Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2019:966

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
12-03-2019
Datum publicatie
18-03-2019
Zaaknummer
18/850035-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens een reeks strafbare feiten, waaronder diefstal met geweld, afpersing, dwang, drugsbezit en -handel en witwassen, tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren. Toewijzing van de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling voor de duur van 1402 dagen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 63
Wetboek van Strafrecht 138
Wetboek van Strafrecht 266
Wetboek van Strafrecht 267
Wetboek van Strafrecht 284
Wetboek van Strafrecht 285
Wetboek van Strafrecht 300
Wetboek van Strafrecht 311
Wetboek van Strafrecht 312
Wetboek van Strafrecht 317
Wetboek van Strafrecht 420bis
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/850035-18

ter terechtzitting gevoegd parketnummer 18/820302-17

vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling 18/630521-05

VI-zaaknummer: 99-000045-32

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 12 maart 2019 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] ,

wonende te [straatnaam] , [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 1 en 5 februari 2019. Op 26 februari 2019 is het onderzoek ter terechtzitting buiten aanwezigheid van partijen gesloten.

Verdachte is niet verschenen; wel is verschenen mr. H.P. Eckert, advocaat te Groningen, die verklaard heeft uitdrukkelijk tot de verdediging te zijn gemachtigd.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. S.E. Eijzenga.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

ten aanzien van parketnummer 18/850035-18:

1.

hij op of omstreeks 10 mei 2018 te Winschoten, (althans) in de gemeente Oldambt, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tasje met geld (te weten 17.000,- euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) uit het met meerdere personen betreden van het kantoor van die [slachtoffer 1] en/of zeggen tegen die [slachtoffer 1] dat ze geld kwamen halen en/of dat die [slachtoffer 1] geld moest inleveren en/of (vervolgens) trekken/grissen van voornoemde tas uit de handen van die [slachtoffer 1] ;

2.

hij op of omstreeks 9 april 2018 te Kolham, (althans) in de gemeente Midden-Groningen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto (merk Peugeot 107 en kenteken [kenteken] met bijbehorende autosleutels) en/of een mobiele telefoon (merk HTC) en/of een zilveren ketting, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) uit het (meermalen en/of met kracht) slaan en/of stompen in het gezicht van die [slachtoffer 2] ;

en/of

hij op of omstreeks de periode van 9 april 2018 tot en met 17 april 2018 te Kolham, (althans) in het arrondissement Groningen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (te weten 5.000,- euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) uit:

- het op 9 april 2018 (meermalen en/of met kracht) slaan en/of stompen in het gezicht van die [slachtoffer 2] en/of

- tegen die [slachtoffer 2] zeggen dat hij een oude schuld moest terug betalen;

3.

hij op of omstreeks 10 juni 2018, op het traject gelegen tussen de plaatsen Hoogezand en Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (Iphone 8 plus), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

4.

hij in of omstreeks de periode van 10 juni 2018 tot en met 11 juni 2018, te Hoogezand, in de gemeente Midden-Groningen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een ander, te weten [slachtoffer 3] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 3] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten het afstaan van de pinpas en/of ID-kaart van die [slachtoffer 3] en/of het pinnen van 0,01 cent bij een belwinkel (ten behoeve van het afsluiten van een telefoon abonnement), door:

- die [slachtoffer 3] (telefonisch) uit te schelden voor (onder meer) “kankerhoer” en/of te zeggen: “Ik weet waar jij en je familie woont” en/of “Ik wil mijn geld terug” en/of “Ik steek je huis in de brand” en/of “Vlam in de pan” althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- die [slachtoffer 3] een bericht te sturen met de tekst: “Ik wals over je heen als je grootste nachtmerrie, ik zal niet rusten totdat ik mijn geld heb. Ik ben [verdachte] ” en/of

- tegen die [slachtoffer 3] te zeggen: “Jij kankerhoer, jij hebt er iets mee te maken. Jij gaat mee”, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- tegen die [slachtoffer 3] te zeggen dat zij haar ID-kaart en/of pinpas moest geven en/of 0,01 cent moest pinnen;

5.

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2017 tot en met 12 juni 2018, te Hoogezand, in de gemeente Midden-Groningen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een ander, te weten [slachtoffer 4] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 4] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten het plaatsen van zijn, verdachtes, handtekening ten behoeve van het op zijn naam zetten van een (aantal) auto’s), te weten de auto(‘s) met kenteken(s) [kenteken] en/of [kenteken] en/of [kenteken] en/of [kenteken] en/of [kenteken] en/of het afstaan van zijn, verdachtes, paspoort en/of rijbewijs en/of bankrekeningnummer (ten behoeve het afsluiten van de verzekeringen voor voornoemde auto’s), immers heeft hij, verdachte en/of (met) zijn mededader:

- tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat ze zijn botten gaan breken als hij iets niet doet en/of

- ( meermalen) in/tegen het gezicht van die [slachtoffer 4] geslagen en/of

- tegen die [slachtoffer 4] gezegd: “Ik weet waar je woont”, “Ik weet waar je familie en je kinderen wonen”, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat hij een auto op zijn naam moest zetten en/of dat hij, verdachte, de kosten zou dragen en/of

- tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat hij een handtekening moest zetten ten behoeve van het overschrijven van voornoemde auto(‘s) en/of

- tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat hij zijn paspoort en/of rijbewijs en/of bankrekeningnummer moest geven;

6.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2017 tot en met 12 juni 2018 te Hoogezand en/of te Kolham, (althans) in het arrondissement Noord Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA (zogeheten XTC-pillen), zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

7.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2017 tot en met 12 juni 2018 te Hoogezand en/of te Kolham, (althans) in het arrondissement Noord Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan 30 gram hennep en/of hasjiesj, zijnde hennep en hasjiesj (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

8.

hij op of omstreeks 12 juni 2018 te Hoogezand en/of te Kolham, (althans) in het arrondissement Noord Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad, (in totaal) 3,44 gram, althans een hoeveelheid, van een materiaal bevattende MDMA (zogeheten XTC-pillen), zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

9.

hij op of omstreeks 12 juni 2018 te Hoogezand en/of te Kolham, (althans) in het arrondissement Noord Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad, (in totaal) 7089 gram, althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hasjiesj, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

10.

hij op of omstreeks 12 juni 2018 te Kolham, in de gemeente Midden-Groningen, een (aantal) wapen(s) van categorie I, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, te weten:

- een valmes en/of

- een ploertendoder en/of

- een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een nabootsing van een vuurwapen,

voorhanden heeft gehad;

11.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 12 juni 2018, te Kolham en/of te Hoogezand, althans in Nederland, een (aantal) voorwerp(en), te weten de volgende auto(‘s): een BMW 535d met kenteken [kenteken] en/of een Mercedes Benz Vito met kenteken [kenteken] en/of een VW Touareq V10 TDI met kenteken [kenteken] en/of een VW Passat Variant met kenteken [kenteken] en/of een VW Touareq met kenteken [kenteken] en/of een VW Passat CC met kenteken [kenteken] , heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of van voornoemde auto(‘s) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat voornoemde auto(‘s) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf

en/of

hij op of omstreeks 12 juni 2018, te Kolham, in de gemeente Midden-Groningen, althans in Nederland, een voorwerp, te weten een hoeveelheid geld (5500,- euro), voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist dat dat voorwerp onmiddellijk afkomstig was uit enig misdrijf;

ten aanzien van parketnummer 18/820302-17:

1.

hij op of omstreeks 17 mei 2017, in de gemeente Delfzijl, [slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 5] dreigend de woorden toe te voegen “Als je mij nog één keer duwt of aanraakt dan sla ik je kapot”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 17 mei 2017, in de gemeente Delfzijl, [slachtoffer 5] heeft mishandeld door die

- [slachtoffer 5] hard en/of stevig vast te pakken en/of te duwen, en/of

- de hand van die [slachtoffer 5] vast te pakken en/of (vervolgens) te verdraaien;

3.

hij op of omstreeks 17 mei 2017, in de gemeente Delfzijl, opzettelijk [slachtoffer 5] , in haar tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door tegen en/of bij die [slachtoffer 5] te spugen;

4.

hij op of omstreeks 17 mei 2017, in de gemeente Delfzijl, in de woning, [straatnaam] , bij [slachtoffer 6] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk aldaar vertoevende zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds heeft verwijderd;

5.

hij op of omstreeks 20 december 2017, in de gemeente Groningen, opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten Buitengewoon Opsporings Ambtenaar genaamd [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] , gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun/zijn bediening, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden “Jullie zijn kanker racisten”, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het in parketnummer 18/850035-18 onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 ten laste gelegde en het in parketnummer 18/820302-17 onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde. Hij heeft, samengevat, daartoe het volgende aangevoerd.

De in parketnummer 18/850035-18 onder 1 ten laste gelegde diefstal, voorafgegaan of vergezeld van bedreiging met geweld, in vereniging gepleegd, kan worden bewezen gelet op de aangifte, de verklaringen van getuigen [getuige 1] en [getuige 2] en de tapgesprekken. In het bijzonder is relevant het tapgesprek d.d. 18 mei 2018 tussen verdachte en een onbekend gebleven persoon, waarin wordt gesproken over € 17/18.000,- en waarin door de onbekende persoon wordt gezegd dat ‘ [naam 1] ’ (kennelijk aangever) heeft betaald, en het tapgesprek d.d. 11 mei 2018 tussen medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , waarin door [medeverdachte 1] wordt gezegd “ik heb gewoon mijn geld opgehaald.” Daarnaast zijn de telefoongesprekken die [medeverdachte 1] heeft gevoerd vanuit de PI (rechtbank: Penitentiaire Inrichting), waarin hij bevestigt dat verdachte het geld van aangever heeft afgepakt, ondersteunend. Er is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking nu bij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bekend was dat de reden van het bezoek aan aangever in de financiële sfeer was gelegen en de rollen inwisselbaar waren.

De officier van justitie heeft ten aanzien van het in parketnummer 18/850035-18 onder 5 ten laste gelegde in het bijzonder aangevoerd dat bewezen kan worden dat aangever wederrechtelijk is gedwongen te dulden dat er auto’s op zijn naam werden gezet en buiten zijn medeweten gebruik werd gemaakt van zijn (gekopieerde) identiteitspapieren teneinde die tenaamstelling te bewerkstelligen en om verzekeringen uit zijn naam af te sluiten. De officier van justitie acht het feit bewezen op grond van de aangifte, de getuigenverklaring van [getuige 3] , de verklaringen waaruit blijkt dat aangever als kwetsbaar moet worden aangemerkt, diverse processen-verbaal van bevindingen waaruit blijkt dat verdachten gebruik maakten van de voertuigen alsmede tapgesprekken en de getuigenverklaring van [getuige 4] .

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het in parketnummer 18/850035-18 onder 1, 2, 3, 4, 5 (deels), 6, 9 (deels) en het in parketnummer 18/820302-17 onder 5 ten laste gelegde.

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het in parketnummer 18/850035-18 onder 8, 9 (ten aanzien van het niet betwiste gedeelte), 10 en 11 en het in parketnummer 18/820302-17 onder 4 ten laste gelegde.

Hij heeft met betrekking tot de bepleite vrijspraken het volgende, samengevat, aangevoerd.

Parketnummer 18/850035-18

De raadsman heeft ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde verwezen naar de verweren die de raadslieden in de zaken van medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hebben gevoerd. Deze verweren komen er in het kort op neer dat de hoogte van het bedrag in het tasje niet kan worden vastgesteld, dat geen sprake was van geweld of bedreiging met geweld en dat niet is gebleken van een nauwe en bewuste samenwerking. Daarnaast heeft de raadsman aangevoerd dat de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] die door verdachte wordt onderschreven, inhoudend dat zij zijn meegegaan om het geld te halen door op normale wijze te praten met aangever, niet door andere bewijsmiddelen wordt weerlegd.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde dient aan de verklaring van aangever [slachtoffer 2] niet een zwaarder gewicht toegekend te worden dan aan de verklaring van verdachte, nu de verklaring van aangever (op in elk geval een aantal onderdelen) onjuist en onbetrouwbaar is. Aangever heeft verschillende verklaringen afgelegd over het ontstaan van de schuld bij verdachte en zijn verklaringen zijn bijna niet te waarderen, omdat aangever zelf vindt dat ze niet goed worden weergegeven in het proces-verbaal en hij zijn verklaring bij de rechter-commissaris niet heeft willen ondertekenen. Daarnaast heeft hij de WhatsApp-gesprekken met verdachte gewist, is hij niet naar een arts gegaan en heeft hij gewacht met het doen van aangifte. Voor de verklaring van verdachte dat ten aanzien van de auto sprake was van een onderpand, zijn aanknopingspunten te vinden in de verklaring van aangever en WhatsApp-gesprekken. Voorts is niet te verklaren hoe de auto op een andere naam is gezet zonder de medewerking van aangever om een tenaamstellingscode te verkrijgen.

Daarnaast bevat het dossier onvoldoende steunbewijs. Het letsel is niet vastgesteld door een arts en het is onduidelijk wanneer de zich in het dossier bevindende foto’s van het letsel zijn gemaakt. De verklaring van de vader van aangever zijn niet bruikbaar: hij heeft aangever als bron en hij heeft het proces-verbaal van aangifte dan reeds gelezen. De verklaring van getuige [getuige 5] is niet redengevend. De raadsman heeft verzocht om - mocht de rechtbank verdachte niet vrijspreken van dit feit - [getuige 5] alsnog als getuige te doen horen door de rechter-commissaris.

De raadsman heeft zich ten aanzien van het onder 3 en 4 ten laste gelegde aangesloten bij de verweren van de raadsman van medeverdachte [medeverdachte 2] .

Dit standpunt houdt ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde kortgezegd in dat geen sprake was van wegnemen en het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening ontbreekt, omdat de telefoon door aangeefster vrijwillig is afgegeven.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde houdt dit standpunt kortgezegd in dat, voordat aangeefster had ingestemd om mee te gaan naar de telefoonwinkel, er geen bedreigingen zijn geuit. Voor zover er wel vanuit wordt gegaan dat dreigementen zijn geuit, is niet gebleken van een nauwe en bewuste samenwerking daartoe. Het telefoongesprek tussen aangeefster en verdachte is op een later moment gevoerd en medeverdachte [medeverdachte 2] heeft niet gehoord wat verdachte hierin heeft gezegd. Voor zover er in de woning van aangeefster bedreigingen zijn geuit, volgt niet uit het dossier dat [medeverdachte 2] hierbij aanwezig was. Daarnaast zou het gesprek tussen verdachte en de ouders van aangeefster, waarin hij heeft uitgelegd waarom er een telefoonabonnement zou moeten worden afgesloten, niet in het plaatje passen indien aangeefster zou zijn bedreigd.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde is onduidelijk waardoor en vanaf welk moment aangever dwang heeft ervaren. Aangever lijkt zich eerder achteraf misleid te voelen. Aangever heeft, blijkens zijn eigen verklaring, vrijwillig zijn paspoort, rijbewijs en bankrekeningnummer afgestaan, waardoor voor dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspraak dient te volgen. Ten aanzien van het plaatsen van een handtekening om de auto’s op naam te zetten dient ook vrijspraak te volgen, nu de aangifte weinig concreet is over wanneer de ten laste gelegde geweldshandelingen en andere feitelijkheden hebben plaatsgevonden en hoe dit van invloed is geweest op aangevers medewerking. In het bijzonder dient ten aanzien van de Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] vrijspraak te volgen, aangezien aangever daar zelf over heeft verklaard dat hij zich bij het op naam zetten niet gedwongen voelde. Nu er geen aanwijzingen zijn dat verdachte betrokken is bij de Seat Altea met kenteken [kenteken] , dient verdachte hiervoor te worden vrijgesproken. Voorts heeft aangever niet duidelijk verklaard over de vraag bij welke overschrijving hij aanwezig is geweest, gelet op zijn verklaring dat hij naast de Volkswagen Golf nog één keer is meegegaan naar het postkantoor.

Ten aanzien van het onder 6 en 7 ten laste gelegde bevat het dossier geen bewijs voor een concrete transactie. De verklaring van getuige [getuige 6] waaruit zou blijken dat verdachte MDMA zou hebben afgeleverd aan hem, vindt geen steun in het dossier. Bovendien eindigt de drugshandel van [getuige 6] in elk geval op 10 oktober 2017. Ten aanzien van de MDMA resteren in het dossier enkele tapgesprekken vanaf 24 april 2018 tot de aanhouding van de verdachte, waarin wordt gesproken over pillen. Deze gesprekken zijn echter onvoldoende concreet om tot een veroordeling te komen voor handel in MDMA.

Ten aanzien van het onder 9 ten laste gelegde kan geen bewezenverklaring volgen voor de aangetroffen 6345,59 gram hasj, nu [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij het in de woning van verdachte heeft verstopt zonder medeweten van verdachte en dit niet wordt weerlegd door andere stukken in het dossier.

Parketnummer 18/820302-17

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde heeft verdachte geen opzet gehad op het beledigen van de ambtenaren.

Oordeel van de rechtbank

Omwille van de leesbaarheid van het vonnis wordt voor wat betreft de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan. Deze is gevoegd als bijlage I bij dit vonnis, en dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.

Parketnummer 18/850035-18

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank stelt vast dat het dossier uiteenlopende verklaringen bevat. De rechtbank zal daarom eerst vaststellen van welke feiten en omstandigheden bij de beoordeling wordt uitgegaan.

De rechtbank merkt daarbij voorhand op dat de verklaring van getuige [getuige 1] met de nodige voorzichtigheid is gehanteerd, gelet op zijn rol in het voorval en de tegenstrijdigheden in de verschillende verklaringen die hij heeft afgelegd. De rechtbank heeft de verklaring van [getuige 1] daarom enkel gebruikt ten aanzien van de onderdelen die steun vinden in de camerabeelden en andere verklaringen in het dossier.

Door getuige [getuige 2] is op 9 mei 2018 een bedrag van € 17.000,- overhandigd aan aangever [slachtoffer 1] in café [naam café 1] in Winschoten, kennelijk ten behoeve van de overdracht van café [naam café 2] . Zowel aangever als [getuige 2] hebben verklaard dat dit bedrag vervolgens door aangever in een tasje is gedaan. In de avond van 9 mei 2018 heeft [getuige 1] medeverdachte [medeverdachte 1] gebeld, waarna zij elkaar hebben ontmoet. Rond 00:30 uur zijn [getuige 1] , medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , verdachte en een onbekend gebleven persoon tezamen naar café [naam café 1] gelopen en het kantoor van aangever binnengegaan. Uit de verklaringen van aangever en [getuige 1] volgt dat verdachte in het kantoor het woord heeft gevoerd en het geld heeft opgeëist. Aangever heeft het tasje met het geld, dat hij die middag had gekregen van [getuige 2] , uit een kast gehaald. Verdachte heeft vervolgens het tasje met geld uit de handen van aangever gegrist. Door verdachte is het tasje daarna aan medeverdachte [medeverdachte 2] gegeven, zo is door [getuige 1] en [medeverdachte 2] verklaard. De vijf personen hebben vervolgens samen het kantoor en het café verlaten.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte degene is geweest die het geldbedrag feitelijk heeft weggenomen. Het door de verdediging geschetste scenario dat er op normale wijze en zonder bedreiging gevraagd zou zijn om het geldbedrag te overhandigen, acht de rechtbank niet aannemelijk gelet op de verklaringen van aangever en [getuige 1] dat het tasje door verdachte uit de handen van aangever is gegrist, welke verklaringen steun vinden in de verklaring van getuige [getuige 2] dat aangever na het incident stond te trillen op zijn benen en zei “alles is weg.” Voorts acht de rechtbank dit scenario niet te rijmen met de bewoordingen van verdachte (in een getapt telefoongesprek kort na het feit) dat hij zijn “doekoe”, zijn geld, heeft “genomen”.

Het uit de handen grissen van het tasje dient te worden gekwalificeerd als ‘geweld’. De rechtbank acht bewezen dat de diefstal bovendien is voorafgegaan door bedreiging van geweld. Naar het oordeel van de rechtbank was de situatie door de onaangekondigde aanwezigheid van de vijf personen en de uitingen van verdachte in de besloten ruimte van het kantoor van aangever als bedreigend te kwalificeren.

De rechtbank overweegt dat op grond van het dossier niet kan worden vastgesteld dat de overige in het kantoor aanwezige personen vooraf enige wetenschap hebben gehad van het voornemen van verdachte om het geld weg te nemen op de ten laste gelegde wijze. Hoewel de rechtbank aanknopingspunten in het dossier heeft aangetroffen voor de conclusie dat sprake is geweest van een vooropgezet plan om met een groepje van vijf mannen naar het kantoor van aangever te gaan teneinde [getuige 1] te assisteren bij het incasseren van een geldvordering, brengt dit naar het oordeel van de rechtbank nog niet met zich dat de andere personen in de groep opzet op het plegen van een diefstal, al dan niet met geweld hebben gehad.

Er zijn geen concrete omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat voornoemde personen een bijdrage van voldoende gewicht hebben geleverd op grond waarvan een nauwe en bewuste samenwerking, gericht op het plegen van diefstal, kan worden vastgesteld. Het enkele fysiek aanwezig zijn door voornoemde personen in het kantoor en het zich niet distantiëren, zijn onvoldoende om een bewuste (en nauwe) samenwerking vast te stellen. Ook het in ontvangst nemen van het tasje door [medeverdachte 2] nadat het feit reeds was voltooid, nog los van de vraag of deze wel had gezien dat verdachte het tasje met geweld had weggegrist, is van onvoldoende gewicht om te kunnen spreken van een nauwe en bewuste samenwerking. De rechtbank is van oordeel dat het bestanddeel ‘tezamen en in vereniging met een ander of anderen’ daarom niet bewezen kan worden verklaard.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank acht op basis van de opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte de auto van aangever met geweld heeft weggenomen en aangever vervolgens heeft afgeperst. De rechtbank acht, anders dan de raadsman, de verklaringen van aangever niet onbetrouwbaar. Hoewel aangever over het ontstaan van zijn schuld bij verdachte verschillende verklaringen heeft gegeven, zijn de verklaringen van aangever over het geweld en de betalingen aan verdachte naar het oordeel van de rechtbank consistent. Bovendien vinden zijn verklaringen ten aanzien van deze onderdelen steun in andere bewijsmiddelen. Zo heeft [slachtoffer 2] (vader van aangever) kort na het incident waargenomen dat verdachte van slag was en letsel had en heeft aangever om 23:33 uur de tekst “alles doet me zo’n zeer” via WhatsApp aan zijn vader gestuurd.1 Verdachte heeft bevestigd dat hij aangever heeft gesommeerd zijn schuld af te betalen. Dat er betalingen gevolgd zijn, vindt eveneens steun in WhatsApp-gesprekken. In de gesprekken tussen aangever en zijn vader vanaf 9 april 2018 komt naar voren dat aangever meermalen spreekt over het verzamelen van geld.2 Ook blijkt daaruit dat aangever op 10 april 2018 bij de shisha lounge van verdachte is. Op 24 april 2018 zegt aangever dat verdachte contact zoekt en dat ‘die andere’ vraagt waar de rest van het geld is. Aangever zegt vervolgens dat hij heeft gezegd: “opdonderen je hebt alles gehad.” Daarnaast is het door verdachte verstuurde WhatsApp-bericht naar [medeverdachte 2] op 16 april 2018 ondersteunend.3Uit de inhoud van dit laatste bericht leidt de rechtbank af dat dit een doorgestuurd bericht van aangever betreft, aangezien in het bericht wordt gesproken door iemand die zijn rode auto terug wil hebben en de ontvanger van het bericht wordt aangesproken met ‘ [verdachte] ’. Aangever zegt in dit bericht dat hij meer heeft terugbetaald dan de hoogte van de schuld.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat aangever hem had voorgesteld om zijn auto als onderpand te geven. Zodra aangever zijn schuld had afbetaald, zou hij zijn auto weer terug krijgen van verdachte.

De rechtbank hecht geen geloof aan de verklaring van verdachte. Zo zijn de autosleutels met geweld van aangever afgenomen. Het voertuig is vervolgens overgeschreven op naam van [naam 2] , de vriendin van verdachte, zonder dat aangever daarvan wist. Dit is, anders dan de verdediging stelt, niet onmogelijk. Verdachte beschikte immers over de identiteitsgegevens van aangever.4 Op 11 april 2018 is een nieuwe tenaamstellingscode aangevraagd, waarbij het e-mailadres van [medeverdachte 2] is opgegeven.5 Een tenaamstellingscode wordt toegezonden aan het BRP-adres van de aanvrager. Bij de rechter-commissaris heeft aangever verklaard dat verdachte ook de sleutels van zijn brievenbus had afgenomen en dat in deze periode in zijn brievenbus is ingebroken. De rechtbank acht het daarom mogelijk dat de tenaamstellingscode is aangevraagd en de auto derhalve op een andere naam is gezet zonder medewerking van aangever.

Dat aangever er niet van op de hoogte was dat de auto van zijn naam was gehaald blijkt onder meer uit het WhatsApp-gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 2] van 17 april 2018.6 Al deze omstandigheden duiden erop dat verdachte zich feitelijk als heer en meester over de auto heeft gedragen en daarmee het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening had.

Nu de verklaring van verdachte ten aanzien van de diefstal van een mobiele telefoon en een zilveren ketting niet wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen, zal de rechtbank verdachte vrijspreken van dit gedeelte van de tenlastelegging.

Daarnaast acht de rechtbank de cumulatief ten laste gelegde afpersing wettig en overtuigend bewezen. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de pleegplaatsen zowel Kolham als Hoogezand betreffen. Nu het arrondissement Groningen is opgegaan in het arrondissement Noord-Nederland, zal de rechtbank dit laatste als pleegplaats inlezen.

De rechtbank wijst het voorwaardelijke verzoek om getuige [getuige 5] alsnog te horen bij de rechter-commissaris af, nu niet aannemelijk is dat deze getuige binnen aanvaardbare termijn zal verschijnen. De getuige is eerder niet verschenen bij de rechter-commissaris en is blijkens het proces-verbaal van bevindingen van de rechter-commissaris kennelijk onvindbaar.

Ten aanzien van het onder 3 en 4 ten laste gelegde

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

Diefstal van de telefoon

Uit de tapgesprekken volgt dat verdachte aan medeverdachte [medeverdachte 2] de opdracht heeft gegeven om de telefoon van aangeefster af te pakken en niet terug te geven. [medeverdachte 2] is hiermee akkoord gegaan. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van ‘wegnemen’ van de telefoon, aangezien [medeverdachte 2] zich de feitelijke heerschappij over de telefoon heeft verschaft door de telefoon in ontvangst te nemen en deze onder zich te houden. Dat aangeefster de telefoon heeft afgegeven nadat hij had gevraagd om in de telefoon te kijken, doet aan dat oordeel niet af, nu uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verdachte en [medeverdachte 2] reeds vooraf de bedoeling hadden om de telefoon ‘af te pakken’ en het vragen van de telefoon enkel een manier was om dit doel te bereiken.

De rechtbank is voorts van oordeel dat de telefoon is weggenomen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. De rechtbank overweegt dat onder ‘toe-eigenen’ in de zin van artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht wordt verstaan het als heer en meester beschikken over andermans goed. Onder omstandigheden kan het tijdelijk als heer en meester over andermans goed beschikken ‘toe-eigenen’ opleveren.7 Nu [medeverdachte 2] blijkens de tapgesprekken heeft ingestemd met de opdracht van verdachte om de telefoon af te pakken en deze pas op zijn vroegst de volgende dag, als aangeefster zou hebben meegewerkt aan het afsluiten van het abonnement, terug te geven, hadden zij naar het oordeel van de rechtbank het oogmerk om (in ieder geval) tijdelijk als heer en meester te beschikken over de telefoon. De rechtbank is van oordeel dat daarbij sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten. Verdachte heeft het initiatief tot het feit genomen en heeft medeverdachte [medeverdachte 2] geïnstrueerd, die de diefstal vervolgens heeft voltooid. Hierdoor is hij als medepleger aan te merken.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de ten laste gelegde diefstal in vereniging wettig en overtuigend bewezen.

Dwang

Uit de aangifte en de tapgesprekken kan worden opgemaakt dat verdachte kennelijk een geldbedrag was misgelopen, waarvoor hij aangeefster en haar vriendin verantwoordelijk hield. Om ‘zijn geld’ terug te krijgen, moesten zij de volgende dag een telefoonabonnement afsluiten. Verdachte heeft [medeverdachte 2] opdracht gegeven om ervoor te zorgen dat aangeefster de volgende ochtend mee zou gaan naar de telefoonwinkel.

De rechtbank acht op grond van de aangifte en het tapgesprek op 10 juni 2018 om 21:56 uur bewezen dat verdachte aangeefster telefonisch heeft uitgescholden voor “kankerhoer” en dat hij heeft gezegd “Ik weet waar jij en je familie wonen”, “ik wil mijn geld terug” en “vlam in de pan”, of woorden van gelijke aard of strekking. Verdachte heeft dit kennelijk gezegd in de context van de afspraak om de volgende dag een telefoonabonnement af te sluiten. Ook blijkt uit het tapgesprek dat [medeverdachte 2] tegen aangeefster heeft gezegd dat zij de volgende dag een telefoonabonnement moet afsluiten en dat zij haar ‘passen’ moet geven.

Op 11 juni 2018 zijn verdachte en [medeverdachte 2] in de woning van aangeefster geweest. Op grond van de aangifte en de verklaring van getuige [getuige 8] , moeder van aangeefster, acht de rechtbank bewezen dat verdachte daar heeft gezegd “Jij kankerhoer, jij hebt er iets mee te maken. Jij gaat mee”, althans woorden van gelijke aard of strekking. Uit de verklaringen volgt dat ook [medeverdachte 2] hierbij aanwezig was. Toen zij in de auto zaten, heeft verdachte gezegd dat aangeefster haar pinpas en ID-kaart nog moest ophalen.

De rechtbank acht het tweede gedachtestreepje waarachter de tekst is opgenomen “Ik wals over je heen als je grootste nachtmerrie, ik zal niet rusten totdat ik mijn geld heb. Ik ben [verdachte] ” niet bewezen, nu niet blijkt dat deze tekst naar aangeefster is gestuurd. De rechtbank spreekt verdachte vrij van dit onderdeel.

De rechtbank stelt voorop dat, om tot een bewezenverklaring van dwang in de zin van artikel 284 van het Wetboek van Strafrecht te komen, geweld of enige andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid moet hebben geleid tot iets doen, niet doen of dulden. Feitelijkheden zijn in het algemeen alle handelingen die niet onder ‘geweld’ vallen. Wel moeten deze handelingen van zodanige aard zijn, dat zij in de gegeven omstandigheden leiden tot een zodanige psychische druk dat het slachtoffer hieraan geen weerstand kan bieden.

Uit de bewijsmiddelen maakt de rechtbank op dat aangeefster bang werd doordat verdachte en [medeverdachte 2] (onder meer) de hiervoor bewezen geachte uitingen naar haar hebben geschreeuwd. Zij heeft verklaard dat zij op 11 juni 2018 met verdachte en [medeverdachte 2] is meegegaan naar de belwinkel, omdat zij bang was dat verdachte en [medeverdachte 2] haar moeder iets aan zouden doen. De rechtbank acht ook de context waarin de uitingen zijn gedaan relevant. Aangeefster heeft verklaard dat zij bang is voor verdachten, omdat ze buiten ‘mannetjes’ hebben en er was sprake van een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen beide verdachten en aangeefster. De rechtbank is derhalve van oordeel dat de gedragingen van verdachte, tezamen en in vereniging met [medeverdachte 2] , een zodanig psychische druk bij aangeefster teweeg hebben gebracht dat zij hieraan geen weerstand kon bieden en zich gedwongen voelde te voldoen aan hetgeen van haar werd verlangd.

Op grond van de gang van zaken zoals hiervoor uiteengezet, oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Verdachte heeft [medeverdachte 2] immers van begin tot eind betrokken bij zijn plan om aangeefster een abonnement af te laten sluiten. Daarmee acht de rechtbank de ten laste gelegde medeplegen van dwang bewezen.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

Vast staat dat verdachte de betreffende kentekens enige tijd op naam heeft gehad. Op basis van de aangifte en de tapgesprekken tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] stelt de rechtbank vast dat de auto's feitelijk eigendom van verdachte en/of [medeverdachte 2] waren en dat zij de auto's ook gebruikten, terwijl de daarmee gemoeide kosten voor rekening van aangever kwamen.

Op grond van de aangifte en onder meer de communicatie tussen verdachte en [medeverdachte 2] rondom de overschrijving van de Volkswagen Touareg met kenteken [kenteken] , stelt de rechtbank vast dat er sprake was van een taakverdeling tussen verdachte en [medeverdachte 2] ten aanzien van het op naam zetten van auto’s en autoverzekeringen.8 Verdachte heeft met aangever de auto’s op zijn naam gezet en [medeverdachte 2] heeft de verzekeringen op naam van aangever gezet of laten zetten. Daartoe heeft verdachte de handtekening van aangever gevraagd en heeft [medeverdachte 2] de persoonlijke documenten en het bankrekeningnummer van aangever gevraagd. De rechtbank acht aannemelijk, bij gebreke van een andersluidende verklaring hieromtrent door verdachte, dat de gang van zaken zich mede heeft uitgestrekt tot de Seat Altea.

Dat verdachte en [medeverdachte 2] hiermee onder meer de bedoeling hadden om zelf te ontkomen aan de kosten die gemoeid gaan met het op naam hebben van een auto(verzekering), blijkt onder meer uit het tapgesprek waarin verdachte tegen [medeverdachte 2] zegt: “we rijden gratis, wat wil je nog meer” en uit een later tapgesprek waarin verdachte zegt dat het ‘mooi’ is dat het belastinggeld met betrekking tot de Passat kennelijk is afgeschreven van de rekening van aangever.

Verdachten hebben zich beiden op hun zwijgrecht beroepen en hebben zelf dus geen aannemelijke, andersluidende verklaring gegeven voor de hiervoor geschetste feitelijke gang van zaken.

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of aangever door de ten laste gelegde handelingen wederrechtelijk is gedwongen om zijn handtekening te zetten en documenten af te staan ten behoeve van het op naam zetten van de ten laste gelegde auto’s met bijbehorende verzekeringen.

De rechtbank stelt voorop dat, om tot een bewezenverklaring van dwang in de zin van artikel 284 van het Wetboek van Strafrecht te komen, geweld of enige andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid moet hebben geleid tot iets doen, niet doen of dulden. Feitelijkheden zijn in het algemeen alle handelingen die niet onder ‘geweld’ vallen. Wel moeten deze handelingen van zodanige aard zijn, dat zij in de gegeven omstandigheden leiden tot een zodanige psychische druk dat het slachtoffer hieraan geen weerstand kan bieden.

De rechtbank overweegt dat bij de beoordeling of sprake is van ‘dwang’ in dit geval de volgende omstandigheden relevant zijn.

Aangever werkte in de shisha lounge van verdachte en bevond zich aldus in een ondergeschikte positie ten opzichte van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] . Meerdere getuigen omschrijven aangever als een kwetsbare, verstandelijk beperkte man. De manier waarop verdachten met hem omgingen kenmerkte zich door intimidatie, waarbij niet alleen werd gedreigd met geweld, maar ook daadwerkelijk geweld werd gebruikt. Zo verklaart getuige [getuige 3] , die ook in de shisha lounge heeft gewerkt, dat verdachten aangever uitscholden, bedreigden en als "een slaafje" hebben gebruikt. Aangever liet dit alles gebeuren. Hij was niet in staat voor zichzelf op te komen en weerstand te bieden aan verdachten.

Door de intimidaties, bedreigingen en het uitgeoefende geweld hebben verdachten een sfeer gecreëerd waarin aangever hen wel moest gehoorzamen en aan hen geen weerstand durfde te bieden. Het in dergelijke omstandigheden opdragen van aangever zijn medewerking te verlenen aan het op naam stellen van kentekens levert naar het oordeel van de rechtbank dwang in de zin van artikel 284 Sr op.

Dat aangever zelf geen duidelijke verklaring aflegt over het moment waarop hij voor het eerst psychische druk ervoer is, gelet op zijn persoonlijkheid en verstandelijke vermogens, niet onbegrijpelijk en kan in ieder geval niet leiden tot (gedeeltelijke) vrijspraak.

De rechtbank stelt voorop dat medeplegen bewezen kan worden verklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan van een strafbaar feit sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. De rechtbank stelt vast dat uit de tapgesprekken blijkt dat verdachte en [medeverdachte 2] praten over dat zij ‘gratis rijden’, over het op naam zetten van auto’s en verzekeringen en over het feit dat ‘die sufferd’ belastinggeld heeft betaald, hetgeen betrekking heeft op de Volkswagen Passat. Daarnaast neemt de rechtbank de hiervoor genoemde taakverdeling tussen verdachte en [medeverdachte 2] in aanmerking, alsmede het hierboven opgenomen overzicht, waaruit blijkt dat zowel verdachte als [medeverdachte 2] gerelateerd kunnen worden aan het gebruik van de auto’s, en de verklaring van getuige [getuige 3] , waaruit blijkt dat verdachte en [medeverdachte 2] hebben bijgedragen aan een bedreigende sfeer jegens aangever. Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte 2] die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering.

De rechtbank acht, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, het ten laste gelegde medeplegen van dwang wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van het onder 6, 7, 8 en 9 ten laste gelegde

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank is van oordeel dat het opzettelijk aanwezig hebben van MDMA en hasjiesj, zoals onder 8 respectievelijk 9 ten laste gelegd, wettig en overtuigend kan worden bewezen, met dien verstande dat ten aanzien van het onder 8 ten laste gelegde bewezen kan worden dat verdachte 3,43 gram MDMA aanwezig heeft gehad. Hoewel de goednummers van de aangetroffen stoffen in de kennisgevingen van inbeslagneming door het gebruik van een ander coderingssysteem niet corresponderen met de goednummers in de processen-verbaal waarin door de politie is vastgesteld dat de stoffen MDMA dan wel hasjiesj betreffen, stelt de rechtbank op basis van de omschrijving van de goederen en geteste stoffen vast dat de in de bewijsmiddelen genoemde aangetroffen stoffen dezelfde stoffen betreffen als de geteste stoffen.9 De rechtbank stelt voorts vast dat deze stoffen zijn aangetroffen in de woning en de shisha lounge van verdachte. Alleen verdachte stond ingeschreven in de woning op 12 juni 2018. De stoffen bevonden zich aldus in de machtssfeer van verdachte. Dit geldt ook ten aanzien van de 63 aangetroffen plakken hasjiesj in de meterkast van de woning. In het telefoongesprek tussen verdachte en [medeverdachte 2] op 30 mei 2018 vertelt verdachte waar [medeverdachte 2] de sleutel van de meterkast kan vinden en zegt verdachte dat hij in de tas moet kijken waarin ‘een klein stukje chocola pakje’ moet liggen. De rechtbank maakt uit de telefoongesprekken die daarvoor en daarna hebben plaatsgevonden op dat verdachte meermalen met [medeverdachte 2] heeft gesproken over hun ‘chocolade’ en de verkoop daarvan. In de koelkast van verdachte zijn drie plakken hasjiesj gevonden die in chocoladewikkels waren verpakt. De rechtbank acht gezien deze omstandigheden aannemelijk dat verdachte en [medeverdachte 2] hasjiesj bedoelen als zij over ‘chocolade’ spreken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de verklaring van [medeverdachte 2] dat hij de hasjiesj daar heeft neergelegd zonder medeweten van verdachte niet geloofwaardig.

