Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2019:3842

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
10-09-2019
Datum publicatie
12-09-2019
Zaaknummer
18/930032-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich, samen met anderen, schuldig gemaakt aan een drietal gewelddadige en bedreigende afpersingen (twee voltooide afpersingen en één poging daartoe) en een diefstal met geweld. Het directe slachtoffer is in drie gevallen een (voormalig) lid van motorclub No Surrender, die met een zogenoemde bad standing uit de club was gezet, en in één geval is het slachtoffer een persoon die aan No Surrender gelieerd was.

Verdachte, en zijn medeverdachten, waren op dat moment zelf lid van No Surrender en hebben deze bad standings aangegrepen om de slachtoffers geld dan wel goederen afhandig te maken. In het kader van een bad standing is het slachtoffer in het onder 1 bewezen verklaarde feit, door een ander lid van de motorclub dusdanig fors mishandeld dat hij daardoor gebroken ribben en een beschadigd gebit heeft opgelopen. Het slachtoffer heeft, zo is gebleken uit de slachtofferverklaring die ter terechtzitting is besproken, door het handelen van verdachte en andere leden van de motorclub daadwerkelijk voor zijn leven gevreesd, met als gevolg dat hij werd gedwongen tot afgifte van geldbedragen aan leden van de motorclub, onder meer aan verdachte. Het slachtoffer is in mei 2016 ondergedoken en leeft nog steeds in angst op een schuiladres. Ook voor de onder 2, 3 en 4 genoemde slachtoffers geldt dat verdachte met zijn handelen de geestelijke en lichamelijke integriteit van de slachtoffers ernstig heeft geschonden.

Niet alleen het leed dat de slachtoffers is aangedaan, maar ook de ernstige inbreuk die dergelijk gewelddadig crimineel gedrag in het algemeen op de rechtsorde maakt, rechtvaardigen het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

(Artikel 45, 57, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht)

Met betrekking tot het door de verdediging opgeworpen niet-ontvankelijkheidsverweer in het onder 1 ten laste gelegde:

De rechtbank stelt voorop dat in artikel 167, eerste lid, Wetboek van Strafvordering (Sv), aan het Openbaar Ministerie de bevoegdheid is toegekend zelfstandig te beslissen of naar aanleiding van een ingesteld opsporingsonderzoek vervolging moet plaatsvinden. De beslissing van het Openbaar Ministerie om tot vervolging over te gaan leent zich slechts in zeer beperkte mate voor een inhoudelijke rechterlijke toetsing, in die zin dat slechts in uitzonderlijke gevallen plaats is voor een niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging op de grond dat het instellen of voortzetten van die vervolging onverenigbaar is met beginselen van een goede procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte tekort is gedaan aan zijn recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak. In uitzonderlijke situaties is de niet-ontvankelijkheid als rechtsgevolg op overheidsoptreden ook mogelijk wanneer het gaat om handelen in strijd met de grondslagen van het strafproces, waardoor het wettelijk stelsel in de kern wordt geraakt.

Op basis van de voorliggende stukken is de rechtbank niet gebleken dat in onderhavige zaak sprake is van willekeur of misbruik van procesrecht. Het verweer van de verdediging wordt derhalve verworpen.

De rechtbank verwerpt ook het verweer dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard dient te worden wegens handelen in strijd met de AVR en schending van de verbaliseringsplicht. Mede in aanmerking genomen de ernst van het genoemde verzuim en het doel dat de geschonden voorschriften beogen te dienen, bestaat er naar oordeel van de rechtbank geen grond om aan die schending het gevolg te verbinden dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard dient te worden. De rechtbank volstaat met de constatering van het genoemde verzuim.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 63
Wetboek van Strafrecht 312
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 18/930032-18

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 10 september 2019 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1967 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [straatnaam] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 30 mei 2018 (regie), 22 augustus 2018 en 6 november 2018 (pro forma), 20 mei 2019, 20 augustus 2019 (inhoudelijke behandeling) en 3 september 2019 (sluiting).

Met uitzondering van de terechtzitting van 3 september 2019, waarbij het onderzoek is gesloten, is verdachte bij alle voornoemde zittingsdagen verschenen, bijgestaan door mr. J. Michels, advocaat te Oldenzaal.

Namens benadeelde partij [slachtoffer 1] is op de terechtzitting van 20 augustus 2019 mr. C.E. Jeekel verschenen om de vordering toe te lichten.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting van 20 augustus 2019 vertegenwoordigd door mr. D. Homans-De Boer en mr. D. Roggen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

(zaak 3.42)

hij (op verschillende tijdstippen) in of omstreeks de periode van 9 februari 2016 tot en met 1 juni 2016, althans van 1 januari 2016 tot en met 1 juni 2016, te Oldebroek en/of Emmen en/of Groningen en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] (onder meer) heeft gedwongen tot afgifte van 1500 euro en/of 250 euro en/of 1000 euro, althans (meermalen) een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, (onder meer)

- op of omstreeks 9 februari 2016 te Oldebroek en/of te Emmen, althans in Nederland, die [slachtoffer 1] heeft/hebben gevraagd om mee naar buiten te gaan, en/of (vervolgens)

- aldaar (dreigend) tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben geschreeuwd dat die [slachtoffer 1] buiten zijn boekje was gegaan, en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben gestompt en/of geslagen, waardoor die [slachtoffer 1] meerdere gebroken ribben en/of een beschadigd gebit heeft bekomen, en/of (vervolgens)

- ( dreigend) tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd dat [slachtoffer 1] binnen 7 dagen, althans op korte termijn, 5000 euro, althans geld, diende te betalen of anders zouden er sancties volgen, en/of

- die [slachtoffer 1] in de daaropvolgende periode thuis heeft/hebben opgezocht, en/of

- mede gelet op voornoemde eerdere mishandeling en/of (in samenhang met) de (agressieve of intimiderende) houding en/of wijze van optreden van verdachte en/of zijn medeverdachten jegens die [slachtoffer 1] bij die [slachtoffer 1] de vrees heeft/hebben opgewekt dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n) (ernstiger) geweld zou gaan toepassen en/of door anderen zou doen/laten toepassen indien die [slachtoffer 1] in de daaropvolgende periode niet zou toegeven aan de eisen van verdachte en/of zijn medeverdachte(n);

2.

(zaak 3.18)

A)

hij op of omstreeks 29 januari 2015, althans in of omstreeks januari 2015, te Emmen en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (onder meer) een telefoon en/of een ring, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn medeverdachte(n) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld (onder meer) hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

- die [slachtoffer 2] een of meermalen heeft/hebben geschopt en/of gestompt en/of geslagen, althans mishandeld, althans heeft/hebben geprobeerd die [slachtoffer 2] te schoppen en/of stompen en/of te slaan, waarbij die [slachtoffer 2] is geschampt, en/of

- door de (intimiderende en/of dreigende en/of agressieve) houding en/of wijze van optreden van verdachte en/of zijn medeverdachte(n) jegens die [slachtoffer 2] bij die [slachtoffer 2] de vrees heeft gewekt dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n) (ernstiger) geweld zou(den) gaan toepassen indien die [slachtoffer 2] niet zou toegeven aan de eisen van verdachte en/of zijn medeverdachte(n);

EN/OF

B)

hij op of omstreeks 29 januari 2015, althans in of omstreeks januari 2015, te Emmen en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot afgifte van (onder meer) een telefoon en/of een ring, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld (onder meer) hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen,

- die [slachtoffer 2] een of meermalen heeft/hebben geschopt en/of gestompt en/of geslagen, althans mishandeld, althans heeft/hebben geprobeerd die [slachtoffer 2] te schoppen en/of te stompen en./of te slaan, waarbij die [slachtoffer 2] ie geschampt, en/of

- door de (intimiderende en/of dreigende en/of agressieve) houding en/of wijze van optreden van verdachte en/of zijn medeverdachte(n) jegens die [slachtoffer 2] bij die [slachtoffer 2] de vrees heeft gewekt dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n) (ernstiger) geweld zou(den) gaan toepassen indien die [slachtoffer 2] niet zou toegeven aan de eisen van verdachte en/of zijn medeverdachte(n);

3.

(zaak 3.3)

A)

hij op of omstreeks 8 mei 2014 te Emmen en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een horloge en/of een (No Surrender) hesje, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn medeverdachte(n) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

- die [slachtoffer 3] een of meermalen heeft/hebben geschopt en/of gestompt en/of geslagen, althans mishandeld en/of

- een (vuur)wapen tegen het hoofd heeft/hebben geduwd en/of op het hoofd van die [slachtoffer 3]

heeft/hebben gericht (gehouden), althans met een wapen heeft/hebben gedreigd, althans bij die [slachtoffer 3] de indruk heeft gewekt dat er een wapen op zijn achterhoofd werd gedrukt en/of

- door de (agressieve en/of dreigende en/of intimiderende) houding en/of wijze van optreden van verdachte en/of zijn medeverdachten jegens die [slachtoffer 3] bij die [slachtoffer 3] de vrees heeft/hebben opgewekt dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n) (ernstiger) geweld zou gaan toepassen en/of door anderen zou doen/laten toepassen indien niet aan de eisen van

verdachte en/of zijn medeverdachte(n) zou worden voldaan;

EN/OF

B)

hij op of omstreeks de periode van 8 mei 2014 tot en met 7 juni 2014, althans in mei 2014 en/of juni 2014 te Emmen en/of te Meppel en/of te Glimmen en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn medeverdachte(n) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] te dwingen tot de afgifte van 5000 euro, in elk geval een hoeveelheid geld/van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n),

- die [slachtoffer 3] op of omstreeks 8 mei 2014 een of meermalen heeft/hebben geschopt en/of gestompt en/of geslagen, althans mishandeld, en/of

- een (vuur)wapen tegen het hoofd heeft/hebben geduwd en/of op het hoofd van die [slachtoffer 3]

heeft/hebben gericht (gehouden), althans met een wapen heeft/hebben gedreigd, en/of (vervolgens)

- ( dreigend) tegen die [slachtoffer 3] heeft/hebben gezegd dat “dit zijn ergste nachtmerrie werd als hij niet betaalde” en/of dat die [slachtoffer 3] “eraan ging als hij woensdag niet betaalde”, althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of

- door de (agressieve en/of dreigende en/of intimiderende) houding en/of wijze van optreden van verdachte en/of zijn medeverdachten jegens die [slachtoffer 3] bij die [slachtoffer 3] de vrees

heeft/hebben opgewekt dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n) (ernstiger) geweld zou gaan toepassen en/of door anderen zou doen/laten toepassen indien niet aan de eisen van

verdachte en/of zijn medeverdachte(n) zou worden voldaan, en/of

- op of omstreeks 13 mei 2014 heeft/hebben geïnformeerd naar het adres van die [slachtoffer 3] , en/of

- op (een of meer tijdstippen in) of omstreeks de periode van 13 mei 2014 tot en met 7 juni 2014 een of meermalen bij de woning van die [slachtoffer 3] is/zijn geweest,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

(zaak 3.2)

A)

hij op of omstreeks 21 april 2014 te Emmen en/of Franeker en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (No Surrender) hesje (met daarin een huurautosleutel) en/of een computer en/of printer en/of een dvd-speler en/of een horloge en/of (een) mobiele telefoon(s) en/of motorpapieren en/of een of meer siera(a)d(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn medeverdachte(n) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

- die [slachtoffer 4] een of meermalen heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of geschopt, althans mishandeld, en/of

- door de (agressieve of intimiderende) houding en/of wijze van optreden van verdachte en/of zijn medeverdachten jegens die [slachtoffer 4] bij die [slachtoffer 4] de vrees heeft/hebben opgewekt dat verdachte(n) (ernstiger) geweld zou gaan toepassen en/of door anderen zou doen/laten toepassen indien niet aan de eisen van verdachte en/of zijn medeverdachte(n) zou worden voldaan;

EN/OF

B)

hij op of omstreeks 21 april 2014 te Emmen en/of Franeker en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot afgifte van (onder meer) een computer en/of printer en/of een dvd-speler en/of een horloge en/of (een) mobiele telefoon(s) en/of motorpapieren en/of een of meer siera(a)d(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n),

welk geweld en/of bedreiging met geweld (onder meer) hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

- die [slachtoffer 4] een of meermalen heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of geschopt, althans mishandeld, en/of

- door de (agressieve of intimiderende) houding en/of wijze van optreden van verdachte en/of zijn medeverdachten jegens die [slachtoffer 4] bij die [slachtoffer 4] de vrees heeft/hebben opgewekt dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n) (ernstiger) geweld zou gaan toepassen en/of door anderen zou doen/laten toepassen indien niet aan de eisen van verdachte en/of zijn medeverdachte(n) zou worden voldaan;

althans, indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 21 april 2014 te Emmen en/of elders Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

al dan niet met voorbedachten rade, [slachtoffer 4] heeft/hebben gestompt en/of geslagen

en/of geschopt, althans mishandeld.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Standpunt van de verdediging

Namens [verdachte] is betoogd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat naar het oordeel van de verdediging de vervolging van verdachte in de zaak [slachtoffer 1] (3.42) in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en/of het verbod van willekeur.

De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat niet is gebleken in welk opzicht de zaak tegen [verdachte] zich zodanig van die van zijn medeverdachten onderscheidt, dat daardoor de beslissing is genomen hem wel te vervolgen en zijn medeverdachten, te weten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , niet.

Indien de rechtbank de gestelde schending van het gelijkheidsbeginsel niet toereikend vindt om tot de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie te komen, dan kan deze worden aangevuld met de vastgestelde vormverzuimen uit het onderzoek ‘Turgon’. De verklaringen uit het onderzoek ‘Turgon’ vormen de grondslag voor de vervolging van [verdachte] in het onderzoek ‘Akepa’. Het zijn dezelfde verklaringen, dezelfde verhoorders en dezelfde wijze van vastleggen en uitwerken van verhoren. In het onderzoek ‘Turgon’ zijn door de rechtbank de volgende vormverzuimen vastgesteld: handelen in strijd met de Aanwijzing auditief en audiovisueel registreren van verhoren van aangevers, getuigen en verdachten (hierna: AVR) en schending verbaliseringsplicht.

Indien het gelijkheidsbeginsel op zich al niet noopt tot de niet-ontvankelijkheid van het

Openbaar Ministerie, dan kan de rechtbank de niet-ontvankelijkheid baseren op het in onderlinge samenhang bezien van de (vast)gestelde vormverzuimen.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich met betrekking tot de gestelde vormverzuimen in de zaak [slachtoffer 1] op het volgende standpunt gesteld.

Voor zover relevant voor de strafzaak tegen [verdachte] heeft [slachtoffer 1] twee verklaringen bij de politie afgelegd. Een uitgebreide op 16 december 2016 en een kortere op 4 januari 2017. De eerste verklaring is opgenomen en letterlijk uitgewerkt. Van de tweede verklaring is geen opname voorhanden. Dat had wel gemoeten. Op 26 maart 2019 is [slachtoffer 1] in aanwezigheid van de raadsman van [verdachte] bij de rechter-commissaris gehoord en heeft een verklaring afgelegd die overeenkomt met zijn verklaringen bij de politie. Bovendien vindt deze verklaring objectief steun in overige bewijsmiddelen: de geneeskundige verklaring, taps en OVC gesprekken. Uit de combinatie is af te leiden dat de getuige niet is beïnvloed c.q. dat zijn verklaringen zodanig tot stand zijn gekomen dat die volledig overeenkomen met de latere betrouwbaar te achten verklaring bij de rechter-commissaris. Van enige nadeel voor [verdachte] is dan ook niet gebleken. De officier van justitie acht de verklaringen van [slachtoffer 1] daarmee bruikbaar voor het bewijs.

Met betrekking tot de gestelde niet-ontvankelijkheid in de zaak [slachtoffer 1] in verband met schending van het gelijkheidsbeginsel/het verbod op willekeur heeft de officier van justitie

zich op het standpunt gesteld dat de beslissing om de medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] niet te vervolgen een keuze is die aan het Openbaar Ministerie is voorbehouden en dat dit geen grond is om het Openbaar Ministerie in de vervolging tegen [verdachte] niet-ontvankelijk te verklaren.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat in artikel 167, eerste lid, Wetboek van Strafvordering (Sv), aan het Openbaar Ministerie de bevoegdheid is toegekend zelfstandig te beslissen of naar aanleiding van een ingesteld opsporingsonderzoek vervolging moet plaatsvinden. De beslissing van het Openbaar Ministerie om tot vervolging over te gaan leent zich slechts in zeer beperkte mate voor een inhoudelijke rechterlijke toetsing, in die zin dat slechts in uitzonderlijke gevallen plaats is voor een niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging op de grond dat het instellen of voortzetten van die vervolging onverenigbaar is met beginselen van een goede procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte tekort is gedaan aan zijn recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak. In uitzonderlijke situaties is de niet-ontvankelijkheid als rechtsgevolg op overheidsoptreden ook mogelijk wanneer het gaat om handelen in strijd met de grondslagen van het strafproces, waardoor het wettelijk stelsel in de kern wordt geraakt.

Van schending van het gelijkheidsbeginsel is eerst sprake bij afwijking van een bestendig patroon van beslissen in een groot aantal vergelijkbare gevallen. In de zaak [slachtoffer 1] is geen sprake van een afwijking van een patroon. Niet is gebleken dat het Openbaar Ministerie nooit optreedt in geval van verdenking van betrokkenheid bij ‘bad standings’ en slechts in het geval van verdachte dit wel doet. Daarnaast is er geen sprake van vergelijkbare gevallen.

Op basis van de voorliggende stukken is de rechtbank niet gebleken dat in onderhavige zaak sprake is van willekeur of misbruik van procesrecht. Het verweer van de verdediging wordt derhalve verworpen.

De rechtbank verwerpt ook het verweer dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard dient te worden wegens handelen in strijd met de AVR en schending van de verbaliseringsplicht. Er is, anders dan in het betreffende proces-verbaal is vermeld, geen opname voorhanden van het verhoor van [slachtoffer 1] op 4 januari 2017. Er is in zoverre sprake van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv. Hetgeen [slachtoffer 1] volgens het proces-verbaal in het verhoor heeft verklaard, wijkt echter niet wezenlijk af van hetgeen [slachtoffer 1] eerder en nadien bij verhoor heeft verklaard. Bovendien is niet gebleken dat verdachte door het genoemde vormverzuim enig concreet nadeel heeft ondervonden. Mede in aanmerking genomen de ernst van het genoemde verzuim en het doel dat de geschonden voorschriften beogen te dienen, bestaat er naar oordeel van de rechtbank geen grond om aan die schending het gevolg te verbinden dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard dient te worden. De rechtbank volstaat met de constatering van het genoemde verzuim.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1, onder 2B, onder 3B en onder 4A ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen en heeft daartoe het volgende aangevoerd.

Met betrekking tot de onder 1 ten laste gelegde zaak ( [slachtoffer 1] ) stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat sprake is van het medeplegen van afpersing. Zij voert hiertoe aan dat de verklaring van [slachtoffer 1] wordt ondersteund door het volgende feitencomplex. Het feit dat er op 9 februari 2016 een clubavond in Oldebroek was en dat daar iets is gebeurd wordt ondersteund door de OVC in het clubhuis en de tap op [medeverdachte 1] . [verdachte] heeft ter terechtzitting bevestigd dat hij en [medeverdachte 1] in Oldebroek waren. [verdachte] en [medeverdachte 2] hebben verklaard dat [slachtoffer 1] daar door [verdachte] werd aangesproken over een overstap naar een ander chapter. Daarbij is [verdachte] verbaal dreigend. [medeverdachte 1] heeft [slachtoffer 1] vervolgens fors mishandeld en hem een boete van 5.000 euro opgelegd. Dat [slachtoffer 1] is mishandeld wordt bevestigd door de medische verklaring. De OVC gesprekken bevestigen dat er sprake was van een bad standing, een openstaande boete en dat er een intentie was om zijn hesje bij [slachtoffer 1] op te halen. [verdachte] heeft bevestigd dat hij op 20 mei 2016 met een paar anderen aan de deur is geweest bij [slachtoffer 1] en geld heeft opgehaald. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat [verdachte] een nomad is, dat een nomad zaken regelt als er problemen zijn en dat een nomad een hoge in rang is die niet zomaar aan je deur komt.

Onder deze omstandigheden is het voor [verdachte] niet nodig om [slachtoffer 1] bij zijn woning te

bedreigen of te mishandelen en toch geld te krijgen.

Met betrekking tot de onder 2 ten laste gelegde zaak ( [slachtoffer 2] ) neemt de officier van justitie de verklaring van [slachtoffer 2] als uitgangspunt. Dat hij is gedwongen door [verdachte] (geflankeerd

door een ander lid van No Surrender) om zijn spullen (ook een ring) af te geven, dat [verdachte] hem daarna heeft geslagen en hem daarbij heeft geraakt. De dwang bij deze afpersing heeft bestaan uit bedreiging met geweld, vooral een impliciete dreiging. Het ontbieden onder valse voorwendselen, het gebruikmaken van de gewelddadige reputatie van No Surrender en zijn rol als security binnen No Surrender, het gebruikmaken van een tweede lid in hesje gekleed, bij de poort van het clubhuis (het territorium van No Surrender) en de intimiderende en dreigende houding die volgt uit de uitlating van [verdachte] (‘je doet het wel’) na een aanvankelijk weigering van [slachtoffer 2] . Dat de dreiging reëel was blijkt ook uit het feit dat [verdachte] na het overhandigen van de spullen alsnog uithaalt naar [slachtoffer 2] .

Gelet hierop stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat bewezen kan worden verklaard dat [verdachte] tezamen en in vereniging met anderen [slachtoffer 2] door bedreiging met geweld heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon en een ring, het onder 2B

tenlastegelegde. Van de onder 2A tenlastegelegde variant diefstal met geweld dient hij te worden vrijgesproken.

Met betrekking tot de onder 3 ten laste gelegde zaak ( [slachtoffer 3] ) stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat aan [slachtoffer 3] op 8 mei 2014 een bad standing is opgelegd waarbij hij zodanig is mishandeld en bedreigd dat hij met zijn gezin is ondergedoken. Daarbij is hem een boete opgelegd. Die mishandeling en bedreiging vonden plaats in de memberroom van het clubhuis van No Surrender.

Het dossier bevat onvoldoende objectieve bewijsmiddelen voor de aanwezigheid van [verdachte] in de memberroom op het moment van de mishandeling. Gelet hierop vraagt de officier van justitie de rechtbank om [verdachte] van het onder 3A ten laste gelegde vrij te spreken.

De officier van justitie gaat er wel van uit dat [verdachte] vervolgens op pad is gestuurd om spullen op te halen bij [slachtoffer 3] . Dat dat ook ging om geld acht zij gelet op het tapgesprek van 9 mei 2014 wettig en overtuigend bewezen. Het gesprek dat [verdachte] op 14 mei 2014, drie kwartier voor de afspraak met [slachtoffer 3] , voert met [medeverdachte 1] over de vraag wie hij moet bellen als hij een advocaat nodig heeft duidt er op dat [verdachte] er rekening mee hield dat wat hij ging doen mogelijk strafbaar was.

Net als in de zaak van [slachtoffer 1] kan worden bewezen dat [verdachte] is ingezet voor het innen van de boete die aan [slachtoffer 3] was opgelegd. Een boete die in het kader van een bad standing was opgelegd en was ingeluid met een forse mishandeling en bedreiging. Hierover heeft [verdachte] overleg gevoerd met [medeverdachte 1] en [getuige 1] en hij heeft op diverse manieren getracht om [slachtoffer 3] hiervoor te vinden. De officier van justitie komt tot een bewezenverklaring van het onder 3B ten laste gelegde: het medeplegen van de poging afpersing van 5.000 euro in de periode van 8 mei tot en met 7 juni 2014.

Met betrekking tot de onder 4 ten laste gelegde zaak ( [slachtoffer 4] ) neemt de officier van justitie de verklaring van [slachtoffer 4] als uitgangspunt.

[slachtoffer 4] heeft verklaard dat hij een bad standing heeft gehad van [medeverdachte 1] en [verdachte] , dat [getuige 2] daarbij betrokken was, dat daarbij geweld is gebruikt door [medeverdachte 1] en [verdachte] welk geweld letsel heeft veroorzaakt, en dat goederen met geweld en onder dwang van hem zijn afgenomen.

De verklaring van [slachtoffer 4] wordt op diverse punten ondersteund door andere bevindingen in het dossier. De aanleiding voor de bad standing wordt bevestigd door een mutatie van de politie. Dat [slachtoffer 4] is ontboden in het clubhuis in Emmen en daar een bad standing heeft gehad wordt bevestigd door de verklaring van [getuige 2] , het sms-verkeer tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] en het telefoongesprek van [medeverdachte 1] met [naam 1] . Het wordt verder bevestigd door het telefoongesprek in juli 2014 tussen [medeverdachte 1] en [naam 2] . [medeverdachte 1] gebruikt zelfs de term BS. Gelet op de gebruikte naam en de nieuwe verblijfplaats van [slachtoffer 4] hebben zij het hier over [slachtoffer 4] . Dat [medeverdachte 1] erbij aanwezig was wordt bevestigd door zijn telefoongegevens van die avond. Dat [slachtoffer 4] naar huis is gebracht door [verdachte] wordt bevestigd door [getuige 2] . Dat hem goederen zijn afgenomen wordt bevestigd door de aangifte van [bedrijf] , door de melding bij de RDW van [slachtoffer 4] , en door de verklaring van [getuige 2] dat [slachtoffer 4] hesje is ingenomen. Dat er geweld en letsel was wordt bevestigd door buurtbewoners, en de grote angst die er nadien is bij [slachtoffer 4] .

Gelet hierop acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 4A ten laste gelegde, het medeplegen van diefstal van een hesje, een autosleutel, een computer, een printer, een dvd-speler, een horloge, een mobiele telefoon en motorpapieren, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld. Van het onder 4B genoemde alternatief (afpersing) moet [verdachte] worden vrijgesproken.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat [verdachte] van alle ten laste gelegde feiten moet worden vrijgesproken.

Daartoe heeft de raadsman in de onder 1 ten laste gelegde zaak ( [slachtoffer 1] ) het volgende aangevoerd. Op 9 februari 2016 werd [slachtoffer 1] in Oldebroek mishandeld door [medeverdachte 1] . Van een rechtens relevant aandeel van [verdachte] bij deze mishandeling blijkt op basis van de inhoud van het dossier niet. Op 4 januari 2017 noemt [slachtoffer 1] [verdachte] één van de vele getuigen van zijn mishandeling. Ook al zou men uitgaan van de verklaring van 16 december 2016 (voorgesprek [verdachte] - [slachtoffer 1] ), dan ontbreekt het wettig bewijs voor een bewuste nauwe of volledige samenwerking tussen [slachtoffer 1] en [medeverdachte 1] .

Op 20 mei 2016 is [verdachte] bij [slachtoffer 1] aan de deur geweest. Bij dit huisbezoek is geen geweld gebruikt of gedreigd met geweld. Bij de rechter-commissaris heeft [slachtoffer 1] letterlijk verklaard: “Hij heeft mij nooit aangeraakt, hij heeft alleen geld bij mij thuis opgehaald voor [medeverdachte 1] .” Het optreden van [verdachte] was niet intimiderend of agressief en het (voorwaardelijk) opzet van [verdachte] was er niet op gericht om [slachtoffer 1] vrees aan te jagen. [verdachte] werd geacht die dag een aantal hesjes op te halen van mensen die de club hadden verlaten. In relatie tot [slachtoffer 1] was [verdachte] medegedeeld dat hij ook nog ‘tweeënhalf honderd’ open had staan.

[verdachte] was - evenals andere leden van No Surrender - geïnformeerd dat [slachtoffer 1] een bad standing had. Dat betekende onder meer dat [slachtoffer 1] op de no contact-lijst was geplaatst, hij club-gerelateerde items diende in te leveren en hij nog openstaande bedragen moest betalen. Eenmaal aan de deur bij [slachtoffer 1] valt er geen onvertogen woord.

Aan de eventueel relevante voorgeschiedenis heeft [verdachte] part noch deel gehad.

[verdachte] heeft [slachtoffer 1] gevraagd om een geldbedrag van € 250,-- te voldoen. Het dossier bevat geen direct bewijs dat [verdachte] wist, dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat dit geldbedrag door [slachtoffer 1] werd voldaan als gevolg van een eerdere afpersing. De raadsman heeft de rechtbank verzocht [verdachte] op grond van het voorgaande vrij te spreken van dit feit.

Met betrekking tot de onder 2 ten laste gelegde zaak ( [slachtoffer 2] ) heeft de raadsman aangevoerd dat uit de stukken niet blijkt dat [slachtoffer 2] met geweld is bedreigd. Er is hooguit sprake geweest van een ietwat intimiderende setting. Ter relativering van die intimiderende setting heeft de raadsman opgemerkt dat [slachtoffer 2] kind aan huis was bij de club en zelf ook geen ‘blanke lelie’ was.

Waar OVC-gesprekken aanwijzingen op kunnen leveren voor de betrokkenheid van [verdachte] , is de raadsman van mening dat de verklaringen van de (rechtstreeks) betrokkenen in deze de

doorslag dienen te geven. In dit kader heeft [naam 14] op 19 februari 2019 bij de rechter-commissaris verklaard dat [verdachte] [slachtoffer 2] buiten de poort moest houden en dat hij niet heeft gezien of gehoord hoe [verdachte] dit heeft gedaan.

[slachtoffer 2] heeft voorts zelf verklaard dat [verdachte] geen geweld heeft gebruikt: “Nee, hij probeerde het wel, maar hij heeft mij alleen maar geschampt.”

Bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs voor geweld of bedreiging daarmee, resteert de vraag of [verdachte] goederen heeft ‘afgepakt’ van [slachtoffer 2] , meer in het bijzonder een ring en/of een telefoon. [verdachte] heeft daarover verklaard dat [slachtoffer 2] zelf zijn telefoon heeft prijsgegeven, door deze boos van zich af te gooien. [verdachte] heeft deze telefoon bij zich gestoken en niet veel later overgedragen, waarna de telefoon kennelijk in de kachel is beland.

Bij de rechter-commissaris heeft [slachtoffer 2] aangegeven dat hij de telefoon uit eigener

beweging inleverde. [verdachte] heeft ontkend dat hij een ring van [slachtoffer 2] heeft afgenomen.

Noch bij het prijsgeven van een goed noch bij het uit eigener beweging inleveren van

een goed is sprake van overtreding van artikel 310, 312 of 317 van het Wetboek van

Strafrecht. De raadsman heeft de rechtbank verzocht om [verdachte] op grond hiervan vrij te spreken van het onder 2A en 2B ten laste gelegde.

Met betrekking tot de onder 3 ten laste gelegde zaak ( [slachtoffer 3] ) heeft de raadsman

over het onder 3A genoemde medeplegen van diefstal met geweld in het clubhuis te Emmen op 8 mei 2014 aangevoerd dat niet met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat [verdachte] op 8 mei 2014 aanwezig is geweest bij de bad standing van [slachtoffer 3] . [verdachte] heeft zijn betrokkenheid van meet af aan stellig en consequent ontkend. De verklaring van [getuige 1] is even weifelend als wisselend en daarmee onvoldoende bruikbaar voor het bewijs van betrokkenheid van [verdachte] .

Over het onder 3B genoemde medeplegen van een poging tot afpersing van [slachtoffer 3] in de periode van 8 mei 2014 tot en met 7 juni 2014 heeft de raadsman aangevoerd dat er evenmin voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor de betrokkenheid van [verdachte] bij een poging tot afpersing in de periode tussen 8 mei 2014 en 7 juni 2014. [verdachte] erkent op 14 mei 2014 naar Meppel te zijn gereden om daar, bij een vestiging van McDonalds, [slachtoffer 3] te ontmoeten. [slachtoffer 3] zou zijn hesje nog moeten inleveren en/of achterstallige contributie moeten betalen. Althans, zo is het [verdachte] verteld. Dat men bezig was om [slachtoffer 3] af te persen was [verdachte] niet bekend. Het was [verdachte] wel bekend dat [slachtoffer 3] de club moest verlaten. De persoon in kwestie komt dan op een no contact-lijst en moet alle club-gerelateerde items inleveren. Achterstallige contributie en openstaande ‘boetes’ moeten nog worden betaald. De lezing van [verdachte] vindt steun in het dossier, te weten in de tapverslagen en in de verklaring(en) van [medeverdachte 1] . De raadsman heeft de rechtbank verzocht om [verdachte] op grond hiervan vrij te spreken van het onder 3A en 3B ten laste gelegde.

