Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2019:5868

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
10-09-2019
Datum publicatie
09-10-2020
Zaaknummer
C/17/166332 / HA RK 19/42
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rekestprocedure
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

Herverkaveling Nieuw-Schoonebeek. Beroep tegen de erfdienstbaarheid t.b.v. een buurman. Ter zitting verzet ingetrokken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaaknummer / rekestnummer: C17/166332 / HA RK 19-42

Beschikking van 10 september 2019

in de zaak van

[A] ,

wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
gemachtigde: M. Meulenberg te Hoogeveen,

tegen

de BESTUURSCOMMISSIE BARGERVEEN-SCHOONEBEEK,
zetelende te Assen,
verweerder,
gemachtigde: mr. E. Sportel,
met als belanghebbende

[B] ,

wonende te [woonplaats] ,

verschenen in persoon.

Partijen zullen hierna [A] , de commissie en [B] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het ontwerpbesluit voor het ruilplan voor de herverkaveling Nieuw-Schoonebeek (hierna: het blok)
- de zienswijze van [A] van 23 juli 2018

- het besluit tot vaststelling van het ruilplan van 12 februari 2019
- het verzoekschrift van 3 april 2019, ingekomen op 5 april 2019
- het verweerschrift van de commissie
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling gehouden op 27 mei 2019
- de wijziging van het recht van weg door het kadaster
- de brief van 14 juni 2019 van [A]
- de brief van [B] van 27 juni 2019

1.2.

Ten slotte is beschikking bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1.

[A] heeft in het kader van het ruilverkavelingsproject in overleg met de commissie zijn melkrundveehouderijbedrijf verplaatst van de locatie aan de Europaweg [nummer] naar de Europaweg [nummer] in Nieuw Schoonebeek. De op die plek nieuw gebouwde ligboxenstal en bedrijfswoning zijn door [A] in gebruik genomen.

2.2.

Over een gedeelte van het aan [A] toebedeelde perceel loopt een geasfalteerde weg die leidt naar een NAM-locatie. In het ruilplan is hierop een erfdienstbaarheid gevestigd ten behoeve van [B] .

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

[A] verzoekt de rechtbank het ruilplan aan te passen in die zin dat geen erfdienstbaarheid wordt gevestigd over de NAM-weg. [A] stelt daartoe (samengevat) dat hij niet kan instemmen met een erfdienstbaarheid over die weg ten behoeve van [B] omdat [B] al over een eigen ontsluiting op de Europaweg beschikt en een zakelijk recht niet nodig is.

3.2.

De commissie concludeert tot niet-ontvankelijkheid, althans afwijzing van het verzoek. Zij voert daartoe aan (samengevat) dat zij gemeend heeft om een erfdienstbaarheid te moeten vestigen om recht te doen aan de belangen van [B] . In dat verband is van belang dat sprake is van een al lang bestaande situatie en dat de gebouwen van [B] er op zijn gericht uit te wegen over de NAM-weg. De uitweg waar [A] op doelt is niet geschikt te maken om met landbouwverkeer te passeren.

3.3.

[B] heeft ter zitting aangevoerd dat hij de NAM-weg al 60 jaar gebruikt en dat de hele infrastructuur rond zijn perceel op de NAM-weg is aangesloten. Hij voert aan dat hij zonder een recht van gebruik over de eerste ongeveer 200 meter niet bij zijn huis kan komen. Het lijkt [B] beter dat hij een gedeelte van de onder de weg gelegen grond in eigendom krijgt toebedeeld. [B] is niet in beroep gegaan omdat hij zich kan verenigen met het plan de commissie en verzoekt hem dat niet tegen te werpen.

4
4. De beoordeling
4.1. Ter zitting heeft [A] , nadat hem duidelijk is geworden dat de erfdienstbaarheid alleen ten behoeve van [B] en niet voor derden is, zich niet langer verzet tegen het vestigen van een erfdienstbaarheid. Omdat [B] ter zitting akkoord is gegaan met het vestigen van een recht van weg voor een gedeelte van ongeveer 200 meter, heeft de
rechtbank het kadaster opgedragen de exacte afspraken (met perceelnummers en afmetingen) op papier te zetten en aan [A] en [B] toe te sturen en heeft hij partijen verzocht aan te geven of ze wel of niet in stemmen.

4.2.

De commissie heeft vervolgens een aangepaste tekst toegezonden voor de erfdienstbaarheid in die zin dat de erfdienstbaarheid geldt voor een lengte van 183 meter over de weg vanaf de zuidelijke grens. [A] heeft ingestemd met deze aanpassing met dien verstande dat hij verzoekt toe te voegen dat het onderhoud van de weg voor rekening van de NAM blijft zolang de NAM er een locatie heeft. [B] is niet akkoord gegaan met het voorstel omdat hij wil dat de eigendom van de helft van de NAM-weg over een lengte van 183 meter aan hem wordt toegedeeld.

4.3.

De rechtbank passeert het (primaire) betoog van [B] dat aan hem de helft van de eigendom van de grond onder de NAM-weg moet worden toegedeeld. [B] is immers niet in beroep gegaan tegen het niet toedelen van de helft van de eigendom van de ondergrond onder de weg, zodat dit een gepasseerd station is. De rechtbank kan daarom alleen een oordeel geven over de erfdienstbaarheid.

4.4.

[B] heeft (subsidiair) betoogd dat hij slechts belang heeft bij de erfdienstbaarheid voor het eerste gedeelte van de weg, door het kadaster gemeten op een lengte van 183 meter. De rechtbank verstaat daarom partijen aldus dat zij zich kunnen vinden in het vestigen van een erfdienstbaarheid voor een lengte van 183 meter. Het beroep van [A] is in zoverre gegrond. De rechtbank zal het ruilplan op dit punt aanpassen. De rechtbank neemt daarin, anders dan [A] heeft verzocht, niet op dat het onderhoud van de weg en de bermen voor rekening van de NAM komen. Het is aan partijen om met de NAM afspraken te maken. In het kader van het vestigen van een erfdienstbaarheid is het gebruikelijk dat de beide gebruikers van de weg de kosten naar de mate van het gebruik voor hun rekening nemen.

4.5.

De conclusie is dat het beroep van [A] gedeeltelijk gegrond is, namelijk voor zover het beroep is gericht tegen een erfdienstbaarheid over de gehele lengte van de weg. Omdat partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld, ziet de rechtbank aanleiding om de proceskosten te compenseren in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

5
5. De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verklaart het beroep voor zover het is gericht tegen het vestigen van een erfdienstbaarheid over de hele lengte van de weg gegrond en wijzigt de in het ruilplan opgenomen erfdienstbaarheid nummer 140 als volgt:
Recht van weg om te komen van en naar de openbare weg Europaweg over de NAM weg over een lengte van 183 meter, gemeten vanaf de openbare weg Europaweg en gelegen op nieuw perceel Schoonebeek, sectie X, nummer 1139 zuidelijk gedeelte. Beheer en onderhoud berusten bij de eigenaren van het heersende en dienend erf. Heersend erf zijn de percelen gemeente Schoonebeek, sectie X, nummers 393 en 399.
5.2. compenseert de proceskosten in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gewezen door mr. A. van der Meer en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2019.

type: CvdD

coll:

Rechtsmiddelverwijzing

Tegen deze beschikking staat voor de belanghebbenden, waaronder verzoeker, die voor de rechtbank zijn verschenen en voor de uitvoeringscommissie beroep in cassatie open bij de Hoge Raad te ’s-Gravenhage overeenkomstig de artikelen 426 tot en met 429 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het beroep in cassatie moet worden ingesteld binnen drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak. Het beroep wordt aangebracht bij een door een advocaat bij de Hoge Raad getekend verzoekschrift en ingediend bij de griffie van de Hoge Raad.