Voorts acht de rechtbank bewezen dat verdachte, tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte 2] , heeft gedeald in MDMA, hennep en hasjiesj, zoals onder 6 en 7 ten laste is gelegd. Hoewel het dossier geen stukken bevat waaruit een concrete transactie blijkt, zijn er naar het oordeel van de rechtbank dusdanig veel telefoon- en WhatsApp-gesprekken in het dossier opgenomen tussen verdachte en [medeverdachte 2] en gesprekken met derden over het afleveren van zowel MDMA als hennep/hasjiesj, dat op grond daarvan en in combinatie met de grote hoeveelheden drugs die bij beide verdachten is aangetroffen de conclusie kan worden getrokken dat verdachte tezamen en in vereniging met [medeverdachte 2] de voornoemde drugs heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd.

De rechtbank merkt ten aanzien van de onder de bewijsmiddelen opgenomen telefoongesprekken op dat wordt gesproken over ‘pillen’, aantallen en ‘Heineken’. In dit verband wordt gesproken door verdachte en [medeverdachte 2] over pillen die in een kast van [medeverdachte 2] zouden liggen. Op 12 juni 2018 zijn in de kledingkast van [medeverdachte 2] 43 groene tabletten, bevattende MDMA aangetroffen. ‘Heineken’ is een term die wordt gebruikt ten aanzien van XTC-pillen. De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat deze gesprekken over XTC-pillen gaan. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat ‘ [naam 17] ’ in het WhatsApp-gesprek aan [medeverdachte 2] kennelijk om grote hoeveelheden drugs vraagt, waaronder bijvoorbeeld ‘duizend pillen’ en ‘500 gram groen’. Later vraagt verdachte aan ‘ [naam 17] ’ dat hij 30.000 ‘snoep’ nodig heeft voor iemand, waarna informatie wordt gegeven ten aanzien van 5000 stuks witte/rode ‘Maserati’. De rechtbank concludeert dat ook hier over XTC-pillen wordt gesproken, nu het logo van Maserati veelal op XTC-pillen wordt gedrukt.

Tevens wordt in de telefoongesprekken veel gesproken over chocolade. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de door verdachten gebruikte term ‘chocolade’, is de rechtbank van oordeel dat verdachten hiermee doelen op hasjiesj.

Deze tapgesprekken en WhatsAppgesprekken vinden ten aanzien van het dealen in MDMA voorts steun in de aangetroffen XTC-pillen bij getuige [getuige 6] en diens verklaring en ten aanzien van het dealen in hennep in de verklaringen van getuigen [getuige 7] , [getuige 3] en de tapgesprekken ten aanzien van [getuige 7] . Hieruit volgt dat getuigen [getuige 6] en [getuige 7] drugs verkochten die zij van verdachte en/of [medeverdachte 2] hadden gekregen om een al dan niet fictieve schuld af te lossen.

Ten aanzien van het onder 10 ten laste gelegde

De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen op grond van de bewijsmiddelen, genoemd in bijlage 1.

Ten aanzien van het onder 11 ten laste gelegde

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat de voertuigen met kenteken [kenteken] (BMW 535d), [kenteken] (Mercedes-Benz Vito) en [kenteken] (Volkswagen Touareg) op naam zijn gesteld van verdachte, dan wel diens onderneming [onderneming] , in de ten laste gelegde periode en dat verdachte deze voertuigen voorhanden heeft gehad. Ten aanzien van de voertuigen met kenteken [kenteken] (Volkswagen Passat) en [kenteken] (Volkswagen Touareg) verwijst de rechtbank naar de bewijsmotivering en bewijsmiddelen met betrekking tot deze voertuigen in het onder 5 ten laste gelegde, waaruit blijkt dat verdachte gebruik heeft gemaakt van de voertuigen en de voertuigen voorhanden heeft gehad. Op grond van de telefoongesprekken en het feit dat het voertuig op naam van de moeder en de vriendin van verdachte is gezet, kan naar het oordeel van de rechtbank ook bewezen worden dat verdachte het voertuig met kenteken [kenteken] (Volkswagen Passat) voorhanden heeft gehad. Voorts heeft verdachte een contant geldbedrag dat in zijn woning lag, voorhanden gehad.

De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van de artikelen 420bis, eerste lid, onder b en 420bis.1 van het Wetboek van Strafrecht opgenomen bestanddeel “afkomstig uit enig misdrijf”, niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.

Indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen tussen een voorwerp en een bepaald misdrijf, kan niettemin bewezen worden geacht dat een voorwerp “uit enig misdrijf” afkomstig is, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het in de tenlastelegging genoemde voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.

Als uit het door het openbaar ministerie aangedragen bewijs feiten en omstandigheden kunnen worden afgeleid die van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het voorwerp.

Indien de verdachte een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven over de herkomst van het voorwerp, dan ligt het vervolgens op de weg van het openbaar ministerie om nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaringen van de verdachte blijkende, alternatieve herkomst van het voorwerp.

De rechtbank leidt uit de beschikbare bewijsmiddelen af dat verdachte geen noemenswaardige bron van inkomsten had in de ten laste gelegde periode. De onderneming van verdachte heeft in deze periode negatieve resultaten geboekt en niet is bekend dat verdachte op andere wijze inkomsten heeft verkregen. Daarnaast waren de bij de Belastingdienst bekende banksaldi in de ten laste gelegde periode negatief of laag.

Gelet op het feit dat verdachte in de ten laste gelegde periode verschillende voertuigen en op 12 juni 2018 een geldbedrag ter hoogte van € 5.500,- voorhanden heeft gehad terwijl de verwerving daarvan niet kan worden verklaard met legale middelen, is de rechtbank van oordeel dat het vermoeden gerechtvaardigd is dat de voorwerpen in de tenlastelegging uit enig misdrijf afkomstig zijn en dat derhalve van de verdachte mag worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van de voorwerpen.

Verdachte heeft geen verklaring gegeven voor de herkomst van het geld en het kunnen bekostigen van de auto's. Gelet hierop en in het licht van de voorgaande bewezenverklaringen van onder meer diefstal, afpersing en handel in verdovende middelen, is er naar het oordeel van de rechtbank geen andere conclusie mogelijk dan dat het niet anders kan zijn dan dat de ten laste gelegde voorwerpen onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is zijn.

De rechtbank acht daarmee de feiten zoals ten laste gelegd wettig en overtuigend bewezen.

Parketnummer 18/820302-17

Ten aanzien van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde

De rechtbank acht de feiten wettig en overtuigend bewezen op grond van de bewijsmiddelen, genoemd in bijlage 1.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen op grond van de gebezigde bewijsmiddelen, met dien verstande dat - mede gelet op de verklaring van [slachtoffer 8] - verdachte zich bij het uitspreken van de genoemde woorden enkel tot [slachtoffer 7] heeft gericht. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaringen van de verbalisanten ten aanzien van de door verdachte gebruikte bewoordingen. Daarmee is de opzet op belediging bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het in parketnummer 18/850035-18 onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 en in parketnummer 18/820302-17 onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

ten aanzien van parketnummer 18/850035-18:

1.

hij op 10 mei 2018 te Winschoten met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tasje met geld (te weten 17.000,- euro), toebehorende aan [slachtoffer 1] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het met meerdere personen betreden van het kantoor van die [slachtoffer 1] en zeggen tegen die [slachtoffer 1] dat ze geld kwamen halen en dat die [slachtoffer 1] geld moest inleveren en vervolgens grissen van voornoemde tas uit de handen van die [slachtoffer 1] ;

2.

hij op 9 april 2018 te Kolham met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto (merk Peugeot 107 en kenteken [kenteken] met bijbehorende autosleutels), toebehorende aan [slachtoffer 2] , welke diefstal werd voorafgegaan van geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld bestond uit het meermalen en met kracht stompen in het gezicht van die [slachtoffer 2] ;

en

hij in de periode van 9 april 2018 tot en met 17 april 2018 in het arrondissement Groningen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag, toebehorende aan die [slachtoffer 2] , welk geweld bestond uit het op 9 april 2018 meermalen en met kracht stompen in het gezicht van die [slachtoffer 2] ;

3.

hij op 10 juni 2018, op het traject gelegen tussen de plaatsen Hoogezand en Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (iPhone 8 plus), toebehorende aan [slachtoffer 3] ;

4.

hij in de periode van 10 juni 2018 tot en met 11 juni 2018 te Hoogezand tezamen en in vereniging met een ander, [slachtoffer 3] door een feitelijkheid en door bedreiging met een feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 3] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, te weten het afstaan van de pinpas en ID-kaart van die [slachtoffer 3] en het pinnen van 0,01 cent bij een belwinkel ten behoeve van het afsluiten van een telefoonabonnement, door:

- die [slachtoffer 3] (telefonisch) uit te schelden voor “kankerhoer” en te zeggen: “Ik weet waar jij en je familie wonen” en “Ik wil mijn geld terug” en “Vlam in de pan” althans woorden van gelijke aard of strekking en

- tegen die [slachtoffer 3] te zeggen: “Jij kankerhoer, jij hebt er iets mee te maken. Jij gaat mee”, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- tegen die [slachtoffer 3] te zeggen dat zij haar ID-kaart en pinpas moest geven en 0,01 cent moest pinnen;

5.

hij in de periode van 1 juli 2017 tot en met 12 juni 2018 te Hoogezand tezamen en in vereniging met een ander, [slachtoffer 4] door geweld en enige andere feitelijkheid en door bedreiging met geweld die [slachtoffer 4] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, te weten het plaatsen van zijn handtekening ten behoeve van het op zijn naam zetten van een aantal auto’s, te weten de auto’s met kentekens [kenteken] en [kenteken] en [kenteken] en [kenteken] en [kenteken] en het afstaan van zijn paspoort en rijbewijs en bankrekeningnummer ten behoeve van het afsluiten van de verzekeringen voor voornoemde auto’s, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader:

- tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat ze zijn botten gaan breken als hij iets niet doet en

- meermalen in het gezicht van die [slachtoffer 4] geslagen en

- tegen die [slachtoffer 4] gezegd: “Ik weet waar je woont”, “Ik weet waar je familie en je kinderen wonen” en

- tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat hij een auto op zijn naam moest zetten en dat hij, verdachte, de kosten zou dragen en

- tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat hij een handtekening moest zetten ten behoeve van het overschrijven van voornoemde auto’s en

- tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat hij zijn paspoort en rijbewijs en bankrekeningnummer moest geven;

6.

hij in de periode van 1 oktober 2017 tot en met 12 juni 2018 in het arrondissement Noord-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA (zogeheten XTC-pillen), zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

7.

hij in de periode van 1 oktober 2017 tot en met 12 juni 2018 in het arrondissement Noord-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, hoeveelheden van meer dan 30 gram hennep en hasjiesj, zijnde hennep en hasjiesj middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

8.

hij op 12 juni 2018 te Hoogezand en te Kolham opzettelijk aanwezig heeft gehad in totaal 3,43 gram MDMA (zogeheten XTC-pillen), zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

9.

hij op 12 juni 2018 te Hoogezand en te Kolham opzettelijk aanwezig heeft gehad in totaal 7089 gram, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

10.

hij op 12 juni 2018 te Kolham een aantal wapens van categorie I, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, te weten:

- een valmes en

- een ploertendoder en

- een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een nabootsing van een vuurwapen,

voorhanden heeft gehad;

11.

hij in de periode van 1 januari 2015 tot en met 12 juni 2018 in Nederland een aantal voorwerpen, te weten de volgende auto’s: een BMW 535d met kenteken [kenteken] en een Mercedes-Benz Vito met kenteken [kenteken] en een VW Touareg met kenteken [kenteken] en een VW Passat met kenteken [kenteken] en een VW Touareg met kenteken [kenteken] en een VW Passat CC met kenteken [kenteken] , voorhanden heeft gehad en/of van voornoemde auto’s gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat voornoemde auto’s geheel of gedeeltelijk middellijk afkomstig waren uit enig misdrijf

en

hij op 12 juni 2018 te Kolham een voorwerp, te weten een hoeveelheid geld (5500,- euro), voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist dat dat voorwerp onmiddellijk afkomstig was uit enig misdrijf;

ten aanzien van parketnummer 18/820302-17:

1.

hij op 17 mei 2017, in de gemeente Delfzijl, [slachtoffer 5] heeft bedreigd met zware mishandeling, door die [slachtoffer 5] dreigend de woorden toe te voegen “Als je mij nog één keer duwt of aanraakt dan sla ik je kapot”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op 17 mei 2017, in de gemeente Delfzijl, [slachtoffer 5] heeft mishandeld door die

- [slachtoffer 5] stevig vast te pakken en te duwen, en

- de hand van die [slachtoffer 5] vast te pakken en vervolgens te verdraaien;

3.

hij op 17 mei 2017, in de gemeente Delfzijl, opzettelijk [slachtoffer 5] , in haar tegenwoordigheid, door feitelijkheden heeft beledigd, door tegen die [slachtoffer 5] te spugen;

4.

hij op 17 mei 2017, in de gemeente Delfzijl, in de woning, [straatnaam] , bij [slachtoffer 6] in gebruik, wederrechtelijk aldaar vertoevende zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds heeft verwijderd;

5.

hij op 20 december 2017, in de gemeente Groningen, opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten buitengewoon opsporingsambtenaar genaamd [slachtoffer 7] , gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden “Jullie zijn kankerracisten”.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van parketnummer 18/850035-18:

1. diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken;

2. diefstal, voorafgegaan van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

en afpersing;

3. diefstal door twee of meer verenigde personen;

4. medeplegen van een ander door een feitelijkheid en bedreiging met een feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen;

5. medeplegen van een ander door geweld, een feitelijkheid en bedreiging met geweld, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen;

6. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

7. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

8. opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

9. opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

10. handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

11. witwassen en eenvoudig witwassen;

ten aanzien van parketnummer 18/820302-17:

1. bedreiging met zware mishandeling;

2. mishandeling;

3. eenvoudige belediging;

4. wederrechtelijk in de woning vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijderen;

5. eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het in parketnummer 18/850035-18 onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 ten laste gelegde en het in parketnummer 18/820302-17 onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor de oplegging van een gevangenisstraf van kortere duur. Hij heeft daartoe aangevoerd dat bij het bepalen van de straf er rekening mee moet worden gehouden dat de feiten niet waren gericht tegen willekeurige burgers maar zijn gepleegd binnen het circuit waar verdachte verkeerde. Daarnaast is in zeer beperkte mate sprake geweest van geweld en zijn er geen wapens gebruikt. Indien de rechtbank verdachte vrijspreekt van de feiten 1 en 2 in parketnummer 18/850035-18, zoals de verdediging heeft bepleit, dan zal de duur van de op te leggen gevangenisstraf met enkele jaren moeten worden bekort gelet op het feit dat de officier van justitie gezien de eis in de zaak van medeverdachte [medeverdachte 1] deze feiten kennelijk zwaar laat meewegen in zijn eis.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een reeks strafbare feiten.

In de eerste plaats betreft dit een diefstal met geweld en bedreiging met geweld, door met een aantal personen het kantoor van [slachtoffer 1] te betreden, daar een tasje met daarin

€ 17.000,- op te eisen en dit vervolgens uit de handen van aangever te grissen.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal met geweld en afpersing van [slachtoffer 2] . [slachtoffer 2] had een schuld bij verdachte. Verdachte heeft [slachtoffer 2] onder valse voorwendselen naar verdachtes woning laten komen en hem daar meermalen hard in zijn gezicht gestompt. Door de toepassing van dit geweld heeft verdachte de auto van [slachtoffer 2] kunnen wegnemen en heeft verdachte ervoor gezorgd dat het slachtoffer de schuld aan hem in de weken daarna heeft afgelost.

Dit zijn ernstige feiten die niet alleen een grove inbreuk vormen op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers, maar evenzeer op de rechtsorde waardoor in de samenleving gevoelens van angst en onveiligheid worden veroorzaakt. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan.

Verder heeft verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte 2] een iPhone gestolen van [slachtoffer 3] en haar gedwongen in een telefoonwinkel handelingen te verrichten ten behoeve van het afsluiten van een telefoonabonnement. Verdachte en medeverdachte probeerden op deze wijze kennelijk om een misgelopen geldbedrag terug te halen, waarvoor zij [slachtoffer 3] mede verantwoordelijk hielden. Om het telefoonabonnement te laten afsluiten hebben verdachte en medeverdachte [slachtoffer 3] intimiderend en dwingend toegesproken en hebben zij haar de volgende dag thuis opgehaald om vervolgens naar de telefoonwinkel te gaan. In de woning heeft verdachte wederom dwingende uitlatingen gedaan in de richting van [slachtoffer 3] . Verdachte heeft zich slechts laten leiden door financieel gewin en daarbij geen enkel respect getoond voor de eigendommen van het slachtoffer. Bovendien heeft verdachte [slachtoffer 3] op intimiderende wijze beperkt in haar handelingsvrijheid.

Daarnaast heeft verdachte met medeverdachte [medeverdachte 2] een medewerker van de shisha lounge van verdachte, te weten [slachtoffer 4] , gedwongen om meerdere auto’s en autoverzekeringen op naam te zetten. [slachtoffer 4] is daartoe gedwongen door gebruik van geweld en bedreiging met geweld in de context van een hiërarchische relatie waarbij hij op intimiderende en dwingende wijze werd toegesproken. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij [slachtoffer 4] gedurende langere tijd heeft beperkt in zijn handelingsvrijheid door op ernstige wijze misbruik te maken van zijn loyaliteit en kwetsbaarheid. Daarnaast heeft verdachte ervoor gezorgd dat iedere aansprakelijkheid voor de kosten ten behoeve van de auto’s voor rekening van [slachtoffer 4] zijn gekomen, waardoor hij een grote schuldenlast heeft opgebouwd.

Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan diverse drugsgerelateerde feiten. Tijdens de doorzoeking in verdachtes woning en shisha lounge zijn in totaal 3,43 gram MDMA en ruim 7 kilo hasjiesj aangetroffen. Daarnaast heeft verdachte zich gedurende een langere periode met medeverdachte [medeverdachte 2] schuldig gemaakt aan de handel in MDMA, hennep en hasjiesj. In het algemeen geldt voor verdovende middelen dat zij verslavend zijn, met alle nadelige gevolgen van dien voor de gebruikers zelf en voor de samenleving als geheel. Door zijn handelwijze heeft verdachte bijgedragen aan deze nadelige gevolgen. Verdachte heeft zich daarbij slechts laten leiden door financieel gewin met veronachtzaming van de maatschappelijke gevolgen.

Bij de doorzoeking zijn tevens een valmes, ploertendoder en een nabootsing van een vuurwapen aangetroffen. Het behoeft geen betoog dat het ongecontroleerde bezit van wapens het risico op (levensbedreigende) geweldsdelicten verhoogt.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een aantal auto’s en het eenvoudig witwassen van een geldbedrag van € 5.500,-. Witwassen vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan.

Voorts heeft verdachte zijn ex-vriendin [slachtoffer 5] bedreigd, mishandeld en heeft hij haar bespuugd. Dit alles vond plaats in de woning van de moeder van zijn ex-vriendin, waarbij verdachte tevens huisvredebreuk heeft gepleegd. Verdachte heeft hiermee inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en het eigendomsrecht van de slachtoffers.

Ten slotte heeft verdachte een bijzonder opsporingsambtenaar beledigd door tegen hem te zeggen: “Jullie zijn kankerracisten”, waarmee hij het gezag en de integriteit van deze ambtenaar heeft aangetast.

Verdachte heeft zich aldus schuldig gemaakt aan een reeks ernstige strafbare feiten, waarbij de impact op de slachtoffers groot is of kan zijn. De rechtbank stelt vast (en rekent het verdachte aan) dat hij bij deze feiten, die hij veelal in vereniging met medeverdachte [medeverdachte 2] heeft gepleegd, een initiërende en leidende rol heeft gehad. Door zijn intimiderende en bedreigende houding hebben meerdere aangevers en getuigen blijkens het dossier geaarzeld om een verklaring af te leggen.

