Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2019:5281

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
20-12-2019
Datum publicatie
20-12-2019
Zaaknummer
LEE 19-04213
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Evenementenvergunning voor "3FM Serious Request" op de Ossenmarkt te Groningen. Onjuiste procedure gevoerd? Openbare veiligheid voldoende gewaarborgd, gelet op het ingediende beveiligingsplan, veiligheidsplan en calamiteitenplan alsmede de adviezen van de hulpverleningsdiensten. Gelet op de bevindingen van het akoestische onderzoek is het binnenniveau qua geluid in de woning van verzoeker boven de geluidsnorm van 55 dB(A), zodat er sprake is van onduldbare hinder tijdens de maximale geluidsbelasting op de gevel van zijn woning. Dat gegeven stelt hogen eisen aan de door de burgemeester te verrichten belangenafweging. Gelet op de zwaarwegende belangen aan de zijde van vergunninghoudster en derde-belanghebbende en het feit dat het gaat om een éénmalig kortdurend evenement met een charitatief karakter en landelijke uitstraling, is de belangenafweging niet kennelijk onredelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Bestuursrecht

locatie Groningen

zaaknummer: LEE 19/4213

uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 december 2019 in de zaak tussen

[verzoeker], te [plaats], verzoeker,

en

de burgemeester van de gemeente Groningen, verweerder,

(gemachtigde: mr. R. Snel).

Als derde-partijen hebben aan het geding deelgenomen:

1. de Stichting Nederlandse Publieke Omroep, gevestigd te Hilversum, vergunninghoudster,

(gemachtigde: A. Groothuis),

2. de Vereniging het Nederlandse Rode Kruis, gevestigd te Den Haag, derde-belanghebbende,

(gemachtigde: H. Emmering).

Procesverloop

Bij besluit van 3 december 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan vergunninghoudster een evenementenvergunning onder voorschriften verleend voor het evenement “3FM Serious Request: The Lifeline” op de Ossenmarkt, op het Guyotplein en in de Nieuwe Boteringestraat te Groningen op 24 december 2019 van 18.00 tot 22.30 uur.

Tegen dit besluit heeft verzoekster een bezwaarschrift bij verweerder ingediend. Tevens heeft verzoekster bij brief van 10 december 2019 aan de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het verzoek is behandeld op de zitting van 19 december 2019.

Verzoeker is in persoon verschenen.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, J. Christensen en

A. Marrink.

Namens vergunninghoudster zijn voornoemde gemachtigde en [betrokkene] verschenen.

Namens derde-belanghebbende is voornoemde gemachtigde verschenen.

Overwegingen

Feiten en omstandigheden

1. Bij zijn oordeelsvorming betrekt de voorzieningenrechter de navolgende feiten en omstandigheden.

1.1.

Verzoeker is eigenaar van en woonachtig op het perceel [adres] te [plaats].

1.2.

Vergunninghoudster heeft op 13 september 2019 een aanvraag om evenementen-vergunning voor het evenement “3FM Serious Request: The Lifeline” op de Ossenmarkt, op het Guyotplein en in de Nieuwe Boteringestraat te Groningen op 24 december 2019, van 18.00 tot 22.30 uur, bij verweerder ingediend.

De aanvraag om evenementenvergunning heeft betrekking op de navolgende activiteiten:

- opbouw: 20 december tot en 23 december 2019, dagelijks van 08.00 tot 20.00 uur;

- evenement: 24 december 2019, van 18.00 tot 22.30 uur;

- afbouw: 24 december 2019, afbouw techniek direct na het evenement;

27 december en 28 december 2019, dagelijks van 08.00 tot 20.00 uur.

Bij de aanvraag heeft vergunninghoudster een veiligheidsplan, een beveiligingsplan, een calamiteitenplan, een gezondheidsplan, een verkeers- en vervoersplan, een akoestisch rapport en een stikstofberekening aan verweerder overgelegd.

1.3.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder aan vergunninghoudster een evenementenvergunning onder voorschriften verleend voor het evenement “3FM Serious Request: The Lifeline” op de Ossenmarkt, op het Guyotplein en in de Nieuwe Boteringestraat te Groningen op 24 december 2019 van 18.00 tot 22.30 uur.

