Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2020:2368

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
26-06-2020
Datum publicatie
07-07-2020
Zaaknummer
18/730200-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, heeft op 26 juni 2020 een verdachte veroordeeld die zich in de periode mei tot en met juli 2019 schuldig heeft gemaakt aan de diefstal en heling van verschillende fietsen, fietscomputers, gereedschappen, jassen en een poncho. De rechtbank heeft daarbij, gelet op het advies van de reclassering, het jeugdstrafrecht toegepast.

Aan verdachte werd een jeugddetentie van vier maanden opgelegd. Ook werd hij veroordeeld tot betaling van schade aan een benadeelde partij.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 77c
Wetboek van Strafrecht 77i
Wetboek van Strafrecht 77x
Wetboek van Strafrecht 77y
Wetboek van Strafrecht 77z
Wetboek van Strafrecht 77aa
Wetboek van Strafrecht 310
Wetboek van Strafrecht 416
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730200-19

ter berechting gevoegd parketnummer 18/720148-19

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 26 juni 2020 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] ,

wonende te [straatnaam] , [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 12 juni 2020.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H.C.L. Crozier, advocaat te Sneek. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. L. de Graaf.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

parketnummer 18/730200-19

1. primair

hij in of omstreeks de periode omvattende de dagen 31 mei 2019 en 1 juni 2019 te Sneek, in elk geval in de gemeente Súdwest-Fryslân, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (in/uit een woning gelegen aan of bij de [adres 1] heeft weggenomen een bovenfrees (van het merk Festool) en/of een roterende schuurmachine (van het merk Festool) en/of en doosje van een mobiele telefoon en/of een rekening en/of twee

jassen en/of een acculader (van het merk Makita), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of het bedrijf [bedrijfsnaam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 31 mei 2019 tot en met 23 juli 2019 te Sneek en/of te Bolsward, in elk geval in de gemeente Súdwest-Fryslân, in elk geval in Nederland, een of meer goed(eren) te weten een bovenfrees (van het merk Festool) en/of een roterende schuurmachine (van het merk Festool) en/of een acculader (van het merk Makita) (toebehorende aan [slachtoffer 1] ) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit/die goed(eren) wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

2. primair

hij in of omstreeks de periode omvattende de dagen 31 mei 2019 en 1 juni 2019 te Sneek, gemeente Súdwest-Fryslân, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een fiets (van het merk Gazelle, type Chamonix), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 31 mei 2019 tot en met 4 juni 2019 te Sneek, in elk geval in de gemeente Súdwest-Fryslân, in elk geval in Nederland, een goed te weten een fiets (van het merk Gazelle, type Chamonix) (toebehorende aan [slachtoffer 2] ) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

3. primair

hij in of omstreeks de periode omvattende de dagen 31 mei 2019 en 1 juni 2019 te Sneek, in elk geval in de gemeente Súdwest-Fryslân, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (dames)fiets (van het merk Gezelle, kleur blauw), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 31 mei 2019 en 4 juni 2019 te Sneek, in elk geval in de gemeente Súdwest-Fryslân, in elk geval in Nederland, een goed te weten een (dames)fiets (van het merk Gazelle, kleur blauw) (toebehorende aan [slachtoffer 3] ) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

parketnummer 18/720148-19

1.

hij op of omstreeks 21 juli 2019 te Bolsward, in elk geval in de gemeente Súdwest-Fryslân, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (vanaf een fiets) heeft weggenomen een fietscomputer, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2. primair

hij in of omstreeks de periode omvattende de dagen 19 juli 2019 en 20 juli 2019 te Bolsward, in elk geval in de gemeente Súdwest-Fryslân,

A. (op of omstreeks 19 juli 2019) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (vanaf een fiets) heeft weggenomen een fietscomputer (van het merk Bosch), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

B. (op of omstreeks 20 juli 2019)

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (vanaf een fiets) heeft weggenomen een fietscomputer, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

subsidiair

hij in of omstreeks de periode omvattende de dagen 19 juli 2019 en 22 juli 2019, in elk geval in de maand juli 2019, te Bolsward, in elk geval in de gemeente Súdwest-Fryslân, in elk geval in Nederland, een of meer goed(eren) te weten twee, althans een, fietscomputer(s)

(toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] ) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van die/dat goed(eren) wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3. primair

hij in of omstreeks de periode omvattende de dagen 19 juli 2019 en 20 juli 2019 te Bolsward, in elk geval in de gemeente Súdwest-Fryslân, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een elektrische vouwfiets en/of een fietscomputer met lader en/of een (leeg) krat bier (van het merk Hertog Jan), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of diens echtgenote, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 19 juli 2019 tot en met 21 juli 2019 te Bolsward, in elk geval in de gemeente Súdwest-Fryslân, een goed te weten een elektrische vouwfiets en/of een fietscomputer met lader en/of een (leeg) krat bier (van het merk Hertog Jan) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van die voornoemde goederen wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

4.

hij op of omstreeks 18 juli 2019 te Sneek, in elk geval in de gemeente Súdwest-Fryslân, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening vanuit een fietstas heeft weggenomen een poncho, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

5. primair

hij in of omstreeks de periode van 11 juli 2019 tot en met 14 juli 2019 te Bolsward, in elk geval in de gemeente Súdwest-Fryslân,

A. (op 14 juli 2019)

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een damesfiets van het merk Gazelle, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [vrouw slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachten en/of

B. (op 11 juli 2019)

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een herenfiets van het merk Gazelle, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

subsidiair

hij in of omstreeks de periode omvattende de dagen 11 juli 2019 tot en met 14 juli 2019, in elk geval in de maand juli 2019, te Bolsward, in elk geval in de gemeente Súdwest-Fryslân, in elk geval in Nederland, een of meer goed(eren), te weten twee, althans een, fiets(en) (toebehorende aan [vrouw slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] ) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van die fiets(en) wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen

fiets(en) betrof;

6. primair

hij op of omstreeks 13 juli 2019 te Sneek, in elk geval in de gemeente Súdwest-Fryslân, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een tuinhokje (gelegen aan of bij de [adres 6] heeft weggenomen meerdere mobiele telefoontoestellen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

subsidiair

hij op of omstreeks 13 juli 2019 te Sneek, in elk geval in de gemeente Súdwest-Fryslân, een of meer goed(eren), te weten meerdere mobiele telefoontoestellen (toebehorende aan [slachtoffer 11] ) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit/die goed(eren) wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

7. primair

hij op of omstreeks 9 mei 2019 te Sneek, in elk geval in de gemeente Súdwest-Fryslân, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (dames)fiets (van het merk Batavus), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 12] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 9 mei 2019 tot en met 4 juni 2019 te Sneek, gemeente Súdwest-Fryslân, in elk geval in Nederland, een goed te weten een (dames)fiets (van het merk Batavus) (toebehorende aan [slachtoffer 12] ) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed

wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

8. primair

hij op of omstreeks 31 mei 2019 te Sneek, in elk geval in de gemeente Súdwest-Fryslân, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (dames)fiets (van het merk Gazelle), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 13] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 31 mei 2019 tot en met 7 juni 2019 te Sneek, in elk geval in de gemeente Súdwest-Fryslân, in elk geval in Nederland, een goed te weten een (dames)fiets (van het merk Gazelle) (toebehorende aan [slachtoffer 13] ) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van feit 7. primair in de zaak met parketnummer 18/7201480-19.

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd in de zaak met parketnummer 18/730200-19 voor de feiten 1. primair, 2. primair, 3. primair en in de zaak met parketnummer 18/720148-19 voor de feiten 1., 2. primair., 3. primair, 4., 5. primair, 6. primair, 7. subsidiair en 8. primair.

De officier van justitie heeft daartoe het volgende aangevoerd.

In de zaak met parketnummer 18/730200-19

Ter zake feit 1. ziet aangever [slachtoffer 1] dat zijn gestolen goederen te koop worden aangeboden op Marktplaats door een zekere [accountnaam verdachte] . Bij de daaropvolgende pseudokoop is deze [accountnaam verdachte] gevlucht. De agent/pseudokoper heeft daarna de foto van verdachte herkend. Verdachte heeft verklaard dat hij onder de naam [accountnaam verdachte] goederen te koop aanbiedt op Markplaats. In zijn schuur wordt de freesmachine aangetroffen en in de fouillering van verdachte wordt de sleutel van die schuur gevonden.

Ook ten aanzien van de feiten 2. primair en 3. primair worden de gestolen goederen op Markplaats te koop aangeboden door [accountnaam verdachte] . Verdachte heeft geen duidelijke verklaring over de herkomst van deze goederen gegeven. Bovendien blijkt bij feit 3. primair dat het IP-adres van het Marktplaatsaccount te linken is aan verdachtes vader en dat verdachte gebruik maakt van het email-account dat gekoppeld is aan de advertentie. Op de foto van de advertentie staan vlinders op een schutting, gelijk aan de vlinders op de schutting van verdachtes moeder.

Er is, aldus de officier van justitie, voldoende wettig en overtuigend bewijs om tot een veroordeling van de primaire feiten te komen. De officier van justitie heeft hierbij gewezen op het arrest van de Hoge Raad d.d. 11 april 2017 ( ECLI:NL:HR:2017:644).

