Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2019:4364

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
10-10-2019
Datum publicatie
23-10-2019
Zaaknummer
18/730098-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting. Verdachte heeft het slachtoffer in haar eigen woning vastgepakt en meerdere keren bij haar keel gegrepen en daarin geknepen. Het slachtoffer heeft daarbij het bewustzijn verloren. Daarnaast heeft verdachte het slachtoffer bedreigd en daarmee willen voorkomen dat zij over de verkrachting zou gaan vertellen. Het slachtoffer is heel angstig geweest en heeft tijdens de verkrachting gedacht dat verdachte haar zou doden. Alles overwegend komt de rechtbank tot oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en daarbij als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een ambulante behandeling, een contactverbod met aangeefster en een locatie verbod.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 242
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730098-19

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 10 oktober 2019 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

thans gedetineerd in P.I. Leeuwarden te Leeuwarden, Holstmeerweg 7.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 26 september 2019.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R.P. Snorn, advocaat te Heerenveen.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. E.R. Jepkema.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 20 mei 2019 te Drachten, in elk geval in de gemeente Smallingerland, in een woning (gelegen aan of bij [straatnaam] ) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het een of meermalen met verdachte penis binnendringen in de vagina van die [slachtoffer] en bestaande dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdacht toen aldaar

- die [slachtoffer] bij een arm heeft vastgepakt en/of

- die [slachtoffer] bij de keel/hals heeft vastgepakt en/of (vervolgens) vastgehouden en/of

- die [slachtoffer] in de keel/hals heeft geknepen, waardoor, althans mede waardoor, die [slachtoffer] het bewustzijn heeft verloren en/of

- die [slachtoffer] naar een slaapkamer heeft verplaats en/of (aldaar) op de grond heeft gegooid/gelegd en/of (vervolgens) op een aldaar aanwezig bed heeft gelegd en/of (vervolgens aldaar)

- die [slachtoffer] (wederom) bij de keel/hals heeft vastgepakt en/of (vervolgens) vastgehouden en/of in de keel/hals heeft geknepen en/of

- die [slachtoffer] de woorden heeft toegevoegd: "Ik wil op dit moment seks met jou hebben.", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- die [slachtoffer] heeft bedreigd, door tegen haar te zeggen dat verdachte haar ogen zou uitsteken en/of vermoorden als zij verdachte zou tegenhouden, althans woorden van gelijke (be)dreigende aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer] tegen het hoofd heeft geslagen en/of

- de broek en/of de onderbroek van die [slachtoffer] heeft uitgetrokken en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat als zij het tegen [naam] zou vertellen, dat verdachte dan die [naam] met een mes zou dood steken, althans woorden van gelijke (be)dreigende aard en/of strekking,

- zijn, verdachtes, broek en onderbroek heeft laten zakken;

subsidiair

hij op of omstreeks 20 mei 2019 te Drachten, in elk geval in de gemeente Smallingerland, in een woning (gelegen aan of bij [straatnaam] ), ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] te dwingen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] ,

- die [slachtoffer] bij een arm heeft vastgepakt en/of

- die [slachtoffer] bij de keel/hals heeft vastgepakt en/of (vervolgens) vastgehouden en/of

- die [slachtoffer] in de keel/hals heeft geknepen, waardoor, althans mede waardoor, die [slachtoffer] het bewustzijn heeft verloren en/of

- die [slachtoffer] naar een slaapkamer verplaats en/of (aldaar) op de grond gegooid/gelegd en/of (vervolgens) op een aldaar aanwezig bed heeft gelegd en/of (vervolgens aldaar)

- die [slachtoffer] (wederom) bij de keel/hals heeft vastgepakt en/of (vervolgens) vastgehouden en/of in de keel/hals heeft geknepen en/of

- die [slachtoffer] de woorden heeft toegevoegd: "Ik wil op dit moment seks met jou hebben.", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- die [slachtoffer] heeft bedreigd, door tegen haar te zeggen dat verdachte haar ogen zou uitsteken en/of vermoorden als zij verdachte zou tegenhouden, althans woorden van gelijke (be)dreigende aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer] tegen het hoofd heeft geslagen en/of

- de broek en/of de onderbroek van die [slachtoffer] heeft uitgetrokken en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat als zij het tegen [naam] zou vertellen, dat verdachte dan die [naam] met een mes zou dood steken, althans woorden van gelijke (be)dreigende aard en/of strekking, en/of

- zijn, verdachtes, hand op de mond van van die [slachtoffer] heeft gelegd, en/of

- zijn, verdachtes, broek en onderbroek heeft laten zakken en/of

- met verdachtes penis de vagina van die [slachtoffer] heeft aangeraakt en/of verdachtes penis tegen de vagina van die [slachtoffer] heeft gehouden en/of

- op en/of over en/of tegen de vagina van die [slachtoffer] heeft geëjaculeerd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor feit 1. primair.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van feit 1. primair en 1. subsidiair. Ten aanzien van feit 1. primair heeft hij daartoe aangevoerd dat er wellicht voldoende wettig bewijs is, maar dat de overtuiging ontbreekt voor de in de tenlastelegging opgenomen geweldshandelingen en dwang. De raadsman heeft daartoe onder meer het volgende aangevoerd.

Uit het dossier blijkt dat in de woning geen sporen van geweld zijn aangetroffen.

De mate van geweld waarover is verklaard past niet bij het gebrek aan sporen daarvan in de woning, noch bij het letsel dat is geconstateerd in de letselverklaring en de foto's. Het had voor de hand gelegen als in de letselrapportage duidelijkere sporen van geweld zouden zijn aangetroffen. Bovendien luidt de conclusie dat er sprake is van enigermate van overeenkomst tussen de opgegeven toedracht en het letsel, hetgeen mogelijkheden open laat.

Daarnaast hebben buren niets gehoord, terwijl aangeefster heeft verklaard éénmaal hard gegild te hebben. Ook getuige [getuige 1] , die verklaart normaal veel geluiden uit de woning te horen, heeft niets gehoord. Die omstandigheid steunt de verklaring van verdachte dat er geen sprake is geweest van schreeuwen en geweld, maar dat er sprake is geweest van vrijwillig seksueel contact.

Aangeefster heeft aan zowel de politie als aan derden verteld dat er geen sprake was van penetratie, terwijl uit onderzoek blijkt dat daar wel sprake van moet zijn geweest, omdat bij aangeefster diep vaginaal sperma is aangetroffen.

Los van de verklaringen van de vriendin en buurvrouw over de emotie van aangeefster, is de letselverklaring het enige steunbewijs voor de verkrachting. Als alternatief scenario voor het letsel van aangeefster heeft de raadsman aangevoerd dat zij meerdere malen aan de buurvrouw heeft voorgedaan wat verdachte bij haar gedaan zou hebben, hetgeen een verklaring kan zijn voor het aangetroffen letsel.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte ter zitting van 26 september 2019 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:

Op 20 mei 2019 ben ik bij [slachtoffer] geweest. Wij hebben seks gehad.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangever van 22 mei 2019, opgenomen op pagina 18 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer NNRBC19080-EIND van 12 juli 2019, inhoudend als verklaring van [slachtoffer] :

V = Vraag/opmerking verbalisant

A = Antwoord/opmerking aangeefster

Ik doe aangifte tegen [verdachte] . Hij heeft mij gewurgd en verkracht.

V: Op welke dag of in welke periode heeft dat plaatsgevonden?

A: 20 mei 2019 na 15:00 uur.

V: Waar heeft dat plaats gevonden?

A: Bij mij thuis. [straatnaam] in Drachten. Hij pakte mij bij mijn arm vast. Toen greep hij mij bij mijn keel vast. Ik verloor het bewustzijn, ik kon daarvoor ook niet veel geluid uit brengen omdat hij mij vast had bij mijn keel. Hij heeft mij vervolgens verplaatst van de woonkamer naar de slaapkamer. Daar heeft hij mij op de grond gegooid, terwijl hij mij nog steeds vast had bij mijn keel. Pas toen ik weer een beetje bij begon te komen, vroeg ik aan hem waar hij mee bezig was. Hij zei: "Ik wil seks hebben met jou, maak geen geluid". Hij heeft mij op het ene bed gelegd. Elke keer als ik probeerde om geluid te produceren, voorkwam hij dit door mijn keel weer dicht te knijpen zodat het geluid werd gesmoord of er helemaal geen geluid uit kwam. Hij zei: "ik wil op dit moment seks met jou hebben. Hij bedreigde mij door te zeggen dat hij mijn ogen uit zou steken en dat hij mij zou vermoorden als ik hem zou tegen houden. Hij zei: als je dit aan [naam] verteld, zal ik hem met een mes dood steken. Toen tilde hij mij op en bracht mij naar het andere bed. Met één hand had hij mijn keel nog vast en met de andere hand probeerde hij mijn broek uit te trekken. Toen hij mijn broek probeerde uit te trekken, begon ik te gillen en gaf hij mij een klap in mijn gezicht. Inmiddels had hij mijn broek en onderbroek al uitgetrokken en weggegooid. Hij liet zijn broek zakken en zei: "dit was ik al een tijd van plan en het gaat gebeuren". Hij had zijn broek uitgedaan en kwam met zijn penis bij mijn vagina.

3. Een geschrift, inhoudende een Forensisch Geneeskundige Letselverslag van C. Oostdam, Forensisch arts KNMG d.d. 23 mei 2019, opgenomen op pagina 53 e.v. van voornoemd dossier, onder meer inhoudende:

Datum onderzoek: 20 mei 2019

Betrokkene: [slachtoffer]

Letselbeschrijving:

Naar aanleiding van persoonlijk lichamelijk onderzoek of onderzoek aan de hand van fotomateriaal (zie Bijl. A)

Lichaamsdeel:

In de hals zijn diverse oppervlakkige huidverkleuringen zichtbaar, lijnvormig, met een variërende lengte van maximaal 6 cm, verlopend in diverse richtingen bij zowel onder de onderkaak, de linker voorzijde van de hals, als juist boven het linker sleutelbeen.

Soort verwonding:

Het betreft oppervlakkige verscheuringen van de huid waarbij er tractie is geweest op de opperhuid, waarbij er op het scheurvlakvlak een bloeduitstorting zichtbaar wordt, de zogenoemde tramline bruising.

De verwondingen kunnen passen bij het opgegeven interval van enkele uren.

Mate van overeenkomst tussen opgegeven toedracht en verwonding: enigermate overeenkomstig.

Omdat de lijnvormige bloeduitstotingen in de hals waarschijnlijk zijn ontstaan door scheuring van de opperhuid zoals gebeurd wanneer de huid twee tegenstrijdige richtingen geforceerd wordt, zoals bijvoorbeeld het dichtknijpen met twee handen, of het krachtig knijpen met een hand waarbij een deel van de huid tussen de knijpende vingers gemanipuleerd wordt.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van 24 mei 2019, opgenomen op pagina 70 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 2] :

V = Vraag van de verbalisant

A = Antwoord van de getuige

V: Hoe ging het 20 mei 2019?

A: [slachtoffer] zei tegen mij dat de man haar bij haar nek had gepakt en iets dreigends had. Hij heeft de kleren van [slachtoffer] uit gedaan. Die meneer heeft de rits geopend. Zijn broek omlaag gedaan. [slachtoffer] huilde. Het was bij haar thuis. In de woonkamer hebben ze de eerste conversatie gehad. Toen heeft hij haar naar de slaapkamer toegebracht. [slachtoffer] vertelde mij dat ze half onbewust was.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van 29 mei 2019, opgenomen op pagina 76 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van

[getuige 1] :

V = Vraag van de verbalisant

A = Antwoord van de getuige

A: Ze was rood om haar gezicht. Ze zei: '[getuige 1] help mij'. Ze zei 'ken je nog die jongen die ik heb geruild met de woning, die heeft mij verkracht, ik wil graag naar het ziekenhuis ik ben bang dat hij mij een ziekte heeft gegeven'. Ze was erg van slag en ze greep naar haar keel, ze vertelde hoe het was gebeurd. In plaats van weg te gaan greep hij haar. Haar keel en probeerde hij haar uit te kleden en haar broek. Hij vertelde dat ze het tegen niemand mocht zeggen want dan ging hij haar doodsteken. [slachtoffer] deed steeds haar handen om haar keel om te laten zien wat die man had gedaan. Ik zag de paniek bij haar.

