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant(en):

Op 4 november 2019 kwam bij de politie een melding binnen dat een persoon als bestuurder van een auto van het merk Volkswagen, type Caddy, voorzien van het kenteken [kenteken 1] betrokken was bij een aanrijding. Ter plaatse kon uit informatie verkregen bij de Rijksdienst Wegverkeer (RDW) blijken dat de bij de aanrijding betrokken Volkswagen Caddy sinds 25 oktober 2019 was gestolen en als zodanig stond gesignaleerd. De auto was weggenomen na een inbraak in een woning en bedrijfspand. Naar aanleiding hiervan werd [verdachte] die het voertuig ten tijde van de aanrijding had bestuurd, aangehouden.

Bij de verdachte [verdachte] werd om zijn middel een tas aangetroffen met daarin een hoeveelheid bankbiljetten.

Uit informatie verkregen bij de RDW kon blijken dat de verdachte [verdachte] sinds 19 augustus 2019 kentekenhouder is van een bedrijfsauto van het merk Citroën, type Berlingo 1.9D 600/5 voorzien van het kenteken [kenteken 2] . Wij, verbalisanten, troffen op 6 november 2019 in Groningen een bedrijfsauto van het merk Citroën, type Berlingo kleur wit en voorzien van het kenteken [kenteken 3] (de rechtbank begrijpt: [kenteken 2] ) aan. Kijkend door de ruiten van de laadruimte zagen wij een hoeveelheid kledingstukken en houten kledinghangers liggen. Via de ruit aan de bestuurderszijde zagen wij een pet, kleur blauw voorzien van de Australische vlag en witte sterren op de hoofdsteun van de bestuurdersstoel liggen. Ik, verbalisant Wiegmink, herkende deze pet als soortgelijk als de pet die de verdachte van de diefstal van een tas met inhoud uit het café Markant te Emmen had gepleegd op donderdag 17 oktober 2019.

Doorzoeking Citroën Berlingo

Tijdens de doorzoeking van het voertuig werd in de zijvak van het voorportier aan de

bestuurderszijde het volgende aangetroffen en in beslag genomen:

- een ING-betaalpas op naam van Sagrias BV [benadeelde partij 6] , rekeningnummer

[rekeningnummer]

- een schrijven van de ING aan [benadeelde partij 6] , [adres 9]

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 november 2019, opgenomen op pagina 88 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant(en):

Op 20 november 2019 werd door mij een nader onderzoek ingesteld met betrekking tot de inhoud van het inbeslaggenomen voertuig, merk Citroën, type Berlingo .

Achter in het voertuig lag een grote hoeveelheid goederen, waaronder kledingstukken.

Ik constateerde dat achter in het voertuig de volgende goederen lagen:

- een COOP boodschappentas, kleur oranje, met opgevouwen kledingstukken

- een JUMBO boodschappentas, kleur geel, met opgevouwen kledingstukken

- een heren winter jas, kleur blauw, merk Northface

- een hoeveelheid losse kledingstukken, houten hangers en riemen

- een doorzichtige plastic tas met diverse goederen

- een grote bruin lederen tas met diverse kledingstukken

- een gereedschapskist, plastic grijs met diverse gereedschappen

- een lege blauwe sporttas, merk Converse

De goederen werden door mij meegenomen omdat het vermoeden bestond dat deze afkomstig waren van de inbraak aan het [adres 5] te Assen en deze mogelijk door de aangever zouden kunnen worden herkend.

8. Een schriftelijk bescheid, te weten een beslaglijst van goederen die zijn teruggegeven aan de aangevers, opgenomen op pagina 357 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende:

Goed Berlingo

Inbraak

JUMBO boodschappentas, kleur geel, met kledingstukken

Assen

Heren winter jas, kleur blauw, merk Northface

Assen

Hoeveelheid losse kledingstukken, houten hangers en riemen

Assen

Doorzichtige plastic tas met diverse goederen

Assen

Grote bruin lederen tas met diverse kledingstukken

Assen

Gereedschapskist, plastic grijs met diverse gereedschappen

Emmer-

Compascuum

Lege blauwe sporttas, merk Converse

Assen

COOP boodschappentas, kleur oranje

Assen

9. Een schriftelijk bescheid, te weten een proces-verbaal van aangifte met bijlage d.d. 1 november 2019, opgenomen op pagina 270 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [benadeelde partij 7] mede namens [benadeelde partij 8] :

Ik woon met mijn gezin aan de [adres 6] in Emmer-Compascuum. Dit betreft een vrijstaande woning met aan de linkerzijde een oprit welke leidt tot de garage met dubbele deur en daarachter nog een schuur c.q. paardenstal.

Op donderdag 17 oktober 2019 omstreeks 22:00 uur, was ik in mijn garage en op dat

moment waren alle goederen nog op hun plaats. Alle deuren waren afgesloten.

Op vrijdag 18 oktober 2019 omstreeks 07:25 uur, ging mijn vrouw naar de garage om de

auto te pakken. Hierbij zag ze aan de achterdeur van de garage dat deze open stond. Ik heb poolshoogte genomen en zag dat het schuurslot was verbroken. Verder zag ik dat uit mijn dochter haar Seat Arosa, de autoradio en TomTom navigatiesysteem waren weggenomen. Verder zag ik dat de kentekenplaten van mijn Toyota Yaris waren

weggenomen. Verder zag ik dat mijn gereedschapskist uit de kast van de garage was

weggenomen nadat deze was leeggegooid. Verder zag ik in de schuur dat al mijn

tuingereedschappen welke in de goederenmodule benoemd stonden waren weggenomen. Ook was mijn kruiwagen weggenomen welke in deze schuur stond.

