Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2019:507

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
12-02-2019
Datum publicatie
13-02-2019
Zaaknummer
18/730202-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Op 24 augustus 2018 heeft verdachte zich tezamen en in vereniging met twee anderen in de penitentiaire instelling te Leeuwarden schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld en een poging tot zware mishandeling met voorbedachte raad. Gedrieën zijn zij naar de cel van aangever gegaan, waar zij aangever hebben mishandeld en goederen van hem hebben weggenomen. Door op deze manier te handelen heeft verdachte de lichamelijke integriteit van aangever in ernstige mate aangetast. Daar komt bij dat aangever is aangevallen in zijn eigen cel, waardoor het recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer is geschonden. Een cel geldt immers voor een gedetineerde in relatie tot andere gedetineerden als privédomein. Voorts heeft verdachte de tucht en orde binnen de penitentiaire inrichting ernstig verstoord, hetgeen in zulke ernstige gevallen ook buiten de inrichting wordt gevoeld als een inbreuk op de rechtsorde.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 302
Wetboek van Strafrecht 303
Wetboek van Strafrecht 312
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730202-18

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 12 februari 2019 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren in [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in P.I. Overijssel, Huub van Doornestraat 15, 8013 NR te Zwolle.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 29 januari 2019. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M. Rotgans, advocaat te Utrecht.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R.G. de Graaf.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 24 augustus 2018 te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, in (een cel van) de Penitentiaire Inrichting "de Marwei", tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen (onder meer) een baardtrimmer (merk Wilkinson) en/of een scheerapparaat en/of een oplader en/of after-shave en/of een gouden armband, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte in vereniging met zijn mededader(s) de cel van die [slachtoffer] is binnengegaan en/of vervolgens die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, in het gezicht, althans tegen het hoofd en/of het lichaam heeft/hebben geslagen en/of gestompt, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten: een oogkasbreuk en/of een neusbijholtebreuk (met langdurige reuk-zicht en gehoorklachten), ten gevolge heeft gehad;

2.

hij op of omstreeks 24 augustus 2018 te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, in (een cel van) de Penitentiaire Inrichting "de Marwei", tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade, in elk geval

opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel, te weten: een oogkasbreuk en/of een neusbijholtebreuk, (met langdurige reuk-zicht en gehoorklachten), heeft toegebracht door met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, in elk geval met dat opzet, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, in het gezicht, althans tegen het hoofd en/of tegen het lichaam te slaan en/of te stompen;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 24 augustus 2018 te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, in (een cel van) de Penitentiaire Inrichting "de Marwei", ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon, (te weten [slachtoffer]), opzettelijk en met voorbedachte rade, in elk geval opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, in elk geval met dat opzet, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen,

- zich naar de cel van die [slachtoffer] heeft/hebben begeven en/of (vervolgens) die cel is/zijn binnengegaan en/of

- die [slachtoffer] heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden en/of

- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, in het gezicht, althans tegen het hoofd en/of tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of gestompt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 24 augustus 2018 te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, in (een cel van) de Penitentiaire Inrichting "de Marwei", tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, [slachtoffer] heeft mishandeld, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een oogkasbreuk en/of een neusbijholtebreuk (met langdurige reuk-zicht en gehoorklachten), althans enig letsel, ten gevolge heeft gehad.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling voor het onder 1. en 2. primair ten laste gelegde gevorderd. Ten aanzien van het onder 1. ten laste gelegde heeft hij aangevoerd dat het oogmerk van het geweld lag in het wegnemen van voorwerpen uit de cel. Alle drie de verdachten hebben een significante bijdrage geleverd. Zij waren tevoren op de hoogte van de bedoeling en hebben alle drie geweld richting aangever uitgeoefend, waarbij zij hebben gehandeld na kalm beraad en rustig overleg. Ten aanzien van het onder 2. primair ten laste gelegde heeft de officier van justitie aangevoerd dat aangever de verdachten herkent, dat getuige [getuige 1] de drie verdachten uit de cel heeft zien komen, dat medeverdachte [medeverdachte 1] in zijn telefoongesprekken spreekt over drie personen en zegt dat die zijn opgepakt, en dat personeelsleden van de penitentiaire instelling hebben verklaard dat aangever de drie verdachten als daders heeft aangewezen.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken. Zij heeft daartoe aangevoerd dat er onvoldoende overtuigend bewijs is dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. Er is geen enkel objectief bewijs dat verdachte aan de ten laste gelegde feiten kan linken. Aangever heeft verdachte herkend aan de hand van foto's, terwijl er nog zes andere gedetineerden zijn die voldoen aan de omschrijving die aangever van de daders gaf. Ook zitten er wezenlijke verschillen tussen de omschrijving van verdachte en zijn kleding en de beschrijving daarvan. Aan de getuigenverklaring van [getuige 1] zitten de nodige haken en ogen, waardoor niet gesproken kan worden over betrouwbaar bewijs. Subsidiair, indien de rechtbank oordeelt dat verdachte betrokken is geweest bij het incident, heeft de raadsvrouw aangevoerd dat enkel een bewezenverklaring voor het onder 2. meer subsidiair ten laste gelegde kan volgen. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat ten aanzien van het onder 1. ten laste gelegde niet blijkt dat er goederen zijn gestolen. Ten aanzien van het onder 2. ten laste gelegde kan voorbedachte rade enkel uit de verklaring van [getuige 1] blijken. Echter, nu de mannen op de luchtplaats volgens [getuige 1] niet dezelfde zijn als de mannen die uit de cel van aangever zijn gekomen, komt daarmee de voorbedachte rade te vervallen. Slaan met de vuist levert niet per definitie zwaar lichamelijk letsel op. In onderhavige zaak kan niet worden vastgesteld dat er sprake is van zwaar lichamelijk letsel. Een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel kan evenmin worden bewezen. Gelet hierop, blijft enkel de eenvoudige mishandeling over.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak

De rechtbank acht de onder 2. primair ten laste gelegde zware mishandeling in vereniging met voorbedachte raad niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hierbij dat het dossier onvoldoende medische informatie bevat om te komen tot het oordeel dat de verwondingen kunnen worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel. De rechtbank heeft daarbij rekening gehouden met de wettelijke criteria en de eisen die de Hoge Raad stelt. Er is enkel sprake van een anamnese (met vertaling door de GGD-arts) en een journaaloverzicht van de medische dienst van de PI (gevoegd bij het schadeaangifteformulier), waarin summiere medische informatie afkomstig van een onderzoek in het ziekenhuis is vermeld. Aanvullende expertise over de ernst en duur van de gevolgen die aangever van het letsel zou ondervinden, ontbreekt.

Bewezenverklaring ten aanzien van het onder 1. en 2. subsidiair ten laste gelegde

Ten aanzien van het onder 1. en 2 subsidiair ten laste gelegde komt de rechtbank tot een bewezenverklaring. De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van aangever d.d. 29 augustus 2018, opgenomen op pagina 17 van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2018228168/2018233112 d.d. 28 september 2018, inhoudende als verklaring van [slachtoffer]:

Ik zit op de afdeling BO in cel 023. Op 24 augustus 2018, tussen 14:15 en 14:30 uur, is het gebeurd. Ik zat toen op mijn cel. Op genoemd tijdstip kwamen er drie mannen mijn cel binnen lopen. Een Armeen, een zwarte man en een blanke man. De drie mannen begonnen mij direct te slaan. De Armeense man kwam als eerste binnen. Ik werd door alle drie mannen geslagen. Ze sloegen mij met hun vuisten. Ik werd erg hard op mijn gezicht geslagen. Ik heb voor mijn gevoel zeker 20 vuistslagen op mijn gezicht gekregen van alle drie mannen. De mannen sloegen mij ook op mijn lichaam en op mijn handen. Ik ondervond veel pijn op mijn gezicht van die harde vuistslagen die mij werden toegediend. Ik zag en voelde dat ik bloedende wonden op mijn gezicht had opgelopen door dat slaan. Tijdens het slaan zeiden de mannen dat ik mijn weed aan hen moest geven. Ze wilden dat ik hen de sleutel van mijn celkluisje zou geven. De zwarte man had de sleutel gevonden en opende daarmee mijn celkluisje. Hij heeft daar spullen uit weggenomen. Later bleek mij dat daaruit is weggenomen mijn Wilkinson baardtrimmer en een oplader. Ook werd er aftershave weggenomen. De bewakers gingen iedereen insluiten. Ik moest vervolgens de daders aanwijzen. Ik liep samen met een bewaker naar de 2e etage langs de cellen. Op de celdeuren zijn foto's van de gevangenen en zodoende kon ik de bewaker duidelijk maken wie mij had mishandeld. Hij schreef de namen op een briefje van de Armeen, de donkere man en de blanke man. Kort voor dit verhoor kreeg ik van een van de bewakers een klein briefje met daarop de namen van medegedetineerden die mij hebben overvallen:

[verdachte]

[medeverdachte 1].

[medeverdachte 2]

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 3 september 2018, opgenomen op pagina 45 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 1]:

U vraagt mij om mijn verhaal over 24 augustus te doen. Eerder die dag, omstreeks 10:30 uur, enkele personen met elkaar hoorde praten, dat was op de luchtplaats. Ik hoorde dat die personen spraken over het feit dat ze [slachtoffer] binnenkort "bedijen" zouden. Ik weet wat dat woord betekent, nl. te pakken nemen. Kort nadat ik het gesprek op de luchtplaats hoorde ging ik naar [slachtoffer], op zijn cel. Ik vertelde hem wat ik had gehoord en ik adviseerde hem om zijn celdeur wat meer dicht te houden. Ik verliet omstreeks 13:15 of 13:30 uur de cel van [slachtoffer]. Toen ik daarna uit de telefooncel kwam liep ik naar mijn cel. Ik zag dat [slachtoffer] bloed had aan zijn gezicht. Kort later zag ik 3 personen uit de cel van [slachtoffer] komen. Ik zag dat de 3 personen linksaf de cel van [slachtoffer] verlieten en meteen de ronde trap naar boven, naar de eerste verdieping op liepen. Ik zag meteen dat hij een flinke snee op zijn neus had, waar hij flink uit bloedde. Het gezicht van [slachtoffer] zat helemaal onder het bloed. Ook zijn shirt zat onder het bloed. Ik zag dat [slachtoffer] meteen doorliep naar een bewaker op de gang.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 28 januari 2019, inhoudende als verklaring van [getuige 1]:

Ik liep die dag over de luchtplaats. Ik hoorde ze zeggen: 'we gaan [slachtoffer] pakken'. Ik ben na het luchten naar [slachtoffer] gegaan. Ik heb bij [slachtoffer] gerookt en ben daarna naar mijn cel gegaan. Even later zag ik dat [slachtoffer] onder het bloed naar buiten kwam lopen. Even daarna zag ik 3 mannen uit de cel van [slachtoffer] komen. De drie mannen die aangehouden zijn door de politie zijn dezelfde mannen die ik uit de cel van [slachtoffer] heb zien komen. Ik heb op de luchtplaats gehoord dat men [slachtoffer] te grazen wilde nemen. Ze gingen naar boven en ieder een eigen kant op. Na het gebeuren werden we allemaal ingesloten.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 13 september 2018, inhoudende als verklaring van [getuige 2]:

A: Ik was aan het werk op de afdeling. Ik zag [slachtoffer] aan komen lopen. Ik zag dat hij veel bloed op zijn gezicht had. Ik hoorde [slachtoffer] zeggen dat hij door drie mannen in elkaar was geslagen. De mannen hadden spullen van hem 'weggejat'. Ze zouden onder andere een scheerapparaat inclusief lader hebben gejat. Ik heb vervolgens alarm geslagen waarna alle gedetineerden ingesloten werden. Hierna ben ik samen met [slachtoffer] langs alle cellen gelopen. Op de celdeuren hangt een foto van de gedetineerde welke daar verblijft. [slachtoffer] wees vervolgens drie mannen aan, [medeverdachte 1], [verdachte] en [medeverdachte 2]. [slachtoffer] gaf aan 100% zeker van zijn zaak te zijn. Ik ben gaan zoeken in de afvalbakken of hierin een scheerapparaat lag. Op de eerste verdieping kwam ik een oplader van een scheerapparaat tegen welke hier in een afvalbak lag. De cellen van de drie mannen welke [slachtoffer] aan wees bevinden zich op deze verdieping.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 september 2018, opgenomen op pagina 108 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verbalisant(en):

In het onderzoek naar de zware mishandeling/diefstal met geweld, gepleegd in de PI Leeuwarden op 24 augustus 2018, werden de telefoongesprekken welke gevoerd werden door de mogelijke verdachten opgevraagd, middels een bevel 126ND van het wetboek van Strafvordering. In dit telefoongesprek vertelt de beller, [medeverdachte 1] over hoe hij samen met anderen iemand in zijn cel heeft mishandeld.