In de zaak met parketnummer 18/720148-19

Ter zake feit 3: de gestolen vouwfiets is in verdachtes schuur aangetroffen, en verdachte heeft de dag na de diefstal een leeg krat Hertog Jan bier bij de Jumbo ingeleverd. Verdachte heeft geen uitleg gegeven over de herkomst van de vouwfiets. Mede gelet op voornoemd arrest van de Hoge Raad kan de primair ten laste gelegde diefstal wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

Ter zake feit 8: de gestolen fiets is op Markplaats te koop aangeboden door [accountnaam verdachte] en er is een afspraak voor de verkoop gemaakt. Verdachte is de persoon die op Marktplaats [accountnaam verdachte] wordt genoemd. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat het een leenfiets van [persoon 1] uit Drachten betrof, maar die verklaring heeft hij ter zitting niet bevestigd. De primair ten laste gelegde diefstal kan wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

Standpunt van de verdediging

parketnummer 18/730200-19

De raadsman heeft betoogd dat verdachte ter zake feit 1. hooguit veroordeeld kan worden voor heling. Dat de freesmachine is aangetroffen in het schuurtje van verdachte, wil niet zeggen dat hij deze gestolen heeft. De herkenning door de pseudokoper moet gepasseerd worden, nu deze agent eerst een foto is getoond van [bijnaam verdachte] , waarna de agent heeft aangegeven dat hij [bijnaam verdachte] herkent als degene die hem de fiets heeft verkocht. Later wordt hem een foto van verdachte getoond en dan herkent hij verdachte voor 100%.

Ten aanzien van feit 2. heeft de raadsman voor zowel het primair als subsidiair ten laste gelegde vrijspraak bepleit nu het wettig bewijs ontbreekt. Daarbij is de fiets aangetroffen op een adres waar verdachte niet verbleef, aldus de raadsman.

Ten aanzien van feit 3. kan worden vastgesteld dat de fiets is herkend. De foto's van de fiets op Marktplaats zijn genomen in de tuin van de moeder van verdachte. Verdachte heeft verklaard dat hij de fiets heeft gekregen. Nu het wettig bewijs voor diefstal ontbreekt, dient verdachte daarvan te worden vrijgesproken. De subsidiair ten laste gelegde heling kan bewezen worden verklaard.

parketnummer 18/7201480-19

De raadsman heeft bepleit dat voor de ten laste gelegde feiten 1., 4. en 6. een bewezenverklaring kan volgen. Voorts heeft de raadsman gemotiveerd betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van de onder 2. primair, 3. primair, 5. primair, 7. primair en 8. primair ten laste gelegde diefstallen. Het enkele feit dat verdachte de goederen voorhanden heeft gehad, maakt hem nog geen dief. Hooguit kan de steeds subsidiair ten laste gelegde heling bewezen worden verklaard, aldus de raadsman.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de feiten in de zaak met parketnummer 18/730200-19 onder 1. primair., 2. primair en 3. primair en de feiten in de zaak met parketnummer 18/720148-19 onder 3. primair., 7. primair en 8. primair niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt ten aanzien van deze feiten het volgende:

parketnummer 18/730200-19 feit 1. primair

Weliswaar is de bovenfrees in verdachtes schuur aangetroffen en is de acculader te koop aangeboden, maar gelet op het tijdsverloop tussen de diefstal en de advertentie op Marktplaats kan niet met zekerheid worden gesteld dat verdachte de goederen heeft gestolen.

parketnummer 18/730200-19 feiten 2. primair en 3. primair en parketnummer 18/720148-19 feiten 7. primair en 8. primair

De rechtbank is van oordeel dat het dossier aanwijzingen bevat dat verdachte in het bezit is geweest van deze gestolen fietsen maar concrete bewijsmiddelen ontbreken op basis waarvan kan worden vastgesteld dat verdachte deze fietsen heeft gestolen.

parketnummer 18/720148-19 feit 3. primair

Vast staat dat de gestolen fiets en fietscomputer zijn aangetroffen in de schuur van verdachte en dat verdachte een leeg krat Hertog Jan bier bij de Jumbo heeft ingeleverd. Echter, ook hier ontbreken concrete bewijsmiddelen op basis waarvan kan worden vastgesteld dat verdachte die fiets heeft gestolen. Voorts is niet voldoende komen vast te staan dat het gestolen krat bier hetzelfde krat bier was dat verdachte heeft ingeleverd.

De rechtbank acht de feiten in de zaak met parketnummer 18/730200-19 onder 1. subsidiair, 2. subsidiair en 3. subsidiair en de feiten in de zaak met parketnummer 18/720148-19 onder 1., 2. primair, 3. subsidiair, 4., 5. primair, 6. primair, 7. subsidiair en 8. subsidiair wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring.

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

parketnummers 18/730200-19 en 18/820148-19

1. De door verdachte ter zitting van 12 juni 2020 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:

Ik maak op Marktplaats gebruik van de accountnaam [accountnaam verdachte] . Ik heb mijn gebruikersnaam en wachtwoord nooit aan iemand anders gegeven. Mijn mailadres is nvdleuv @gmail.com. Op Marktplaats verkocht ik ook fietsen en fietscomputers. Ik kreeg deze van een vriend.

Ik ben de man op de foto's op respectievelijk pagina 115 en 160 van het procesdossier nr. [nummer 1] .

parketnummer 18/730148-19, feiten 1. en 2.

Ik heb voor de Jumbo in Bolsward een winkelverbod.

parketnummer 18/720148-19, feit 3.

Ik weet niet hoe het kan dat in mijn schuur de vouwfiets is aangetroffen.

parketnummer 18/720148-19, feit 4.

Op 18 juli 2019 heb ik in Sneek uit een fietstas een poncho gestolen. Ik ben de man op de foto op pagina 78 van het dossier.

parketnummer 18/720148-19, feit 5.

Ik voetbalde wel op het schoolplein van De Blinkert.

parketnummer 18/720148-19, feit 8.

Op 7 juni 2019 ben ik naar de [adres 5] gefietst op een fiets die ik via Markplaats te koop had aangeboden. Ik had een bod van € 80,00 geaccepteerd.

parketnummer 18/730200-19, feit 3.

Op de schutting van mijn moeder hangen vlinders.

parketnummer 18/730200-19

feit 1. subsidiair

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte met bijlagen d.d. 1 juni 2019, opgenomen op pagina 35 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer [nummer 2] - [nummer 3] - [nummer 4] - [nummer 5] - [nummer 6] , inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] :

Ik doe aangifte van diefstal. Ik ben bewoner van de woning Furmerusstraat 9 te Sneek. Gisteren, 31 mei 2019, omstreeks 16:30 heb ik mijn woning verlaten. Ik ben vergeten de achterdeur op slot te doen. Vandaag l juni 2019, omstreeks 16:00 uur kwam ik thuis. Via facebook vernam ik dat de politie 2 jassen had gevonden. Een van de jassen was blauw en met het logo van Wajer & Wajer Yachts. Dat vond ik vreemd, daar werk ik ook en ik heb ook zo'n jas. Er was ook een zwarte jas gevonden. Van beide jassen stond een foto op facebook. Die zwarte jas herkende ik ook. Beide jassen waren van mij. Ik ben naar de gang gelopen en zag dat mijn beide jassen niet meer aan de sleutel van de meterkast hingen. Ik ontdekte in de woonkamer dat er uit de doos twee stuks gereedschap waren weggenomen. Het gaat hierbij om een bovenfrees van het merk Festool en een roterende schuurmachine eveneens van het merk Festool. Deze heb ik in bruikleen van mijn werkgever Wajer & Wajer Yachts uit Heeg. Ik doe hierbij aangifte ook namens mijn werkgever.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 3 juni 2019, opgenomen op pagina 40 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van

[slachtoffer 1] :

De acculader is van het merk Makita en herken ik aan de Regtssticker en nummer 34 die erin staat gegraveerd. Hij is blauw-groen van kleur en speelt een muziekje als de accu volgeladen is, er is geen accu bij weggenomen. De nieuwwaarde is ongeveer 150 euro. De bovenfrees is van het merk Festool en herken ik aan aluminium, de dieptemeterpen is afwezig bij het apparaat. Er zat een frees bij met een breedte van 15 millimeter. Ook is de bovenfrees in hoogte verstelbaar. De nieuwwaarde is ongeveer 650 euro. De schuurmachine heeft een zwart en groene kleur. Ook zou er aan de bovenzijde van de schuurzool een blauwe rand zitten. Ik herken de schuurzool aan de extra gaten, ook al mijn collega's herkennen hem hieraan. Ook de schuurzool is voorzien van een Regtssticker. Alle apparaten die bij ons binnenkomen worden gecontroleerd en hebben daarom een nummer gekregen die begint met 2236, hierna volgen nog een aantal cijfers die voor elk apparaat apart zijn.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 juni 2019, opgenomen op pagina 42 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 4 juni 2019, omstreeks 09:35 uur, belde ik met aangever [slachtoffer 1] . Ik had nog een aantal aanvullende vragen over de weggenomen goederen. Ik stelde aangever [slachtoffer 1] de volgende vragen:

V: In de aangifte geeft u aan dat op de acculader van het merk Makita, een Regtssticker zit met nummer 34 erin gegraveerd. Op welke plek is het nummer 34 precies gegraveerd?