Bijlage goederen: compressor, 2 stuks heggenschaar, bladblazer, zaagmachine (ketting).

10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 november 2019, opgenomen op pagina 303 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant(en):

Vandaag 23 november 2019 kwam de heer [benadeelde partij 7] aan het bureau Emmen. Ik hoorde de heer [benadeelde partij 7] zeggen "ik herken de gereedschapskist aan de kleine onderdelen zoals gordijnspullen in het doorzichtige deksel van de kist. De goederen zijn tussen 17 en

18 oktober 2019 weggenomen uit mijn schuur.

11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 28 oktober 2019, opgenomen op pagina 308 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [benadeelde partij 9] wonende aan de [adres 7] te Marwijksoord:

Op 27 oktober 2019 te 18:00 uur heb ik de woning verlaten. De woning was

deugdelijk afgesloten. Op 28 oktober 2019 te 07:00 uur kwam ik bij de woning.

Ik zag dat er in de woning was ingebroken en dat er enig goed was weggenomen. Ik

zag namelijk dat de garagedeur, aan de linkerkant van de woning, gezien vanaf de

openbare weg open getrokken was. Het nachtschoot was nog uit. De stenen in de gevel, boven de garagedeur, waren stuk door de vergrendeling.

Ik zag dat er uit de keuken een wandenschuurmachine en een professionele stofzuiger

welke aan de schuurmachine bevestigd wordt waren weggenomen. Ik zag ook dat minstens 5 mengkranen van het merk Grohe uit de woonkamer aan de

achterzijde van het pand waren weggenomen Ik zag dat er 2 fietsen, l mountainbike en een elektrische fiets van het merk Sparta waren weggenomen.

12. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 november 2019, opgenomen op pagina 311 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant(en):

Op 6 november 2019 ontving ik, verbalisant, een e-mail van aangever [benadeelde partij 9] met een lijst goederen die bij de inbraak aan Marwijksoord l in Marwijksoord zijn weggenomen.

Het gaat om de volgende goederen:

Bouwradio makita

Box jbl

Bouwstofzuiger (stucadoor)

Schuurmachine giraffe (stucadoor)

Klinken zwart 5 stuks

Decopeerzaag festool ps300

Flex accu

Reciprozaag accu makita

Klopboorschroefmachine en slagschroevendraaier makita 2x setje

Boorhamer makita met afzuiging accu

Fiets mountainbike cube

Fiets sparta elektrische

Kranen 5 stuks factuur

Kastje slot. Factuur

Intercomdeur opener slot factuur

13. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 december 2019 met nummer 2019287376-49, opgenomen op pagina 106 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant(en):

In dit opsporingsonderzoek is het voertuig merk Citroën, type Berlingo, kenteken

[kenteken 2] , in beslag genomen.

Door mij werden op 4 december 2019 twee foto's gemaakt van de beide zijkanten van dit

voertuig. Reden hiervoor was het feit dat een soortgelijk voertuig bij de woninginbraak te Marwijksoord op beeldmateriaal was gezien. De foto's zullen worden gebruikt ter vergelijking met de camerabeelden.

14. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 december 2019, opgenomen op pagina 321 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant(en):

Door aangever [benadeelde partij 9] , [adres 7] te Marwijksoord, werden beelden beschikbaar gesteld van opnames rond de inbraak in deze woning in de nacht van 27 op 28 oktober 2019.

De beschikbaar gestelde opnames toonden beelden van zowel binnen als ook beelden van buiten het pand.

Deze laatste beelden werd nogmaals door mij bekeken. De beelden tonen een redelijk

lange oprit op het erf in de richting van de doorgaande weg voor genoemde woning. Op

het moment is het nog donker buiten. Vanuit het donker komt een auto in beeld. Dit

voertuig voert geen verlichting en rijdt in de richting van de doorgaande weg. Het

betreft een kleine bestelauto wit van kleur. Ik zie dat de zijkant van dit voertuig overeenkomt met de zijkant zoals de afbeelding in het proces-verbaal van bevindingen 2019287376-49. De overeenkomsten zitten in kleur, zwarte stootrubber aan onderzijde voertuig en extra raam naast het rechter portier.

15. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 december 2019, opgenomen op pagina 314 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant(en):

Op 12 november 2019 was ik werkzaam aan het bureau van politie te Assen. Ik zag dat op deze briefing een dia werd getoond met de titel "Inbraak Marwijksoord" en daarbij de tekst: herkenning gevraagd en er staan bewegende beelden op de standalone pc bij COP.

Op een gegeven moment zie ik beelden van een manspersoon in het pand. Ik zie een

slanke getinte man in beeld die heel veel moeite doet om zijn gezicht te bedekken en

die om zich heen kijkt en iets pakt. Ik zie op de beelden dat de man een smal gezicht heeft en doordat zijn capuchon een keer bijna af valt, een hoog kaal hoofd en een ringbaardje heeft. Ambtshalve ken ik [verdachte] . Ik ken [verdachte] al sinds ongeveer 1998/1999. In die tijd was ik werkzaam als jeugdagent in het gebied Zuid-West Drenthe. Ik heb [verdachte] de afgelopen jaren meerdere keren tijdens mijn werkzaamheden gezien. De laatste keer dat ik hem heb gezien en gesproken was op dinsdag 27 augustus 2019.

Ik vond op dat moment dat [verdachte] er vermagerd uit zag. Als ik hem op dat moment

vergelijk met de afbeelding van april 2019 die in de SKDB zit, dan zie ik dat zijn gezicht en met name zijn kin spitser lijkt.

Als ik dit vergelijk met de camerabeelden die door de aangever zijn aangeleverd, zie

ik grote gelijkenis tussen de man die op de camerabeelden staat en de manspersoon die

ik ken als [verdachte] . Ik zie dit met name aan zijn hoge voorhoofd, zijn

ringbaardje, zijn neus en zijn kin.

16. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 december 2019, opgenomen op pagina 315 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant(en):

Tussen 27 oktober 2019 18:00 uur en 28 oktober 2019 07:00 uur heeft er een

woninginbraak plaatsgevonden aan de Marwijksoord l in Marwijksoord.

Van de inbraak zijn door de aangever camerabeelden beschikbaar gesteld. Op deze

beelden is de dader te zien. Ik heb deze camerabeelden gezien en ik zie in de nacht

van 28 oktober 2019 een persoon die grote gelijkenissen vertoont met verdachte [verdachte] .

Hierop heb ik de ID-staat foto van BVI (27-4-2019) van [verdachte] bekeken en dat

bevestigt mijn gevoel alleen maar meer. Ik zie een slanke getinte man in beeld die

heel veel moeite doet om zijn gezicht te bedekken.

Op een gegeven moment zie ik op de beelden dat de man een smal gezicht heeft, een

kaal hoofd en een ringbaardje. Ambtshalve ken ik [verdachte] . Ik heb hem de

afgelopen 10 jaar met regelmaat op de briefing binnen de politie voorbij zien komen.

Op de beelden is direct na de diefstal een witte bestelauto te zien met een zwarte

streep over de zijkant. Dit voertuig rijdt eerst met gedoofde lampen weg en zet ze

daarna aan.

17. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 november 2019, opgenomen op pagina 98 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant(en):

In het onderzoek tegen de verdachte [medeverdachte 1] werd door de politiemedewerker de inhoud van de mobiele telefoon, welke eigendom was van [medeverdachte 1] , deels in mijn bijzijn bekeken.

Wij zagen in het adresboek van de telefoon de naam [verdachte] staan. Bij deze naam stond het nummer [telefoonnummer] vermeld.

Wij denken dat het hier gaat om het nummer van [verdachte] , omdat in het

adresboek ook stond vermeld " [dochter verdachte] dochter van [verdachte] ". De dochter van [verdachte] is [dochter verdachte] genaamd en zij was aanwezig bij de aanhouding van verdachte [medeverdachte 1] in deze zaak. Blijkbaar wordt dus [verdachte] ook met " [verdachte] " aangeduid.

Verder verklaarde [medeverdachte 1] dat hij de afgelopen dagen meerdere telefonische contacten

had gehad met [verdachte] . Uit de loggegevens van deze telefoon bleek dat op 3

november [2019] meerdere malen contact is geweest tussen het toestel van [medeverdachte 1] en het

nummer behorende bij [verdachte] .

Het sterke vermoeden bestaat dat [verdachte] gebruik maakt van een mobiele

telefoon voorzien van het nummer [telefoonnummer] .

18. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 14 november 2019, opgenomen op pagina 129 van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [medeverdachte 1] :

V: Hoe kom je in contact met [verdachte] ?

A: WhatsApp, of ik bel hem. Hij staat erin onder [verdachte] .

19. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 december 2019, opgenomen op pagina 101 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant(en):

Op 20 november 2019 werd door de officier van justitie de historische verkeersgegevens bij KPN BV gevorderd van het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer] .

De gegevens werden ontvangen en in het Digitaal Communicatie Systeem verwerkt.

Ik heb de locatiegegevens vergeleken met de tijdstippen van de vier (woning)inbraken:

Tijdens het analyseren werd door mij het volgende waargenomen:

nacht van 27 op 28 oktober 2019, tussen 22.00 en 07.25 uur. Verlengde Scholtenskanaal

53 te Emmer-Compascuum;

00.52

uur: het telefoonnummer [telefoonnummer] straalt de mast aan op de locatie Kijlweg 9 te Emmer-Compascuum

01.50

uur: het telefoonnummer [telefoonnummer] straalt de mast aan op de locatie Kijlweg 9 te Emmer-Compascuum

25 oktober 2019, tussen 01.30 en 07.59 uur, woninginbraak Onstwedde;

01.38

uur: het telefoonnummer [telefoonnummer] straalt de mast aan op de locatie

Tellingerweg 2 te Onstwedde

nacht van 27 op 28 oktober 2019, tussen 18.00 en 07.00 uur, woninginbraak

Marwijksoord;

28 oktober 2019

06.46

uur: het telefoonnummer [telefoonnummer] straalt de mast aan op de locatie De Pol 4a te Grolloo

06.48

uur: het telefoonnummer [telefoonnummer] straalt de mast aan op de locatie Veldweg 16 te Nooitgedacht.

06.50

uur: het telefoonnummer [telefoonnummer] straalt de mast aan op de locatie

Nijlanderstraat l te Rolde;

28 oktober 2019, tussen 07.00 en 22.10 uur Amelte 1 te Assen

07.22

uur: het telefoonnummer [telefoonnummer] straalt de mast aan op de locatie Anemoonstraat 47 te Assen.

