Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2019:528

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
13-02-2019
Datum publicatie
15-02-2019
Zaaknummer
R 16/741
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Schuldenaar werkt volgens bewindvoerder als koerier en verzwijgt inkomsten. Verklaring van eigenaar koeriersbedrijf betrokken in beslissing. Schuldenaar heeft schijn tegen zich en maakt zijn stellingen niet aannemelijk. Schending inlichtingenplicht en verplichting inkomen af te dragen. Onthouding van schone lei.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Leeuwarden

insolventienummer : R 16/741

Vonnis van 13 februari 2019

in de schuldsaneringsregeling van

[saniet] ,

wonende te [woonplaats] ,

aan de [adres] ,

schuldenaar,

bijgestaan door mr. F. Bakker,

werkzaam als advocaat bij Rechtshulp Noord,

gevestigd te Groningen.

1 Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het toelatingsvonnis van 8 december 2015;

- de brief van de bewindvoerder van 20 september 2018;

- de brief met bijlage van de bewindvoerder van 15 oktober 2018;

- de brief met bijlagen van mr. Bakker van 4 december 2018;

- de brief met bijlagen van de bewindvoerder van 7 december 2018;

- het proces-verbaal van de behandeling ter zitting op 11 december 2018;

- het proces-verbaal van de voortgezette behandeling op 28 januari 2019.

1.2.

Ter zitting van 10 december 2018 zijn verschenen [saniet] (hierna: [saniet] ) met zijn advocaat mr. Bakker. Namens de bewindvoerder is verschenen de heer S. Cisci (hierna: de bewindvoerder). Tevens is verschenen de heer R. Postma, beschermingsbewindvoerder van [saniet] . De rechtbank heeft ter zitting onder meer de aard en omvang aan de orde gesteld van de werkzaamheden die [saniet] volgens de bewindvoerder heeft verricht voor het koeriersbedrijf van de heer [A] (hierna: [A] ). De rechtbank heeft aangegeven behoefte te hebben aan een gesprek met [A] en om die reden haar beslissing betreffende de beëindiging van de schuldsaneringsregeling betreffende [saniet] aangehouden. [A] is vervolgens uitgenodigd om ter zitting te verschijnen. De behandeling is voortgezet op 28 januari 2019, waarbij partijen wederom zijn verschenen, alsmede [A] . [A] heeft ter zitting vragen van de rechtbank beantwoord.

1.2.

Vonnis is ten slotte bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

De rechtbank gaat voor haar beslissing uit van de volgende feiten:

 [saniet] heeft gedurende geruime tijd een onbekend aantal koeriersdiensten verricht voor Koeriersbedrijf [A] (hierna: het koeriersbedrijf);

 [B] , de boekhouder van het koeriersbedrijf, heeft aan de hand van stukken, waaronder grootboekkaarten, verklaard dat het koeriersbedrijf in 2018 wekelijks contante betalingen aan [saniet] heeft gedaan;

 [A] heeft ter zitting in zijn telefoon een overzicht getoond van WhatsApp berichten, waarin de verzender van het bericht ( [C] ) opgaaf doet van gereden kilometers en de daarbij behorende geldbedragen. De berichten zijn verzonden via het telefoonnummer [telefoonnummer] . [saniet] heeft ter zitting bevestigd dat dit zijn telefoonnummer is.

3 De standpunten van partijen

Het standpunt van [saniet]

3.1.

Mr. Bakker heeft namens [saniet] - samengevat - verklaard dat [saniet] het slachtoffer is van een hetze van zijn buren. Deze hetze heeft ertoe geleid dat bij UWV een onderzoek is gestart, dat inmiddels zonder consequenties voor [saniet] is afgesloten. Niettemin ondervindt [saniet] nog steeds de gevolgen van de burenhetze, nu de berichten die de ronde doen over [saniet] ook de bewindvoerder hebben bereikt en deze de ‘indianenverhalen’ kennelijk gelooft. Er is volgens [saniet] geen sprake van door hem tegen (contante) betaling verrichte koeriersdiensten voor het koeriersbedrijf van [A] . Dat [A] dat verklaart is niet juist. Anders zouden er volgens [saniet] ook wel kwitanties aan hem zijn afgegeven voor die contante betalingen, maar zulke kwitanties zijn er niet. [saniet] heeft medische beperkingen en is daardoor niet in staat om te werken. Hij krijgt een ziektewetuitkering van UWV. [saniet] mocht van [A] gratis een busje lenen voor privégebruik. Daarmee kon [saniet] onder meer zijn scootmobiel vervoeren. In ruil voor het gratis privégebruik van de bus leverde [saniet] af en toe pakjes af voor [A] . Daar kreeg hij niets voor betaald. De WhatsApp berichten waarin gereden kilometers staan en waarin [saniet] opgeeft welk bedrag daar bij hoort zijn wel verzonden door [saniet] , maar dat gebeurde op verzoek van [A] . Die verlangde van [saniet] dat hij die gegevens in WhatsApp berichten aan hem zou sturen. [A] gaf als reden voor deze constructie op dat hij de gegevens nodig had voor zijn administratie, aldus [saniet] . [saniet] stelt dat hij [A] nooit heeft verzocht declaraties op te maken voor het door [saniet] verrichtte werk. [A] weet niet waarom [A] die declaraties heeft opgemaakt en heeft de declaraties ook nooit eerder onder ogen gehad.

