Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2019:5495

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
20-12-2019
Datum publicatie
09-01-2020
Zaaknummer
C/17/169992 / KG ZA 19-282
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding: Geschil over de overdracht van een huisartsenpraktijk in een medisch centrum.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaaknummer / rolnummer: C/17/169992 / KG ZA 19-282

Vonnis in kort geding van 20 december 2019

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ELONGO BV,

gevestigd te [plaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[Z] ,

gevestigd te [plaats] ,

eiseressen in conventie,

verweerders in reconventie,

hierna te noemen Elongo respectievelijk [Z] en tezamen te noemen Elongo c.s.,

advocaat mr. E.E. van der Kamp, kantoorhoudende te Leeuwarden ,

tegen

[X] ,

wonende te [plaats] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

hierna te noemen [X] ,

advocaat mr. H.M. Lenting, kantoorhoudende te Groningen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    het herstelexploot

  • -

    de mondelinge behandeling en de ten behoeve daarvan op voorhand overgelegde stukken

  • -

    de eis in reconventie

  • -

    de pleitnota van Elongo c.s.

  • -

    de pleitnota van [X] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald. Ter zitting van 19 december 2019 is medegedeeld dat op 20 december 2019 verkort vonnis zal worden gewezen en dat de uitwerking daarvan uiterlijk twee weken later zal volgen. Het onderstaande vormt de uitwerking van het vonnis dat op 20 december 2019 is gewezen.

2 De feiten

2.1.

[X] is huisarts en drijft in de vorm van een eenmanszaak een huisartsenpraktijk onder de naam Huisartsenpraktijk [X] .

2.2.

De heer [A] (hierna: [A] ) is apotheker en enig aandeelhouder en bestuurder van [Z] . [A] is voorts eigenaar van een medisch centrum, gelegen aan de [adresgegegevens] met de naam [naam centrum 1] . [A] is tevens initiatiefnemer van de realisatie van een medisch centrum in het pand gelegen aan de [adresgegegevens] , genaamd [naam centrum 2] (hierna ook te noemen: [naam centrum 2] ).

2.3.

Eind maart 2011, toen het initiatief voor het [naam centrum 2] zover was gekomen dat grote financiële investeringen dienden te worden gedaan en een financiering moest worden aangetrokken voor de komende dertig jaar, hebben de destijds betrokken partijen, onder wie [Z] en Huisartsenpraktijk [naam praktijk] , een overeenkomst gesloten getiteld "Intentieovereenkomst mbt ontwikkeling Medisch Centrum [naam centrum 2] te [plaats] ” (hierna: de intentieovereenkomst).

2.4.

In deze intentieovereenkomst staat onder meer het volgende vermeld:

" 1. Inleiding

(…)

Met deze fase zijn meer kosten gemoeid dan voorheen. Daarom is dit het moment waarop de betrokkenen naar elkaar toe commitment moeten vastleggen over de bevestiging van de

uitgangspunten en hun garantie het gebouw te zullen betrekken als het binnen de kaders die

tot dusver zijn besproken, wordt gerealiseerd.

(…)

2 Samenwerking:

Partijen willen hun respectieve beroepspraktijk uitoefenen in het op te richten Medisch Centrum (…) in samenwerking met elkaar, zowel met collegae binnen de eigen discipline

als ook multidisciplinair. Partijen onderschrijven dat deze samenwerking niet vrijblijvend is.

(…)

4 Continuïteit:

Uitbreiding van het aantal praktijkeigenaren en staken van praktijkvoering zijn zaken die de

continuïteit van het Medisch Centrum als geheel raken. Het Medisch Centrum heeft als economisch draagvlak voor alle partijen de combinatie van 3 huisartsenpraktijken, een apotheek en een fysiotherapiepraktijk nodig. Bij eventueel staken van de praktijkhouder, bijvoorbeeld door pensionering of structurele arbeidsongeschiktheid gedurende 3 jaren of meer, is dus een goede opvolging - ook uit een oogpunt van continuïteit voor de andere partijen - noodzakelijk.

(…) In algemene zin gaan praktijkhouders de verplichting aan dat nieuwe huisartsen, apothekers of fysiotherapeuten, die voor meer dan 30 % FTE in één der aangesloten praktijken komen werken, voor benoeming worden voorgesteld aan de andere praktijkhouders. Bij zeer zwaarwegende en goed gemotiveerde bezwaren van een der andere praktijkhouders, kunnen deze praktijkhouders per vacature tegen één sollicitant een bindend bezwaar inbrengen.

In algemene zin waarborgt de vertrekkende praktijkhouder bij praktijkbeëindiging adequate

opvolging en voortzetting van de praktijk binnen het Medische centrum. Indien de vertrekkende praktijkhouder een goede opvolging zelf niet wenst te organiseren of niet kan realiseren, dan biedt hij de praktijk aan aan zijn eventuele vakgenoot-praktijkhouder binnen het Medisch Centrum. Indien deze collega voortzetting van de praktijk niet kan of wil waarborgen, dan biedt de vertrekkende praktijkhouder zijn praktijk met cliënten aan aan de eigenaar van het Medisch Centrum, dan wel aan de eigenaar van het grootste aantal m2 van het Medisch Centrum. De vertrekkende partij spant zich daarbij al in de voorbereidingsfase van de praktijkbeëindiging maximaal in om de patiënten die tot zijn praktijk behoren optimaal over te dragen aan zijn opvolger of collega binnen het Medische centrum. De vertrekkende partij onthoudt zich van elk initiatief dat patiënten zou kunnen aanzetten tot de keuze van een huisarts buiten het medisch centrum. Uiteraard wordt de vrije keuze van de patiënt gerespecteerd voorzover die uit eigenen beweging en uitdrukkelijk een andere keuze wil maken."

2.5.

Na het sluiten van de intentieovereenkomst is het [naam centrum 2] gerealiseerd. [A] heeft de eigendom van het pand waarin [naam centrum 2] is gevestigd, ingebracht in Elongo, waarvan hij enig aandeelhouder en bestuurder is.

2.6.

Elongo heeft met alle deelnemers aan het [naam centrum 2] een afzonderlijke huurovereenkomst gesloten ter zake van de huur van hun respectieve praktijkruimtes. In de huurovereenkomst die Elongo in dit verband op 30 september 2011 met [X] heeft gesloten, staat onder meer het volgende vermeld:

"Voorwaarden

2.1

Van deze huurovereenkomst maken deel uit de ‘ALGEMENE BEPALINGEN HUUROVEREENKOMST KANTOORRUIMTE’ en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230A BW’, (…), hierna te noemen ‘algemene bepalingen’.

(…)

Duur, verlenging en opzegging

3.1

Deze huurovereenkomst is aangegaan voor de duur van 10 (= tien) jaar, ingaande op 01-05-2012 (= één mei tweeduizend en twaalf) en lopende tot en met 30-04-2022 (= dertig april tweeduizend en tweeëntwintig).

(…)

8.8

Huurder en verhuurder hebben in 2011 een intentieovereenkomst mbt ontwikkeling [naam centrum 2] te [plaats] met elkaar gesloten. (…) Paragraaf 2 - "Samenwerking" en paragraaf 4 - "Continuïteit” van de intentieovereenkomst maken deel uit van deze huurovereenkomst.

2.7.

Op grond van artikel 8.1 van de op de overeenkomst van toepassing zijnde algemene bepalingen is het [X] niet toegestaan het gehuurde zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Elongo te verhuren, onder te verhuren of aan derden in gebruik af te staan.

2.8.

[A] heeft in 2014 een huurovereenkomst voor bepaalde tijd gesloten met de heer [B] (hierna ook te noemen: [B] ) ter zake van twee praktijkruimtes in [naam centrum 1] . [B] oefende sindsdien in die praktijkruimtes zijn huisartsenpraktijk uit. Bij brief van 25 juni 2018 heeft [A] deze huurovereenkomsten opgezegd tegen 1 juli 2019.

2.9.

Bij Whatsapp-bericht van 9 juli 2018 heeft [X] aan [A] het volgende bericht:

"Ik geb met je te doen, ivm [B] [ [B] ; toevoeging voorzieningenrechter], jammer voor jullie beide dat het zo loopt. Sterkte."

2.10.

In oktober 2018 bracht [X] bij [A] ter sprake dat zij nadacht over de

beëindiging van haar praktijk en de overdracht daarvan aan een derde.

2.11.

Bij e-mail van 22 februari 2019 liet [X] aan [A] weten dat zij graag op korte termijn een gesprek met hem wilde, omdat zij nog geen overnamekandidaat had gevonden. Vervolgens zijn partijen gedurende een half jaar in overleg geweest over een potentiële kandidaat, met wie [A] contact had.

2.12.