08.06

uur: het telefoonnummer [telefoonnummer] straalt de mast aan op de locatie Burgemeester Bothenius Lohmanweg ( de rechtbank begrijpt: te Assen).

Resume

Aan de hand van bovenstaande gegevens kan worden gesteld dat het waarschijnlijk is

dat de telefoon met nummer [telefoonnummer] , welke in gebruik was bij de verdachte [verdachte] , ten tijde van bovengenoemde inbraken in de onmiddellijke omgeving van de locatie van die inbraken heeft verbleven.

20. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 december 2019, opgenomen op pagina 104 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant(en):

In het door mij opgemaakte proces-verbaal van bevindingen 2019287376-46 is

abusievelijk een onjuiste datum vermeld van de woninginbraak in Emmer-Compascuum.

De vermelding "nacht van 27 op 28 oktober 2019" moet zijn: "nacht van 17 op 18

oktober 2019".

Bewijsoverweging

Inleiding

In de periode van 17 oktober 2019 tot en met 28 oktober 2019 vonden er in Drenthe de hierna te noemen (woning)inbraken plaats. Naar het oordeel van de rechtbank hebben deze inbraken verband met elkaar. Het betreffen de volgende vier incidenten:

Een inbraak in de nacht van 17 op 18 oktober 2019 in een schuur te Emmer-Compascuum. Een inbraak in een dierenartspraktijk op 25 oktober 2019 te Onstwedde. Een woninginbraak in de nacht van 27 op 28 oktober 2019 te Marwijksoord en een woninginbraak op 28 oktober 2019 te Assen.

De rechtbank bespreekt eerst de feiten en omstandigheden bij de woninginbraak te Marwijksoord, omdat deze bepalend zijn voor de vaststelling van de feiten bij de overige inbraken.

Woninginbraak te Marwijksoord

Aangever [benadeelde partij 9] heeft verklaard dat hij op 27 oktober 2019 te 18.00 uur is vertrokken bij zijn afgesloten woning te Marwijksoord. Bij thuiskomst op 28 oktober 2019 te 7.00 uur zag hij dat was ingebroken in zijn woning. Hij kwam er later achter dat verschillende goederen waren weggenomen.

[benadeelde partij 9] heeft de opnames van de inbraak aan de politie beschikbaar gesteld. De video-opnames tonen beelden van zowel binnen als buiten de woning. Op de beelden is te zien dat op het moment dat het nog donker is buiten, een kleine, witte bestelauto vanuit het donker in beeld komt. De bestelauto voert geen verlichting en rijdt in de richting van de doorgaande weg. De verbalisanten hebben vastgesteld dat voornoemde bestelauto overeenkomsten heeft met de bestelauto van verdachte. Het voertuig van verdachte betrof een Citroën Berlingo. De overeenkomsten zaten in de kleur, de zwarte stootrubber aan de onderzijde van het voertuig en het extra raam naast het rechter portier.

Op de camerabeelden van binnen in de woning is de dader te zien. Door twee verbalisanten werd verdachte herkend als de dader.

Door de verdediging is de betrouwbaarheid van de herkenningen betwist. De rechtbank overweegt hierbij dat een van de verbalisanten, in zijn dagelijkse werkzaamheden als wijkagent, in het verleden al meerdere ontmoetingen heeft gehad met verdachte en dat de verbalisant verdachte aan enkele nader omschreven kenmerken heeft herkend. Dat deze verbalisant niet heeft vermeld dat hij verdachte voor 100% heeft herkend, doet hier niets aan af. Ook de herkenning door de andere verbalisant acht de rechtbank betrouwbaar, nu zij verdachte ambtshalve kent en in het verleden geregeld foto’s van verdachte heeft gezien gedurende een politiebriefing.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank de herkenning van de verdachte door de verbalisanten betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs.

Uit de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer] blijkt dat dit nummer op relevante tijdstippen masten aanstraalt in de onmiddellijke omgeving van de inbraak. Dit telefoonnummer is aangetroffen in het adressenboek van de mobiele telefoon van [medeverdachte 1] onder de naam ‘ [verdachte] ’. In hetzelfde adresboek staat ook de naam ‘ [dochter verdachte] dochter van [verdachte] ’. Verdachte heeft een dochter genaamd [dochter verdachte] . Tijdens zijn verhoor heeft [medeverdachte 1] verklaard dat verdachte in zijn telefoon staat opgeslagen onder de naam [verdachte] . Voorts heeft [medeverdachte 1] verklaard dat hij de weken voor zijn aanhouding, regelmatig contact heeft gehad met verdachte. Uit zijn telefoongegevens is gebleken dat hij toen veel contact heeft gehad met voornoemd telefoonnummer.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen over de overeenkomsten tussen de bestelauto van verdachte en het voertuig dat is gezien in de buurt van de woninginbraak, de herkenning van de verbalisanten van verdachte en de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer] , stelt de rechtbank vast dat voornoemd telefoonnummer door verdachte werd gebruikt en dat verdachte in de buurt was van de zendmasten die door zijn telefoon werden aangestraald. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte verantwoordelijk kan worden gehouden voor deze woninginbraak.