Toepasselijke regelgeving

2. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld de voorzieningenrechter van de bestuursrechter op verzoeker een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2.1.

Ingevolge artikel 1:10 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Groningen 2009 (APVG) kan een vergunning of ontheffing door het daartoe bevoegde gezag worden geweigerd in het belang van:

a. de openbare orde;

b. de openbare veiligheid;

c. de volksgezondheid;

d. de bescherming van het milieu.

Ingevolge artikel 2:18, eerste lid, van de APVG wordt, voor zover thans van belang, onder een evenement verstaan: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak.

Ingevolge artikel 2:18, tweede lid, aanhef en onder c, van de APVG wordt onder evenement mede verstaan: een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3, op de weg.

Ingevolge artikel 2:19, eerste lid, van de APVG is het verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

Ingevolge artikel 2:19, derde lid, van de APVG kan de vergunning, naast de weigerings-gronden genoemd in artikel 1:10 van deze verordening, ook worden geweigerd indien:

- de aard en het karakter van de locatie waarvoor een vergunning is aangevraagd zich verzetten tegen het houden van een evenement of

- door het toestaan van het aangevraagde evenement of de aangevraagde evenementen geen gevarieerd programma van evenementen ontstaat.

2.2.

Verweerder heeft de beleidsregel “Vergunningen Evenementen” (hierna: de beleidsregel) vastgesteld.

In hoofdstuk 3 van de beleidsregel is vermeld dat er in verband met de normstelling voor evenementen de drie navolgende locaties worden onderscheiden:

- De binnenstad: het gebied binnen de diepenring, inclusief het water voor evenementen die op het water plaatsvinden;

- De binnenstad plus: de binnenstad en enkele (evenementen)locaties dichtbij de binnenstad: Westerhaven, Damsterplein, Ossenmarkt , Ebbingekwartierterrein en Noorderplantsoen;

- Het gebied buiten de binnenstad plus.

In paragraaf 3.2 “Geluidsnormen” van de beleidsregel is onder meer vermeld dat in beginsel in de hele stad een geluidsnorm van 85 dB(A) en 100 dB(C) geldt. Met deze geluidsnorm zijn muziekevenementen mogelijk. Doorgaans wordt daarbij het geluidsniveau vastgesteld op de gevel van de dichtstbijzijnde / meest geluidgevoelige woning. Bij evenementenlocaties op grote afstand van woningen geeft deze geluidsnorm onnodig veel geluidsruimte. Een geluidsnorm zal dan gelden op een door de gemeente te bepalen afstand van het podium, bijvoorbeeld een geluidsnorm van 100 dB(A) en 115 dB(C) gemeten op het mengpaneel of op 15 meter voor het podium. De geluidsnormen gelden zowel overdag als in de avond.

Locatie

Geluidsnorm

Binnenstad en buiten de binnenstad

85 dB(A)/100 dB(C)

In paragraaf 3.3.1 “Locatieprofielen” is onder meer vermeld dat binnen de algemene regels het aantal muziekevenementen met een specifiek karakter kunnen worden beperkt. De belasting voor de omgeving is bij sommige muzieksoorten groter dan bij andere. Er zijn wat dat betreft grote verschillen tussen een klassiek concert, het optreden van een singer-songwriter, een band met popmuziek of een hardcore dance festival.

Beperkingen kunnen worden opgenomen in de locatieprofielen, waarmee vanaf 2015 voor de belangrijke locaties wordt gewerkt. Het gaat daarbij om de locaties waar middelgrote en grote evenementen kunnen worden georganiseerd. Voorlopig gaat het om: Grote Markt, Vismarkt, Waagplein, Ossenmarkt, Damsterplein, Westerhaven, Ebbingekwartier, Noorder-plantsoen, Drafbaan Stadspark, Kardingeplas, P2 Euroborg en Roodehaan.

In de profielen wordt rekening gehouden met de fysieke omstandigheden van de locatie, het akoestisch profiel, de nabijheid van woningen of andere voorzieningen, de aanwezigheid van kwetsbare natuur, et cetera. Gelet hierop kan het aantal van een bepaald type evenementen worden beperkt, maar ook de duur of het aantal dagen tussen twee evenementen aan regels onderhevig gemaakt worden. Ook kunnen in het profiel regels worden opgenomen met betrekking tot de te gebruiken geluidstechniek, de opstelling van podia en de afstemming van muziekinstallaties.

De locatieprofielen worden beschouwd als onderdeel van deze beleidsregel. Deze worden vastgesteld door de burgemeester en hebben een dynamische karakter. De profielen kunnen worden bijgesteld op grond van veranderde omstandigheden of op grond van opgedane ervaringen. Sommige evenementenlocaties hebben een tijdelijk karakter.

Overwegingen

3. Gesteld voor de vraag of er aanleiding bestaat een voorlopige voorziening te treffen, overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

4. Aangezien vergunninghoudster op korte termijn gebruik kan maken van de verleende evenementenvergunning en voornemens is om op zaterdag 20 december 2019 te beginnen met de opbouw, acht de voorzieningenrechter het spoedeisende belang aan de zijde van verzoeker gegeven.

5. In procedurele zin overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

5.1.

Verzoeker betoogt dat er een omgevingsvergunning is aangevraagd voor een zeer grootschalig evenement, waar meer dan 10.000 bezoekers worden verwacht en vier belangrijke wegen worden afgesloten, maar dat is nagelaten een openbare voorbereidings-procedure te organiseren. Naar de mening van verzoeker is dit in strijd met de beleidsregel, zoals omschreven in artikel 2:19 van de APVG. In de visie van verzoeker heeft verweerder zijn recht op inspraak op ernstige wijze geschonden. Volgens verzoeker is zonder enige motivering gedaan.

5.2.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat het verzoek om voorlopige voorziening betrekking heeft op het bestreden besluit van verweerder tot het verlenen van een evenementenvergunning ten behoeve van voormeld evenement en daarmee niet op de verleende omgevingsvergunning voor strijdig gebruik. Dit brengt met zich dat de door verzoeker naar voren gebrachte grond met betrekking tot de onjuist gevoerde procedure in het kader van de verleende omgevingsvergunning buiten de omvang van het geding valt. Gelet hierop kan het betoog dat, naar gesteld, ten onrechte de uitgebreide voorbereidings-procedure niet is gevolgd voor wat betreft het verlenen van de omgevingsvergunning strijdig gebruik in dit geval bovendien niet leiden tot de conclusie dat in dit geval ten onrechte een evenementenvergunning is verleend door verweerder ten behoeve van voormeld evenement. Reeds om die reden slaagt deze grond van verzoeker niet.

6. Inhoudelijk overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

6.1.

Tussen partijen is in geschil of verweerder een evenementenvergunning onder voorschriften heeft kunnen verlenen ten behoeve van voormeld evenement op de Ossenmarkt, op het Guyotplein en in de Nieuwe Boteringestraat te Groningen op

24 december 2019 van 18.00 tot 22.30 uur.

6.1.

Aan het bestreden besluit heeft verweerder ten grondslag gelegd dat het aangevraagde evenement een muziekevenement betreft dat van 18.00 uur tot 22.30 uur duurt. In die periode worden er telkens korte optredens verzorgd van 20 minuten. Tussendoor is er achtergrondmuziek en radiopresentatie te horen. De programmering van popmuziek past in het locatieprofiel van de Ossenmarkt. Daardoor past dit evenement binnen de beleidsregels. De beleidsregel en het locatieprofiel Ossenmarkt schrijven voor dat het geluidsniveau maximaal 85 dB(A) en 100 dB(C) mag zijn. Het locatieprofiel bepaalt verder dat het aantal keren dat er een muziekevenement is toegestaan op de Ossenmarkt maximaal 25 dagen per jaar is. Het aantal geluidsdagen op de Ossenmarkt zal inclusief dit evenement in 2019 uitkomen op acht dagen. Verweerder stelt het geluidsniveau vast op 85 dB(A) en 100 dB(C). Hoewel omwonenden van de Ossenmarkt belang hebben bij een lager geluidsniveau, acht verweerder het redelijk om dit niveau te hanteren omdat:

- de gemeente Groningen een levendige stad wil zijn, waar evenementen een onderdeel van zijn;

- er zoveel mogelijk rekening is gehouden met omwonenden door onder andere evenementen te spreiden, een maximaal aantal evenementen per locatie pet jaar toe te staan en maximale geluidsnormen te stellen;

- het locatieprofiel Evenementenlocatie Ossenmarkt in samenspraak met omwonenden is vastgesteld;

- het evenement een eenmalig en kortdurend evenement is;

- het evenement een landelijke uitstraling heeft en live op radio en televisie wordt uitgezonden;

- het evenement een charitatief karakter heeft;

- de organisator van het evenement maatregelen heeft genomen om de geluidsbelasting van de omliggende woningen zoveel mogelijk te beperken.