De rechtbank neemt verdachte kwalijk dat hij in het geheel geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de gepleegde feiten. Hij heeft zich niet gemeld na afloop van de schorsing van zijn voorlopige hechtenis en is thans onvindbaar voor justitie.

De rechtbank heeft tevens als strafverzwarend in aanmerking genomen dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld wegens geweldsfeiten. Zo is hij in 2008 veroordeeld tot een langdurige gevangenisstraf wegens doodslag en is hij in 2015 is veroordeeld wegens een overtreding van de Wet wapens en munitie. Daarnaast neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte een deel van de feiten heeft gepleegd in de proeftijd van zijn voorwaardelijke invrijheidstelling. Ook deze proeftijd heeft verdachte er niet van weerhouden strafbare feiten te plegen.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat slechts een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is. Bij de bepaling van de duur van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting en de straffen die doorgaans worden opgelegd bij soortgelijke feiten.

In beslag genomen goederen

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de in beslag genomen geldbedragen van € 5.500,- en € 1.000,- verbeurd dienen te worden verklaard. De personenauto van het merk Peugeot met kenteken [kenteken] dient volgens de officier van justitie te worden teruggegeven de rechthebbende, te weten [slachtoffer 2] .

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de in beslag genomen goederen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het in beslag genomen geldbedrag van € 5.500,- vatbaar voor verbeurdverklaring, nu dit geldbedrag toebehoort aan verdachte en naar het oordeel van de rechtbank kan worden vastgesteld dat verdachte geld heeft verkregen door middel van de handel in verdovende middelen zoals bewezen is verklaard in parketnummer 18/850035-18 onder 6 en 7.

De rechtbank acht de twee in beslag genomen valse geldbiljetten van € 500,- die aan verdachte toebehoren vatbaar voor onttrekking aan het verkeer nu zij bij gelegenheid van het onderzoek naar de door hem begane feiten zijn aangetroffen en zij kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke feiten terwijl het ongecontroleerde bezit daarvan door verdachte in strijd is met de wet of het algemeen belang.

De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen personenauto (Peugeot 107 met kenteken [kenteken] ) moet worden teruggegeven aan de rechthebbende, te weten [slachtoffer 2] , nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.

Benadeelde partij

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
1. [slachtoffer 1] , tot een bedrag van € 19.227,50 ter zake van materiële schade en € 500,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan, met daarnaast een proceskostenvergoeding ter hoogte van

€ 742,50;

2. [slachtoffer 4] , tot een bedrag van € 56.400,- ter vergoeding van materiële schade en € 5.000,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

De raadsman van benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft ter terechtzitting het gevorderde bedrag gehandhaafd, waarbij hij heeft opgemerkt dat de vordering ten aanzien van de materiële schade deels is gebaseerd op de verdenking van mensenhandel. De raadsman heeft aangevoerd dat, nu mensenhandel niet ten laste is gelegd, alleen de posten ten aanzien van autogerelateerde schade en motorrijtuigenbelasting (in totaal € 16.350,-) relevant zijn en dat de overige posten ten aanzien van materiële schade niet-ontvankelijk kunnen worden verklaard.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer 1] kan worden toegewezen, met vermeerdering van wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 4] heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de vordering met betrekking tot de materiële schade kan worden toegewezen voor zover de posten zien op de autogerelateerde schade en de motorrijtuigenbelasting.

De officier van justitie heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat de door [slachtoffer 4] gevorderde de immateriële schade geheel kan worden toegewezen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Hij heeft daartoe aangevoerd dat mogelijk [getuige 1] aansprakelijk is voor de schade. In elk geval heeft verdachte geen geldbedrag van [slachtoffer 1] ontvangen. Daarnaast is de hoogte van het bedrag niet onderbouwd. Voorts is de vordering onvoldoende onderbouwd ten aanzien van de noodzaak tot vervanging op de werkvloer dat niet na het incident, maar kennelijk pas na het doen van aangifte is ontstaan.

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 4] heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard vanwege de bepleite vrijspraak.

Subsidiair dient volgens de raadsman niet-ontvankelijkheid te volgen ten aanzien van de materiële schadeposten die niet zien op het ten laste gelegde mensenhandel en ten aanzien van de autokosten, nu niet alle posten in het overzicht zijn onderbouwd met stukken en nadere onderbouwing een onevenredige belasting van het strafproces zou opleveren. In elk geval dienen de posten ten aanzien van de Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] niet te worden toegewezen, nu de schade niet een gevolg is van een strafbaar feit. De posten 56 en 57, ten aanzien van de Seat Altea, kunnen volgens de raadsman ook niet worden toegewezen, nu deze schade niet is veroorzaakt door verdachte. In het bijzonder heeft de raadsman aangevoerd dat de posten 23, 47, 48, 61, 63 en 64 onvoldoende zijn onderbouwd.

Oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1]

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade ten aanzien van het weggenomen geldbedrag ter hoogte van € 17.000,- heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte onvoldoende door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 10 mei 2018.

De rechtbank is van oordeel dat de kosten voor vervangend personeel onvoldoende zijn onderbouwd ten aanzien van de reden en de noodzaak voor vervanging op de genoemde dagen. De rechtbank zal de vordering voor dit deel daarom niet ontvankelijk verklaren.

De benadeelde partij heeft daarnaast vergoeding van immateriële schade gevorderd. Indien geen sprake is van lichamelijk letsel, zoals in dit geval, kan op grond van artikel 6:106 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) slechts een vergoeding voor immateriële schade worden toegekend indien de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Geestelijk letsel kan pas worden aangemerkt als aantasting van de persoon, indien de psychische gevolgen voldoende ernstig zijn. Gevoelens van angst en schrik vormen nog geen aantasting van de persoon als bedoeld in artikel 6:106 BW. Ernstige psychische schade, als hiervoor bedoeld, is door de benadeelde partij niet aangevoerd. De vordering tot vergoeding van immateriële schade wordt dan ook niet-ontvankelijk verklaard.

Nu de aansprakelijkheid van verdachte ten aanzien van het hiervoor genoemde bedrag van € 17.000,- vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Ten aanzien van de begroting van salaris advocaat sluit de rechtbank aan bij het in civiele procedures gehanteerde liquidatietarief. De rechtbank acht het liquidatietarief kantonzaken in deze zaak van toepassing. Gesteld noch gebleken is dat de werkzaamheden meer hebben omvat dan het invullen van het voegingsformulier. De rechtbank waardeert de inspanningen van de advocaat met een halve punt. Ten aanzien van geldvorderingen tot een bedrag van

€ 20.000,- wordt ieder punt gewaardeerd op € 360,-, zodat de kosten van rechtsbijstand thans worden bepaald op € 180,-.

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 4]

Bij de vordering zijn ten aanzien van de materiële schade geen stukken bijgevoegd door de benadeelde partij. Nu het strafdossier stukken bevat die als onderbouwing van de posten kunnen dienen, stelt de rechtbank het volgende vast.

De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van de posten die zien op de motorrijtuigenbelasting het dossier slechts een onderbouwing bevat voor de posten 56, 57, 58 en 60.10 Ten aanzien van de posten 40, 47 en 48 heeft de rechtbank weliswaar onderliggende stukken in het dossier aangetroffen, maar de bedragen in deze stukken corresponderen niet met de bedragen in het door de raadsman overgelegde overzicht. De rechtbank zal de vordering ten aanzien van voornoemde posten daarom toewijzen tot de bedragen die op grond van het dossier verifieerbaar zijn.11 De rechtbank zal derhalve de vordering ten aanzien van de motorrijtuigenbelasting toewijzen naar aanleiding van navolgende berekening:

- Post 40: € 487,-

- Post 47: € 309,-

- Post 48: € 78,-

- Post 56: € 279,-

- Post 57: € 146,-

- Post 58: € 130,-

- Post 60: € 230,-

Totaal: € 1.659,-

De rechtbank stelt vast dat het dossier ten aanzien van de overige autogerelateerde kosten onderliggende stukken bevat, hoewel de bedragen niet corresponderen met de bedragen in het overzicht. De rechtbank acht de vordering ten aanzien van dit onderdeel voor toewijzing vatbaar tot de bedragen die op grond van het dossier verifieerbaar zijn12:

- Post 5: € 291,-

- Post 6: € 150,-

- Post 18: € 64,-

- Post 23: € 45,-

- Post 24: € 211,50

- Post 25: € 220,-

- Post 26: € 58,50

- Post 41: € 151,50

- Post 43: € 46,-

- Post 64: € 239,-

- Post 65: € 429,-

- Post 66: € 388,50

Totaal: € 2.294,-

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde materiële schade tot een bedrag van € 3.953,- heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 4 bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte onvoldoende door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 12 juni 2018.

De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit als gevolg waarvan de schade is ontstaan samen met een ander heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de hiervoor vastgestelde schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachte deze al heeft betaald, en andersom.

De overige gestelde materiële schade ten aanzien van de autogerelateerde kosten zal de rechtbank niet ontvankelijk verklaren, nu deze onvoldoende is onderbouwd.

De overige gestelde materiële schade zal de rechtbank niet ontvankelijk verklaren, nu deze schade geen rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De benadeelde partij heeft daarnaast vergoeding van immateriële schade gevorderd. In het geval geen sprake is van lichamelijk letsel, zoals hier aan de orde, kan op grond van artikel 6:106 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek slechts een vergoeding voor immateriële schade worden toegekend indien de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Geestelijk letsel kan pas worden aangemerkt als aantasting van de persoon, indien de psychische gevolgen voldoende ernstig zijn. Gevoelens van verdriet en angst vallen niet onder het bereik van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek. Ernstige psychische schade, als hiervoor bedoeld, is door de benadeelde partij niet aangevoerd. De vordering tot vergoeding van immateriële schade wordt dan ook niet ontvankelijk verklaard.

Nu de aansprakelijkheid van verdachte ten aanzien van het hiervoor genoemde bedrag vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.

Vordering tot herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling

Bij onherroepelijk arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, van 1 februari 2008, is veroordeelde veroordeeld tot -onder meer- een gevangenisstraf voor de duur van 11 jaren en 8 maanden. Veroordeelde is, gelet op artikel 15 van het Wetboek van Strafrecht, op 18 oktober 2013 voorwaardelijk in vrijheid gesteld over een detentieperiode van 1432 dagen, onder de algemene voorwaarde dat veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zou maken aan een strafbaar feit. Daarnaast zijn er meerdere bijzondere voorwaarden gesteld. De proeftijd voor de duur van 1432 dagen is ingegaan op 18 oktober 2013.

Bij beslissing van 7 september 2016 heeft de meervoudige kamer van deze rechtbank de voorwaardelijke invrijheidstelling herroepen voor een periode van 30 dagen wegens het niet naleven van de bijzondere voorwaarden.

De officier van justitie heeft bij schriftelijke vordering gedateerd 22 mei 2017 gevorderd dat de voorwaardelijke invrijheidstelling ook voor de resterende 1402 dagen wordt herroepen nu veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit. De rechtbank heeft de vordering bij parketnummer 18/830025-16 gevoegd en bij (thans niet-onherroepelijk) vonnis van 19 oktober 2018 de vordering toegewezen.

De raadsman heeft ter terechtzitting meegedeeld dat hij ten aanzien van de vordering geen kennisgeving van de oproeping heeft ontvangen voor de terechtzitting van 1 februari 2019 en heeft de rechtbank verzocht - mocht er geen kennisgeving zijn uitgegaan - te onderzoeken welke consequenties daaraan dienen te worden verbonden, nu bekend is dat verdachte niet op het BRP-adres verblijft.

De rechtbank heeft geconstateerd dat de oproeping ten aanzien van veroordeelde correct is betekend. Hoewel de raadsman heeft aangegeven dat hij geen kennisgeving van de oproeping heeft ontvangen, bevat het dossier wel een afschrift van deze kennisgeving. Nu de raadsman reeds over de stukken beschikte in het kader van de eerdere behandeling van de vordering bij parketnummer 18/830025-16 en de raadsman ter terechtzitting van 5 februari 2019 in staat is gebleken om te reageren op de vordering, zal de rechtbank, voor zover er al sprake zou zijn van een verzuim, hier geen consequenties aan verbinden.

De rechtbank stelt vast dat veroordeelde zich voor het einde van proeftijd schuldig heeft gemaakt aan het plegen van strafbare feiten, waaronder de strafbare feiten die ten grondslag zijn gelegd aan de vordering, en dat hij daarmee de algemene voorwaarde die aan de voorwaardelijke invrijheidstelling is verbonden heeft overtreden. De rechtbank is op grond hiervan van oordeel dat de voorwaardelijke invrijheidstelling dient te worden herroepen. De vordering zal daarom worden toegewezen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 36b, 36d, 36f, 47, 57, 63, 138, 266, 267, 284, 285, 300, 311, 312, 317, 420bis en 420bis.1 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het in parketnummer 18/850035-18 onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 en in parketnummer 18/820302-17 onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart verbeurd het in beslag genomen geldbedrag van € 5.500,-.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de twee in beslag genomen valse geldbiljetten van

€ 500,-.

Gelast de teruggave aan [slachtoffer 2] van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven personenauto (Peugeot 107 met kenteken [kenteken] ).

Ten aanzien van feit 1:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 17.000,- (zegge: zeventienduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 mei 2018.

Verklaart de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige niet ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op € 180,-.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] te betalen een bedrag van € 17.000,- (zegge: zeventienduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 mei 2018, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 120 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 17.000,- aan materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Ten aanzien van feit 5:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 3.953,- (zegge: drieduizend negenhonderddrieënvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juni 2018, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Verklaart de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] voor het overige niet ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] te betalen een bedrag van € 3.953,- (zegge: drieduizend negenhonderddrieënvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juni 2018, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 49 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag betreft materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte - al dan niet samen met zijn mededader - aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Beslissing op de vordering tot herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling onder parketnummer 18/630521-05 / VI-zaaknummer 99-000045-32:

Wijst de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling toe en gelast dat de veroordeelde de 1402 dagen gevangenisstraf die nog niet ten uitvoer zijn gelegd, alsnog moet ondergaan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Edgar, voorzitter, mr. L.W. Janssen en

mr. M.B.W. Venema, rechters, bijgestaan door mr. B.E. Oosterhout, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 maart 2019.

Bijlage I

Parketnummer 18/850035-18

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 23 mei 2018, opgenomen op pagina 377 e.v. (map 1) van het dossier Klerkur van Politie Noord-Nederland met nummer NNRCC17027 d.d. 5 oktober 2018, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] :

[getuige 1] had voor mij een koper voor café [naam café 2] gevonden, [getuige 2] . Op 9 mei 2018 kwam [getuige 2] met een zakje geld met € 17.000,- bij mij. Om half 1 zat ik in mijn kantoor in café [naam café 1] in Winschoten. Ik zag op de camera’s dat [getuige 1] eraan kwam lopen met vier mensen bij zich. [getuige 1] kwam binnen lopen en die vier man kwamen ook binnenlopen. Eén iemand gaat naast mij zitten. Ik kende die persoon niet. Hij zei tegen mij: “We komen geld halen. We gaan niet lang praten. We komen dat geld ophalen en dan gaan we weer weg.” Ik dacht: ik zal maar geen boe of bah meer zeggen, anders krijg ik zo een rechtervuist tegen mijn harses aan. Ik liep naar de kast waar de kluis staat en pakte dat tasje wat ik ‘s middags in ontvangst had genomen. Hij stond al achter mij en grist dat tasje uit mijn handen. Hij liep met de hele groep naar buiten.

V: Wat wordt er als eerste gesproken?

A: De man die naast mij kwam zitten (persoon 1) zegt dat ze iets komen halen wat van hem is. Daar bedoelde hij [getuige 1] mee. Hij zei dat ze hier niet waren om lang te praten, ik moest dat geld inleveren en klaar. Ik ging er niet tegenin, omdat ik bang was voor de consequenties. Ik dacht ze [getuige 1] bedoelden, omdat dat hij degene was die ik ken. Ik ben opgestaan en heb het tasje met geld uit de kluiskast gepakt.

V: Waarvoor was je bang?

A: Dat ik in elkaar werd geslagen of dat ze een pistool op mijn hoofd zouden zetten.

V: Je gaf al aan dat je gevoel zei dat het niet goed zat. Waaruit maakte je dat op?

A: Het kwam door de dreigende toon van praten.

V: Op wat voor manier werd het tasje uit je handen gepakt?

A: Ik draaide me om. Persoon 1 griste het tasje uit mijn handen en ze gingen gewoon weg.

V: Wat zat er in dat tasje?

A: Daar zat 17.000,- euro in aan bankbiljetten.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal verhoor getuige d.d. 30 oktober 2018, afgenomen door de rechter-commissaris van de Rechtbank Noord-Nederland, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] :

Mij werd gesommeerd het geld van de verkoop van de kroeg te geven. Naar ik later hoorde was het [verdachte] die zei nadrukkelijk dat hij al het geld wilde. Dat ging niet op een vriendelijke toon. [verdachte] kan redelijk intimiderend overkomen. U vraagt waar de dreiging uit bestond. Er komen opeens 4 mensen binnenstormen en die willen je geld. Hij (de rechtbank begrijpt: verdachte) zat in zo’n houding dat hij me zo een slag voor mijn hersens kon geven. Hij zat met een gebalde vuist.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 juni 2018, opgenomen op pagina 354 e.v. (map 1) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Aangever [slachtoffer 1] heeft een usb-stick overhandigd aan de politie. Hierop staan videobeelden van café [naam café 1] waarop de personen te zien zijn over wie [slachtoffer 1] verklaarde betrokken te zijn bij de afpersing. Ik zag het volgende:

22:38:38 tot 22:38:45 uur

Vijf personen komen het café [naam café 1] binnen en lopen achter elkaar direct rechtsaf voor de toiletten langs. De persoon die als tweede binnenkomt herken ik ambtshalve als [verdachte] .

22:43:27 tot 22:43:38 uur

Vijf personen lopen richting de uitgang van café [naam café 1] . De persoon die als tweede in beeld verschijnt en richting de uitgang loopt, herken ik ambtshalve als [verdachte] .

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 juni 2018, opgenomen op pagina 398 e.v. (map 1) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Ik nam op 1 juni 2018 contact op met aangever [slachtoffer 1] . Ik stelde aangever [slachtoffer 1] de vraag of hij naar zijn bewakingsbeelden wilde kijken. Op het moment dat wij telefonisch in contact waren was het 11:50 uur. Ik hoorde de aangever [slachtoffer 1] op dat moment zeggen dat zijn bewakingsbeelden aangaven dat het 09:57 uur was. Ik hoorde de aangever [slachtoffer 1] zeggen dat de tijdstippen niet goed ingesteld waren.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 5 juni 2018, opgenomen op pagina 1967 e.v. (map 5) van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 1] :

[naam 3] kwam met vier man. Ik herkende [verdachte] (de rechtbank begrijpt: [verdachte]), die had ik eerder gezien. Ik liep vervolgens naar [slachtoffer 1] en naar het kantoor. [naam 3] liep met de andere mannen achter mij aan. Wij liepen het kantoor binnen. Die [verdachte] ging direct los. Ze hadden een houding van één verkeerd woord en dan slaan ze ons helemaal kapot. [verdachte] bewerkte [slachtoffer 1] helemaal met woorden. [verdachte] zei: “hier met dit geld.” [slachtoffer 1] deed de kluis open. Vervolgens haalde [slachtoffer 1] het tasje uit de kluis en griste [verdachte] direct dat tasje uit handen van [slachtoffer 1] . [verdachte] voerde alleen het woord.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 september 2018, opgenomen op pagina 831 e.v. (map 2) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Tapgesprekken zijn bij dit proces-verbaal gevoegd als bijlage. [verdachte] gebruikte telefoonnummer [mobielnummer] .