Inbraak te Emmer-Compascuum

In de nacht van 17 op 18 oktober 2019 is ingebroken in de schuur gelegen aan de Scholtenskanaal OZ te Emmer-Compascuum. Er is daarbij onder meer een gereedschapskist weggenomen. Deze gereedschapskist is in de bestelauto van verdachte, de Citroën Berlingo, aangetroffen. Uit de verkeersgegevens blijkt dat het telefoonnummer van verdachte ( [telefoonnummer] ) op tijdstippen die vallen binnen de pleegperiode zendmasten heeft aangestraald in de directe omgeving van de schuur.

Verdachte heeft op de terechtzitting verklaard dat de Citroën Berlingo weliswaar zijn auto is, maar dat hij in de periode van deze inbraken niet de beschikking had over deze auto omdat [medeverdachte 1] in deze auto reed. Gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor ten aanzien van de inbraak in Marwijksoord heeft overwogen, inhoudende dat de verdachte in de nacht van 27 op 28 oktober 2019 met zijn Citroën Berlingo bij deze inbraak was betrokken, acht de rechtbank deze verklaring van de verdachte niet geloofwaardig.

Daar komt nog bij dat de verdachte ter terechtzitting op 16 juni 2020 heeft bekend de diefstal die plaats vond op 17 oktober 2019 te hebben gepleegd, zoals tenlastegelegd onder feit 5 in de zaak met parketnummer 18/920199-19 en dat het klopt dat hij hierbij een pet met een Australische vlag droeg. Een soortgelijke pet is op 6 november 2019 in de Citroën Berlingo van verdachte aangetroffen. Nu vaststaat dat de verdachte op 17 oktober 2019 een pet droeg met een Australische vlag en een soortgelijke pet later in zijn auto is aangetroffen, acht de rechtbank ook hierom de verklaring van de verdachte dat hij ten tijde van de inbraak in de nacht van 17 op 18 oktober 2019 – die immers plaatsvond een aantal uren nadat de diefstal plaatsvond – niet meer de beschikking had over zijn auto, ongeloofwaardig.

Inbraak te Onstwedde

De inbraak in het pand van de dierenartspraktijk te Onstwedde heeft plaatsgevonden op 25 oktober 2019 tussen middernacht en zeven uur ’s ochtends. Bij deze inbraak is onder meer een Volkswagen Caddy weggenomen. Uit onderzoek is gebleken dat het telefoonnummer van verdachte rond 1.40 uur een zendmast heeft aangestraald in de onmiddellijke omgeving van de dierenartspraktijk. Op 4 november 2019 is de Volkswagen Caddy onder verdachte aangetroffen, nadat hij deze heeft bestuurd en betrokken was bij een eenzijdig verkeersongeval.

Woninginbraak te Assen

Op 28 oktober 2019 tussen 7.00 uur en 22.20 uur is ingebroken in de woning aan de [adres 5] te Assen. Aangever [benadeelde partij 6] heeft verklaard dat daarbij onder meer veel kledingstukken zijn weggenomen.

Op de beelden van de beveiligingscamera van de buurman van [benadeelde partij 6] is te zien dat omstreeks 7.00 uur een witte bestelauto achteruit de oprit van voornoemde woning op rijdt. Rond 9.00 uur vertrekt voornoemde bestelauto en deze keert om 18.50 uur terug. Het voertuig parkeert weer op de oprit van de woning aan de [adres 5] . Ongeveer tien minuten later vertrekt de bestelauto. Deze bestelauto vertoont overeenkomsten met de bestelbus van verdachte en de bestelbus die bij de inbraak in Marwijksoord is gesignaleerd. Beide voertuigen zijn wit, hebben een zwarte strip over de gehele zijkant en hebben aan de bijrijderskant aan het laaddeel een raam.

Tijdens de doorzoeking van de bestelbus van verdachte (Citroën Berlingo) zijn een ING betaalpas op naam van aangever [benadeelde partij 6] en schrijven van de ING aan [benadeelde partij 6] aangetroffen. Ook lagen daarin verschillende kledingstukken die uit de woning van [benadeelde partij 6] zijn weggenomen.

Uit het onderzoek van de telefonische verkeersgegevens is gebleken dat het telefoonnummer dat door verdachte werd gebruikt op 7.22 uur en 8.06 uur masten heeft aangestraald die in de onmiddellijke omgeving van de woning van [benadeelde partij 6] zijn gelegen.

Op grond van het vorenstaande - in onderling verband en samenhang bezien - in het bijzonder

- de telefoongegevens waaruit blijkt dat het telefoonnummer van verdachte masten heeft aangestraald ten tijde van de pleegperiodes van alle inbraken;

- de overeenkomsten tussen de bestelauto van verdachte en de bestelbus die in verband kan worden gebracht met twee van de inbraken (Marwijksoord en Assen);

- de gestolen goederen die in de bestelauto van verdachte zijn aangetroffen (Emmer-Compascuum en Assen) dan wel het gestolen goed (de Volkswagen Caddy) dat onder verdachte is aangetroffen (Onstwedde) en

- de herkenning van verdachte door twee verbalisanten (Marwijksoord),

concludeert de rechtbank dat verdachte als dader bij alle inbraken betrokken is geweest. Het in de zaak met parketnummer 18/920199-19 onder 4 primair ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 18/930004-20 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde zijn daarom wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht de feiten 1, 2, 3 subsidiair, 4 primair, 5 en 6 in de zaak met parketnummer 18/920199-19 en de feiten 1, 2 en 3 in de zaak met parketnummer 18/930004-20 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

in de zaak met parketnummer 18/920199-19

1.

hij op 27 augustus 2019 te Assen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, uit een gebouw op het terrein van [benadeelde partij 1] aan [adres 1] heeft weggenomen enig goed, toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte.

