Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2020:1732

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
12-03-2020
Datum publicatie
21-04-2020
Zaaknummer
C/18/197173 KG ZA 20-39
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Ontruiming panden aan de Koningsweg 12 en Regattaweg 15 te Groningen door krakers op vordering van de eigenaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Groningen

zaaknummer / rolnummer: C/18/197173 / KG ZA 20-39

Vonnis in kort geding van 12 maart 2020

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CORNELIS BEHEER B.V.,

gevestigd te Groningen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CORNELIS BEDRIJFSAUTO'S B.V.,

gevestigd te Groningen,

eiseressen,

advocaat: mr. R. Glas te Leeuwarden,

tegen

1. ZIJ DIE ZONDER RECHT OF TITEL WONEN DAN WEL VERBLIJVEN EN WAARVAN DE NAMEN NIET KUNNEN WORDEN ACHTERHAALD, IN DE ONROERENDE ZAAK AAN DE KONINGSWEG 12 TE GRONINGEN,

wonende te Groningen,

2. ZIJ DIE ZONDER RECHT OF TITEL WONEN DAN WEL VERBLIJVEN EN WAARVAN DE NAMEN NIET KUNNEN WORDEN ACHTERHAALD, IN DE ONROERENDE ZAAK AAN DE REGATTAWEG 15 TE GRONINGEN,

wonende te Groningen,

3. [naam ],

wonende te [woonplaats] ,

niet in rechte verschenen,

4. [naam ]

wonende te [woonplaats] ,

niet in rechte verschenen,

5. [naam ],

wonende te [woonplaats] ,

niet in rechte verschenen,

6. [naam ],

wonende te [woonplaats] ,

7. [naam ],

wonende te [woonplaats] ,

niet in rechte verschenen,

8. [naam ],

wonende te [woonplaats] ,

niet in rechte verschenen,

9. [naam ],

wonende te [woonplaats] ,

10. [naam ],

wonende te [woonplaats] ,

niet in rechte verschenen,

11. de coöperatie

CAMPAGNE COÖPERATIEF U.A.,

gevestigd te Menterwolde en kantoorhoudende te Groningen,

niet in rechte verschenen,

12. de vereniging

VERENIGING AUTONOOM STEUNPUNT ONDERDAK,

gevestigd te Groningen ,

niet in rechte verschenen,

13. [naam ],

wonende te [woonplaats] ,

14. [naam ],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

advocaat voor gedaagden sub 6 en 14: mr. R. Zwiers te Schiedam,

advocaat voor gedaagden sub 9 en 13: mr. M.A.R. Schuckink Kool te 's-Gravenhage,

Eiseressen zullen hierna afzonderlijk als "Cornelis Beheer", "Cornelis Bedrijfsauto's" en gezamenlijk als "Cornelis c.s." worden aangeduid. Gedaagden zullen hierna gezamenlijk als "de krakers" worden aangeduid.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding (met producties 1 t/m 11),

  • -

    de nadere productie 12 van Cornelis c.s.,

  • -

    de conclusie van antwoord van [gedaagden sub 6 en 14] ,

  • -

    de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 9] ,

  • -

    de akte vermeerdering van eis van Cornelis c.s.,

  • -

    de nadere productie 13 van Cornelis c.s.,

  • -

    de mondelinge behandeling van 2 maart 2020,

  • -

    het tegen de gedaagden sub 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8, 10, 11 en 12 verleende verstek,

  • -

    de pleitnota van mr. Glas,

  • -

    de pleitnota van mr. Schuckink Kool.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

In april 2014 hebben de krakers het terrein en de panden aan de Koningsweg 12 en aan de Regattaweg 13 en 15 te Groningen, kadastraal bekend Gemeente Noorddijk sectie D nummers 711, 712 en 713 (hierna: de panden) gekraakt. Saint-Gobain Distributions

The Netherlands B.V. (hierna: SG) was destijds eigenaar van de panden.

2.2.

Cornelis Beheer is sinds 18 november 2019 eigenaar van de panden.

2.3.

Cornelis Beheer is enig aandeelhouder van werkmaatschappij Cornelis Bedrijfsauto's. Cornelis Bedrijfsauto's heeft een aantal van de panden (en het daarbij horende buitenterrein) aan Qbuzz verhuurd, in het kader van een overeenkomst inzake de stalling en het onderhoud van de elektrische bussen van Qbuzz.

2.4.

Bij vonnis van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 31 oktober 2019 (en het daaropvolgende herstelvonnis van 7 november 2019) zijn de krakers op vordering van SG en Cornelis Beheer - conform de ter zitting tussen partijen gemaakte afspraken - veroordeeld om een aantal in dit vonnis specifiek genoemde gedeelten van de panden te ontruimen en te verlaten.

2.5.

Hierna hebben de krakers de in voornoemd vonnis aangegeven gedeelten van de panden ontruimd en verlaten.

2.6.

Cornelis Beheer heeft vervolgens in kort geding ontruiming gevorderd van alle onroerende zaken staande en gelegen aan de Koningsweg 12 en de Regattaweg 13 en 15 te Groningen, voor zover niet vallende onder de ontruiming uitgesproken bij vonnis van

31 oktober 2019 (en het herstelvonnis van 7 november 2019).

2.7.

De voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft de krakers in dat kort geding bij vonnis van 31 december 2019 veroordeeld om binnen één maand na betekening van dit vonnis de onroerende zaken die op de in het vonnis opgenomen foto oranje ('Studio & theaterzaal en meer) en geel ('Instructie lokaal en meer) omkaderd zijn, staande en gelegen te Groningen aan de Koningsweg 12 en de Regattaweg 13 en 15, te verlaten en te ontruimen. De voorzieningenrechter heeft hiertoe onder meer overwogen dat Cornelis Beheer er een belang bij heeft om haar panden (volledig) te kunnen verzekeren en voorts dat Cornelis Beheer alleen belang heeft bij ontruiming vanwege het niet althans beperkt verzekeren van de panden, indien zij aannemelijk maakt dat de panden na ontruiming in gebruik zullen worden genomen (anders dan door krakers). De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat Cornelis c.s. ten aanzien van de panden die met de gele/oranje kaders op voornoemde foto zijn aangeduid aannemelijk heeft gemaakt dat deze panden na ontruiming in gebruik zullen worden genomen. Ten aanzien van de overige panden waarvan door Cornelis c.s. ontruiming werd gevorderd heeft de voorzieningenrechter als volgt overwogen:

4.13.

Cornelis c.s. heeft ten aanzien van de overige panden niet aannemelijk gemaakt dat deze binnen afzienbare tijd in gebruik zullen worden genomen. Cornelis c.s. heeft daarover met betrekking tot het gebruik van het buitenterrein dat is aangeduid met de rode pijl niets gesteld. Cornelis c.s. heeft ten aanzien van de overige panden (met de donkerblauwe en lichtblauwe kaders) gesteld dat 'het de bedoeling is' dat Qbuzz c.s. die gedeeltes ook gaat huren, maar dat daarover concrete afspraken zijn gemaakt is gesteld noch gebleken. Dat geldt ook voor de stelling van Cornelis c.s. dat er vele andere gegadigden zouden zijn voor deze panden. Nu niet aannemelijk is gemaakt dat Cornelis c.s. concrete plannen heeft met (het gebruik van) deze panden, heeft Cornelis c.s. niet alleen geen belang bij de ontruiming vanwege het niet kunnen verzekeren van deze panden, maar valt ook niet in te zien welk ander belang zij thans heeft bij ontruiming. De krakers hebben er daarentegen belang bij om de gekraakte panden te kunnen blijven gebruiken. De krakers hebben in dat verband aangevoerd dat zij niet alleen al ruim vijf jaar in de panden wonen, maar ook werken. Zo hebben zij in de panden een (werk)ruimte/atelier gemaakt en is in de panden 'Bambara' gevestigd, een volgens de krakers druk en actief bezocht concertzaal/sociaal centrum.

4.14.

De voorzieningenrechter is gelet op het voorgaande van oordeel dat Cornelis Beheer, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen haar belang bij ontruiming en het belang van de krakers dat daardoor wordt geschaad, thans naar redelijkheid niet tot ontruiming zou kunnen overgaan.

2.8

De krakers hebben hierna de panden waarvan in dat vonnis de ontruiming is bevolen ontruimd en verlaten.

2.9.

Cornelis Bedrijfsauto's - als verhuurder - heeft op 20 januari 2020 een huurovereenkomst gesloten met [naam ] - als huurder - met betrekking tot het pand (de woonruimte) aan de Regattaweg 15 te Groningen, zulks voor de duur van (maximaal) twee jaar of korter.

2.10.

Cornelis Bedrijfsauto's - als verhuurder - heeft op 20 januari 2020 een huurovereenkomst gesloten met HMB Signaal VOF - als huurder - met betrekking tot een bedrijfsruimte aan de Koningsweg 12 te Groningen ter grootte van in totaal ca. 530 m², zulks voor onbepaalde tijd. Het gehuurde is bestemd om te worden gebruikt als kantoor annex opslagruimte en werkplaats.

2.11.

Cornelis Bedrijfsauto's - als verhuurder - heeft op of omstreeks 20 januari 2020 een huurovereenkomst gesloten met Koerier Centrum Groningen - als huurder - met betrekking tot een bedrijfsruimte aan de Koningsweg 12 te Groningen ter grootte van in totaal ca. 530 m², zulks voor onbepaalde tijd. Het gehuurde is bestemd om te worden gebruikt als kantoor annex opslagruimte en werkplaats.

2.12.

Cornelis Bedrijfsauto's - als verhuurder - heeft op of omstreeks 20 januari 2020 een huurovereenkomst gesloten met [naam ] - als huurder - met betrekking tot een bedrijfsruimte aan de Koningsweg 12 te Groningen ter grootte van in totaal ca. 740 m², zulks voor onbepaalde tijd. Het gehuurde is bestemd om te worden gebruikt als kantoor annex opslagruimte en werkplaats.

2.13.

In voornoemde huurovereenkomsten is bepaald dat de huuringangsdatum nader zal worden bepaald zodra de krakers zijn ontruimd en een planning is gemaakt voor de uitvoering van de werkzaamheden om het gehuurde geschikt te maken voor gebruik. Tevens is in alle huurovereenkomsten bepaald dat de huurovereenkomst door de huurder buitengerechtelijk kan worden ontbonden als niet uiterlijk op 1 april 2020 bekend is wanneer de huurder het gehuurde in gebruik kan nemen.

2.14.

Interpolis, de verzekeraar van Cornelis c.s., heeft geweigerd om een definitieve opstalverzekering aan te gaan omdat de panden gekraakt zijn. De ontruimde panden zijn na het vorige kort geding door Interpolis in dekking genomen. De verleende voorlopige dekking voor de gekraakte panden liep aanvankelijk af op 1 februari 2020 en is vervolgens door Interpolis tot 1 maart 2020 verlengd. Cornelis c.s. is thans doende om de voorlopige dekking van de gekraakte panden nog verder te verlengen, maar heeft daarover nog geen uitsluitsel van Interpolis gekregen.