5.2.

Verzoeker betoogt dat de aard en het karakter van de Ossenmarkt staan beschreven in het programmeringsprofiel van de Ossenmarkt. Volgens verzoeker volgt uit het locatie-profiel dat door het rustige, historische karakter de Ossenmarkt zich uitstekend leent voor wat bescheidener evenementen met bijvoorbeeld een klassieke of historische typering: live-orkesten of bijvoorbeeld familie-evenementen tijdens Koningsdag op Groningens Ontzet. De

Ossenmarkt is als locatie niet passend voor dancemuziek. Naar de mening van verzoeker is de vergunning voor dit grootschalige evenement is derhalve in flagrante strijd met aard en karakter van de Ossenmarkt. Daarbij wijst verzoeker erop dat in het bestreden besluit hiervoor geen enkele motivering wordt gegeven.

5.3.

In het profiel “Evenementenlocatie Ossenmarkt” (hierna: het locatieprofiel) is met betrekking tot de Ossenmarkt onder meer het navolgende vermeld:

Programmering

Door het rustige, historische karakter leent de Ossenmarkt zich uitstekend voor wat bescheidener evenementen met bijvoorbeeld een klassieke of historische typering: live-orkesten of bijvoorbeeld familie-evenementen tijdens Koningsdag of Groningens Ontzet. De Ossenmarkt is als locatie niet passend voor dancemuziek.

Oppervlakte

Met de Ossenmarkt beschikt de gemeente Groningen over circa 2.700 m² aan bruto evenementenlocatie net buiten het centrum aan de gracht. De inzetbare ruimte verschilt per evenement en is onder andere afhankelijk van de gebruikte opstelling op het terrein, het type evenement en de noodzakelijke gezondheids- en veiligheidsmaatregelen.

Richtlijn maximaal aantal bezoekers

De richtlijn voor het maximaal aantal bezoekers bij een evenement op de Ossenmarkt is 4.000 personen. Dit aantal is afhankelijk van meerdere factoren, zoals het type evenement, de uiteindelijke opstelling en de noodzakelijk geachte gezondheids- en veiligheidsmaatregelen. Maatwerk is in overleg met gemeente en hulpdiensten mogelijk.

Geluidsnormen

Voor de locatie Ossenmarkt zijn maximaal 25 dagen per jaar muziekevenementen toegestaan met een geluidsnorm van maximaal 85 dB(A) en maximaal 100 dB(C), gemeten op de meest belaste, geluidgevoelige gevel. Dit aantal van 25 dagen is exclusief de kermis. De mogelijkheden voor de kermis staan beschreven in de beleidsregel “vergunningen evenementen”.

Op de Ossenmarkt gelden de volgende eindtijden voor geluid bij muziekevenementen:

dagen

eindtijd muziek*

eindtijd evenement (tap)

alle dagen

00.00 uur

01.00 uur

*

De burgemeester kan besluiten af te wijken van de vastgestelde eindtijden. Daarnaast gelden er afwijkende tijden op collectieve festiviteitendagen.

5.4.1.

Verweerder is bevoegd om ingevolge artikel 2:19, eerste lid, van de APVG te besluiten over een evenementenvergunning. Daarbij heeft verweerder, gelet op het bepaalde in artikel 1:10, in samenhang gelezen met artikel 2:19, derde lid, van de APVG beleids- en beoordelingsruimte. Ter invulling daarvan is verweerder ingevolge artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevoegd beleidsregels vast te stellen (vgl. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRvS), 26 juni 2019, ECLI:NL:RVS: 2019:2010).

5.4.2.

