Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2020:2051

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
03-06-2020
Datum publicatie
05-06-2020
Zaaknummer
C/18/198884 / KG ZA 20-104
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Het bestuur van een zuivelcoöperatie besluit de afname van melk van een van haar leden te staken. De voorzieningenrechter oordeelt dat de bevoegdheid daartoe niet volgt uit de statuten en/of leveringsvoorwaarden en dat het met het besluit door het bestuur beoogde doel had kunnen worden bereikt door een voor haar lid (de melkveehouder) minder verstrekkend besluit. De vordering in kort geding om de coöperatie te veroordelen afname te hervatten wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2020-0236
RN 2020/85
JONDR 2020/835
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Groningen

zaaknummer / rolnummer: C/18/198884 / KG ZA 20-104

Vonnis in kort geding van 3 juni 2020

in de zaak van

[naam] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. P. Sipma te Drachten,

tegen

de coöperatie

NOORDERLANDMELK,

gevestigd te Groningen,

gedaagde,

advocaat mr. T.F. de Jong te Groningen.

Partijen zullen hierna [eiser] en Noorderlandmelk genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding,

  • -

    door Noorderlandmelk op 26 mei 2020 in het geding gebrachte producties (1 tot en met 5),

  • -

    door [eiser] op 26 mei 2020 in het geding gebrachte producties (8, 9 en 10),

  • -

    de mondelinge behandeling,

  • -

    de pleitnota van mr. Sipma,

  • -

    de pleitnota van mr. De Jong.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] exploiteert een melkveehouderij aan de [adres] te [plaatsnaam] .

2.2.

[eiser] is lid van coöperatie Noorderlandmelk, aan welke organisatie door de leden melk wordt geleverd op basis van leveringsvoorwaarden. Ingevolge artikel 5.1 van de door Noorderlandmelk gehanteerde leveringsvoorwaarden 2020 (hierna te noemen: de leveringsvoorwaarden) is de coöperatie gerechtigd melk van haar leden te weigeren indien deze niet voldoet aan de voorwaarden als gesteld in EU-regelgeving, normen en richtlijnen.

2.3.

In artikel 1.14. van de door Noorderlandmelk gehanteerde leveringsvoorwaarden is het volgende bepaald:

In bijzondere situaties houdt het bestuur zich het recht voor in individuele gevallen af te wijken van de leveringsvoorwaarden.

2.4.

Het aanwezige vee op de melkveehouderij van [eiser] kampt sinds meerdere jaren met klauwproblemen. In onderzoeksrapporten van de Gezondheidsdienst voor Dieren en van Sweep Agro Voeding en Gezondheid staat dat de oorzaak daarvan (mede) is gelegen in een voedselprobleem (een mineralenvergiftiging).

2.5.

Op advies van de veearts heeft [eiser] besloten verschillende koeien van het bedrijf te verwijderen.

2.6.

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (hierna te noemen: de NVWA) heeft het bedrijf van [eiser] op 6 mei 2020 bezocht. Op instigatie van de NVWA zijn verschillende koeien geëuthanaseerd.

2.7.

Bij brief van 7 mei 2020 heeft Noorderlandmelk aan [eiser] geschreven (voor zover hier van belang):

U heeft op 6 mei 2020 telefonisch contact gehad met bestuursleden [naam] en [naam] van zuivelcoöperatie NoorderlandMelk om melding te doen van een bezoek van de NVWA en de politie op uw bedrijf op 6 mei 2020. (…)

De problemen waren ons ook al bekend. [naam] , bestuurslid NoorderlandMelk en, [naam]

, kwaliteitsadviseur NoorderlandMelk hebben in de afgelopen weken meermalen contact met u gezocht om de gezondheidsproblemen bij uw vee op uw bedrijf te bespreken. Helaas heeft dat geen positief effect gehad.