3 Het geschil

3.1.

Cornelis c.s. vordert - na vermeerdering van eis - dat de voorzieningenrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

I. de krakers veroordeelt de nog gekraakte onroerende zaken waaronder wordt verstaan alle gebouwen en omliggende terreinen, staande en gelegen aan de Koningsweg 12 en de Regattaweg 15 te Groningen, kadastraal bekend gemeente Noorddijk sectie D nummers 711 en 713 zoals zwart gearceerd weergegeven op de aan de akte vermeerdering van eis gehechte plattegrond, binnen drie dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, althans binnen een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen termijn, met al degenen die en al datgene dat zich daarin en daarop bevindt/bevinden, te verlaten en te ontruimen en vervolgens verlaten en ontruimd te houden en ter vrije en algehele beschikking van Cornelis c.s. te stellen onder afgifte van de sleutels die toegang tot de panden c.a. verschaffen, met bepaling dat dit vonnis ook zal kunnen worden tenuitvoergelegd tegen een ieder die ten tijde van de tenuitvoerlegging zich daar zonder recht of titel bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer zich dat voordoet;

II. de krakers veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf veertien dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede te vermeerderen met de nakosten ter hoogte van € 157,00 zonder betekening en € 246,00 met betekening van het in dezen te wijzen vonnis.

3.2.

De krakers voeren verweer, met conclusie tot afwijzing van de vorderingen van

Cornelis c.s.

4 Het standpunt van Cornelis c.s.

4.1.

Cornelis c.s. legt - samengevat - het volgende aan haar vordering ten grondslag.

4.2.

De krakers maken zonder recht of titel gebruik van de (resterende) panden aan de Koningsweg 12 en de Regattaweg 15 te Groningen en maken aldus inbreuk op het eigendomsrecht van Cornelis Beheer op deze panden. Hiermee is sprake van onrechtmatig handelen van de krakers jegens Cornelis Beheer. Als eigenaar van de nog gekraakte panden is Cornelis Beheer bevoegd om deze panden nog gekraakte panden van de krakers terug te eisen. Ook Cornelis Bedrijfsauto's wordt in haar belangen geschaad door de aanwezigheid van de krakers in de desbetreffende panden, nu zij de verplichtingen uit de huurovereenkomsten die zij met huurders heeft gesloten niet kan nakomen zolang zij het gekraakte niet aan deze huurders ter beschikking kan stellen. Met de gevorderde ontruiming van de panden wordt overigens ook uitdrukkelijk bedoeld de ontruiming van de omliggende terreinen die de krakers thans nog in gebruik hebben.

4.3.

Het belang van Cornelis c.s. bij een spoedige ontruiming van de panden dient te prevaleren boven het belang van de krakers om nog langer in de panden te kunnen verblijven. Cornelis c.s. heeft zeer concrete en uitvoerbare plannen met de (resterende) panden, die hij aan een viertal huurders heeft verhuurd. Er is - anders dan de krakers betogen - sprake van reële huurovereenkomsten met betrekking tot deze panden. Cornelis c.s. dient het gekraakte op korte termijn te kunnen verbouwen en vervolgens ter beschikking te kunnen stellen aan de huurders met wie zij de desbetreffende huurovereenkomsten heeft gesloten. Cornelis c.s. moet vóór 1 april 2020 aan de huurders duidelijkheid verschaffen over de datum van ingebruikname van het gehuurde. Het belang van Cornelis c.s. bij ontruiming van de gekraakte panden is er voorts in gelegen dat de verzekeraar niet bereid is om de panden (definitief) te verzekeren zolang deze gekraakt zijn. Hierdoor loopt Cornelis c.s. een groot (financieel) risico in geval van brand in de panden. Bovendien leveren de panden, zolang deze gekraakt zijn, Cornelis c.s. financieel gezien niets op. Voor een gezonde exploitatie van de panden moeten deze op korte termijn worden ontruimd. Op hun beurt hebben de krakers al ruimschoots de tijd gehad om het gekraakte te ontruimen en elders onderdak te zoeken. Dat hebben zij echter geweigerd en zij hebben het erop aan laten komen. Tegen deze achtergrond kan Cornelis c.s. in redelijkheid gebruik maken van haar bevoegdheid om ontruiming van de nog bij de krakers in gebruik zijnde panden te verlangen.

5 Het standpunt van de krakers

5.1.

Het verweer van de krakers komt - samengevat - op het volgende neer.

5.2.

Cornelis c.s. heeft de voorzieningenrechter in de dagvaarding - in strijd met artikel 21 Rv - onvolledig en niet naar waarheid ingelicht. Cornelis c.s. doet het voorkomen alsof de krakers hebben geweigerd te voldoen aan de eerdere vonnissen van de rechtbank. Daarvan is geen sprake. De krakers hebben de gedeelten van de panden ontruimd waartoe zij door de rechter veroordeeld zijn. Verder heeft Cornelis c.s. nagelaten om de voorzieningenrechter te informeren dat de thans voorliggende ontruimingsvordering door de voorzieningenrechter in het vonnis van 31 december 2019 al is beoordeeld en afgewezen. Ten slotte schetst Cornelis een onjuiste weergave van de situatie op het terrein en de beoordeling daarvan door de (vorige) voorzieningenrechter.

5.3.