De voorzieningenrechter overweegt dat het in artikel 2:19, in samenhang gelezen met artikel 1:10 van de APVG, neergelegde vergunningenstelsel strekt ter bescherming van specifiek genoemde belangen (vgl. AbRvS, 13 april 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AT3708). Bij zijn besluitvorming om wel of geen evenementenvergunning te verlenen, dient verweerder rekening te houden met de betrokken algemene belangen, de belangen van aanvrager en van de omwonenden in het licht van artikel 1:10 van de APV, in samenhang gelezen met artikel 2:19, derde lid, van de APV. De rechter dient zich bij de beoordeling van de belangenafweging terughoudend op te stellen en dient te toetsen of het bestreden besluit strijdig is met wettelijke voorschriften, dan wel dat sprake is van een zodanige onevenwichtigheid in de afweging van de betrokken belangen, dat verweerder niet in redelijkheid tot dat besluit heeft kunnen komen. In het kader van artikel 2:19, derde lid, van de APVG dient de rechtbank te beoordelen of verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat het evenement niet in strijd is met het karakter of de bestemming van de locatie. Artikel 2:19, derde lid, van de APVG dient naar het oordeel van de voorzieningenrechter te worden gelezen in het kader van de belangen die de APVG beoogt te beschermen, te weten (handhaving van) de openbare orde. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder zich, gelet op het beoordelingskader en de aan hem toekomende beoordelings-ruimte, op het standpunt kunnen stellen dat het evenement niet in strijd is met de aard en het karakter van de locatie. Daarbij heeft verweerder kunnen betrekken dat, ondanks het feit dat het evenement niet geheel past in het locatieprofiel zoals dat voor de Ossenmarkt in het beleid is opgenomen, de aard en het karakter van deze locatie niet zal leiden tot problemen in het kader van de openbare orde en/of de openbare veiligheid. In dit verband heeft verweerder van belang kunnen achten dat uit het overgelegde veiligheids- en beveiligingsplan alsmede het calamiteitenplan en de adviezen van de politie en de brandweer blijkt dat de Ossenmarkt geschikt is voor het organiseren van dit evenement, mits zal worden voldaan aan de gestelde voorwaarden. De verwijzing van verzoeker naar de richtlijn voor bezoekersaantallen in het locatieprofiel leidt naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet tot een andere conclusie. Hierbij neemt de voorzieningen-rechter in aanmerking dat uit voormeld locatieprofiel niet kan worden afgeleid dat het organiseren van dit evenement op de Ossenmarkt, op het Guyotplein en in de Nieuwe Boteringestraat te Groningen tot zodanige problemen in het kader van de openbare orde en/of de openbare veiligheid leidt dat verweerder in het kader van de door hem te verrichten belangenafweging tot weigering van de evenementenvergunning had dienen over te gaan. Deze grond van verzoeker slaagt niet.

6.1.

Verzoeker betoogt dat bij de totstandkoming van het bestreden besluit geen belangenafweging heeft plaatsgevonden tussen enerzijds de geluidsoverlast voor de bewoners, met name de spraakverstaanbaarheid binnen de woning en het belang van de muzikanten dan wel de bezoekers van het evenement bij het toegestane geluidsniveau. Naar de mening van verzoeker heeft verweerder daarmee in strijd met artikel 3:4 van de Awb gehandeld en zijn rechten ernstig geschonden. Verder wijst verzoeker er in dit verband bovendien op dat er op geen enkele manier rekening is gehouden met de uitspraak van de enkelvoudige kamer van de Rechtbank Groningen, afdeling Bestuursrecht op 23 juli 2019. Bij deze uitspraak is de vergunning voor een popconcert, die destijds aan Eurosonic Noorderslag is verleend, vernietigd. Daarnaast wijst verzoeker erop dat verweerder ten onrechte voorbij is gegaan aan een uitspraak van 11 mei 2016 van de AbRvS inzake het Hardshock Festival. Om dit gebrek te herstellen dient volgens verzoeker objectief en onafhankelijk onderzocht te worden welke gevelbelasting niet leidt tot onduldbare verstoring van de spraakverstaanbaarheid binnenshuis, rekening houdend met de werkelijke gevel-wering van de belaste gevels. Bij voorbeeld: uitgaande van een spraakverstaanbaarheid van 45dB(A) binnenshuis en een gevelwering van 10 dB(A) mag de gevelbelasting niet meer bedragen dan 55dB(A). Tevens dient in de visie van verzoeker ten volle rekening te worden gehouden met de normen die gelden voor duldbare geluidshinder tijdens de avond- en nachturen, resp. 19.00-23.00 uur en 23.00-07.00 uur. Ook daarbij kunnen de normen, zoals vermeld in de nota ‘Evenementen met een luidkrachtig karakter’, volgens verzoeker niet terzijde worden geschoven. In de visie van verzoeker is een apart aspect van geluidshinder het laagfrequent geluid (ook wel bromtonen genoemd). Dit geluid is buitengewoon hinderlijk, dringt overal door heen, draagt ver en wordt slechts in geringe mate door de gevel geweerd. Ook daar is naar de mening verzoeker door verweerder bij de voorbereiding van het bestreden besluit geen onderzoek naar gedaan. Terwijl juist bij muziekevenementen, zoals in de vergunning, volgens verzoeker heel veel laagfrequent geluid wordt geproduceerd.

