Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2020:1181

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
17-03-2020
Datum publicatie
18-03-2020
Zaaknummer
8197039
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eindvonnis na ambtshalve toetsing. Ziggo heeft 5x € 25,- aan incassokosten in rekening gebracht. Ondanks bevel bij tussenvonnis zijn de 14-dagenbrieven niet overgelegd. Betaalde onwettige incassokosten overstijgen de hoofdsom van € 49,74. Geheel afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Assen

zaak-/rolnummer: 8197039 \ CV EXPL 19-7710

Verstekvonnis van de kantonrechter van 17 maart 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Ziggo B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht,

hierna te noemen: Ziggo,

eisende partij,

gemachtigde: LAVG,

tegen

[gedaagde]

wonende te [adres]

gedaagde,

tegen wie verstek is verleend.

1 Procesverloop

1.1.

Ziggo heeft bij dagvaarding, op de daarin geformuleerde gronden, gevorderd om gedaagde te veroordelen tot betaling van € 90,29 te vermeerderen met wettelijke rente over € 49,74 en kosten.

1.2.

Op 21 januari 2020 heeft de kantonrechter tussenvonnis gewezen. Dit tussenvonnis dient als ingelast en herhaald te worden beschouwd.

1.3.

Ter zitting van 18 februari 2020 heeft Ziggo een akte houdende specificatie van de vordering overgelegd.

2 Motivering

2.1.

De kantonrechter heeft in het tussenvonnis overwogen dat de door Ziggo uitgebrachte dagvaarding onvoldoende informatie verschaft en daarmee niet voldoet aan de eisen van artikel 21 Rv. De kantonrechter heeft Ziggo bevolen de vordering nader te onderbouwen, al dan niet gebruikmakend van het landelijke informatieformulier.

Daarbij heeft de kantonrechter bepaald dat Ziggo in ieder geval een duidelijk gespecificeerd overzicht van de betalingsachterstand diende te verstrekken, aangezien het thans openstaande saldo deels lijkt te bestaan uit een betalingsachterstand die vóór de factuur van 25 maart 2019 is ontstaan. Daarnaast diende Ziggo, indien vóór de factuur van 25 maart 2019 incassokosten in rekening zijn gebracht, de veertiendagenbrief of de creditfactuur die voor die incassokosten is verzonden, te overleggen.

2.2.

Ziggo heeft het landelijke informatieformulier ingevuld, een gespecificeerd overzicht van de betalingsachterstand bijgevoegd en producties overgelegd. Daarnaast heeft zij haar vordering bij akte nader toegelicht.

2.3.

De kantonrechter constateert aan de hand van het door Ziggo overgelegde overzicht van haar facturen en de betalingen van gedaagde, dat Ziggo vanaf 29 juni 2017 maar liefst vijf maal € 25,- aan incassokosten in rekening heeft gebracht bij gedaagde. Aangezien Ziggo, ondanks het bevel van de kantonrechter daartoe in het tussenvonnis, geen veertiendagenbrieven voor die incassokosten heeft overgelegd (en overigens ook niet inzichtelijk heeft gemaakt dat gedaagde de openstaande vordering vervolgens pas na het verstrijken van de veertiendagentermijn heeft voldaan), gaat de kantonrechter ervan uit dat Ziggo niet heeft voldaan aan de vereisten die artikel 6:96 lid 6 BW aan het in rekening brengen van incassokosten stelt. Dat Ziggo die incassokosten op enig moment heeft gecrediteerd is evenmin gebleken.

2.4.

Nu het bedrag aan incassokosten dat gedaagde aldus zonder rechtsgrond aan Ziggo heeft betaald de door Ziggo gevorderde hoofdsom van € 49,74 overstijgt, zal de kantonrechter de vorderingen van Ziggo (zowel hoofdsom, buitengerechtelijke incassokosten als rente) afwijzen.

3 Beslissing

De kantonrechter:

3.1.

wijst de vorderingen van Ziggo af;

3.2.

veroordeelt Ziggo in de kosten, tot op heden aan de zijde van de gedaagde begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. M.E. van Rossum en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2020.

typ/conc: 36330/TG

coll: