Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2020:2318

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
29-06-2020
Datum publicatie
02-07-2020
Zaaknummer
18/850015-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor het bezit van een grote hoeveelheid cocaïne en MDMA, het voorhanden hebben van een vuurwapen met geluiddemper en kogelpatronen, het witwassen van een aanzienlijk geldbedrag en het beledigen van een tweetal politieagenten tot een gevangenisstraf van 12 maanden met aftrek van voorarrest.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 63
Wetboek van Strafrecht 266
Wetboek van Strafrecht 267
Wetboek van Strafrecht 420bis
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/850015-20

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 29 juni 2020 in de zaak van het Openbaar Ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] ,

wonende te [straatnaam] , [woonplaats] ,

thans gedetineerd te P.I. Leeuwarden.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 15 juni 2020.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.C. van Linde, advocaat te Groningen.

Het Openbaar Ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. E.R. Jepkema.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 2 maart 2020 in Groningen, althans in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 175,32 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 47,64 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde cocaïne en/of MDMA, (telkens) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2016 tot en met 2 maart 2020 in de gemeente Groningen, althans in Nederland, een voorwerp (Mercedes Benz kenteken [kentekennummer] ) en/of een geldbedrag (ter hoogte van minimaal € 22.025,-), heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van dat voorwerp en/of geldbedrag gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat dat voorwerp en/of geldbedrag geheel of gedeeltelijk onmiddellijk of middellijk afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot en met 2 maart 2020 te Groningen, althans in Nederland, een voorwerp (Mercedes Benz kenteken [kentekennummer] ) en/of een geldbedrag (minimaal € 21.425,-) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat

voorwerp en/of geldbedrag onmiddellijk afkomstig was/waren uit enig eigen misdrijf;

3.

hij op of omstreeks 2 maart 2020 te Groningen, althans in Nederland, voorhanden heeft gehad, te weten:

- een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1, categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 van die wet in de vorm van een pistool, namelijk een pistool van het merk Zoraki, M906, kaliber 7,65 mm / .32 acp en/of

- munitie in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op artikel 2 lid 2, categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een of meerdere (8 patronen), bij het vuurwapen behorende, kogelpatronen van het merk Prvi Partizan (PPU) Volmantel in het kaliber .32 auto;

4.

hij op of omstreeks 2 maart 2020 te Groningen, althans in Nederland, een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 categorie I onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten een geluiddemper voor een vuurwapen, voorhanden heeft gehad;

5.

hij op of omstreeks 2 maart 2020 te Groningen, althans in Nederland, opzettelijk (een) ambtena(a)r(en), te weten [verbalisant 1] , hoofdagent van politie Eenheid Noord-Nederland en/of D.R. [verbalisant 2] , aspirant van politie Eenheid Noord-Nederland, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar/hun bediening, in haar/hun tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door zijn, verdachtes, verklaring te ondertekenen met "1312" (All Cops Are Bastards).

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor de feiten 1, 2 primair, 3, 4 en 5.

Ten aanzien van feit 2 primair heeft de officier van justitie aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat verdachte de Mercedes heeft witgewassen, nu verdachte ter terechtzitting een concrete, verifieerbare verklaring heeft afgelegd en schorsing van het onderzoek ter terechtzitting om deze verklaring ook daadwerkelijk te verifiëren in dit stadium niet gerechtvaardigd is.

Standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de feiten 1 en 4 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat er onvoldoende bewijs is voor het witwassen van de Mercedes. Daarnaast blijkt niet uit het dossier dat de bedragen genoemd op de aangetroffen nota’s van kledingbedrijf [bedrijfsnaam] door verdachte zijn betaald. De nota’s staan niet op naam van verdachte. Bovendien is op de woonboot waar de nota’s zijn aangetroffen ook post van iemand anders dan verdachte aangetroffen. Ook voor de bitcoins is geen concrete aanwijzing gevonden waaruit blijkt dat verdachte die heeft aangeschaft. De overige posten waarop de verdenking van witwassen is gebaseerd, stoelen op de verklaring van getuige [getuige] , terwijl aan de juistheid van deze verklaring moet worden getwijfeld. Het is bijvoorbeeld onaannemelijk dat verdachte, zoals [getuige] heeft verklaard, € 200,- per maand betaalde voor een postadres.

De raadsman heeft zich ook met betrekking tot feit 3 op het standpunt gesteld dat verdachte vrijgesproken dient te worden, nu niet kan worden bewezen dat verdachte het vuurwapen voorhanden heeft gehad dat op 2 maart 2020 in een berging van de woning aan de [straatnaam] te [woonplaats] is aangetroffen. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte, zoals getuige [getuige] verklaart, daadwerkelijk toegang had tot voornoemde berging. Bovendien toont het DNA van verdachte dat is aangetroffen op het vuurwapen alleen aan dat verdachte een keer in contact is gekomen met het wapen.

De raadsman heeft de rechtbank verzocht om verdachte, ondanks zijn bekennende verklaring, vrij te spreken van de onder 5 ten laste gelegde belediging van verbalisanten. Weliswaar heeft verdachte zijn verklaring bij de politie ondertekend met 1312, maar hij is vrijwillig teruggetreden toen hij een streep zette door 1312. Bovendien moesten de verbalisanten eerst navraag doen bij een hulpofficier van justitie, voordat zij begrepen waar 1312 voor stond.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat, ondanks het feit dat veel informatie in het dossier gebaseerd is op de verklaringen van getuige [getuige] , er geen aanleiding bestaat om te twijfelen aan de juistheid van die verklaringen, nu deze verklaringen worden ondersteund door de overige bewijsmiddelen in het dossier. De rechtbank acht de verklaringen van getuige [getuige] derhalve betrouwbaar en toelaatbaar voor het bewijs.