Bij e-mail van 9 mei 2019 heeft [A] onder meer het volgende aan [X] bericht:

"Na mijn whatsapp van 12:24 waarin ik aangaf dat de gesprekspartner waarmee ik - op verzoek van en in overleg met jou - inmiddels al vele weken spreek, voor sorteert om met jou tot overnameafspraken te komen, kreeg ik twintig minuten later op 12:43 je mail bericht. Dat bericht verbijstert mij, ondermeer omdat je aankondigt met een niet nader benoemde partij verder te gaan die de praktijk buiten het medisch centrum wil voort zetten. (…) Voordat je andere opties overweegt, dient conform overeenkomst aanbieding aan Elongo te gebeuren. (…) 3. Het is onaanvaardbaar, als je je niet aan contracten houdt en zo doende andere praktijkhouders schade zou berokkenen, terwijl je op dit moment weet dat er een kandidaat op staat die voornemens is om tot overname van je praktijk per 1-1-20 te komen. Tegen die achtergrond zal Elongo BV je, dan mede ten behoeve van andere huurders, in volle omvang aan je huurovereenkomst en de intentieovereenkomst houden en met inzet van alle noodzakelijke middelen. Dat betreft onder meer:

a. Zonder toestemming van verhuurder is het niet toegestaan je huurovereenkomst of je

praktijk tussentijds over te dragen cq te laten exploiteren door een andere contractspartij.

Indien verhuurder met een nieuwe huurder een huurovereenkomst sluit, dan zal dit ongetwijfeld gepaard gaan met aanpassingen van de ruimte, maar ook met een nieuwe huurtermijn.

b. Indien je constateert dat je geen opvolger voor voortzetting van de praktijk in het

medisch centrum kunt krijgen (die ook door de praktijkhouders/eigenaar aanvaard wordt) dan dien je de praktijk aan te bieden aan de eigenaar van het Medisch centrum (Elongo BV)."

2.13.

Bij e-mail van 31 mei 2019 heeft [A] aan onder meer [X] bericht dat de overnamekandidaat met wie hij contact had, was afgehaakt.

2.14.

[X] heeft op 21 juni 2019 een overeenkomst gesloten met [B] getiteld 'Overeenkomst van praktijkoverdracht'. In die overeenkomst is onder meer het volgende bepaald:

"Artikel 1

[X] legt met ingang van 1 januari 2020 de praktijk neer ten behoeve van [B] , die deze praktijk op die datum overneemt, teneinde haar voort te zetten, waarbij hij de bevoegdheid heeft zich aan te kondigen als opvolger van [X] .

(...)

Artikel 7

[X] draagt met ingang van 1 januari 2020 de huurovereenkomst betreffende haar praktijk aan de [adresgegegevens] te [plaats] over aan [B] . [B] aanvaardt deze overdracht. Ingeval de verhuurder hiermee niet instemt, dan neemt [B] per 1 januari 2020 de (financiële) verplichtingen voortvloeiende uit deze huurovereenkomst over van [X] . (…)

Artikel 8

(…)

2. Gedurende de lopende huurovereenkomst wordt de (voormalige) praktijk [X]

voortgezet aan de [adresgegegevens] "

2.15.

[X] heeft daarna, op diezelfde dag, [A] per e-mail op de hoogte gebracht van de overdracht.

2.16.

In reactie op dat e-mailbericht heeft [A] diezelfde dag per e-mail onder meer het volgende aan [X] bericht:

"Als deze mededeling over enige tijd in juridisch juiste vorm wordt geformaliseerd, dan kan ik je vooruit lopend daarop, nu meedelen dat ik dat zal beoordelen als het niet/nakomen van de huurovereenkomst met Elongo BV en de daarmee samenhangende intentieovereenkomst. (…) Ik heb je eerder ook meegedeeld, dat Elongo BV niet zomaar met iedere kandidaat een huurovereenkomst zal willen sluiten. Dat probleem kan zich zeker voordoen met je collega [B] die ik, zoals je weet, om mij moverende redenen vorig jaar de huur op heb gezegd van [naam centrum 1] ."

2.17.

Bij brief van 4 juli 2019 heeft mr. Van der Kamp [X] namens Elongo c.s. aangeschreven en gewezen op het feit dat een continuïteitsbeding onderdeel uitmaakt van de intentieovereenkomst en de huurovereenkomst en aangegeven dat overdracht van haar praktijk aan [B] met dit beding in strijd zou komen. [X] werd gesommeerd om haar verplichtingen na te komen en schriftelijk te bevestigen dat zij dit zou doen.

2.18.

Mr. Van der Kamp heeft bij brief van eveneens 4 juli 2019 [B] namens Elongo c.s. aangeschreven en heeft hem erop gewezen dat een overname van de praktijk van [X] in strijd is met het continuïteitsbeding en dat hij onrechtmatig van de wanprestatie van [X] zou profiteren indien deze overname zou worden doorgezet. Hij heeft [B] gesommeerd om er daarom vanaf te zien.

2.19.

Mr. Lenting heeft namens [X] en [B] bij brief van 13 augustus 2019 afwijzend op de sommatiebrieven van 4 juli 2019 gereageerd.

2.20.

In augustus 2019 heeft [B] een eigen huisartsenpraktijk geopend aan

de [adresgegegevens] te [plaats] . Daar is hij sindsdien vier dagen per week werkzaam als huisarts.

2.21.

Na het sluiten van de overeenkomst met [B] heeft [X] haar contracten met de zorgverzekeraars per 1 januari 2020 opgezegd, de AGB-codes van de praktijk per 1 januari 2020 opgezegd, haar contract met de leverancier van het Huisartseninformatiesysteem per 1 januari 2020 opgezegd en dossiers overgezet.

2.22.

Bij exploot van 14 oktober 2019 heeft [A] [B] gedagvaard voor deze rechtbank in verband met het niet-nakomen van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst met betrekking tot de praktijkruimtes in [naam centrum 1] en onder meer gevorderd dat [B] wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 12.875,- aan huurpenningen en servicekosten c.q. vergoedingen over de maanden mei 2019 t/m september 2019 en een bedrag van € 12.600,- aan reeds verbeurde boetes wegen het niet tijdig betalen na de huurpenningen c.q. vergoedingen.

3 Het geschil in conventie

3.1.

Elongo c.s. vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad,

I. [X] zal verbieden om haar huisartsenpraktijk dan wel van tot deze praktijk

behorende c.q. in die praktijk ingeschreven patiënten direct of indirect over te dragen aan de heer [B] , een en ander op straffe van een dwangsom van € 100.000,- indien [X] dit verbod overtreedt, te vermeerderen met € 10.000,-voor iedere dag, een dagdeel daaronder begrepen, dat de overtreding van dit verbod

voortduurt;

II. [X] zal verbieden haar huisartsenpraktijk dan wel van tot deze praktijk behorende

c.q. in die praktijk ingeschreven patiënten over te dragen aan een huisarts of andere partij die deze huisartsenpraktijk niet binnen [naam centrum 2] zal voortzetten, een en ander op straffe van een dwangsom van € 100.000,- indien [X] dit verbod overtreedt, te vermeerderen met € 10,000,- voor iedere dag, een dagdeel daaronder begrepen, dat de overtreding van dit verbod voortduurt;

III. [X] zal veroordelen om zich te onthouden van elk initiatief dat patiënten zou kunnen aanzetten tot de keuze voor een huisarts buiten [naam centrum 2] , een en ander op straffe van een dwangsom van € 10.000,- voor iedere overtreding van deze veroordeling;

IV. [X] zal gebieden om, binnen twee weken na het in deze zaak te wijzen vonnis,

althans binnen een in het in deze zaak te wijzen vonnis in goede justitie te bepalen

termijn, haar huisartsenpraktijk voor overname aan te bieden aan een huisarts die thans

praktijk houdt in [naam centrum 2] en voorts, indien geen van deze huisartsen bereid of in staat is de huisartsenpraktijk van [X] over te nemen, binnen twee weken nadat daarvan is gebleken, althans binnen een in het in deze zaak te wijzen vonnis in goede justitie te bepalen termijn, deze huisartsenpraktijk voor overname aan te bieden aan Elongo, zulks op straffe van een dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag,

een dagdeel daaronder begrepen, dat [X] nalaat dit gebod na te leven;

V. [X] zal veroordelen in de kosten van dit geding, de nakosten daaronder begrepen.

3.2.

[X] voert verweer met conclusie tot afwijzing van de vordering.

3.3.

Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

[X] vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad:

I. [Z] en/of Elongo zal veroordelen om zich te onthouden van ieder initiatief,

handeling en/of gedraging die belemmert of bemoeilijkt dat [X] de overeenkomst van praktijkoverdracht tussen haar en [B] per 1 januari 2020 kan nakomen, een en ander op straffe van een dwangsom van € 100.000,- als Elongo deze veroordeling overtreedt, te vermeerderen met € 10.000,- voor iedere dag, een dagdeel daaronder begrepen, dat de overtreding van deze veroordeling voortduurt;

II. Elongo in haar hoedanigheid van verhuurder te veroordelen om medewerking te verlenen aan het overdragen door Huisartsenpraktijk [X] van haar rechtsverhouding tot Elongo aan [B] , zoals beschreven in de huurovereenkomst van 30 september 2011 tussen Elongo, een en ander op straffe van een dwangsom van € 100.000,- als Elongo deze veroordeling overtreedt, te vermeerderen met € 10.000,- voor iedere dag, een dagdeel daaronder begrepen, dat de overtreding van deze veroordeling voortduurt;

III. Elongo in haar hoedanigheid van verhuurder te veroordelen om na de contractsoverneming haar verplichtingen voortvloeiende uit de huurovereenkomst jegens [B] zodanig na te komen dat het voor [B] als opvolgend huurder mogelijk is om de praktijk van [X] binnen het [naam centrum 2] voort te zetten, een en ander op straffe van een dwangsom van € 100.000,- als Elongo deze veroordeling overtreedt, te vermeerderen met € 10.000,- voor iedere dag, een dagdeel daaronder begrepen, dat de overtreding van deze veroordeling voortduurt;

IV. [Z] en/of Elongo te veroordelen om toestemming te geven aan het bedrijf Cobbler of een soortgelijk bedrijf om alle benodigde activiteiten in het pand c.q. aan de ICT infrastructuur/telefonie en de infrastructuur van de telefooncentrale in het pand [naam centrum 2] te verrichten, zodat vanaf 1 januari 2020 in de thans door [X] gehuurde ruimten van [naam centrum 2] gebruik kan worden gemaakt van het huisartseninformatiesysteem (HIS) Medicom, alsmede dat vanuit die ruimten via de telefooncentrale van [B] telefonie mogelijk is, een en ander op straffe van een dwangsom van € 100.000,- als Elongo deze veroordeling overtreedt, te vermeerderen met € 10.000,- voor iedere dag, een dagdeel daaronder begrepen, dat de overtreding van deze veroordeling voortduurt;

V. Iedere andere voorziening te treffen die de voorzieningenrechter geraden voorkomt met inachtneming van de belangen van [X] ;

VI. Apotheek [A] en Elongo te veroordelen in de kosten van dit geding, zowel in
conventie als in reconventie, de nakosten daaronder begrepen.

4.2.

Elongo c.s. voert verweer met conclusie tot afwijzing van de vordering.

4.3.

Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling in conventie

Spoedeisend belang

5.1.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter volgt het spoedeisend belang van Elongo c.s. voldoende uit haar stellingen. Het spoedeisend belang is overigens ook niet betwist.

5.2.

Elongo c.s. heeft hoofdzakelijk het volgende aan haar vordering ten grondslag gelegd. Het samenwerkingsbeding en het continuïteitsbeding maken onderdeel uit van zowel de intentieovereenkomst als de huurovereenkomst. [X] is daaraan zowel jegens [Z] als Elongo gebonden. Op grond van die bedingen mag van [X] worden verwacht dat zij zich ervoor inspant om een adequate opvolger te vinden die haar praktijk binnen het [naam centrum 2] voortzet en die past binnen de samenwerking tussen de praktijkhouders in het [naam centrum 2] . [B] voldoet niet aan deze criteria van een adequate opvolger. Nu [X] een adequate opvolging zelf niet kan realiseren, dient de praktijk op grond van het continuïteitsbeding aan een eventuele vakgenoot-praktijkhouder binnen het [naam centrum 2] te worden aangeboden. Indien deze collega's de praktijk niet kunnen of willen voortzetten, dan moet de praktijk worden aangeboden aan de eigenaar van het [naam centrum 2] . Beide aanbiedingen hebben nog niet plaatsgevonden. Uit de huurovereenkomst en de algemene bepalingen daarbij volgt voorts dat [X] tot in ieder geval het einde van de thans lopende termijn verplicht is om het gehuurde zelf conform de bestemming van een huisartsenpraktijk te gebruiken. Zonder toestemming van Elongo staat het haar niet vrij dit gebruik te staken of het gehuurde onder te verhuren of aan een derde in gebruik te geven. Elongo heeft gegronde redenen om als verhuurder niet in te stemmen met contractsovername door [B] . Tot slot is [X] op grond van het continuïteitsbeding verplicht zich te onthouden van elk initiatief dat patiënten zou kunnen aanzetten tot de keuze voor een huisarts buiten het [naam centrum 2] . Haar overeenkomst met [B] is hiermee in strijd.

Verplichtingen [X]

5.3.

[X] heeft in de eerste plaats aangevoerd dat de bepalingen in de intentieovereenkomst geen bindende afspraken zijn maar intenties die tijdens de samenwerking nog nader vormgegeven moesten worden. Veel van de intenties zijn volgens haar in de praktijk niet verwezenlijkt. Dat ook [A] de intentieovereenkomst niet als bindend beschouwt, blijkt volgens [X] uit het feit dat hij een aangepaste en afgeslankte intentieovereenkomst ter ondertekening heeft aangeboden aan mevrouw [C] (hierna: [C] ), een huisarts die begin 2019 de huisartsenpraktijk van wijlen de heer [D] (hierna: [D] ) in het [naam centrum 2] heeft overgenomen. Zo is in die versie de tekst van het continuïteitsbeding ingekort en is de passage verwijderd, waarin is bepaald dat de vertrekkende praktijkhouder zijn praktijk met cliënten dient aan te bieden aan de eigenaar van het [naam centrum 2] . Ook is in die versie de eis geschrapt dat een vertrekkende praktijkhouder zich maximaal moet inspannen om zijn patiënten over te dragen aan zijn opvolger of opvolger binnen het [naam centrum 2] en dat hij zich dient te onthouden van elk initiatief dat patiënten zou kunnen aanzetten tot de keuze van een huisarts buiten het [naam centrum 2] .

5.4.

De voorzieningenrechter volgt [X] niet in dit verweer en overweegt daartoe als volgt. Uit de inhoud van het hoofdstuk "Inleiding" in de intentieovereenkomst blijkt dat de reden voor het sluiten van de intentieovereenkomst was dat er financiële investeringen moesten worden gedaan om het [naam centrum 2] te kunnen realiseren. Alvorens deze investeringen te doen met alle risico's van dien, wilde [Z] blijkens de tekst van de inleiding dat de andere deelnemers zich zouden binden aan de uitgangspunten voor het [naam centrum 2] en zouden garanderen dat zij in het gebouw hun praktijk zouden gaan uitoefenen als het gebouw binnen de kaders die tot dan waren besproken, zou worden gerealiseerd. Dit duidt niet op een overeenkomst met een vrijblijvend, niet-bindend karakter.

5.5.

De redactie van de bepalingen waar het in dit kort geding om gaat, het samenwerkingsbeding en het continuïteitsbeding, duidt evenmin op niet-bindende afspraken. Zo is in het continuïteitsbeding bepaald dat de praktijkhouders de verplichting aangaan dat nieuwe huisartsen, apothekers of fysiotherapeuten, die voor meer dan 30% FTE in een van de aangesloten praktijken komen werken, voor benoeming worden voorgesteld aan de andere praktijkhouders en dat een vertrekkende praktijkhouder bij het beëindigen van de praktijk de adequate opvolging en voortzetting van de praktijk binnen het [naam centrum 2] waarborgt. Het 'stappenplan' in het continuïteitsbeding dat beschrijft welke stappen doorlopen moeten worden door een vertrekkende praktijkhouder die zijn praktijk wil overdragen, is ook dwingend geformuleerd.

5.6.

[X] heeft geen feiten of omstandigheden aangedragen op grond waarvan zij bij het aangaan van de intentieovereenkomst desondanks redelijkerwijs mocht menen dat zij niet aan de hiervoor genoemde bepalingen zou kunnen worden gehouden. [X] is daarom aan deze bepalingen gebonden.

5.7.

Het feit dat [A] [C] een aangepaste en afgeslankte (intentie)overeenkomst heeft aangeboden, maakt niet dat [X] niet langer gebonden zou zijn aan de verplichtingen die zij bij het aangaan van de intentieovereenkomst heeft aanvaard. Voorop staat dat wat [A] met [C] heeft afgesproken, de verplichtingen van [X] jegens Elongo c.s. niet raakt. Elongo c.s. heeft bovendien voldoende toegelicht dat de situatie bij de overname van de huisartsenpraktijk van [D] door [C] wezenlijk verschilt van de situatie waarin [X] haar praktijk wil overdragen aan [B] . Door het overlijden van [D] in april 2017 moest Elongo c.s. de huisartsenpraktijk overnemen en met inzet van waarnemers draaiende houden, zodat de zorg werd voortgezet en de praktijkruimte binnen het [naam centrum 2] niet leeg zou komen te staan, met alle nadelige gevolgen van dien. Het was daarom voor Elongo c.s. van groot belang om op korte termijn een opvolger voor de praktijk te vinden, ook als die opvolger niet alle verplichtingen op zich wilde nemen, die [D] destijds had aanvaard. Voor [X] geldt dat zij de mogelijkheid (en verplichting) heeft om, als zij geen geschikte opvolger kan vinden, haar praktijk aan te bieden aan Elongo en zij verkeert dus in een andere positie.

5.8.

Daar komt nog bij dat [X] ook gebonden is aan de huurovereenkomst met Elongo. Niet in geschil is dat [X] op grond van die overeenkomst en de daarop van toepassing zijnde algemene bepalingen tot in ieder geval het einde van de thans lopende termijn verplicht is om het gehuurde zelf conform de bestemming van een huisartsenpraktijk te gebruiken en dat zij zonder toestemming van Elongo als verhuurder de praktijkruimte niet mag verhuren, onderverhuren of aan een derde in gebruik mag geven.

[B]

5.9.

