Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2020:1084

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
26-02-2020
Datum publicatie
10-03-2020
Zaaknummer
170756
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoeken tot wijziging hoofdverblijf en vervangende toestemming inschrijving middelbare school. Rechtbank richt zich met beslissing en uitleg in begrijpelijke taal rechtstreeks tot het kind en reflecteert ouders op hun houding en gedrag door middel van de gevolgen die dat op hun kind heeft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaak-/rekestnummer: C/17/170756 / FA RK 19-1584

beschikking van de enkelvoudige kamer van 26 februari 2020

inzake

[de vader] ,

wonende te [plaats 1] ,

hierna ook te noemen de vader,

advocaat mr. H. Siesling-Vellinga, kantoorhoudende te Leeuwarden,

tegen

[de moeder] ,

wonende te [plaats 2] ,

hierna ook te noemen de moeder,

advocaat mr. F. Hofstra, kantoorhoudende te Leeuwarden.

1 Procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit:

- het verzoekschrift, binnengekomen op 31 december 2019,

- het verweerschrift, binnengekomen op 31 januari 2020,

- het F9-formulier van de vader, van 5 februari 2020, met bijlagen.

1.2.

De zaak is behandeld tijdens de zitting van 7 februari 2020. Verschenen zijn:

- [de minderjarige] , die apart met de rechtbank heeft gesproken,

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat,

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat,

- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

2 De feiten

2.1.

Partijen zijn met elkaar getrouwd geweest. Zij zijn de ouders van [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] , (hierna te noemen: [de minderjarige] ).

2.2.

Partijen hebben het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] .

2.3.

[de minderjarige] woont bij haar moeder.

3 De beoordeling

3.1.

[de minderjarige] , omdat deze beslissing erg belangrijk is voor jou, vind ik het belangrijk dat jij de beslissing die ik heb genomen goed begrijpt. Ik richt me daarom tot jou.

3.2.

Jouw vader heeft mij - kort gezegd - gevraagd of jij vanaf het komende schooljaar bij hem mag komen wonen. Hij heeft ook gevraagd of ik wil beslissen dat jij vanaf dat moment in [plaats 1] naar de middelbare school gaat.

3.3.

Normaalgesproken zou ik eerst kort opschrijven wat jouw ouders gezegd hebben en waarom ze vinden dat jij bij je moeder, of juist bij je vader moet wonen. Ik heb goed geluisterd naar wat je ouders daarover hebben gezegd en goed gelezen wat ze daarover hebben geschreven. Ik heb er echter bewust voor gekozen om dit niet nog eens op te schrijven in deze beschikking. Dat heb ik gedaan omdat jij (en zij) er niets mee opschieten om dat allemaal nog een keer terug te lezen. Ik vind het namelijk belangrijk dat jouw ouders vanaf nu ophouden te kijken naar het verleden, en gaan kijken naar de toekomst.

3.4.

Vrijdag 7 februari 2020 hebben wij met elkaar gesproken op de rechtbank. Zoals je weet heb ik daarna ook met je ouders gesproken. Uit deze gesprekken is het mij duidelijk geworden dat jij ontzettend veel last en verdriet hebt van de manier waarop jouw ouders met elkaar omgaan. Het geeft jou ook veel onrust dat je nu nog niet weet bij wie je volgend jaar gaat wonen en waar je naar school gaat. Ik vind het belangrijk dat aan die onzekerheid zo snel mogelijk een einde komt. Daarom heb ik niet eerst aan mensen van de Raad voor de Kinderbescherming gevraagd of zij een onderzoek willen doen. In 2018 is er al een onderzoek uitgevoerd, en (helaas) is er sinds die tijd weinig veranderd in de manier waarop jouw ouders met elkaar en met jou omgaan. Daarom heb ik, na er goed over te hebben nagedacht, meteen een beslissing genomen.

3.5.

Ik heb besloten dat je bij je moeder blijft wonen en dat je ook bij je moeder in de buurt naar de middelbare school gaat. Hieronder leg ik uit waarom ik dat heb besloten.

3.6.

Ik heb begrepen dat je je bij je vader erg thuis voelt en dat je daar wel zou willen wonen. In de buurt van [plaats 1] heb je nog vriendinnen van vroeger en je kan daar paardrijden. Je kan ook goed opschieten met de vrouw van je vader.

3.7.

Bij je moeder voel je je ook thuis. Je hebt in [plaats 2] vriendinnen en gaat met plezier naar school. Je zit op judo en je beleeft erg veel plezier aan het dwarsfluit spelen bij de band die erg belangrijk voor je is.

3.8.

Verhuizen is een grote stap en een grote verandering in je leven. Dat doe je dus niet zomaar. Dat geldt helemaal voor een verhuizing naar de andere kant van het land. Wat het voor nu en in de toekomst betekent als je zou verhuizen naar [plaats 1] is door niemand precies te voorspellen. Jij kunt ook vantevoren niet weten of je het in [plaats 1] leuker of minder leuk zal hebben dan in [plaats 2] . Een rechter weet dat ook niet. Daarom beslist een rechter - als je al een hele tijd bij je moeder woont - eigenlijk alleen dat het beter is om te verhuizen als het heel duidelijk is dat bijvoorbeeld je moeder niet goed voor jou zou zorgen of als je erg ongelukkig zou zijn bij je moeder thuis. Daar is (gelukkig) geen sprake van.

3.9.