De rechtbank acht de feiten 1, 2 primair, 3, 4 en 5 wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Met betrekking tot de feiten 1, 2 primair, 3 en 4 is ieder bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Ten aanzien van de feiten 1, 2 primair, 3 en 4:

1. De door verdachte ter zitting van 15 juni 2020 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:

Het klopt dat ik de kamer 1.01 aan het [adres 1] in [plaats 1] huurde.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige van Politie Noord-Nederland d.d. 2 maart 2020, opgenomen op pagina 85 e.v. van het dossier met nummer [dossiernummer] d.d. 30 april 2020, inhoudend als verklaring van [getuige] :

Ik kan u het volgende verklaren over [verdachte] . Ik noem hem altijd [bijnaam verdachte] . Vanaf ongeveer anderhalf jaar geleden heeft hij mijn woonboot gehuurd, toen is hij daar gaan wonen. Sowieso wel per eind 2018, misschien een paar maanden eerder. [bijnaam verdachte] betaalde mij

€ 600,- per maand voor de woonboot. Hij heeft me altijd betaald. Hij heeft me ook altijd contant betaald. Briefjes van 50 of 20, maar daar heb ik nooit zo bij stilgestaan. Maar hij heeft al die tijd bij mij ingeschreven gestaan, voor zijn post. Hij hield zijn postadres bij mij op de [straatnaam] . Daar betaalde hij € 50,- per week voor. Dat heeft hij ook altijd contant betaald. Hij betaalt dat vanaf het moment dat hij bij mij op de [straatnaam] staat ingeschreven. Het [adres 2] is het adres van de woonboot. [bijnaam verdachte] woont sinds een week of zes op een adres op het [adres 1] . Dat heeft hij mij verteld. [bijnaam verdachte] vroeg mij of hij zijn spullen in de berging bij mij kon opslaan. Dat mocht van mij. Ik heb hem toen een druppel gegeven zodat hij bij de berging kon. Ik heb vier bergingen in gebruik in de kelder. [bijnaam verdachte] heeft een druppel en een sleutel, hij kan in alle vier de hokken. [bijnaam verdachte] heeft 1 van die vier hokken in gebruik, dat is nummer 13, daar heeft hij zijn huisraad. Dat staat er al wel 2 of 3 jaar.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 4 maart 2020, opgenomen op pagina 13 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 2 maart 2020 hebben wij een zoeking verricht in de woning aan de [straatnaam] te Groningen. [getuige] verklaarde mij dat dhr. [verdachte] de toegang had tot de berging, behorende bij de woning. Ik hoorde dat [getuige] zei dat [verdachte] gebruik maakte van berging nummer 13 en dat hij daarvan een sleutel in zijn bezit had. Nadat de woning was doorzocht is de berging nummer 13, behorende bij [straatnaam] te Groningen doorzocht. In de berging werd een zwart vuurwapen aangetroffen met bijbehorende munitie.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 3 maart 2020, opgenomen op pagina 19 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 2 maart 2020 vond een doorzoeking plaats aan het [adres 1] in [plaats 1] . Op het keukenblad van het keukenblokje zag ik gripzakjes liggen. Ik zag dat een zakje was gevuld met wit poeder. Ook zag ik een tweetal gripzakjes gevuld met diverse kleine witte zakjes. Op de tv-kast zag ik een glazen bord met wit poeder liggen. Collega's vonden in het rechterkeukenkastje een grote hoeveelheid contant geld. Tevens vonden zij een portemonnee met hierin zichtbaar contant geld. Naast de tv-kast in de hoek bij het raam vond een collega een gele plastic Jumbotas. Hierin zat een tot een prop verfrommelde gele schoonmaakdoek. Hierin zag ik een demper voor een vuurwapen en enige patronen voor een vuurwapen. Onder in het tv-kastje zag ik een stapel doosjes liggen. In deze doosjes zaten velletjes die als het ware zijn voorgevormd zodat deze gemakkelijk tot een soort envelopjes te vouwen zijn. In het tv-kastje vonden collega's twee heuptasjes. Ik zag in een gripzakje opvallend gekleurde pilletjes. Deze leken op de mij ambtshalve bekende xtc-pillen. In het andere tasje zag ik een gripzakje met wit poeder en diverse wikkels. Tevens vonden collega's in een tas een vermaler. Ik zag hierop diverse sporen van wit, op cocaïne lijkend poeder. Ik zag in de woonruimte op het bed diverse kleding liggen. Ik zag onder andere een trui van het merk Stone Island, een overhemd van jeansstof, een zwart t-shirt, een groen vest en een spijkerbroek van het merk Jacob Cohen.

5. Een kennisgeving van inbeslagneming d.d. 2 maart 2020, opgenomen op pagina 186 e.v. van voornoemd dossier:

Omstandigheden: Aangetroffen aan het [adres 1] . in [plaats 1] in een keukenkastje.

Object: Geld (Biljetten).