2.

hij op 27 augustus 2019 te Assen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen weg te nemen uit een geldautomaat van de Rabobank en de ING een hoeveelheid geld, dat toebehoorde aan [benadeelde partij 1] , en dat weg te nemen geld onder zijn bereik te brengen door middel van een valse sleutel, te weten een bankpas op naam van [benadeelde partij 1] , genoemde pas meermalen, heeft ingebracht in een geldautomaat en de pincode heeft ingetoetst, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3. subsidiair

hij in de periode van 3 juli tot en met 27 augustus 2019 te Assen, een goed te weten een fiets, merk: Cube, type: Aim Pro, kleur: zwart, heeft verworven, terwijl hij ten tijde van de verwerving van dit goed wist, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

4. primair

hij op 25 oktober 2019 te Onstwedde, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een dierenartspraktijk aan [adres 2] heeft weggenomen een hoeveelheid medicijnen/diergeneesmiddelen en twee tassen en een hoeveelheid geld en een portemonnee en een rijbewijs en een creditcard en een laptop en vanaf het terrein van de woning aan de [adres 2] een bedrijfsauto, merk Volkswagen, type Caddy, met daarin een grote hoeveelheid goederen en instrumenten ten behoeve van de dierenartspraktijk, toebehorende aan [benadeelde partij 3] , waarbij verdachte zich de toegang tot die praktijk heeft verschaft door middel van braak en inklimming en waarbij verdachte die auto onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

5.

hij op 17 oktober 2019 te Emmen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pand aan het [adres 11] heeft weggenomen een tas en een trui en een aantal sleutels en een portemonnee en een pinpas en een ID-kaart en een pasje en een hoeveelheid geld, toebehorende aan [benadeelde partij 4] ;

6.

hij op 7 september 2019 te Bovensmilde, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan [adres 4] heeft weggenomen een hoeveelheid geld en een televisie (Samsung) en een gouden ketting en een armband en twee Ipad opladers en een laptop inclusief tas en een schooltas met inhoud en een Garmin Explorer 1000 fietscomputer en een powerbank, toebehorende aan [benadeelde partij 5] , waarbij verdachte zich de toegang tot die woning heeft verschaft door middel van braak;

en in de zaak met parketnummer 18/930004-20 dat:

1.

hij op verschillende tijdstippen op 28 oktober 2019 te Assen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de [adres 5] heeft weggenomen een groot aantal goederen, waaronder een hoeveelheid elektrisch gereedschap en een koffiezetapparaat en twee laptops en een hoeveelheid geld en een kentekenbewijs en een tablet, merk: Samsung en een aantal horloges en een hoeveelheid kleding en een verzameling munten en zonnebrillen en een hoeveelheid audioapparatuur en een grote hoeveelheid parfum en eau de toilette en een aantal telefoons en aantal sieraden, toebehorende aan [benadeelde partij 6] , waarbij verdachte zich de toegang tot die woning heeft verschaft door middel van braak;

2.

hij in de periode van 17 oktober 2019 tot en met 18 oktober 2019 te Emmer-Compascuum, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een garage/schuur bij een woning aan het [adres 6] heeft weggenomen een groot aantal goederen, waaronder een compressor en twee heggenscharen en een bladblazer en een kettingzaag en een kruiwagen en kentekenplaten en een radio en een navigatie-apparaat, merk Tomtom en een luidspreker, toebehorende aan [benadeelde partij 7] en [benadeelde partij 8] , waarbij verdachte zich de toegang tot die garage/schuur heeft verschaft door middel van braak;

3.

hij in de periode van 27 oktober 2019 tot en met 28 oktober 2019 te Marwijksoord, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan [adres 7] heeft weggenomen een bouwradio, merk Makita en een speaker, merk JBL en een bouwstofzuiger en een schuurmachine giraffe en een decoupeerzaag, merk: Festool en een accu en reciprozaag, merk Makita en een klopboor- schroefmachine en een slagschroevendraaier en een boorhamer en een fiets, Cube en een elektrische fiets, merk: Sparta en vijf kranen en diverse beveiligings-artikelen, toebehorende aan anderen dan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot die woning heeft verschaft door middel van braak.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

in de zaak met parketnummer 18/920199-19

1. en 5 diefstal, meermalen gepleegd;

2 poging tot diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

3 subsidiair opzetheling;

4 primair diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming en valse sleutels;