Het behoeft geen enkel betoog dat wij als coöperatie zeer hechten aan het dierenwelzijn en

diergezondheid. Het garanderen van dierenwelzijn en diergezondheid zien wij niet alleen als plicht voor ons als veehouders, maar ook als noodzakelijke voorwaarde om de binnen onze coöperatie

geproduceerde melk verantwoord en op goede voorwaarden te vermarkten. De constateringen die op

6 mei jl. door de NVWA op uw bedrijf zijn gedaan, ondanks herhaalde vingerwijzingen van onze zijde uw bedrijfsvoering op orde te brengen noodzaken ons tot het nemen van onmiddellijke maatregelen. Wij gaan onder gebruikmaking van artikel 1.14 en artikel 5.1 uit de leveringsvoorwaarden 2020 van

Zuivelcoöperatie NoorderlandMelk, uw bedrijf, gevestigd aan de [adres] in [plaatsnaam] , een

melkweigering opleggen van 14 dagen ingaande 6 mei 2020 en eindigende op 20 mei 2020. (…)

Gedurende de periode van de melkweigering heeft u de tijd om een Plan van aanpak op te stellen waarin u omschrijft welke maatregelen u heeft genomen om aan te tonen dat u aan bovengenoemde

verordeningen voldoet en waarin omschreven staat hoe u het dierwelzijn en diergezondheid op uw

bedrijf kunt garanderen, nu en in de toekomst. In dit plan dient uw gehele bedrijfsvoering te worden

betrokken en het welzijn en diergezondheid van alle dieren die u houdt. Het plan zal ter beoordeling

worden voorgelegd aan het bestuur.

Is het bestuur van oordeel dat de maatregelen die op uw bedrijf genomen moeten worden niet zullen

leiden tot een verbetering van het dierwelzijn en diergezondheid op uw bedrijf en tot een nakoming van de EU-hygiëneverordening 853 en de officiële controle verordening van de EU (OCR) 2017/625

voorheen EU-controleverordening 854 dan zal de melkweigering met een termijn van steeds twee

weken verlengd kunnen worden of zullen wij u niet onmiddellijke ingang royeren als lid van

Zuivelcoöperatie NoorderlandMelk. Indien wij niet de verwachting hebben dat er binnen een

aanvaardbare tijd verbeteringen zullen komen op grond van de hierboven genoemde bepalingen.

2.8.

Bij e-mail van haar advocaat van 20 mei 2020 heeft Noorderlandmelk het bij haar door [eiser] ingediende plan van aanpak afgekeurd, waarna [eiser] een herziene versie heeft ingediend.

2.9.

Veearts drs. [naam] heeft na een bezoek op 25 mei 2020 aan het bedrijf van [eiser] geconcludeerd (zo volgt uit een uitdraai van het programma Koekompas) dat de kalversterfte op het bedrijf van [eiser] relatief hoog is en dat het met de klauwgezondheid van het vee slecht gaat. Veel koeien zijn kreupel en kampen met een tussenklauwontsteking. [naam] heeft [eiser] geadviseerd (kort gezegd) ruwvoer van voldoende kwaliteit te gebruiken en het rantsoen voor de koeien zo stabiel mogelijk te houden. Voorts is geadviseerd dieren zonder perspectief te ruimen zodat voldoende ruimte in het strohok ontstaat voor kalfkoeien, waarmee voorkomen kan worden dat koeien afkalven op de roosters, hetgeen, zo schrijft Heijen, thans veelal de praktijk is.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

I. Noorderlandmelk te gebieden per direct na het vonnis, dan wel binnen één dag na betekening ervan de op het melkveehouderijbedrijf van [eiser] geproduceerde melk, overeenkomstig de leveringsvoorwaarden, op te halen, bij gebreke waarvan Noorderlandmelk een dwangsom verbeurt van € 1.000,00 per dag dat zij weigert de melk bij [eiser] op te halen,

II. Noorderlandmelk te veroordelen in de kosten van het geding.

3.2.

[eiser] heeft het volgende aan het gevorderde ten grondslag gelegd.

3.2.1.

Het door het bestuur genomen besluit om melk van [eiser] te weigeren is onrechtmatig. Het bestuur is niet bevoegd bij wijze van sanctie de afname van melk te staken. Ingevolge artikel 5.1. van de leveringsvoorwaarden is Noorderlandmelk slechts bevoegd melk te weigeren indien deze niet voldoet aan de voorwaarden als gesteld in EU-regelgeving, normen en richtlijnen. Door in het besluit enkel te verwijzen naar een Europese verordening, diergezondheid en dierwelzijn is het besluit onzorgvuldig tot stand gekomen.

De kwaliteit van door [eiser] geleverde melk staat niet tussen partijen ter discussie. De door [eiser] geleverde melk is afkomstig van gezonde dieren.

3.2.2.

Artikel 1.14 van de leveringsvoorwaarden geeft het bestuur het recht om in individuele gevallen af te wijken van de leveringsvoorwaarden. Deze algemene bepaling schept niet de bevoegdheid tot het opleggen van een verstrekkende sanctie als het opleggen van een melkweigering.

3.2.3.

De algehele gezondheid van het melkvee op de veehouderij van [eiser] is voldoende. De gesignaleerde problemen van het vee komen voort uit de gebrekkig voeding (brok) die het vee toegediend heeft gekregen. De dieren die zijn geëuthanaseerd bevonden zich in de ziekenboeg en waren niet verantwoordelijk voor melkproductie. [eiser] heeft onderzoek laten doen naar de oorzaak van de klauwproblemen en hij stelt alles in het werk gesteld om die het hoofd te bieden.

3.2.4.

De getroffen maatregel treft [eiser] onevenredig zwaar in zijn belangen. Zijn financiële situatie is zorgelijk. Voor zijn inkomsten is hij volledig afhankelijk van de afname van melk.

3.3.

Noorderlandmelk heeft het volgende verweer gevoerd.

3.3.1.

Het bestuur van Noorderlandmelk heeft de plicht toe te zien op de gezondheid en het welzijn van de dieren. Die aspecten vormen de basis van goed veehouderschap en van een acceptabele productie van melk. De leveringsvoorwaarden (artikel 1.4.) verwijzen naar het Handboek Keten Kwaliteit Melk (hierna KKM). In module 3 van dit handboek staan waarborgen van diergezondheid en dierenwelzijn. In artikel 3.2.3. van het handboek is bepaald dat alleen melk van gezonde dieren mag worden geleverd.

Op basis van de rapporten van de veearts en Sweep Agro, de eigen waarneming van medewerkers van Noorderlandmelk die een bezoek aan het bedrijf hebben gebracht en het feit dat de NVWA heeft besloten verschillende koeien te euthanaseren is het bestuur voldoende aannemelijk geworden dat het dierwelzijn in het geding is op het bedrijf van [eiser] . Het bestuur heeft op basis van voor haar beschikbare objectieve informatie kunnen besluiten om de melkafname op te schorten in afwachting van een deugdelijk plan van aanpak. Het besluit is gerechtvaardigd en noodzakelijk om de bedrijfsvoering op het punt van dierenwelzijn in het gareel te krijgen.

3.3.2.

Alvorens het aangevochten besluit te nemen heeft Noorderlandmelk zich ingespannen om het dierenwelzijn op de veehouderij van [eiser] te verbeteren. Het bedrijf is bij herhaling bezocht en er vond frequent contact plaats met deskundige medewerkers van Noorderlandmelk.

3.3.3.

Het aangepaste plan van aanpak dat het bestuur op 26 mei 2020 heeft ontvangen voorziet niet in een coachingstraject en controlemomenten. Dat er een vorm van coaching en controle op het bedrijf plaatsvindt is - gezien de ervaringen in het verleden - voor het bestuur een vereiste. Dat is ook in lijn met hetgeen de veearts heeft geadviseerd. Noorderlandmelk keurt het rapport voorshands af. Zij is slechts bereid tot acceptatie ervan indien de NVWA daarmee instemt. Noorderlandmelk concludeert tot afwijzing van het gevorderde.

4 De beoordeling

4.1.

[eiser] heeft aan de vordering ten grondslag gelegd dat het bestuur van coöperatieve vereniging Noorderlandmelk niet bevoegd was te besluiten om de melkafname van [eiser] op te schorten met als reden dat de diergezondheid/dierenwelzijn op zijn bedrijf in het geding zou zijn. De vordering van [eiser] om Noorderlandmelk te veroordelen de afname te hervatten impliceert dat het bestreden besluit van het bestuur van de coöperatie nietig ofwel vernietigbaar is.

Toetsingskader

4.2.

Aan de hand van het rechtspersonenrecht moet worden beoordeeld of sprake is van een nietig dan wel vernietigbaar besluit. Daarbij geldt dat in het kader van dit kort geding moet worden beoordeeld of het aannemelijk is dat de bodemrechter tot die conclusie zal komen. Het toetsingskader is neergelegd in de artikelen 2:14 en 2:15 Burgerlijk Wetboek (BW). In die artikelen is het bepaald dat een besluit van een orgaan van een rechtspersoon nietig is als dat besluit in strijd is met de wet of de statuten, tenzij de wet anders bepaald (2:14 BW). Een besluit van een orgaan van een rechtspersoon is vernietigbaar wegens (i) strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen, (ii) strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW worden geëist en strijd met een reglement (2:15 BW).

4.3.

De eisen die aan de totstandkoming van een besluit worden gesteld, kunnen als volgt worden uitgewerkt. In de eerste plaats moet een besluit voldoende zorgvuldig worden voorbereid. Het bestuur moet de nodige kennis verzamelen over de relevante feiten en de af te wegen belangen. Het beginsel van hoor- en wederhoor speelt daarbij een rol: afhankelijk van de aard van het te nemen besluit en de in de statuten opgenomen procedures moeten de belanghebbenden bij dat besluit de gelegenheid krijgen tot inspraak.

4.4.

Voor wat betreft de inhoudelijke beoordeling dient het besluit te worden getoetst aan eisen van ‘subsidiariteit’ en ‘proportionaliteit’. Bij subsidiariteit gaat het om de vraag of het besluit nodig is om het beoogde doel te bereiken. Bij proportionaliteit gaat het om de vraag of de inhoud en voorziene gevolgen van dat besluit niet te verstrekkend zijn voor het bereiken van dat doel. Daarbij geldt dat het beoogde doel én de wijze waarop dat beoogde doel moet worden bereikt, in beginsel worden bepaald door Noorderlandmelk en haar bestuur. Het bestuur heeft daarbij de nodige beoordelingsvrijheid. De (voorzieningen)rechter kan alleen beoordelen of de gedachtegang van het bestuur in redelijkheid te volgen is. Het gaat om de vraag of het bestuur het besluit heeft kunnen nemen bij een voldoende zorgvuldige voorbereiding en een te begrijpen inhoudelijke afweging. Aan de motivering van het besluit mogen niet te hoge eisen worden gesteld. Zo wordt niet zonder meer verlangd dat het bestuur alle tegenargumenten weerlegt. Het is aan het bestuur om een belangenafweging te maken. Het is alleen de taak van de (voorzieningen)rechter om de belangenafweging van het bestuur te controleren. Ingevolge vaste jurisprudentie dient daarbij terughoudendheid te worden betracht (HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ9145).

De beoordeling van het besluit

4.5.

Het bestuur van Noorderlandmelk heeft besloten om de afname van melk van het bedrijf van [eiser] te staken in afwachting van een deugdelijk plan van aanpak, welk plan diende voorzien in een verbetering van het dierenwelzijn en de diergezondheid op het bedrijf van [eiser] . Bij de behandeling van het kort geding heeft Noorderlandmelk te kennen gegeven dat de maatregel (ook) als sanctie is bedoeld.

4.6.

Dat, bezien vanuit het perspectief van dierenwelzijn en diergezondheid, sprake is van een (zeer) zorgelijke situatie binnen de melkveehouderij van [eiser] is op basis van de overgelegde documentatie voldoende aannemelijk gemaakt.

De voorzieningenrechter volgt [eiser] echter in zijn stelling dat de bevoegdheid tot het nemen van de bestreden beslissing om de afname van melk te staken terwijl de kwaliteit van de melk naar behoren is, niet ligt besloten in de statuten en/of leveringsvoorwaarden. De voorzieningenrechter overweegt daartoe het volgende.

4.7.

Noorderlandmelk heeft haar besluit gegrond op artikel 5.1. van de leveringsvoorwaarden. Daarin is bepaald dat de coöperatie gerechtigd is melk van haar leden te weigeren indien deze niet voldoet aan kwaliteitsvoorwaarden als gesteld in EU-regelgeving, normen en richtlijnen. Uit de stellingen van partijen volgt dat de kwaliteit van de door [eiser] geleverde melk (an sich) niet ter discussie staat.

4.8.

Noorderlandmelk heeft bepleit dat in het handboek KKN (artikel 3.2.3) is bepaald dat alleen melk van gezonde dieren mag worden geleverd. [eiser] heeft echter onweersproken aangevoerd dat zijn zieke dieren niet in de voor Noorderlandmelk bestemde productie hebben bijgedragen, waarmee voorshands moet worden aangenomen dat Noorderlandmelk zich ter onderbouwing van haar besluit niet op genoemde bepaling heeft mogen beroepen.

4.9.

Uit de statuten en de leveringsvoorwaarden volgt naar het oordeel van de voorzieningenrechter evenmin dat het bestuur bevoegd is om - anders dan in de hier niet aan de orde zijnde gevallen als omschreven in artikel 5.1 (en verder) - melkafname te staken. Het gebrek aan een statutaire basis onder het genomen besluit klemt te meer nu Noorderlandmelk heeft aangevoerd de afname mede bij wijze van sanctie heeft gestaakt en [eiser] in een dergelijke verstrekkende sanctie noch in de statuten, noch in andere interne regelingen is voorzien. Het opleggen van een sanctie strekt naar het oordeel van de voorzieningenrechter verder dan een enkele afwijking van de leveringsvoorwaarden in de zin van artikel 1.14 van die voorwaarden.

4.10.

Noorderlandmelk heeft aangevoerd dat met de maatregel tevens is beoogd de bedrijfsvoering van [eiser] op het punt van dierenwelzijn/diergezondheid in het gareel te krijgen en [eiser] nog een kans te bieden om de situatie ten goede te keren.

[eiser] heeft deugdelijk onderbouwd dat de maatregel verstrekkende gevolgen heeft voor zijn bedrijf. Door direct tot een afnamestop van melk over te gaan genereert het noodlijdende bedrijf van [eiser] geen inkomsten meer. Onweersproken gebleven is dat [eiser] inmiddels 56.000 kg melk heeft moeten lozen. De dientengevolge geleden schade wordt door [eiser] begroot op een bedrag van € 18.100. Nu een grondslag voor het toebrengen van dergelijke schade in de statuten en overige interne regelingen ontbreekt, is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat de maatregel als onrechtmatig tegenover [eiser] dient te worden aangemerkt, temeer daar Noorderlandmelk het door haar beoogde doel ook kunnen bereiken met een voor [eiser] minder verstrekkende maatregel, bijvoorbeeld door hem een termijn te stellen waarbinnen een voor Noorderlandmelk acceptabel plan van aanpak zou moeten zijn gerealiseerd.

4.11.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is met het voorgaande voldoende aannemelijk gemaakt dat een bodemrechter het bestreden besluit als nietig of vernietigbaar zal beoordelen. De vordering zal daarom worden toegewezen op de wijze als in het dictum omschreven. De nevengevorderde dwangsommen worden gemaximeerd tot een bedrag van € 25.000,00.

4.12.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal Noorderlandmelk in de kosten worden veroordeeld. Deze worden aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op:

explootkosten € 100,89

griffierecht 304,00

salaris advocaat 980,00

totaal € 1.384,89

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

gebiedt Noordlandmelk binnen één dag na betekening van dit vonnis de op het melkveehouderijbedrijf van [eiser] geproduceerde melk, overeenkomstig de leveringsvoorwaarden, op te halen, bij gebreke waarvan Noorderlandmelk een dwangsom verbeurt van € 1.000,00 per dag dat zij weigert de melk bij [eiser] op te halen, zulks tot een maximum van € 25.000,00 aan te verbeuren dwangsommen,

5.2.

veroordeelt Noorderlandmelk in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 1.384,89,

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Duinkerken en in het openbaar uitgesproken op

3 juni 2020.

rh/477