Totale hoeveelheid: € 3.291,05.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 3 maart 2020, opgenomen op pagina 37 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 2 maart 2020 vond een doorzoeking plaats in een woonboot aan het [adres 2] in [plaats 2] . Ik zag in een gripzakje een wit poeder. Op tafel lagen diverse sporen van wit poeder en verpakkingsmateriaal (gripzakjes). Onder de tafel vond een collega een grijze vuilniszak met daarin een plastic zakje met een soort grijze brokjes, vermoedelijk een drug. Een collega vond op de boekenplanken een tweetal stortingsbewijzen van 28 en 29 september 2019 die beide zagen op een storting van € 1.000,- op een rekeningnummer dat eindigt op 1861. Een collega vond in een soort metalen bus met gaatjes op de tweede plank van onder een hoeveelheid buitenlandse valuta. Ik zag dat dit mogelijk Tsjechische kronen betroffen. Na telling bleek het om een 12.700 mogelijk Tsjechische kronen te gaan. Een collega vond een viertal facturen van [bedrijfsnaam] , een luxe kledingwinkel in Groningen. Ik zag op de factuur de volgende bijzonderheden:

Datum: Bedrag Wijze betaling Betreft
13-07-2019 € 140,- contant Stone Island Sweater lavendel uni xxl

13-07-2019 € 507,50,- contant 3x Jacob Cohen jeans blauw

11-07-2019 € 231,- contant Stone Island short blauw, Stone Island zwemshort

12-07-2019 € 1.178,50,- contant Diverse kleding

7. Een kennisgeving van inbeslagneming d.d. 2 maart 2020, opgenomen op pagina 198 e.v. van voornoemd dossier:

Plaats van inbeslagneming: [adres 1] , [plaats 1]

Datum: 2 maart 2020

Goednummer: PL0100-2020032372-1244776

Goednummer: PL0100-2020032372-1244784

8. Een kennisgeving van inbeslagneming d.d. 2 maart 2020, opgenomen op pagina 187 e.v. van voornoemd dossier:

Plaats van inbeslagneming: [adres 1] , [plaats 1]

Datum: 2 maart 2020

Goednummer: PL0100-2020032372-1244796

Goednummer: PL0100-2020032372-1244799

9. Een kennisgeving van inbeslagneming d.d. 2 maart 2020, opgenomen op pagina 172 e.v. van voornoemd dossier:

Plaats van inbeslagneming: [adres 1] , [plaats 1]

Datum: 2 maart 2020

Goednummer: PL0100-2020032372-1244830

Goednummer: PL0100-2020032372-1244805

Goednummer: PL0100-2020032372-1244807

Goednummer: PL0100-2020032372-1244809

Goednummer: PL0100-2020032372-1244844

Goednummer: PL0100-2020032372-1244847

10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verdovende middelen van Politie Noord-Nederland d.d. 16 maart 2020, inclusief bijlagen, opgenomen op pagina 66 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisanten:

Goednummer: PL0100-2020032372-1244776

SIN: AANS0138NL

Omschrijving: 10 gripzakjes met groene rand waarvan

A: 5 gripzakjes met elk 10 witte wikkels (totaal 50) met op elke wikkel een blauw opschrift "M08" en een grijze binnenzijde met in elke wikkel wit poeder

Netto gewicht: 39,62 gram

SIN monster: AANS0082NL

Indicatieve testen: positief voor cocaïne

NFiDENT: positief voor cocaïne

B: een gripzakje met 10 witte wikkels waarvan 8 wikkels met blauw opschrift "60" en de andere zijde een rode opdruk "Red square" (de R in spiegelbeeld) en 2 wikkels met blauw opschrift "30" en de andere zijde een rode opdruk "Red square" (de R in spiegelbeeld) met in elke wikkel wit poeder

Netto gewicht: 7,23 gram

SIN monster: AANS0084NL

Indicatieve testen: positief voor cocaïne

C: een gripzakje met 8 witte wikkels met blauw opschrift "P08" en een grijze

binnenzijde met in elke wikkel wit poeder

Netto gewicht: 6,36 gram

SIN monster: AANS0085NL

Indicatieve testen: positief voor cocaïne

D: 2 gripzakjes met 12 witte wikkels waarvan in elk zakje 8 wikkels met blauw opschrift "M08" en 4 wikkels met "M04" en een grijze binnenzijde met in elke wikkel wit poeder

Netto gewicht: 15,46 gram

SIN monster: AANS0083NL

Indicatieve testen: positief voor cocaïne

E: een gripzakje met 12 witte wikkels waarvan 8 met blauw opschrift "60" en de andere zijde een rode opdruk "Red square" (de R in spiegelbeeld) en 4 wikkels met blauw opschrift "P04" en de andere zijde een rode opdruk "Red square" (de R in spiegelbeeld) met in elke wikkel wit poeder

Netto gewicht: 8,26 gram

SIN monster: AANS0086NL

Indicatieve testen: positief voor cocaïne

------------------------------------------------------------

Goednummer: PL0100-2020032372-1244784

SIN: AANS0137NL

Omschrijving: een gripzakje met een. groene rand met daarin 4 gripzakjes met groene rand met in alle zakjes gelijke gleuftabletten in de vorm van en met een diepdruk van een gezicht met grote ogen en mond en lang haar. De tabletten hadden verschillende kleuren en met aan de gleuf zij de een diepdruk "69".

A: 7 roze tabletten

Netto gewicht: 3,62 gram

SIN monster: AANS0081NL

Indicatieve testen: positief voor MDMA

NFiDENT: positief voor MDMA

B: 5 beige tabletten

Netto gewicht: 2,59 gram

SIN monster: AANS0080NL

Indicatie testen: positief voor MDMA

C: 3 lichtgroene tabletten

Netto gewicht: 1,64 gram

SIN monster: AANS0079NL

Indicatie testen: positief voor MDMA

D: 3 grijze tabletten

Netto gewicht: 1,51 gram

SIN monster: AANS0078NL

Indicatieve testen: positief voor MDMA

-------------------------------------------------------------

Goednummer: PL0100-2020032372-1244796

SIN: AANS0140NL

Omschrijving: een kapotte maar dicht geknoopte plastic zak met daarin crèmekleurige brokken en poeder en los poeder uit de sealbag

Netto gewicht: 48,25 gram

SIN monster: AANR9857NL

Indicatieve testen: positief voor cocaïne

NFiDENT: positief voor cocaïne

-------------------------------------------------------------

Goednummer: PL0100-2020032372-1244799

SIN: AANS0139NL

Omschrijving: een gripzakje met groene rand met daarin 13 witte wikkels waarvan 8 wikkels met blauw opschrift "P08" en 5 wikkels met blauw opschrift "P04" en een grijze binnenzijde met in elke wikkel wit poeder

Netto gewicht: 7,55 gram

SIN monster: AANR9858NL

Indicatieve testen: positief voor cocaïne

-------------------------------------------------------------

Goednummer: PL0100-2020032372-1244830

SIN: AANS0142NL

Omschrijving: een gripzakje met groene rand met daarin 13 witte wikkels waarvan 4 wikkels met blauw opschrift "M04", 3 wikkels met "M08", 2 met "P04" en 4 met "P08" met in elke wikkel wit poeder

Netto gewicht: 7,83 gram

SIN monster: AANR9935NL

Indicatieve testen: positief voor cocaïne

-------------------------------------------------------------

Goednummer: PL0100-2020032372-1244805

SIN: AANS0147NL

Omschrijving: een gripzakje met groene rand met daarin een stukje wit papier met blauw opschrift "ouwe" en witte brokjes en poeder

Netto gewicht: 13,41 gram

SIN monster: AANR9933NL

Indicatieve testen: positief voor cocaïne

NFiDENT: positief voor cocaïne

-------------------------------------------------------------

Goednummer: PL0100-2020032372-1244807

SIN: AANS0143NL

Omschrijving: een gripzak met rode rand met daarin grote bruine brokken, brokjes en poeder (kristallen)

Netto gewicht: 38,28 gram

SIN monster: AANR9934NL

Indicatieve testen: positief voor MDMA

NFiDENT: positief voor MDMA

-------------------------------------------------------------

Goednummer: PL0100-2020032372-1244809

SIN: AANS0146NL

Omschrijving: een gripzakje met groene rand met daarin witte brokjes en poeder

Netto gewicht: 4,33 gram

SIN monster: AANS0068NL

Indicatieve testen: positief voor cocaïne

-------------------------------------------------------------

Goednummer: PL0100-2020032372-1244844

SIN: AANS0145NL

Omschrijving: een gripzakje met groene rand met daarin 14 witte wikkels waarvan 4 wikkels met blauw opschrift "M04" en de andere zijde een rode opdruk "Red square" (de R in

spiegelbeeld) en 10 wikkels met blauw opschrift "M08" en de andere zijde een rode opdruk "Red square" (de R in spiegelbeeld) met in elke wikkel wit poeder

Netto gewicht: 9,38 gram

SIN monster: AANS0063NL

Indicatieve testen: positief voor cocaïne

NFiDENT: positief voor cocaïne

-------------------------------------------------------------

Goednummer: PL0100-2020032372-1244847

SIN: AANS0144NL

Omschrijving: een gripzakje met groene rand met daarin 12 witte wikkels waarvan 4 wikkels met blauw opschrift "P04" en 8 wikkels met blauw opschrift "P08" en een grijze binnenzijde met in elke wikkel wit poeder

Netto gewicht 7,64 gram

SIN monster: AANS0064NL

Indicatieve testen: positief voor cocaïne

11. Een kennisgeving van inbeslagneming d.d. 2 maart 2020, opgenomen op pagina 177 e.v. van voornoemd dossier:

Plaats inbeslagneming: [straatnaam] [woonplaats] .

-------------------------------------------

Goednummer: PL0100-2020032372-1244704

Object: vuurwapen (pistool)

Spoor identificatienr: AALR1447NL

--------------------------------------------

Goednummer: PL0100-2020032372-1244706

Object: vuurwapen (patroonhouder)

Spoor identificatienr: AALR1482NL

--------------------------------------------

12. Een kennisgeving van inbeslagneming d.d. 2 maart 2020, opgenomen op pagina 184 e.v. van voornoemd dossier:

Plaats inbeslagneming: [adres 1] ter hoogte van nummer 1, [plaats 1]

-------------------------------------------

Goednummer: PL0100-2020032372-1244831

Object: vuurwapen (geluiddemper)

-------------------------------------------

Goednummer: PL0100-2020032372-1244834

Object: munitie

13. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van onderzoek wapen van Politie Noord-Nederland d.d. 23 april 2020, inclusief bijlagen, opgenomen op pagina 79 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Wapenomschrijving 1

Goednummer: PL0100-2020032372-1244704

Object: vuurwapen (pistool)

Merk/type: Zoraki, M906

Kleur: zwart

Spoor identificatienr: AALR1447NL

Kaliber: 7,65 mm (= .32 acp)

Bijzonderheden: omgebouwd gaspistool

Het inbeslaggenomen voorwerp is een semi-automatisch centraalvuur pistool geschikt om

projectielen door een loop af te schieten.

De voorzijde van de loop van het hier beschreven pistool is voorzien van schroefdraad. Op dit schroefdraad is een zogenaamde schroefdraad-beschermer geschroefd. Dit schroef draad heeft kennelijk tot doel om een geluiddemper op het wapen te monteren. Dit gaspistool heeft een loop voorzien van een sper (blokkering) waardoor het niet mogelijk is om kogelpatronen met het pistool te verschieten. Genoemde loop is verwijderd en daarvoor in de plaats is een metalen buis geplaatst (vervangende loop), gekamerd voor patronen van het kaliber 7,65 millimeter.

Wapenomschrijving 2

Goednummer: PL0100-2020032372-1244831

Object: wapen (geluiddemper)

Merk/type: geen merk, opschroefbaar

Kleur: zilverkleurig

Spoor identificatienr: AAN03381NL

Kaliber: 7,65 mm

Bijzonderheden: Zelfbouw, inwendig schroefdraad, rubber baffle(s)

Het inbeslaggenomen voorwerp is een geluiddemper als bedoeld in artikel 2 lid l onder f van de Regeling wapens en munitie en is geschikt om middels schroefdraad te worden bevestigd op het hier beschreven Zoraki pistool.

Wapenomschrijving 3

Goednummer: PL0100-2020032372-1244834

Object: munitie

Aantal: 8 stuks

Merk/type: Prvi Partizan (PPU), Volmantel

Spoor identificatienr: AAN03380NL

Kaliber: .32 auto (=7,65 mm)

Het betreft acht (8) stuks centraalvuur kogelpatronen van het merk Prvi Partizan in het

kaliber .32 auto. Deze patronen zijn geschikt om een projectiel door middel van een vuurwapen, onder andere het hier beschreven Zoraki pistool, af te schieten.

14. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van vooronderzoek lab van Politie Noord-Nederland d.d. 17 maart 2020, als los document gevoegd, inhoudend als relaas van verbalisant:

-------------------------------------------

SIN: AANS0484NL

Relatie met SIN: AALR1447NL

Plaats veiligstellen: Ruwe delen + niet bruikbare dacty

-------------------------------------------

SIN: AANS0485NL
Relatie met SIN: AALR1482NL
Plaats veiligstellen: Gehele magazijn

15. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut, zaaknummer [zaaknummer] d.d. 5 februari 2020, opgemaakt door Y. Hoiting, op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, als los document gevoegd, inhoudende als zijn/haar verklaring:

SIN

Beschrijving DNA profiel

DNA kan afkomstig zijn van

AANS0484NL#01

DNA mengprofiel van minimaal drie personen

verdachte [verdachte]

AANS0485NL#01

DNA mengprofiel van minimaal drie personen

verdachte [verdachte]

Hypothese 1: De bemonstering bevat DNA van verdachte [verdachte] en twee willekeurige onbekende personen.

Hypothese 2: De bemonstering bevat DNA van drie willekeurige onbekende personen.

De verkregen DNA-mengprofielen [nummer] #01 zijn elk meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is.

16. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal witwassen van Arrondissementsparket Noord-Nederland d.d. 17 april 2020, als los document gevoegd, inhoudende als relaas van officier van justitie M. Scharenborg:

Toen verdachte werd aangehouden had hij de beschikking over dure kleding van merken als Stone Island en Jacob Cohen. Er zijn vier contantbonnen gevonden van de kledingzaak [bedrijfsnaam] uit Groningen. In totaal gaat het om € 2.027,-. Het gaat om aankopen op 11, 12 en 13 juli 2019. Verdachte beschikte over meerde woonruimtes. Hij gebruikt het pand aan de [straatnaam] als postadres. [getuige] verklaart: “Daar betaalde hij € 50,- per week voor. Dat heeft hij ook altijd contant betaald. Voor mijn gevoel is het al drie jaar.”

De verhuurder verklaart dat het drie jaren is geweest. Vanuit iCOV is dat 3 oktober 2016 tot en met 31 december 2019. Als feitelijk adres gebruikt hij de woonboot van [getuige] aan het [adres 2] . De verhuurder verklaart: “Anderhalf jaar geleden heeft hij mijn woonboot gehuurd, toen is hij daar gaan wonen. Sowieso wel per eind 2018, misschien een paar maanden eerder. [bijnaam verdachte] betaalde mij € 600,- per maand voor de woonboot. Hij heeft me ook altijd contant betaald”. Ten voordele van de verdachte wordt 1 december 2018 aangehouden. De doorzoeking vond plaats op 2 maart 2020. We hebben de onderzoeksperiode ingeperkt tot 31 december 2019, zodat de drie maandhuren niet meegenomen worden. Blijft over de maand december 2018 plus 12 maanden van 2019: 13 x € 600,- = € 7.800,-.

Contanten doorzoeking kronen: € 457,-.

Contanten doorzoeking euro: € 3.291,-.

Ten aanzien van feit 5:

1. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 juni 2020, voor zover inhoudende:

Ik beken de belediging van de verbalisanten door mijn verklaring te ondertekenen met 1312.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 2 maart 2020, opgenomen op pagina 90 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [verdachte] :

Wij, verbalisanten, [verbalisant 1] , hoofdagent van politie Eenheid Noord-Nederland en [verbalisant 2] , aspirant van politie Eenheid Noord-Nederland, verklaren het volgende. Op maandag 2 maart 2020 om 10:55 uur verhoorden wij op de locatie Hooghoudtstraat 18, 9723 TG Groningen de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1993. Nadat de verdachte zijn verklaring had doorgelezen, verklaarde hij daarin te volharden en ondertekende deze. De verdachte, [verdachte] , 1312.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 3 maart 2020, opgenomen op pagina 108 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [verbalisant 1] , mede namens [verbalisant 2] :