6.2.

Uit het op 24 september 2019 opgestelde akoestische onderzoek “3FM Serious Request” van Westerveld Advies B.V. blijkt onder meer dat het invallende equivalente geluidsniveau op een hoogte van 1,5 meter over een meettijd van vijf minuten, zonder straffactor voor muziekgeluid en bedrijfsduur- en meteocorrectie, op het meetpunt Ossenmarkt 4 te Groningen 78 dB(A) en 96 dB(C) bedraagt.

6.3.1.

Uit vaste jurisprudentie van de AbRvS, onder meer kenbaar uit ECLI:NL:RVS:2019: 1566 en ECLI:NL:RVS:2016:1245, volgt dat op objectieve gronden niet valt vast te stellen wanneer een omwonende ten gevolge van een evenement onduldbare geluidshinder ondervindt en dat het oordeel of geluidshinder onaanvaardbaar is, afhankelijk is van het antwoord op de vraag of verweerder aan de belangen die zijn gediend met de activiteit die dat geluid veroorzaakt, redelijkerwijs doorslaggevend gewicht heeft kunnen toekennen.

6.3.2.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat in het kader van dit onderhavige verzoek om voorlopige voorziening niet de in het beleid neergelegde geluidsnorm van 85 dB(A) en 100 dB(C) inhoudelijk zal worden beoordeeld, maar dat die geluidsnorm wel zal worden betrokken in het kader van de belangenafweging en bij de beantwoording van de vraag of de eventueel te verwachten (onduldbare) geluidshinder noopt tot het treffen van een voorlopige voorziening.

6.3.3.

Uit het aan de aanvraag om evenementenvergunning ten grondslag liggende akoestische onderzoek leidt de voorzieningenrechter af dat de maximale geluidsbelasting tijdens de optredens op het podium op de Ossenmarkt tot een geluidsbelasting op de gevel van de woning van verzoeker leiden van 78 dB(A) en 96 dB(C). In dit verband heeft de gemachtigde van verweerder ter zitting nader uiteengezet dat er door een akoestisch specialist van de gemeente Groningen aan de hand van de bouwtekening van de woning van verzoeker en de oppervlakte van de aanwezige ramen een inschatting is gemaakt van de geluidwerendheid van de gevel van die woning. Volgens de inschatting van de akoestische specialist bedraagt de geluidwerendheid van de gevel ter hoogte van de voorkamer van verzoekers woning 21.6 dB(A). Hoewel verzoeker ter zitting naar voren heeft gebracht dat de geluidwerendheid van de in de woning aanwezige ramen van enkel glas hooguit leidt tot een geluidwering van 10 dB(A), ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om tot de conclusie te komen dat verweerder voor wat betreft de geluidwerendheid van de gevel van de woning van een onjuist uitgangspunt is uitgegaan. Dat gegeven neemt niet weg dat er, gelet op de bevindingen in voormeld akoestisch rapport, sprake is van een overschrijding van 1,5 – 6 dB(A) in vergelijking met de in de Nota “Evenementen Limburg” (hierna: de Nota Evenementen) gestelde norm van 55 dB(A) voor het binnenniveau, waarbij aangenomen wordt dat er sprake is van onduldbare hinder. Gelet hierop is er naar het oordeel van de voorzieningenrechter in beginsel sprake van een forse inbreuk op de belangen van verzoeker, waar zwaarwegende belangen van de zijde van verweerder, vergunninghoudster en het Rode Kruis, tegenover dienen te staan. De inbreuk wordt enigszins gerelativeerd door het feit dat het in dit geval gaat om een kortdurend evenement gedurende vier tot vierenhalf uur in de avondperiode (tot 22:00 uur), waarbij de feitelijke geluidsbelasting van de gevel niet gedurende de duur van het gehele evenement 78 dB(A) en 96 dB(C) bedraagt, maar slechts tijdens de vijf optredens van twintig minuten per artiest.

6.3.4.

In het kader van de belangenafweging heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat omwonenden van “3FM Serious Request” belang hebben bij een lager geluidsniveau en overlast kunnen ondervinden, omdat de geluidsbelasting in huis aanzienlijk kan zijn. Een zekere mate van hinder is echter inherent aan het wonen in de binnenstad. Aan de evenementenvergunning zijn voorschriften verbonden om die hinder zoveel mogelijk te beperken, aldus verweerder. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder met deze belangenafweging in redelijkheid doorslaggevend gewicht kunnen toekennen aan de belangen die zijn gemoeid met het evenement “3FM Serious Request”. Daarnaast heeft verweerder het belang van het voor dit evenement vergunnen van een maximale geluidsnorm van 85 dB(A) en 100 dB(C) op de gevels voldoende gemotiveerd. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat uit het aan de aanvraag ten grondslag gelegde akoestische rapport blijkt dat de berekende geluidsbelasting van het evenement op de gevel van verzoeker maximaal 78 dB(A) en 95 dB(C) zal bedragen. Ook de door verweerder gestelde belangen die met het doorgaan van het evenement “3FM Serious Request” in deze omvang zijn gemoeid, heeft verweerder doorslaggevend mogen achten. Daarbij heeft verweerder in aanmerking kunnen nemen dat het gaat om een ééndaags en éénmalig evenement, in de avondperiode, met een charitatief karakter en van maatschappelijke waarde. Verder heeft verweerder in aanmerking kunnen nemen dat het gaat om een evenement met een landelijke uitstraling, aangezien de nationale televisie en de nationale radiozender 3FM er aandacht aan besteden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder in redelijkheid een zwaarder gewicht mogen toekennen aan de belangen van vergunninghoudster, derde-belanghebbende en de belangen van de gemeente bij het doorgaan van voormeld evenement dan aan het belang van verzoeker om zonder enige vorm van geluidsoverlast in zijn woning het familiediner te houden op Kerstavond. Hoewel de voorzieningenrechter er begrip voor heeft dat verzoeker dat als een grote inbreuk op zijn woongenot ervaart, is naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter in dit geval niet van een kennelijk onredelijke belangenafweging gebleken. Daarbij neemt de voorzieningenrechter ook in aanmerking dat door verzoeker is aangegeven dat hij door middel van relatief eenvoudige ingrepen in huis, zoals het sluiten van de inpandige luiken en het verplaatsen van het diner naar een kamer aan de tuinkant, de geluidsoverlast in enige mate kan vermijden. De verwijzing van verzoeker naar voormelde uitspraak van de AbRvS mist naar het oordeel van de voorzieningenrechter onverkorte toepassing in dit geval, omdat de aard en het karakter van het evenement Hardshock Festival niet valt te vergelijken met de aard en het karakter van dit evenement. Hetzelfde geldt naar het oordeel van de voorzieningenrechter voor de verwijzing van verzoeker naar voormelde uitspraak van deze rechtbank, aangezien het evenement Eurosonic Noorderslag verspreid is over meerdere dagen en doorloopt in de nachtperiode. Ook in die zin is het evenement Eurosonic Noorderslag niet vergelijkbaar met dit evenement. Deze grond van verzoeker slaagt niet.

7. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter dient de houdbaarheid van het bestreden besluit in de bezwaarfase als overwegend positief te worden ingeschat, zodat er geen aanleiding bestaat om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek daartoe wordt afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling, als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb, bestaat geen aanleiding.

Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.L. Vucsán, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.L.A. van Kats als griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 december 2019.

De griffier De voorzieningenrechter

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.