Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2019:4378

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
10-10-2019
Datum publicatie
24-10-2019
Zaaknummer
18/750033-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het seksueel misbruiken van zijn twee minderjarige buurmeisjes, terwijl deze meisjes bij hem logeerden en dus aan zijn zorg en waakzaamheid waren toevertrouwd. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het vervaardigen en bezitten van kinderpornografisch materiaal van het oudste buurmeisje. Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en bijzondere voorwaarden passend en oplegging daarvan geboden.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 240b
Wetboek van Strafrecht 244
Wetboek van Strafrecht 248
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/750033-19

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 10 oktober 2019 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

thans gedetineerd in P.I. Flevoland, Huis van Bewaring Lelystad te Lelystad, Larserdreef 300.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 26 september 2019.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H.A. de Boer, advocaat te Sneek.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. E.R. Jepkema.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode omvattende de dagen 6 april 2019 en 7 april 2019 te Wolvega, in elk geval in de gemeente Weststellingwerf, (in verdachtes woning) meermalen, althans eenmaal, met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2010, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die (telkens) bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten

- het (gedeeltelijk) ontkleden van het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of

- het (telkens) met verdachtes vinger(s) binnendringen van de vagina van die [slachtoffer 1] en/of

- het (telkens) betasten van de vagina van die [slachtoffer 1] ,

zulks terwijl die [slachtoffer 1] toen aan zijn zorg en/of waakzaamheid was toevertrouwd (immers was die [slachtoffer 1] toen aldaar bij verdachte en/of zijn echtgenote aan het logeren);

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode omvattende de dagen 6 april 2019 en 7 april 2019 te Wolvega, in elk geval in de gemeente Weststellingwerf, (in verdachtes woning) meermalen, althans eenmaal, met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2010, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten

- het (gedeeltelijk) ontkleden van het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of

- het (telkens) met verdachtes vinger(s) betasten van de vagina van die [slachtoffer 1] ,

zulks terwijl die [slachtoffer 1] toen aan zijn zorg en/of waakzaamheid was toevertrouwd (immers was die [slachtoffer 1] toen aldaar bij verdachte en/of zijn echtgenote aan het logeren);

2.

hij in of omstreeks de periode omvattende het jaar 2018 en/of het jaar 2019 (tot en met 7 april 2019) te Wolvega, in elk geval in de gemeente Weststellingwerf, (in verdachtes woning) meermalen, althans eenmaal, met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2008, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die (telkens) bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van

het lichaam van die [slachtoffer 2] , te weten

- het (telkens) ontkleden van het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of

- het (telkens) met verdachtes tong en/of vinger(s) binnendringen van de vagina van die [slachtoffer 2] en/of

- het (telkens) likken van/aan de vagina van die [slachtoffer 2] en/of

- het (telkens) bestasten van de vagina van die [slachtoffer 2] en/of

- het (telkens) doen of laten aanraken van verdachtes geslachtsdelen door die [slachtoffer 2] en/of

- het (telkens) zoenen van de mond van die [slachtoffer 2] en/of het (telkens) met verdachtes tong binnendringen/binnengaan van de mond van die [slachtoffer 2] en/of

- het (telkens) betasten van de borststreek van die [slachtoffer 2] ,

zulks terwijl die [slachtoffer 2] toen telkens aan zijn zorg en/of waakzaamheid was toevertrouwd (immers was die [slachtoffer 2] toen aldaar bij verdachte en/of zijn echtgenote (telkens) aan het logeren);

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode omvattende het jaar 2018 en/of het jaar 2019 te Wolvega, in elk geval in de gemeente Weststellingwerf, (in verdachtes woning) meermalen, althans eenmaal, met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2008, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten

- het (telkens) ontkleden van het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of

- het (telkens) met verdachtes vinger(s) betasten van de vagina van die [slachtoffer 2] en/of

- het (telkens) met verdachtes tong likken van/aan de vagina van die [slachtoffer 2] en/of

- het (telkens) doen of laten aanraken van verdachtes geslachtsdelen door die [slachtoffer 2] en/of

- het (telkens) zoenen van de mond van die [slachtoffer 2] en/of het (telkens) met verdachtes tong aanraken van de mond van die [slachtoffer 2] en/of

- het (telkens) betasten van de borststreek van die [slachtoffer 2] ,

zulks terwijl die [slachtoffer 2] toen telkens aan zijn zorg en/of waakzaamheid was toevertrouwd (immers was die [slachtoffer 2] toen aldaar bij verdachte en/of zijn echtgenote (telkens) aan het logeren);