Wij, verbalisanten, [verbalisant 2] en [verbalisant 1] , doen aangifte van opzettelijke belediging. Wij zagen dat de handtekening die de verdachte plaatste en dat de woorden die daarop volgden, kennelijk opzettelijk in onze richting en voor ons bestemd waren. Op maandag 2 maart 2020, bevonden wij, verbalisanten, [verbalisant 2] en [verbalisant 1] , aan het Cellencomplex Hooghoudt te Groningen. Wij waren belast met het verhoor van verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] . Aan het einde van het verhoor vroegen wij aan de verdachte of hij zijn verklaring wilde doorlezen en deze wilde ondertekenen. Wij zagen dat hij de volgende handtekening plaatste, namelijk: "1312" en vervolgens een streep door de cijfers heen plaatste. Ik, verbalisant [verbalisant 2] , vroeg aan verdachte [verdachte] , wat hij bedoelde met "1312." Wij, verbalisanten, hoorden dat hij zei: 'Ja, jij weet niet wat dat betekent, maar jij vast wel, aangezien jij al langer bij de politie werkzaam bent.' Wij zagen dat hij bij die uitspraak mij, verbalisant [verbalisant 1] , aankeek. Wij, verbalisanten, hebben aan hulpofficier van justitie [naam] gevraagd waar "1312" voor stond. Wij hoorden dat deze uitspraak betekende: "All Cops Are Bastards (ACAB)." Wij, verbalisanten, voelden ons door voornoemde handtekening in onze eer en goede naam aangetast. Wij, verbalisanten, voelden ons dusdanig beledigd door verdachte [verdachte] dat wij de officier van justitie nadrukkelijk verzoeken tot strafvervolging tegen verdachte [verdachte] .

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

Inleidende opmerkingen

De rechtbank stelt vast dat op 2 maart 2020 doorzoekingen zijn verricht op verschillende adressen. Aan het [adres 1] , is een grote hoeveelheid verdovende middelen aangetroffen, alsmede een geluiddemper en een geldbedrag van € 3.291,-. Bij de doorzoeking aan de [straatnaam] is in een berging met nummer 13 een vuurwapen met patronen aangetroffen. Bij de doorzoeking in de woonboot aan het [adres 2] zijn meerder nota’s aangetroffen, waaruit valt op te maken dat er voor € 2.027,- aan merkkleding is gekocht bij kledingwinkel [bedrijfsnaam] in Groningen, waarbij het aankoopbedrag is voldaan met contant geld. Voorts is in de woonboot een contant geldbedrag van 12.700 Tsjechische kronen gevonden.

Ten aanzien van feit 1:

Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat er 175,32 gram cocaïne en 47,64 gram MDMA is aangetroffen in een woonruimte die verdachte huurde, te weten het [adres 1] . Nu niet is gebleken dat er anderen gebruik maakten van voornoemd adres, concludeert de rechtbank dat de verdovende middelen zich in de machtssfeer van verdachte bevonden en is de rechtbank van oordeel dat bewezen kan worden dat verdachte voornoemde hoeveelheden verdovende middelen opzettelijk aanwezig heeft gehad.

Ten aanzien van feit 2 primair:

De rechtbank is op grond van de bewijsmiddelen van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van witwassen opgenomen bestanddeel "afkomstig uit enig misdrijf", is niet vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf. Allereerst zal moeten worden vastgesteld of de feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. Indien die situatie zich voordoet, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van dat voorwerp. Zo een verklaring dient te voldoen aan de vereisten dat zij concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is. Indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen tussen een voorwerp en een bepaald misdrijf, kan niettemin bewezen worden geacht dat een voorwerp "uit enig misdrijf" afkomstig is, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het in de tenlastelegging genoemde voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.

Uit het proces-verbaal witwassen en de bijgevoegde iCOV uitdraai blijkt dat de contante uitgaven die verdachte zou hebben gedaan en de aangetroffen contante geldbedragen niet zijn te verklaren vanuit legale inkomsten bij verdachte. Gelet op het proces-verbaal witwassen en de overige bewijsmiddelen in het dossier gaat de rechtbank uit van de volgende contante uitgaven en aangetroffen contante geldbedragen:

- Huur postadres [straatnaam] in de periode van 3 oktober 2016 tot en met 31 december 2019. Betreft een totaal van 169 weken. 169 x € 50,- = € 8.450,-;

- Huur woonboot [adres 2] in de periode van 1 december 2018 tot en met 31 december 2019. Betreft een totaal van 13 maanden. 13 x € 600,- = € 7.800,-;

- Aangetroffen nota’s van gekochte kleding. Het opgetelde totaalbedrag van de nota's is
€ 2.027,-;
- Aangetroffen contanten, te weten 12.700 Tsjechische kronen, omgerekend € 457,-, en

€ 3.291. Het opgetelde totaalbedrag van de contanten is € 3.748,-.
Opgeteld is sprake van een totaalbedrag van € 22.025,-.

Verdachte heeft in de periode 1 juli 2016 tot en met 31 december 2019 alleen in 2016 een beperkt salaris ontvangen van € 3.238,- en voorts alleen zorgtoeslag. Daarnaast heeft verdachte geld gekregen via enkele overboekingen, in totaal € 3.973,-. Verdachte heeft vrijwel geen uitgaven gedaan. De rechtbank gaat er echter vanuit dat verdachte de gebruikelijke kosten voor (overig) levensonderhoud moet hebben gemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat er op basis van het voorgaande een gerechtvaardigd vermoeden dat de aangetroffen contante geldbedragen van misdrijf afkomstig zijn en dat verdachte aanzienlijke contante uitgaven heeft verricht met geld dat van misdrijf afkomstig is. Onder deze omstandigheden mag van verdachte worden verwacht dat hij een min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring aflegt over het bij hem aangetroffen geldbedrag en over zijn contante geldstromen, teneinde het vermoeden van witwassen te ontzenuwen.

