Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2019:534

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
13-02-2019
Datum publicatie
20-02-2019
Zaaknummer
C/18/184980 / JE RK 18-411
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Uithuisplaatsing. Verklaring gedragswetenschapper. Vervolg op ECLI:NL:RBNNE:2018:5350. De GI houdt zich niet aan wat de kinderrechter in zijn tussenbeschikking heeft bepaald en verzuimt bovendien ook om een verklaring van een gedragswetenschapper over te leggen waaruit de instemming met de gesloten plaatsing blijkt. De kinderrechter wijst het verzoek, de machtiging voor een gesloten uithuisplaatsing, af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2019-0059
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Groningen

zaakgegevens : C/18/184980 / JE RK 18-411

Proces-verbaal van mondelinge uitspraak, zoals bedoeld in art. 30p Rv, gedaan op 13 februari 2019


in de zaak van

de gecertificeerde instelling

Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering,

die gevestigd is in Groningen,

en die hierna "de GI" wordt genoemd,

die betrekking heeft op

[minderjarige] ,

die geboren is op [geboortedatum] in [geboorteplaats],

en die hierna "[minderjarige]" wordt genoemd,

advocaat mr. G.I.T. Spaan, die kantoor houdt in Groningen.

De kinderrechter merkt als informant aan:

Familie [naam 1], die hierna "de pleegouders" of "de grootouders" worden genoemd,

die wonen in [woonplaats].

1 De procedure

1.1.

De kinderrechter heeft op 21 december 2018 een tussenbeschikking gegeven (ECLI:NL:RBNNE:2018:5350). Daarin is onder meer overwogen, voor zover hier van belang, dat een kinderrechter blind moet kunnen vertrouwen op de informatie die een GI vertrekt en dat er redenen zijn om te twijfelen aan de juistheid van de door de GI gegeven informatie en dat het daarom de vraag is of de GI de informatie heeft gegeven die nodig is om een verantwoord oordeel te kunnen geven over de door de GI verzochte verlenging van de uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten instelling. De kinderrechter heeft daarom de zaak aangehouden en bepaald dat de in die beschikking genoemde aan de GI verbonden personen ter zitting moeten verschijnen om duidelijkheid te geven over de informatie die tot dat moment aan de kinderrechter was verstrekt. De kinderrechter heeft om de termijn veilig te stellen tot het moment dat de zaak opnieuw ter zitting zou worden behandeld, de machtiging voorlopig verleend.

1.2.

De kinderrechter heeft van de GI een plan van aanpak ontvangen op 7 februari 2019.

1.3.

Op 13 februari 2019 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting achter gesloten deuren behandeld. Verschenen en gehoord zijn mevrouw [naam 2] en [naam 3] die de GI vertegenwoordigen, de advocaat van [minderjarige], en de pleegouder. Voorafgaand aan de zitting heeft de kinderrechter met [minderjarige] en haar advocaat gesproken.

1.4.

Van wat ter zitting is besproken, heeft de griffier aantekeningen gemaakt aan de hand waarvan over het verhandelde ter zitting een afzonderlijk proces-verbaal kan worden opgemaakt.

2 De beoordeling

2.1.

De kinderrechter heeft ter zitting mondeling uitspraak gedaan. Hij heeft daartoe aan betrokkenen mededeling gedaan van de navolgende gronden, zakelijk weergegeven:

  • -

    dat te beoordelen staat of voor de resterende duur van de verzochte periode de machtiging tot uithuisplaatsing in de zin van art. 1:265b lid 4 BW moet worden gegeven;

  • -

    dat de GI zich niet heeft gehouden aan de tussenbeschikking en niet de personen heeft voorgebracht die de kinderrechter wilde spreken over de wijze waarop een eerdere brief van de GI tot stand is gekomen, de ondertekening van de brief en de juistheid van de daarin aan de kinderrechter gegeven informatie;

  • -

    dat dit klemt omdat het plan van aanpak zoals dat op 7 februari 2019 is ontvangen, goeddeels overeenstemt met de eerdere brief waarvan vaststaat dat die brief niet is opgesteld en is ondertekend door de personen die onder die brief staan vermeld en de brief hebben ondertekend;

  • -

    dat het plan van aanpak bovendien gebrekkig is en onvoldoende zicht geeft op de termijn waarbinnen [minderjarige] geplaatst kan worden in een voor haar passende voorziening;

  • -

    dat de GI ter zitting met zoveel woorden zelf ter zitting heeft gesteld dat [minderjarige] niet thuishoort in een gesloten instelling;

  • -

    dat boven alles het verzoek tot verlenging afstuit op het ontbreken van de toetsing door een gedragswetenschapper of de geslotenheid inderdaad noodzakelijk is, zoals art. art. 6.1.2 lid 6 van de Jeugdwet dwingend voorschrijft;

  • -

    dat voor zover alle andere, ernstige, verzuimen van de GI zich al niet tegen toewijzing van het verzoek tot verlenging verzetten, dat verzoek hoe dan ook afstuit op het ontbreken van vorenbedoelde instemmende verklaring van een gedragswetenschapper;

  • -

    dat gelet op de ingrijpendheid van de verzochte maatregel er aanleiding bestaat om direct mondeling uitspraak te doen en dat die uitspraak met zich brengt dat de voorlopige verlening, gegeven in de tussenbeschikking van 21 december 2018, niet meer geldt en daarvoor in de plaats treedt deze definitieve uitspraak waarin het verzoek van de GI wordt afgewezen.

2.2.

De kinderrechter heeft vervolgens meegedeeld dat zijn beslissing is dat hij het verzoek van de GI afwijst.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat door mr. B.R. Tromp, kinderrechter, is vastgesteld en ondertekend op 14 februari 2019.