Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2019:3915

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
17-09-2019
Datum publicatie
17-09-2019
Zaaknummer
18/057467-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot afdreiging en een bedreiging. Verdachte heeft het slachtoffer onder druk gezet om foto’s dan wel filmpjes van seksuele aard via WhatsApp naar hem te versturen. Het slachtoffer heeft daaraan echter geen gehoor gegeven. Daarnaast is het slachtoffer door verdachte met de dood bedreigd. De bedreiging werd gebruikt als drukmiddel om de bedoelde foto’s en/of filmpjes te verkrijgen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 285
Wetboek van Strafrecht 318
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 18/057467-19

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 17 september 2019 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats],

wonende te [straatnaam], [woonplaats].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 3 september 2019.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.C. Herrewijnen, advocaat te Rotterdam.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. N. Tromp.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2017 tot en met 19 juni 2017 in de gemeente(n) Heerenveen en/of Emmen en/of elders in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging met smaad, smaadschrift en/of openbaring van een geheim

[slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een of meer geheel of ten dele aan die [slachtoffer] toebehorende seksueel getinte afbeeldingen van die [slachtoffer], nadat die [slachtoffer] aan verdachte via het internet een foto had gestuurd van haar blote borst(en), aan die [slachtoffer] heeft laten weten dat hij die foto van haar blote borst(en) op het internet zou delen met een geheime Facebookgroep en/of die foto op een pornosite zou plaatsen als zij niet een of meer zelfgemaakte filmpjes aan verdachte zou sturen waarop te zien zou moeten zijn dat zij met haar geslachtsdeel speelde en/of dat zij haar billen spreidde, bij welke met die Facebookgroep te delen en/of op die pornosite te plaatsen foto van haar blote borsten verdachte aangaf de volgende tekst(en) te zullen plaatsen:

'[slachtoffer], geile kossovaarse sletje uit friesland met grote tieten verwent je heel goed. Hier paar foto's' en/of 'Dit sletje [slachtoffer] uit friesland houd van lekkere dingen alleen als haar familie erachter komt is ze dood. Dus deel haha;)', althans woorden van gelijke aard en/of strekking, van welke (te delen/plaatsen) foto en welke (te plaatsen) tekst(en) verdachte een screenshot aan die [slachtoffer] heeft gestuurd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2

hij op of omstreeks 4 juni 2017, althans in of omstreeks de periode van 1 april 2017 tot en met 19 juni 2017, in de gemeente(n) Heerenveen en/of Emmen en/of elders in Nederland,

[slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door via WhatsApp, althans het internet, aan die [slachtoffer] te schrijven/berichten: '1 tip je kan beter huis uit vluchten want je bent vnv dood', althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor de feiten 1 en 2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van al het ten laste gelegde. Hij heeft hierbij gewezen op de verklaring die verdachte ter zitting heeft afgelegd, die inhoudt dat hij zijn telefoon, waarmee de in de tenlastelegging vermelde teksten zijn verstuurd ten tijde van het ten laste gelegde aan iemand had uitgeleend. Achteraf is hem gebleken dat deze persoon de gewraakte handelingen heeft verricht. Een aanwijzing die de verklaring van verdachte ondersteunt, is de omstandigheid dat verdachte steeds de feiten heeft ontkend. Daarnaast ligt het volgens de raadsman niet voor de hand dat een dader zijn eigen WhatsAppaccount, waarop zijn naam, achternaam, telefoonnummer en foto te zien zijn, zou gebruiken voor het plegen van deze feiten.

Voorts heeft de raadsman verzocht om de dossierstukken die betrekking hebben op de zaken die niet zijn ten laste gelegd, niet bij deze zaak te betrekken.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de feiten zoals ten laste gelegd onder 1 en 2 op grond van de hierna opgenomen bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank past de bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte ter zitting van 3 september 2019 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:

U houdt mij de aangifte van [slachtoffer] voor. Het telefoonnummer dat u noemt, was in die periode inderdaad mijn telefoonnummer. Het WhatsAppnummer dat is gebruikt, is van mij.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte, opgenomen op pagina 31 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2018119065 van 14 mei 2018, - zakelijk weergegeven - inhoudend als verklaring van verdachte:

Ik maakte geen gebruik van een laptop of pc. Ik deed alles met mijn telefoon, daar staat tegenwoordig alles op, dat is als het ware een computer. Ik gebruikte mijn telefoon voor contact met vrienden, administratie, muziek, en social media zoals facebook,

instagram en snapchat.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte, opgenomen op pagina 127 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer]:

Er was een jongen die heette [verdachte] (de rechtbank leest: [verdachte]).

We zijn met WhatsApp met elkaar gaan praten. In een periode was het contact dagelijks. Dit was zo’n 2 à 3 weken lang. Ik had hem mijn telefoonnummer gegeven. Ik heb hem heel veel verteld over mezelf. Hij gaf mij de aandacht die ik nodig had toen ik even moeilijk zat. Hij speelde daar op in.

Op een gegeven moment vroeg hij om foto's. Hij vroeg om een foto van mijn borsten. Ik heb hem een foto van mijn borsten gestuurd alleen was ik gekleed. Dat vond hij niet goed. Omdat hij maar bleef zeuren heb ik hem op een gegeven moment een foto van mijn blote borsten gestuurd. Hij was niet tevreden met de foto's die ik hem stuurde. Hij was wel tevreden mat de naaktfoto maar daarna wilde hij verder. Hij vroeg er wel om.

Toen begon hij te dreigen dat hij een foto van mijn borsten met een geheime Facebookgroep zou gaan delen. Hij liet een screenshot zien waarop hij alles inclusief tekst, had voorbereid. In de tekst stond mijn naam met de tekst "geile Kosovaarse sletje uit Friesland, verwent je goed, hier een paar foto's". Hij hoefde alleen maar op "plaatsen" te drukken. Hij zei toen dat ik het nog tegen kon houden door filmpjes van mij zelf waarin ik met mijn geslachtsdeel speel naar hem toe te sturen, ik heb dat geweigerd.

Op de dag dat hij begon te dreigen met het plaatsen van de foto's heeft hij mij ook

met de dood bedreigd via WhatsApp. Dat was op 4 juni. Hij schreef toen dat ik beter

het huis uit vluchten want ik zou vanavond dood zijn met een lachertje.

Ik weet amper iets van hem, ik weet zijn naam, instagramaccount, telefoonnummer

[telefoonnummer], hij woont in Emmen.

4. Een schriftelijk bescheid, te weten WhatsApp-berichten opgenomen op pagina 134 e.v. van voornoemde dossier, inhoudende:

De rechtbank overweegt als volgt.

Bij de politie heeft verdachte steeds ontkend dat hij met zijn telefoon WhatsApp-berichten heeft verstuurd naar aangeefster [slachtoffer]. Verdachte heeft tijdens de verhoren gesuggereerd dat iemand zijn profielfoto en telefoonnummer op internet moet hebben gezien en deze voor de onderhavige berichten heeft gebruikt.

Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij zijn telefoon aan iemand had uitgeleend in de periode dat daarmee de berichten werden verstuurd en dat die persoon de bedoelde berichten heeft verstuurd. Verdachte wenste geen openheid te verschaffen over de identiteit van deze persoon, omdat deze persoon behoort tot zijn sociale omgeving en hij hem niet in de problemen wil brengen. Verdachte heeft aangegeven dat hij gedurende de uitleenperiode van zijn eigen telefoon tijdelijk gebruik heeft gemaakt van een prepaid telefoon.

De rechtbank acht de verklaring van verdachte ongeloofwaardig, ten eerste omdat verdachte vanaf de start van het onderzoek steeds wisselende verklaringen heeft afgelegd over de betrokkenheid van zijn telefoon(nummer) en WhatsApp bij de onderhavige feiten. Ten tweede heeft verdachte bij de politie verklaard dat hij via zijn telefoon eigenlijk al zijn zaken regelde zoals zijn social media en e-mail. Mede gelet hierop acht de rechtbank het zeer onaannemelijk dat verdachte zijn telefoon gedurende een aantal maanden aan iemand zou uitlenen om vervolgens zelf gebruik te gaan maken van een prepaid telefoon. Daarenboven heeft verdachte geen gegevens omtrent de identiteit van de bedoelde persoon willen overleggen, waardoor zijn verhaal niet kan worden geverifieerd.

Gelet op het bovenstaande wordt de verklaring van de verdachte als onvoldoende aannemelijk terzijde geschoven.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht feiten 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1

hij in de periode van 1 april 2017 tot en met 19 juni 2017 in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging met smaadschrift en openbaring van een geheim

[slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van aan die [slachtoffer] toebehorende seksueel getinte afbeeldingen van die [slachtoffer], nadat die [slachtoffer] aan verdachte via het internet een foto had gestuurd van haar blote borsten, aan die [slachtoffer] heeft laten weten dat hij die foto van haar blote borsten op het internet zou delen met een geheime Facebookgroep en die foto op een pornosite zou plaatsen als zij niet een of meer zelfgemaakte filmpjes aan verdachte zou sturen waarop te zien zou moeten zijn dat zij met haar geslachtsdeel speelde en dat zij haar billen spreidde, bij welke met die Facebookgroep te delen en op die pornosite te plaatsen foto van haar blote borsten verdachte aangaf de volgende teksten te zullen plaatsen:

'[slachtoffer], geile kossovaarse sletje uit friesland met grote tieten verwent je heel goed. Hier paar foto's' en 'Dit sletje [slachtoffer] uit friesland houd van lekkere dingen alleen als haar familie erachter komt is ze dood. Dus deel haha;)', van welke te delen/plaatsen foto en welke te plaatsen teksten verdachte een screenshot aan die [slachtoffer] heeft gestuurd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2

hij op 4 juni 2017 in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door via WhatsApp, aan die [slachtoffer] te schrijven/berichten: '1 tip je kan beter huis uit vluchten want je bent vnv dood'.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. Poging tot afdreiging;

2. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft - in geval de rechtbank tot een veroordeling komt - gepleit voor oplegging van een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf. Hij heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met het tijdsverloop in deze zaak, waardoor verdachte lange tijd in onzekerheid heeft verkeerd. Daarnaast heeft hij gewezen op het blanco strafblad van verdachte en op het feit dat hij als mantelverzorger onmisbaar is bij de verzorging van zijn moeder.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en het rapport van reclassering d.d. 3 juli 2019, het uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 10 mei 2019, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot afdreiging en een bedreiging.

Verdachte is via Instagram in contact gekomen met het slachtoffer en heeft vervolgens via WhatsApp contact met haar onderhouden, waardoor tussen hen na enige tijd een vertrouwensband is ontstaan. Op aandringen van verdachte heeft het slachtoffer op een gegeven moment per WhatsApp een foto van haar blote borsten naar verdachte verstuurd. Verdachte heeft hierna het slachtoffer onder druk gezet om andere foto’s dan wel filmpjes van seksuele aard via WhatsApp naar hem te versturen. Toen het slachtoffer hieraan geen gehoor wilde geven, heeft verdachte gedreigd de foto van haar blote borsten te delen met een Facebookgroep en deze foto op een pornosite te zetten. Verdachte zou daarbij in dat geval haar naam noemen en een tekst plaatsen waaruit bleek dat zij seksuele diensten kon verlenen. Hij heeft deze tekst aan het slachtoffer gestuurd.

Daarnaast is het slachtoffer door verdachte met de dood bedreigd. Ook de bedreiging werd gebruikt als drukmiddel om de bedoelde foto’s en/of filmpjes te verkrijgen.

Door de gedraging van verdachte heeft het slachtoffer zich bedreigd gevoeld en is zij naar haar zeggen psychisch onder druk gezet. Zij was bang dat de door haar verstuurde foto zou worden gepubliceerd en dat haar ouders er kennis van zouden kunnen nemen.

Met zijn handelen heeft verdachte op zeer indringende en grove wijze inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer en haar vertrouwen ernstig beschaamd. Zij is lange tijd bang geweest dat elk geluid van haar telefoon het bericht aankondigde dat de foto inderdaad was verspreid.

Een voltooide afdreiging in combinatie met een bedreiging rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank in beginsel een gevangenisstraf van enige duur. Gelet echter op de omstandigheid dat het hier gaat om een poging tot afdreiging en daarnaast gelet op het tijdsverloop in deze zaak, acht de rechtbank in dit geval de oplegging van een taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf geboden. De voorwaardelijke straf dient als stok achter de deur om te voorkomen dat verdachte zich wederom schuldig zal maken aan strafbare feiten.

De rechtbank legt aan verdachte een taakstraf van 180 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden op met een proeftijd van twee jaar.

Benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 36,40 ter vergoeding van materiële schade en € 1.300,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de immateriële schade kan worden toegewezen, maar dat de benadeelde partij niet ontvankelijk moet worden verklaard voor het overige deel.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht de benadeelde partij niet ontvankelijk te verklaren. Hij heeft daartoe allereerst gewezen op zijn verzoek tot vrijspraak. Daarnaast heeft de raadsman gesteld dat onvoldoende causaliteit bestaat tussen de gestelde schade en het bewezen verklaarde.

Oordeel van de rechtbank

Met betrekking tot de gestelde materiële schade is de rechtbank van oordeel dat het causale verband tussen de schade en het bewezen verklaarde onvoldoende is komen vast te staan.

Ten aanzien van de post immateriële schade overweegt de rechtbank dat uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de benadeelde partij niet alleen psychische gevolgen heeft ondervonden van het bewezen verklaarde feit, maar ook vanwege persoonlijke omstandigheden die los staan van deze zaak. Nu de benadeelde partij ook door deze zaken de nodige psychische druk heeft ervaren, acht de rechtbank een volledige toewijzing van de gestelde immateriële schade niet aangewezen. Wel is voldoende aannemelijk geworden dat ook het bewezen verklaarde psychische gevolgen heeft gehad voor de benadeelde partij. Gebruikmakend van haar schattingsbevoegdheid ex artikel 6:97 van het Burgerlijk Wetboek schat de rechtbank de hoogte van de schade op € 750,-. De rechtbank zal de vordering tot dit bedrag toewijzen en de benadeelde partij voor het overige deel niet ontvankelijk verklaren.

Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 45, 285 en 318 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een taakstraf, voor de duur van 180 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 90 dagen zal worden toegepast.

Een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op twee jaar, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 750,- (zegge: zevenhonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 juni 2017.

Verklaart de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige niet ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], te betalen een bedrag van € 750,- (zegge: zevenhonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 juni 2017, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 15 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag betreft immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Läkamp, voorzitter, mr. M. van den Steenhoven en mr. M. van der Veen, rechters, bijgestaan door mr. D.M.A. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 september 2019.

Mrs. E. Läkamp en M. van der Veen zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.