A: Het nummer staat meestal boven op of aan de zijkant van het apparaat.

V: In de aangifte geeft u ook aan dat de schuurzool, van de schuurmachine, extra gaten heeft. Wat bedoeld u hier precies mee?

A: Ik bedoel daarmee dat er normaal gesproken grotere afzuiggaten aan de buitenrand zitten, maar deze machine heeft een extra rand met grotere afzuiggaten.

V: In diezelfde verklaring geeft u aan dat alle apparaten die bij jullie binnenkomen een eigen nummer krijgen. Elk apparaat nummer begint met 2236. Staat dit ook ergens op het apparaat vermeldt?

A: Dit nummer is niet goed in de aangifte opgenomen, het nummer is namelijk 2263. Dit nummer staat boven op de bovenfrees en boven op de schuurmachine. Op de acculader staat het mogelijk op de achterkant.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d.15 augustus 2019, opgenomen op pagina 45 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 23 juli 2019 kreeg ik de opdracht om te gaan naar de [adres 2] te [plaats 1] . Ik moest naar de schuur van dat adres gaan. Aldaar zou verdachte [verdachte] verblijven. Op dat adres was eerder al een gestolen fiets gevonden en in beslag genomen. Die collega's zagen dat er nog andere plasticzakken en elektrische gereedschappen lagen.

Ik deed de schuurdeur open door middel van een sleutel die verdachte [verdachte] tijdens zijn insluitingsfouillering bij hem had. Ik zag tevens een Freesmachine van het merk Festool. Ik zag dat er een nummer ingegraveerd stond. Ik zag dat dit 2263-070 was. Op het politiebureau bleek dat de Freesmachine mogelijk van diefstal afkomstig was.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen met bijlagen d.d. 11 juni 2019, opgenomen op pagina 54 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 3 juni 2019 kreeg ik van mijn begeleider, inspecteur van politie, [verbalisant 1] , de opdracht over te gaan tot aankoop van een acculader van het merk Makita en een schuurmachine, beiden werden aangeboden in Sneek. Genoemde spullen zouden afkomstig

zijn van diefstal en aangeboden worden op www.marktplaats.nl.

Ik heb bovengenoemde advertenties opgezocht op marktplaats en zag dat de acculader Makita werd aangeboden via het advertentienummer [advertentienummer 1] en de schuurmachine via

advertentienummer [advertentienummer 2] . De spullen werden aangeboden door een persoon genaamd [accountnaam verdachte] . Op 3 juni 2019 omstreeks 15.30 uur werd er door mij een bod gedaan op de Makita acculader van 25 euro. Op 3 juni 2019 omstreeks 17.00 uur kreeg ik een bericht van deze [accountnaam verdachte] dat hij akkoord ging met mijn bod. In een mailwisseling die volgde tussen deze [accountnaam verdachte] en mij is door mij vervolgens ook gevraagd naar de schuurmachine. Hij vroeg mij een goed bod te doen en dan was dat prima. Ik deed een bod van 60 euro voor beide. Op 3 juni 2019 omstreeks 18.20 werd door mij het laatste bericht verzonden. Ik kreeg geen reactie meer op mijn bod van 60 euro.

Op 4 juni 2019 kreeg ik een reactie van adverteerder [accountnaam verdachte] dat de afspraak door ging en dat ik om 7 uur (opmerking verbalisant: 19.00 uur) moest komen.

Later stuurde [accountnaam verdachte] het bericht of ik om half 7 (opmerking verbalisant: 18.30 uur) kon komen. Hij gaf mij daarbij het adres [adres 8] . Ik heb daarop geantwoord dat dit goed was. [accountnaam verdachte] gaf daarbij nog aan dat 60 voor beide goed was.

7. Een schriftelijk bescheid, te weten een uitdraai van Marktplaats, opgenomen op pagina 87 van voornoemd dossier, voor zover inhoudend:

Gebruikers ID [ID nummer]

E-mail MPNL [e-mailadres verdachte]

IP adres [IP adres nummer] (Ned.)

Adverteerder MPNL [e-mailadres verdachte]

Naam bij ad/bod [accountnaam verdachte]

Plaats Sneek

feit 2. subsidiair

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 4 juni 2019, opgenomen op pagina 102 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 2] :

Aangifte van diefstal fiets

Gegevens aangever [slachtoffer 2]

Pleegplaats [adres 9] , [plaats 3]

Tijdstip achtergelaten 01-06-2019 00.00 uur

Tijdstip geconstateerd 01-06-2019 05:00 uur

Omschrijving voorval Afgelopen vrijdagnacht was ik bij een vriend en toen heb ik mijn fiets daar achter in de steeg geparkeerd. Op het moment dat ik weer naar buiten kwam was mijn fiets gestolen

Herenfiets

Merk Gazelle

Type Chamonix

Kleur wit

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen met bijlage d.d. 4 juni 2019, opgenomen op pagina 104 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Wij werden gebeld door [vader slachtoffer 2] . Hij vertelde dat hij de gestolen fiets van zijn zoon op Marktplaats had zien staan. Dat het een Gazelle Chamonix Excellent betreft. Dat deze fiets afgelopen weekend is gestolen uit een steeg achter de woning van de [adres 9] in [plaats 3] . Dat [vader slachtoffer 2] met de aanbieder op Marktplaats had afgesproken de fiets op dinsdag 4 juni 2019 te zullen kopen voor een bedrag van 199,- euro. Dat [vader slachtoffer 2] naar de [adres 8] in [plaats 2] moest komen. Dat [vader slachtoffer 2] daar kwam en bij het adres aanbelde. Dat dit een flat betreft. Dat de deur niet opengedaan werd. Dat [vader slachtoffer 2] voor de portiek van de flat een fiets zag staan. Dat hij deze fiets voor 100% herkende als zijnde de fiets van zijn zoon. Dat de fiets niet op slot stond. Dat [vader slachtoffer 2] besloot de fiets mee te nemen. Dat [vader slachtoffer 2] enkel contact via Facebook met de aanbieder heeft gehad. Dat hij van dit contact screenshots zou maken, welke eventueel bij dit proces-verbaal gevoegd kunnen

worden. Dat [vader slachtoffer 2] via internet aangifte van diefstal van de fiets heeft gedaan. Dat het

nummer van deze aangifte nog niet bekend is.

4. Een bijlage bij het onder 3. genoemde proces-verbaal en opgenomen op pagina 105 van voornoemd dossier, voor zover inhoudende:

Beste [accountnaam verdachte] , Hierbij bied ik € 199,00 op jouw 'Gazelle '. Ik zie graag een reactie tegemoet.

5. Een schriftelijk bescheid, te weten een uitdraai van Marktplaats, opgenomen op pagina 87 van voornoemd dossier, voor zover inhoudend:

Gebruikers ID [ID nummer]

E-mail MPNL [e-mailadres verdachte]

IP adres [IP adres nummer] (Ned.)

Adverteerder MPNL [e-mailadres verdachte]

Naam bij ad/bod [accountnaam verdachte]

Plaats Sneek

feit 3. subsidiair

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte met bijlagen d.d. 4 juni 2019, opgenomen op pagina 104 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 3] :

Ik doe aangifte van diefstal van mijn fiets. Ik woon aan de [adres 9] , [plaats 3] . Ik ben eigenaar van een damesfiets, merk Gazelle en kleur blauw. Op 31 mei 2019, omstreeks 14.30 uur, heb ik mijn fiets gestald op het erf achter ons huis. Ik heb mijn fiets niet op slot gedaan. Op 01 juni 2019, omstreeks 11.30 uur, zag ik dat mijn fiets daar niet meer stond.

Op 03 juni 2019, omstreeks 20.30 uur, heb ik op Marktplaats.nl gekeken of mijn fiets daar te koop stond. Ik zag tot mijn verbazing dat mijn fiets te koop werd aangeboden. Ik zag dat mijn fiets te koop stond onder het volgende nummer: [advertentienummer 3] . Ik herkende de fiets onmiddellijk als mijn fiets. Ik kan een aantal bijzondere kernmerken van mijn fiets noemen: de voorlamp is eraf, de snelbinders zijn kapot (één van de snelbinders zit heel erg los, omdat de rek eruit was heb ik er een knoop in gelegd, de andere hangen er los bij), er zitten verschillende banden op (één van de banden is van het merk Techno, deze komt bij de Action vandaan), ik heb aan de voorzijde de kabels van de verlichting aan elkaar geknoopt. Ik heb nog een oude foto van mijn fiets, daar zit de koplamp nog op de fiets.

Ik zag dat de persoon die mijn fiets te koop aanbood zich [accountnaam verdachte] noemde. Ik heb toen via Marktplaats.nl een bod gedaan van EUR 100,--. Mijn stiefvader heeft op 03 juni 2019, om 22.36 uur, een bod gedaan van EUR 125,--. Vanochtend, 04 juni 2019, omstreeks 09.10 uur, zag ik dat ik via WhatsApp een screenshot ontving van mijn stiefvader. Ik zag dat daarop stond:

"03 juni 2019 om 22.36 uur

Hallo [accountnaam verdachte] , ik wil het wel kopen voor EUR 125,00. Graag hoor ik van u.