V: Hoe heeft ze verteld aan u wat er was gebeurd?

A: Verdrietig en in paniek. Ze was aan het huilen. Ze zei toen ze bij mij kwam dat het net gebeurd was. In haar huis.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict, opgenomen op pagina 58 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 20 mei 2019 kwam ik voor een forensisch onderzoek aan op de locatie Henri Dunantweg 1, Leeuwarden (Medisch Centrum Leeuwarden). In een speciale onderzoekskamer voor het forensisch medisch onderzoek werd door forensisch arts C. Oostdam in samenwerking met de gynaecologe Reitsma een forensisch medisch onderzoek gedaan bij [slachtoffer] . Tijdens dit onderzoek werden bemonsteringen gemaakt. De bemonsteringen maken deel uit van de zedenset voorzien van SIN ZAAC7886NL.

7. Een schriftelijk bescheid, inhoudende een deskundigenrapportage Forensisch DNA-onderzoek d.d. 6 augustus 2019, los bijgevoegd bij voornoemd dossier, onder meer inhoudend:

Het DNA-profiel van verdachte [verdachte] geboren op 1 januari 1994, dient vergeleken te worden met DNA-profielen verkregen van het sporenmateriaal.

2. Ontvangen materiaal

SIN-nummer

Beschrijving item

ZAAC7886NL

Zedenkit slachtoffer [slachtoffer]

Wattenstaafje, bemonstering diep vaginaal

4. Bevindingen

Bemonstering

DNA-profiel

Mogelijke donor van celmateriaal

Diep vaginaal

Spermafractie

ZAAC7886NL#01

DNA-profiel van een man. De frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.

Het DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van verdachte [verdachte] .

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van 23 mei 2019, opgenomen op pagina 118 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verdachte:

V: Vraag verbalisant

A: Antwoord verdachte

V: Wie woont er nu op het [straatnaam] in Drachten?

A: [slachtoffer] .

A: Ik ben naar haar huis gegaan. We hebben eerst in de woonkamer bij elkaar op de bank gezeten. Vervolgens zijn we samen naar de slaapkamer gegaan. Vervolgens hebben we seks met elkaar gehad. Ik gaf haar een duwtje waardoor zij kwam te liggen. Toen ging ik op haar liggen en vervolgens hadden we seks. Zij lag daar en ik deed ondertussen mijn broek uit. Ik ben naar binnen gegaan bij haar. Met mijn hele penis.

V: Ben je klaar gekomen?

A: Ja. Binnen in haar.

Overwegingen rechtbank ten aanzien van feit 1. primair

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat er, op grond van de voorgaande bewijsmiddelen, wettig en ook overtuigend bewijs is dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. De rechtbank overweegt daartoe in het bijzonder het volgende.

Seksueel binnendringen

Aangeefster heeft verklaard dat verdachte niet geheel bij haar is binnengedrongen. Onderzoek heeft uitgewezen dat er bij aangeefster diep vaginaal sperma van verdachte is aangetroffen. Verdachte heeft verklaard dat hij met zijn penis in haar vagina is geweest en in haar is klaargekomen. Gelet op deze verklaring van verdachte en het DNA-spoor dat diep vaginaal is aangetroffen, staat voor de rechtbank voldoende vast dat er sprake is geweest van seksueel binnendringen bij aangeefster. Dat aangeefster daar anders over heeft verklaard doet daar naar het oordeel van de rechtbank, gelet op de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen en het hiervoor overwogene, niet aan af.

Overtuiging

Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting stellig ontkend dat hij aangeefster heeft verkracht. Verdachte heeft aangevoerd dat er sprake is geweest van vrijwillig seksueel contact. De raadsman heeft aangevoerd dat er geen sprake is van overtuigend bewijs. Ook heeft hij een alternatief scenario gegeven voor het bij aangeefster geconstateerde letsel. De rechtbank volgt de verdediging niet en acht op grond van de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen wettig alsook overtuigend bewezen dat verdachte aangeefster heeft gedwongen tot het ondergaan van het seksueel binnendringen van het lichaam, waarbij hij gebruik heeft gemaakt van geweld en bedreiging met geweld.