Het standpunt van de bewindvoerder

3.2.

De bewindvoerder heeft ter zitting - samengevat - verklaard dat hem signalen van derden bereikten met indicaties dat [saniet] meerdere jaren achtereen heeft gewerkt voor [A] en dat [saniet] voor die werkzaamheden inkomsten heeft genoten, welke hij heeft verzwegen voor de bewindvoerder. De verklaring van [saniet] staat haaks op de verklaringen van [A] en diens boekhouder. De bewindvoerder stelt zich op het standpunt dat [A] en diens boekhouder geen enkele reden hebben om valse verklaringen af te leggen over [saniet] . De bewindvoerder vindt de verklaring van [saniet] voorts ongeloofwaardig. Een koeriersbedrijf leent niet zomaar op regelmatige wijze gratis een van haar vervoersmiddelen uit. Daar heeft het bedrijf geen enkel belang bij en er kleven te veel nadelige fiscale risico's aan.

De verklaring van [A]

3.3.

heeft ter zitting naar aanleiding van vragen van de rechtbank als volgt verklaard. [saniet] bezorgde op regelmatige basis pakjes voor het bedrijf van [A] en kreeg voor deze werkzaamheden contant uitbetaald. [A] ontving van [saniet] via WhatsApp opgaaf van de door hem gereden kilometers en ook gaf [saniet] op wat hij voor zijn werkzaamheden uitbetaald wenste te krijgen. Dat kwam neer op 15 cent per gereden kilometer. Deze informatie gebruikte [A] voor zijn administratie. Hij stelde met die gegevens declaraties op voor [saniet] . [saniet] kon dat naar zijn zeggen zelf niet voor elkaar krijgen omdat hij geen printer heeft. [A] ontkent dat hij met [saniet] heeft afgesproken dat hij het busje gratis mocht lenen voor privégebruik met als tegenprestatie dat [saniet] af en toe pakjes voor hem zou bezorgen. Dat kan ook helemaal niet. Een dergelijke constructie, waarbij kilometers die worden gereden met zakelijke auto's niet worden geregistreerd, zou volgens [A] onherroepelijk tot grote problemen leiden met de belastingdienst. Dat soort risico's kan hij zich niet permitteren. [A] betwist verder ook dat in het busje waarmee [saniet] voor hem koeriersdiensten verrichtte, grote zaken zoals een scootmobiel zouden kunnen worden vervoerd. De bus is van binnen zodanig betimmerd dat er helemaal geen scootmobiel meer inpast.

4 De beoordeling

4.1.

Indien de toepassing van de schuldsaneringsregeling niet reeds is beëindigd, bepaalt de rechtbank, zoals bepaald is in artikel 352 Faillissementswet (hierna: Fw), op voordracht van de rechter-commissaris, op verzoek van de bewindvoerder dan wel van de saniet, hetzij ambtshalve uiterlijk een maand vóór het einde van de termijn bedoeld in artikel 349a Fw, dag, uur en plaats voor de terechtzitting waarop de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt behandeld. In geval van een toerekenbare tekortkoming kan de rechter daarbij bepalen dat de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, buiten beschouwing blijft (artikel 354, tweede lid Fw).

4.2.

De rechtbank overweegt dat het uitgangspunt bij de beantwoording van de vraag of aan [saniet] de schone lei kan worden verleend is of deze in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten en, indien er sprake is van een tekortkoming, of deze aan [saniet] kan worden toegerekend (artikel 354, eerste lid Fw.

4.3.

In de stukken alsook ter zitting is over de hiervoor genoemde vraag door partijen gedebatteerd. De rechtbank stelt vast dat de verklaringen van [saniet] haaks staan op de verklaringen van de bewindvoerder en die van [A] . Anders dan [saniet] betoogd heeft, is de rechtbank niet gebleken dat [A] onjuiste of valse verklaringen heeft afgelegd. Evenmin is gebleken van enige omstandigheid die aannemelijk zou maken dat [A] bewust een belastende verklaring aflegt met als doel [saniet] in diskrediet te brengen. Daarbij komt dat het de rechtbank in het geheel niet waarschijnlijk voorkomt dat [A] gratis één van zijn (voor zakelijk gebruik bestemde) busjes zou uitlenen voor het privé vervoer van een scootmobiel. Waarom [A] dit zou doen heeft [saniet] ook niet onderbouwd. De rechtbank acht de stellingen van de bewindvoerder en [A] voor wat betreft de onaannemelijkheid van dit handelen, mede gezien de hieraan verbonden fiscale risico's, daarentegen juist wél aannemelijk. Vast staat dat voor de werkzaamheden van [saniet] door [A] facturen zijn opgemaakt. Dat [saniet] deze facturen nooit heeft gezien kan derhalve kloppen, maar doet er niet aan af dat [A] zegt dat hij de op de facturen vermelde bedragen contant aan [saniet] heeft uitbetaald.

4.4.

Alle omstandigheden in aanmerking genomen, acht de rechtbank aannemelijk dat [saniet] inkomsten heeft ontvangen die hij heeft verzwegen voor de bewindvoerder. Dat komt neer op benadeling van de schuldeisers en vormt naar het oordeel van de rechtbank reden voor onthouding van de schone lei. Dat er geen ondertekende kwitanties beschikbaar zijn, zoals [saniet] heeft aangegeven, leidt niet tot een ander oordeel nu dit niet uitsluit dat betalingen contant door [A] zijn gedaan, zoals door [A] verklaard. Of een scootmobiel nu wel of niet in het busje paste acht de rechtbank gezien hetgeen hiervoor is overwogen irrelevant.

4.5.

Voorts overweegt de rechtbank ten overvloede nog als volgt. Zelfs als de rechtbank er van zou uitgaan dat de verklaring van [saniet] - inhoudende dat hij nimmer contant geld voor zijn activiteiten voor [A] heeft ontvangen - juist is, dan nog geldt dat [saniet] zijn informatieplicht jegens de bewindvoerder zodanig heeft geschonden dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de schuldsaneringsverplichtingen die toekenning van de schone lei in de weg zouden staan. [saniet] had immers behoren te begrijpen dat het verrichten van vriendendiensten en het doen van opgaaf van gereden kilometers en daaruit voortvloeiende inkomsten op zijn minst de indruk wekt dat hij inkomsten verdient en achterhoudt. Hij had ook behoren te begrijpen dat zijn keuzes en het daaropvolgende gedrag zodanig risicovol waren dat hij daardoor mogelijk in opspraak zou raken. Dit alles had er in ieder geval toe moeten leiden dat [saniet] zijn bewindvoerder op voorhand hierover had moeten informeren en ook had [saniet] met zijn bewindvoerder moeten afstemmen of deze hiermee akkoord kon gaan. Door dit na te laten heeft [saniet] de problemen waar hij thans in is komen te verkeren over zichzelf afgeroepen. De gevolgen hiervan dienen naar het oordeel van de rechtbank voor rekening en risico van [saniet] te komen, die wist dat de beslissing over de schone lei op handen was.

4.6.

Nu een verlenging geen optie is, en de rechtbank evenmin aanleiding ziet de toerekenbare niet-nakoming van beide verplichtingen buiten beschouwing te laten, leidt dit tot het oordeel dat [saniet] de schone lei zal worden onthouden.

4.7.

Waar het boedelsaldo na aftrek van de kosten € 2.000,-- of lager is, zal de bewindvoerder overgaan tot een informele uitdeling conform de procedure zoals deze is neergelegd in artikel 5.4 van de Recofa-richtlijnen. Volgens het financiële verslag van de bewindvoerder is het boedelsaldo na aftrek van alle kosten nihil, zodat er ten behoeve van de schuldeisers geen saldo ter uitdeling resteert. Tevens verstaat de rechtbank dat de bewindvoerder een maand na de beëindiging rekening en verantwoording doet van zijn beheer aan de rechter-commissaris.

4.8.

De vergoeding voor de bewindvoerder is berekend op € 3.430,48 (inclusief

onkosten en omzetbelasting). Voor zover actief aanwezig is, kan de bewindvoerder de

vergoeding als salaris opnemen. Het boedelsaldo is nihil.

4.9.

Ingevolge artikel 350 lid 4 Fw zal de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigen door het in kracht van gewijsde gaan van dit vonnis.

BESLISSING

De rechtbank:

- stelt vast dat [saniet] , wonende te [woonplaats] ,

aan de [adres] , toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen die op hem rusten uit hoofde van de schuldsaneringsregeling;

- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling van [saniet] voornoemd zonder toepassing van de schone lei;

- stelt het salaris voor de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op nihil.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.Th.M. Zwart-Sneek, en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2019 in aanwezigheid van de griffier.1

1 Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen.