Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2019:5848

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
10-09-2019
Datum publicatie
16-10-2020
Zaaknummer
C/17/166118
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rekestprocedure
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

herverkaveling Nieuw-Schoonebeek

Wilg, omrijschade bij lijst geldelijke regeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaaknummer/ rekestnummer: C/17/166118 / HA RK 19-24

Beschikking van 10 september 2019

in de zaak van

[A] ,

wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
gemachtigde: mr. L.J. van Pelt, in persoon verschenen,

tegen

de BESTUURSCOMMISSIE BARGERVEEN-SCHOONEBEEK,
zetelende te Assen,
verweerder,
gemachtigde: mr. E. Sportel,

met als belanghebbenden

1 de publiekrechtelijke rechtspersoon STAATSBOSBEHEER,
gevestigd te Driebergen-Rijsenburg,
gemachtigde: mr. H. van den Burg,

2. [B],
wonende te [woonplaats] ,
verschenen in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het ontwerpbesluit voor het ruilplan voor de herverkaveling Nieuw-Schoonebeek (hierna: het blok)
- de zienswijze van [A] van 26 juli 2018

- het besluit tot vaststelling van het ruilplan van 12 februari 2019
- het verzoekschrift van 25 maart 2019, ingekomen op 26 maart 2019
- het verweerschrift van de commissie, ingekomen op 10 juli 2019
- de e-mails van 19 en 21 juni 2019 met een voorstel van de commissie aan [A]
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling gehouden op 24 juni 2019
- de akkoordverklaring, getekend op 9 en 15 juli 2019

1.2.

Ten slotte is beschikking bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1.

[A] heeft 83 ha akkerbouwgrond ingebracht, grotendeels gelegen ten noorden van de Ellenbeek. In het ruilplan heeft de commissie hem 88 ha grond toegedeeld. Een deel van de inbreng ten zuiden van de Ellenbeek is niet meer aan [A] toegedeeld.

2.2.

[A] heeft ten zuiden van de Ellenbeek een langgerekt perceel met ontsluiting op de Ellenbeek ingebracht. In de toedeling is het noordelijke deel van dit perceel is aan [B] toegedeeld en het zuidelijke gedeelte aan [A] . Tussen de percelen van [B] en [A] is een strook aan Staatsbosbeheer toegedeeld vanwege de te realiseren Ecologische verbindingszone (EVZ).

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

[A] stelt in beroep (samengevat) dat hij zich niet kan verenigen met het besluit. Hij stelt daartoe dat de hem toegedeelde percelen van een beduidend mindere kwaliteit zijn dan zijn inbreng en dat weliswaar is toegezegd dat hij via kavelaanvaardingswerken de percelen geschikt mag laten maken voor akkerbouw, maar dat de kosten hiervoor zeer hoog zijn. [A] stelt dat hij niet akkoord kan gaan met toedeling als de betreffende werken van kavelaanvaarding niet worden vergoed. Ook stelt [A] dat perceel 7 een goede afwatering moet behouden. [A] heeft weliswaar een ontsluiting gekregen op de Europaweg maar daardoor moet hij vijf kilometer omrijden. [A] stelt voor dat hij zijn inbreng behoudt zodat hij via de Ellenbeek kan ontsluiten met over de EVZ een zandweg in noordelijke richting.

3.2.

De commissie concludeert tot niet-ontvankelijkheid, althans afwijzing van het beroepschrift. Zij voert aan (samengevat) dat wat de kwaliteit van de grond betreft, getracht is overeenstemming te bereiken over kavelaanvaardingswerken in die zin dat de commissie bereid is de kosten hiervan te vergoeden. Verder is de commissie van mening dat er een goede toedeling is bereikt die aan de eisen voldoet omdat sprake is van vooruitgang. In het ruilplan is voorzien in een uitweg naar de openbare weg voor [A] . De bezwaren van [A] tegen vorm en functie van de uitweg zelf is een aangelegenheid die bij kavelaanvaarding en/of de lijst der geldelijke regelingen aangekaart moet worden.

3.3.

Staatsbosbeheer heeft ter zitting bezwaar gemaakt tegen het voorstel van [A] om een ontsluiting te realiseren via de EVZ. Staatsbosbeheer heeft toegelicht dat het betreffende gedeelte van de EVZ van essentieel belang is voor de fauna en dat met een erfdienstbaarheid over een weg in noordelijke richting een haak ontstaat, gelet op het in westelijke richting geplande fietspad. Door die haak wordt de EVZ afsloten.

4 De beoordeling
Kwaliteit grond
4.1. De rechtbank stelt vast dat [A] in zijn beroepschrift geen bezwaren heeft geuit over de toedeling an sich. Hij gaat immers alleen dan niet akkoord met de toedeling als de betreffende kavelaanvaardingswerken niet worden vergoed. De commissie heeft zich dan ook op het standpunt kunnen stellen dat dit geen te honoreren bezwaar tegen het ruilplan betreft maar dat dit via kavelaanvaarding dan wel via de lijst geldelijke regelingen moet worden opgelost. Bovendien is over de kavelaanvaardingswerken overeenstemming bereikt tussen de commissie met [A] over de kavelaanvaarding voor de kavel Koelveen. De conclusie is dan ook dat het beroep tegen het ruilplan ongegrond is.

4.2.

Daarnaast is na de zitting overeenstemming bereikt over toedeling van enkele in het ruilplan aan [A] toegedeelde gronden aan de provincie, over het vervallen van een erfdienstbaarheid en over toedeling van een ander perceel aan [A] tegen vergoeding door [A] vanwege overbedeling. De rechtbank zal het ruilplan op dit onderdeel wijzigen. De beroepsgronden op dit punt hoeven geen bespreking meer.

Afwatering
4.3. Ter zitting is gebleken dat ook over de afwatering tussen partijen overeenstemming is bereikt. Dat betekent dat ook dit onderdeel niet meer aan de orde is.

Ontsluiting
4.4. Op grond van artikel 55 WILG wordt elke kavel zo gevormd dat deze uitweg heeft op een openbare land- of waterweg en zo mogelijk daaraan grenst.

4.5.

Niet in geschil is dat de commissie in ruilplan heeft voorzien in een uitweg op de openbare weg voor [A] , namelijk op de Europaweg. Dat dit voor [A] minder gunstig is omdat hij vijf kilometer moet omrijden, levert geen te honoreren bezwaar op tegen het ruilplan. Eventuele omrijdschade kan [A] immers in het kader van de lijst geldelijke regelingen aan de orde stellen. De commissie heeft dus in redelijkheid kunnen beslissen zoals ze heeft gedaan, mede gelet op de totale toedeling aan [A] ten opzichte van zijn totale inbreng. Met betrekking tot het voorstel van [A] om een ontsluiting aan te leggen over de geprojecteerde EVZ overweegt de rechtbank dat dit voorstel niet meer aan de orde is. Dit veronderstelt immers dat het door [A] ingebrachte maar aan [B] toegedeelde noordelijke deel van het perceel aan [A] wordt toegedeeld. De rechtbank begrijpt echter uit de akkoordverklaring dat het bezwaar van [A] tegen de toedeling is opgelost. Het beroep op dit punt hoeft verder geen bespreking meer.

4.6.

Dat [A] gedeeltelijk in het gelijk is gesteld, is aanleiding om de commissie te veroordelen in de proceskosten, aan de zijde van [A] tot op heden begroot op € 297,00 aan griffierecht en € 1.086,00 aan salaris gemachtigde.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verklaart het beroep wat de kwaliteit van de toegedeelde grond betreft, gegrond en wijzigt het ruilplan als volgt:
- het zuidelijk deel van de nieuwe percelen Schoonebeek X306, 425, 1073, 1031 en 1075 wordt toegedeeld aan de provincie Drenthe
- het resterende/noordelijk deel van de bovengenoemde percelen (en X 302) vervallen als dienen/heersend erf in recht van weg nummer 116
- het nieuwe perceel Schoonebeek X 1133 (17.33.98 ha met een waarde van € 744.000,00 wordt toegedeeld aan [A] (R10265353);

5.2.

verklaart het beroep wat de ontsluiting naar de openbare weg betreft, ongegrond;
5.3. veroordeelt de commissie in de proceskosten, aan de zijde van [A] tot op heden begroot op € 297,00 aan griffierecht en € 1.086,00 aan salaris gemachtigde.

Deze beschikking is gewezen door mr. A. van der Meer en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2019.

type: CvdD

coll:

Rechtsmiddelverwijzing

Tegen deze beschikking staat voor de belanghebbenden, onder wie verzoeker, die voor de rechtbank zijn verschenen en voor de uitvoeringscommissie beroep in cassatie open bij de Hoge Raad te ’s-Gravenhage overeenkomstig de artikelen 426 tot en met 429 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het beroep in cassatie moet worden ingesteld binnen drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak. Het beroep wordt aangebracht bij een door een advocaat bij de Hoge Raad getekend verzoekschrift en ingediend bij de griffie van de Hoge Raad.