In de kort geding procedure die heeft geleid tot het vonnis van 31 december 2019 is de ontruimingsvordering zoals die in deze kort geding procedure voorligt al door de voorzieningenrechter beoordeeld en in het voordeel van de krakers beslecht. Cornelis c.s. legt het afgewezen gedeelte van de vorige ontruimingsvordering tegen de krakers nu opnieuw aan de voorzieningenrechter in kort geding voor. Daarvoor is geen rechtvaardiging. Cornelis c.s. poogt hiermee het gesloten stelsel van rechtsmiddelen te omzeilen. Een hoger beroep of een bodemprocedure zou de aangewezen weg zijn geweest. De hiervoor aangeduide gang van zaken is volgens de krakers in strijd met het ne-bis-in-idem beginsel. Aldus maakt Cornelis c.s. met haar ontruimingsvordering misbruik van recht.

5.4.

Cornelis c.s. heeft ook geen spoedeisend belang bij de gevorderde ontruiming. De overgelegde huurovereenkomsten bieden daarvoor onvoldoende grond. Niet aannemelijk is gemaakt dat daaraan op korte termijn uitvoering zal worden gegeven. Ook voorzien de huurovereenkomsten in een ontbindingsmogelijkheid voor de huurders. In feite is nog geen concreet moment van ingebruikname afgesproken. Er moet slechts vóór 1 april 2020 duidelijkheid zijn wanneer de betreffende huurovereenkomst kan aanvangen. De persoon die de woonruimte aan de Regattaweg 15 gaat huren, heeft bovendien op dit moment nog een woning in Middelstum ter beschikking, zodat het onwaarschijnlijk is dat hij belang heeft bij de huur van de woonruimte. Vanwege het ontbreken van spoedeisend belang kan Cornelis c.s. haar ontruimingsvordering niet in kort geding aan de voorzieningenrechter voorleggen.

5.5.

Cornelis c.s. maakt eveneens misbruik van recht door op oneigenlijke gronden ontruiming van de resterende panden te vorderen. Daartoe voeren de krakers het volgende aan. Na het eerste kort geding heeft Cornelis c.s. geen uitvoering gegeven aan het gros van de door haar genoemde werkzaamheden waarvoor ontruiming destijds noodzakelijk zou zijn. Enkel het door Qbuzz gehuurde gedeelte van de panden wordt thans daadwerkelijk gebruikt. Bij het tweede kort geding heeft Cornelis c.s. zich van dezelfde strategie bediend. De ingevolge dat vonnis door de krakers ontruimde loodsen staan nu nog steeds leeg.

De krakers betwisten dat uit de in dit kort geding door Cornelis c.s. overgelegde huurovereenkomsten volgt dat de beoogde bestemming van het gekraakte daadwerkelijk gerealiseerd gaat worden, in die zin dat aan deze huurovereenkomsten uitvoering zal worden gegeven. Gelet op de ervaringen van de krakers met Cornelis c.s. uit het verleden moeten deze huurovereenkomsten met de nodige argwaan worden bekeken. Niet kan worden uitgesloten dat sprake is van schijnovereenkomsten. Wanneer de gestelde werkzaamheden aan het gehuurde gaan plaatsvinden, is niet duidelijk. Volgens de krakers moet dan ook voor leegstand van de panden voor lange duur na een ontruiming worden gevreesd. De ontruiming dient gezien het voorgaande op dit moment geen enkel redelijk doel. De krakers wijzen er voorts ten aanzien van het door Cornelis c.s. gestelde belang van het verzekeren van de panden op dat Cornelis c.s. foutieve informatie aan haar verzekeraar heeft gegeven, waardoor de gewenste verzekering er wellicht helemaal niet komt. Cornelis c.s. onderbouwt ook niet wat zij in het werk heeft gesteld om tot verdere verzekeringsdekking te komen. Leegstand van de panden kan voor de verzekeraar een reden zijn om geen verzekering te verlenen.

5.6.

Ook voor het overige moet een afweging van de wederzijdse belangen van partijen leiden tot afwijzing van de door Cornelis c.s. gevorderde ontruiming. Van de krakers kan in redelijkheid niet worden gevergd dat zij zich in kort geding tegen een ontruimingsvordering moeten verweren. Van Cornelis c.s. mag worden verlangd dat zij een ontruimingsvordering in een bodemprocedure aan de rechter voorlegt, althans dat zij hoger beroep tegen het kort geding vonnis van 31 december 2019 instelt. De krakers hebben bovendien een zwaarwegend belang bij behoud van de (resterende) panden als woonruimte voor een groep mensen voor wie voldoende betaalbare woonruimte ontbreekt, waardoor zij zo lang mogelijk van het gekraakte gebruik willen maken.

5.7.

Ten slotte, in geval van toewijzing van de vordering tot ontruiming van het gekraakte, verzoeken de krakers om een redelijke termijn voor ontruiming te bepalen, te meer nu het hier de laatste nog door de krakers bewoonde gedeelten van de panden betreft en een verhuizing veel voorbereidings- en uitvoeringstijd zal vergen.

6 De beoordeling van het geschil

Verstekverlening

6.1.

De voorzieningenrechter heeft krachtens artikel 140 lid 1 Rv tegen de gedaagden genoemd in de dagvaarding onder 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8, 10, 11 en 12 ter zitting verstek verleend. Tussen alle - verschenen en niet-verschenen - gedaagden wordt thans één vonnis gewezen dat ingevolge artikel 140 lid 3 Rv als een vonnis op tegenspraak moet worden beschouwd. Verder overweegt de voorzieningenrechter dat niet met objectieve, verifieerbare stukken is onderbouwd dat op het moment van dagvaarding meer dan de onder 3 t/m 14 van dit vonnis genoemde natuurlijke personen waren ingeschreven in de basisregistratie personen van de gemeente Groningen dan wel anderszins bekend waren als bewoners van de panden waar dit geding op ziet, zodat de dagvaarding van de onder 1 en 2 van de dagvaarding genoemde groep gedaagden, met toepassing van het bepaalde in artikel 61 Rv, op de juiste wijze is geschied.