Eén van de (belangrijkste) redenen waarom jij bij je vader wil gaan wonen, is omdat er bij jouw vader in de buurt een 'topschool' is, zoals jezelf vertelde. Die school staat op nummer één in een lijst met beste scholen. Ik ben het met je eens dat het belangrijk is dat je naar een goede school gaat. In de buurt van waar je moeder woont zijn er ook goede middelbare scholen. Ik denk dat de beste school niet persé de school is die elk jaar op nummer één staat in een lijst. De beste school, is de school die het beste past bij jou. Je bent in de buurt van [plaats 2] ook al naar scholen gaan kijken. Je vertelde me dat je twee scholen in gedachten hebt waar je naartoe zou willen als je bij je moeder blijft wonen. Ik denk dat dat goede scholen zijn. Ik vind daarom dat er geen speciale reden is, waarom het voor jou beter zou zijn om naar [plaats 1] te verhuizen om daar naar een middelbare school te kunnen gaan.

3.10.

Het is fijn en goed dat er zowel bij je vader als bij je moeder leuke dingen zijn en dat je je bij beiden thuis voelt. Omdat een verhuizing een hele grote stap is, en je het bij je moeder ook fijn hebt, vind ik het niet in jouw belang dat je naar [plaats 1] verhuist. Daar wil ook nog het volgende over zeggen.

3.11.

Voor gescheiden ouders - zoals die van jou - is het vaak heel erg lastig om te accepteren dat hun kind bij de andere ouder woont. Jouw vader vindt dat ook erg moeilijk. Dat is ook goed te begrijpen, omdat hij erg veel van je houdt en hij het erg leuk vindt als je bij hem bent. Ik weet dat, omdat ik zie dat jouw vader het beste met je voor heeft. Hij wil graag dat je het naar je zin hebt bij hem thuis, dat je gezond bent en dat je naar een goede school gaat. Hij vindt het alleen heel moeilijk om er op te vertrouwen dat jij het bij je moeder ook naar je zin hebt, en dat je moeder ook goed voor jou zorgt. Omdat hij dat zo moeilijk vindt, zegt hij wel eens negatieve dingen over je moeder en over de omgeving waar je moeder woont. Bijvoorbeeld dat de scholen in de buurt van [plaats 2] niet goed genoeg voor jou zijn. Jouw moeder vindt het soms lastig om te accepteren dat jij het bij je vader (en [de partner van de vader] ) ook leuk mag hebben. Jij hebt last van die meningen van jouw ouders over elkaar.

3.12.

Omdat ik veel vaker met kinderen praat die, net als jij, last hebben van de scheiding van hun ouders, weet ik dat kinderen er erg verdrietig van worden als ouders negatieve dingen zeggen over elkaar. Ik weet ook dat kinderen daar zo verdrietig van kunnen worden dat ze het gevoel krijgen dat ze moeten kiezen tussen hun ouders. Maar kinderen horen nooit te hoeven kiezen tussen hun ouders. En dat kan ook niet. Dat zag ik ook toen ik jou na ons gesprek terugbracht naar de hal van de rechtbank. Jij wist niet naar wie van jouw ouders je toe moest lopen. Dat vond ik erg verdrietig, maar ook heel goed. Want dat betekent dat jij - net als ieder kind - niet kán kiezen tussen jouw ouders. Daarom is de keuze waar jij woont ook geen keuze die jij maakt of hoeft te maken.

3.13.

Jij hoeft niet te kiezen tussen je ouders. Jouw ouders moeten gaan kiezen voor jóu. Je hebt mij verteld dat je het liefste wil dat je ouders weer normaal met elkaar praten, ophouden met ruzie maken en wat minder moeilijk of streng doen naar elkaar, dat ze wat flexibeler zijn. Het zou heel goed zijn als jouw ouders dat gingen doen.

3.14.

Want, wat zou het fijn zijn als jouw ouders allebei hun uiterste best gaan doen om geen ruzie meer te maken en normaal met elkaar gaan praten. Wat zou het fijn zijn als jij mee kan doen met een belangrijk optreden van de band, ook als dat optreden in een weekend valt waarin je eigenlijk bij je vader bent. Wat zou het fijn zijn als jij van je moeder eens wat vaker met je vader of [de partner van de vader] mag bellen, ook al is dat buiten de afgesproken tijden. Wat zou het fijn zijn als jouw vader stopt met alle negatieve opmerkingen (hoe klein misschien ook) over de omgeving waar je moeder woont. Wat zou het fijn zijn als je moeder blij voor jou kan zijn dat je goed kan opschieten met de nieuwe vrouw van je vader. Wat zou het fijn zijn als je vader tegen je kan zeggen dat het écht 'oké' is dat je bij je moeder woont. Wat zou het fijn zijn als jouw ouders het verdriet en de boosheid uit het verleden achter zich zouden laten. Wat zou het fijn zijn als ze zouden beseffen dat die boosheid misschien de reden is dat ze niet meer bij elkaar zijn, maar dat dat geen reden is om te stoppen om samen goede ouders voor jou te zijn.

3.15.

Ik vind het belangrijkste dat jouw ouders gaan (in)zien wat jij nodig hebt en waar jij écht gelukkig van wordt. Een verhuizing naar je vader gaat de ruzies tussen je ouders niet oplossen. Dat moeten je ouders zelf doen. Het lijkt mij goed dat ze daar hulp bij krijgen. Ik wens jou en je ouders veel succes voor de toekomst!

3.16.

Wat ik hiervoor allemaal heb uitgelegd betekent uiteindelijk dat ik niet zal beslissen wat jouw vader mij heeft gevraagd. Officieel heet dat dan dat ik de verzoeken van jouw vader afwijs.

4 Beslissing

De rechtbank:

4.1.

wijst de verzoeken af.

Deze beschikking is gegeven te Leeuwarden door mr. S.T. Kooistra, lid van de kamer, tevens kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op woensdag 26 februari 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat. worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden

fn: 806