Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2019:5071

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
17-10-2019
Datum publicatie
06-12-2019
Zaaknummer
7770125 / CV EXPL 19-4835
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Mondelinge uitspraak
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Mondeling vonnis, artikel 30p Rv. Ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de bedrijfs- en woonruimte vanwege een huurachterstand. Achterhouden van betaling van de huur wegens betwiste huurprijsverhoging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Groningen

zaak-/rolnummer: 7770125 \ CV EXPL 19-4835

Proces-verbaal van comparitie en mondelinge uitspraak ex artikel 30p Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter, zitting houdende te Groningen d.d. 17 oktober 2019

in de zaak van:

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

gemachtigde: Florijn Incasso B.V. (Concessum),

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

procederende in persoon.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] worden genoemd.

Tegenwoordig zijn mr. E.D. Rentema, kantonrechter, en mr. P.J. Beker, griffier.

Na uitroeping van de zaak blijken te zijn verschenen:

- de heer [eiser]

- mr. H.W. Meijer, namens Flanderijn Incasso B.V.

- de heer [gedaagde]

Ter zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Vervolgens heeft de kantonrechter op de voet van artikel 30p van het Wetboek mondeling uitspraak gedaan in aanwezigheid van beide partijen. De uitspraak luidt als volgt.

1 De gronden van de beslissing

1.1.

De kantonrechter stelt vast dat er sprake was van een huurachterstand en dat er momenteel nog steeds sprake is van een (oplopende) huurachterstand. [gedaagde] heeft de huurachterstand erkend. De kantonrechter overweegt dat het door [gedaagde] achterhouden van de betaling van de volledige huurtermijnen wegens een geringe door hem betwiste huurprijsverhoging, als disproportioneel valt aan te merken. De gevorderde huurachterstand kan daarom, vermeerderd met de gevorderde rente, worden toegewezen, te meer nu [eiser] desgevraagd ter zitting heeft verklaard dat foutief gehanteerde huurbedragen in de vordering zijn gecorrigeerd.

1.2.

De gevorderde verschenen rente en de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden ook toegewezen.

1.3.

Door een huurachterstand te laten ontstaan, is [gedaagde] naar het oordeel van de kantonrechter zodanig tekort geschoten in de nakoming van zijn verbintenissen uit de huurovereenkomst, dat ontbinding van de huurovereenkomst en de daaraan gekoppelde ontruiming van de bedrijfs- en woonruimte aan de [adres] (hierna: het gehuurde) gerechtvaardigd is. Gelet op het voorgaande zal de vordering van [eiser] tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde worden toegewezen, waarbij de termijn voor ontruiming op 14 dagen na betekening van dit vonnis zal worden bepaald.

1.4.

De gevorderde machtiging om de ontruiming zelf met hulp van de deurwaarder, zo nodig met hulp van de sterke arm, uit te doen voeren, wordt afgewezen. Verwezen wordt naar de artikelen 555, 556 eerste lid, en 557, in samenhang met artikel 444 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

1.5.

De vordering tot betaling van (een bedrag gelijk aan) de maandelijkse huur voor iedere maand dat [gedaagde] het gehuurde in zijn bezit zal houden, te rekenen vanaf 1 mei 2019, zal eveneens worden toegewezen.

1.6.

Het voorgaande betekent voorts dat [gedaagde] ook in de kosten van de procedure veroordeeld zal worden.

2 Beslissing

de kantonrechter:

2.1.

ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot het gehuurde;

2.2.

veroordeelt [gedaagde] om het gehuurde binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis met al degenen die en al datgene dat zich daarin van de zijde van [gedaagde] mocht(en) bevinden, te ontruimen en te verlaten, de sleutels van [eiser] af te geven en het gehuurde geheel ontruimd ter beschikking van [eiser] te stellen en te laten;

2.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 7.047,07, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 8 mei 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;

2.4.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van (een bedrag gelijk aan) de maandelijkse huur ad € 1.503,89 vanaf 1 mei 2019 tot aan de ontruiming van het gehuurde;

2.5.

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op € 89,75 aan explootkosten, € 231,00 aan griffierecht en € 300,00 aan salaris gemachtigde;

2.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

2.7.

wijst af wat meer of anders is gevorderd.

Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. E.D. Rentema en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier, waarvan dit proces-verbaal is opgemaakt.