04 juni 2019 om 01.29 uur

Ik ga akkoord met je bod.

04 juni 2019 om 08.22 uur

Top. Waar en wanneer kan ik komen?

04 juni 2019 om 09.08 uur

Kan je half l komen op de Jancko Douwamastraat 51?"

Later is de afspraak verzet.

Ik ben daarna naar het politiebureau gegaan. Ik overhandig u hierbij de volgende stukken:

- een screenshot van het gesprek tussen mijn stiefvader en [accountnaam verdachte]

- een screenshot van het bericht dat mijn bod was geaccepteerd door [accountnaam verdachte]

- een oude foto van mijn fiets"

3. Een schriftelijk bescheid, te weten een uitdraai van Marktplaats, voor zover inhoudend:

Gebruikers ID [ID nummer]

E-mail MPNL [e-mailadres verdachte]

IP adres [IP adres nummer] (Ned.)

Advertentie ID [advertentienummer 3]

Beschrijving Gloednieuwe gazelle orange die alleen maar in de schuur staat mag weg voor een goed bod. Alles werkt nog perfect! Heeft 7 versnellingen

Datum toegevoegd zondag 02-06-2019

Gesloten door gebruiker dinsdag 04-06-2019

Adverteerder MPNL [e-mailadres verdachte]

Naam bij ad/bod [accountnaam verdachte]

Plaats Sneek

De rechtbank acht op grond van de opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan heling van gereedschap, jassen en twee fietsen. Aangevers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] hebben aangifte van diefstal gedaan. Het gereedschap en de fietsen zijn door [accountnaam verdachte] op Markplaats te koop aangeboden. Verdachte heeft verklaard dat hij op Marktplaats de accountnaam [accountnaam verdachte] gebruikte om goederen te verkopen.

parketnummer 18/720148-19

feit 1 primair

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 24 juli 2019, opgenomen op pagina 47 e.v. van voornoemd dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2019190656 d.d. 11 september 2019, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 4] :

Ik doe aangifte van diefstal. Zondag 21 juli ± half 3 is er bij de Jumbo in Bolsward de computer van mijn fiets gestolen Het merk fiets is Riese Muller. De dader staat bij de Jumbo op de camera, daar kunt u de beelden ophalen.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 22 juli 2019, opgenomen op pagina 53 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [persoon 2] :

Op 21 juli 2019 omstreeks 14:25 uur was ik werkzaam als locatiemanager van de

Jumbo te Bolsward. Door een van de medewerkers werd ik aangesproken waarbij ze mij vertelde dat er een vrouw bij haar was gekomen die zei dat haar fietscomputer van de fiets was gestolen. Ik heb de beelden van de vooringang van de winkel bekeken.

Op het tijdstip 14:28 uur zag ik de mij bekende [verdachte] op de fiets rondjes fietsen voor de winkel langs. Ik zag dat hij daarbij constant richting de geparkeerde fietsen keek. De fietsen

stonden voor de ingang van de winkel. Ik ken deze [verdachte] omdat hij bij ons een winkelverbod heeft. Een foto van [verdachte] hangt bij ons in de kantine zodat alle medewerkers weten dat hij een verbod heeft.

Op de beelden zag ik dat hij op een gegeven moment van een geparkeerde fiets een

fietscomputer trekt en meeneemt. Op de beelden kon ik niet zien waar hij de fietscomputer opbergt. Kort daarop verscheen de politie in de winkel die [verdachte] heeft aangehouden.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 juli 2019, opgenomen op pagina 57 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Ik zag dat op 21 juli 2019 op 14:26:43 uur verdachte [verdachte] in beeld kwam. Ik zag dat de verdachte uit de richting van de Snekerstraat kwam fietsen. Ik zag dat hij op het terrein van de Jumbo fietste. Ik kan de verdachte als volgt omschrijven: man; blank; ontbloot bovenlijf; droeg een schoudertas; blauwe spijkerbroek; droeg een pet; zwarte schoenen; reed op een damesfiets; droeg een rugtasje.

Ik zag dat op zondag 21 juli 2019 op 14:27:05 uur de verdachte richting een geparkeerde fiets fietste. Ik zag dat de verdachte afstapte en zijn fiets nog tussen zijn benen had.

Ik zag dat de verdachte met zijn linkerhand een fietscomputer pakte van een andere fiets. Ik zag dat de verdachte met zijn linkerhand de fietscomputer in zijn schoudertas stopte. Ik zag dat dit in totaal ongeveer 5 seconden duurde. Ik zag dat de verdachte met zijn fiets naar achteren liep, en toen richting de ingang van de Jumbo.

De rechtbank is op grond van de aangifte, de verklaring van de getuige en het relaas van verbalisant van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal.

feit 2. primair

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 22 juli 2019, opgenomen op pagina 128 e.v. van voornoemd dossier inhoudend als verklaring van [slachtoffer 14] namens [slachtoffer 5] :

Ik ben namens het slachtoffer gerechtigd tot het doen van aangifte. Er is vrijdagavond 19 juli een display van het merk Bosch, van [slachtoffer 14] haar fiets gestolen. Ze zat in Bolsward bij mama's eetcafé op het terras.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 juli 2019, opgenomen op pagina 131 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 23 juli 2019 bevond ik mij in de woning aan de [adres 10] te [plaats 4] . Aldaar woont betrokkenen [slachtoffer 5] welke aangifte heeft gedaan van diefstal van een fietscomputer cq display van het merk Bosch.

In de zaak PL0100-20190656 is een Bosch fiets computer cq display in beslag genomen

welke mogelijk de gestolen display van de aangeefster [slachtoffer 5] kan zijn. Ik liet de display zien en hoorde [slachtoffer 5] tegen mij zeggen: "Dat is de display die bij mijn elektrische fiets hoort. Ik heb inmiddels een nieuwe gekocht maar dat is een nieuw type en die is zwart. Op het moment dat mijn oude werd gestolen stond er ergens in de 600 kilometer op de teler. Ik had nog maar weinig gefietst." Vervolgens zag ik dat [slachtoffer 5] naar het hok liep en ik zag dat in het hok haar elektrische fiets stond. Ik zag dat zij haar nieuwe display ontkoppelde en de door mij meegebrachte display op haar elektrische fiets monteerde. Ik zag dat het display activeerde en ik zag dat [slachtoffer 5] door verschillende menu's heen selecteerde tot uiteindelijk een kilometerstand van 686.2 werd aangegeven.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 21 juli 2019, opgenomen op pagina 65 e.v. van voornoemd dossier inhoudend als verklaring van [slachtoffer 6] :

Ik doe aangifte van diefstal. Op 20 juli 2019 omstreeks 17:00 uur ben ik met mijn Gazelle damesfiets naar de Jumbo supermarkt te Bolsward gegaan. Ik heb daar omstreeks 17:20 uur afgerekend. Dat kon ik zien op de kassabon. Ik ben nog even binnen gebleven om te schuilen voor de regen. Toen ik mijn fiets van het slot deed, zag ik dat de fietscomputer van het stuur was gestolen. Ik ben meteen de supermarkt binnengelopen en heb de diefstal daar gemeld. Iemand van het personeel vertelde mij dat ze bij de Jumbo nog zouden onderzoeken of de diefstal mogelijk op camera was opgenomen. Ik zie nu dat u vier gelijke fietscomputers heeft meegenomen van het merk Bosch. Die van mij is grijs van kleur dus de zwarte valt al af. Verder is was mijn fiets 100-% opgeladen, en nu we kilometerstanden van de diverse computers vergelijken dan denk is dat die met de kilometerstand van 10646 van mij is. Ik zie dat op de achterzijde van die computer het nummer 417213799DO staat. Dat is de fietscomputer die mijn eigendom is. Ik ben nu twee jaar in het bezit van mijn fiets en ik fiets veel. Ik schat dat een nieuwe fietscomputer ongeveer 120 euro kost. Ik wil graag mijn fietscomputer weer terug.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 juli 2019, op pagina 71 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten:

Op 21 juli 2019 hebben wij een persoon op heterdaad aangehouden als verdachte ter zake diefstal van een en of meerdere fietscomputers en overgebracht naar het politiebureau te Bolsward. Aan het bureau hebben wij de identiteit van deze persoon achterhaald. De verdachte bleek te zijn: [verdachte] , geboren [geboortedatum] -2000 te [geboorteplaats] .

Tijdens het onderzoek troffen wij diverse goederen aan, waaronder 4 fietscomputers, welke vermoedelijk afkomstig waren van diefstal, deze goederen troffen wij aan in de rugtas die [verdachte] tijdens de aanhouding bij zich had.

De rechtbank acht op grond van de opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan diefstal van twee fietscomputers. Bij de aanhouding van verdachte zijn beide fietscomputers aangetroffen. Toen de fietscomputers aan de aangevers werden getoond, herkenden zij deze als hun eigendom. Verdachte heeft met betrekking tot de herkomst van de fietscomputers wisselende verklaringen afgelegd en heeft geweigerd de naam van zijn contacten te noemen. Daardoor kon de juistheid van zijn verklaringen niet door onderzoek worden geverifiëerd.

feit 3. subsidiair

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 20 juli 2019, opgenomen op pagina 68 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 7] :

Ik doe aangifte van diefstal van een kleine elektrische vouwfiets en van de fietscomputer en lader van de elektrische fiets van mijn vrouw. Beide fietsen stonden in de garage naast mijn woning aan [adres 11] in [plaats 5] .