3.

hij in of omstreeks de periode omvattende het jaar 2018 en/of het jaar 2019 (tot en met 7 mei 2019), te Wolvega, in elk geval in de gemeente Weststellingwerf, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, een of meer (digitale) afbeelding(en) en/of een of meer gegevensdrager(s), bevattende afbeeldingen, te weten (digitale) fotobestanden op een

gegevensdrager (te weten een mobiel telefoontoestel met camera (van het merk Samsung, type Galaxy S7)) heeft vervaardigd, en/of in bezit gehad, terwijl op die (digitale) afbeelding(en) een of meer seksuele gedragingen zichtbaar was/waren, waarbij (telkens) iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende

afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's /film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling,

en bestaande die (digitale) fotobestanden (onder meer) uit bestanden met

Bestandsnaam: [bestandsnaam]

File Path:

files\Image\ [bestandsnaam]

a.O\ Root\data\com.kii.safe\cache\image_manager_disk_cache

Bestandsnaam: [bestandsnaam]

File Path:

files\Image\ [bestandsnaam] \

Root\data\com.kii.safe\cache\image_manager_disk_cache

Bestandsnaam: [bestandsnaam] .jpg

File Path:

files\Image\ [bestandsnaam] .jpg\.main_folder

Bestandsnaam: [bestandsnaam]

FilePath:

files\Image\ [bestandsnaam] \

Root\data\com.kii.safe\cache\image_manager_disk_cache,

zulks terwijl die persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt/minderjarige aan zijn zorg en/of waakzaamheid was toevertrouwd (immers was die minderjarige ten tijde van het vervaardigen van voornoemde afbeeldingen bij verdachte en/of zijn echtgenote aan het logeren).

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor feiten 1. primair, 2. primair en 3.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat een bewezenverklaring kan volgen voor hetgeen verdachte ten aanzien van feiten 1, 2 en 3 heeft bekend. Een aantal elementen kan volgens de raadsman niet overtuigend bewezen worden verklaard.

Ten aanzien van feit 1 staat onvoldoende vast dat verdachte [slachtoffer 1] heeft ontkleed, alsmede dat hij met de vingers is binnengedrongen in de vagina van [slachtoffer 1] . Verdachte heeft de vagina slechts aangeraakt en is van mening dat er daarom geen sprake is van binnendringen.

Ten aanzien van feit 2 weet verdachte niet of hij [slachtoffer 2] heeft ontkleed. Verdachte heeft verklaard dat hij niet met zijn tong en vingers is binnengedrongen in de vagina van [slachtoffer 2] . Daarnaast is er geen overtuigend bewijs voor het likken van de vagina, alsook voor het zoenen van de mond en het met de tong naar binnen gaan.

Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman aangevoerd dat een bewezenverklaring kan volgen, met uitzondering van het op de tenlastelegging als vierde opgenomen bestand.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht op grond van na te noemen bewijsmiddelen het onder 1. primair en 2. primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 1 primair

1. De door verdachte ter zitting van 26 september 2019 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:

Van 6 op 7 april 2019 heeft [slachtoffer 1] bij mij gelogeerd. Ik ben met mijn hand via de zijkant in haar onderbroek gegaan. Ik heb haar vagina aangeraakt en ben tussen haar schaamlippen geweest.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 24 april 2019, opgenomen op pagina 13 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer LODDBEKJE/NNRBC19069 van 17 juli 2019, inhoudend als verklaring van [ouder] :

V = vraag verbalisant A= antwoord aangeefster

V: Wat is de naam en geboortedatum van jouw kind waarvoor jij

aangifte doet?

A: [slachtoffer 1] , zij is geboren in 2010.

V: Waar wonen de kinderen?

A: Zij wonen in Wolvega.

A: Het was 6 april (de rechtbank begrijpt: 2019). Buurman vroeg of [slachtoffer 1] een keer mee mocht eten. Hij vroeg of [slachtoffer 1] mocht blijven slapen. Ik was met [slachtoffer 1] aan het praten hoe het logeren was geweest. Toen zei [slachtoffer 1] dat buurman met zijn blote vingers bij haar plassertje had gezeten.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 1 juli 2019, opgenomen op pagina 92 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Verhoor van: [slachtoffer 1] , geboren in 2010 te [geboorteplaats] .

V: Verbalisant

A: [slachtoffer 1]

O: Opmerking

A Buurman deed met zijn vinger zo (gaat met haar rechter wijsvinger naar haar plassertje en beweegt deze wat). Tussen de liesjes.

V En waarmee deed buurman dat?

A Gewoon met de blote hand.

A Toen deed buurman mijn broek uit. Kijk zo alsof dit is mijn onderbroek, ging zo, zo aan mijn plassertje komen (gaat met haar linkerhand aan de voorkant haar broek in). Hij ging de vinger in de mond doen. Toen ging hij hier zo bij dat plassertje komen (wijst haar plassertje aan). Toen ging die zo met de vinger zo met de andere hand zo in mijn plassertje. Toen was het licht en toen ging buurman er wel mee stoppen, maar beneden ging buurman het weer doen. Het was in de ochtend. Ook in de avond.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van 21 mei 2019, opgenomen op pagina 350 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verdachte:

Plaats: Wolvega

V = vraag verbalisant. A = antwoord verdachte

V: Waar heb jij [slachtoffer 1] aangeraakt?

A: Tussen de benen, schaamlippen, schaamstreek.

V: Waarmee?

A: Vingers.

V: Waar komt je vinger dan bij haar?

A: Op haar schaamlippen.

V: Is dat bij de blote huid?

A: Ja.

V: Wat van haar schaamlippen raak je dan aan?

A: De rand. De binnenrand zeg maar. Ik heb gewreven volgens mij.

V: Heb jij [slachtoffer 1] bij haar clitoris aangeraakt?

A: Ja

Overweging rechtbank ten aanzien van feit 1. primair

De rechtbank komt tot een ruimere bewezenverklaring dan hetgeen waarover verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd. Op grond van de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen is de rechtbank bij de bewezenverklaring uitgegaan van de verklaringen van [slachtoffer 1] . Zij is door middel van een studioverhoor gehoord en heeft uitgebreid verklaard over welke handelingen verdachte bij haar heeft verricht. De rechtbank acht haar verklaring geloofwaardig en betrouwbaar en ziet geen reden daaraan te twijfelen.

Ten aanzien van het met de vingers binnendringen van de vagina overweegt de rechtbank dat uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat het openen van de grote en kleine schaamlippen seksueel binnendringen oplevert, zie o.a. ECLI:NL:HR:2015:350. Ook het wrijven tussen de schaamlippen wordt gekwalificeerd als het seksueel binnendringen van het lichaam, zie ECLI:HR:2010:BK6910. Uit zowel de verklaring van [slachtoffer 1] , als uit de verklaring van verdachte, inhoudende dat hij de binnenrand van de schaamlippen heeft aangeraakt en daar heeft gewreven, leidt de rechtbank af dat verdachte met deze handelingen het lichaam van [slachtoffer 1] seksueel is binnengedrongen.

De rechtbank acht niet bewezen dat [slachtoffer 1] op [geboortedatum] 2010 is geboren, omdat in het dossier twee verschillende geboortedata worden genoemd. In de aangifte stelt haar moeder dat [slachtoffer 1] is geboren op 27 augustus 2010, terwijl op andere plaatsen in het dossier, waaronder het studioverhoor van [slachtoffer 1] , [geboortedatum] 2010 als geboortedatum wordt genoemd. Een uittreksel uit een officieel register, wat zekerheid had kunnen geven, ontbreekt. Wel is voldoende komen vast te staan dat [slachtoffer 1] in het jaar 2010 is geboren.

Ten aanzien van feit 2 primair

1. De door verdachte ter zitting van 26 september 2019 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:

Tijdens het logeren van [slachtoffer 2] heb ik haar met mijn vingers, onder de kleding, bij haar vagina aangeraakt. Ik ben met mijn vinger tussen de schaamlippen geweest. Ik deed mijn hand in haar onderbroek. Dit is op verschillende momenten gebeurd. Ik nam het initiatief daartoe. Ik heb [slachtoffer 2] ook strelend bij haar borststreek aangeraakt. [slachtoffer 2] heeft mijn penis één keer, over de onderbroek heen, vastgehouden. Daar heb ik op aangestuurd. Ik heb [slachtoffer 2] wel eens een kus gegeven.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 1 juli 2019, opgenomen op pagina 59 e.v., van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Verhoor van: [slachtoffer 2] geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] .

V: Verbalisant

A: [slachtoffer 2]

O: Opmerking

A De buurman zat aan plekken wat ik liever niet wou.

V Want je zei hij ging hier aan zitten en hier aan zitten (wijst eerst haar borst(en) aan en daarna haar plasser). Heeft hij hier (wijst haar borst(en) aan) één keer aan gezeten?

A Vaker.

V En waar is dat gebeurd dat hij aan jouw borsten zat?

A Dat deed die als er niemand in de woonkamer was en dat ik bij hem ging logeren.

V En je zei ook hij ging hier aanzitten (wijst haar plasser aan).

A Ja. Vaker alles deed hij vaker. Dat is denk ik sowieso een jaar.

A Hij ging zijn hand in mijn broek steken ging daar kietelen en kriebelen. Maar als buurvrouw dan naar beneden ging dan ging hij ook wel er aan zitten. Aan mijn plassertje.

En daar (wijst naar haar borst).

V Ja. En je zegt hij ging aan mijn plassertje zitten waarmee ging hij aan je plasser zitten?

A Met zijn vinger. Hij ging kriebelen. Deed een beetje pijn. Bij mijn plassertje. Hij zat er volgens mij een beetje in met zijn vinger dat deed pijn. Hij deed het hard. Hij stak zijn hand gewoon in mijn broek.

V En waar gebeurde dit waar je nu over vertelde?

A In zijn huis.

A Hij gaat ook onder de deken. Dan gaat hij gewoon de onderbroek een beetje aan de kant doen en dan gaat hij kriebelen. Vinger nat maken. Dan gaat hij daar kriebelen en dan gaat hij ook daar kriebelen.

V En is dat nou op je blote huid?

A blote.

V En je zegt het is een paar keer gebeurd.

A Ja haast elke keer dat ik daar was.

V Hoe vaak is dat geweest op de slaapkamer dat hij dat deed?

A Elke keer als ik daar ging logeren.

V Ja, en wat raakte hij aan?

A Gewoon wat hij ook op bed doet. Hij gaat er in met zijn vinger. En dat doet pijn.

V En als je daar dan sliep gebeurde het dan één keer of vaker?

A Vaker.

A Toen moest ik met mijn benen wijd toen ging hij met zijn tong likken. Bijna elke keer denk ik dat ik bij hem was.

V En hoe weet je dat hij likte met zijn tong?

A Omdat ik dat zag en voelde. Hij ging met zijn tong er in. Hij ging met zijn vinger zo aan de kant doen en ging die likken.

V Wat ging die aan de kant doen?

A Mijn plassertje.

V Plassertje aan de kant en dan ging hij met tong er in.

A Ja. Ik moest wel een paar keer met mijn hand aan hem zitten wat bij hem tussen de benen zit. Hij ging mijn hand pakken en dan trok hij mijn hand daarheen. Dan moest ik het vasthouden. Hij ging mijn hand moet ik zo doen (maakt een knijpende beweging met haar rechterhand). Af en toe ik moest hem ook kusjes geven, wou hij met zijn tong in mijn mond. Ik ging mijn mond stijf dicht doen.

V Maar is het ook wel eens gelukt? Dat hij met zijn tong bij jou in de mond is gegaan?

A Tot mijn tanden verder niet. Wou hij ook likken. Daar (gaat met haar hand naar haar borst). Ging hij likken.

V Denk je dat hij wel eens foto’s heeft gemaakt van jou?

A Hij vroeg een paar keer of hij foto’s mocht maken en dat heeft hij ook gedaan. Het waren naaktfoto’s. Dat was toen op het bed. Hij heeft mijn onderbroek uitgedaan en ik moest op een bepaalde manier gaan liggen en dan ging hij foto’s maken.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 7 mei 2019, opgenomen op pagina 113 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Uit het Whats-App gesprek komt naar voren dat [slachtoffer 2] uitgenodigd wordt om op bezoek te komen bij de verdachte, op bezoek is geweest bij de verdachte of logeert/gaat logeren of heeft gelogeerd bij de verdachte. Uit bovenstaande gesprekken kom ik tot het volgende:

- [slachtoffer 2] heeft gelogeerd bij buurman [verdachte] op:

13 januari op 14 januari 2018

31 mei op 1 juni 2018 (of alleen op bezoek geweest op 31 mei 2018, niet helemaal duidelijk)

21 augustus op 22 augustus 2018

12 januari op 13 januari 2019

- [slachtoffer 2] was op bezoek bij buurman [verdachte] op:

- 10 mei 2018

- 22 mei 2018

- 31 mei 2018

- 27 juni 2018

- 8 juli 2018

- 14 november 2018

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van 21 mei 2019, opgenomen op pagina 350 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verdachte:

Plaats: Wolvega

V: Waar heb je [slachtoffer 2] aangeraakt?

A: Tussen de benen. Bij haar schaamstreek. Gewoon bovenin, bij haar clitoris zeg maar, dat stukje. Met mijn vinger.

V: Wanneer is dat begonnen, dat jij en [slachtoffer 2] dit contact hadden? Wanneer zijn die aanrakingen begonnen?

A: 2017/2018 ongeveer.

Overweging rechtbank ten aanzien van feit 2. primair

De rechtbank komt tot een ruimere bewezenverklaring dan hetgeen waarover verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd. Op grond van de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen is de rechtbank bij de bewezenverklaring uitgegaan van de verklaringen van [slachtoffer 2] . Zij is door middel van een studioverhoor gehoord en heeft uitgebreid verklaard over welke handelingen verdachte bij haar heeft verricht. De rechtbank acht haar verklaring geloofwaardig en betrouwbaar en ziet geen reden daaraan te twijfelen. Verdachte daarentegen heeft tijdens zijn eerste verhoren bij de politie alles ontkend en is langzamerhand steeds meer gaan bekennen. Ook ter terechtzitting heeft verdachte alsnog verklaard bepaalde handelingen, die hij in de verhoren bij de politie had ontkend, te hebben gepleegd. Ook om die reden hecht de rechtbank meer waarde aan de verklaringen van [slachtoffer 2] voor zover die zien op handelingen die volgens verdachte niet hebben plaatsgevonden.

Met betrekking tot het 'seksueel binnendringen' overweegt de rechtbank als volgt. De Hoge Raad heeft gekozen voor een ruime benadering: 'ieder binnendringen van het lichaam met een seksuele strekking', zie HR 22 februari 1994, NJ 1994/379. Ook het wrijven tussen de schaamlippen wordt gekwalificeerd als het seksueel binnendringen van het lichaam, zie ECLI:HR:2010:BK6910. Seksuele handelingen die aan binnendringen voorafgaan, daarop volgen of daarmee gepaard gaan zijn handelingen die worden begrepen onder het 'mede bestaan uit seksueel binnendringen', zie HR 18 mei 1999, NJ 1999, 541.

[slachtoffer 2] heeft onder andere verklaard dat verdachte met zowel zijn tong als vingers in haar vagina is geweest, dat verdachte haar vagina heeft gelikt, dat zij verdachtes geslachtsdeel moest vasthouden, alsook dat verdachte aan haar borststreek heeft gezeten. Ten aanzien van het met de tong en vingers binnendringen van de vagina is naar het oordeel van de rechtbank daarmee sprake van seksueel binnendringen. De overige bewezenverklaarde handelingen betreffen handelingen die kunnen worden aangemerkt als handelingen die mede bestaan uit seksueel binnendringen.

Ten aanzien van feit 3

De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat van het vierde opgenomen bestand in de tenlastelegging niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat op dit bestand seksuele handelingen zichtbaar zijn welke vallen onder kinderpornografisch materiaal. De rechtbank overweegt daartoe dat uit het dossier niet blijkt wat er op dit bestand zichtbaar is. Nu er geen beschrijving van het opgenomen bestand is, kan de rechtbank niet tot de conclusie komen dat op het bestand kinderpornografisch materiaal zichtbaar is. De enkele vermelding van het bestand in de zogenaamde collectiescan is onvoldoende.

Voor het overige volstaat de rechtbank ten aanzien van het onder 3 bewezen verklaarde, met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte dit bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Deze opgave luidt als volgt:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september 2019;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 1 juli 2019, opgenomen op pagina 59 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer LODDBEKJE/NNRBC19069 van 17 juli 2019, inhoudende het relaas van verbalisant;

3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 mei 2019, opgenomen op pagina 149 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant;

4. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 1 juli 2019, opgenomen op pagina 154 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant;

5. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van 11 juli 2019, opgenomen op pagina 201 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisanten;

6. bijlage II, gevoegd bij het onder 5. genoemde proces-verbaal, los opgenomen bij voornoemd dossier, inhoudende de collectiescan aangetroffen kinderpornografisch materiaal;

7. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van 21 mei 2019, opgenomen op pagina 350 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van verdachte.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht feiten 1. primair, 2. primair en 3 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1. primair

hij in de periode omvattende de dagen 6 april 2019 en 7 april 2019 te Wolvega, in de gemeente Weststellingwerf, in verdachtes woning, meermalen, met [slachtoffer 1] , geboren in het jaar 2010, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten

- het gedeeltelijk ontkleden van het lichaam van die [slachtoffer 1] en

- het met verdachtes vingers binnendringen van de vagina van die [slachtoffer 1] en

- het betasten van de vagina van die [slachtoffer 1] ,

zulks terwijl die [slachtoffer 1] toen aan zijn zorg en waakzaamheid was toevertrouwd, immers was die [slachtoffer 1] toen aldaar bij verdachte aan het logeren.

2. primair

hij in de periode omvattende het jaar 2018 en het jaar 2019, tot en met 7 april 2019 te Wolvega, in de gemeente Weststellingwerf, in verdachtes woning, meermalen, met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2008, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , te weten

- het met verdachtes tong of vingers binnendringen van de vagina van die [slachtoffer 2] en

- het likken van de vagina van die [slachtoffer 2] en

- het bestasten van de vagina van die [slachtoffer 2] en

- het doen aanraken van verdachtes geslachtsdelen door die [slachtoffer 2] en

- het zoenen van de mond van die [slachtoffer 2] en het met verdachtes tong binnendringen van de mond van die [slachtoffer 2] en

- het betasten van de borststreek van die [slachtoffer 2] ,

zulks terwijl die [slachtoffer 2] toen telkens aan zijn zorg en waakzaamheid was toevertrouwd, immers was die [slachtoffer 2] toen aldaar bij verdachte aan het logeren.

3.

hij in de periode omvattende het jaar 2018 en het jaar 2019, tot en met 7 mei 2019, te Wolvega, in elk geval in de gemeente Weststellingwerf, althans in Nederland, meermalen, digitale afbeeldingen, te weten digitale fotobestanden op een gegevensdrager, te weten een mobiel telefoontoestel met camera van het merk Samsung, type Galaxy S7 heeft vervaardigd, en in bezit gehad, terwijl op die digitale afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar waren, waarbij telkens iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het geheel of gedeeltelijk naakt laten poseren door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en poseert in een omgeving of in een erotisch getinte houding, op een wijze die niet bij haar leeftijd past en waarbij door het camerastandpunt en de onnatuurlijke pose en de wijze van kleden van deze persoon en de uitsnede van de foto's nadrukkelijk het ontblote geslachtsdeel, de borsten van deze persoon in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling,

en bestaande die digitale fotobestanden onder meer uit bestanden met

Bestandsnaam: [bestandsnaam] .O

File Path:

files\Image\ [bestandsnaam]

a.O\ Root\data\com.kii.safe\cache\image_manager_disk_cache

Bestandsnaam: [bestandsnaam] .O

File Path:

files\Image\ [bestandsnaam] \

Root\data\com.kii.safe\cache\image_manager_disk_cache

Bestandsnaam: [bestandsnaam] .jpg

File Path:

files\Image\ [bestandsnaam] .jpg\.main_folder

zulks terwijl die persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt aan zijn zorg en waakzaamheid was toevertrouwd, immers was die minderjarige ten tijde van het vervaardigen van voornoemde afbeeldingen bij verdachte aan het logeren.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. primair met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

2. primair met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

3. een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van feiten 1 primair, 2 primair en 3 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van vijf jaren en daarbij als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een ambulante behandeling, een contactverbod met [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] , alsmede een locatieverbod voor Wolvega.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van de voorlopige hechtenis tot aan de dag van de uitspraak en daarnaast een langdurige voorwaardelijke straf met eventueel een lange proeftijd en daarbij als bijzondere voorwaarde dat verdachte een behandeling zal ondergaan.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportages van Reclassering Nederland van 19 juli 2019 en het rapport van de psycholoog van 19 juli 2019, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het seksueel misbruiken van zijn twee minderjarige buurmeisjes, terwijl deze meisjes bij hem logeerden en dus aan zijn zorg en waakzaamheid waren toevertrouwd. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het vervaardigen en bezitten van kinderpornografisch materiaal van het oudste buurmeisje. De politie trof een groot aantal afbeeldingen van kinderpornografische aard aan op de onder verdachte inbeslaggenomen goederen. Verdachte heeft met het plegen van deze feiten op ernstige wijze de lichamelijke integriteit van de minderjarige slachtoffers geschonden en hen waarschijnlijk voor de rest van hun leven beschadigd. Seksueel misbruik van minderjarigen heeft grote gevolgen voor de betreffende slachtoffers. Misbruikte kinderen ondervinden vaak nog gedurende hun hele leven lichamelijke en psychische gevolgen van het misbruik. Verdachte heeft hier geen oog gehad, maar is enkel gericht geweest op het bevredigen van zijn eigen gevoelens. Het seksueel misbruiken van minderjarigen is zo ernstig dat daar een gevangenisstraf op moet volgen.

Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank als strafverzwarend meegenomen dat de meisjes aan zijn zorg en waakzaamheid waren toevertrouwd en dat verdachte misbruik heeft gemaakt van het vertrouwen dat de slachtoffers in hem hadden. Verdachte wist dat één van beide meisjes extra kwetsbaar was. De rechtbank heeft zich er rekenschap van gegeven dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

Er is psychologisch onderzoek verricht en daaruit blijkt dat er bij verdachte sprake is van een pedofiele stoornis. Verdachte kan zich niet in deze conclusie vinden. De psycholoog heeft in het rapport aangegeven dat deze pedofiele stoornis ten tijde van het plegen van de feiten aanwezig was en zijn gedragskeuzes en gedragingen heeft beïnvloed. Verdachte heeft zich laten leiden door zijn seksuele behoeften zonder daarbij voldoende rekening te houden met de negatieve consequenties voor anderen, maar ook voor zichzelf. De psycholoog is van mening dat het ten laste gelegde in verminderde mate aan verdachte kan worden toegerekend. De rechtbank neemt dit advies van de psycholoog over en heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte. De psycholoog concludeert dat verdachte een behandeling nodig heeft om de kans op herhaling te verkleinen. Een behandeling in het kader van bijzondere voorwaarden bij een (deels) voorwaardelijke straf is volgens de psycholoog afdoende om de kans op recidive te verminderen.

De reclassering sluit zich aan bij het door het NIFP gegeven advies en adviseert als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandeling gericht op het voorkomen van seksuele delicten bij De Waag of een soortgelijke forensische polikliniek die gespecialiseerd is in de behandeling van zedendelinquenten, alsmede een contactverbod en een locatieverbod op te leggen. De rechtbank acht het, ter voorkoming van recidive, van belang dat verdachte een behandeling zal ondergaan en zal verdachte dit als bijzondere voorwaarde opleggen bij een deels voorwaardelijke gevangenisstraf. Daarnaast zal de rechtbank verdachte een meldplicht en een contactverbod met beide slachtoffers opleggen. Anders dan geadviseerd en gevorderd door de officier van justitie zal de rechtbank verdachte geen locatieverbod opleggen. De rechtbank overweegt daartoe dat zij verdachte een langdurige gevangenisstraf zal opleggen. Hierdoor zullen de slachtoffers in ieder geval de komende tijd niet geconfronteerd worden met verdachte. Bovendien is op dit moment niet duidelijk waar verdachte na zijn detentie zal gaan wonen en is evenmin niet duidelijk of de slachtoffers op het moment dat verdachte uit detentie komt nog in Wolvega zullen wonen.

Indien een dergelijk verbod tegen de tijd dat verdachte uit detentie komt wenselijk wordt geacht, kan de officier van justitie een verzoek tot wijziging van de bijzondere voorwaarden indienen.

Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en de hiervoor genoemde bijzondere voorwaarden passend en oplegging daarvan geboden. Daarbij merkt de rechtbank op dat zij, anders dan door de officier van justitie is gevorderd, geen proeftijd van 5 jaren zal opleggen. Voor een langere proeftijd is vereist dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Mede gelet op het rapport van de psycholoog, die het recidiverisico op korte termijn als laag en op middellange termijn als laag tot matig inschat, kan niet zonder meer gezegd worden dat aan die voorwaarde in deze zaak is voldaan.

Inbeslaggenomen goederen

De rechtbank acht de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten een telefoontoestel van het merk Samsung, kleur zwart en een computer van het merk Toshiba, vatbaar voor onttrekking aan het verkeer nu feit 3 met behulp van deze goederen is begaan en zij -door de opgeslagen kinderpornografische afbeeldingen- van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan door verdachte in strijd is met de wet.

De rechtbank is van oordeel dat de overige inbeslaggenomen voorwerpen, te weten elf harddisks, vier telefoontoestellen, één videocamera, één simkaart, één Samsung kaart, vier fototoestellen, één mp3 mediaspeler en zes computers, moeten worden teruggegeven aan verdachte nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.

Benadeelde partij

[slachtoffer 2] , wettelijk vertegenwoordigd door [benadeelde partij] , heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 2.500,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan, alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte bereid is de gevorderde schade te betalen. De raadsman heeft echter bepleit de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren omdat deze onvoldoende is onderbouwd.

Oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1. primair bewezen verklaarde.

De raadsman heeft aangevoerd dat de vordering onvoldoende is onderbouwd. De rechtbank overweegt dat er, indien er geen sprake is van fysiek letsel, sprake moet zijn van aantasting in de eer of goede naam of aantasting van de persoon op andere wijze. Voor de toewijsbaarheid van een vordering gebaseerd op de aantasting van de persoon op andere wijze is volgens de Hoge Raad het uitgangspunt dat de benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen. De benadeelde zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval een psychische beschadiging is ontstaan waartoe nodig is dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel is of had kunnen zijn vastgesteld. De Hoge Raad heeft bepaald dat op dit uitgangspunt uitzonderingen kunnen worden aanvaard in verband met de bijzondere ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor het slachtoffer. Het seksueel misbruik van de benadeelde vormt een dusdanig ernstige inbreuk op een fundamenteel recht, te weten de lichamelijke integriteit, dat dit in zichzelf als aantasting van de persoon op andere wijze dient te worden beschouwd. Een nadere onderbouwing van de geleden schade is naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet nodig. De vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 april 2019.

Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36b, 36c, 36f, 57, 240b, 244 en 248 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1. primair, 2. primair en 3 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot één jaar niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering enin voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich binnen vijf dagen volgend op zijn ontslagdatum uit detentie meldt bij Reclassering Nederland, op het adres Zoutbranderij 1 te Leeuwarden en zich daarna gedurende een door de reclassering te bepalen periode, die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd en op door de reclassering te bepalen tijdstippen dient te blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang die instelling dat noodzakelijk acht;

2. dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd, voor zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, onder behandeling zal stellen van de Forensische psychiatrie De Waag of een soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, teneinde zich te laten behandelen voor zijn pedofiele stoornis, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener hem in het kader van die behandeling zal geven;

3. dat de veroordeelde gedurende de proeftijd van drie jaren op geen enkele wijze -direct of indirect- contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2008 en [slachtoffer 1] , geboren in 2010, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden, met uitzondering van de onder 3. genoemde voorwaarde waarop de politie toezicht houdt, en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen:

- Telefoontoestel Kl:ZWART SAMSUNG, [nummer] ;

- Computer TOSHIBA, [nummer] .

Gelast de teruggave aan veroordeelde van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven: - Harddisk, WESERN DIGITAL, [nummer] ;

- Harddisk, SCANDIST CRUZER 8GB, [nummer] ;

- Harddisk, SCANDIST CRUZER 8GB, [nummer] ;

- Telefoontoestel, Kl:ZWART SAMSUNG GT-19001, [nummer] ;

- Harddisk, Kl:BLAUW ACTION, [nummer] ;

- Telefoontoestel, SAMSUNG GT-S7560, [nummer] ;

- Telefoontoestel, SAMSUNG SM-G920F, [nummer] ;

- Videocamera, SONY, [nummer] ;

- Telefoontoestel, SAMSUNG GT-19505, [nummer] ;

- Harddisk, Kl:ZILVERKL, [nummer] ;

- Harddisk, USB-STICK, [nummer] ;

- Harddisk, Kl:ZILVERKL FREECOM, [nummer] ;

- Harddisk, SAMSUNG, [nummer] ;

- Kaart, Kl:WIT SIMKAART, [nummer] ;

- Kaart, SAMSUNG, [nummer] -GEHEUGENKAART;

- Fototoestel, SAMSUNG, [nummer] ;

- Overige Goederen, MEDIASPELER MP3, [nummer] ;

- Harddisk, GEGEVENSDRAGER, [nummer] ;

- Computer, Kl:WIT SERVER, [nummer] ;

- Computer, KAARTLEZER MEDION, [nummer] ;

- Harddisk, [nummer] ;

- Computer, Kl:ZWART MEDION WIN.XP-HOM, [nummer] ;

- Computer, Kl:ZWART TOSHIBA, [nummer] ;

- Computer, Kl:ZWART HP-COMPAQ PERSONAL, [nummer] ;

- Fototoestel, Kl:GEEL, [nummer] ;

- Computer, Kl:ZWART TABLET A6-TAB, [nummer] ;

- Fototoestel, Kl:ZWART NIKON D50, [nummer] ;

- Harddisk, USB-PHILIPS 16GB, [nummer] ;

- Fototoestel, Kl:ZILVERKL SONY CYBER-SHOT, [nummer] .

Benadeelde partij

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 2.500,00 (zegge: vijfentwintighonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 april 2019.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] , te betalen een bedrag van € 2.500,00 (zegge: vijfentwintighonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 35 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 2.500,00 aan immateriële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 april 2019.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S. Sikkema, voorzitter, mr. M. Brinksma en mr. N.A. Vlietstra, rechters, bijgestaan door mr. C.G. Velvis, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 oktober 2019.

Mr. Velvis is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.