De vermeerdering van eis

6.2.

Cornelis c.s. heeft op 28 februari 2020 een akte vermeerdering van eis (met bijgevoegde plattegrond) ingediend, waarbij de eis ten opzichte van de dagvaarding is gewijzigd.

6.3.

Bij dagvaarding heeft Cornelis c.s. aanvankelijk ontruiming gevorderd van de gekraakte panden aan de Koningsweg 12 en de Regattaweg 15 te Groningen, zoals specifiek in 'geel' aangeduid op de als productie 3 bij de dagvaarding overgelegde en hierna weergegeven plattegrond.

6.4.

Bij akte vermeerdering van eis heeft Cornelis c.s. vervolgens haar eis in die zin vermeerderd dat zij thans ontruiming vordert van alle panden aan de Koningsweg 12 en de Regattaweg 15 te Groningen, waaronder ook nadrukkelijk begrepen het buitenterrein, zoals zwart gearceerd op de bij de akte vermeerdering van eis gevoegde - hierna weergegeven - plattegrond.

6.5.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt over de vermeerdering van eis. Vastgesteld wordt dat Cornelis c.s. de vermeerdering van eis niet bij (afzonderlijk) exploot aan de niet in het geding verschenen krakers heeft betekend, zodat deze personen geacht moeten worden niet bekend te zijn met de vermeerdering van eis. De vermeerdering van eis kan gelet op de eisen van een goede procesorde (als bedoeld in artikel 130 lid 1 Rv) dan ook niet tegen de niet-verschenen krakers worden toegestaan. Tegen hen zal derhalve recht worden gedaan op de oorspronkelijke eis zoals opgenomen in de dagvaarding. Ten aanzien van de wel in het geding verschenen krakers overweegt de voorzieningenrechter dat zij zich niet tegen de vermeerdering van eis hebben verzet. Ook ambtshalve is de voorzieningenrechter - gelet op de eisen van een goede procesorde - niet gebleken van beletselen om de vermeerdering van eis toe te staan, zodat de eisvermeerdering in zoverre wel toelaatbaar is. Tegen de in het geding verschenen krakers zal daarom recht worden gedaan op de vermeerderde eis.

Artikel 21 Rv

6.6.

Ingevolge artikel 21 Rv zijn partijen verplicht om de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Achtergrond van deze bepaling is dat het achterhouden en verdoezelen van voor de beslissing relevante feiten wordt tegengegaan. Indien een partij deze verplichting niet naleeft, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht.

6.7.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat het betoog van de krakers dat Cornelis c.s. in dit kort geding artikel 21 Rv heeft geschonden - nog daargelaten dat de krakers aan dit betoog geen processuele consequenties hebben verbonden - geen doel treft.

Cornelis c.s. doet het in de dagvaarding niet voorkomen dat de krakers hebben geweigerd om aan de eerder door de voorzieningenrechter tegen hen gewezen ontruimingsvonnissen te voldoen. In de dagvaarding stelt Cornelis c.s. - naar de voorzieningenrechter begrijpt - juist dat de eerdere korte gedingen hebben geleid tot ontruiming van een gedeelte van de panden, conform de eerder gewezen ontruimingsvonnissen en dat thans nog de resterende panden ontruimd moeten worden, het onderwerp van dit kort geding.

Evenmin heeft Cornelis c.s. nagelaten om juiste informatie te verstrekken over het kort geding vonnis van 31 december 2019. Dat vonnis wordt immers al in de dagvaarding genoemd en is tevens als productie 2 bij de dagvaarding gevoegd. Hiermee is voldoende kenbaar gemaakt hoe de voorzieningenrechter de destijds door Cornelis c.s. ingestelde ontruimingsvordering heeft beoordeeld en dat hij deze deels heeft afgewezen, hoewel in het lichaam van de dagvaarding de gedeeltelijke afwijzing van de ontruimingsvordering niet met zoveel woorden is genoemd. Niet aannemelijk is echter dat Cornelis c.s. heeft geprobeerd om de voorzieningenrechter in zoverre op het verkeerde been te zetten.

Ten slotte is de voorzieningenrechter van oordeel dat Cornelis c.s. - anders dan de krakers menen - met het overleggen van de als productie 3 bij de dagvaarding overgelegde plattegrond, waarop de panden waarvan thans ontruiming wordt gevorderd geel zijn gearceerd, niet een onjuiste weergave van de werkelijke situatie ter plaatse en de eerdere beoordeling daarvan door de voorzieningenrechter heeft gegeven. Waar het om gaat, is dat de geel gearceerde plattegrond voldoende duidelijk maakt van welke panden Cornelis c.s. in dit kort geding thans de ontruiming vordert en waarover de voorzieningenrechter dan ook heeft te oordelen (overigens mede met inachtneming van de later ingediende akte vermeerdering van eis). Niet aannemelijk is dat Cornelis c.s. de voorzieningenrechter met deze weergave van de huidige plaatselijke situatie op het verkeerde been heeft proberen te zetten.

Ne bis in idem

6.8.