Gisteren, 19 juli 2019 omstreeks 20:00 uur ben ik nog in de garage geweest en toen was alles nog in orde. Vanmorgen, 20 juli 2019 omstreeks 08:45 uur kwam ik in de garage en toen zag ik dat beide fietsen niet meer in de garage stonden, de kleine elektrische fiets, merk Voigt en de Sparta van mijn vrouw. Echter toen bleek dat de fiets van mijn vrouw naast de garage achter de caravan stond. Vermoedelijk hebben ze de fiets laten staan omdat mijn vrouw de fiets op slot had gezet en toen heeft men de fietscomputer en de lader meegenomen. De kanteldeur van de garage was niet afgesloten. De toegangsdeur van de garage aan de achterzijde van de woning was ook niet afgesloten maar zat wel dicht. Om de hoek van de deur in de garage stond een theekist waar wij aardappelen in bewaren, deze kist stond vanmorgen buiten. In de aanhanger die in de garage staat stond een leeg krat bier van Hertog, dit krat hebben ze ook meegenomen. In het krat zaten 24 flesjes.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 juli 2019, opgenomen op pagina 71 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten:

Op 21 juli 2019 hebben wij een persoon op heterdaad aangehouden als verdachte ter zake diefstal van een en of meerdere fietscomputers en overgebracht naar het politiebureau te Bolsward. Aan het bureau hebben wij de identiteit van deze persoon achterhaald. De verdachte bleek te zijn: [verdachte] , geboren [geboortedatum] -2000 te [geboorteplaats] .

Omdat er een verdenkingen bestonden dat [verdachte] mogelijke meerdere diefstallen, waaronder diefstallen van fietsen, gepleegd zou hebben, hebben wij in overleg met de hulp officier van justitie besloten om in de schuur te kijken welke gelegen is aan de [adres 2] te Bolsward. Ons is ambtshalve bekend dat [verdachte] op dit adres verblijft.

Aangezien de deur afgesloten was, hebben wij door een klein raampje gekeken. Hierop zagen wij een elektrische vouwfiets staan.

Collega [verbalisant 2] wist dat er tussen 19 en 20 juli een elektrische vouwfiets was ontvreemd op [adres 11] te Bolsward. Hierop hebben wij onze bevindingen aan [verbalisant 3] medegedeeld. Deze vond een hoksleutel bij de fouillering van [verdachte] en is met deze sleutel bij ons gekomen. De sleutel paste op het hok en zo konden wij ons de toegang verschaffen. Wij zagen dat het een elektrische vouwfiets betrof van het merk Voigt met drie versnellingen. Tevens zagen wij dat de oplader van de batterij van deze fiets bij de fiets zat en dat er achterop deze fiets een plaatje van de leverancier zat. Dit betrof Loods 15 te Witmarsum. Na overleg met collega [verbalisant 2] bleek deze fiets overeen te komen met de gestolen fiets van aangever [slachtoffer 7] , bekend onder PV nummer PL0100-2019189544. Hierop hebben wij de elektrische vouwfiets in beslag genomen voor onderzoek mee genomen naar het bureau te Bolsward. Op het bureau hebben wij de aangever [slachtoffer 7] gevraagd om de in beslag genomen fiets te bekijken, [slachtoffer 7] deelde ons mede dat hij de fiets herkende als zijn fiets.

De rechtbank acht op grond van de opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan heling van een fiets en een fietscomputer. Beide goederen zijn in verdachtes schuur aangetroffen, terwijl hij stelt niet te weten hoe de fiets daar terecht is gekomen. Verdachte heeft verklaard dat hij deze fiets voor € 500,00 had gekocht. Een redelijke verklaring waarom hij enerzijds stelt deze fiets te hebben gekocht, en anderzijds stelt niet te weten hoe die fiets in zijn schuur terecht is gekomen, ontbreekt. Daarnaast heeft hij wederom nagelaten de naam van zijn contacten te noemen, waardoor de juistheid van zijn verklaringen niet door onderzoek geverifieerd kon worden. Ten aanzien van het lege krat Hertog Jan bier verwijst de rechtbank naar hetgeen zij eerder heeft overwogen.

feit 4.

Deze opgave luidt als volgt:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 juni 2020;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 18 juli 2019, opgenomen op pagina 76 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [slachtoffer 8] .

feit 5. primair onder A

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 21 juli 2019, opgenomen op pagina 89 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [vrouw slachtoffer 9] :

Ik doe aangifte van diefstal. Op 14 juli 2019 omstreeks 13:20 uur is mijn man met de fiets naar de Jumbo supermarkt te Bolsward gegaan. Hij had de fiets daar gestald en stond niet op slot. Hij heeft daar boodschappen gedaan en toen hij terug kwam was de fiets gestolen. Mijn man heeft dat gemeld bij de Jumbo en sprak daar met de mij bekende [medewerker] die daar werkt. [medewerker] heeft toen daar meteen de camerabeelden bekeken en zag daarop de diefstal van de fiets. [medewerker] vertelde mijn man dat hij die dader wel kende hij noemde die jongen [verdachte] . Die [verdachte] zou regelmatig op het adres [adres 2] te [plaats 1] logeren. Mogelijk dat de fiets naar dat adres is gebracht.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor met bijlagen d.d. 22 juli 2019, opgenomen op pagina 92 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 1] :

Op 14 juli 2019 omstreeks 14:15 kwam mijn buurman naar onze woning toe gelopen, ik woon aan de [adres 3] te [plaats 1] . De buurman, [slachtoffer 9] vertelde dat zijn fiets gestolen was bij de Jumbo te Bolsward. Ik werk bij de Jumbo als eerste verkoopmedewerker.

Samen zijn we naar de Jumbo gelopen om de camerabeelden terug te kijken. Toen wij bij de Jumbo waren en de camerabeelden gingen uitlezen zag ik om 13:29 uur zag ik een persoon uit de klantentoilet komen. De persoon heeft een blauwe broek, groene trui met een wit embleem op, voor de drager links. Verder heeft hij zwarte schoenen en een zwart heuptasje. Hij heeft donker haar, slank postuur. Vervolgens zie ik deze persoon richting de uitgang lopen, en zie ik hem naar de fietsen kijken. Ik zie daarna dat hij een fiets pakt, welke achteraf dus bleek te zijn van [slachtoffer 9] , en hierop weg fietst.

De persoon op de beelden herkende ik gelijk als [verdachte] , ik herkende hem aan zijn kleding. U vraagt mij of ik weet hoe [verdachte] van de achternaam heeft, dit weet ik niet. [verdachte] komt vaker bij ons, ik bedoel bij de Jumbo, zo'n 6 a 7 keer per dag.

Ik heb foto's gemaakt van de beelden van de Jumbo op zaterdag 14 juli 2019 om 13:29 deze voeg ik toe aan deze verklaring.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 22 juli 2019, opgenomen op pagina 197 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verdachte:

O: Je wordt verdacht van diefstal fiets, gepleegd op 14 juli 2019 omstreeks 13:20 uur bij de Jumbo te Bolsward.

V: Wat kun je hierover verklaren?

A: Ik was bij de jumbo, twee mannen zeiden inleveren en zo en wat doet dat daar dat is mijn fiets.

De rechtbank acht op grond van de opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte zich schuldig gemaakt heeft aan diefstal van een fiets. Mevr. [vrouw slachtoffer 9] heeft aangifte van diefstal gedaan van de fiets van haar man, dhr. [slachtoffer 9] , en verdachte is op de beelden herkend door de getuige [getuige 1] . Bovendien heeft verdachte desgevraagd bij de politie verklaard dat hij bij de Jumbo was en dat hij door twee mannen is aangesproken over een fiets.

feit 5. primair onder B

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 11 juli 2019, opgenomen op pagina 106 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 10] :

Ik doe aangifte van diefstal. Ik ben eigenaar van de herenfiets, merk Gazelle, type Chamonix, kleur grijs/wit. De fiets stond vandaag 11 juli 2019, omstreeks 20:00 uur, nog achter de

woning een de [adres 7] te Bolsward. Later op de avond, omstreeks 21:15 uur, werd ik gebeld door mijn echtgenote, die nog thuis was. Zij vroeg mij of ik op de fiets was weggegaan. Toen ik haar vertelde, dat ik met de auto was vertrokken vertelde ze mij, dat mijn fiets niet meer achter de woning stond en dat deze kennelijk was weggenomen. De fiets stond niet op slot en de deur welke toegang geeft tot het achtererf stond open.

De weggenomen fiets heeft de navolgende bijzonderheden: 7 versnellingen; nieuwwaarde

999 euro. Huidige waarde ongeveer 400 euro. Op de kettingkast zitten gebruikerskrassen, achter op het spatscherm zit een sticker met de vermelding " [Bedrijfsnaam] ".

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 12 juli 2019, opgenomen op pagina 112 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [zoon slachtoffer 10] :

Op 12 juli 2019, om 14.15 uur was ik op het schoolplein van school 'De Blinkert' te Bolsward. Ik zag toen een jongen aan komen fietsen. Ik kan het volgende signalement van deze jongen geven: Kort, grijs, krullend haar, witte jas, grijs/witte broek, leeftijd: ongeveer 25 jaar. Hij had een hangtasje bij zich, welke zwart van kleur is.

Hij zette de fiets in het fietsenhok neer. Ik herkende de fiets als de fiets van mijn vader. Deze fiets is een dag eerder nog gestolen uit onze tuin. Ik herken de fiets aan het zadel en de sticker 'De Kroon' achterop de fiets. Vervolgens zag ik dat hij van de fiets afstapte en een andere fiets pakte.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen met bijlage d.d. 22 juli 2019, opgenomen op pagina 114 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 11 juli 2019 werd door [slachtoffer 10] aangifte gedaan van diefstal van zijn fiets die die dag tussen 20.00 uur en 21.15 uur was weggenomen. Op 12 juli 2019 werd gezien dat een man een fiets plaatst in het fietsenhok van school de Blinkert te Bolsward. Dat de fiets werd herkend als zijnde de gestolen fiets van [slachtoffer 10] en dat de fiets in beslag werd genomen. Van de man die de fiets in het fietsenhok had geplaatst werd een signalement opgegeven.

Op 13 juli 2019 werd te Sneek verdachte [verdachte] aangehouden. Van verdachte [verdachte] werd een foto gemaakt. Het bleek dat het signalement van [verdachte] overeenkwam met de persoon die de fiets had gestald te Bolsward.

Op maandag 22 juli 2019 nam ik telefonisch contact op met de eigenaar van de fiets. In overleg met de aangever heb zond ik hem de afbeelding van verdachte [verdachte] . Door aangever werd even later gemeld dat [verdachte] was herkend als de persoon die de fiets op het plein had gezet. De persoon werd herkend aan het haar en de jas. De afbeelding van [verdachte] is bij dit proces-verbaal gevoegd.

De rechtbank acht op grond van de opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte zich schuldig gemaakt heeft aan diefstal van een fiets. [slachtoffer 10] heeft aangifte gedaan van diefstal van zijn fiets. Aangevers zoon heeft de volgende dag een jongen een fiets zien plaatsen in het fietsenhok van school 'De Blinkert'. Hij herkende deze als de fiets van zijn vader. Ook heeft hij een signalement van de jongen gegeven. Later is verdachte herkend aan onder meer zijn witte zijn jas als de persoon die de fiets op het plein had gezet.

feit 6. primair

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 17 juli 2019, opgenomen op pagina 98 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 11] :

Ik doe aangifte van diefstal van mijn 7 mobiele telefoontjes. Op 15 juli 2019, kwam mijn achterbuurman [getuige 2] bij mij aan de voordeur. Hij woont aan de [adres 4] te [plaats 2] . Hij vertelde mij dat er in het weekend van zaterdag 13 juli een voor hem onbekende man in mijn tuin was geweest. Hij had gezien dat hij bij het tuinhekje achter in mijn tuin had zitten friemelen. Mijn tuinhokje is niet afgesloten met een deur, maar met vliegengordijn. Het tuinhekje kan dus ook niet op slot. Ook verklaarde mijn achterbuurman dat die onbekende man bij mijn achterdeur had gestaan. Hij had geprobeerd binnen te komen.

Op 16 juli 2019, liep ik naar mijn tuinhokje toe. In mijn tuinhekje staat een opbergkast. Ik wilde iets in mijn kast doen en trok een la open. Deze lade zat linksboven in, in de kast. Ik zag toen dat er mobiele telefoontjes uit mijn kast misten.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 juli 2019, opgenomen op pagina 88 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 13 juli 2019 omstreeks 15:51 uur kwam er een melding binnen bij politie van melder [getuige 2] , wonende [adres 12] te [plaats 2] . Hij meldde dat hij net een man betrapt had die in de steeg aan deuren voelde.

Dat toen melder hem aansprak en vroeg wat hij deed, hij met een fiets weg snelde in de richting van het station. Dat melder tijdens het gesprek met de centralist ziet dat deze man nu bij het station fietsen zit te controleren. Het signalement wat [getuige 2] opgeeft is: -licht getinte man; -vermoedelijk Antilliaanse afkomst; -ongeveer 25 jaar oud; -witte jas; -rugzak; -zwarte Nike pet.

Naar aanleiding van de melding werd kort daarop verdachte [verdachte] aangehouden. Dit is de persoon die overeen komt met het signalement en de verdachte is

van de bedreiging van aangever [getuige 2] .

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen met bijlagen d.d. 19 juli 2019, opgenomen op pagina 100 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 13 juli 2019 werd [verdachte] , geboren 3 september 2000 aangehouden. Aan het bureau vond er, voordat [verdachte] werd ingesloten, een fouillering plaats. In deze fouillering werden 7 mobiele telefoons aangetroffen. Toen ik [verdachte] vroeg wat hij met deze mobieltjes moest, hoorde ik hem zeggen dat de toestellen van hem waren maar verder kreeg ik geen duidelijke verklaring. Ik besloot de emei nummers van de toestellen vervolgens door het systeem te halen om uit te sluiten of ze van diefstal afkomstig waren. De zoekslag in het bedrijfsprocessensysteem van politie gaf geen resultaten op. Ik nam van ieder toestel een foto en deed de toestellen terug in de fouillering van [verdachte] . De foto's die door mij werden gemaakt, worden als bijlage bij dit proces verbaal gevoegd.

5. Een schriftelijk stuk, te weten een foto van verdachte, opgenomen op pagina 115 van voormeld dossier.

De rechtbank acht op grond van de opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte zich schuldig gemaakt heeft aan diefstal van meerdere mobiele telefoons. [slachtoffer 11] heeft aangifte gedaan van diefstal van een aantal mobiele telefoons. De getuige [getuige 2] meldde omstreeks 15.51 uur dat er een man in de steeg aan de deuren voelde. Toen de getuige de man aansprak, werd hij bedreigd. De getuige heeft een signalement van de man gegeven. Op grond van het gegeven signalement is kort daarna verdachte aangehouden. Van hem is een foto gemaakt. Bij zijn fouillering zijn 7 mobiele telefoons gevonden, waarvan de aangever er 5 heeft herkend als zijn eigendom.

feit 7. subsidiair

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 29 juli 2019, opgenomen op pagina 155 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 12] :

Ik doe aangifte van diefstal van mijn fiets, gepleegd op 9 mei 2019 tussen 16.30 uur en 18.00 uur. Ik ben eigenaar van de damesfiets van het merk Batavus, kleur blauw en grijs. Er is onlangs onder meer een nieuw voorspatbord op de fiets gezet.

Om 16.30 uur plaatste ik de fiets op de Prins Hendrikkade in Sneek ter hoogte van de tunnel naar het hofje aldaar, deze locatie is nabij het Bristolplein. De fiets was onafgesloten omdat er geen slot meer op de fiets zat. Om 18.00 uur kwam ik terug bij de plek waar ik mijn fiets had neergezet. Ik zag toen dat mijn fiets weg was.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 augustus 2019, opgenomen op pagina 161 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 29 juli 2019 kwam [slachtoffer 12] aan het politiebureau samen met haar vader om te kijken of haar fiets mogelijk op het politiebureau te Sneek stond. Haar fiets was weggenomen maar ze had hier geen aangifte van had gedaan. Dit naar aanleiding van een Facebookbericht van de politie. [slachtoffer 12] zag een soortgelijke fiets staan achter een afgesloten hek. Deze fiets werd nader bekeken en werd herkend als zijnde haar fiets. Hierop deed [slachtoffer 12] als nog aangifte van diefstal van haar fiets welke was weggenomen op donderdag 9 mei 2019. De door [slachtoffer 12] aangewezen fiets bleek in beslag te zijn genomen bij een zogenaamde pseudokoop van goederen op dinsdag 4 juni 2019 te Sneek waarbij de verdachte was ontkomen en de fiets was achter gebleven.

Op vrijdag 7 juni 2019 vond er een koop plaats van een fiets waarbij de aangever zelf contact had gezocht met een persoon die de fiets had aangeboden. Bij de aankoop van deze fiets was politie aanwezig die de aanbieder van die fiets kon aanhouden. Dit bleek verdachte [verdachte] te zijn. Verdachte [verdachte] werd na de aanhouding herkend als zijnde de persoon die op 4 juni 2019 de fiets had achter gelaten.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen met bijlage, opgenomen op pagina 158 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 4 juni 2019 werd door de pseudokoper 1927, via Marktplaats een acculader en een schuurschijf gekocht van een man die zich [accountnaam verdachte] noemde. Deze [accountnaam verdachte] had onder andere deze goederen, die afkomstig waren van diefstal te koop aangeboden. Na de aan koop van de goederen werd getracht de genoemde [accountnaam verdachte] aan te houden. Hij wist echter te ontkomen. Na een zoekactie werd hij ook niet meer aangetroffen. Door personeel van de basiseenheid Sneek werd aan mij een foto verstrekt van een persoon die aan het opgegeven signalement voldeed. Deze foto werd door mij aan PS 1927 getoond. Deze verklaarde toen aan mij dat de

man grote gelijkenis vertoonde met de man, waarvan hij de gestolen goederen had gekocht.

Op 7 juni 2019 omstreeks 17.00 uur, werd ik gebeld door de hoofdagent van politie [verbalisant 4] werkzaam bij de basiseenheid Sneek. Hij vertelde mij dat zich een aangeefster van een gestolen fiets had gemeld en dat zij uit eigeninitiatief, een afspraak had gemaakt met ene [accountnaam verdachte] , die de fiets op Marktplaats te koop had aangeboden. Hij vertelde dat de vrouw om 18.30 uur een afspraak met deze [accountnaam verdachte] had.

Omstreeks 19.07 werd ik wederom door de hoofdagent van politie [verbalisant 4] gebeld. Hij vertelde dat ze even te voren een man hadden aangehouden die de gestolen fiets van de aangeefster wilde verkopen. Gezien het feit dat bij de pseudokoop op 4 juni 2019, een foto aan PS 1927 was getoond waarvan hij zei dat de persoon voorkomende op de foto grote gelijkenis vertoonde met de verkoper van het gereedschap, werd mij verzocht om aan PS 1927 een foto te tonen van de juist aangehouden man. Door [verbalisant 4] werd mij een foto toegezonden via Whatsapp. Vervolgens had ik contact met PS 1927 en stuurde hem via Whatsapp de afbeelding van de man die zojuist was aangehouden. PS 1927 zei vervolgens dat hij er 100% van overtuigd was dat dit de man was die zich [accountnaam verdachte] had genoemd en die hem op dinsdag 4 juni 2019 het gestolen gereedschap had verkocht. De aan PS1927 getoonde foto is afgedrukt en als bijlage bijgevoegd.

De rechtbank acht op grond van de opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte zich schuldig gemaakt heeft aan diefstal van een fiets. Naar aanleiding van een Facebook-bericht is [slachtoffer 12] op 29 juli 2019 naar het politiebureau gegaan. Daar heeft zij haar op 9 mei 2019 gestolen fiets zien staan. Haar fiets blijkt bij een pseudokoop van gereedschap op 4 juni 2019 te zijn achtergebleven omdat de verkoper was gevlucht. Op 7 juni 2019 heeft de pseudokoper verdachte herkend als degene die hem het gereedschap had verkocht en was gevlucht. Aan het verweer van de verdediging dat de pseudokoper geen adequate herkenning heeft kunnen doen, gaat de rechtbank voorbij.

De pseudokoper heeft immers verklaard dat de foto van [bijnaam verdachte] ‘een grote gelijkenis vertoonde’ met de persoon die hem het gereedschap had verkocht. De rechtbank stelt vast dat [bijnaam verdachte] en verdachte uiterlijk inderdaad gelijkenis vertonen. Nadien, geconfronteerd met een foto van verdachte [verdachte] , verklaarde de pseudokoper dat hij [verdachte] voor 100% herkende.

feit 8. subsidiair

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 4 juni 2019, opgenomen op pagina 162 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 13] :

Ik doe aangifte van diefstal van mijn fiets, gepleegd te Sneek. Ik kan mijn fiets als volgt omschrijven: een paars/blauwe Gazelle met een hoefijzerslot, handremmen, 7 versnellingen.

Op 31 mei 2019 omstreeks 18.00 uur heb ik mijn fiets gestald in de achtertuin van mijn woning. Mijn woning betreft een rijtjeswoning. De achtertuin is niet afgesloten. De achtertuin is bereikbaar via de bijbehorende steeg. Van deze steeg maken meerdere bewoners gebruik. Ik weet zo niet of ik mijn fiets heb afgesloten. Op zondag 2 juni 2019 omstreeks 12.00 uur zag ik dat mijn fiets was weggenomen.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 7 juni 2019, opgenomen op pagina 165 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [moeder slachtoffer 13] :

Mijn dochter, [slachtoffer 13] , haar fiets was afgelopen weekend gestolen. Ik keek op dinsdag 4 juni 2019 via mijn mobiele telefoon op Marktplaats. Ik zag een advertentie staan dat leek op de fiets van mijn dochter. Ik herkende de fiets aan de vorm, de kleur, het zadel, het merk en de 7 versnellingen. De verkoper had de naam " [accountnaam verdachte] ". Ik stuurde hem via de Markplaats app een berichtje dat ik de fiets wel wilde kopen voor 80 euro. Ik kreeg even later een bericht van deze [accountnaam verdachte] dat hij akkoord ging met mijn bod. Ik nam vandaag weer contact op met " [accountnaam verdachte] ". Dit deed ik weer via de Marktplaats app. Ik stuurde aan hem wanneer ik de fiets kon komen bekijken en ophalen. Hij antwoordde met het bericht dat ik wel om 11 uur bij de [adres 5] kon komen. Ik was op dat moment aan het werk en

reageerde pas later. Ik heb toen met hem om 20:00 uur afgesproken. In tussentijd, na mijn werk, ben ik naar de [adres 5] in Sneek gegaan. Ik sprak op dat adres met een bewoner en vroeg naar de fiets die op Marktplaats stond. Ik hoorde de bewoner zeggen dat hij van niks wist en hij kon ook geen [accountnaam verdachte] . Ik heb " [accountnaam verdachte] " een bericht gestuurd of het adres wel klopte. Hij antwoordde met: "Ja, 8 uur vanavond." Omdat ik dit vreemd vond, heb ik telefonisch contact gezocht met de politie en dit verhaal verteld. Ik heb toen met de politie afgesproken dat ik zou doen alsof ik de fiets zou kopen en als ik de fiets herkende als de fiets van mijn dochter, dat ik dan de politie zou bellen. Ik kreeg nog een bericht van " [accountnaam verdachte] " of ik ook om 18:30 uur kon komen. Dit heb ik even overlegd met de politie, dit was goed en toen heb ik 18:30 uur afgesproken met " [accountnaam verdachte] ". Even voor 18:30 uur, ben ik samen met mijn dochter, [slachtoffer 13] , en een politieagent in burgerkleding, naar de [adres 5] gegaan in Sneek. Omdat het regende stonden wij onder een boom te schuilen want hij was er nog niet. Ik stuurde hem nog een berichtje dat wij er bijna waren en toen kwam er een jongen aanfietsen. Deze jongen stopte bij ons. Wij spraken met hem, bekeken de fiets en wij kregen nog wat van de prijs af. We mochten de fiets wel kopen voor 70 euro. En op dat moment pakte de politieagent de jongen beet.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 juni 2019, opgenomen op pagina 186 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 7 juni 2019 bevond ik mij in burger gekleed belast met politiezaken op de Jancko Douwamastraat kruising [adres 5] te Sneek. Ik was daar met de aangeefster [slachtoffer 13] en haar moeder [moeder slachtoffer 13] die even daarvoor aan het politiebureau te Sneek had gemeld dat zij haar gestolen fiets op marktplaats heeft zien staan en met de verkoper een afspraak had gemaakt.

Haar fiets was gestolen tussen vrijdag 31 mei 2019 te 18:00 uur en zondag 2 juni 2019 te 12:00 uur waar zij op dinsdag 4 juni 2019 om 11:03 uur aangifte van heeft gedaan. De aangeefster had haar fiets op marktplaats gezien met gelijkende privéfoto's van haar fiets en had vervolgens met de verkoper een afspraak gemaakt op de locatie [adres 5] te Sneek. Op dat adres bleek niet de verkoper te wonen waardoor wij vervolgens op de hoek van de straat zijn gaan wachten.

Aangeefster [slachtoffer 13] heeft via haar telefoon op marktplaats een bericht naar de verkoper gestuurd dat we ter plaatse waren. Een minuut later na het versturen van het bericht zag ik een jongen aan komen fietsen uit de richting van de Fumerusstraat te Sneek. Ik zag dat het de gelijkende fiets was waarvan de aangeefster mij de foto's had laten zien. Ik hoorde de jongen op de fiets zeggen tegen [slachtoffer 13] dat hij 100 euro had gevraagd, dat zij 80 wilde bieden maar dat ze de fiets ook wel voor 70 euro kon kopen. Ik hoorde de jongen zeggen dat de fiets van zijn vriendin was en dat hij de fiets moest verkopen. [slachtoffer 13] hoorde ik zeggen "dit is volgens mij mijn fiets". Hierop heb ik mij gelegitimeerd als politie en de verdachte ter zake heling aangehouden.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 augustus 2019, opgenomen op pagina 161 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 7 juni 2019 vond er een koop plaats van een fiets waarbij de aangever zelf contact had gezocht met een persoon die de fiets had aangehouden. Bij de aankoop van deze fiets was politie aanwezig die de aanbieder van de fiets kon aanhouden. Dit bleek verdachte [verdachte] te zijn.