Bijlage:

[naam 1]: 10 gram. He brother,(broer) weet je wat we gister iemand hebben aangedaan?( op fluisterende toon) Ik zei luister mattie, ik kom nu alleen met jou praten, ik zei als ik straks terug kom. Dan kom ik niet meer alleen, dan ben je de lul. Brother, ik haal een team op, gewoon een team. Broer, we wachten de hele tijd tot dat zijn cel leeg is. Hij zit daar alleen brother. Ik ren naar binnen, ik begin hem te pompen (pompen= straattaal voor slaan) daar.

Hey brother, we hebben hem helemaal toto geslagen mattie.

[naam 2]: Hey, hey Bro, jij hebt die gast gepompt (gepompt= straattaal voor geslagen), hoe ziet hij er nu uit dan?

[naam 1]: Broer, niet alleen ik brother. Z'n neus is gebroken, beide oogkassen zijn gebroken. Hoor, beide oogkassen zijn gebroken. Hoor hij heeft gesnitched (gesnitched = straattaal voor verraden). Hij is direct naar de bewaarders gegaan. Wij werden gisteren opgepakt, wij drieën. Want weet je wat het was, we wisten waar zijn stashplek (stash= straattaal voorraad) was. Hij stashed zijn zwen in zijn scheerapparaat. Begrijp je die?

[naam 2]: Jaaa.

[naam 1]: Die motherfuckers hebben die scheerapparaat meegenomen.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 september 2018, opgenomen op pagina 116 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verbalisant(en):

Van de verdachte [medeverdachte 1] werden de telefoongesprekken opgevraagd welke gevoerd zijn met zijn kaart, nummer: [nummer]. Uit de aangeleverde gegevens bleek er 1 terzake dienende telefoongesprek te zijn. Dit gesprek betrof het bijgevoegde gesprek: Met als doelproductnummer 1, gevoerd op 24 augustus 2018 te 11:35:33 uur.

In dit gesprek wordt de verdachte [medeverdachte 1], [medeverdachte 1] genoemd. Bij dit proces-verbaal wordt het telefoongesprek gevoegd welke dus vooraf aan de mishandeling is gevoerd door verdachte [medeverdachte 1] en waarin hij vertelt wat hij van plan is te gaan doen.

Bijlage::

Opmerking verbalisant: [medeverdachte 1] praat op zachtere toon.

Ik ga hem zo meteen broer, zo meteen worden we er uit gelaten, ik neem hem mee naar mijn cel, we zijn dan met een paar man. Ze staan al klaar. 3 man, we gaan hem helemaal in elkaar. Ja ik zweer het je 3 boys.

Overwegingen rechtbank ten aanzien van het onder 1. en 2. subsidiair ten laste gelegde

Anders dan de raadsvrouw acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich, tezamen en in vereniging met anderen, schuldig heeft gemaakt aan de onder 1. ten laste gelegde diefstal. Uit de bewijsmiddelen volgt dat aangever na het feit een aantal goederen miste, waaronder een oplader van een scheerapparaat. Deze oplader is kort na het incident door een medewerker van de penitentiaire instelling gevonden in een prullenbak op de bovenverdieping, op de gang waar de cellen van verdachte en zijn medeverdachten zich bevinden. Dit wordt versterkt door de verklaring van getuige [getuige 1] die alle drie de verdachten na het incident naar boven heeft zien gaan. Daarnaast overweegt de rechtbank dat medeverdachte [medeverdachte 1] in het getapte telefoongesprek zegt dat hij en zijn medeverdachten wisten dat aangever zijn wiet in zijn scheerapparaat verstopte. Aangever heeft in eerste instantie verklaard dat ook dit scheerapparaat zou zijn weggenomen, maar hij vond dit later terug in zijn eigen cel. Gelet op de voorgaande bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat verdachte tezamen en in vereniging met de medeverdachten de diefstal met geweld heeft gepleegd.

De raadsvrouw heeft verschillende argumenten aangevoerd om aan te tonen dat verdachte niet bij het incident betrokken is geweest. De rechtbank passeert deze argumenten, gelet op het volgende. De verklaringen van de getuigen die hebben verklaard ten tijde van het incident met verdachte op cel te zijn geweest, acht de rechtbank niet geloofwaardig. De rechtbank overweegt daartoe dat verdachte aan getuige [getuige 3] een brief heeft laten schrijven waarin hij aangeeft wat deze getuige moet verklaren. De rechtbank hecht grote waarde aan de verklaring van getuige [getuige 1]. Niet alleen getuige [getuige 1] heeft aangegeven dat de drie aangehouden verdachten de daders van het incident zijn, ook aangever heeft dit verklaard. De herkenning van verdachte door aangever is daarnaast ook nog gerelateerd door een medewerker van de penitentiaire instelling. Gelet op het voorgaande is de rechtbank er van overtuigd dat verdachte één van de personen is geweest die aangever op zijn cel hebben overvallen.

Ten aanzien van het onder 2. subsidiair ten laste gelegde overweegt de rechtbank het volgende.

Voorbedachte rade

De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het bestanddeel 'voorbedachte rade' moet komen vast te staan, dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Bij de vraag of sprake is van voorbedachte raad gaat het bij uitstek om een weging en waardering van de omstandigheden van het concrete geval, waarbij de rechter het gewicht moet bepalen van de aanwijzingen die voor of tegen voorbedachte raad pleiten. De vaststelling dat de verdachte voldoende tijd had om zich te beraden, vormt weliswaar een belangrijke objectieve aanwijzing, maar behoeft de rechter niet ervan te weerhouden aan contra-indicaties een zwaarder gewicht toe te kennen.

Voor de bewezenverklaring van het bestanddeel 'voorbedachten rade' acht de rechtbank in het bijzonder de getapte telefoongesprekken van de medeverdachte [medeverdachte 1] redengevend. Uit het telefoongesprek dat de medeverdachte [medeverdachte 1] heeft gevoerd voordat het feit heeft plaatsgevonden, blijkt dat de verdachten met zijn drieën naar aangever toe zouden gaan en op zijn gezicht in zouden gaan meppen. De rechtbank leidt uit dit gesprek af dat verdachten een gemeenschappelijk plan hadden. Uit het tweede tapgesprek, dat na het feit heeft plaatsgevonden, blijkt dat medeverdachte [medeverdachte 1] heeft gezegd te zijn begonnen met ‘pompen’, hetgeen straattaal voor slaan is. Ook in dit gesprek heeft hij verklaard dit met anderen te hebben gedaan.

De rechtbank concludeert op grond van deze feiten en omstandigheden dat de verdachte voorafgaand aan zijn handelen voldoende tijd heeft gehad zich te beraden op het besluit, zodat hij gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn daad en zich daar rekenschap van te geven. Aldus staat voor de rechtbank vast dat het handelen van de verdachte niet het gevolg was van een ogenblikkelijke gemoedsopwelling.

De rechtbank ziet voorts geen contra-indicaties die aan het aannemen van voorbedachte raad in de weg staan. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld.

Voorwaardelijk opzet op zwaar lichamelijk letsel

De rechtbank overweegt dat verdachten door aangever met drie man in elkaar te slaan een numeriek overwicht vormden. Aangever is hierbij zo hard in zijn gezicht geslagen dat hij flink bebloed uit zijn cel is gekomen en hij zelfs schedelbreuken heeft opgelopen. Het is een feit van algemene bekendheid dat het hoofd een kwetsbaar onderdeel van het lichaam is. Door onder meer op het hoofd zodanig grof geweld uit te oefenen, is de aanmerkelijke kans gegeven dat daardoor zwaar lichamelijk letsel zou intreden.

De onder 2. subsidiair ten laste gelegde poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel met voorbedachte rade acht de rechtbank dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1. en 2. subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij op 24 augustus 2018 te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, in een cel van de Penitentiaire Inrichting "de Marwei", tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen onder meer een baardtrimmer, merk Wilkinson en een oplader en aftershave, toebehorende aan [slachtoffer], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat verdachte in vereniging met zijn mededaders de cel van die [slachtoffer] is binnengegaan en vervolgens die [slachtoffer] meermalen in het gezicht en het lichaam hebben geslagen en gestompt.

2. subsidiair

hij op 24 augustus 2018 te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, in een cel van de Penitentiaire Inrichting "de Marwei", ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon, te weten [slachtoffer], opzettelijk en met voorbedachte rade, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, tezamen en in vereniging met zijn mededaders,

- zich naar de cel van die [slachtoffer] hebben begeven en vervolgens die cel zijn binnengegaan en

- die [slachtoffer] hebben vastgepakt en vastgehouden en

- die [slachtoffer] meermalen in het gezicht hebben geslagen en gestompt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

2. subsidiair Medeplegen van een poging tot zware mishandeling gepleegd met voorbedachten rade.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1. en 2. primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft gepleit voor een straf gelijk aan de duur van de voorlopige hechtenis.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de zitting en de rapportages, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Op 24 augustus 2018 heeft verdachte zich tezamen en in vereniging met twee anderen in de penitentiaire instelling te Leeuwarden schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld en een poging tot zware mishandeling met voorbedachte raad. Gedrieën zijn zij naar de cel van aangever gegaan, waar zij aangever hebben mishandeld en goederen van hem hebben weggenomen. Door op deze manier te handelen heeft verdachte de lichamelijke integriteit van aangever in ernstige mate aangetast. Daar komt bij dat aangever is aangevallen in zijn eigen cel, waardoor het recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer is geschonden. Een cel geldt immers voor een gedetineerde in relatie tot andere gedetineerden als privédomein. Voorts heeft verdachte de tucht en orde binnen de penitentiaire inrichting ernstig verstoord, hetgeen in zulke ernstige gevallen ook buiten de inrichting wordt gevoeld als een inbreuk op de rechtsorde. Als reactie op deze strafbare feiten dient dan ook een langdurige gevangenisstraf het uitgangspunt te zijn.

Bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf heeft de rechtbank acht geslagen op de justitiële documentatie van verdachte. Verdachte is in het verleden meerdere keren voor soortgelijke feiten veroordeeld tot gevangenisstraffen. De rechtbank acht het kwalijk dat verdachte niet heeft geleerd van zijn eerdere veroordelingen.

Alles overwegende, acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden passend en oplegging daarvan geboden. De afwijking van de eis van de officier van justitie berust mede daarop dat de rechtbank tot een andere bewezenverklaring van feit 2 is gekomen dan de officier van justitie.

Benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 73,80 ter vergoeding van materiële schade en € 2.500,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vordert hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair aangevoerd de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair heeft de raadsvrouw aangevoerd de vordering van de benadeelde partij te matigen.

Oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij de gestelde materiële schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1. bewezen verklaarde. De vordering zal daarom worden toegewezen tot een bedrag van € 73,80, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 augustus 2018.

De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade, waarvan vergoeding wordt gevorderd. Bij de veroordeling tot betaling van de schadevergoeding zal ook worden bepaald dat wanneer de schadevergoeding door een of meer medeverdachten is betaald, verdachte dit bedrag niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen, en andersom.

Nu de aansprakelijkheid hiermee vast staat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank dat deze vordering een onevenredige belasting van het strafgeding vormt. De rechtbank overweegt daartoe dat er vragen spelen met betrekking tot de causaliteit van de gevorderde schade, alsmede met betrekking tot de pre-existentie van letsel. De rechtbank zal de vordering daarom niet ontvankelijk verklaren. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 45, 57, 302, 303 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 2. primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1. en 2. subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Benadeelde partij

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 73,80 (zegge: drieënzeventig euro en tachtig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 augustus 2018 en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader(s) van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], te betalen een bedrag van € 73,80 (zegge: drieënzeventig euro en tachtig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader(s) van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit € 73,80 aan materiële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 augustus 2018.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. K. Post, voorzitter, mr. J.Y.B. Jansen en mr. C.J. Hoedt, rechters, bijgestaan door T.L. Komrij, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 februari 2019.

Mr. Hoedt is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.