Nu verdachte niets heeft willen verklaren over de aangetroffen nota’s van kleding, de bedragen die hij zou hebben betaald aan getuige [getuige] of over de aangetroffen contante geldbedragen, is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat de contante uitgaven en de aangetroffen contante geldbedragen – middellijk of onmiddellijk – van misdrijf afkomstig zijn. Nu verdachte naast een beperkt salaris in 2016, zorgtoeslag en enkele overboekingen ter hoogte van € 3.973, geen andere legale inkomsten heeft gehad, kan het bovendien niet anders dan dat verdachte dit wist. Door deze contante geldbedragen te verwerven en voorhanden te hebben gehad, heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan witwassen van een geldbedrag ter hoogte van € 22.025,-.

De rechtbank overweegt met betrekking tot het ten laste gelegde witwassen van de Mercedes Benz als volgt. Nu pas ter terechtzitting voor verdachte duidelijk is geworden dat de verdenking van witwassen ook zag op de Mercedes Benz, terwijl verdachte ter terechtzitting een concrete, min of meer verifieerbare verklaring heeft afgelegd, acht de rechtbank het niet opportuun dat het onderzoek ter terechtzitting wordt heropend teneinde de verklaring van verdachte te verifiëren. De rechtbank acht gelet op het voorgaande niet bewezen dat de Mercedes Benz uit enig misdrijf afkomstig is en spreekt verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging vrij.

Ten aanzien van de feiten 3 en 4:

Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte op 2 maart 2020 over de geluiddemper en munitie die is aangetroffen aan het [adres 1] beschikte. Derhalve kan naar het oordeel van de rechtbank bewezen worden dat verdachte de geluiddemper en de munitie op 2 maart 2020 voorhanden heeft gehad. Daarnaast acht de rechtbank bewezen dat verdachte het vuurwapen dat is aangetroffen in een berging aan de [straatnaam] voorhanden heeft gehad. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Verdachte betaalde, blijkens het dossier, voor een postadres aan de [straatnaam] te [woonplaats] , waar getuige [getuige] stond ingeschreven. Uit de verklaring van [getuige] blijkt dat verdachte onder andere in het bezit was van een druppel en daarmee toegang had tot berging nummer 13, behorende bij de [straatnaam] , waar het vuurwapen is aangetroffen. Op het aangetroffen vuurwapen zijn verschillende DNA-mengprofielen aangetroffen, waarvan de kans dat het DNA van verdachte en twee willekeurige onbekende personen afkomstig is 1 miljard keer waarschijnlijker is dan dat het DNA van drie onbekende personen afkomstig is. Uit het dossier blijkt daarnaast dat de hiervoor genoemde geluiddemper op het aangetroffen vuurwapen paste en dat ook de kogelpatronen geschikt waren voor dit vuurwapen. Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte over het vuurwapen beschikte en zich op 2 maart 2020 schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben daarvan.

Ten aanzien van feit 5:

De rechtbank is van oordeel dat de ten laste gelegde belediging op grond van de bewijsmiddelen in het dossier wettig en overtuigend bewezen kan worden. De rechtbank overweegt daartoe dat verdachte bekend heeft dat hij de verhorende verbalisanten beledigd heeft door zijn verklaring met '1312' te ondertekenen, terwijl hij wist dat dit “All Cops Are Basterds” betekent. Na het ondertekenen van zijn verklaring heeft verdachte tegen de verbalisanten gezegd: “Ja, jij weet niet wat dat betekent, maar jij vast wel, aangezien jij al langer bij de politie werkzaam bent.” Daarbij keek verdachte één van de verbalisanten aan. Hoewel betoogd zou kunnen worden dat op moment van het ondertekenen nog geen sprake was van een voltooid delict omdat de verbalisanten niet op de hoogte waren van de betekenis van de betreffende cijfercombinatie, is de rechtbank van oordeel dat verdachte niet vrijwillig is teruggetreden. Verdachte heeft immers slechts een dunne streep door de cijfercombinatie gezet zodat het nog goed leesbaar was en heeft daarna tegen een van de verbalisanten gezegd dat zij wel moest weten wat het betekende, hetgeen er naar het oordeel van de rechtbank niet op duid dat verdachte heeft af willen zien van de belediging. De verbalisanten hebben vervolgens van een collega de betekenis van de cijfercombinatie vernomen waarmee het delict is voltooid.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht feiten 1, 2 primair, 3, 4 en 5 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij op 2 maart 2020 in Groningen, opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 175,32 gram cocaïne en ongeveer 47,64 gram MDMA, zijnde cocaïne en MDMA, telkens middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2 primair.

hij in de periode van 1 juli 2016 tot en met 2 maart 2020 in de gemeente Groningen, een geldbedrag ter hoogte € 22.025,-, heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat dat geldbedrag geheel of gedeeltelijk onmiddellijk of middellijk afkomstig was uit enig misdrijf;

3.

hij op 2 maart 2020 te Groningen, voorhanden heeft gehad:

- een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1, categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 van die wet in de vorm van een pistool, namelijk een pistool van het merk Zoraki, M906, kaliber 7,65 mm/.32 acp en

- munitie in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op artikel 2 lid 2, categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 8 patronen, bij het vuurwapen behorende, kogelpatronen van het merk Prvi Partizan (PPU) Volmantel in het kaliber .32 auto;

4.

hij op 2 maart 2020 te Groningen, een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 categorie I onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten een geluiddemper voor een vuurwapen, voorhanden heeft gehad;

5.

hij op 2 maart 2020 te Groningen, opzettelijk ambtenaren, te weten [verbalisant 1] , hoofdagent van politie Eenheid Noord-Nederland en [verbalisant 2] , aspirant van politie Eenheid Noord-Nederland, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door zijn, verdachtes, verklaring te ondertekenen met "1312" (All Cops Are Bastards).