6 diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

in de zaak met parketnummer 18/930004-20

1, 2 en 3 diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 24 maanden. Ook heeft zij de oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege gevorderd. Zij heeft daartoe gewezen op de impact en omvang van de feiten en aangevoerd dat voldaan is aan de in artikel 37a Wetboek van Strafrecht (Sr) gestelde voorwaarden en dat de oplegging van deze maatregel noodzakelijk is om de maatschappij te beschermen tegen verdachte, nu eerdere behandelpogingen niet tot het gewenste resultaat hebben geleid en sprake is van een hoog recidiverisico.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft gepleit voor oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de periode dat verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast kan een voorwaardelijke straf worden opgelegd met daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. De raadsvrouw heeft zich verzet tegen oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de psychische stoornis van verdachte geen verband houdt met het plegen van vermogensdelicten. Voorts heeft zij gewezen op de rapporten van de reclassering en de gedragsdeskundigen die geen oplegging van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege adviseren. De reclassering heeft aangegeven dat zij juist mogelijkheden ziet om verdachte via ambulante behandeling te helpen.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportages, te weten: een psychologisch rapport en neuropsychologisch rapport d.d. 29 mei 2020, beide rapporten opgemaakt door G.J.W. Pol; een psychiatrische rapportage d.d. 29 mei 2020, opgemaakt door C.J.F. Kemperman en het reclasseringsrapport van verslavingszorg Noord Nederland (VNN) d.d. 5 juni 2020, het uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 26 mei 2020, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een groot aantal vermogensdelicten, waaronder een bedrijfsinbraak, drie woninginbraken, een inbraak in een garage/schuur, twee diefstallen, een poging tot diefstal met een gestolen pinpas en opzetheling. Hierbij is een zeer grote hoeveelheid goederen weggenomen. De verdachte heeft er blijk van gegeven geen enkel respect te hebben voor de persoonlijke eigendommen van anderen en hun persoonlijke levenssfeer. Hij heeft zich kennelijk enkel laten leiden door financieel gewin, zonder stil te staan bij de impact en financiële schade die hij hiermee veroorzaakt bij de betrokkenen. Heling maakt daarbij het plegen van diefstallen en inbraken lucratief en zorgt voor een afzetmarkt voor gestolen voorwerpen. Onderhavige feiten brengen in de regel ook gevoelens van angst en onveiligheid teweeg in de maatschappij. De rechtbank rekent het de verdachte daarbij aan dat hij een groot deel van de feiten is blijven ontkennen en daarmee geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn daden.

De gedragsdeskundigen komen tot de conclusie dat er bij verdachte sprake is van een anti-sociale persoonlijkheidsstoornis, een stoornis in het gebruik van cannabis, alcohol, cocaïne en amfetamine en een ongespecificeerde psychotische stoornis. Zij stellen een verband vast tussen deze stoornissen en de feiten 1, 2 en 3 onder dagvaarding met parketnummer 18/920199-19. Door de bestaande stoornissen zijn de gedragskeuzemogelijkheden van verdachte gedeeltelijk beperkt. Het recidive risico wordt ingeschat als hoog. Geadviseerd wordt om voornoemde 3 feiten verdachte in (licht) verminderde mate toe te rekenen. Ten aanzien van de overige feiten kan geen analyse over de toerekenbaarheid worden gemaakt, nu verdachte deze feiten ontkent.

De deskundigen adviseren een (ambulante) behandeling gericht op middelengebruik, psycho-educatie, het aanleren van copingvaardigheden en het leren controleren van impulsen, en begeleiding met betrekking tot zaken als wonen, werken, financiën en het opbouwen van een netwerk. De deskundigen menen dat een klinische behandeling geen meerwaarde heeft gelet op het falen van meerdere klinische behandelingen in het verleden. Daarbij ontbreekt het de verdachte aan zelfreflecterend vermogen, is er sprake van een beperkt ziekte-inzicht en van een gebrekkige intrinsieke motivatie voor behandeling en begeleiding. Als er nogmaals wordt ingezet op behandeling, is een stevig juridisch kader nodig. Een voorwaardelijke terbeschikkingstelling lijkt gelet op de ernst van de feiten niet aan de orde. Een voorwaardelijke ISD-maatregel of bijzondere voorwaarden in het kader van een voorwaardelijke straf behoren tot de mogelijkheden.

De reclassering is vanuit de veelplegeraanpak al jarenlang bij verdachte betrokken en verdachte heeft bij de reclassering aangegeven gemotiveerd te zijn om mee te werken aan een traject gericht op stabilisatie van zijn leven, waarbij hij erkent hulp nodig te hebben. De reclassering kan zich vinden in de adviezen van de Pro Justitia rapportages. Ook de reclassering ziet geen meerwaarde in een nieuwe klinische behandeling en adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, waaronder ambulante behandeling met de mogelijkheid van een kortdurende klinische opname bij een psychiatrisch toestandsbeeld of terugval in middelengebruik, het meewerken aan controle op het gebruik van middelen, en meewerken aan verblijf in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang.

De rechtbank kan zich verenigen met voormelde adviezen en neemt deze ook over. De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat de bewezen verklaarde feiten 1, 2 en 3 onder dagvaarding met parketnummer 18/920199-19 aan verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend. De rechtbank zal daar in de strafoplegging rekening mee houden.

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte vaker onherroepelijk is veroordeeld voor meerdere soortgelijke strafbare feiten.

Gelet op de hoeveelheid feiten en de ernst en de omvang hiervan, acht de rechtbank een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Uit voormelde rapporten komt tevens naar voren dat de verdachte gebaat is bij verdere behandeling en begeleiding om herhaling van soortgelijke strafbare feiten te voorkomen. De rechtbank zal daarom een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen en hieraan een proeftijd van drie jaren en de bijzondere voorwaarden verbinden zoals door de reclassering geadviseerd. Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank een TBS-maatregel met verpleging van overheidswege op dit moment en voor deze vermogensfeiten niet passend, waarbij de rechtbank meeneemt dat geen van de deskundigen deze maatregel met verpleging van overheidswege heeft geadviseerd.

Inbeslaggenomen goederen

De rechtbank acht de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten

- een geldbedrag ad € 5.675,-

- een geldbedrag ad € 8,06

- de muntverzameling Juliana Regina Antilliaanse gulden

- de verzameling Hong Kong dollars 30.00 STK,

vatbaar voor verbeurdverklaring nu het gaat om voorwerpen die verdachte ten eigen bate kan aanwenden en voldoende aannemelijk is geworden dat het om delictgerelateerd(e) geld en voorwerpen betreft.

Benadeelde partijen

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:

in de zaak met parketnummer 18/920199-19, feit 3


1. [benadeelde partij 10] , tot een bedrag van € 497,- ter zake van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;

in de zaak met parketnummer 18/930004-20

feit 1
2. [benadeelde partij 6] , een totaalbedrag van € 30.826,-, bestaande uit € 28.326,- ter vergoeding van materiële schade en € 2.500,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;

feit 3
3. [benadeelde partij 9] , een totaalbedrag van € 5.000,- bestaande uit € 4.000,- ter vergoeding van materiële schade en € 1.000,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat [benadeelde partij 2] niet ontvankelijk moet worden verklaard, nu uit het dossier blijkt dat de gestolen fiets aan hem is geretourneerd.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vorderingen van [benadeelde partij 6] en [benadeelde partij 9] worden toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft, nu zij voor vrijspraak voor voornoemde feiten heeft gepleit, betoogd dat de benadeelde partijen in de vordering niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Voorts dient [benadeelde partij 2] niet ontvankelijk te worden verklaard, omdat vaststaat dat de weggenomen fiets aan de eigenaar is teruggeven.

Daarnaast heeft zij betoogd dat ook bij een eventuele bewezenverklaring van de bedoelde feiten, [benadeelde partij 6] en [benadeelde partij 9] niet ontvankelijk moeten worden verklaard omdat hun vorderingen onvoldoende onderbouwd zijn.

Oordeel van de rechtbank

Met betrekking tot de vordering van [benadeelde partij 10] oordeelt de rechtbank dat, nu de weggenomen fiets aan de rechthebbende is teruggeven en door de benadeelde partij niet nader wordt onderbouwd waaruit zijn eventuele verdere schade heeft bestaan, hij niet ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering.

Ook de benadeelde partijen [benadeelde partij 6] en [benadeelde partij 9] worden niet in hun vorderingen ontvangen, nu de respectievelijk gestelde materiële schade op geen enkele manier nader wordt onderbouwd.

Ook ten aanzien van de immateriële schadevergoeding zijn de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in de vorderingen omdat niet is onderbouwd dat sprake is van psychisch letsel dat is veroorzaakt door de bewezenverklaarde woninginbraken.

De rechtbank onderkent dat een inbraak in een woning een grote impact op de bewoners kan hebben. De mogelijkheden tot het vorderen van immateriële schadevergoeding in verband daarmee zijn echter beperkt. Weliswaar is niet uitgesloten dat een inbraak in de woning voor een bewoner dermate ingrijpende gevolgen heeft dat zij grond kunnen bieden voor het aannemen van aantasting in de persoon, maar daarvoor is wel vereist dat vaststellingen over die gevolgen kunnen worden gedaan. Deze schade zal moeten worden onderbouwd met nadere stukken en concrete gegevens (zie onder andere HR 28-5-2019, ECLI 2019:793 en HR 15-20-2019, ECLI 2019:1465).

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 45, 57, 310, 311, 416 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte in de zaak met parketnummer 19/920199-19 onder feit 3 primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart

het in de zaak met parketnummer 18/920199-19 onder 1, 2, 3 subsidiair, 4 primair, 5 en 6 ten laste gelegde

en

het in de zaak met parketnummer 18/930004-20 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde,

bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot zes maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op drie jaar, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat veroordeelde binnen vijf werkdagen na het ingaan van de proeftijd zich (telefonisch) meldt bij de reclassering van de VNN te Assen, Overcingellaan 19, telefoonnummer 0592-306666 en zich blijft melden op de afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

2. dat veroordeelde zich ambulant laat behandelen door het Forensisch ACT Team of de AFPN van [benadeelde partij 1] of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die de veroordeelde in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven. De ambulante behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt;

3. dat veroordeelde, indien de reclassering het geïndiceerd acht, zal verblijven in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, nader te bepalen door de reclassering, en zich zal houden aan het (dag-)programma dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld;

4. dat veroordeelde zal meewerken aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldhulpsanering Natuurlijke Personen. Veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;

5. dat veroordeelde zal meewerken aan ambulante begeleiding, geboden door Exodus of een soortgelijke instelling, nader te bepalen door de reclassering, welke begeleiding gericht zal zijn op het verbeteren van de situatie op alle leefgebieden;

6. dat veroordeelde zal meewerken aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak veroordeelde zal worden gecontroleerd.

Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen voorwerpen, te weten:

- een geldbedrag ad € 5.675,-

- een geldbedrag ad € 8,06

- de muntverzameling Juliana Regina Antilliaanse gulden

- de verzameling Hong Kong dollars 30.00 STK.

Ten aanzien van 18/920199-19, feit 3:

Bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij 10] in zijn vordering niet-ontvankelijk is en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Ten aanzien van 18/930004-20, feiten 1 en 3

Bepaalt dat de benadeelde partijen [benadeelde partij 6] en [benadeelde partij 9] in hun vorderingen niet-ontvankelijk zijn en dat de vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen worden aangebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. R. Depping, voorzitter, mr. B.I. Klaassens en mr. L.E.A. Jonkers, rechters, bijgestaan door mr. D.M.A. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 juni 2020.

Mr. Jonkers is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.