Overzicht tapgesprekken

Beller: [mobielnummer] T.n.v.: [verdachte]

Gebelde: [mobielnummer] T.n.v.: [naam 2]

Datum: 10-05-2018 01:07:08

[verdachte] = [verdachte]

[naam 2] = [naam 2]

Ja, ja, waar ben je geweest, met wie was je?

(…)

[verdachte] Ik laat je zo meteen zien waar ik ben geweest.

[naam 2] Ja.

[verdachte] Niet praten, ik heb mijn parra/ barra (fon) nou genomen.

[naam 2] Je wat?

[verdachte] Ik zeg mijn parra genomen, mijn parra.

[naam 2] Nou ik weet niet wat dat is.

[verdachte] Uhm, doekoe. Doekoe, doekoe.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 26 april 2018, opgenomen op pagina 2109 e.v. (map 5) van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verdachte:

Ben Akker heeft de auto naar mijn woning gebracht. Dit heeft ongeveer 3 a 4 weken geleden plaatsgevonden. Hij heeft een keer gevraagd of hij de auto terug mocht hebben. Maar ik heb hem toen gezegd dat hij de auto niet terug kreeg, totdat hij de schuld van € 5.500,- heeft afgelost. Het voertuig is op naam gezet van [naam 2] .

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 17 april 2018, opgenomen op pagina 142 e.v. (map 1) van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 2] :

Op 9 april 2018 ging ik in mijn eigen auto, een Peugeot 107 met kenteken [kenteken] , naar de [straatnaam] in Kolham. Bij aankomst op het adres in Kolham stapte ik uit. Ik kwam de woonkamer binnenlopen en hoorde dat de gangdeur direct achter mij dit gedaan werd. Ik zag een man achter de deur staan, welke mij direct klappen op mijn gezicht gaf. Ik herkende deze man. Zijn naam is [verdachte] . Ik werd op dat moment door [verdachte] geslagen op mijn beide ogen. Ik zag dat [verdachte] mijn met zijn beide gebalde vuisten sloeg. Ik voelde hierbij direct een hevige stekende pijn onder mijn ogen. Ik voelde mij doodsbang worden, maar ik kon niet weg. Ik voelde mijn ogen opzwellen. Ik heb die maandag foto’s gemaakt. Op de foto’s zijn blauwe plekken op mijn ogen en bloed uit mijn oor te zien. Ik ben op de bank gaan zitten. Volgens mij zijn toen mijn autosleutels van mij afgepakt. Het kan niet anders zijn dat [verdachte] dit van mij heeft afgepakt. [verdachte] vertelde mij dat ik hem een oude schuld moest terug betalen en tot dan zou ik mijn spullen niet terug zien.

Tussen afgelopen 9 april 2018 en nu heb ik meerdere keren telefonisch contact gehad met [verdachte] . Ik wilde mijn schuld bij [verdachte] aflossen en mijn auto terughalen. Ik betaalde ongeveer € 5.000,- aan [verdachte] . [verdachte] beloofde mij meerdere malen telefonisch dat ik mijn goederen terug zou krijgen.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal verhoor getuige d.d. 30 januari 2019, afgenomen door de rechter-commissaris van de Rechtbank Noord-Nederland, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 2] :

Ik kreeg allerlei klappen achter elkaar. De auto moest ik daar achterlaten en ik zou hem later terugkrijgen als ik zou betalen. Ik betaalde keer op keer weer, maar ik kreeg de auto niet terug. Ik ben 3 tot 5 keer naar [verdachte] gegaan om te betalen. Ik moest elke keer naar de shisha bar in Hoogezand om te betalen.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 8 mei 2018, opgenomen op pagina 1954 e.v. (map 5) van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 2] :

V: Wat kan u vertellen over de aangifte van uw zoon?

[slachtoffer 3] Hij belde mij op, op een maandag, ik zit in Groningen en ze hebben m’n auto afgenomen en ik ben alles kwijt. Toen moest ik hem ergens ophalen en trof ik hem aan met twee dikke ogen en bloed uit het oor.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 december 2018, opgenomen op pagina 3010 e.v. (map 7) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

De iPhones van [verdachte] en [medeverdachte 2] zijn op 12 juni 2018 in beslag genomen. Op beide telefoons zijn verschillende gesprekken te zien tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] .

Afzender: [verdachte]

Tijdstip: 16-04-2018 te 12:12

Bericht: (…) Ik heb gewoon die auto nu nodig tenminste tegen 2 a 3 ik plan alles goed en heb alles gedaan wat je vroeg maar nu is t wel genoeg geweest ik ben 3x bij je geweest voor Jan lul voor die auto. Je hebt m’n rijbewijs m’n id m’n alles (…) Je hebt m’n bankpas ook nog eens en m’n auto en de sleutels van m’n huis [verdachte] je vraagt t onmogelijke nu en de afspraak is hier die auto afleveren. (…) Maar ik heb je nu meer terug betaalt en meer gegeven dan ik schuld had bij je.

Ten aanzien van het onder 3 en 4 ten laste gelegde

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 26 juni 2018, opgenomen op pagina 1769 e.v. (map 5) van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 3] :

[medeverdachte 2] en [verdachte] hebben mij bedreigd en ze hebben mijn telefoon meegenomen. Op een zondag ging ik met een vriendin en haar vriend mee naar Rotterdam. Die jongen stapte daar uit. [medeverdachte 2] , [naam 4] en ik zaten in de auto. [medeverdachte 2] belde met [verdachte] . [medeverdachte 2] reed weg. Ik kreeg de telefoon en ik kreeg [verdachte] ook aan de lijn. [verdachte] zei dat ik er ook iets mee te maken had. [medeverdachte 2] zei toen dat hij ons mee moest nemen naar [onderneming] . Ineens waren we op de snelweg. [medeverdachte 2] pakte mijn telefoon. Hij bracht ons naar [onderneming] . Hij belde toen [verdachte] . [verdachte] zei dat [medeverdachte 2] onze telefoon niet terug moest geven. Ik moest mijn pinpas geven. [medeverdachte 2] belde [verdachte] weer en ik kreeg hem weer aan de lijn. Toen zei [verdachte] dat ik moest niet zo’n toon moest aanslaan tegen [medeverdachte 2] . Hij zei dat hij wist waar mijn familie woont en waar ik woon. Hij schold me uit voor kankerhoer. De morgen daarop kwamen [medeverdachte 2] en [verdachte] bij mijn huis. [verdachte] zei: Jij kankerhoer, je hebt er iets mee te maken. Je gaat mee. Dit moet opgelost worden. Ik moest mee naar Groningen naar een telefoonwinkel. Daar was ook een Turkse man. Ik moest mijn ID-kaart en pinpas geven en één cent pinnen. [medeverdachte 2] praatte met die man.

V: Welke dag?

A: Zondag reden we naar Rotterdam, maandag gingen we naar de belwinkel.

V: In de auto vraagt [medeverdachte 2] je telefoon?

A: Ja. Hij wilde erin kijken maar ik kreeg hem vervolgens niet terug. Hij vroeg of hij even in mijn telefoon mocht kijken. Hij hield de telefoon bij zich. Het was een iPhone 8 plus.

V: Waarom was je op dat moment in [onderneming] bang? Je hebt er immers gewerkt en je kent ze.

A: Hij ging tegen me schreeuwen. Ik was ben wel bang. Ze, [verdachte] en [medeverdachte 2] , schreeuwden allebei die dreigementen.

V: De volgende dag komen [medeverdachte 2] en [verdachte] bij je en gaan schreeuwen en je moet mee?

A: Ja, ik moest mee. Ik wist wel dat ik een abonnement moest afsluiten. Dat zei [verdachte] tegen mij. Ik had eerst mijn ID en pinpas niet meegenomen. Ik moest van [verdachte] weer terug om dat op te halen. Dat vroeg hij in de auto.

V: Wat gebeurt er in de belwinkel?

A: We kwamen binnen. Van [medeverdachte 2] moesten we de ID-pas op de balie leggen. Toen moesten we één cent pinnen. De man van de belwinkel heeft onze ID-kaart en pinpas gekopieerd. Toen gingen ze in het Turks praten.

V: Wat dacht je op dat moment?

A: Ik wilde dat echt niet, ik wil geen schulden hebben. Ik wilde geen abonnement. Mensen tegen me schreeuwen. Dan word ik angstig en zo.

V: Je zus zegt ook dat [medeverdachte 2] en [verdachte] ook gedreigd hebben om je huis in de brand te steken (…). Kan je aangeven wat er precies gezegd is?

A: Ik weet waar je woont, (…) hij zei iets van vlam in de pan.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 3 augustus 2018, opgenomen op pagina 702 (map 2) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

In het onderzoek Klerkur is het telefoonnummer + [mobielnummer] getapt. Gebleken is dat dit telefoonnummer in gebruik is bij [verdachte] . In hetzelfde onderzoek is ook het telefoonnummer + [mobielnummer] getapt. Gebleken is dat dit nummer in gebruik is bij [medeverdachte 2] .

Overzicht tapgesprekken

Beller: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [verdachte]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 2] T.n.v.: [verdachte]

Datum: 10-06-2018 19:08:41

[medeverdachte 2] =M

[verdachte] =E

[verdachte] Neem het meisje mee..

[medeverdachte 2] Akkoord.

[verdachte] Als je komt moet je de telefoon van het meisje uit haar handen afpakken.. (…)

[medeverdachte 2] Akkoord..

Beller: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [verdachte]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 2] T.n.v.: [verdachte]

Datum: 10-06-2018 20:14:48

[medeverdachte 2] =M

[verdachte] =E

[verdachte] Luister jij moet ook de identiteitsbewijzen van hun afpakken.. (…)

[verdachte] Ik zeg als ze identiteitsbewijzen hebben zullen we op hun een telefoonabonnement nemen morgen en zullen we ons geld eruit krijgen..

[medeverdachte 2] Akkoord

[verdachte] Jij moet zeggen.. Op jou naam en ook op jou naam een telefoon om dit geld eruit te krijgen (…).

[medeverdachte 2] Moet ik dit nu meteen zeggen of moet ik dat zeggen nadat ik dat van hun heb afgepakt?

[verdachte] Zeg dat nu maar dan hebben ze het van jou gehoord.

Beller: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [verdachte]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 2] T.n.v.: [verdachte]

Datum: 10-06-2018 21:51:55

[verdachte] Je moet alles wat waardevol is van hun afpakken. (…) Je moet bij [slachtoffer 3] ook kijken.

[medeverdachte 2] Ja. Akkoord.

[verdachte] Is dat akkoord.. Morgen een tijdstip afspreken.. je moet zeggen: ‘komen jullie niet dan is het pech probleem gaat dan beginnen’.

[medeverdachte 2] Ik heb dat gezegd, om 11 uur opent [naam 6] .

[verdachte] Je geeft hun telefoon ook niet aan hun, je spreekt af op een duidelijke tijdstip ergens.. je geeft geen telefoon..

[medeverdachte 2] lk heb tegen hun beide gezegd dat ik hun van hun huis ophaal.

[verdachte] Akkoord. Zeg ‘tot die tijd heb je geen telefoon nodig.. ik geef je kaart niet, je telefoon niet, niks’.

[medeverdachte 2] Ja.

Beller: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [verdachte]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 2] T.n.v.: [verdachte]

Datum: 10-06-2018 21:56:20

[medeverdachte 2] Nu is het zo dat die van ons een probleem maakt (…).

[verdachte] Wie is het?

[medeverdachte 2] [slachtoffer 3] .

[verdachte] Wat voor een probleem maakt zij?

[medeverdachte 2] Zij zegt: ‘ik wil mijn kaarten wel geven, maar geef mijn telefoon, jij weet mijn adres, jij kent mijn ouders, morgen kom ik’.. Ze jankt en ik schreeuw tegen haar (…). Zij zegt: ‘ik heb er niets mee te maken (…).’

[verdachte] Zal zij morgen de telefoon op haar naam aanschaffen? (…)

[medeverdachte 2] spreekt met derden op de achtergrond:

[medeverdachte 2] : [slachtoffer 3] (…) abonnement op de naam nemen of niet.. Abonnement... (…)

[naam 14] : Mijn naam?

[medeverdachte 2] : Ja.. (…)

[medeverdachte 2] : Werk je mee of niet morgen..

[naam 14] : Ja ik kom morgen..

[medeverdachte 2] : Ja.. Dan kun je telefoon krijgen en haal ik je op.. en dan geef je je passen even bij mij af..

[medeverdachte 2] verder met [verdachte] .

[medeverdachte 2] Zij zegt het zo..

[verdachte] Zal zij de telefoons morgen aanschaffen?

[medeverdachte 2] Ja, zal de telefoon nemen, zij gaat de abonnementen nemen zegt ze.. (…)

[naam 14] : Ik kom morgen zei ik..

[medeverdachte 2] Morgen kom je en gaan we de abonnementen nemen.. dat zeg ik je luister je wel..

[verdachte] Wat zegt zij?

[medeverdachte 2] Ze geeft geen antwoord.... Nu heeft zij haar hoofd omgedraaid en zit ze te huilen.. (stilte) Ja [slachtoffer 3] (…)

[verdachte] Geef niets, geef de telefoon niet.. Geen een krijgt telefoon (…)

[verdachte] (…) Geef mij [slachtoffer 3] ..

[medeverdachte 2] [slachtoffer 3] .. praat eens..

Nederlands om 21:58:30 uur.

[slachtoffer 3] komt aan de telefoon. [verdachte] spreekt schreeuwend met [slachtoffer 3] .

[slachtoffer 3] = [slachtoffer 3]

Ja.

[verdachte] Hey luister kankerhoertje dat je bent.. mij gaan flessen met zijn allen met zijn drieën en vervolgens onschuldig meisje gaan uithangen.. jij moet je kankerbek houden nou en ik zweer je.. ik storm zo binnen bij je ouders ook.. (…)

[verdachte] Luister... morgen zorg ik dat mijn geld terug hebt met een abonnement.. dan verkoop ik die gelijk (…) ik wil mijn geld hebben (…) nu je krijgt je geen telefoon niets... (…)

[slachtoffer 3] Ik heb ja helemaal niets..

[verdachte] Ja, ik wil mijn geld! Geef mijn geld dan.. Jullie waren daar bij, jullie zaten in de auto, jullie hebben een afspraak gemaakt om naar Rotterdam te gaan.

[verdachte] (…) morgen om 11 uur, kwart voor elf sta je klaar.. (…)

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 juni 2018, opgenomen op pagina 453 e.v. (map 1) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 19 juni 2018 belde ik met [naam 4] , de zus van [slachtoffer 3] . Zij vertelde kortgezegd dat:

  • -

    De telefoon die afgenomen was een iPhone 8+ was, met telefoonnummer [mobielnummer] en IMEI-nummer [nummer] ;

  • -

    [slachtoffer 3] een afschrift van [bedrijf 1] had;

  • -

    De afschrijving om 11:19 uur om maandag 11 juni 2018 plaatsvond van één cent.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 19 juni 2018, opgenomen op pagina 2026 e.v. (map 5) van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 8] :

[medeverdachte 2] kwam samen met die [verdachte] (de rechtbank begrijpt: [verdachte]) bij ons huis langs. Eenmaal binnen schold [verdachte] mijn dochter uit. Hij was heel erg boos op mijn dochter. Mijn dochter moest haar bankpas en ID-kaart pakken en meenemen. Hij zei tegen [slachtoffer 3] dat hij veel kwijt is geraakt door [slachtoffer 3] . Hij zei tegen [slachtoffer 3] dat [slachtoffer 3] ervoor moet zorgen dat dit geld weer terugkomt. Hij zei tegen [slachtoffer 3] dat ze gelijk mee moest gaan om een telefoonabonnement af te sluiten. [verdachte] deed het woord. Ze zijn toen weggegaan.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 juni 2018, opgenomen op pagina 455 e.v. (map 1) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten:

Op 19 juni 2018 bevonden wij ons in de winkel [bedrijf 1] . Ik, verbalisant [verbalisant 1] , vertelde de eigenaar van de winkel, dhr. [naam 6] , dat de reden van onze komst te maken had met het feit dat we geïnteresseerd zijn in een voorval dat zich mogelijk onlangs in zijn winkel afspeelde, waarbij twee Turkse mannen één of meerdere jonge meisjes vergezelden die een mobiel telefoonabonnement af wilden sluiten. Er werden geen namen genoemd. Wij hoorden dat [naam 6] reageerde door het volgende te vertellen:

“Ik weet wel wat jullie bedoelen. Ik heb de papieren van die meisjes hier bij me liggen. Dat waren [medeverdachte 2] en volgens mij heet die andere [verdachte] . Uit Hoogezand toch? Er waren twee meisjes bij.” [naam 6] overhandigde voorts kopieën met daarop identiteitsgegevens. Ik zag dat de identiteitsbewijzen op naam van voornoemde [slachtoffer 3] en ene [naam 5] waren gesteld. Voorts zag ik dat op een van de kopieën betreffende het ID-bewijs van voornoemde [naam 4] het telefoonnummer [mobielnummer] met pen was genoteerd.

6. Een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming, opgenomen op pagina 227 e.v. (map 1) van voornoemd dossier, voor zover inhoudend:

Inbeslagneming

Adres: [straatnaam] te Hoogezand-Sappemeer

Datum: 12-06-2018

Beslagene

Achternaam: [medeverdachte 2]

Voornamen: [medeverdachte 2]

Volgnummer

IBN-code/Voorwerpnummer: [nummer]

Bijzonderheden: iPhone

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 19 juni 2018, opgenomen op pagina 462 (map 1) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 19 juni 2018 onderzocht ik het goed met goednummer 023 en beslagcode 463078 in het onderzoek NNRCC17027-KLERKUR. Ik zag dat het goed met goednummer 023 de volgende eigenschappen had:

Merk: Apple iPhone 8+

IMEI: [nummer] (op simkaarthouder in het toestel)

In het toestel zat een simkaart met simkaartnummer: [nummer] .

Toen ik de simkaart in een testtoestel stak zag ik dat het telefoonnummer behorende bij de simkaart getoond werden, te weten + [mobielnummer] .

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangever inclusief bijlagen d.d. 10 juli 2018, opgenomen op pagina 1792 e.v. (map 5) van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 4] :

A: Ze hebben mij onder de knie gezet. Ze hebben tegen mij gezegd dat als ik dit of dat niet doe, ze mijn botten breken. Ze weten waar mijn familie en kinderen wonen.

V: Tegen wie wil je aangifte doen?

A: Ik wil aangifte doen tegen [medeverdachte 2] , ik weet de achternaam niet precies. Iets van [medeverdachte 2] ofzo. Ik wil ook aangifte doen tegen [verdachte] .

V: Waarom wil je aangifte doen?

A: Ik heb een stapel met schulden die op mijn naam staan, maar het zijn hun schulden. Ik heb hun kosten betaald. Zij hebben altijd gezegd we betalen alles. Ik heb het hun uit goede naam gegeven. Zij hebben achter mijn rug ook verzekeringen voor auto’s afgesloten. Als eentje niet betaald werd en dan werd vervolgens de verzekering afgesloten werd, sloten zij een nieuwe verzekering af op mijn naam. Ik ben ook weleens geslagen. Ik ben bang voor hem, voor [verdachte] . Hij is een agressief persoon. Als ik iets verkeerd doe, dan wordt hij best wel fel in een keer. Ik moet wel uitkijken. Als ik mijn telefoon bijvoorbeeld niet opneem, dan wordt hij ook boos. Hij is best wel slim, hij weet zo op je in te praten dat je dingen voor hem doet.

V: Wanneer is dit allemaal begonnen?

A: In juli 2017. Ik kwam daar als klant in de shisha lounge, de [onderneming] in Hoogezand. [medeverdachte 2] gaf toen aan dat ze wel een auto voor mij konden regelen en dat ik daar wel kon schoonmaken.

