Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2019:3886

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
12-09-2019
Datum publicatie
16-09-2019
Zaaknummer
18/830397-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Vrijspraak medeplegen diefstal door middel van braak. Veroordeling wegens opzetheling, handelen in strijd met de Wet wapens en munitie, medeplegen van brandstichting met gemeen gevaar voor goederen, het opzettelijk iemand van de vrijheid beroven, mishandeling en diefstal tot een gevangenisstraf van 107 dgn waarvan 90 dgn vw met pf 2 jr en een taakstraf van 140 uren subsidiair 70 dagen vervangende hechtenis.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 63
Wetboek van Strafrecht 157
Wetboek van Strafrecht 282
Wetboek van Strafrecht 300
Wetboek van Strafrecht 310
Wetboek van Strafrecht 416
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/830397-17

ter terechtzitting gevoegde parketnummers 18/099857-17 en 18/124484-18

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 12 september 2019 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [straatnaam] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van

29 augustus 2019.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. F.H. Kappelhof, advocaat te Delfzijl.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. A. Hertogs.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer 18/830397-17

1.

hij in of omstreeks de periode van 26 oktober 2017 tot en met 27 oktober 2017

te Hoogezand, in de gemeente Hoogezand-Sappemeer, tezamen en in vereniging met

een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [straatnaam] aldaar)

heeft weggenomen een politie wapenkluis met daarin (onder meer) de volgende

goederen: een vuurwapen (te weten een dienstpistool Walther P99Q) en/of een

(aantal) patroonmagazijn(en) en/of een hoeveelheid munitie en/of een (aantal)

kentekenbewij(s)(zen) en/of een (aantal) autosleutel(s) en/of een hoeveelheid

geld (te weten 500,- euro) en/of een lockpick apparaat, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij]

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de

plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen

goederen onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van

braak en/of verbreking en/of een valse sleutel (te weten door gebruik te maken

van een sleutel, waartoe verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd

was/waren);

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 26 oktober 2017 tot en met 15 november 2017

te Hoogezand, in de gemeente Hoogezand-Sappemeer, een (aantal) goed(eren) te

weten een vuurwapen (te weten een dienstpistool Walther P99) en/of een

(aantal) patroonmagazijn(en) en/of een hoeveelheid munitie en/of een

hoeveelheid geld (te weten 500,- euro) en/of een lockpick apparaat heeft

verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen,

terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit/deze

goed(eren) wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

2.

hij in of omstreeks de periode van 26 oktober 2017 tot en met 15 november 2017

te Hoogezand, in de gemeente Hoogezand-Sappemeer,

- een (aantal) onderde(e)l(en) en/of (een) hulpstuk(ken) van (een) wapen(s)

van categorie II, te weten een (aantal) magazijnhouder(s) van (een)

vuurwapen(s) (merk Walther, type P5 en/of merk Walther, type P99Q) en/of

- een wapen van categorie II, te weten een stroomstootwapen (merk Flashlight)

en/of

- een wapen van categorie III, te weten een vuurwapen (merk Walther, type

P99Q) en/of

- munitie van categorie III, te weten een (aantal) kogelpatronen (merk RUAG),

voorhanden heeft gehad;

3.

hij op of omstreeks 15 november 2017 te Hoogezand, in de gemeente

Hoogezand-Sappemeer, een wapen van categorie I, onder 3° van de Wet wapens en

munitie, te weten een boksbeugel, voorhanden heeft gehad;

Parketnummer 18/099857-17

hij op of omstreeks 15 januari 2017 te Stadskanaal,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met

benzine,

althans met een brandbare stof

ten gevolge waarvan een auto (merk Mercedes, type Vito 115 cdi, gekentekend

[kenteken] geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk

geval brand is ontstaan,

en daarvan gemeen gevaar voor aldaar in de nabijheid van die auto geparkeerd

staande auto's en/of het pand [straatnaam] , in elk geval gemeen gevaar voor

goederen, te duchten was;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 15 januari 2017 te Stadskanaal,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met

benzine,

althans met een brandbare stof

ten gevolge waarvan een auto (merk Mercedes, type Vito 115 cdi, gekentekend

[kenteken] geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk

geval brand is ontstaan,

en daarvan gemeen gevaar voor aldaar in de nabijheid van die auto geparkeerd

staande auto's en/of het pand [straatnaam] , in elk geval gemeen gevaar voor

goederen, te duchten was;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 15 januari 2017 te Stadskanaal,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen

opzettelijk en wederrechtelijk

een auto (Mercedes, type Vito 115 cdi, gekentekend [kenteken] ), in elk geval

enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 5]

toebehoorde,

heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

Parketnummer 18/124484-18

1.

hij op of omstreeks 27 april 2018 te Hoogezand, gemeente Midden-Groningen

opzettelijk [slachtoffer 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of

beroofd gehouden, door [slachtoffer 2] een auto in te trekken of te gooien;

2.

hij op of omstreeks 27 april 2018 te Hoogezand, gemeente Midden-Groningen

[slachtoffer 2] heeft mishandeld door keel dicht te knijpen, aan haren te trekken

en met kracht te slaan op haar gezicht en/of haar lichaam;

3.

hij op of omstreeks 27 april 2018 te Hoogezand, gemeente Midden-Groningen

[slachtoffer 3] heeft mishandeld door hem van een fiets te schoppen en vervolgens

meermalen tegen het lichaam, waaronder het hoofd, te slaan en/of te schoppen;

4.

hij op of omstreeks 27 april 2018 te Hoogezand, gemeente Midden-Groningen

een paar Nike sportschoenen toebehorende aan [slachtoffer 3] heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

Parketnummer 18/830397-17

De officier van justitie heeft op grond van de stukken in het dossier bewezenverklaring gevorderd van het onder 1 primair ten laste gelegde. De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat de gestolen goederen, afkomstig uit de weggenomen wapenkluis, kort na de diefstal zijn aangetroffen in de slaapkamer van verdachte en in de schuur van medeverdachte [medeverdachte 1] . Verdachte heeft over de aanwezigheid van deze goederen bij de politie en ter terechtzitting verschillende verklaringen afgelegd. Uit de tapgesprekken is naar voren gekomen dat verdachte op 15 november 2017 heeft gezegd dat er een doos van zijn kamer moet worden gehaald. De politie heeft op 15 november 2017 in de slaapkamer van verdachte in een schoenendoos een deel van de weggenomen goederen aangetroffen. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft een beroep gedaan op zijn zwijgrecht. Echter uit een tapgesprek volgt dat [medeverdachte 1] heeft gezegd dat de strap (pistool) nog in de skuru (schuur) ligt. De politie heeft vervolgens het gestolen wapen in de schuur van [medeverdachte 1] aangetroffen. Uit de tapgesprekken volgt verder dat verdachte op 15 november 2017 twee keer heeft gebeld met [medeverdachte 1] . Verdachte heeft toen aan [medeverdachte 1] verteld dat de politie bij hem is geweest. Bovendien is op het ongeladen patroonmagazijn van het gestolen wapen een DNA-mengprofiel van minimaal twee donoren aangetroffen, waarbij verdachte niet kan worden uitgesloten als donor. De officier van justitie heeft aangevoerd dat de aangetroffen gestolen goederen, de tapgesprekken en het feit dat verdachte en [medeverdachte 1] kort voor de diefstal in de woning van aangever zijn geweest veel vragen oproepen. Verdachte heeft aantoonbaar onjuiste verklaringen afgelegd. Zo heeft hij onder andere bij de politie verklaard dat hij op 24 oktober 2017 bij getuige [getuige 7] zou slapen, terwijl getuige [getuige 7] heeft verklaard dat dit niet klopt. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij nooit heeft gezegd dat hij bij [getuige 7] zou gaan slapen. De officier van justitie heeft geconcludeerd dat op grond van voornoemde bewijsmiddelen in combinatie met de aantoonbaar onjuiste verklaringen van verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Omdat niet kan worden bewezen dat sprake is geweest van braak, verbreking of dat er gebruik is gemaakt van een valse sleutel, dient verdachte van dit deel van de tenlastelegging te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 2 en 3 ten laste gelegde heeft de officier van justitie op grond van de stukken in het dossier gerekwireerd tot een bewezenverklaring.

Parketnummer 18/099857-17

De officier van justitie heeft op grond van de stukken in het dossier bewezenverklaring gevorderd van het primair ten laste gelegde. Daartoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat getuigen [getuige 1] en [getuige 2] kort voor de brandstichting twee jongens op straat zijn tegengekomen en dat één van de twee jongens een donker getinte huidskleur had. [getuige 1] en [getuige 2] hebben vervolgens een knal gehoord waarna ze zagen dat de auto, die geparkeerd stond naast het huis gelegen aan de [straatnaam] , in brand stond. Getuigen [getuige 1] en [getuige 2] zagen dat de twee jongens die zij eerder waren tegengekomen, achter de geparkeerde auto's vandaan kwamen en meteen wegrenden. De politie heeft vervolgens twee verse schoensporen in de sneeuw gevolgd waarna zij verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] hebben aangetroffen. Verdachte heeft geen duidelijkheid verschaft over zijn betrokkenheid bij dit feit. Zo heeft verdachte ter terechtzitting een andere verklaring afgelegd waarom hij ter plaatste was met [medeverdachte 2] dan bij de politie. Op grond van het voorgaande acht de officier van justitie het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Parketnummer 18/124484-18

De officier van justitie heeft op grond van de bewijsmiddelen in het dossier gerekwireerd tot bewezenverklaring van het 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de officier van justitie aangevoerd dat de aangifte van [slachtoffer 2] voldoende wordt ondersteund door de medische verklaring van de huisarts en de getuigenverklaringen van [slachtoffer 3] en [getuige 3] . Op grond van voornoemde bewijsmiddelen kan wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte aangeefster aan haar haren heeft getrokken en heeft geslagen, ook al zijn de getuigen hier niet bij aanwezig geweest.

Standpunt van de verdediging

Parketnummer 18/830397-17

De raadsman heeft ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde vrijspraak bepleit, omdat op grond van het dossier niet kan worden bewezen dat verdachte bij de diefstal betrokken is geweest.

Ten aanzien van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsman aangevoerd dat

van de aangetroffen hoeveelheid geld niet kan worden vastgesteld dat dit van enig misdrijf afkomstig is. Voorts heeft verdachte het vuurwapen niet voorhanden gehad. Het wapen is immers bij medeverdachte [medeverdachte 1] is aangetroffen. Daarnaast heeft de raadsman betoogd dat niet kan worden bewezen dat verdachte, op het moment dat hij de andere goederen onder zich kreeg, wist dat deze goederen van diefstal afkomstig waren. Verdachte moet daarom worden vrijgesproken van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen, met dien verstande dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het voorhanden hebben van het vuurwapen. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat op grond van het aangetroffen DNA-mengprofiel op het ongeladen patroonmagazijn van twee donoren waarbij verdachte niet kan worden uitgesloten als donor, niet kan worden bewezen dat verdachte het vuurwapen voorhanden heeft gehad.

De raadsman heeft aangevoerd dat het onder 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Parketnummer 18/099857-17

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het primair en subsidiair ten laste gelegde, omdater op grond van het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om te komen tot een bewezenverklaring dat verdachte betrokken is geweest bij de brandstichting, dan wel de vernieling van de auto.

Parketnummer 18/124484-18

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 en 2 ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de aangifte van het zusje van verdachte onvoldoende wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen.

De raadsman heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring van het onder 3 en 4 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak parketnummer 18/830397-17 van het onder 1 primair ten laste gelegde

Ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde overweegt de rechtbank dat het dossier en het onderzoek ter terechtzitting onvoldoende aanknopingspunten bieden op basis waarvan kan worden vastgesteld dat verdachte in de periode van 26 oktober 2017 tot en met 27 oktober 2017 op enig moment in de woning van aangever is geweest en dat hij medepleger is geweest van de diefstal van de wapenkluis met inhoud uit die woning. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] zijn twee dagen voor de inbraak in de woning geweest. Verder is een deel van de gestolen goederen bij verdachte en [medeverdachte 1] aangetroffen. Het feit dat de gestolen goederen bij hen zijn aangetroffen, sluit echter niet uit dat verdachte en [medeverdachte 1] deze goederen op een andere wijze hebben verkregen dan door diefstal uit de woning, zoals verdachte heeft verklaard. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om te komen tot een bewezenverklaring van het onder 1 primair ten laste gelegde, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring overige feiten

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Parketnummer 18/830397-17

Ten aanzien van het onder 1 subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 2 november 2017, opgenomen op pagina 138 van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer NN2R017121-ARNGRIMUR d.d. 28 mei 2018, inhoudende als verklaring van

[slachtoffer 1] :

Ik woon in een woning aan de [straatnaam] te Hoogezand. (…) Op donderdag 26 oktober 2017 omstreeks 19:00 uur verliet [naam 1] mijn woning. Toen zij mijn woning verliet was mijn woning nog in goede staat en was er nog niets ontnomen uit mijn woning. [naam 1] heeft vervolgens mijn woning afgesloten. Op vrijdag 27 oktober 2017 vertelde [naam 2] mij dat er was ingebroken in mijn woning. Toen ik thuis kwam zag ik dat een van dienstwege verstrekte en aangebrachte kluis miste. Deze kluis stond, vanaf de deur gezien, rechts achter in de slaapkamer. De kluis was vast geankerd in de betonnen vloer door middel van bouten. De inhoud van de kluis bestond uit: (rechtbank: onder meer)

- Patroonhouder met 15 patronen;

- Apparaat voor "lock picking, merk Southord type E500XT.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 november 2017, opgenomen op pagina 259 van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisanten:

Op woensdag 15 november 2017 traden wij, verbalisanten, binnen in een woning aan de [straatnaam] te Hoogezand. Wij betraden de woning ter doorzoeking en ter inbeslagneming, krachtens een machtiging. Nadat de woning was betreden werd onder andere de slaapkamer aan de voorzijde op de eerste verdieping van de woning doorzocht. Tijdens de doorzoeking trof ik, verbalisant, in en op een kast in deze slaapkamer enkele kaarten aan waarop de naam [verdachte] stond vermeld. Op een houten stoel in deze slaapkamer werd tussen de kleding door mij, verbalisant, een zwarte boksbeugel aangetroffen. Ik, verbalisant, trof bij het voeteneinde van het bed, tegen de muur, een schoenendoos aan. Nadat ik de papieren in deze doos had opgetild zag ik, verbalisant, een magazijn van een pistool liggen. In dit magazijn zaten meerdere patronen. Ik zag dat de bovenste patroon in dit magazijn was voorzien van een oranje dopje. Ik, verbalisant, herkende het magazijn soortgelijk aan een magazijn van een pistool, Walther 99, welke bij de politie in gebruik zijn. Hierop werd er door mij, verbalisant, in de schoenendoos een zilverkleurig zakje aangetroffen. Nadat ik het zakje had geopend zag ik dat hierin een dichtgeknoopte zwarte sok zat. Bij onderzoek zag ik dat er in deze sok een tweede pistool magazijn zat. Tevens zag ik dat er in de sok twee patronen zaten voorzien van een oranje dop. Voorts werd er in deze schoenendoos nog een dichtgeknoopte sok aangetroffen. Ik, verbalisant, voelde dat er in deze sok meerdere patronen zaten. Deze sok werd niet geopend. Onder de wastafel werd door ons, verbalisanten, een zwart etui aangetroffen. In dit etui zat een zogenaamde "lockpicker", merk Southord. Door mij, verbalisant, werd op een kast naast de wasbak in de slaapkamer een zogenaamde "taser" aangetroffen.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 december 2017, opgenomen op pagina 155 van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

Ik, verbalisant heb aangever [slachtoffer 1] geconfronteerd met enkele goederen die tijdens ons onderzoek in beslag zijn genomen. Kort samengevat verklaarde [slachtoffer 1] het volgende: "Ik herken de lockpicker als de bij mij weggenomen lockpicker. Ik herken hem aan het etui, het merk, de kleur en de batterijen. Verder klopt het dat er bij mij ook is wegenomen een leeg magazijn van een Walther P5, zijnde het magazijn van het oude dienstwapen."

4. Een kennisgeving van inbeslagneming d.d. 15 november 2017, opgenomen op pagina 399 van voornoemd dossier:

Inbeslagneming

Plaats : [straatnaam] , binnen de gemeente Hoogezand-Sappemeer

Datum en tijd : 15 november 2017 te 11:35 uur

Reden : gekwal. diefstal in/uit woning

Omstandigheden : Lockpicker werd aangetroffen onder het bed van verdachte. Betrof een van de goederen vermeld op de lijst met weggenomen goederen bij de inbraak [straatnaam] te Hoogezand.

Goednummer : PL0100-2017285162-944553

Object : Handgereedschap (Slotentrekker)

Merk/type : Southord E500xt

Bijzonderheden : Zogenaamde lockpicker

5. Een kennisgeving van inbeslagneming d.d. 15 november 2017, opgenomen op pagina 401 van voornoemd dossier:

Inbeslagneming

Plaats : [straatnaam] (de rechtbank begrijpt: [straatnaam]) binnen de gemeente Hoogezand-Sappemeer

Datum en tijd : 15 november 2017 te 11:10 uur

Reden : gekwal. diefstal in/uit woning

Omstandigheden : Doorzoeking op grond van WWM

Volgnummer 1

Goednummer : PL0100-2017285162-944541

Categorie omschrijving : Wapens/munitie/springstof

Object : Magazijn/houder

Merk/type : Walther P5

Bijzonderheden : Ongeladen patroonmagazijn van een Walther P5

Volgnummer 2

Goednummer : PL0100-2017285162-944543

Categorie omschrijving : Wapens/munitie/springstof

Object : Magazijn/houder

Merk/type : Walther P99q-NL

Bijzonderheden : Patroonmagazijn Walther P99q-nl geladen met 10

kogelpatronen

Volgnummer 3

Goednummer : PL0100-2017285162-944547

Categorie omschrijving : Wapens/munitie/springstof

Object : Munitie (Patroon)

Merk/type : Ruag Dag Sx

Kaliber : 9x19mm

Volgnummer 4

Goednummer : PL0100-2017285162-944549

Categorie omschrijving : Wapens/munitie/springstof

Object : Munitie (Patroon)

Merk/type : Ruag Dag Sx

Kaliber : 9x19mm

Volgnummer 5

Goednummer : PL0100-2017285162-944558

Categorie omschrijving : Wapens/munitie/springstof

Object : Boksbeugel

Volgnummer 6

Goednummer : PL0100-2017285162-944559

Categorie omschrijving : Wapens/munitie/springstof

Object : Stroomstootwap

Volgnummer 7

Goednummer : PL0100-2017285162-944552

Categorie omschrijving : Wapens/munitie/springstof

Object : Munitie (Patroon)

Aantal/eenheid : 8 stuks

Bijzonderheden : Kogelpatronen in een textiel zakje

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal onderzoek wapens + munitie d.d. 2 februari 2018, opgenomen op pagina 261 van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

Op vrijdag 9 december 2016 te 13:20 uur zijn goederen inbeslaggenomen. Na onderzoek van deze goederen is het volgende naar voren gekomen:

Wapen 1

Goednummer : PL0100-2017285162-944541

Categorie omschrijving : Wapens/munitie/springstof

Object : Patroonmagazijn

Merk/type : Walther P5

Het inbeslaggenomen voorwerp is een pistoolmagazijn bestemd en geschikt voor een semiautomatisch wapen van het merk Walther, model P 5. Dit patroonmagazijn is een onontbeerlijk onderdeel voor het functioneren van het vuurwapen en bepaalt in sterke mate de werking van het vuurwapen, dit gelet op artikel 3 lid 1 van de Wet wapens en munitie.

Derhalve is dit voorwerp (een onderdeel) van een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 gelet op artikel 2 lid 1 categorie II onder 2 van de Wet wapens en munitie.

Wapen 2

Goednummer : PL0100-2017285162-944543

Categorie omschrijving : Wapens/munitie/springstof

Object : Patroonmagazijn

Merk/type : Walther PPQ-NL

Het inbeslaggenomen voorwerp is een pistoolmagazijn bestemd en geschikt voor een semiautomatisch wapen van het merk Walther, model PPQ. Dit patroonmagazijn is een onontbeerlijk onderdeel voor het functioneren van het vuurwapen en bepaalt in sterke mate de werking van het vuurwapen, dit gelet op artikel 3 lid 1 van de Wet wapens en munitie.

Derhalve is dit voorwerp (een onderdeel) van een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 gelet op artikel 2 lid 1 categorie II onder 2 van de Wet wapens en munitie.

Wapen 3

Goednummer : PL0100-2017285162-944558

Categorie omschrijving : Wapens/munitie/springstof

Object : Boksbeugel

Het voorwerp is een boksbeugel. Deze boksbeugel bestaat uit, vier, om de vingers sluitende ringen welke onderling aan elkaar zijn verbonden. De voorzijde van de ringen is als extra voorzien van drie ronde stalen knoppen.

Derhalve is dit voorwerp een wapen in de zin van art. 2 lid 1, categorie I onder 3 van de Wet wapens en munitie.

Wapen 4

Goednummer : PL0100-2017285162-944559

Categorie omschrijving : Wapens/munitie/springstof

Object : Stroomstootwapen

Merk/type : Flashlight

Dit voorwerp is een handwapen in de vorm van een zaklamp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, niet zijnde een medisch hulpmiddel. De vrijstelling als bedoeld in artikel 21 van de Regeling wapens en munitie is op het voorwerp niet van toepassing.

Derhalve is het voorwerp een wapen in de zin van artikel 2 lid 1, categorie II, onder 5 van de Wet wapens en munitie.

Munitie

Goednummer : PL0100-2017285162-944547/944549/944552

Categorie omschrijving : Wapens/munitie/springstof

Object : Munitie

Soort : Kogelpatronen

Merk/type : RUAG / 9 x 19 mm

Aantallen : 2 / 10 / 8 = 20 stuks

De patronen zijn geschikt om een projectiel door middel van een vuurwapen af te schieten. Deze patronen zijn zowel aan de groene- als aan de oranje dop te herkennen als munitie die aan de Nederlandse overheid, politie, zijn verstrekt.

Derhalve zijn de patronen munitie in de zin van artikel 1 onder 4 gelet op artikel 2 lid 2, categorie III van de Wet wapens en munitie.

De vrijstellingsbepalingen van de Wet wapens en munitie zijn op de voormelde voorwerpen niet van toepassing. Het illegaal voorhanden hebben van deze voorwerpen is strafbaar, dit gezien artikel 13 en artikel 26 lid 1 in verband met artikel 55 lid 1 en 3 onder a van de Wet Wapens en Munitie.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal tap [verdachte] d.d. 23 november 2017, opgenomen op pagina 288 van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

In het kader van het onderzoek 'ARNGRIMUR' werd door de rechter-commissaris ingevolge artikel 126m van het Wetboek van Strafvordering, een bevel gegeven tot het opnemen en uitluisteren, van de telefoonlijn van [verdachte] . Verdachte [verdachte] had de beschikking over het telefoonnummer [mobielnummer] . Tevens is verdachte [verdachte] de te naam gestelde van voornoemde mobiele telefoon. De telecommunicatie gevoerd met bovenstaande telefoonlijn werd over een periode van 10 november 2017 tot en met 23 november 2017, opgenomen en uitgeluisterd.

Gesprek 1040

Telefoonlijn [mobielnummer]

Datum Woensdag 15 november 2017

Tijd 11:22:24

Beller [mobielnummer]

[verdachte] wordt gebeld door [naam 3] . [naam 3] zegt dat [naam 4] opengebroken. [verdachte] vraagt aan [naam 3] om naar zijn huis en kamer te gaan. Hij heeft daar een doos rechts. Gesprek wordt abrupt verbroken.

In dit gesprek herken ik verbalisant de stem van [verdachte]

Gesprek 1048

Telefoonlijn [mobielnummer]

Datum Woensdag 15 november 2017

Tijd 11:26:31 uur

Gebelde [mobielnummer]

[verdachte] vraagt aan [naam 3] om naar zijn huis te gaan. [verdachte] zegt tegen [naam 3] dat er een doos is en een jas die [naam 3] daar ook weg moet halen. [verdachte] vraagt aan [naam 3] om het maar gewoon te dumpen maar hij wil de laders wel houden. [naam 3] vraagt aan [verdachte] waar hij alles moet dumpen.

In dit gesprek herken ik verbalisant de stem van [verdachte]

Gesprek 1075

Telefoonlijn [mobielnummer]

Datum Woensdag 15 november 2017

Tijd 11:45:07 uur

Beller [naam 4]

[verdachte] wgd [naam 5] .

[verdachte] geeft aan dat hij naar zijn huis gaat om te kijken wat ze gevonden hebben.

In dit gesprek herken ik, verbalisant, de stem van [verdachte]

Parketnummer 18/099857-17

Ten aanzien van het primair ten laste gelegde

1. De door verdachte op de terechtzitting van 29 augustus 2019 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

Het klopt dat ik op 15 januari 2017 in Stadskanaal was toen er brand ontstond.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 15 januari 2017, opgenomen op pagina 7 van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2017013682 d.d. 18 mei 2017, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 4] :

Ik ben namens de benadeelde [slachtoffer 5] gerechtigd tot het doen van aangifte. Op 15 januari 2017 zag mijn vrouw dat er vuur onder een van de naast mijn woning geparkeerde voertuigen kwam. Ik ben naar beneden gerend om te gaan blussen. Ik hoorde vrouwenstemmen. Zij vertelden dat zij hadden gezien dat de auto in de brand gestoken was en dat de daders in de richting van Veendam waren gevlucht. Er stonden vier voertuigen rechts naast mijn woning gezien vanaf de [straatnaam] . Het meest rechtse voertuig stond toen al behoorlijk in de brand. Het is een Mercedes Vito cdi, het kenteken van het voertuig is [kenteken] . . De Mercedes is total loss. Ik rook een sterke benzinelucht buiten mij voor de woning. De Mercedes stond drie à vier meter van de woning van mijn buurman af.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 15 januari 2017, opgenomen op pagina 18 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 1] :