In tegenstelling tot in het strafrecht bestaat in het Nederlandse civiele procesrecht geen algemeen “ne bis in idem”- beginsel (vgl. gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 juni 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:5096). Gelet op de rechtspraak van de Hoge Raad

(vgl. HR 16 december 1994, NJ 1995, 213) heeft als uitgangspunt te gelden dat schending van dit beginsel in een burgerlijk geschil op zichzelf geen grond is die kan leiden tot niet-ontvankelijkheid: elke vordering die door een eiser wordt ingediend, dient door de civiele rechter beoordeeld te worden, ook al betreft het dezelfde procespartijen en ook al worden dezelfde vorderingen ingediend op dezelfde grondslag. Deze kwestie kan niettemin wel een rol spelen bij de vraag of sprake is van misbruik van procesrecht door op dezelfde gronden een identieke vordering jegens dezelfde wederpartij in te stellen.

6.9.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat Cornelis c.s. na de twee eerdere ontruimingszaken tegen de krakers in het onderhavige kort geding opnieuw ontruiming van een aantal panden vordert, waaronder ook die van panden ten aanzien waarvan in het vorige kort geding vonnis de ontruiming is afgewezen. Van het door de krakers in dat kader naar voren gebrachte misbruik van procesrecht aan de zijde van Cornelis c.s. is naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake. In het huidige kort geding zijn immers nieuwe feiten en omstandigheden aangevoerd ter onderbouwing van de ontruimingsvordering ten aanzien van de panden waarvan eerder de ontruiming is afgewezen. Na het vorige kort geding vonnis zijn - naar Cornelis c.s. onbetwist heeft gesteld - huurovereenkomsten met betrekking tot de desbetreffende panden gesloten en is de voorlopige verzekeringsdekking van de panden geëindigd. In zoverre is er dus geen sprake van een casus die geheel identiek is aan de casus die in het vorige kort geding ter beoordeling voorlag. Cornelis c.s. is tegen deze achtergrond dan ook gerechtigd om opnieuw een ontruimingsvordering in kort geding aan de voorzieningenrechter voor te leggen indien zij daarbij voldoende belang heeft. De voorzieningenrechter verwerpt daarmee tevens het standpunt van de krakers dat na het vorige ontruimingsvonnis Cornelis c.s. betrekking tot de panden waarvan de ontruiming toen is afgewezen slechts in hoger beroep had kunnen gaan of een bodemprocedure tot ontruiming had moeten starten.

Spoedeisend belang

6.10.

Naar vaste jurisprudentie dient de vraag of een eisende partij in kort geding voldoende spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening, beantwoord te worden aan de hand van een afweging van de belangen van partijen, beoordeeld naar de toestand ten tijde van de uitspraak. Er is onder meer een spoedeisend belang aanwezig indien een voorziening wordt gevraagd die ertoe strekt een einde te maken aan een stelselmatige inbreuk op een aan de eiser toekomend subjectief recht als gevolg waarvan die eiser doorlopende schade ondervindt.

6.11.

De voorzieningenrechter constateert dat in het onderhavige geval sprake is van een vordering die ertoe strekt om een einde te maken aan een stelselmatige inbreuk op het eigendomsrecht van Cornelis Beheer met betrekking tot de (resterende) panden, waarvan Cornelis Beheer doorlopende schade ondervindt, nu zij deze panden thans feitelijk niet (ongehinderd) ter beschikking heeft vanwege de aanwezigheid van de krakers in de panden. Daarmee is het spoedeisend belang voor Cornelis Beheer om in haar vorderingen te kunnen worden ontvangen naar het oordeel van de voorzieningenrechter gegeven. Ook Cornelis Bedrijfsauto's heeft een voldoende spoedeisend belang bij de ontruimingsvordering, nu zij recentelijk huurovereenkomsten met betrekking tot de panden heeft gesloten op grond waarvan zij deze panden aan huurders ter beschikking dient te stellen. Het verweer van de krakers dat er geen spoedeisend belang aanwezig is bij de ontruimingsvordering moet dan ook worden verworpen.

Onrechtmatigheid

6.12.

Eigendom is ingevolge artikel 5:1 lid 1 BW het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben. De eigenaar van een zaak is krachtens artikel 5:2 BW bevoegd om de zaak van een ieder die haar zonder recht houdt op te eisen. Dat betekent dat de eigenaar zijn eigendomsrecht kan handhaven tegenover een ieder die er inbreuk op maakt.

6.13.

Cornelis c.s. is (juridisch en economisch) eigenaar van de in geding zijnde (resterende) panden. De krakers maken door deze panden te kraken inbreuk op dit eigendomsrecht, zodat Cornelis c.s. in beginsel bevoegd is tot opeising van de panden. De bij name genoemde krakers hebben niet betwist dat zij zonder enige recht of titel in de in geding zijnde panden verblijven. Ook met betrekking tot de overige krakers is niet gesteld of gebleken dat zij over een recht of titel beschikken om aldaar te kunnen verblijven. Gelet daarop is het verblijf van de krakers in de panden dan ook onrechtmatig, zodat de jegens hen gevorderde ontruiming van de panden in beginsel voor toewijzing vatbaar is.

Belangenafweging - misbruik van bevoegdheid

6.14.

Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of de onderhavige ontruimingsvordering desalniettemin afgewezen moet worden op grond van een afweging van de wederzijdse belangen van partijen. Dat is naar het oordeel van de voorzieningenechter alleen aan de orde indien Cornelis c.s. haar bevoegdheid om ontruiming van de panden te vorderen zou misbruiken, in die zin dat zij, in aanmerking nemende haar belang bij ontruiming en het belang van de krakers dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot ontruiming zou kunnen komen (artikel 3:13 BW). In dat verband is overigens geen volledige belangenafweging aan de orde, maar is (slechts) een toetsing aan de hand van de in dat artikel genoemde onevenredigheidsmaatstaf aangewezen, omdat eigendom als het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben in beginsel het zwaarst dient te wegen. De voorzieningenrechter tekent daarbij overigens nog aan dat de ontruiming van een gekraakt pand niet tot ongerechtvaardigde leegstand mag leiden. De voorzieningenrechter overweegt tegen deze achtergrond als volgt.

6.15.

Voorshands is niet aannemelijk geworden dat Cornelis c.s. in de vorige twee kort geding procedures oneigenlijke gronden heeft aangevoerd om ontruiming van de panden te bewerkstelligen. Niet gebleken is dat de panden die ingevolge de eerdere kort geding vonnissen door de krakers zijn ontruimd nadien geheel leeg zijn blijven staan zonder dat er van de zijde van Cornelis c.s. enige werkzaamheden ten aanzien van deze panden zijn ontplooid. Bedacht moet worden dat na de ontruiming van deze panden enige tijd aan Cornelis c.s. moest worden gegund om de betreffende panden te inspecteren om te bezien welke werkzaamheden er nodig zijn om de panden geschikt te maken voor gebruik. Vervolgens dienen, zoals Cornelis c.s. terecht heeft aangevoerd, plannen te worden gemaakt om de benodigde werkzaamheden uit te voeren, alvorens die werkzaamheden daadwerkelijk kunnen worden verricht. Ook daarmee is tijd gemoeid. Voldoende aannemelijk is dat sinds de eerdere ontruimingen wel degelijk bepaalde werkzaamheden door Cornelis c.s. ten aanzien van deze panden zijn uitgevoerd. Zo hebben de krakers niet betwist de stelling van Cornelis c.s. (zie punt 19 van de pleitnota van Cornelis c.s.) dat de ontruimde loodsen inmiddels zijn voorzien van nieuwe betonvloeren en dat in de kantoren verbouwingswerkzaamheden zijn uitgevoerd en nieuwe kantoren worden ingericht.

6.16.

De voorzieningenrechter ziet voorshands geen aanleiding om de door Cornelis c.s. gesloten huurovereenkomsten met betrekking tot de thans nog gekraakte panden in twijfel te trekken. Vast staat dat sprake is van huurovereenkomsten met een viertal afzonderlijke huurders op grond waarvan deze panden, althans gedeelten daarvan, door Cornelis c.s. gebruiksklaar moeten worden gemaakt en aan vervolgens deze huurders ter beschikking moeten worden gesteld. Weliswaar is in alle huurovereenkomsten een bepaling opgenomen dat de ingangsdatum van de betreffende huurovereenkomst nog niet kan worden bepaald, zulks vanwege de huidige aanwezigheid van de krakers in de panden, maar deze omstandigheid doet naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet af aan de kennelijke bedoeling van de betreffende partijen om een huurovereenkomst met elkaar aan te gaan en ontslaat Cornelis c.s. ook niet van haar hiervoor vastgestelde verplichtingen. De voorzieningenrechter acht ook niet aannemelijk dat aan deze huurovereenkomsten niet op korte termijn na ontruiming uitvoering zal worden gegeven, door het verrichten van verbouwingswerkzaamheden en het vervolgens ter beschikking stellen daarvan aan de huurders. De voorzieningenrechter heeft ook geen informatie gekregen op grond waarvan moet aangenomen dat de huurders na de terbeschikkingstelling aan hen van de thans gekraakte panden geen gebruik van deze panden zullen gaan maken. De omstandigheid dat de huurders de mogelijkheid hebben om de huurovereenkomst te ontbinden indien niet vóór 1 april 2020 duidelijk is wanneer de huur zal ingaan, doet naar het oordeel van de voorzieningenrechter ook niet af aan het belang van Cornelis c.s. bij ontruiming van de panden op korte termijn. Zolang de aanwezigheid van de krakers in de panden voortduurt, kan Cornelis c.s. haar huurders in dezen ook nog niet de benodigde duidelijkheid verschaffen. Voor zover de krakers hebben aangevoerd dat geen belang bestaat bij spoedige ontruiming van de gekraakte woning aan de Regattaweg 15 omdat de betreffende huurder nog een woning elders ter beschikking heeft, gaat dat argument er naar het oordeel van de voorzieningenrechter allereerst aan voorbij dat het niet aan de krakers is om te treden in de kennelijke wens van deze persoon om de woning te huren en voorts dat deze huurder pas na ontruiming en terbeschikkingstelling van de thans nog gekraakte woning van zijn woning elders af kan.

6.17.

In het licht van het voorgaande acht de voorzieningenrechter de door de krakers gestelde vrees voor (langdurige) leegstand van de thans gekraakte panden na ontruiming voorshands niet aannemelijk.

6.18.

Aannemelijk is dat de in geding zijnde panden niet kunnen worden verzekerd zolang deze nog gekraakt zijn. De voorzieningenrechter is van oordeel dat Cornelis c.s. er voldoende belang bij heeft om haar panden op korte termijn definitief te kunnen verzekeren.

Cornelis c.s. heeft onweersproken gesteld dat zolang de panden niet verzekerd zijn, zij risico loopt op financiële schade bij calamiteiten zoals brand. In het op korte termijn definitief kunnen verzekeren van de gekraakte panden is naar het oordeel van de voorzieningenrechter een extra belang van Cornelis c.s. gelegen bij een spoedige ontruiming van de panden. Niet aannemelijk is, zoals de krakers suggereren, dat Cornelis c.s. verkeerde informatie aan haar verzekeraar zou hebben verstrekt, waardoor de gewenste verzekering er mogelijk niet komt. Nu, zoals hiervoor overwogen, (langdurige) leegstand van de panden na ontruiming niet aannemelijk is, kan ook die omstandigheid niet aan verzekering van de panden in de weg staan.

6.19.

Hoewel de voorzieningenrechter begrip kan opbrengen voor het belang van de krakers bij voortgezet gebruik van de gekraakte panden als woonruimte, mede nu zij hier al ruim vijf jaar verblijven, weegt het hiervoor vastgestelde belang van Cornelis c.s. bij handhaving van haar eigendomsrecht en daarmee bij een spoedige ontruiming van de panden in het onderhavige geval zwaarder. Bovendien is niet gebleken dat aan de zijde van de krakers een noodtoestand zal ontstaan als gevolg van hun gedwongen vertrek uit de panden.

6.20.

In de gegeven omstandigheden maakt Cornelis c.s. naar het oordeel van de voorzieningenrechter dan ook geen misbruik van haar bevoegdheid om ontruiming van de panden te vorderen.

Conclusie

6.21.

De ontruimingsvordering van Cornelis c.s. is in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen toewijsbaar, met inachtneming van hetgeen hiervoor omtrent de vermeerdering van eis is overwogen, een en ander zoals hierna in het dictum nader te omschrijven.

Ontruimingstermijn

6.22.

De voorzieningenrechter ziet in de omstandigheden van het geval aanleiding om de termijn voor ontruiming te bepalen op één maand na betekening van dit vonnis. Deze termijn geeft Cornelis c.s. (voldoende) uitzicht op spoedige ontruiming van de panden, terwijl de krakers enige tijd wordt gegund om hun noodzakelijke verhuizing uit de panden voor te bereiden en nadien te realiseren.

Tenuitvoerlegging ontruimingsvonnis

6.23.

De vordering om de ontruiming ook ten uitvoer te kunnen leggen tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt wordt eveneens toegewezen (artikel 557a lid 3 Rv). De termijn zal in dat verband op één jaar worden bepaald.

Proceskosten

6.24.

De krakers zullen als de (grotendeels) in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding worden veroordeeld, aan de zijde van Cornelis c.s. vastgesteld als volgt:

- dagvaardingskosten € 110,22

- vast recht € 656,00

- salaris advocaat € 980,00

-------------

€ 1.746,22

6.25.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten is toewijsbaar als hierna in het dictum te melden. Ook de gevorderde nakosten zijn toewijsbaar, met dien verstande dat de voorzieningenrechter van oordeel is dat in geval van betekening van dit vonnis een bedrag van € 82,00 bovenop het zonder betekening verschuldigde bedrag van € 157,00 - derhalve in totaal een bedrag van € 239,00 - verschuldigd is en niet het door Cornelis c.s. genoemde bedrag van € 246,00. De nakosten worden daarom afgewezen voor zover zij het bedrag van € 239,00 te boven gaan.

7 BESLISSING

De voorzieningenrechter:

7.1.

veroordeelt de krakers hiervoor genoemd onder 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8, 10, 11 en 12 om de panden staande en gelegen aan de Koningsweg 12 en de Regattaweg 15 te Groningen, kadastraal bekend Gemeente Noorddijk sectie D nummers 711 en 713 (zoals aangegeven op de in r.o. 6.3. van dit vonnis opgenomen foto) binnen één maand na betekening van dit vonnis, met al degenen die en al datgene dat zich daarin en daarop bevindt/bevinden, te verlaten en te ontruimen en vervolgens verlaten en ontruimd te houden en ter vrije en algehele beschikking van Cornelis c.s. te stellen en onder afgifte van de sleutels die toegang tot de panden c.a. verschaffen;

7.2.

veroordeelt de krakers hiervoor genoemd onder 6, 9, 13 en 14 om alle gebouwen en omliggende terreinen, staande en gelegen aan de Koningsweg 12 en de Regattaweg 15 te Groningen, kadastraal bekend Gemeente Noorddijk sectie D nummers 711 en 713 (zoals zwart gearceerd aangegeven op de in r.o. 6.4. van dit vonnis opgenomen foto) binnen één maand na betekening van dit vonnis, met al degenen die en al datgene dat zich daarin en daarop bevindt/bevinden, te verlaten en te ontruimen en vervolgens verlaten en ontruimd te houden en ter vrije en algehele beschikking van Cornelis c.s. te stellen en onder afgifte van de sleutels die toegang tot de panden c.a. verschaffen;

7.3.

bepaalt dat voormelde veroordelingen binnen de in artikel 557a lid 3 Rv genoemde termijn van een jaar ook ten uitvoer zullen kunnen worden gelegd tegen een ieder die ten tijde van de tenuitvoerlegging zich daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet;

7.4.

veroordeelt de krakers in de proceskosten, aan de zijde van Cornelis c.s. vastgesteld op € 1.746,22, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten indien deze kosten niet binnen een termijn van veertien dagen na de datum van dit vonnis zijn voldaan, vanaf het verstrijken van deze termijn tot aan de dag der algehele voldoening van de proceskosten, alsmede te vermeerderen met de nakosten ten bedrage van € 157,00 zonder betekening van dit vonnis, te vermeerderen met € 82,00 in geval van betekening;

7.5.

verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

7.6.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Sanna en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2020.

614 / mp