A: Er was een verandering op een gegeven moment. Ze waren aan het begin lief, maar na een tijd ging dat veranderen.

V: Wat voor afspraken werden er dan gemaakt?

A: De afspraken over het schoonmaken heb ik gemaakt [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] krijgt de opdrachten van [verdachte] . Wat [medeverdachte 2] zegt dat moet gebeuren en als dat niet gebeurt dan komt [verdachte] . En dan is het altijd twee tegen een en ik kan niet tegen twee op.

V: Wat voor gevoel kreeg je hierbij?

A: Ik hielp hun maar ik kreeg een schop na. Ik voelde me echt onderdrukt. Ik kon geen nee zeggen. Ik kon niet vanuit mezelf daar weggaan. Ze hebben mij op verschillende manieren kunnen overtuigen om daar te blijven werken. [medeverdachte 2] komt heel netjes over, weet precies wat hij zegt. Ik ging er dan ook vanuit dat hij de waarheid sprak, maar niet dus. Ik kreeg alleen instructies van [medeverdachte 2] . Als ik dat niet deed dan kreeg ik de gevolgen. Ik kreeg dan klappen in het gezicht. Ik heb weleens een bloedneus er aan overgehouden. Ik had angst voor [verdachte] . Als [verdachte] mij dan ophaalde met de auto dan kreeg ik met de vlakke hand een klap in het gezicht. Hij vertelde mij dan wat ik fout heb gedaan. [medeverdachte 2] en hij waren altijd samen. Ook bijvoorbeeld als ik geen [verdachte] zei achter de naam van [verdachte] , dan kreeg ik al een tik. [verdachte] betekent broer. Uit respect moet ik dat dan altijd zeggen. Ik was dan ook bang als er niks was en [verdachte] kwam binnen in de lounge en groette dan, ook dan was ik bang dat er weer wat zou gaan gebeuren. Dus daarom durfde ik geen nee te zeggen tegen de opdrachten die ik van [medeverdachte 2] kreeg. Ik zat er heel diep in.

A: Ik werd ook bedreigd door [medeverdachte 2] en [verdachte] , ze zeiden bijvoorbeeld dat ze weten waar ik woon.

A: [medeverdachte 2] was mijn “boekhouder”. Ik moest de enveloppen/post op mijn naam aan [medeverdachte 2] geven en dat zou hij dan wel voor mij gaan regelen.

V: Hoe is het gegaan met het op jouw naam zetten van de auto’s?

A: [verdachte] heeft mij een keer geslagen. Dit ging toen over dat ik [medeverdachte 2] had beledigd ofzo. [verdachte] zei tegen mij dat ik een auto op mijn naam moest zetten. [medeverdachte 2] zei wel dat zij voor de kosten op zouden draaien.

V: Welke auto’s heb je op jouw naam gehad?

A: De allereerste was een Golf 5, kenteken [kenteken] .

V: Hoe gaat het dan met het overzetten op jouw naam?

A: [verdachte] en ik gaan dan naar het postkantoor in Hoogezand. [verdachte] gaat mee naar binnen en dan moet ik een handtekening zetten, [verdachte] betaalde 10 euro voor het overschrijven van de auto. Dan staat het op mijn naam.

V: Wie hebben gebruik gemaakt van deze auto, de Golf 5, [kenteken] ?

A: [medeverdachte 2] en [verdachte] .

V: We zien ook stukken met de betrekking tot de verzekering van deze auto. Wie heeft deze verzekering afgesloten?

A: [medeverdachte 2] heeft dat allemaal geregeld. Hij heeft mij een keer gevraagd om mijn paspoort en rijbewijs en bankrekening te geven. Hier heeft hij kopieën van gemaakt. Ik heb ook weleens zelf een kopie gegeven. Ik heb dat aan hem gegeven met de intentie dat hij er geen misbruik van zou maken. Alle verzekeringen voor alle auto’s heb ik niet afgesloten, maar dat heeft [medeverdachte 2] gedaan.

V: Welke auto’s heb je nog meer op jouw naam gehad?

A: Een Seat Altea, met kenteken [kenteken] .

V: Wie maakte gebruik van deze auto?

A: Alleen [medeverdachte 2] .

V: Wie had de beschikking over de sleutels van deze auto?

A: [medeverdachte 2] . Ik heb nooit de beschikking over enige sleutels van auto’s die op mijn naam staan of hebben gestaan. Alleen de keren dat ik een auto mocht lenen om mijn kinderen op te halen, heb ik de sleutels gehad.

V: Welke auto stond nog meer op jouw naam?

A: Een Volkswagen Polo, met kenteken: [kenteken] .

V: Hoe ging dat met het overschrijven op jouw naam?

A: Ik werd onder druk gezet door [verdachte] . [verdachte] ging weer met mij naar binnen. Ik weet niet meer precies waar dit was. Ik heb met [verdachte] bij meerdere punten, Jumbo en ook Mielo auto’s over laten schrijven op mijn naam. Ik moest dan weer een handtekening zetten, hij betaalde dan weer die 10 euro, en dan stond die auto weer op mijn naam.

V: Wie maakte gebruik van deze auto?

A: Meeste gebruik hiervan maakte [medeverdachte 2] , af en toe [verdachte] .

V: Welke auto had je verder op naam gehad?

A: De Volkswagen Passat, met kenteken: [kenteken] .

V: Hoe is het gegaan met het tenaamstellen van deze auto?

A: Hetzelfde als bij de vorige. [verdachte] ging weer mee naar binnen, ik zette de handtekening en hij betaalde de 10 euro. Ik ben weer onder druk gezet. Hiermee bedoel ik dat ik niet kan weigeren. Ik kon geen nee zeggen. Ik had geen keuze. Ik ging er van uit dat alles ook netjes betaald zou worden. Ik ben gewoon bang. Ik weet dat hij me een keer heeft geklapt.

V: Wie heeft gebruik gemaakt van deze auto?

A: De meeste tijd heeft [verdachte] deze auto gebruikt.

V: Nog meer auto’s?

A: Ja een Volkswagen Touareg, met kenteken: [kenteken] .

V: Hoe is het gegaan met het overschrijven van deze auto?

A: Op dezelfde manier. [verdachte] ging mee, ik moest een handtekening zetten en hij betaalde de 10 euro.

V: Wie maakte gebruik van deze auto?

A: [verdachte] .

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal verhoor getuige d.d. 24 januari 2019, afgenomen door de rechter-commissaris van de Rechtbank Noord-Nederland, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 4] :

[verdachte] en [medeverdachte 2] zeiden dat ze iemand nodig hadden in de shisha bar als schoonmaker. Ik bouwde ook een sociaal leven op. Het gaf mij een goed gevoel. Op den duur vroegen de verdachten mij om gunsten. In een later stadium hebben ze mij onder druk gezet. Als je onder druk wordt gezet kun je niet meer terug. Ik ging niet weg bij de verdachten omdat ze mij moesten betalen en ik geloofde ze. Er zit een haai naast je en die kan elk moment bijten. Zo voelde ik mij. Dit heb ik vanaf het begin af aan ervaren. Ik ben een of twee keer in het gezicht geslagen door [verdachte] . Dit was in het eindstadium. Dat hij mij sloeg had ook wel te maken met de auto’s. Ik zie het niet als mishandeling, maar ik voelde mij erg onder druk gezet.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 29 augustus 2018, opgenomen op pagina 2077 e.v. (map 5) van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 3] :

Ik heb ongeveer tweeënhalve maand gewerkt in de shisha lounge, vanaf eind maart van dit jaar ongeveer. Na drie weken kwam ik te werken met [slachtoffer 4] . [verdachte] en [medeverdachte 2] hebben [slachtoffer 4] echt als een slaafje gebruikt. Ze scholden hem gewoon verrot waar anderen bij waren. Als [verdachte] en [medeverdachte 2] samen waren dan bedreigden ze [slachtoffer 4] , ze behandelden hem als een mongool. Ik heb gezien dat [verdachte] een dreigende houding aannam en dat hij dreigend praat naar [slachtoffer 4] . Hij zei dan bijvoorbeeld: “Als je nog een keer tegen [medeverdachte 2] ingaat dan breek ik al je kankerbotten!”

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 29 augustus 2018, opgenomen op pagina 2095 e.v. (map 5) van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 9] :

[slachtoffer 4] is naïef. Hij heeft een goed hart en staat altijd klaar voor een ander. Het lijkt met [slachtoffer 4] dat het niet helemaal goed is in zijn hoofd. Ik vind hem nog een kind. Zijn leeftijd, 31 jaar, en geestelijke aanwezigheid komen niet overeen. Ik schat [slachtoffer 4] intellect in als een 6- of 7-jarige jongen.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 20 juni 2018, opgenomen op pagina 1988 e.v. (map 5) van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [naam 2] :

V: Wie is [slachtoffer 4] ?

A: Die is niet helemaal goed volgens mij. Volgens mij heeft hij ook in de shisha lounge gewerkt. Ik weet niet eens of hij wel in staat is om te werken.

V: Wat bedoel je daarmee?

A: Als je bij hem een IQ-test doet komt er niet veel soeps van.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 december 2018, opgenomen op pagina 3010 e.v. (map 7) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

De iPhones van [verdachte] en [medeverdachte 2] zijn op 12 juni 2018 in beslag genomen en onderzocht. Op beide telefoons zijn verschillende gesprekken te zien tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] , met verschillende telefoonnummers. In bijlage 1 bij dit proces-verbaal zijn WhatsAppgesprekken gevoegd tussen [verdachte] (+ [mobielnummer] ) en [medeverdachte 2] (+ [mobielnummer] ).

Bijlage 1

Afzender

Tijdstip

Bericht

[verdachte]

31-12-2017 13:28

[audiobericht] Probeer [slachtoffer 4] even te bellen want ik krijg hem niet te pakken. Denk dat ie bang voor me is omdat ik hem gisteren er van langs heb gegeven

[medeverdachte 2]

15-03-2018 17:31

[Foto van de VW Golf, [kenteken] ]

[medeverdachte 2]

16-03-2018 16:06

Dat is de polo

[medeverdachte 2]

16-03-2018 16:06

Die heb ik naat sloop gebracht

[verdachte]

26-04-2018 17:57

[filmpje van de Volkswagen Passat, kenteken [kenteken] terwijl die wordt schoongemaakt. Stem van [verdachte] te horen.]

[medeverdachte 2]

16-05-2018 16:28

Ik heb die bonnetje nodig wat je bij het overschrijven kreeg

[verdachte]

16-05-2018 17:15

[Overschrijving Volkswagen Touareg, kenteken [kenteken] op naam van nieuwe eigenaar [slachtoffer 4] , afgedrukt op 16-5-2018, 10:52:10 uur.]

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 juli 2018, opgenomen op pagina 1186 e.v. (map 3) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

[slachtoffer 4] had de volgende auto’s op naam in 2018:

Kenteken Begindatum Einddatum Type

[kenteken] 7-3-2018 Volkswagen Golf

[kenteken] 16-5-2018 24-5-2018 Volkswagen Touareg

[kenteken] 12-12-2017 2-2-2018 Seat Altea

[kenteken] 20-10-2017 16-3-2018 Volkswagen Polo

[kenteken] 8-8-2017 16-5-2018 Volkswagen Passat

Registraties [medeverdachte 2] en [verdachte] in auto’s op naam van [slachtoffer 4]

Op 5 mei 2018 zagen verbalisanten [verdachte] in genoemde Volkswagen Passat rijden in Hoogezand. Op 15 mei 2018 herkenden verbalisanten [verdachte] , die in genoemde Volkswagen Passat reed. Op 20 december 2017 is [verdachte] aangehouden in Groningen. Hij reed toen in genoemde Volkswagen Passat. Op 19 mei 2018 werd [verdachte] gecontroleerd toen hij in genoemde VW Touareg reed in Groningen. Op 11 januari 2018 was [medeverdachte 2] betrokken bij een botsing met de genoemde Seat Altea.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 13 juni 2018, opgenomen op pagina 506 e.v. (map 2) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 12 juni 2018 werd door mij voor een doorzoeking ter inbeslagneming binnengetreden in de flatwoning, [straatnaam] te Hoogezand-Sappemeer. De bewoner van de woning is [medeverdachte 2] . In de nabijheid van de woning stond een VW Golf, gekentekend [kenteken] geparkeerd, waarvan de sleutel in de woning lag.

9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 26 april 2018, opgenomen op pagina 132 e.v. (map 1) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten:

Op 26 april 2018 bevonden wij ons in het politiebureau Rademarkt 12 te Groningen. Wij zagen een personenauto, merk Volkswagen Golf, met het Nederlandse kenteken [kenteken] de parkeergarage uitrijden. Wij zagen dat het linker voorportier raam was geopend en links voorin, zat als bestuurder, een man, welke wij herkenden als [medeverdachte 2] . In dezelfde auto zat rechts voorin een man, welke wij herkenden als [verdachte] .

10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 juni 2018, opgenomen op pagina 243 e.v. (map 1) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

De telefoon van [slachtoffer 4] is nader onderzocht wat betreft contacten met [medeverdachte 2] en [verdachte] .

Bijlage 8 - Sms-berichten telefoon [slachtoffer 4]

Verstuurd/ ontvangen

Bericht

Tijdstip

To: + [mobielnummer] [verdachte] 2018

[verdachte] kan ik de polo mee krijgen vandaag kids ophalen wat leuks doen met hun kan jij [medeverdachte 2] [verdachte] vragen als mag

10-02-2018 11:17

To: + [mobielnummer] [medeverdachte 2] 2

[medeverdachte 2] [verdachte] zij dat ik polo kan lenen hij zij is goed k met kids iets doen enso als je klaar ben breng ik jouw hoogezand tmm

10-02-2018 12:05

Bijlage 9 - Sms-berichten telefoon [slachtoffer 4]

Verstuurd/ ontvangen

Bericht

Tijdstip

To: + [mobielnummer] [verdachte] 2018

[verdachte] vraagje kon ik vandaag de polo mee krijgen voor morgen kan ik met me kids met de auto

16-02-2018 21:48

11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van observatie d.d. 2 mei 2018 2018, opgenomen op pagina 1765 e.v. (map 4) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten:

Wij hebben op 1 mei 2018 geobserveerd. Om 15:37 uur zag ik, verbalisant met nummer [nummer] , dat de Volkswagen Passat, voorzien van het kenteken [kenteken] , vertrok en dat [verdachte] de bestuurder was. Ik herkende [verdachte] aan de hand van een foto en een eerdere observatie.

12. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van observatie d.d. 16 mei 2018 2018, opgenomen op pagina 1760 e.v. (map 4) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten:

Wij hebben op 15 mei 2018 geobserveerd. Om 09:03 uur zag ik, verbalisant met nummer [nummer] , op het terrein van het perceel [straatnaam] te Hoogezand een personenauto staan van het merk Volkswagen, type Touareg en voorzien van het kenteken [kenteken] . Om 10:35 uur zag ik, verbalisant met nummer [nummer] , dat de voornoemde Touareg van het terrein afreed. Ik zag dat de Touareg nu was voorzien van het handelaarskenteken [kenteken] . Om 10:37 uur zag ik, verbalisant met nummer [nummer] , dat [verdachte] bijrijder was van voornoemde VW Touareg.

13. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 juli 2018, opgenomen op pagina 599 e.v. (map 2) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Een medewerker van [medewerker] vertelde mij dat één persoon bij het bedrijf was gekomen op 24 mei 2018 met de Volkswagen Touareg, kenteken [kenteken] . Dit was [medeverdachte 2] met adres [straatnaam] Hoogezand. [medeverdachte 2] legitimeerde zich met zijn rijbewijs. Hij had alle papieren van de Touareg bij zich. Hij ruilde de Touareg in.

Tapgesprekken zijn bij dit verbaal gevoegd als bijlage. [verdachte] gebruikt telefoonnummer [mobielnummer] . [medeverdachte 2] gebruikt nummer [mobielnummer] .

Bijlage tapgesprekken

Beller: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [verdachte]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 2] T.n.v.: [verdachte]

Datum: 26-04-2018 15:22:20

[verdachte] = [verdachte]

We betalen niks voor auto’s en rijden gratis, wat wil je dan nog meer.

Beller: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 2] T.n.v.: [verdachte]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [verdachte]

Datum: 26-04-2018 17:50:27

[verdachte] = [verdachte]

[medeverdachte 2] = [medeverdachte 2]

Het gesprek gaat over het spuiten van de auto, wat roestplekjes. [verdachte] vertelt dat het dan gratis is want die staat toch op naam van die sufferd. Er wordt gesproken over een Passat.

[medeverdachte 2] Hij heeft net een bericht gestuurd dat zijn dinges is afgeschreven voor auto, van de Passat. En hij vroeg om 580 Lira voor belastinggeld van de Passat.

[verdachte] Dus de belasting is al betaald en afgeschreven?

[medeverdachte 2] Ja.

[verdachte] Hahaha mooi toch!

Beller: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [verdachte]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 2] T.n.v.: [verdachte]

Datum: 11-05-2018 17:28:08

[verdachte] = [verdachte]

Is die auto van mij, die Passat, wel verzekerd?

Beller: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [verdachte]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [naam 7] T.n.v.: [naam 8]

Datum: 14-05-2018 13:30:58

[verdachte] heeft een Touareg. [verdachte] wil de auto nemen en de Passat er op inruilen.

Beller: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [verdachte]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 2] T.n.v.: [verdachte]

Datum: 16-05-2018 10:49:15

[verdachte] vraagt aan [medeverdachte 2] om de gegevens straks wel te sturen, de verzekering moet overgeschreven worden.

[verdachte] kennelijk tegen een andere persoon die bij hem is: overschrijven auto.

[verdachte] vraagt aan [medeverdachte 2] om het tegen hem te zeggen wat daarvoor nodig is, want [slachtoffer 4] is bij hem. [medeverdachte 2] zegt dat meldcode en het bonnetje die eruit komt.

Beller: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [verdachte]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 2] T.n.v.: [verdachte]

Datum: 16-05-2018 11:07:38

Samenvatting: Touareg ruitenwisser, APK keuring. [verdachte] vraagt om een afspraak te maken voor de keuring zodat [verdachte] ernaar toe kan gaan.

Beller: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 2] T.n.v.: [verdachte]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [naam 7] T.n.v.: [bedrijf 2]

Datum: 16-05-2018 12:00:59

[medeverdachte 2] zegt dat hij een verstuiver heeft voor de Touareg en die moet worden afgesteld. [naam 7] vraagt naar het kenteken van de auto. [medeverdachte 2] zegt [kenteken] . [naam 7] zegt dat zij de verstuiver kunnen afstellen maar dat het deze week niet meer wordt. (…) [medeverdachte 2] gaat overleggen en komt er op terug.

Beller: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [verdachte]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 2] T.n.v.: [verdachte]

Datum: 24-05-2018 14:59:16

Ze hebben het over de auto, [medeverdachte 2] is de auto aan het inruilen en zegt dat er mankementen zijn, kleine. [verdachte] zegt dat [medeverdachte 2] dan moet zeggen dat ze voor 3000 het dan kunnen rondmaken.

Ten aanzien van het onder 6, 7, 8 en 9 ten laste gelegde

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

1. Een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming, opgenomen op pagina 2554 e.v. (map 6) van voornoemd dossier, voor zover inhoudend:

Inbeslagneming

Adres: [straatnaam] te Kolham

Datum: 12-06-2018

Beslagene

Achternaam: [verdachte]

Voornamen: [verdachte]

Volgnummer

IBN-code/Voorwerpnummer: A.03.01.001-NNRCC17027_462447

Bijzonderheden: Hasj (63 plakken)

IBN-code/Voorwerpnummer: A.10.01.001-NNRCC17027_462451

Bijzonderheden: Zakje poeder

IBN-code/Voorwerpnummer: A.11.01.001-NNRCC17027_462453

Bijzonderheden: 10 plakken hasj, waarvan 3 in een chocoladewikkel is verpakt

IBN-code/Voorwerpnummer: A.13.01.003-NNRCC17027_462459

Bijzonderheden: Pillen, 7x zakjes witte pil en 1 zakje met roze pillen

2. Een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming, opgenomen op pagina 2539 e.v. (map 6) van voornoemd dossier, voor zover inhoudend:

Inbeslagneming

Adres: [straatnaam] te Hoogezand

Datum: 12-06-2018

Beslagene

Naam rechtspersoon: [onderneming]

Adres: [straatnaam] te Hoogezand

Volgnummer

IBN-code/Voorwerpnummer: C-01-003-NNRCC17027_462350

Bijzonderheden: bruine plak/blok hasj

IBN-code/Voorwerpnummer: C-03-003-NNRCC17027_462408

Bijzonderheden: 1 groene en 1 witte pil

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal NFiDENT d.d. 9 augustus 2018, opgenomen op pagina 2685 e.v. (map 6) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 8 augustus 2018 werd door mij een onderzoek verricht aan een partij vermoedelijk verdovende middelen. In alle gevallen werd een indicatieve kleur reactietest uitgevoerd. Bij een positieve indicatieve kleur reactietest, werd vervolgonderzoek ter identificatie ingezet via het NFiDENT-proces. De resultaten van het identificerend onderzoek zijn geanalyseerd door een deskundige van het Nederlands Forensisch Instituut. Tijdens het ingestelde onderzoek werd door mij het navolgende verricht, bevonden en waargenomen.

Goednummer: PL0100-2018147336-1018674

SIN: AAJU5471NL

B: Gripzakje met beige kristallen

Netto gewicht: 1,68 gram

SIN monster: AALR0255NL

Identificerend onderzoek: positief voor MDMA

Goednummer: PL0100-2018147336-1018698

SIN: AAJU4549NL

Omschrijving: een gripzakje met roze gleuftabletten met een afbeelding van een dolfijn

Netto gewicht: 1,37 gram

SIN monster: AALR0474NL

Identificerend onderzoek: positief voor MDMA

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal NFiDENT d.d. 29 augustus 2018, opgenomen op pagina 2693 e.v. (map 6) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 28 augustus 2018 werd door mij een onderzoek verricht aan een partij vermoedelijk verdovende middelen. In alle gevallen werd een indicatieve kleur reactietest uitgevoerd. Bij een positieve indicatieve kleur reactietest, werd vervolgonderzoek ter identificatie ingezet via het NFiDENT-proces. De resultaten van het identificerend onderzoek zijn geanalyseerd door een deskundige van het Nederlands Forensisch Instituut. Tijdens het ingestelde onderzoek werd door mij het navolgende verricht, bevonden en waargenomen.

Goednummer: PL0100-2018124405-1020112

SIN: AAJU5477NL

B: Een witte tablet in de vorm van een Michelin poppetje

Netto gewicht: 0,38 gram

SIN monster: AALS7083NL

Identificerend onderzoek: positief voor MDMA

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal verdovende middelen d.d. 19 juni 2018, opgenomen op pagina 2736 e.v. (map 6) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten:

Op 19 juni 2018 ontvingen wij een hoeveelheid vermoedelijk verdovende middelen. Voor het testen van alle op hennep of hasjiesj gelijkende stoffen werd gebruik gemaakt van de Duquenois reagentia. Bij het ontstaan van een in de test aangegeven kleuromslag, is dit een indicatie dat het goed hennep of hasjiesj betreft. Op 19 juni 2018 werden de vermoedelijk verdovende middelen getest.

Goednummer: PL0100-2018147336-1018659

SIN: AAJU5472NL

Omschrijving: Een dichtgeknoopte wit met zwart en blauwe plastic “ [supermarkt] ” zak met daarin:

A. 5 rechthoekige (5x9x1 cm) in meerdere lagen cellofaan verpakte bruine blokken van een harde substantie en 2 kleinere rechthoekige (3x7x1 cm) in meerdere lagen cellofaan verpakte bruine blokken van een harde substantie.

Netto gewicht: 560,02 gram

B. 3 dicht gesealde verpakkingen “Embajador sweet choclate dulec” (26 gr) met in elk een rechthoekig blok omhuld met een dunne op chocolade lijkend en ruikende substantie met daaronder een in meerdere lagen cellofaan verpakte bruine blokken van een harde substantie (6x3x1,5 cm).

Netto gewicht: 85,43 gram

De bovenstaande goederen A en B testten positief op de Duquenois test. Tevens herkende ik, verbalisant [verbalisant 2] , de substantie aan zijn kleur, geur en uiterlijk als zijnde hasjiesj.

Goednummer: PL0100-2018147336-1018728

SIN: AAJU5468NL

Omschrijving: Een gele Jumbo boodschappentas met daarin 7 dicht gesealde kleurloze plastic zakken met in elk 8 gelijk lijkende in cellofaan gewikkelde bruine blokken (7x5x2 cm) en 1 geopende gesealde kleurloze plastic zak met daarin 7 gelijk lijkende in cellofaan gewikkelde bruine blokken (7x5x2 cm) waarvan 1 blok het cellofaan deels af was.

Netto gewicht: 6345,59 gram

Het bovenstaande goed testte positief op de Duquenois test. Tevens herkende ik, verbalisant [verbalisant 2] , de substantie aan zijn kleur, geur en uiterlijk als zijnde hasjiesj.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal verdovende middelen d.d. 21 juni 2018, opgenomen op pagina 2730 e.v. (map 6) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten:

Op 19 juni 2018 ontvingen wij een hoeveelheid vermoedelijk verdovende middelen. Voor het testen van alle op hennep of hasjiesj gelijkende stoffen werd gebruik gemaakt van de Duquenois reagentia. Bij het ontstaan van een in de test aangegeven kleuromslag, is dit een indicatie dat het goed hennep of hasjiesj betreft. Op 19 juni 2018 werden de vermoedelijk verdovende middelen getest.

Goednummer: PL0100-2018147405-1020109

SIN: AAJU5476NL

Omschrijving: Een kleurloze plastic zak met daarin een met kleurloos plastic en tape omwikkelde bruine brok van een harde substantie

Netto gewicht: 97,96 gram

Het bovenstaande goed testte positief op de Duquenois test. Tevens herkende ik, verbalisant [verbalisant 2] , de substantie aan zijn kleur, geur en uiterlijk als zijnde hasjiesj.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal zaaksdossier 6 d.d. 2 oktober 2018, opgenomen op pagina 43 e.v. (map 1) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 12 juni 2018 zijn onder meer doorzocht:

• [straatnaam] te Kolham, de huurwoning van [verdachte] .

• [straatnaam] te Hoogezand, de shisha lounge [onderneming] , de eenmanszaak van [verdachte] .

De [straatnaam] te Kolham was het GBA-adres waar [verdachte] ingeschreven stond. Op dit adres stonden op 12 juni 2018 geen andere personen ingeschreven.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 juli 2018, opgenomen op pagina 860 (map 2) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten:

Telefoongesprekken van [verdachte] en [medeverdachte 2] zijn opgenomen binnen onderzoek Klerkur. Tapgesprekken zijn bij dit proces-verbaal gevoegd als bijlage.

Ambtshalve is mij bekend dat XTC-pillen veelal gedrukt worden met een logo. ‘Heineken’ is een veel gebruikt logo voor XTC-pillen.

Overzicht tapgesprekken

Beller: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 2] T.n.v.: [verdachte]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [verdachte]

Datum: 26-04-2018 15:17:00

[verdachte] = [verdachte]

En als er tussendoor iemand komt voor wiet ofzo dat moeten we ook hebben maar ik heb godverdomme geen hasj kunnen vinden. Ik had toch een “plak” hasj die je laatst aan mij had gegeven. Wat is daarmee gebeurd? Dat heb ik wel ergens neergelegd.

Beller: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [verdachte]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 2] T.n.v.: [verdachte]

Datum: 26-04-2018 22:45:01

[verdachte] = [verdachte]

[medeverdachte 2] = [medeverdachte 2]

[verdachte] Jij moet vandaag een klus doen. Je gaat naar [naam 18] in Groningen en dan ga je een dinges van die dinges wegbrengen en een monster van de wiet.

[medeverdachte 2] Dinges van dinges?

[verdachte] Chocolade. Wat je mij laatst hebt gegeven.

[medeverdachte 2] Ja.

[verdachte] Je zei laatst toch dat er een chocolade dinges was?

[medeverdachte 2] Ja.

[verdachte] Wat is daarmee gebeurd?

[medeverdachte 2] Dat weet ik niet. Moet ik de hele plak achterlaten?

[verdachte] Ja doe maar.

Beller: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [verdachte]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 2] T.n.v.: [verdachte]

Datum: 27-04-2018 21:38:05

[verdachte] = [verdachte]

[medeverdachte 2] = [medeverdachte 2]

[verdachte] Waar zijn jouw pillen?

[medeverdachte 2] vertelt dat die bij hem thuis, in zijn kledingkast liggen.

[verdachte] Hoeveel liggen er daar?

[medeverdachte 2] Weet ik niet want je zei dat je die laatst wilde verkopen.

[verdachte] Ik heb er 50 verkocht voor 150. Dat meisje wil nu weer hetzelfde.

[medeverdachte 2] Daar is wel veel meer.

[verdachte] En er waren ook “Heineken” Waar zijn die?

[medeverdachte 2] Dit zitten ook in de zak, vermengd met die andere.

Beller: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [verdachte]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 2] T.n.v.: [verdachte]

Datum: 04-05-2018 14:39:12

[verdachte] = [verdachte]

[medeverdachte 2] = [medeverdachte 2]

[verdachte] Anders moeten we ook even naar die [getuige 2] kijken (…)

[medeverdachte 2] Hij vroeg laatst van die chocolade, dat ie dat misschien wel kwijt zou kunnen.

[verdachte] Onze chocolade?

[medeverdachte 2] Ja. (…)

[verdachte] Praat maar met hem en dan laat je daar wat van liggen.

Beller: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [verdachte]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 2] T.n.v.: [verdachte]

Datum: 04-05-2018 17:41:54

[verdachte] = [verdachte]

[medeverdachte 2] = [medeverdachte 2]

[verdachte] Heb jij daar nog wat van dat “groene”?

[medeverdachte 2] Ja, heb ik thuis. (…)

[verdachte] Is daar ook een ding om grammen te bepalen?

[medeverdachte 2] Ja, die is er.

[verdachte] Ik moet even voor die Marokkaan.

[medeverdachte 2] Van datgene dat open is is er wel een paar honderd.

[verdachte] Is goed, dan heeft ie daar wel genoeg aan. Hij wil niet veel. (…) Oke, ik ga er even heen.

Beller: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [verdachte]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 2] T.n.v.: [verdachte]

Datum: 09-05-2018 14:04:07

[verdachte] = [verdachte]

[medeverdachte 2] = [medeverdachte 2]

[verdachte] Breng even 50 van die groene bij jou thuis vandaan. (…)

[verdachte] Ja, 50 stuks, neem maar mee.

[medeverdachte 2] Van die (groene) vallei toch?

[verdachte] Ja.

Beller: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [verdachte]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 2] T.n.v.: [verdachte]

Datum: 09-05-2018 21:29:27

[medeverdachte 2] = [medeverdachte 2]

[verdachte] = [verdachte]

Waar ligt de chocolade?

[medeverdachte 2] Bij [naam 9] .

[verdachte] Bel haar even dat ik daar eentje kan ophalen of ligt er eentje thuis?

[medeverdachte 2] Euhh, nee, maar [naam 9] weet dat niet, hoe moet ik haar dat uitleggen.

[verdachte] Bel haar maar, ik heb een plak nodig.

Beller: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [verdachte]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 2] T.n.v.: [verdachte]

Datum: 16-05-2018 00:01:11

[medeverdachte 2] = [medeverdachte 2]

[verdachte] = [verdachte]

[medeverdachte 2] Zeg het maar.

[verdachte] De man geeft 5 ‘papier’ voor de chocolade die wij hebben, voor een (1) stuk geeft hij 5. Ik ze tegen hem dat ik er zeven (7) voor wil hebben en heb gezegd dat we een prijs kunnen maken, er tussen in kunnen zitten.

Beller: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [verdachte]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: NNM T.n.v.: [naam 16]

Datum: 21-05-2018 20:25:35

NNM = N

[verdachte] = [verdachte]

Heb je het uitgeprobeerd? Was het goed?

N: Heel goed. (…)

N: [verdachte] ik ga ernaar kijken als het weg is moet je mij berichten. Dat ik niet voor niets heen en weer ga..

[verdachte] Op dit moment kan het niet gaan, ik heb werk te doen omdat ik naar ver ga.. Ik zal vandaag er niet naar kunnen kijken..

N: Akkoord dan.. [verdachte] .. dinges.. wat is de laatste [prijs] hiervoor?

[verdachte] Laatste [prijs] is 4,5, daarvoor mag je het meenemen..

N: Is de waarde normaal 6?

[verdachte] 6.. 6,5..

N: Akkoord.. weet je waarom als ze het aan mij vragen?

[verdachte] 6.. 6,5 maar dit is voor de coffeeshop.. voor de straat is het 5,5 of 6 ongeveer dat..

N: Ik begrijp het.. ik begrijp het..

[verdachte] Coffeeshops geven altijd meer omdat ze maar één stuk kopen..

Beller: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [verdachte]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 2] T.n.v.: [verdachte]

Datum: 23-05-2018 19:22:35

[medeverdachte 2] = [medeverdachte 2]

[verdachte] = [verdachte]

Waar is de weegschaal?

[medeverdachte 2] Thuis?

[verdachte] Ja ik ben nu in jou huis, kan het niet vinden.

[medeverdachte 2] Dat is boven de kast [verdachte] in de keuken.

[verdachte] Dinges.. die dinges waar is die?

[medeverdachte 2] Wat?

[verdachte] Ons wiet.. normale wiet, de ‘Albanese’.

[medeverdachte 2] Die is in de kast (…).

[verdachte] Akkoord, akkoord.. is goed dinges waar liggen de ‘pillen’?

[medeverdachte 2] Ehhmm in mijn slaapkamer in mijn klerenkast heb ik sokkenla daarin ligt het.. maar hem ik het daarnaar toe gebracht, was het niet bij jou? Jij had het toch meegenomen.. ik heb 20 stuks, 15-20 stuks... kleine zakje had je gegeven..

Beller: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [verdachte]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 2] T.n.v.: [verdachte]

Datum: 23-05-2018 19:29:34

[medeverdachte 2] = [medeverdachte 2]

[verdachte] = [verdachte]

Luister waar zijn die 20 stuks.. pillen?

[medeverdachte 2] Die liggen in mijn sokkenla.

[verdachte] Sokken?

[medeverdachte 2] In de kast zit een bakje met sokken.

Beller: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 2] T.n.v.: [verdachte]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [verdachte]

Datum: 30-05-2018 10:52:16

[medeverdachte 2] = [medeverdachte 2]

[verdachte] = [verdachte]

Akkoord.. Niet vergeten thuis die dinges op te halen, je moet even bij die man langsgaan..

[medeverdachte 2] Ehhh

[verdachte] De sleutel is in de zak van mijn lederen jas.. van die kast..

[medeverdachte 2] Welke sleutel?

[verdachte] Van die gas dinges (Meterkast).. Om in de meterkast te komen in mijn huis heb je die sleutel nodig..

[medeverdachte 2] Ja, ja.. Iets erbij en daarnaast moest toch nog iets van hem teruggenomen worden..

[verdachte] Jij moet in die tas kijken.. daar is een goud kistje.. goud moet er zijn en daarnaast is een klein stukje chocola pakje..

Beller: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 2] T.n.v.: [verdachte]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [verdachte]

Datum: 31-05-2018 18:17:12

[medeverdachte 2] = [medeverdachte 2]

[verdachte] = [verdachte]

Je moet zeggen wat heb je met die chocolade gedaan. heb je die gegeven/verkocht? Als je het niet hebt verkocht dan moet je morgen of het geld daarvan brengen.. of die dingens, je moet het wel op tijd brengen want er is een klant dan zal het aan die klant verkocht worden.

[medeverdachte 2] Akkoord.

Beller: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 2] T.n.v.: [verdachte]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [verdachte]

Datum: 31-05-2018 18:20:43

[medeverdachte 2] = [medeverdachte 2]

[verdachte] = [verdachte]

(…) [naam 13] verkoopt onze chocola voor 4,5.

[medeverdachte 2] O, goed..

[verdachte] Dat is beter.. Ik had bijna voor 3 verkocht..

Beller: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 2] T.n.v.: [verdachte]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [verdachte]

Datum: 01-06-2018 12:57:41

[medeverdachte 2] = [medeverdachte 2]

[verdachte] = [verdachte]

[medeverdachte 2] Mijn broer voor hoeveel hebben we de chocola verkocht? (...)

[medeverdachte 2] Ik heb alleen de aantal grammen opgeschreven hier.

(…)

[verdachte] Wat ik weet is van die 20, ik weet van het geld van 100 stuks.. 20 stuks.. (…)

[medeverdachte 2] De aantal grammen dat was 120 gram.

9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 november 2018, opgenomen op pagina 2901 e.v. (map 7) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 2] aan de [straatnaam] te Hoogezand op 12 juni 2018 is een iPhone in beslag genomen. Uit gegevens op de telefoon, zoals appberichten waarin hij zijn naam noemt en gebruikte e-mailadressen, blijkt dat deze in gebruik was bij [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] die in WhatsApp staat als ‘ [naam 15] .’ met nummer [mobielnummer] heeft een gesprek met contactpersoon ‘ [naam 17] ’, met nummer [mobielnummer] . Dit gesprek is als bijlage 1 bij dit proces-verbaal gevoegd.

Op 18 februari 2018 om 16:53 uur stuurt [medeverdachte 2] een afbeelding van een.pdf pagina, van ‘ [website] , [website] . Dit is een Duitstalige website waarop drugs anoniem getest kunnen worden, om bijvoorbeeld overdosissen te voorkomen. Op de afbeelding die [medeverdachte 2] stuurt staat een afbeelding van een groene XTC-pil met ‘Max’ daarop diepgedrukt aan de ene kant een ‘F’ in hoogdruk. In de woning van [medeverdachte 2] zijn op 12 juni 2018 in de slaapkamer in een kledingkast soortgelijke, groene tabletten gevonden met dezelfde diepdruk Max en hoogdruk F. Op 25 maart 2018 om 18:53 uur stuurt [medeverdachte 2] nog een afbeelding van dit soort XTC-pillen. Op 26 maart 2018 stuurt hij deze afbeelding nog eens met daarbij de tekst: ‘250 -280 mdma. 10 duizend max. En 5 duizend heineken.’ Vervolgens stuurt [naam 15] . een foto van negen tabletten in de vorm van het Heineken-logo, vermoedelijk XTC-pillen. Wanneer ingezoomd wordt op de foto die verstuurd is op 26 maart 2018 om 12:51 uur, is ‘Heineken’ te lezen op de pillen in soortgelijke letters als het biermerk.

Ambtshalve is mij bekend, en op internet is dit tevens breed te vinden, dat het logo van Maserati veel gedrukt wordt op XTC-pillen.