De rechtbank acht op grond van de opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte zich schuldig gemaakt heeft aan heling van een fiets. [slachtoffer 13] heeft aangifte gedaan van diefstal van de fiets. Op 4 juni 2019 is een soortgelijke fiets te koop aangeboden op Marktplaats. De verkoper noemde zich op Marktplaats [accountnaam verdachte] . De moeder van aangeefster heeft een afspraak met [accountnaam verdachte] gemaakt om de fiets te kopen. Deze verkoop heeft plaatsgevonden op 7 juni 2019 op de [adres 5] . Zodra de verkoper aan kwam fietsen, heeft aangeefster aangegeven dat zij haar gestolen fiets herkende. Vervolgens is verdachte aangehouden.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht de feiten in de zaak met parketnummer 18/730200-19 onder 1. subsidiair, 2. subsidiair en 3. subsidiair en de feiten in de zaak met parketnummer 18/720148-19 onder 1., 2. primair, 3. subsidiair, 4., 5. primair, 6. primair, 7. subsidiair en 8. subsidiair wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

parketnummer 18/730200-19

1. subsidiair

hij in de periode van 31 mei 2019 tot en met 23 juli 2019 te Sneek en/of te Bolsward, goederen te weten een bovenfrees van het merk Festool en een roterende schuurmachine van het merk Festool en een acculader van het merk Makita, toebehorende aan [slachtoffer 1] , voorhanden heeft gehad en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die goederen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

2. subsidiair

hij in de periode van 31 mei 2019 tot en met 4 juni 2019 te Sneek, een fiets van het merk Gazelle, type Chamonix, toebehorende aan [slachtoffer 2] , voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

3. subsidiair

hij in de periode van 31 mei 2019 en 4 juni 2019 te Sneek, een damesfiets van het merk Gazelle, kleur blauw, toebehorende aan [slachtoffer 3] , voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

parketnummer 18/720148-19

1.

hij op 21 juli 2019 te Bolsward, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening vanaf een fiets heeft weggenomen een fietscomputer, toebehorende aan [slachtoffer 4] ;

2. primair

hij te Bolsward

A. op 19 juli 2019 met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening vanaf een fiets heeft weggenomen een fietscomputer van het merk Bosch, toebehorende aan [slachtoffer 5] , en

B. op 20 juli 2019 met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening vanaf een fiets heeft weggenomen een fietscomputer, toebehorende aan [slachtoffer 6] ;

3. subsidiair

hij in de periode van 19 juli 2019 tot en met 21 juli 2019 te Bolsward, een elektrische vouwfiets en een fietscomputer met lader voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die goederen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

4.

hij op 18 juli 2019 te Sneek, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening vanuit een fietstas heeft weggenomen een poncho, toebehorende aan [slachtoffer 8] ;

5. primair

hij te Bolsward,

A. op 14 juli 2019 met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een damesfiets van het merk Gazelle, toebehorende aan [vrouw slachtoffer 9]

en

B. op 11 juli 2019 met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een herenfiets van het merk Gazelle, toebehorende aan [slachtoffer 10] ;

6. primair

hij op 13 juli 2019 te Sneek, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een tuinhokje gelegen aan de [adres 6] heeft weggenomen meerdere mobiele telefoontoestellen, toebehorende aan [slachtoffer 11] ;

7. subsidiair

hij in de periode van 9 mei 2019 tot en met 4 juni 2019 te Sneek, een damesfiets van het merk Batavus, toebehorende aan [slachtoffer 12] , voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

8. subsidiair

hij in de periode van 31 mei 2019 tot en met 7 juni 2019 te Sneek, een damesfiets van het merk Gazelle, toebehorende aan P. Spoelstra voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

parketnummer 18/730200-19

1. primair Opzetheling.

2. primair Opzetheling.

3. primair Opzetheling.

parketnummer 18/720148-19

1. Diefstal.

2. primair

onder A. Diefstal en

onder B. Diefstal.

3. subsidiair Opzetheling.

4. Diefstal.

5. primair

onder A. Diefstal en

onder B. Diefstal.

6. primair Diefstal.

7. subsidiair Opzetheling.

8. subsidiair Opzetheling.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte in de zaak met parketnummer 18/730200-19 voor de feiten 1. primair, 2. primair, 3. primair en in de zaak met parketnummer 18/720148-19 voor de feiten 1., 2. primair., 3. primair, 4., 5. primair, 6. primair, 7. subsidiair en 8. primair wordt veroordeeld tot een jeugddetentie van 203 dagen, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, onder aftrek van voorarrest. Bij het voorwaardelijk deel heeft de officier van justitie oplegging gevorderd van de bijzondere voorwaarde van toezicht door de Jeugdreclassering.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit om verdachte te bestraffen volgens het jeugdstrafrecht en hem te veroordelen tot een jeugddetentie, gelijk aan het voorarrest. De raadsman verzoekt geen bijzondere voorwaarden op te leggen nu dat volgens de reclassering niet nodig is.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter zitting, het trajectconsult van het NIFP d.d. 20 augustus 2019, de rapportage van Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering d.d. 25 mei 2020, de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte is een 19-jarige jongeman die zich in de periode mei tot en met juli 2019 schuldig heeft gemaakt aan de diefstal en heling van verschillende fietsen, fietscomputers, gereedschappen, jassen en een poncho. Het betreft dertien vervelende strafbare feiten. Zulke vermogensdelicten getuigen niet van respect voor het eigendomsrecht van anderen, kunnen tot overlast leiden en brengen schade toe aan de eigenaren. Verdachte heeft bij het plegen van deze feiten kennelijk alleen gedacht aan zijn eigen gewin.

Uit het reclasseringsrapport leidt de rechtbank af dat de jeugd van verdachte zich kenmerkt door een problematische opvoedsituatie, middelenmisbruik en psychische problemen, mogelijk bestaande uit een psychotische kwetsbaarheid, een verstandelijke beperking, ASS en ADHD. Geadviseerd wordt toepassing van het jeugdstrafrecht. De rechtbank neemt dit advies over.

Gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis (sinds 14 januari 2020) heeft verdachte zich goed gehouden aan de voorwaarden. Hij heeft zelf werk gevonden en wil graag weer een opleiding volgen. Hij heeft verbleven in de woning van zijn zus, met wie hij goed contact heeft en die hem met raad en daad bijstaat. Hij zal binnenkort – op vrijwillige basis – begeleid gaan wonen. De reclassering ziet, gelet op dit positieve verloop, geen meerwaarde in een voorwaardelijk strafdeel met bijzondere voorwaarden.

Gelet op de landelijke oriëntatiepunten die de rechtbank tot uitgangspunt neemt bij de bepaling van de straf, op de omstandigheid dat verdachte al meerdere keren onherroepelijk werd veroordeeld voor vermogensdelicten en op het aanzienlijke aantal bewezen verklaarde feiten, acht de rechtbank een jeugddetentie van 4 maanden passend en oplegging daarvan geboden. Met de reclassering en de raadsman acht de rechtbank een voorwaardelijk strafdeel met bijzondere voorwaarden niet meer nodig.

Voorafgaand aan de schorsing heeft verdachte ruim 5,5 maand in voorarrest doorgebracht. De rechtbank hecht eraan op te merken dat gedurende het voorarrest, gelet op de inhoud van het trajectconsult, ernstig rekening werd gehouden met de noodzaak tot een vrijheidsbenemende maatregel en langdurig klinisch traject. Nadat ter zitting was gebleken dat toch geen nadere NIFP-rapportage werd opgesteld, zodat geen vrijheidsbenemende maatregel of klinisch traject meer te verwachten viel, is verdachte uit de voorlopige hechtenis geschorst.

Benadeelde partij

In de zaak met parketnummer 18/720148-19, feit 4. heeft [slachtoffer 8] zich als benadeelde partij gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van

€ 50,00 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft toewijzing van een bedrag van € 30,00 gevorderd, vermeerderd met wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat de vordering niet onderbouwd is. Aanhouding van de zaak zou een onevenredige belasting van het strafproces betekenen en daarom moet benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard.

Oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij schade heeft geleden als rechtstreeks gevolg is van voornoemd feit 4. Gebruikmakend van haar schattingsbevoegdheid ex artikel 6:97 van het Burgerlijk Wetboek schat de rechtbank de hoogte van de schade op € 25,00, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 18 juli 2019. De rechtbank zal de vordering tot dit bedrag toewijzen en voor het overige deel afwijzen.

Nu de aansprakelijkheid vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 55, 77c, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 310 en 416 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte in de zaak met parketnummer 18/730200-19 onder 1. primair., 2. primair en 3. primair en in de zaak met parketnummer 18/720148-19 onder 3. primair., 7. primair en 8. primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 18/730200-19 onder 1. subsidiair., 2. subsidiair en 3. subsidiair en het in de zaak met parketnummer 18/720148-19 onder 1., 2. primair, 3. subsidiair, 4., 5. primair, 6. primair, 7. subsidiair en 8. subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een jeugddetentie voor de duur van vier maanden.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie, geheel in mindering zal worden gebracht.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Ten aanzien van parketnummer 18/720147-19, feit 4.:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 25,00 (zegge: vijfentwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 juli 2019.

Verklaart de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 8] te betalen een bedrag van € 25,00 (zegge: vijfentwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 juli 2019, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door gijzeling voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 8] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. K. Post, voorzitter, mr. G.W.G. Wijnands en mr. C.A.J. Tuinstra, rechters, bijgestaan door D.P. Postma-Westerhof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 juni 2020.

Mr. Tuinstra en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.