Ik was vanavond met [getuige 2] naar een feestje aan de [straatnaam] . We zijn daar om 01:40 uur weggegaan. Wij kwamen twee jongens tegen en zij zeiden 'hoi' tegen ons. Ik zag dat beide jongens hun hoofd van ons af draaiden. Wij liepen door en opeens hoorde ik een knal. Toen ik omkeek zag ik dat er een auto in brand stond. Dit was de auto die nog bij een aantal andere auto's stond. Ik zag toen twee jongens heel hard wegrennen. Ik zag dat de jongens achter de geparkeerde auto's liepen. Dit was bij huisnummer [nummer] . Ik weet zeker dat dit de twee jongens waren die wij eerder daarvoor tegen waren gekomen. Er waren op dat moment geen andere mensen op straat. De twee jongens die ik weg zag rennen zijn dezelfde jongens die eerder 'hoi' tegen ons zeiden. Het waren twee getinte jongens waarvan 1 jongen een donkere huidskleur had en de ander was wat lichter. Ik zag dat ze donkere kleding droegen. Toen de twee jongens voorbij liepen, rook ik een hele sterke geur van benzine.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 januari 2017, opgenomen op pagina 20 van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

Ik verbalisant hoorde getuige [getuige 1] zeggen dat de plas met vloeistof wat om de auto lag heel erg naar benzine rook.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 15 januari 2017, opgenomen op pagina 21 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 2] :

[getuige 1] en ik waren op verjaardag bij [naam 7] . We zijn om 01:45 of 01:50 uur weggegaan. Wij zagen twee jongens, één blank en de ander donker getint. Ik denk dat ze niet veel ouder zijn dan [getuige 1] en ik. Naast het huis waar het was, volgens mij [nummer] , stonden geparkeerde auto's. De jongens kwamen achter de auto's vandaan. Ik rook een hele sterke geur. [getuige 1] vertelde mij dat dit benzine was. Ze schrokken toen ze ons zagen. Ze draaiden ook hun hoofd weg. Toen hoorde ik ineens een hele harde knal. Ik zag dat er een auto in de brand stond. Ik zag dat de jongens snel wegrenden.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 januari 2017, opgenomen op pagina 23 van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisanten:

Op zondag 15 januari 2017 omstreeks 01.49 uur kregen wij de melding dat er een autobrand was aan de [straatnaam] te Stadskanaal. Daarbij zouden er door getuigen twee manspersonen zijn gezien die er rennend vandoor gingen in de richting van Veendam/Wildervank. Wij reden naar de [straatnaam] en zijn in eerste instantie doorgereden om op zoek te gaan naar de wegrennende verdachten. Het had licht gesneeuwd en er lag een dun laagje verse sneeuw. Wij zagen dat er een tweetal voetsporen weg liepen vanaf de plaats delict in de richting van Veendam Wildervank. Wij zijn dit spoor gaan volgen. Ik verbalisant [verbalisant 1] lopend vanaf de plaats delict en collega [verbalisant 2] in het dienstvoertuig. Ik, verbalisant [verbalisant 1] zag dat er twee verschillende verse voetsporen over het trottoir liepen in de richting van Veendam/Wildervank. Ik ben deze verse voetsporen

gaan volgen. Het betroffen twee verschillende soorten voetsporen van twee verschillende soorten schoenen. Ik zag dat de voetsporen verder liepen en op een zeker moment dat deze voetsporen een oprit bij een woning op gingen. Ik zag dat voorbij perceel, [straatnaam] de voetsporen in de sneeuw ophielden en niet verder over het trottoir heen gingen. Hieruit kon ik concluderen dat beide verdachten het perceel van de [straatnaam] op waren gelopen.

Ik zag dat er een spoor in de richting van de woning op dat perceel liep. Ik zag dat dit spoor achter de woning liep. Toen wij om de hoek van de woning liepen zagen wij een manspersoon staan. Dit bleek later te zijn [medeverdachte 2] . Het andere spoor liep aan de linkerzijde van het perceel naar een van de bijgebouwen en naar de linker grens van het perceel. Bij [nummer] zagen wij dat er verse voetsporen over een hek in het gras heen liepen, wij hebben dit spoor gevolgd en de collega zag een manspersoon in het struikgewas zitten. Dit bleek [verdachte] te zijn. De verdachte die op dit perceel gevonden werd kon alleen vanaf de achterzijde het perceel betreden. Aan de voorzijde waren links en rechts van deze woning schuttingen en hoge struiken geplaatst. Hij heeft niet vanaf de straat dit perceel kunnen bereiken omdat er geen toegang was waar deze verdachte door zou kunnen komen. Via een deur konden wij weer naar de straat komen deze was afgesloten middels een slot en twee grendels.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 januari 2017, opgenomen op pagina 36 van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisanten:

Wij onderzochten de in beslag genomen schoenen. Deze schoenen waren veiliggesteld door middel van een papieren zak. Deze schoenen zijn eigendom en in beslag genomen van verdachte [verdachte] . Bij het openen van de zak, rook ik, verbalisant [verbalisant 3] , een geur die ik herkende als een geur die ik ruik bij een tankstation en die ik kan omschrijven als zijnde brandstof van een voertuig. Ik verbalisant [verbalisant 4] rook een duidelijke brandstofgeur. Tot slot liet ik, verbalisant [verbalisant 3] , de schoen aan collega [verbalisant 5] ruiken. Ik hoorde hem zeggen dat hij de geur van de schoen herkende als zijnde brandstof.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van brandonderzoek d.d. 14 maart 2017, opgenomen op pagina 92 van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

Melding

Zondag 15 januari 2017 te 01.49 uur.

Locatie incident

[straatnaam] te Stadskanaal

Object

Bestelauto, Mercedes-Benz Vito.

Door de brand was er schade ontstaan aan de voorzijde van het object. Hierbij was het motor- en personencompartiment zwaar beschadigd geraakt.

Ontstaanplaats

Gelet op de aangetroffen situatie (object en locatie) kon worden vastgesteld dat de brand was ontstaan aan de voorzijde van het object

Oorzaak

De oorzaak in onderhavige casus was het opzettelijk stichten van brand, daarbij gebruikmakend van een ontbrandbare vloeistof. Gelet op het brandbeeld moet hierbij sprake zijn geweest van het sprenkelen, gieten en/of vloeien van een ontbrandbare vloeistof. De positie van het aangetroffen brandmonster in de parafane vormde voor een opzettelijke brandstichting een belangrijke indicator. De aanwezigheid van het brandmonster op die plaats is in relatie tot de brandstofvoerende en/of houdende (onder)delen volstrekt onlogisch. Een technisch verklaarbare oorzaak was in onderhavige casus aanzienlijk lager dan een opzettelijke brandstichting.

Ontstekingsbron

De ontstekingsbron kon niet worden vastgesteld. Bij dergelijke incidenten is er doorgaans sprake van open vuur, ontstaan met behulp van een aansteker of een soortgelijk hulpmiddel.

Gevaarzetting

In onderhavige casus was er gemeen gevaar voor goederen te duchten geweest.

Parketnummer 18/124484-18

Ten aanzien van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 30 april 2018, opgenomen op pagina 61 van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100 2018191205 d.d. 23 juli 2018, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2] :

In de nacht van donderdag 26 april 2018 op vrijdag 27 april 2018 ben ik mishandeld door mijn broer, [verdachte] . [slachtoffer 3] zat bij mij achterop mijn fiets. Wij reden in Hoogezand. Daar zag ik een geel/goud achtige auto staan. Ik zag dat het mijn broer was. Ik zag dat hij als bijrijder in de auto zat. Er was ook een vriend van mijn broer bij hem. Volgens mij heet hij [getuige 6] [de rechtbank begrijpt: [getuige 6] ]. Ik zag dat mijn broer uitstapte en achter ons aan rende. Ik zag dat mijn broer [slachtoffer 3] van zijn fiets trok. Ik zag dat mijn broer [slachtoffer 3] sloeg en schopte op zijn hoofd, zijn buik, zijn rug. Ik zag dat hij hem overal schopte. Mijn broer sleurde mij de auto in. In de auto kneep hij mijn keel dicht. Ik zag en voelde dat hij dit met beide handen deed. Dit deed hij heel lang. Ik kreeg hierdoor geen lucht en mijn keel deed hierdoor ook erg zeer. Ik kreeg veel last van mijn keel. [getuige 6] [de rechtbank begrijpt: [getuige 6] ] trok de hand van mijn broer weg.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 1 mei 2018, opgenomen op pagina 94 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van

[slachtoffer 3] :

Op 27 mei 2018 [de rechtbank begrijpt: apri]) was ik samen met [slachtoffer 2] , [getuige 4] en [getuige 5] in Sappemeer. Omstreeks 04.00 uur ben ik achterop de fiets van [slachtoffer 2] gestapt. Ik zag dat [verdachte] achter ons aan kwam rennen. Toen hij vlak bij ons was, trapte hij mij van de fiets. Ik weet dat ik ineens op de grond lag en dat er hard op mijn hoofd werd getrapt. Ik denk dat ik even buiten bewustzijn ben geweest door de klap. Ook voelde ik dat er over mijn hele lichaam op mij werd getrapt. Ik ben hierbij geraakt op mijn borst, rug en benen. Ik voelde dat dit pijn deed. Ik heb tijdens de aanval alleen gezien dat [verdachte] dit deed. Toen ik op de grond lag en er op mij werd ingetrapt werden op een gegeven moment mijn schoenen, zwarte Nike type Airforce, uitgetrokken. Ik zag [slachtoffer 2] werd meegenomen door haar broer en in de auto werd geduwd. Ik had de dag na de aanval een paar bulten op mijn hoofd en pijnlijke plekken op mijn hoofd, heupen, knieën en vingers.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 16 mei 2018, opgenomen op pagina 98 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van

[slachtoffer 3] :

Op 1 mei 2018 heb ik aangifte gedaan van mishandeling. Bij deze mishandeling zijn mijn schoenen uitgetrokken en meegenomen. Vermoedelijk heeft de broer van [slachtoffer 2] dit gedaan. Ik doe hierbij ook aangifte van diefstal van mijn schoenen. Het betreffen zwarte Nike Air max, Airforce.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 17 mei 2018, opgenomen op pagina 49 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 6] :

[verdachte] verhief wel zijn stem. Misschien dat als hij [de rechtbank begrijpt: [verdachte]] zo naar zijn [de rechtbank begrijpt: haar] keel ging, dat zij zei dat hij haar wurgde. Misschien dat ik toen zijn hand heb weggedaan en dat hij moest stoppen.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 5 mei 2018, opgenomen op pagina 74 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van

[getuige 4] :

Op een gegeven moment zie ik dat er iemand uit de auto sprong vanuit de bijrijderskant. Ik zag dat deze jongen het gemunt had op [slachtoffer 3] . Deze jongen is de broer van [slachtoffer 2] . Ik ken hem als [verdachte] . Ik zag dat hij vervolgens richting [slachtoffer 3] rende. [slachtoffer 3] die zat bij [slachtoffer 2] achterop de fiets. Ik zag dat [slachtoffer 3] door [verdachte] van de fiets werd afgetrapt. Op dat moment zag ik dat [verdachte] op [slachtoffer 3] aan het intrappen en aan het slaan was. Ik kon zien dat [slachtoffer 3] meerdere malen op zijn

hoofd werd geraakt. Hij is echt overal geraakt. Ik zag dat [verdachte] zich wendde richting [slachtoffer 2] en haar mee nam richting de auto. Voordat [verdachte] , [slachtoffer 2] mee nam richting de auto, zag ik dat [verdachte] de schoenen uit deed van [slachtoffer 3] . Volgens mij heeft hij deze mee genomen. Vervolgens zijn ze allemaal weer in de auto gestapt inclusief [slachtoffer 2] , die moest mee van haar broer. Ik zag dat [slachtoffer 2] niet mee wilde. Ze werd gedwongen in de auto gestopt. Ik kon bij [slachtoffer 3] een bult op zijn hoofd zien zitten. Deze bult zat links op zijn voorhoofd.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 16 mei 2018, opgenomen op pagina 29 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte

[verdachte] :

Ik wilde mijn zusje mee naar huis nemen. (…) We kwamen haar vervolgens weer tegen. En toen stapte ik uit en pakte haar en gooide haar in de auto.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

Parketnummer 18/830397-17

Ten aanzien van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsman van verdachte aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte wist, toen hij de goederen onder zich kreeg, dat deze van misdrijf afkomstig waren. De rechtbank leidt echter uit de tapgesprekken van 15 november 2017 af dat verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de goederen wel wist dat deze van misdrijf afkomstig waren. Zo vertelt verdachte in één van de tapgesprekken over een doos op zijn kamer die daar weggehaald moet worden en gedumpt moet worden. De politie heeft tijdens de doorzoeking op dezelfde dag de weggenomen goederen aangetroffen in een schoenendoos in de slaapkamer van verdachte. Uit de tapgesprekken volgt ook dat verdachte op 15 november 2017 twee keer heeft gebeld met medeverdachte [medeverdachte 1] . Verdachte heeft aan [medeverdachte 1] verteld dat de politie bij hem thuis is geweest. Wanneer [medeverdachte 1] aan verdachte vraagt of ze iets hebben gevonden, antwoordt verdachte dat hij dit niet hoopt. Uit voornoemde tapgesprek blijkt dat verdachte wist dat een deel van de gestolen goederen zich in zijn kamer bevond en dat de politie op zoek was naar die goederen. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat verdachte, op het moment van het verwerven en voorhanden krijgen van de patroonmagazijnen, de munitie en het lock pick apparaat, wist dat deze goederen van misdrijf afkomstig waren.

Ten aanzien van de aangetroffen hoeveelheid geld overweegt de rechtbank dat niet kan worden vastgesteld dat het in de slaapkamer van verdachte aangetroffen geld van diefstal afkomstig is. Het enkele feit dat het in de slaapkamer van verdachte aangetroffen geld hetzelfde bedrag betreft als het bedrag dat uit de woning is weggenomen, is daarvoor onvoldoende. Verdachte zal van dit deel van de tenlastelegging dan ook worden vrijgesproken. Voorts concludeert de rechtbank op grond van het dossier dat het vuurwapen Walther P99Q niet bij verdachte is aangetroffen. Verdachte zal ook worden vrijgesproken van dit deel van de tenlastelegging.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde stelt de rechtbank vast dat het vuurwapen Walther P99Q niet bij verdachte is aangetroffen. Verdachte zal dan ook van dit deel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Parketnummer 18/099857-17

Uit bovenstaande bewijsmiddelen volgt dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] op 15 januari 2017 ten tijde van het ontstaan van de brand ter plaatste aanwezig waren. Verdachte en [medeverdachte 2] liepen, vlak voor het ontstaan van de brand, langs getuigen [getuige 1] en [getuige 2] . Toen zij de getuigen passeerden roken de getuigen een sterke benzinegeur. Kort nadat verdachte en [medeverdachte 2] de getuigen waren gepasseerd was er een harde knal te horen en stond een van de geparkeerde auto's in brand. Op het moment dat de auto in brand vloog, renden verdachte en [medeverdachte 2] achter de geparkeerde auto's weg. Er waren op dat moment geen andere personen in de straat aanwezig. Verder volgt uit de bewijsmiddelen dat bij het stichten van de brand gebruik is gemaakt van een ontbrandbare vloeistof. De politie heeft geconstateerd dat de in beslaggenomen schoenen van verdachte sterk naar brandstof roken. Op grond van het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich op 15 november 2017 schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van brandstichting.

Parketnummer 18/124484-18

Ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde overweegt de rechtbank dat de aangifte van aangeefster wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen zoals de getuigenverklaringen van [slachtoffer 3] , [getuige 4] en [getuige 6] . De rechtbank acht derhalve het onder 1 en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat niet kan worden bewezen dat verdachte aangeefster aan de haren heeft getrokken en met kracht heeft geslagen op haar gezicht en haar lichaam. Deze handelingen worden onvoldoende ondersteund door andere bewijsmiddelen. Verdachte zal van dit deel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder parketnummer 18/830397-17 1 subsidiair, 2 en 3, het onder parketnummer 18/099857-17 primair en het onder parketnummer 18/124484-18 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

Parketnummer 18/830397-17

1. subsidiair

hij in de periode van 26 oktober 2017 tot en met 15 november 2017 te Hoogezand, in de gemeente Hoogezand-Sappemeer, een aantal goederen te weten een aantal patroonmagazijnen en een hoeveelheid munitie en een lockpick apparaat heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving en het voorhanden krijgen van deze goederen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

2.

hij in de periode van 26 oktober 2017 tot en met 15 november 2017 te Hoogezand, in de gemeente Hoogezand-Sappemeer,

- een aantal onderdelen van wapens van categorie II, te weten een aantal magazijnhouders van vuurwapens (merk Walther, type P5 en merk Walther, type P99Q) en

- een wapen van categorie II, te weten een stroomstootwapen (merk Flashlight) en

- munitie van categorie III, te weten een aantal kogelpatronen (merk RUAG), voorhanden heeft gehad;

3.

hij op 15 november 2017 te Hoogezand, in de gemeente Hoogezand-Sappemeer, een wapen van categorie I, onder 3° van de Wet wapens en munitie, te weten een boksbeugel voorhanden heeft gehad;

Parketnummer 18/099857-17

hij op 15 januari 2017 te Stadskanaal tezamen en in vereniging met een ander

opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met benzine,

ten gevolge waarvan een auto merk Mercedes, type Vito 115 cdi, gekentekend [kenteken] gedeeltelijk is verbrand en daarvan gemeen gevaar voor aldaar in de nabijheid van die auto geparkeerd staande auto's en het pand [straatnaam] te duchten was;

Parketnummer 18/124484-18

1.

hij op 27 april 2018 te Hoogezand, gemeente Midden-Groningen opzettelijk [slachtoffer 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door [slachtoffer 2] een auto in te gooien;

2.

hij op 27 april 2018 te Hoogezand, gemeente Midden-Groningen [slachtoffer 2] heeft mishandeld door haar keel dicht te knijpen;

3.

hij op 27 april 2018 te Hoogezand, gemeente Midden-Groningen [slachtoffer 3] heeft mishandeld door hem van een fiets te schoppen en vervolgens meermalen tegen het lichaam, waaronder het hoofd, te slaan en te schoppen;

4.

hij op 27 april 2018 te Hoogezand, gemeente Midden-Groningen een paar Nike sportschoenen toebehorende aan [slachtoffer 3] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Parketnummer 18/830397-17

1. subsidiair opzetheling

2. handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

3. handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

Parketnummer 18/099857-17

Primair medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;

Parketnummer 18/124484-18

1. opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden;

2. mishandeling;

3. mishandeling;

4. diefstal.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder parketnummer 18/830397-17 1 primair, 2 en 3, het onder parketnummer 18/099857-17 primair en het onder parketnummer 18/124484-18 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 107 dagen waarvan 90 dagen voorwaardelijk met aftrek met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf van 140 uren subsidiair 70 dagen vervangende hechtenis met aftrek. Bij de formulering van de strafeis heeft de officier van justitie naast de ernst en de hoeveelheid feiten meegewogen dat het bepaalde in artikel 63 Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) van toepassing is. Daarnaast heeft de officier van justitie ten aanzien van de brandstichting rekening gehouden met het tijdsverloop.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht om aan verdachte een gedeeltelijk voorwaardelijke taakstraf op te leggen, omdat hij ten aanzien van een aantal feiten vrijspraak heef bepleit.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een groot aantal feiten. Verdachte heeft zich in de periode van 26 oktober 2017 tot en met 15 november 2017 schuldig gemaakt aan opzetheling. Verdachte heeft een aantal patroonmagazijnen, munitie en een lockpick houder verworven en voorhanden gehad die gestolen waren uit de woning van een politieagent.

Heling is een ernstig strafbaar feit, omdat helingshandelingen de afzetmarkt voor gestolen goederen in stand houden. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan verboden wapenbezit van patroonmagazijnen, munitie, een stroomstootwapen en een boksbeugel. Het ongecontroleerde bezit van wapens brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich en veroorzaakt gevoelens van onveiligheid in de maatschappij.

Voorts heeft verdachte zich samen met een ander schuldig gemaakt aan brandstichting ten gevolge waarvan een auto gedeeltelijk is verbrand. De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een ernstig en gevaarlijk feit waarbij er gevaar voor goederen te duchten was. Verdachte mag van geluk spreken dat de brand niet is overgeslagen naar de andere voertuigen die naast de auto stonden geparkeerd of de woning waarbij de auto in de buurt stond geparkeerd.

Verdachte heeft zich op 27 april 2018 schuldig gemaakt aan vier feiten. Verdachte is

's nachts zijn zusje tegengekomen op straat. Verdachte was van mening dat zij naar huis moest komen, waarna hij haar tegen haar wil in een auto heeft gegooid en meegenomen. Hierdoor heeft verdachte een ingrijpende inbreuk gemaakt op de persoonlijke vrijheid van zijn zusje. Daarnaast heeft verdachte haar mishandeld door haar keel dicht te knijpen en heeft hij aangever [slachtoffer 3] , die op dat moment samen met het zusje van verdachte was, mishandeld door hem van de fiets te schoppen, waarop hij als passagier van verdachtes zusje zat, en vervolgens meermalen tegen het lichaam, waaronder het hoofd, te slaan en te schoppen. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij een inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn zusje en die van aangever [slachtoffer 3] . Verdachte heeft zich bij die gelegenheid ook nog schuldig gemaakt aan de diefstal van de schoenen van aangever [slachtoffer 3] . Verdachte heeft hierdoor laten zien dat hij geen enkel respect heeft voor het eigendom van een ander.

De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 29 juli 2019, waaruit blijkt dat verdachte eerder wegens mishandeling met politie en justitie in aanraking is gekomen.

De reclassering heeft geen advies omtrent verdachte uitgebracht, omdat hij zonder tegenbericht niet is verschenen bij de reclassering.

Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank verder rekening gehouden met het bepaalde in artikel 63 Sr en met het tijdsverloop.

De rechtbank overweegt dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een groot aantal strafbare feiten waarvoor hij geen enkele verantwoordelijkheid heeft genomen. De rechtbank rekent verdachte dit aan. De rechtbank is daarom van oordeel dat de strafeis van de officier van justitie recht doet aan de ernst van de bewezenverklaarde, door verdachte gepleegde feiten. De rechtbank zal verdachte veroordelen tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf waarbij het onvoorwaardelijke gedeelte gelijk is aan het voorarrest met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een forse taakstraf opleggen.

Inbeslaggenomen goederen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat 1 patroonhouder Walther P5, 1 stk munitie RUAG DAG SX, 1 stk munitie RUAG DAG SX, 1 boksbeugel, 1 stroomstootwapen, 8 stk munitie en 2 biljetten van 10 euro vals geld onttrokken dienen te worden aan het verkeer. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de telefoon (Apple) dient te worden teruggegeven aan de rechthebbende.

Ten aanzien van de onder verdachte in beslag genomen € 500,-, heeft de officier van justitie aangevoerd dat op dit geldbedrag conservatoir beslag rust.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat het beslag op de onder verdachte in beslag genomen

€ 500,- moet worden opgeheven.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de aan verdachte toebehorende inbeslaggenomen voorwerpen, te weten

- 1 STK Patroonhouder Walther P5;

- 1 STK munitie RUAG DAG SX;

- 1 STK munitie RUAG DAG SX;

- 1 STK wapen, kleur: zwart, boksbeugel;

- 1 STK stroomstootwapen;

- 8 STK munitie, kogelpatronen in een textielzakje;

- 2 biljetten van 10 euro vals geld, vatbaar voor onttrekking aan het verkeer nu zij bij gelegenheid van het onderzoek naar de door hem begane feiten zijn aangetroffen en zij kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke feiten, terwijl het ongecontroleerde bezit daarvan door verdachte in strijd is met de wet of het algemeen belang.

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen voorwerp, te weten:

- 1 STK telefoontoestel, kl: zwart, Apple IPhone moet worden teruggegeven aan [verdachte] nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.

Benadeelde partij

De heer [slachtoffer 3] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 234,- ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering niet ontvankelijk moet worden verklaard wegens onvoldoende onderbouwing.

Ondanks het feit dat aangever [slachtoffer 1] geen vordering tot schadevergoeding heeft ingediend, heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte de schadevergoedingsmaatregel moet worden opgelegd om ten behoeve van aangever [slachtoffer 1] een bedrag te betalen van € 500,-.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat de vordering niet ontvankelijk moet worden verklaard, omdat deze niet is onderbouwd.

Oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de vordering van de officier van justitie om aan verdachte de schadevergoedingsmaatregel op te leggen om ten behoeve van aangever [slachtoffer 1] een bedrag van € 500,- te betalen, overweegt de rechtbank dat zij het feit, waaruit de schade zou zijn ontstaan, niet bewezen acht, zodat de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel niet aan verdachte zal opleggen.

Met betrekking tot de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 3] is de rechtbank ten aanzien van de gevorderde schade van oordeel dat zij over onvoldoende informatie beschikt om de hoogte van de geleden schade te kunnen beoordelen. Schorsing van het onderzoek om de benadeelde partij de hoogte van de schade alsnog te laten aantonen, zal leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding en daartoe zal dan ook niet worden overgegaan. De rechtbank zal de vordering daarom niet ontvankelijk verklaren. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22c, 36b, 36d, 47, 57, 63, 157, 282, 300, 310 en 416 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder parketnummer 18/830397-17 1 primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder parketnummer 18/830397-17 1 subsidiair, 2 en 3, het onder parketnummer 18/099857-17 primair en het onder parketnummer 18/124484-18 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 107 dagen.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 90 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

een taakstraf voor de duur van 140 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 70 dagen zal worden toegepast.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de (eventuele) uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag inverzekeringstelling.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen:

- 1 STK Patroonhouder Walther P5;

- 1 STK munitie RUAG DAG SX;

- 1 STK munitie RUAG DAG SX;

- 1 STK wapen, kleur: zwart, boksbeugel;

- 1 STK stroomstootwapen;

- 8 STK munitie, kogelpatronen in een textielzakje;

- 2 biljetten van 10 euro vals geld.

Gelast de teruggave aan [verdachte] van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven - 1 STK telefoontoestel, kl: zwart, Apple IPhone.

Verklaart de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.W. Janssen, voorzitter, mr. H.R. Bracht en

mr. B.F. Hammerle, rechters, bijgestaan door mr. A.C. Fennema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 september 2019