Gelet op de verklaringen van de getuigen over de emotionele toestand waarin aangeefster kort na de verkrachting verkeerde, acht de rechtbank het niet aannemelijk dat zij hierover een valse verklaring heeft afgelegd. De rechtbank ziet in het dossier ook geen enkele aanwijzing die daar op zou kunnen wijzen. Aangeefster is consistent in haar verklaringen en ook de verklaringen van de getuigen komen overeen met de verklaring van aangeefster. Zij hebben beiden verklaard dat aangeefster huilde. Getuige [getuige 1] , de onderbuurvrouw van aangeefster, heeft bovendien verklaard dat aangeefster erg van slag was en naar haar keel greep. De rechtbank ziet in deze verklaring ook geen ondersteuning voor het door de raadsman geschetste alternatieve scenario voor het letsel dat bij aangeefster is aangetroffen. Naar het oordeel van de rechtbank is het niet mogelijk dat aangeefster, door aan de getuige voor te doen hoe verdachte haar bij de keel heeft vastgepakt, zichzelf dusdanig hard heeft geknepen dat daar dergelijk letsel uit zou kunnen volgen.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde en zal verdachte hiervoor veroordelen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht feit 1. primair wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

hij op 20 mei 2019 te Drachten, in de gemeente Smallingerland, in een woning gelegen aan [straatnaam] , door geweld en bedreiging met geweld, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het met verdachtes penis binnendringen in de vagina van die [slachtoffer] en bestaande dat geweld en die bedreiging met geweld hierin dat verdacht toen aldaar

- die [slachtoffer] bij een arm heeft vastgepakt en

- die [slachtoffer] bij de keel/hals heeft vastgepakt en vastgehouden en

- die [slachtoffer] in de keel/hals heeft geknepen, waardoor, althans mede waardoor, die [slachtoffer] het bewustzijn heeft verloren en

- die [slachtoffer] naar een slaapkamer heeft verplaatst en aldaar op de grond heeft gegooid en vervolgens op een aldaar aanwezig bed heeft gelegd en aldaar

- die [slachtoffer] wederom bij de keel/hals heeft vastgepakt en vastgehouden en in de keel/hals heeft geknepen en

- die [slachtoffer] de woorden heeft toegevoegd: "Ik wil op dit moment seks met jou hebben", althans woorden van gelijke aard of strekking en

- die [slachtoffer] heeft bedreigd, door tegen haar te zeggen dat verdachte haar ogen zou uitsteken en vermoorden als zij verdachte zou tegenhouden, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en

- die [slachtoffer] tegen het hoofd heeft geslagen en

- de broek en de onderbroek van die [slachtoffer] heeft uitgetrokken en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat als zij het tegen [naam] zou vertellen, dat verdachte dan die [naam] met een mes zou doodsteken, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

- zijn, verdachtes, broek en onderbroek heeft laten zakken.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. primair Verkrachting.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van feit 1. primair wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en daarbij als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een ambulante behandeling en een contactverbod met [slachtoffer] .

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor vrijspraak. Ten aanzien van de strafmaat heeft de raadsman aangevoerd dat de LOVS-oriëntatiepunten andere uitgangspunten inhouden dan de richtlijnen van het Openbaar Ministerie, alsmede dat er geen strafverzwarende omstandigheden zoals genoemd in de oriëntatiepunten aan de orde zijn.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportage van Reclassering Nederland van 17 september 2019, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting. Verdachte heeft het slachtoffer in haar eigen woning vastgepakt en meerdere keren bij haar keel gegrepen en daarin geknepen. Het slachtoffer heeft daarbij het bewustzijn verloren. Daarnaast heeft verdachte het slachtoffer bedreigd en daarmee willen voorkomen dat zij over de verkrachting zou gaan vertellen. Het slachtoffer is heel angstig geweest en heeft tijdens de verkrachting gedacht dat verdachte haar zou doden. Blijkens de schriftelijke slachtofferverklaring is het slachtoffer nog een aantal maanden bang geweest dat verdachte haar alsnog zou doodmaken. Ook heeft zij medicatie gekregen en een EMDR-therapie gevolgd. Naast de impact die een verkrachting op het slachtoffer heeft, heeft dit tevens een grote impact op de samenleving.

De landelijke oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (hierna: LOVS) nemen bij een verkrachting als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden. Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank als strafverzwarend meegenomen dat verdachte het slachtoffer in haar eigen woning heeft verkracht. De eigen woning is een plek bij uitstek waar een ieder zich veilig moet kunnen voelen. Daarnaast heeft verdachte misbruik gemaakt van het vertrouwen dat het slachtoffer in hem had. Bovendien heeft het slachtoffer door het geweld dat verdachte op haar heeft uitgeoefend doodsangsten uitgestaan. Deze omstandigheden rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank een hogere gevangenisstraf dan het in de LOVS opgenomen uitgangspunt.

Uit het rapport van de reclassering blijkt dat verdachte tot aan zijn aanhouding een ogenschijnlijk normaal leven heeft geleid. Hij had eigen huisvesting, een zinvolle dagbesteding en beschikte over voldoende financiële middelen om zich staande te kunnen houden. Dit alles is verdachte door de preventieve hechtenis kwijtgeraakt. De reclassering ziet dit verlies als een risicofactor voor eventueel delict gedrag in de toekomst. Gelet op de jonge leeftijd van verdachte, alsook de aard en ernst van het delict, acht de reclassering het noodzakelijk dat er bij een bewezenverklaring van het feit nadere diagnostiek en delict scenario-behandeling plaatsvindt.

De reclassering adviseert als bijzondere voorwaarden een meldplicht en een ambulante behandelverplichting bij de polikliniek forensische psychiatrie op te leggen. Ter voorkoming van recidive zal de rechtbank verdachte deze bijzondere voorwaarden opleggen. Daarnaast acht de rechtbank oplegging van een contactverbod met het slachtoffer en een locatieverbod voor het [straatnaam] in Drachten, de straat waar het slachtoffer woonachtig is, geboden.

Alles overwegend komt de rechtbank, in afwijking van de eis van de officier van justitie, tot oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en daarbij als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een ambulante behandeling, een contactverbod met aangeefster en een locatieverbod voor de straat [straatnaam] in Drachten.

Inbeslaggenomen goederen

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten een telefoon en twee stukken ondergoed, moeten worden teruggegeven aan de beslagenen, nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d en 242 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1. primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 10 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich binnen vijf dagen volgend op zijn ontslagdatum meldt bij Reclassering Nederland, op het adres Zoutbranderij 1 te Leeuwarden en zich daarna gedurende een door de reclassering te bepalen periode, die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd en op door de reclassering te bepalen tijdstippen dient te blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang die instelling dat noodzakelijk acht;

2. dat de veroordeelde zich onder behandeling zal stellen van de Polikliniek Forensische Psychiatrie GGZ Friesland of een soortgelijke zorgverlener, zulks ter bepaling door de reclassering, waarbij veroordeelde zal meewerken aan diagnostiek en zich zal houden aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener hem zal geven voor die behandeling, voor zolang als de reclassering dat noodzakelijk acht;

3. dat de veroordeelde gedurende de proeftijd van drie jaren op geen enkele wijze -direct of indirect- contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] , zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

4. dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd van drie jaren niet zal bevinden in de straat [straatnaam] in Drachten, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden, met uitzondering van de onder 3. en 4. genoemde voorwaarden waarop de politie toezicht houdt, en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Gelast de teruggave aan [slachtoffer] van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven stuk ondergoed.

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven

- telefoon, APPLE IPHONE;

- stuk ondergoed.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Brinksma, voorzitter, mr. W.S. Sikkema en mr. N.A. Vlietstra, rechters, bijgestaan door mr. C.G. Velvis, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 oktober 2019.

Mr. Velvis is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.