Bijlage 1

Afzender

Tijdstip

Bericht

[naam 17]

17-10-2017 18:27

[verdachte] ik heb duizend pillen nodig

[naam 15]

18-10-2017 11:39

Bel me ff

[naam 15]

18-10-2017 11:39

Want me neef kan wel met je afspreken

[naam 17]

20-10-2017 20:36

[verdachte] heb je nog wiet over

[naam 17]

16-12-2017 15:16

[verdachte] iemand vraag me voor mdma

[naam 17]

17-12-2017 13:12

Ik heb 500 gr nodig groen

[naam 15]

17-12-2017 13:12

Ok voor wanneer

[naam 17]

17-12-2017 13:13

Straks

[naam 15]

17-12-2017 13:13

Heb je meteen geld dan

[naam 17]

17-12-2017 13:14

Ik kan jou nu alvast wat geven

[naam 15]

17-12-2017 13:57

Ben er bijna 7 min

[naam 17]

17-12-2017 13:58

Oké nice

[naam 15]

11-03-2018 09:16

Goedemorgen heb voor iemand 30 duizend snoep nodig

[naam 15]

11-03-2018 09:17

Wat is de prijs van 200 en 220’en 240 moet allemaal andere vormen zijn (…)

[naam 17]

11-03-2018 09:20

Oké ik ga het nu regelen

[naam 15]

11-03-2018 09:22

Ok vraag die prijze en welke vorm die heeft (…)

[naam 17]

11-03-2018 13:14

De prijzen zijn 5000 80cent

[naam 17]

11-03-2018 13:14

220 milligram

[naam 17]

11-03-2018 13:15

Het zijn masaratie witte en rode

10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal zaaksdossier 1 d.d. 3 oktober 2018, opgenomen op pagina 8 e.v. (map 1) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 10 oktober 2017 werd [getuige 6] gecontroleerd toen hij in Groningen reed. Verbalisanten zagen dat hij een doosje aan een bijrijder probeerde te geven met daarin gripzakjes. In het doosje zaten 75 XTC-pillen (…).

11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 oktober 2017, opgenomen op pagina 2046 e.v. (map 5) van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 6] :

Ik moest drugs verkopen voor [verdachte] .

V: Hoe ging dat precies in zijn werk?

A: Die drugs kreeg ik van [verdachte] .

V: Waar kreeg je die drugs?

A: In de shisha lounge, genaamd [onderneming] in Hoogezand.

V: Wat voor drugs moet jij verkopen van hem?

A: MDMA.

V: Wat zat in het bakje met drugs dat is aangetroffen in de auto?

A: Harddrugs.

12. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 14 augustus 2018, opgenomen op pagina 2261 e.v. (map 5) van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 7] :

Ik ben nadat ik [verdachte] leerde kennen een keer in de shisha lounge geweest en daar heb ik toen 100 gram gekocht, de eerste keer. Later nog eens 100 gram. In totaal misschien 5 a 6 keer. De laatste keer heb ik 50 gram opgehaald.

V: Hoe ging dat dan in zijn werk?

A: Nou dan kwamen ze geld ophalen en dan gaven ze er weer bijvoorbeeld 30 gram bij en zo werd er uiteindelijk steeds meer opgeschreven dan dat er afbetaald werd. Ze zeiden dan: ‘Joh als je nou deze 100 gram nog verkoopt dan kan je daar je schuld mee aflossen.’ En zo kwam ik er steeds verder in. [verdachte] heeft het vaak gebracht bij mij thuis in Farmsum, de weed.

V: [getuige 2] , je praat steeds over ‘ze’. Over wie heb je het dan?

A: Over [verdachte] en [medeverdachte 2] . Ik zie [verdachte] als de hoofdpersoon en [medeverdachte 2] is de uitvoerende.

13. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 september 2018, opgenomen op pagina 810 (map 2) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 9 juli 2018 belde ik naar nummer [mobielnummer] om te kijken wie op zou nemen. De telefoon werd opgenomen door [getuige 3] . [getuige 3] vertelde dat ze de telefoon en daarmee het nummer had overgenomen van haar vriend [getuige 7] . Opgenomen gesprekken zijn bij dit verbaal gevoegd als bijlage.

Overzicht tapgesprekken

Beller: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [verdachte]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 2] T.n.v.: [verdachte]

Datum: 04-05-2018 14:39:12

[verdachte] = [verdachte]

[medeverdachte 2] = [medeverdachte 2]

[verdachte] Anders moeten we ook even naar die [getuige 2] kijken (…)

[medeverdachte 2] Hij vroeg laatst van die chocolade, dat ie dat misschien wel kwijt zou kunnen.

[verdachte] Onze chocolade?

[medeverdachte 2] Ja.

[verdachte] Hoeveel hebben wij daar nog van?

[medeverdachte 2] Euhhh..

[verdachte] Praat maar met hem en dan laat je daar wat van liggen.

Beller: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 2] T.n.v.: [verdachte]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: 050 T.n.v.: no-hit CIOT

Datum: 13-05-2018 14:05:07

[medeverdachte 2] : (…) 370 had je nog open staan van die dingen nog.

050: Ja, van die groente nog.. en nog 270 van die chocola.

14. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 29 augustus 2018, opgenomen op pagina 2077 e.v. (map 5) van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 3] :

Ik heb ongeveer tweeënhalve maand gewerkt in de shisha lounge, vanaf eind maart van dit jaar ongeveer.

V: Werd er drugs verkocht in de shisha lounge?

A: Ja, weed.

V: Wat verhandelde [getuige 2] voor [verdachte] ?

A: Volgens mij alleen weed.

Ten aanzien van het onder 10 ten laste gelegde

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming, opgenomen op pagina 2557 e.v. (map 6) van voornoemd dossier, voor zover inhoudend:

Inbeslagneming

Adres: [straatnaam] te Kolham

Datum: 12-06-2018

Beslagene

Achternaam: [verdachte]

Voornamen: [verdachte]

Volgnummer

IBN-code/Voorwerpnummer: A.01.07.001-NNRCC17027_462436

Bijzonderheden: Mes

IBN-code/Voorwerpnummer: A.01.07.001-NNRCC17027_462448

Bijzonderheden: Ploertendoder

IBN-code/Voorwerpnummer: A.13.01.002-NNRCC17027_462458

Bijzonderheden: Neppistool 2 maal en kogels in koker

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 juli 2018, opgenomen op pagina 572 (map 2) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 12 juni 2018 is de woning van [verdachte] doorzocht. Hierbij is op de salontafel in de woonkamer een valmes met vooruitspringend lemmet gevonden met twee snijkanten. Het mes is in beslag genomen onder code A.01.07.001, met goedcode 462436. Het valmes valt in categorie I van de Wet Wapens en Munitie (WWM) volgens artikel 2, lid 1 onder 1.

Op de zolder, in een hoek aan de voorzijde van de woning van [verdachte] is een nepwapen gevonden. Deze kan gebruikt worden als aansteker. Het nepwapen lijkt zodanig op een klein kaliber revolver dat het voor bedreiging of afdreiging geschikt is, in de zin van artikel 2, lid 1 onder 7 van de WWM. Het is in beslag genomen onder code A.13.01.02 en goednummer 462458. Het nepwapen lijkt onder meer op een revolver (vuurwapen) van Smith en Wesson, model Bodyguard.

In een slaapkamer in de woning van [verdachte] is een ploertendoder gevonden in een tas. De ploertendoder is in beslag genomen onder code A.07.01.001 met goednummer 462448. De ploertendoder, met een uitschuifbare staaf en verzwaard uiteinde, valt in categorie 1, onder artikel 2, lid 1 onder 3 van de WWM.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal zaaksdossier 6 d.d. 2 oktober 2018, opgenomen op pagina 43 e.v. (map 1) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

De [straatnaam] te Kolham was het GBA-adres waar [verdachte] ingeschreven stond. Op dit adres stonden op 12 juni 2018 geen andere personen ingeschreven.

Ten aanzien van het onder 11 ten laste gelegde

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal zaaksdossier 8 d.d. 8 oktober 2018, opgenomen op pagina 2748 e.v. (map 6) van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verbalisant:

[verdachte] heeft in het begin van 2015 samen met [slachtoffer 5] korte tijd een uitkering ontvangen van de gemeente Oldambt. Daarna was hij van 2015 tot zijn aanhouding op 12 juni 2018 uitsluitend aangewezen op inkomen uit zijn onderneming [onderneming] met later nevenvestiging [bedrijf 3] . Uit onderzoek is gebleken dat zowel [onderneming] als [bedrijf 3] uitsluitende negatieve resultaten hebben geboekt. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat [verdachte] enig inkomen heeft ontvangen uit de legale activiteiten van [onderneming] en snackbar [bedrijf 3] . Er is geen winst gemaakt en geen loon uitbetaald. Uit de aangetroffen administratie, in combinatie met bankrekeningmutaties en getuigenverklaringen blijkt dat er juist geld is ingebracht in de onderneming, wellicht in de vorm van privéstortingen. In 2015 is mogelijk 11.270,91 euro contant ingebracht in [onderneming] In 2016 zijn er geen activiteiten en dus ook geen inkomsten bekend van [onderneming] In 2017 is er mogelijk 10.676,92 euro contant ingebracht in [onderneming]

Het is niet uit te sluiten dat een deel van de contante stortingen op bankrekeningen van [onderneming] en [bedrijf 3] privéstortingen vertegenwoordigen van [verdachte] in zijn onderneming. Om dubbeltellingen te voorkomen zijn daarom in het voordeel van betrokkene de privéstortingen niet meegenomen in de kasopstelling. De contante ontvangsten en uitgaven zijn opgesplitst per jaar.

Jaar 2015

Uitgaven: - € 45.575

Ontvangsten: € 8.199

Resultaat: - € 36.376

Jaar 2016

Uitgaven: - € 8.410

Ontvangsten: € 11.322

Resultaat: € 2.912

Jaar 2017

Uitgaven: - € 41.970

Ontvangsten: € 12.090

Resultaat: - € 29.880

Jaar 2018 (t/m 12 juni 2018)

Uitgaven: - € 14.855

Ontvangsten: € 8.408

Resultaat: - € 6.447

Tijdens doorzoeking van de schuur van [naam 9] op 12 juni 2018 in Hoogezand werd een ordner aangetroffen met administratie van [verdachte] . In deze ordner zat ook een aankoopfactuur van een BMW 535d sedan bij [bedrijf 4] gedateerd op 30-11-2015. De koopprijs betrof 8.000 euro. De BMW met kenteken [kenteken] heeft van 30-11-2015 tot en met 30-03-2016 op naam gestaan van [verdachte] .

In deze ordner zat ook een verzekeringspolis van [verzekeringsmaatschappij] voor een Mercedes-Benz Vito bedrijfsauto met kenteken [kenteken] . Ook werd een brief van de Belastingdienst aangetroffen gericht aan [verdachte] . De Mercedes-Benz Vito heeft van 29-12-2015 tot en met 02-03-2016 op naam gestaan van [onderneming]

In deze ordner zaten ook verschillende beschikkingen van het CJIB gericht aan [verdachte] in verband met opgelegde boetes voor overtredingen van de Wegenverkeerswet. Naast boetes voor de voornoemde BMW 535d en Mercedes-Benz Vito trof ik ook boetes aan begaan met het kenteken [kenteken] . Uit bevraging van de database van het RDW blijkt dit kenteken te horen bij een Volkswagen Touareg. Dit voertuig heeft van 07-07-2015 tot en met 02-11-2016 op naam van [verdachte] gestaan.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 maart 2018, opgenomen op pagina 124 e.v. (map 1) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

De volgende banksaldi van [verdachte] zijn bekend bij de Belastingdienst:

1-1-2015: € 837

1-1-2016: € 2.064

1-1-2017: - € 715

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 juli 2018, opgenomen op pagina 599 e.v. (map 2) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Tenaamstelling [kenteken]

[naam 10] is de moeder van [verdachte] . Zij heeft geen rijbewijs.

Begindatum

Einddatum

Tenaamgestelde

08-06-2018

[naam 11] (organisatie)

31-05-2018

8-6-2018

[naam 10]

24-05-2018

31-5-2018

[medeverdachte 2]

18-01-2018

24-5-2018

[naam 12] (organisatie)

De organisatie [naam 12] voert de handelsnaam [medewerker] . Op 20 juli 2018 nam ik telefonisch contact op met [medewerker] . Een medewerker van [medewerker] vertelde mij dat [medeverdachte 2] bij het bedrijf was gekomen op 24 mei 2018 met de Volkswagen Touareg, kenteken [kenteken] . [medeverdachte 2] legitimeerde zich met zijn rijbewijs. Hij ruilde de Touareg in en betaalde € 4.000 contant bij voor de aankoop van de Volkswagen Passat CC met kenteken [kenteken] .

Overzicht tapgesprekken

Beller: [mobielnummer] Naam: Autohandelaar T.n.v.: [bedrijf 5]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [verdachte]

Datum: 24-05-2018 10:18:25

[verdachte] wordt gevraagd om toch bij het bedrijf langs te komen. Ze hebben overlegd op de zaak en dan kunnen ze zijn auto bekijken en [verdachte] de auto waarin [verdachte] geïnteresseerd is. Dan kwamen ze er wel uit. [verdachte] zegt dat hij zijn neefje stuurt.

Beller: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [verdachte]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [naam 2] T.n.v.: [naam 2]

Datum: 07-06-2018 12:51:26

[verdachte] belt uit naar [naam 2] en zegt dat hij die auto morgen gaat verkopen bij dezelfde man als waar hij die Touareg heeft gekocht.

4. Een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming, opgenomen op pagina 2552 e.v. (map 6) van voornoemd dossier, voor zover inhoudend:

Inbeslagneming

Adres: [straatnaam] te Kolham

Beslagene

Achternaam: [verdachte]

Voornamen: [verdachte]

Volgnummer

IBN-code/Voorwerpnummer: A.01.04.002/NNRCC17027_462428

Bijzonderheden: 110 biljetten van 50 euro

Parketnummer 18/820302-17

Ten aanzien van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 17 mei 2017, opgenomen op pagina 25 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2017129526 d.d. 20 mei 2017, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 5] :

Ik doe aangifte van huiselijk geweld. Ik ben vanavond bedreigd door mijn ex-vriend genaamd [verdachte] . Ik was in de woning van mijn moeder aan [straatnaam] in Delfzijl toen [verdachte] eraan kwam. Ik zag [verdachte] naar mij toelopen. Ik zag en hoorde dat hij boos was. Terwijl hij boos was, voelde ik dat hij mij hard vastpakte bij mijn arm. Ik voelde dat hij mij wegduwde. Ik voelde dat dit pijn deed. Ik zag dat hij mij voorbij liep en de woning van mijn moeder binnen ging. Ik ben de woning ingegaan en ben voor hem gaan staan in de gang. Ik heb gezegd dat hij mijn huis uit moest gaan maar dat deed hij niet. Ik hoorde dat mijn moeder ook zei dat [verdachte] haar huis uit moest gaan. Zowel ik als mijn moeder hebben duidelijk gezegd: “ga uit mijn huis”. Ik hoorde [verdachte] zeggen: “Dit is niet jouw huis”. Ik zag dat hij niet weg wilde gaan. Ik zag dat [verdachte] steeds verder naar binnen ging en ik probeerde hem naar achteren te duwen. Ik hoorde dat [verdachte] tegen mij zei: “Als je mij nog 1 keer duwt of mij aanraakt dan sla ik je kapot”. Ik had het idee dat hij dit ook zou doen. Ik weet waar hij toe in staat is. Ik wees met mijn hand naar zijn gezicht, dit was mijn rechterhand. Ik zag en voelde dat hij mijn hand hard beetpakte en deze verdraaide. Ik voelde dat hij mij aan de kant trok. Ik voelde dat dit pijn deed. Toen [verdachte] nog binnen was zag en voelde ik dat hij mij twee keer in mijn gezicht spuugde.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 19 mei 2017, opgenomen op pagina 53 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 5] :

Ik heb in mijn aangifte van 17 mei 2017 genoemd dat ik twee keer door [verdachte] ben bespuugd. Toen ik werd bespuugd voelde ik dat ik in mijn gezicht werd geraakt. De tweede keer werd ik eveneens in mijn gezicht geraakt. Ik voelde mij hierdoor vreselijk en ik voelde mij in mijn eer en goede naam aangetast.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 19 mei 2017, opgenomen op pagina 46 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 6] :

Ik doe aangifte van huisvredebreuk. Ik woon aan de [straatnaam] te Delfzijl. Op 17 mei 2017 zag ik dat [verdachte] uit een auto stapte en mijn erf opliep. Ik zag dat [verdachte] in mijn gang van mijn woning stond. Ik zag dat [verdachte] de arm van mijn dochter [slachtoffer 5] vast hield. Ik zag dat [verdachte] haar in een greep vasthield. Ik zei tegen [verdachte] “Cik disari” in het Turks. In het Nederlands betekent dit “Ga eruit”. Ik heb dit meerdere malen tegen hem gezegd. Ik hoorde dat mijn dochter dit ook meerdere malen tegen [verdachte] zei. Ik zag dat [verdachte] (de rechtbank begrijpt: [verdachte]) niet weg ging maar in mijn woning bleef staan. Ik zag dat [verdachte] telkens tegen [slachtoffer 5] aanduwde. Vervolgens hoorde ik dat [verdachte] tegen mijn dochter zei: “Ik maak je kapot. Ik sla je hoofd kapot en ik verbrijzel je kaak”. Tevens zag ik dat [verdachte] telkens de armen van [slachtoffer 5] beetpakte. Ik zag dat hij dit met kracht deed. Vervolgens zag ik dat [verdachte] in mijn woning twee keer in de richting van [slachtoffer 5] spuugde.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 18 mei 2017, opgenomen op pagina 37 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verdachte:

Ik was op 17 mei 2017 bij de woning van [slachtoffer 5] in Delfzijl. Ik heb de arm van [slachtoffer 5] gepakt en ik heb haar weggeduwd. Ik heb [slachtoffer 5] hierna gespuugd.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 20 december 2017, opgenomen op pagina 3 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2017332472 d.d. 21 december 2017, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 7] :

Ik doe aangifte van belediging. Ik ben werkzaam als buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) bij de Gemeente Groningen. Op 20 december 2017 bevond ik mij samen met collega [slachtoffer 8] en stagiair [slachtoffer 9] in de Ruiterstraat van Groningen. Ik zag dat de bestuurder van een VW Passat het bord C2 verboden in te rijden negeerde en doorreed. Ik zag dat de bestuurder stopte. Ik wilde de bestuurder aanspreken op zijn gedraging. Ik zag dat de bestuurder uitstapte en vlak voor mij kwam staan. Ik hoorde dat de bestuurder tegen mij zei: “Jullie zijn kankerracisten!”

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 20 december 2017, opgenomen op pagina 5 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van [slachtoffer 8] :

Ik zag dat de bestuurder zich richting mijn collega [slachtoffer 9] keerde, hem aankeek en schreeuwde: “kankerracisten”.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 20 december 2017, opgenomen op pagina 9 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 20 december 2017 werd door [verbalisant 3] aan mij overgeleverd de door hem op 20 december 2017 op heterdaad aangehouden verdachte: [verdachte] . Ik hoorde dat Feitsma mij vertelde dat hij door de aangehoudene was uitgemaakt voor “kankerracist”.

1 Bewijsmiddel 4 en bijlage bij het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 mei 2018, pagina 181 (map 1).

2 Bijlage bij het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 mei 2018, pagina 180 e.v. (map 1).

3 Bewijsmiddel 6.

4 Bijlage bij proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 december 2018, pagina 3041 e.v. (map 7).

5 Proces-verbaal zaaksdossier 3 d.d. 18 september 2018, opgenomen op pagina 19 e.v. (map 1).

6 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 december 2018, pagina 3046 (map 7).

7 Zie hiertoe onder meer HR 26 november 2013 (ECLI:NL:HR:2013:1425).

8 Bewijsmiddelen 6, 12 en 13.

9 Zie daartoe de bijlage bij het proces-verbaal onderzoeksresultaten verdovende middelen d.d. 25 september 2018, pagina 1065 e.v. (map 3).

10 Zie respectievelijk pagina’s 1826, 1827, 1838 en 1850.

11 Zie respectievelijk pagina’s 1846, 1805 en 1834.

12 Zie respectievelijk pagina’s 1872, 1871, 1861, 1865, 1867, 1881, 1869, 1875, 1876, 1864, 1873 en 1877.