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

2 primair. witwassen;

3. handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

4. handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

5. eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de feiten 1, 2 primair, 3, 4 en 5 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden met aftrek van voorarrest. De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat slechts een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is, nu verdachte eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld en hij tijdens het plegen van onderhavige feiten in een proeftijd liep. Eerdere veroordelingen hebben verdachte er kennelijk niet van weerhouden wederom strafbare feiten te plegen. De officier van justitie heeft bij zijn strafeis rekening gehouden met de richtlijnen van het Openbaar Ministerie en in het nadeel van verdachte rekening gehouden met de veelheid aan en combinatie van feiten.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor oplegging van een gevangenisstraf van maximaal 9 maanden, indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat er weliswaar sprake is van recidive, maar dat gelet op de LOVS-oriëntatiepunten een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden te fors is.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en het reclasseringsrapport van de VNN d.d. 5 juni 2020, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De rechtbank heeft rekening gehouden met de straffen die gewoonlijk voor soortgelijke strafbare feiten worden opgelegd.

Verdachte heeft zich ten eerste schuldig gemaakt aan het bezit van een grote hoeveelheid cocaïne en MDMA en het voorhanden hebben van een vuurwapen met daarbij behorende geluiddemper en kogelpatronen. Deze combinatie van strafbare feiten baart de rechtbank grote zorgen. Verdachte heeft zich kennelijk in het criminele circuit begeven waarin het bezit van een wapen niet zelden leidt tot het gebruik ervan. In combinatie met de aanwezigheid van een grote hoeveelheid drugs wordt het risico op (levens)bedreigende geweldsdelicten verhoogd en worden gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij versterkt. Alleen al het tonen van een vuurwapen leidt tot grote angst bij degenen die ermee worden geconfronteerd. Op het bezit van dergelijke wapens en toebehoren zijn vanwege de daaraan verbonden gevaarzetting stevige straffen gesteld. Daarnaast levert het bezit van verdovende middelen als cocaïne en MDMA een gevaar op voor de volksgezondheid, nu deze stoffen sterk verslavend zijn en regelmatig gebruik ervan in de regel leidt tot lichamelijke, psychische en sociaal schadelijke gevolgen.

Daarnaast heeft verdachte een aanzienlijk geldbedrag witgewassen. Het witwassen van crimineel geld vormt een bedreiging van de legale economie en ondermijnt het vertrouwen van burgers in het (online) handelsverkeer. Ook heeft het in omloop zijn van witgewassen geld een corrumperende werking en faciliteert het veelal ander strafbaar handelen.

Tot slot heeft verdachte een tweetal politieagenten beledigd, die hier tijdens het uitoefenen van hun werkzaamheden op vervelende wijze mee zijn geconfronteerd. Door de belediging zijn beide politieagenten in hun eer en goede naam aangetast.

De rechtbank acht het handelen van verdachte zeer kwalijk en rekent hem dit aan.

In het nadeel van verdachte heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten en dat hij ten tijde van het plegen van de strafbare feiten in een proeftijd liep. In het voordeel van verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de veelheid aan, de combinatie van en de ernst van de feiten, slechts een gevangenisstraf van aanzienlijke duur gerechtvaardigd is. De rechtbank ziet daarbij geen enkele aanleiding om een gedeelte van de gevangenisstraf in voorwaardelijke vorm op te leggen. Bij dat oordeel heeft de rechtbank rekening gehouden met het reclasseringsrapport, waaruit blijkt dat verdachte niet openstaat voor een hulpverleningstraject, terwijl het recidiverisico als gemiddeld wordt ingeschat.

Alles afwegende acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden passend en geboden.

In beslag genomen voorwerpen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de in beslag genomen Sandisk geheugenkaart, het Rolexhorloge, de twee Appletelefoons en de Vespa, moeten worden teruggegeven aan verdachte. Met betrekking tot de in beslag genomen weegschalen, mixer en toilettassen heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat deze verbeurd moeten worden verklaard, nu deze goederen verband houden met drugshandel.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat de in beslag genomen goederen, te weten het Rolexhorloge, de twee Appletelefoons en de Vespa, aan verdachte dienen te worden geretourneerd.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen voorwerpen, te weten een horloge, merk Rolex, een gegevensdrager, merk Sandisk, een telefoon, merk Apple SE, een telefoon, merk Apple A1778 en een Vespa bromfiets, moeten worden teruggegeven aan verdachte nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.

De rechtbank acht de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten een mixer, een weegschaal, een grijze toilettas en een Gucci toilettas vatbaar voor verbeurdverklaring nu het onder 1 bewezenverklaarde met deze voorwerpen is begaan en deze toebehoren aan verdachte.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 57, 63, 266, 267 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1, 2 primair, 3, 4 en 5 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten een horloge, merk Rolex, een gegevensdrager, merk Sandisk, een telefoon, merk Apple SE, een telefoon, merk Apple A1778 en een Vespa bromfiets.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen mixer, weegschaal, een grijze toilettas en een Gucci toilettas.

Dit vonnis is gewezen door mr. O.J. Bosker, voorzitter, mr. S. Zwarts en mr. N. Gerlsma, rechters, bijgestaan door mr. C.A.C. Thiadens, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 juni 2020.