Elongo c.s. heeft bezwaren tegen de overdracht van de praktijk van [X] aan [B] en zij wenst vanwege die bezwaren daaraan niet mee te werken, niet als verhuurder (Elongo) en niet als medepraktijkhouder in het [naam centrum 2] ( [Z] ). Hiertoe heeft zij samengevat het volgende gesteld. In de circa vijf jaar dat [B] huurder van hem was in [naam centrum 1] heeft [A] hem leren kennen als iemand die het conflict opzoekt en spanningen veroorzaakt, ook bij zijn collega’s. [B] weigerde daags na zijn intrek in [naam centrum 1] om de overeengekomen overnamesom te betalen aan de vertrekkende huisarts (de heer [E] ) en is hiertoe uiteindelijk in een arbitrageprocedure veroordeeld. Een discussie over de praktijkwaarneming kreeg een onaangename wending, omdat men (de betrokken huisartsen) het niet eens werd over de kosten. Dat gaf voor [B] aanleiding tot het dreigen met een kort geding. Een meningsverschil over een gemeenschappelijk toilet werd door [B] opgelost door dit toilet af te sluiten. Tegen een huisarts die de sleutel van dit gemeenschappelijke toilet bij de balie van de praktijk van [B] had opgehaald, werd door [B] aangifte gedaan. Alhoewel [A] hier als de verhuurder buitenstond, heeft [B] om reden van dit geschil de huur ingehouden. [B] betaalde sowieso de huur niet op tijd of onvolledig en heeft de huur in de laatste maanden van de huurovereenkomst zonder enige reden geheel niet voldaan. Overleg over de oplevering van het gehuurde bleek onmogelijk en een met veel moeite geplande voorinspectie leidde tot een verbale bedreiging met "een tik op je bek" en zelfs het fysiek vastgrijpen van [A] door [B] . [A] heeft thans nog een procedure lopen tegen [B] bij de kantonrechter wegens de huurachterstand en het niet op correcte wijze opleveren van het gehuurde. Er is sprake van een patroon in het gedrag van [B] . Zo is [A] ermee bekend dat [B] werkzaam was als inspecteur bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Vanwege eigengereid, solistisch optreden en een slechte samenwerking is hij door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ontslagen. Ook dat leidde tot het indienen van een schadeclaim en voeren van een rechtszaak door [B] . De uitkomst hiervan was dat de Staat zijn schade op [B] kon verhalen en het ontslag standhield.

5.10.

[X] heeft aangevoerd dat zij met de keuze voor [B] heeft voorzien in een adequate opvolger voor haar praktijk. Zij stelt dat [B] een kundig huisarts is en dat de huisartsen met wie [B] in het [naam centrum 2] moet samenwerken, geen bezwaar hebben tegen zijn komst. Bovendien is [B] vorig jaar nog herkozen tot voorzitter van de huisartsengroep ( [naam huisartsengroep] , een samenwerkingsverband van huisartsen, waarin ook de huisartsen van het [naam centrum 2] zijn vertegenwoordigd.

5.11.

Uit hetgeen Elongo c.s. naar voren heeft gebracht, volgt dat sprake is van een slechte verstandhouding en van geschillen tussen [A] en [B] en dat deze hun oorsprong vinden in een recente, eerdere huur- en samenwerkingsrelatie binnen een ander medisch centrum. [X] was daarmee tot zekere hoogte bekend, zo blijkt uit haar WhatsApp-bericht van 9 juli 2018 (geciteerd in 2.9). Niet gebleken is dat de slechte verstandhouding en de geschillen in overwegende mate aan [A] zijn te wijten. Gelet op de slechte verstandhouding en de geschillen kan [X] in redelijkheid niet van Elongo vergen dat zij juist [B] als nieuwe huurder, onderhuurder, medehuurder of gebruiker van de praktijkruimtes van [X] accepteert. Evenmin kan zij in redelijkheid van [Z] vergen [B] als nieuwe praktijkhouder binnen het samenwerkingsverband van de [naam centrum 2] te accepteren. Alle verweren van [X] die dit miskennen, stuiten daarop af. Dat [X] zich reeds jegens Joelomsingh heeft verbonden tot overdracht van haar praktijk, legt in dit verband onvoldoende gewicht in de schaal. Het had op zijn minst op haar weg gelegen om vooraf na te gaan of Elongo c.s. bezwaren tegen [B] had. Zij wist immers dat de toestemming van Elongo c.s. nodig was. Zij wist bovendien dat er onenigheid tussen [A] en [B] was. Het laat zich overigens in de gegeven omstandigheden ook moeilijk voorstellen dat [B] zonder meer heeft aangenomen dat Elongo c.s. hem als huurder en collega-praktijkhouder zou aanvaarden, gelet op de voorgeschiedenis in het [naam centrum 1] en de nasleep daarvan.

Vorderingen

5.12.

De vordering onder I betreft het verbod om de huisartsenpraktijk of de tot deze praktijk behorende patiënten direct of indirect over te dragen aan [B] . Deze vordering is toewijsbaar, zoals volgt uit het voorgaande en de verplichting van [X] op grond van de intentieovereenkomst om zich te onthouden van elk initiatief dat patiënten zou kunnen aanzetten tot de keuze van een huisarts buiten het [naam centrum 2] . De voorzieningenrechter zal aan overtreding van dit verbod een eenmalige dwangsom verbinden van € 100.000,-.

5.13.

De voorzieningenrechter ziet geen grond voor toewijzing van de vordering onder II. Deze vordering strekt ertoe [X] te verbieden haar huisartsenpraktijk of de tot deze praktijk behorende patiënten over te dragen aan een huisarts of andere partij die deze huisartsenpraktijk niet binnen het [naam centrum 2] zal voortzetten. Er bestaat namelijk vooralsnog geen aanleiding om te veronderstellen dat [X] dit van plan is. Elongo c.s. heeft daarom geen belang bij een verbod daartoe.

5.14.

De onder III gevorderde veroordeling van [X] om zich te onthouden van elk initiatief dat patiënten zou kunnen aanzetten tot de keuze voor een huisarts buiten het [naam centrum 2] , acht de voorzieningenrechter op grond van de intentieovereenkomst wel toewijsbaar. Deze veroordeling strekt er mede toe om te voorkomen dat het hiervoor bedoelde verbod tot overdracht van deze patiënten wordt omzeild, in die zin dat patiënten door een initiatief van [X] , toch patiënt van [B] worden. De voorzieningenrechter zal aan deze veroordeling een dwangsom van € 5.000,- voor iedere overtreding daarvan verbinden en de uit hoofde van deze veroordeling te verbeuren dwangsommen maximeren op € 100.000,-.

5.15.

De voorzieningenrechter zal het onder IV gevorderde gebod afwijzen. Het is aan [X] om te bepalen wat zij na dit vonnis met haar huisartsenpraktijk wil doen. Zij is nog niet verplicht om deze aan te bieden aan een huisarts die praktijk houdt in het [naam centrum 2] of aan Elongo. Zij kan er ook voor kiezen om de praktijk zelf voort te zetten, al dan niet met behulp van een of meer waarnemers, of om de praktijk aan een andere huisarts over te dragen die de praktijk in het [naam centrum 2] wil voortzetten. Het enkele feit dat Elongo c.s. [B] niet als opvolger hoeft te accepteren, wil immers niet zeggen dat er geen andere aanvaardbare opvolgers zullen zijn.

Proceskosten

5.16.

[X] zal worden veroordeeld in de proceskosten, omdat zij grotendeels in het ongelijk is gesteld. De proceskosten tot heden aan de zijde van Elongo c.s. worden vastgesteld op:

- dagvaarding € 81,83

- griffierecht € 639,00

- salaris advocaat € 980,00

totaal € 1.700,83

5.17.

Ook de gevorderde nakosten zijn toewijsbaar op de wijze die hierna in het dictum wordt weergegeven.

6 De beoordeling in reconventie

6.1.

Gelet op hetgeen in conventie is overwogen, dienen de vorderingen in reconventie te worden afgewezen. Deze vorderingen hebben namelijk alle tot uitgangspunt dat de huisartsenpraktijk door [X] aan [B] wordt overgedragen, hetgeen in conventie nu juist zal worden verboden.

6.2.

De proceskosten komen voor rekening van [X] , omdat zij in het ongelijk is gesteld. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten tot heden aan de zijde van Elongo c.s. vast op nihil, omdat zij in reconventie geen werkzaamheden heeft verricht die een afzonderlijke vergoeding rechtvaardigen.

7 De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie

7.1.

verbiedt [X] om haar huisartsenpraktijk dan wel tot deze praktijk behorende c.q. in die praktijk ingeschreven patiënten direct of indirect over te dragen aan de heer [B]

7.2.

veroordeelt [X] om na betekening van dit vonnis aan Elongo c.s. eenmaal een dwangsom te betalen van € 100.000,-, zodra [X] het in 7.1 uitgesproken verbod overtreedt;

7.3.

veroordeelt [X] om zich te onthouden van elk initiatief dat patiënten zou kunnen aanzetten tot de keuze voor een huisarts buiten [naam centrum 2] ,

7.4.

veroordeelt [X] om na betekening van dit vonnis aan Elongo c.s. een dwangsom te betalen van € 5.000,- voor iedere overtreding van de in 7.3 uitgesproken veroordeling, tot een maximum van € 100.000,- is bereikt;

7.5.

veroordeelt [X] in de proceskosten, aan de zijde van Elongo c.s. tot op heden vastgesteld op € 1.700,83;

7.6.

veroordeelt [X] in de kosten die na dit vonnis ontstaan, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [X] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak;

7.7.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

7.8.

wijst af het meer of anders gevorderde;

in reconventie

7.9.

wijst de vordering af;

7.10.

veroordeelt [X] in de proceskosten, aan de zijde van Elongo c.s. tot op heden vastgesteld op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Los en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.

fn: 445