Met betrekking tot de onder 4 ten laste gelegde zaak ( [slachtoffer 4] ) heeft de raadsman aangevoerd dat het dossier geen althans onvoldoende steunbewijs biedt voor de verklaring van [slachtoffer 4] dat hij in het clubhuis in Emmen - na een ‘bad standing’ - is mishandeld en vervolgens door [verdachte] naar huis is gebracht waarna [verdachte] allerhande goederen van [slachtoffer 4] heeft weggenomen.

[verdachte] heeft verklaard [slachtoffer 4] niet te hebben mishandeld en ook niet te hebben bestolen.

Geen van de weggenomen goederen is aangetroffen onder [verdachte] , is waargenomen in bezit van [verdachte] of is anderszins naar hem herleidbaar. De raadsman heeft de rechtbank verzocht om [verdachte] op grond hiervan vrij te spreken van het onder 4A en 4B ten laste gelegde.

Oordeel van de rechtbank

Algemene overwegingen met betrekking tot het verloop van het onderzoek naar de motorclub No Surrender

Op 21 januari 2014 is in de media bekendgemaakt dat [medeverdachte 1] met onmiddellijke ingang de 1% "outlaw" motorclub (MC) Satudarah had verlaten. Op 22 januari 2014 gaf [medeverdachte 1] vanuit het clubhuis van de motorclub in Emmen een persconferentie waarin hij meedeelde dat hij zich samen met nog tientallen andere motorclubleden had aangesloten bij de motorclub "No Surrender", die in 2013 was opgericht en sindsdien werd geleid door de "Generaal" [naam 3] .

Na verkregen TCI informatie over mogelijk vuurwapenbezit door leden van de motorclub No Surrender, chapter Emmen, onder wie [medeverdachte 1] , werd op 18 maart 2014 een opsporingsonderzoek onder de naam "AKEPA" gestart. Uit het onderzoek AKEPA zijn enkele deelonderzoeken gestart tegen individuele leden van de motorclub No Surrender. Naderhand is de strafzaak van [verdachte] , die als verdachte werd aangemerkt, afgesplitst van het onderzoek AKEPA.

Lopende het onderzoek AKEPA is van diverse bijzondere opsporingsbevoegdheden gebruikgemaakt. Onder andere is telefoonverkeer afgeluisterd (tap) en is in voertuigen, het clubhuis van de MC No Surrender, chapter Emmen, en in de woning van [medeverdachte 1] vertrouwelijke communicatie (OVC) opgenomen.

Gedurende het onderzoek is onder andere uit tap- en OVC-gesprekken bij de verbalisanten de verdenking gerezen dat leden van de MC No Surrender zich bezighouden met incassopraktijken die, gelet op de wijze waarop dit gebeurt, volgens de verbalisanten als afpersingen, of het doen van pogingen daartoe, kunnen worden aangemerkt. Ook ontstaat bij de verbalisanten de verdenking dat leden van de MC No Surrender in Noord Nederland zich binnen en buiten het clubhuis van No Surrender bezighouden met het mishandelen, bedreigen/afpersen van (ex) MC leden en dat dit plaatsvindt indien het desbetreffende lid van de MC No Surrender wordt bestraft of oneervol uit de club wordt gezet en de status "Bad Standing" mee krijgt.

Als een lid in bad standing de club moet verlaten, zo stellen de verbalisanten in hun proces-verbaal, moet hij (onder meer) zijn hesje inleveren, moet hij een geldbedrag betalen aan de club en bij het daaruit voortvloeiende innen van de sanctie wordt met regelmaat (ernstig) geweld toegepast.1

Algemene overwegingen met betrekking tot de betrokkenheid van [verdachte] bij No Surrender

Binnen No Surrender vervulde [verdachte] de functies van respectievelijk sergeant of arms (hoofd beveiliging van een chapter)2, security3, en nomad. Dit zijn allemaal functies die te maken hebben met de beveiliging van de club.

Over de inhoud van de functie van nomad is door (ex-)leden wisselend verklaard. Algemeen wordt aangenomen dat een nomad ‘hoofd security’ is en dus gaat over de orde en veiligheid.

Voorts blijkt uit het onderzoek en uit verklaringen van verschillende (ex-)leden4 dat een nomad gaat over het terughalen van hesjes van leden die uittreden, dat een nomad achterstallige contributies en boetes int, dat hij een deel van het geld krijgt als sprake is van een bad standing en dat degene die int zelf beslist of hij een pak slaag geeft.

Een nomad valt niet onder een chapter en staat in rang op gelijke hoogte naast een captain.

[verdachte] wordt ervan verdacht dat hij, als nomad dan wel in een andere rol die hij binnen de MC Motorclub No Surrender vervulde, betrokken is geweest bij de bad standing van drie (ex-)leden van No Surrender ( [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] ) en het, onder andere, met geweld verwijderen van het terrein van No Surrender van een ‘huisvriend’ van de club ( [slachtoffer 2] ).

Bewijsoverwegingen

De rechtbank acht hetgeen onder 1, onder 2B, onder 3B en onder 4A is ten laste gelegd wettig en overtuigend bewezen en past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige/aangever van 16 december 2016, opgenomen op pagina 2471 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 03 DRN 12022 van 16 mei 2018, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] :

Ik had een meningsverschil met [medeverdachte 2] , de president van het chapter Groningen en [naam 4] , de vice president van het chapter. Het geschil ging over het feit dat ik naar het chapter Wolfpack van [naam 5] over wilde stappen. [medeverdachte 2] wilde niet dat ik over zou stappen naar Wolfpack. Hij voelde zich verraden. Hij zei tegen mij dat hij naar de captain toe zou gaan en hem alles zou vertellen.

Dit was in januari 2016 (uit onderzoek van de politie is gebleken dat de clubavond op 9 februari 2016 heeft plaatsgevonden) op een clubavond van een chapter in een plaatsje vlakbij Zwolle. Daar worden clubavonden gegeven bij of in een pizzeria. Toen [medeverdachte 2] naar de captain, [medeverdachte 1] , was gegaan, werd ik even later aangesproken door een nomad. Ik ken hem als [verdachte] ; dit is een Turkse man. Ik heb zijn foto al aangewezen. Hij wilde buiten met me praten. Ik ben met hem meegelopen. [verdachte] begon tegen mij te schreeuwen dat ik buiten mijn boekje was gegaan. Ik zag dat [medeverdachte 1] aan kwam lopen. [medeverdachte 1] gaf me direct een vuistslag op mijn linker kaak. Hierdoor raakten mijn tanden beschadigd. Vervolgens kreeg ik nog een vuistslag, aan de linker kant van mijn lichaam, op mijn ribben. Ik voelde een enorme pijn. Later bleek dat er drie ribben gebroken waren. Ik ben voor het letsel naar het ziekenhuis geweest, het UMCG in Groningen. Daar bleek dat ik drie gebroken ribben had. Na de mishandeling door [medeverdachte 1] werd ik aangesproken door [medeverdachte 2] . Hij zei mij dat [medeverdachte 1] had besloten dat ik € 5000,-- boete moest betalen. Ik moest dit binnen zeven dagen betalen anders zouden er sancties volgen. Ik heb toen binnen een week € 1500,-- in een enveloppe gedaan en ben naar [medeverdachte 1] zijn huis gegaan, in Klazinaveen. Ik was daarvoor naar [medeverdachte 2] gegaan en heb gezegd dat ik niet meer geld had. Ik had zelf € 500,-- en ik had € 1000,-- van mijn vader geleend. Meer had ik niet. [medeverdachte 2] gaf mij toen de opdracht het resterende geld aan hem te betalen en dat ik de enveloppe met € 1500,-- naar [medeverdachte 1] zijn huis moest brengen. [medeverdachte 1] heeft toen de enveloppe van mij in ontvangst genomen. Ik kreeg van [medeverdachte 1] toen € 50,-- voor de moeite dat ik de enveloppe had gebracht. Omdat ik nog € 3500,-- aan [medeverdachte 2] moest betalen, wist ik me geen raad. Op een gegeven moment verschenen [verdachte] , [medeverdachte 2] en iemand van de security uit Emmen bij mij aan de woning. Ik geloof dat de security [medeverdachte 3] heet. Hij is een grote blanke man. [verdachte] vroeg of ik al geld had. Ik zei dat ik maar € 250,-- had. Ik had niet meer. [verdachte] was alleen aan het woord. Kennelijk kreeg hij ook een aandeel van de boete die ik moest betalen. Ik was toen ook behoorlijk bang. Een nomad staat niet zomaar aan de deur. Een van mijn kinderen was ook thuis. Ik wilde geen problemen of wilde niet in elkaar getrapt worden in mijn eigen woning. Gelukkig werd met de € 250,-- genoegen genomen op dat moment. Ik had dus nog een restschuld van € 3250,--. Ik heb een paar weken later nog een keer € 1000,- betaald aan [medeverdachte 2] . Ik heb toen gezegd dat ik niet meer geld op kon brengen. [medeverdachte 2] heeft mij toen het restant kwijt gescholden. Ik begreep wel dat ik daar misschien nog wel wat meer over zou horen. Dit alles heeft zich afgespeeld in januari/februari 2016.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van nader verhoor van 4 januari 2017, opgenomen op pagina 2483 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] :

De plaats waar het is voorgevallen is het plaatsje Oldebroek, [straatnaam] . Hier zit een pizzeria; aan de achterzijde heb je een kroeg met parkeerplaatsen. Op die locatie houdt het chapter Zwolle af en toe de clubavond. Op die parkeerplaats ben ik toen mishandeld door captain [medeverdachte 1] . Ik had onder andere gebroken ribben en beschadigde kiezen en tanden. Ik weet dat [naam 4] , [medeverdachte 2] , [verdachte] , [naam 5] , [naam 6] , [naam 7] en [naam 8] getuigen zijn geweest van de mishandeling. Ik denk dat [verdachte] ook een gedeelte van de aan mij opgelegde boete van € 5000,00 heeft gekregen. Ik denk dit omdat [verdachte] bij mij thuis geld op kwam halen. Ik heb toen een bedrag van € 250,00 betaald. Het is normaal dat een nomad geld haalt.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen Opname Vertrouwelijke Communicatie (OVC) d.d. 1 juni 2016, opgenomen op 20 mei 2016 in een personenauto, merk Volkswagen, type Passat TDI, voorzien van het kenteken [kenteken] , opgenomen op pagina 2565 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend:

Tijd: 11:26 uur

Inhoud: [medeverdachte 3] (B) en [verdachte] starten de auto en spreken over waar ze heen moeten.

[medeverdachte 3] Waar gaan we eerst heen, Smilde?

[verdachte] Ik wil eerst even een horloge halen bij eh .. ah doen we terugweg .. toe maar ..

[medeverdachte 3] Smilde, [naam 9] ?

[verdachte] Nee we gaan eerst [naam 10] ophalen.

[medeverdachte 3] [naam 10] ophalen!

[verdachte] [naam 10] is de searg ... (ovs), die belde vanmorgen, die wacht op ons.

[medeverdachte 3] ok

[verdachte] We laten hun hun werk doen ......... ik wil erbij zijn, ik wil zien dat het werk gebeurd namelijk ... .

[medeverdachte 3] Ok, wie halen we .... (ovs) hesjes weg

[verdachte] Allemaal. ....... alle vier ........ oh nee ik heb ..... dinges heb ik al

[medeverdachte 3] [naam 11] ?

[verdachte] [naam 11] ... maar ik moet [naam 11] toch spreken.

[medeverdachte 3] [naam 11] ?

[verdachte] Ik krijg nog geld van hem.

Tijd: 12:33 uur

Inhoud: Auto staat stil; [medeverdachte 3] in auto ... [verdachte] en [naam 12] (naam wordt door [verdachte] genoemd) stappen in de auto. [medeverdachte 3] vraagt waar ze heen gaan. [naam 12] zegt Beijum.

[verdachte] gaan eerst [naam 10] ophalen.

[naam 12] zegt hoe ze moeten rijden.

Tijd: 12:55 uur

Inhoud: Mannen stappen in de auto ..

[medeverdachte 3] vraagt waar ze heen gaan.

[naam 12] zegt naar [medeverdachte 2] in Stedum.

Nog een vierde man in de auto met duidelijk Surinaams/ Antilliaans accent.

Tijd: 13:20 uur

[medeverdachte 3] vraagt waar ze eerst heen gaan ..

[naam 12] zegt [naam 9] , maar [verdachte] zegt eerst [slachtoffer 1] ..

[slachtoffer 1] heeft Bad Standing

[naam 12] : ja die moet 100 euro betalen.

[verdachte] : 2 1/2 onvstb

Wou wel dat hij nu betaalt want we moeten ook nog tanken en eten ..

[naam 12] Ik denk dat je bij [slachtoffer 1] nu niks haalt hoor

[verdachte] nee

Minimaal 1 keer in de week, anders moet de treasure

[naam 12] anders doe maar 3 tientjes in de week ofzo ..

[verdachte] ja maar die jongen verkoopt weed en weet ik veel

[naam 10] en [naam 12] zeggen dat die jongen helemaal niks verkoopt, dat is allemaal overgenomen ja.

[verdachte] oh oke

[naam 12] hij heeft helemaal niks meer denk ik. Maar we kunnen het altijd proberen.

[verdachte] oke

[naam 12] had ik het gisteren met de pres ook over

[verdachte] ja maar die vent heeft ook al 10 kilo gehad .. onvstb

[naam 10] je snapt wel die klappen hoeft ie niet meer te krijgen hoor ..

[verdachte] nee die krijgt ie ook niet

....

[naam 10] dat is met die [slachtoffer 1] ook snap je, ik heb tegen ... onvstb laatst gezegd, we moeten bij hem uit de buurt blijven, dat is het beste.

[verdachte] niet te ver gaan, ja we gaan nu rustig met hem praten.

[naam 10] anders gaat ie naar de politie.

[medeverdachte 3] denk je?

[naam 10] ik denk het wel.

Ik zeg niet dat hij het doet.

[medeverdachte 3] hij is een angsthaas he?

[naam 10] maar mijn gevoel, weet je, als hij in het nauw gedreven wordt, hij het wel doet hoor.

[verdachte] maar dat gaan we niet doen; ik ga even rustig met hem praten.

Tijd: 13:40 uur

Inhoud: auto rijdt; 4 man in auto.

Praten door elkaar ..

Op 0.50 gaat 2x portier open en dicht. [medeverdachte 3] zegt dat hij de auto even draait.

[medeverdachte 3] hij heeft de kop aardig dik

[naam 12] ja

Portier gaat weer open. [naam 10] zegt dat hij een gevoelsmens is en dat dit echt kut voor hem is.

Maar hij blijft wel lachen ..

[medeverdachte 3] : heeft ook een beetje schaduwen op zijn oogjes.

Maar hij, zo'n jongen is toch ook niet dom man, die weet toch wel hoe het in elkaar zit.

[naam 12] blijkbaar niet

Sommige jongens die zijn niet zo, maar die willen te graag weet je wel

[naam 10] : heb je die man zijn kop gezien ... ohhh

Onvstb

[naam 10] dat is zeven jaar straf joh he, zo opgeblazen is ie.

[verdachte] ook weer in de auto, vraagt over een vest.

[naam 10] zegt dat ze die hebben.

[verdachte] moet je kijken de hele familie staat binnen.

Praten door elkaar

[verdachte] deze man heeft al zo vaak klappen gehad is de derde keer dat hij in elkaar gestampt is.

Tijd: 14:00 uur

Inhoud: auto rijdt; 4 man in auto.

Veel door elkaar gepraat.

Op 1.30 stopt de auto; portier open en dicht.

In de auto ( [naam 10] , [medeverdachte 3] en [verdachte] ) wordt gezegd dat ze in totaal de hes van [naam 4] , [naam 9] en Jeff moeten hebben en die van [slachtoffer 1] wordt nu naar Groningen gebracht.

[verdachte] was dat gister ... (onvstb) vond het bijna zielig ..

[medeverdachte 3] die [slachtoffer 1]

[verdachte] ja ik hou er niet van

[naam 10] ja ik vond het ook kloten.

Tijd: 15:02 uur

Inhoud: auto rijdt; 4 man in auto.

[naam 10] vraagt of ze de colours van [slachtoffer 1] zelf mogen houden.

[verdachte] zegt dat hij het vest wel mee neemt, (…).

Tijd: 15:51 uur

Inhoud: auto rijdt; 4 man in auto.

[verdachte] [naam 10] zeg tegen die [naam 13] , als hij binnen 10 dagen tijd 1500 euro op hoest,

[naam 10] [naam 13] ?

[verdachte] oh nee [slachtoffer 1] .

[naam 10] ja?

[verdachte] dan is het klaar.

[naam 12] binnen hoe lang?

[verdachte] binnen 10 dagen tijd.

[naam 12] dat gaat niet door.

[verdachte] nou goed, dat kan je voorstellen, is een voorstel.

[naam 10] is goed.

[verdachte] ja dan zijn we van dat gezeik af.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van [medeverdachte 3] , afgelegd ten overstaan van de rechter-commissaris in deze rechtbank op 18 december 2018, inhoudend:

U vraagt mij welke functie de heer [verdachte] bekleedde bij de MC No Surrender. Hij was nomad. U vraagt mij wie hesjes ophalen als iemand geen lid meer van de club is. De sergeant of de nomad. U vraagt of ik de heer ( [slachtoffer 1] ) [slachtoffer 1] ken. Ja. Hij was volgens mij prospect bij Groningen. Ik heb hem wel eens ontmoet bij het clubhuis in Emmen. Ik ben wel eens bij de woning van de heer [slachtoffer 1] geweest.

U houdt mij voor pagina 2473 van het dossier, 6e alinea, als verklaring van [slachtoffer 1] :

[Op een gegeven moment verscheen [verdachte] , [medeverdachte 2] en iemand van de security uit Emmen bij mij aan de woning. Ik geloof dat de security [medeverdachte 3] heet. Hij is een grote blanke man. [verdachte] vroeg ik of al geld had. Ik zei dat ik maar € 250,00 had. Ik had niet meer. [verdachte] was alleen aan het woord. Kennelijk kreeg hij ook een aandeel van de boete die ik moest betalen. Ik was toen ook behoorlijk bang. Een nomad staat niet zomaar aan de deur. Een van mijn kinderen was ook thuis. Ik wilde geen problemen of wilde niet in elkaar getrapt worden in mijn eigen woning. Gelukkig werd met de € 250,- genoegen genomen op dat moment.]

Dit is gebeurd. Ik was daar ook bij die woning. Ik ben niet bij het gesprek zelf geweest. Ik zat in de auto. Volgens mij moesten wij bij [slachtoffer 1] een hesje ophalen.

U vraagt mij met wie ik in de auto zat toen ik naar de woning van [slachtoffer 1] ging. Met [verdachte] , maar verder weet ik het niet meer.

U vraagt mij van wie wij het hesje moesten gaan ophalen bij [slachtoffer 1] . Dat kwam vanuit het bestuur, het kader. U vraagt mij wie de beslissing dat we het hesje moesten gaan ophalen, meedeelde. Die beslissing hoorden wij via de nomad [verdachte] .

5. De door [verdachte] ter terechtzitting van 20 augustus 2019 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:

Voorzitter: Was u op 9 februari 2016 in Oldebroek aanwezig?

[verdachte] : In die tijd was ik nomad. Hij (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1] ) had een probleem. Ik riep hem naar buiten en sprak hem aan op zijn gedrag. Ik heb hem wel hard aangesproken: godverdomme eikel. Ik heb hem op zijn kloten gegeven. Dat klopt.

Voorzitter: Wat bedoelt u daarmee?

[verdachte] : Aangesproken van: hé eikel wat doe je nou man? Ben je gekke dingen aan het doen? Wat is er aan de hand?

Voorzitter: Bent u op 20 mei 2016 bij [slachtoffer 1] aan de deur geweest?

[verdachte] : Ik dacht dat ik achterstallig contributiegeld op moest halen. Het ging om € 250,-. Mij is aangegeven: er is problematiek en [slachtoffer 1] is bang. Ik ging erheen als nomad om te zorgen dat het niet zou escaleren. Ik had twee sergeants of arms bij mij. Ik heb [slachtoffer 1] gerustgesteld en ik ben daar met € 250,- weggegaan.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs van het onder 1 ( [slachtoffer 1] ) ten laste gelegde

De rechtbank acht gelet op voornoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [verdachte] het ten laste gelegde, de afpersing van [slachtoffer 1] , heeft gepleegd. De rechtbank gaat daarbij uit van de verklaring van [slachtoffer 1] dat hij op 9 februari 2016 (in Oldebroek) en op 20 mei 2016 (bij zijn woning in Groningen) door verdachte is bedreigd met geweld en dat hij onder druk van die bedreigingen en de intimiderende houding van verdachte geld (€ 250,--) aan verdachte heeft afgegeven. De verklaring van [slachtoffer 1] wordt ondersteund door het proces-verbaal van bevindingen Opname Vertrouwelijke Communicatie (OVC) met de opname van 20 mei 2016, waaruit blijkt dat verdachte samen met anderen (onder wie [medeverdachte 3] ) onderweg is om bij 4 (ex-)leden van No Surrender, onder wie [slachtoffer 1] , hesjes en/of geld op te halen, en de verklaring van [medeverdachte 3] dat hij met verdachte [verdachte] bij [slachtoffer 1] een hesje moest ophalen. Uit voornoemd OVC gesprek blijkt ook dat [slachtoffer 1] op dat moment al meermalen klappen had gehad. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in zijn functie van nomad samen met twee sergeants of arms op 20 mei 2016 bij [slachtoffer 1] aan de deur is geweest om achterstallige contributie te innen en dat hij met € 250,- is weggegaan.

Ten aanzien van het onder 2B ten laste gelegde:

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangever van 27 maart 2017, opgenomen op pagina 2390 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 2] :

Bij aanvang van het verhoor deelden wij aan de aangever het volgende mee: wij zijn hier in

verband met een aangifte van diefstal mobiele telefoon die u hebt gedaan op 1 februari 2015.

Wij hebben hier een aantal vragen over. We praten met u over uw aangifte omdat wij denken dat dit te maken heeft met de motorclub No Surrender.

V: Wat kunt u nog meer vertellen over de diefstal van uw telefoon op 31 januari 2015?

A: Ik had een conflict met iemand en ik kreeg de keuze of mijn telefoon inleveren of anders..

V: Wat bedoelt u met anders?

A: Nee, dat ga ik verder niet vertellen.

O: In uw aangifte gaf u aan dat de telefoon in een café was gestolen.

V: Hoe zit dat nu precies?

A: Het was ook een café, namelijk het clubhuis van de MC No Surrender. lk kwam daar vaak, gewoon gezellig. Ik was geen lid. [naam 14] was een van mijn beste vrienden. Met [naam 14] kreeg ik uiteindelijk een conflict, al weet ik nog steeds niet waarom ik niet meer welkom was.

O: Wij hebben een langdurig onderzoek gedaan naar de motorclub No Surrender en daarbij zijn gesprekken opgenomen in het clubhuis. Ik wil je daar een aantal fragmenten uit voorlezen.

V: [naam 14] vraagt aan [verdachte] of alles ingeleverd is. [verdachte] zegt dan dat er nog 4 in zaten en dat hij iets kleins voor zichzelf heeft gehouden en een telefoon. Wat bedoelde hij met die 4 en een klein dingetje?

A: Over die 4 kan ik niets zeggen omdat ik mezelf dan in de problemen breng. Met dat kleine dingetje bedoelt hij een verlovingsring die hij van mij heeft afgepakt. Dat was een gouden ring met een diamantje. Het was een damesring, maat 14.

V: Begrijpen we het goed dat [verdachte] jou de telefoon en de ring heeft afgepakt?

A: Ja, met goedkeuring van [naam 14] en ik weet zeker dat [medeverdachte 1] daar de opdracht voor heeft gegeven.

V: Heeft [verdachte] ook geweld tegen jou gebruikt?

A: Nee, hij probeerde het wel, maar hij heeft mij alleen maar geschampt.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van [slachtoffer 2] , afgelegd ten overstaan van de rechter-commissaris in deze rechtbank op 19 maart 2019, inhoudend:

Op vragen van de officier van justitie (mr. Von Bartheld) antwoord ik als volgt.

U vraagt mij te vertellen hoe het gegaan is vanaf het moment dat ik [verdachte] zag. Ik kwam aanrijden. [verdachte] begon tegen mij te praten. Ik heb alles ingeleverd. Toen wilde [verdachte] mij slaan. Dit mislukte. Hij schampte mij half half op mijn arm.

Op vragen van de officier van justitie (mr. Homans) antwoord ik als volgt.

U vraagt mij wat de reden was waarom ik naar het clubhuis ging. [verdachte] belde mij. Ik trof twee personen op straat, [verdachte] en iemand anders van de club. Hij droeg ook een hesje. Ik weet niet meer wat [verdachte] zei. Hij kwam met allerlei beschuldigingen. Ik moest mijn telefoon en ring inleveren.

3. Een tapgesprek opgenomen op 29 januari 2015 te 19:13:43 uur in het onderzoek 03DRN12022-AKEPA, tussen telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik bij [verdachte] (beller) en telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik bij [slachtoffer 2] (gebelde), opgenomen op pagina 2446 van voornoemd dossier, inhoudend:

[verdachte] ) zegt dat hij straks even met [slachtoffer 2] wat uit moet praten.

[slachtoffer 2] zegt: met mij?

[verdachte] zegt dat [slachtoffer 2] aan [naam 14] gevraagd had om die hero (fon),weet hij veel, [naam 14] heeft mij net iets uitgelegd en dat moet ik even met je bespreken. Heb je straks tijd?

[slachtoffer 2] ja

[verdachte] uurtje of acht?

[slachtoffer 2] waar dan?

[verdachte] ja kom maar gewoon even bij de club, voor of achter kom ik wel even met je praten ja?

[slachtoffer 2] ja is goed

[verdachte] neem een beetje handel mee ja

[slachtoffer 2] jooh

4. Een in het onderzoek 03DRN12022-AKEPA opgenomen (sms)bericht, verzonden op 29 januari 2015 te 19:16:52 uur, van telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik bij [slachtoffer 2] naar telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik bij [verdachte] , opgenomen op pagina 2447 van voornoemd dossier, inhoudend:

Ben zo rond 21.00 uur wel bij het hek club ok ...... voor bij de straat... .. kunne we ff in de auto babbelen ..... ok?

5. Een in het onderzoek 03DRN12022-AKEPA opgenomen (sms)bericht, verzonden op 29 januari 2015 te 20:14:03 uur, van telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik bij [verdachte] naar telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik bij [slachtoffer 2] , opgenomen op pagina 2448 van voornoemd dossier, inhoudend:

Top.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen Opname Vertrouwelijke Communicatie (OVC) d.d. 1 juni 2017, opgenomen als bijlage 7 van de op 18 juli 2019 (zie onder 2.) door de officier van justitie verstrekte aanvullende stukken bij voornoemd dossier, inhoudend als weergave van een opname op 29 januari 2015:

In de verwerkte gesprekken wordt met [naam 14] en met [verdachte] bedoeld.

Tijd: 22:13:12 uur

[naam 14] ingeleverd?

[verdachte] Wat?

[naam 14] Ingeleverd?

[verdachte] Ja er zaten er vier in, eentje die heb ik aan Hans gegeven, die moest ie (of ik) nog betalen, dus er zitten er nog drie in.

[naam 14] Ja.

[verdachte] En een klein dingetje die hou ik voor mijzelf.

[naam 14] En de telefoon?

[verdachte] Ja die heb ik ook bij me.

[naam 14] Die gooien we in de dinges.

NN2: …(ntv) niks waard in de kachel.

[naam 14] (met stemverheffing) in de kachel, die is besmet.

[verdachte] Oke cap.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van 28 november 2018, 11:20 uur, behorend bij het proces-verbaal aanvullend verhoor [verdachte] van 3 december 2018, opgenomen als bijlage bij voornoemd dossier, inhoudend:

O: [slachtoffer 2] heeft tegenover ons verklaard dat zijn telefoon en zijn verlovingsring van hem afgepakt zouden zijn in het (voormalige) clubgebouw van No Surrender Emmen en dat hij er met een Bad Standing uitgegaan is. Dit zou gebeurd zijn in januari 2015.

V: Wat wil jij ons daar over vertellen?

[verdachte] De dag voordat het gebeurde heb ik contact gehad met [slachtoffer 2] . Ik heb hem gevraagd om langs te komen op de club en of hij handel mee wilde nemen. Vervolgens hoorde ik dat [slachtoffer 2] niet meer welkom was op de club. Dit was omdat hij dealde aan minderjarigen. Ik heb met hem afgesproken bij de poort. Hij had 4 pakketjes bij zich en een temazepam pilletje. Ik vertelde hem dat hij niet meer welkom was.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs van het onder 2B ( [slachtoffer 2] ) ten laste gelegde

De rechtbank acht gelet op voornoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [verdachte] het ten laste gelegde, de afpersing van [slachtoffer 2] , heeft gepleegd. De rechtbank gaat daarbij uit van de verklaring van [slachtoffer 2] dat hij op 29 januari 2015 voor het clubhuis van No Surrender te Emmen door verdachte is bedreigd met geweld en dat hij onder druk van die bedreiging en door de intimiderende houding van verdachte en het andere lid van de motorclub een telefoon en een ring aan verdachte heeft afgegeven. De verklaring van [slachtoffer 2] wordt ondersteund door het tapgesprek en de sms-berichten tussen verdachte en [slachtoffer 2] , waaruit blijkt dat [slachtoffer 2] op 29 januari 2015 op verzoek van verdachte naar het clubhuis kwam, door de Opname Vertrouwelijke Communicatie (OVC) van 29 januari 2015 inhoudende een gesprek tussen [naam 14] en verdachte over een dingetje en een telefoon die besmet is, en door de verklaring van verdachte dat hij die dag een afspraak had met [slachtoffer 2] en dat hij hem verteld heeft dat hij niet meer welkom was op de club.

De verklaringen van verdachte, tegenover de verbalisanten dat [slachtoffer 2] zijn telefoon boos op de grond heeft gegooid en ter terechtzitting dat [slachtoffer 2] zijn telefoon vrijwillig heeft afgegeven en dat geen sprake was van een ring(etje) maar van een dingetje en dat dit dingetje een pilletje (temazepam) betrof, acht de rechtbank gelet op al het voorgaande niet geloofwaardig.

Ten aanzien van het onder 3B ten laste gelegde:

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige van 11 mei 2014, opgenomen op pagina 1972 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 3] :

Ik ben hier aan het politiebureau te Winschoten verschenen omdat ik donderdag 8 mei

2014 ben bedreigd en afgeperst.

V: Wanneer kwam je bij de club?

A: Begin dit jaar. Ik heb maar 2 maanden contributie betaald. Normaal is de contributie 150

euro per maand. Ik heb maar 2 tientjes betaald.

V: Wanneer kreeg je een bad standing?

A: Dat zijn ongeschreven regels. Ik heb hem officieel donderdag gekregen. Ik zou eerst een

"good standing" krijgen. De pres bepaalt dat. Daar heeft niemand iets over te zeggen. De

"serg" voert dit uit. Ik ging hier tegenin. Ik kan niet iets doen waar ik niet achter sta.

V: Hoe is het gegaan toen je eruit stapte?

A: Ik heb telefonisch tegen [getuige 1] gezegd dat ik er doorheen zat. [getuige 1] heeft telefonisch contact gehad met [naam 15] . Elke keer als ik mijn vestje in wilde leveren werd het anders. Ik moest het eerst aan de nomad geven. Die valt direct onder de captain. Je spreekt ze niet met de naam aan. Je spreekt ze met nomad aan. Toen moest ik maar naar Emmen komen. Donderdag 8 mei 2014 moest ik in Emmen zijn. Een vriend van mij is meegereden. Van hem wil ik de naam niet noemen, want hij heeft niks met het motorwereldje te maken. Hij had de auto op de hoek neergezet. Ik heb gezegd dat als ik om 21:00 uur niet terug was er iets niet in de haak was. Ik had bewust mijn telefoon niet meegenomen. Die moet je van tevoren ook ergens neerleggen. Ik kwam aan om 20:00 uur. Ik werd bij de poort opgewacht. Ik werd door de pres [getuige 1] opgewacht bij de poort in Emmen. Ik moest meelopen naar de memberroom. Er was die avond een clubavond. Er waren 20 of 30 leden.

Ik kwam de memberroom binnen. Ik werd door 2 gasten geschopt en geslagen. Van hen ken ik de namen niet. Niet in het gezicht, maar op mijn lijf. Het doet alleen zeer. Je ziet er niks van. Ik kende die 2 gasten wel van gezicht. Het gaat om 2 donkere jongens, volgens mij van chapter Zwolle. De ene leek een Molukker. De ander Turks of Marokkaans. Ik moest aan een tafel zitten. [getuige 1] zat tegenover mij en [medeverdachte 1] naast mij. Ik kreeg een paar stompen van [medeverdachte 1] op de linker kant van mijn gezicht en mijn linker zij en borst. Ik kreeg iets op mijn achterhoofd gedrukt van 1 van die donkere jongens die ik niet ken. Ik vermoed dat dit een wapen was. Zo voelde het aan. Ik heb het dit niet gezien. Ik kreeg een bad standing van [medeverdachte 1] en moest direct 5000 euro betalen. Ik zei dat ik dat niet had. Ze hebben mijn horloge afgepakt. Eén van die 2 gasten die ik niet ken deed dit. Ze hebben hem eraf getrokken. [medeverdachte 1] zei dat ik woensdag 14 mei 2014 om 19:00 uur bij de Mc Donalds 5000,- euro moest betalen. [medeverdachte 1] zei dat iedereen van mij af moest blijven en ze moesten me van het terrein af begeleiden. Ik was heel blij dat ik van het terrein af mocht. Die 2 gasten die ik niet ken hebben me begeleid. De Molukker die ik niet ken heeft ook nog gezegd dat dit mijn ergste nachtmerrie werd als ik niet betaalde. Hij zei iets in de trant van dat ik eraan ging als ik woensdag niet betaal.

V: Wat denk je dat er gaat gebeuren als je niet betaalt?

A: Ik weet wel zeker dat dit niet met een paar klappen goed komt. Ik vrees nu voor mijn

leven en dat van mijn gezin. Anders zou ik hier nu niet zitten. Ik denk wel dat er wapens

aanwezig zijn in de club. Ik zie heel erg tegen woensdag aan. Wat gaat er komen.

V: Waarom doe je geen aangifte?

A: Omdat ze duidelijk hebben gezegd dat ik geen aangifte mocht doen. Dat is me heel

duidelijk opgedragen. Ik doe geen aangifte omdat ik bang ben voor de gevolgen. Als ik in mijn eentje was geweest was het anders geweest. Ik heb een gezin.

V: Zijn er wel mensen bij jou thuis geweest?

A: ja "Blauwe [naam 16] '' en de road captain [naam 17] .

V: [naam 15] zei dat je je telefoon had weggegooid.

A: Ja, dat klopt. Ze hebben toen [naam 15] gebeld. [getuige 1] heeft het nummer van [naam 16] gekregen.

A: Ik heb met niemand meer contact gehad. Als je een bad standing hebt gehad mag je met niemand meer contact hebben. Zij ook niet met mij. Degenen die contact met mij zoeken voor de poen mag natuurlijk wel. Ik leg nu een verklaring af omdat ik niet anders kan. Er gaan ongelukken gebeuren als ik niks doe.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 13 mei 2014, opgenomen op pagina 1981 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :

Op maandag, 12 mei 2014, omstreeks 17.45 uur, bevond ik mij aan de [straatnaam] te Glimmen. Aldaar is woonachtig [slachtoffer 3] .

Verbalisant was op maandag 12 mei 2014 aanwezig om met [slachtoffer 3] te spreken of een

aangifte in de rede lag. [slachtoffer 3] wilde om vele redenen geen aangifte doen en was van plan om samen met zijn partner 's avonds geld bijeen te sprokkelen om te proberen de boete van

€ 5000,- te kunnen voldoen.

Op dinsdag 13 mei 2014 omstreeks 09.35 uur belde verbalisant met getuige [slachtoffer 3]

voornoemd. Hij deelde mij toen mede dat hij geen geld had gevonden en niet van plan was om te gaan betalen en maar af zou wachten wat er zou gaan gebeuren.

Op dinsdag 13 mei 2014, omstreeeks 10.40 uur werd ik gebeld door de partner van [slachtoffer 3]

voornoemd, genaamd [naam 15] . Zij was zojuist gebeld door een manspersoon die zich voorstelde als (fonetisch) [naam 19] . Door de man werd gevraagd of er ook betaald ging worden. [naam 15] heeft daarop geantwoord: waarom de man haar belde; dat ze geen geld hebben om te betalen; dat ze het vreemd vindt dat men haar belde; motorclubs komen toch niet aan vrouwen en kinderen. De man bedankte haar en verbrak de verbinding.

[naam 15] vertelde erg bang te zijn en zo snel mogelijk te vertrekken met vriend [slachtoffer 3] en kinderen naar elders.

Op dinsdag 13 mei 2014, omstreeks 12.40 uur werd ik wederom gebeld door [naam 15]

. Zij deelde mij telefonisch mede dat zij een voice-mail bericht had ontvangen van de president van de club No Surrender, genaamd [getuige 1] .

In dat bericht vraagt [getuige 1] of [naam 15] kan zorgen dat [getuige 1] contact krijgt met [slachtoffer 3] .

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige van 10 mei 2014, opgenomen op pagina 1984 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [naam 15]:

Halverwege februari 2014 is [slachtoffer 3] in contact gekomen met [getuige 1] , de pres van

Assen van No Surrender. Hij is via via er ingerold.

[slachtoffer 3] wilde de dag na de begrafenis van [naam 18] zijn colors inleveren, Hij zag het niet zitten om dit bij [getuige 1] te doen. Dit omdat hij bang was wat er achterweg zou komen. Hij heeft zijn spullen bij iemand anders van het kader ingeleverd. Dit mocht achteraf niet.

V: Wanneer was dit?

[verdachte] In het weekend van 12 en 13 april 2014 heeft hij zijn spullen ingeleverd bij iemand van het kader. Op het hesje van [slachtoffer 3] stond "No surrender, trailertrash", het embleem "sergeant at arms" en een soort vlaggetje. Hij heeft na dat weekend tegen [getuige 1] gezegd dat hij niet meer bereikbaar was en dat hij zijn telefoon had stuk gegooid. Na het weekend kreeg ik telefoon van [getuige 1] . Ik was bang en vroeg hoe hij aan mijn nummer kwam. Toen zei hij via [naam 16] .

[getuige 1] wilde weten hoe het met [slachtoffer 3] ging. [getuige 1] viel erover dat het vestje van [slachtoffer 3] en andere spullen ingeleverd moesten worden bij [medeverdachte 1] , de Captain. [getuige 1] zei dat als [slachtoffer 3] zijn spullen had ingeleverd, het afgelopen zou zijn. [slachtoffer 3] zou eerst zijn spullen in Hoogeveen afleveren. Later moest hij zijn spullen inleveren in Assen. Later werd het

Emmen. Vorig weekend trof [slachtoffer 3] [getuige 1] in een restaurant in de Rolderstraat. [getuige 1] zei dat het klaar was als [slachtoffer 3] zijn spullen in Emmen inleverde bij het kader daar, bij [medeverdachte 1] . De afspraak werd gemaakt op donderdag 8 mei 2014 om 21:00 uur op het clubhuis in Emmen. [slachtoffer 3] is daar heen gegaan met [naam 22], een maatje van hem. [naam 22] had al gezegd dat hij niet moest gaan. [naam 22] zit niet bij de club. [slachtoffer 3] had de auto een eindje verderop geparkeerd. [naam 22] zat op [slachtoffer 3] te wachten in de auto.

[slachtoffer 3] ging naar het clubhuis. [getuige 1] stond hem op te wachten. [naam 17] was er. [slachtoffer 3] moest een kantoor in. Daar zaten ze te wachten. [getuige 1] zat op de stoel en heeft niks gezegd. In het kantoor waren [medeverdachte 1] , [getuige 1] en 2 andere leden. Eén van die 2 was een Turk of een Marokkaan van No Surrender Zwolle. Deze man int het geld in Meppel.

[slachtoffer 3] heeft toen 3 klappen van [medeverdachte 1] in het gezicht gekregen. Hij heeft ook een stomp in zijn ribben gekregen van die Turk of Marokkaan.

[medeverdachte 1] heeft toen een pistool op het hoofd gezet van [slachtoffer 3] . We werden toen als gezin erbij betrokken. [slachtoffer 3] moest zorgen voor 5000,- euro anders werden er maatregelen getroffen. Die 5000,- moest hij woensdag 14 mei 2014 om 19:00 uur inleveren bij de MC Donalds in Meppel. Dit moest in Meppel omdat die jongens uit de club van No Surrender Zwolle komen. Dat zullen die 2 geweest zijn die er donderdag ook bij waren. Er mocht geen aangifte worden gedaan bij de politie, anders was hij verder van huis. Ze hebben zijn horloge van hem afgenomen. [slachtoffer 3] heeft gezegd dat hij voor die 5000,- euro zou zorgen. Toen mocht hij weg.

Vanmorgen heb ik gezegd dat ik direct de politie zou bellen. Die 5000,- euro moest [slachtoffer 3] betalen voor een bad standing.

We hebben niks geregeld met betrekking tot het geld. [naam 16] is bij ons thuis geweest, dus kent ook ons adres. [slachtoffer 3] gaat van het ergste uit en denkt dat we een hoop gedonder krijgen na woensdagavond. [slachtoffer 3] is bang voor die Turk of Marokkaan. Hij was heel bedreven in het opvolgen van orders.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van 23 januari 2018, opgenomen op pagina 2079 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 1] :

Het enige dat ik kan verklaren is dat ik inderdaad in de memberroom in Emmen ben geweest. Ik heb daar een gesprek gehad. Ik heb gezien dat daar een paar tikken werden uitgedeeld. Uiteindelijk is [slachtoffer 3] daar weer weggegaan. Ik was daarbij, [medeverdachte 1] was daarbij en volgens mij was [verdachte] daar. Ik heb [slachtoffer 3] naar de memberroom gebracht.

In de memberroom hebben [slachtoffer 3] en ik en [medeverdachte 1] een gesprek gehad. [slachtoffer 3] had zijn hesje met colors wel aan. Dat hesje moest uit. Volgens mij heeft [verdachte] [slachtoffer 3] zijn jasje uitgetrokken in het bijzijn van mij en [medeverdachte 1] . Er is wel een worsteling geweest tussen [slachtoffer 3] en [verdachte] .

Die boete van € 5.000,- waar [slachtoffer 3] het over heeft moet dan opgelegd zijn door [medeverdachte 1] of [verdachte] . De captain of een nomad legt de boetes op binnen de MC No Surrender. [medeverdachte 1] heeft als functie captain en [verdachte] is nomad binnen de MC No Surrender Noord Nederland.

Het voorgehouden telefoongesprek van 14 mei 2014, 11:59:56 uur is een gesprek tussen [verdachte] en mij.

Ik heb ook het voorgehouden telefoongesprek van 17 mei 2014, 13:27:45 uur gevoerd met [verdachte] . Ik heb wel gezegd dat ik een paar keer langs [slachtoffer 3] ben geweest, maar ik ben daar niet langs geweest. Bij ons in chapter Assen doen de sergeant of de security dat. Volgens mij is [naam 20] langs geweest.

Ook heb ik het voorgehouden telefoongesprek van 7 juni 2014, 17:04:35 uur gevoerd met [verdachte] . Ik heb wel gezegd dat ik langs het huis van [slachtoffer 3] geweest ben. Maar bij mij weten is dit [naam 20] geweest. Uiteindelijk wist ik wel dat [slachtoffer 3] € 5000,- boete was opgelegd voor de bad standing door [medeverdachte 1] of [verdachte] .

5. Een tapgesprek opgenomen op 16-04-2014 te 12:32:55 uur in het onderzoek 03DRN12022-AKEPA, tussen telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik bij [medeverdachte 1] (beller) en telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik bij [getuige 1] (gebelde), opgenomen op pagina 2331 van voornoemd dossier, inhoudend:

Gesprek gaat erover dat [slachtoffer 3] zijn jasje persoonlijk moet inleveren bij de nomad, donderdagavond op de clubavond. [getuige 1] kan zeggen dat het van de generaal komt en van [medeverdachte 1] .

[getuige 1] kijkt of hij hem te pakken kan krijgen, zijn vrouw zegt dat hij opgenomen is zegt [getuige 1] . Het mag gerust een week duren, maar dat jasje gaat hij zelf inleveren, als grote kerel, bij ons, bij de nomad en voor de rest niks, zegt [medeverdachte 1] . Komt goed zegt [getuige 1] .

6. Een tapgesprek opgenomen op 05-05-2014 te 22:13:25 uur in het onderzoek 03DRN12022-AKEPA, tussen telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik bij [medeverdachte 1] (beller) en telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik bij [getuige 1] (gebelde), opgenomen op pagina 2332 van voornoemd dossier, inhoudend:

[medeverdachte 1] vraagt of NN man5 nog wat van [slachtoffer 3] gehoord heeft. NN man zegt, ja donderdag.

7. Een tapgesprek opgenomen op 09-05-2014 te 17:28:53 uur in het onderzoek 03DRN12022-AKEPA, tussen telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik bij [verdachte] (beller) en telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik bij [medeverdachte 1] (gebelde), opgenomen op pagina 2333 en 2334-2335 van voornoemd dossier, inhoudend:

[verdachte] Nog een ander klein vraagje … Klopt het dat jij zei dat hh … Wat ik woensdag moet halen een roodje voor hem (fon) is

[medeverdachte 1] Ja! Ja, correct …

[verdachte] En toch wil de cap even met jou bespreken dat 1500 teveel is voor onze vriend …

[medeverdachte 1] Nee, nee, nee

[verdachte] Dat kun je beter even reserve houden … Zeg ook maar dat ik een roodje heb gehad.

[medeverdachte 1] Nee, is goed … altijd goed, kijk maar wat jij doet.

[verdachte] Is goed … ok.

[medeverdachte 1] He, enne … Doe die baldadige jongens uit Groningen even de groeten.

[verdachte] Ja ik zal ze even bellen en ze de groeten van je doen.

8. Een tapgesprek opgenomen op 13-05-2014 te 12:33:20 uur in het onderzoek 03DRN12022-AKEPA, tussen telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik bij [getuige 1] (beller) en [naam 15] (gebelde), opgenomen op pagina 2336 van voornoemd dossier, inhoudend:

[getuige 1] spreekt de voicemail in van [naam 15] .

Dag [naam 15] met [getuige 1] spreek je ehm kun je mij nog even terug bellen op dit nummer of eventueel mobiel? Ehh of even app-en ehhm ik moet [slachtoffer 3] nog even hebben. Ik kan hem niet te pakken krijgen. Dus eh ik hoop dat je wat voor mij kan betekenen, laat het mij even weten, dank je wel doedoe.

9. Een tapgesprek opgenomen op 14-05-2014 te 11:59:56 uur in het onderzoek 03DRN12022-AKEPA, tussen telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik bij [verdachte] (beller) en telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik bij [getuige 1] (S) (gebelde), opgenomen op pagina 2344 van voornoemd dossier, inhoudend:

[verdachte] Cap had mij iets voorgesteld

[getuige 1] Nee

[verdachte] Het ging jou aan, alleen ja, dat hoor je van hem zelf wel

[getuige 1] Ja nee ik heb daar verder niets over gehoord

[verdachte] (ntv) dat hoor je zelf wel

[getuige 1] Ja komt wel goed, ik hoor het zelf wel morgen dan ... of eh donderdag

[verdachte] Broer je mag (ntv) komen als je wil, als je tijd hebt

[getuige 1] He?

[verdachte] Je mag wel mee naar Meppel toekomen als je dat wil?

[getuige 1] Wanneer?

[verdachte] Vanavond ............. We hebben om 7 uur die afspraak.

[getuige 1] ehhhhh ............. Nee ik moet werken vanavond joh. Dus ... dat wordt hem niet en ik heb mijn dochtertje nou en mijn vrouw zit in de crisisopvang, dus ik ben effe niet zo mobiel, dat heb ik al tegen Cap gezegd .... Maar eh we hebben het er donderdag wel ff over. Komt wel goed.

10. Een tapgesprek opgenomen op 14-05-2014 te 18:16:18 uur in het onderzoek 03DRN12022-AKEPA, tussen telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik bij [medeverdachte 1] (beller) en telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik bij [verdachte] (gebelde), opgenomen op pagina 2346 van voornoemd dossier, inhoudend:

[verdachte] Kaptain, eehhh….moet ik als er iets is [advocaat 1] bellen of die andere? Want als ik een advocaat nodig heb…

[medeverdachte 1] [advocaat 2] .

[verdachte] [advocaat 2] . Oke, ik ga nu naar…. ntv…. en dan hoor je nog wel, ja?

[medeverdachte 1] [advocaat 2] .

11. Een tapgesprek opgenomen op 14-05-2014 te 21:24:47 uur in het onderzoek 03DRN12022-AKEPA, tussen telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik bij [verdachte] (beller) en telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik bij [medeverdachte 1] (gebelde), opgenomen op pagina 2350 van voornoemd dossier, inhoudend:

[verdachte] Captain, [slachtoffer 3] kwam niet opdagen op zijn afspraak.

[medeverdachte 1] Nee, dat weet ik. Dat weet ik. Dat wist ik, ja

[verdachte] Oke. Thuis is hij niet.

[medeverdachte 1] No show. No go.

[verdachte] Dus thuis is hij niet.

[medeverdachte 1] Wat zeg je?

[verdachte] Thuis is hij ook niet meer. Alles afgesloten. In Assen.

[medeverdachte 1] Hoe bedoel je, afgesloten.

[verdachte] Het huis is hermetisch dicht gemaakt. Al sinds gisteren. Dus er is niemand meer aanwezig daar.

[medeverdachte 1] Hij moet gewoon zijn colors inleveren man, meer niet.

[verdachte] Eeeehh ... we kunnen hem niet vinden

[medeverdachte 1] Hij moet gewoon zijn patch inleveren, meer niet. Klaar.

[verdachte] Dat klopt inderdaad, maar we kunnen hem niet vinden. Ik snap het ook niet, waarom hij ...

[medeverdachte 1] We horen het nog wel, ja?

[verdachte] We vinden hem wel, ja. Is goed, Cap.

12. Een tapgesprek opgenomen op 17-05-2014 te 13:27:45 uur in het onderzoek 03DRN12022-AKEPA, tussen telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik bij [verdachte] (beller) en telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik bij [getuige 1] (S) (gebelde), opgenomen op pagina 2357 van voornoemd dossier, inhoudend:

[verdachte] Heb je nog iets gehoord over de ruzie met [slachtoffer 3] (fon)

[getuige 1] Nee, ik ben al een paar keer langs gereden, maar alles is dicht en niemand thuis en eeehh ... Ach ... het komt wel goed. Ik vergeet hem niet.

[verdachte] Hebben we straks wel even over. Tot straks.

13. Een tapgesprek opgenomen op 07-06-2014 te 17:04:35 uur in het onderzoek 03DRN12022-AKEPA, tussen telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik bij [verdachte]6 (beller) en telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik bij [getuige 1] (gebelde), opgenomen op pagina 2361 van voornoemd dossier, inhoudend:

[getuige 1] : [getuige 1] (onverstaanbaar)

[verdachte] [getuige 1] , goedenavond.

[getuige 1] : he …

[verdachte] (onverstaanbaar) die sergeant [slachtoffer 3] , die kunnen we niet vinden, ik heb nu van [medeverdachte 1] een beetje een veer in mijn reet gekregen (onverstaanbaar) jij moet die 5000 euro ophalen.

[getuige 1] : Ja.

[verdachte] (onverstaanbaar)

[getuige 1] : Maar ik eh …

Ze praten door elkaar.

[getuige 1] : Maar wat eh … ik weet ook niet waar hij is … van de week zei ik nog tegen jou ... ben ik langs zijn huis geweest … en was alles gewoon dicht … of tenminste leeg! Er stonden wel spullen in maar verder niks.

14. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van 28 november 2018, 10:20 uur, behorend bij het proces-verbaal aanvullend verhoor [verdachte] van 3 december 2018, als bijlage toegevoegd aan voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [verdachte] :

In reactie op het hiervoor onder 11. weergegeven tapgesprek tussen verdachte en H. [medeverdachte 1] :

A: Duidelijker als wat daar staat kan niet omschreven worden wat er is gebeurd. Ik ben daar heen gegaan in opdracht van wie dan ook om de spullen op te halen. Dit hebben de kaderleden besloten. Dit gaat dus over de spullen. Als deze ingeleverd zouden worden was het klaar.

V: Dus jij bent in Meppel geweest bij de McDonalds en daar gaat dit gesprek over om de spullen op te halen?

A: Juist.

In reactie op het hiervoor onder 13. weergegeven tapgesprek tussen verdachte en [getuige 1] :

A: Ik kan me dit gesprek met [getuige 1] niet herinneren.

A: Ik ben de enige die op het schuiladres van [slachtoffer 3] is geweest waar hij de spullen aan mij afgegeven heeft.

V: Heb jij die spullen in opdracht opgehaald?

A: Op een gegeven moment heeft [slachtoffer 3] contact met mij opgenomen. Hij wilde er af zijn. Ik heb er geen opdracht voor gekregen toen. De opdracht lag er nog. Deze opdracht is gegeven door de kaderleden.

Ik was niet bij de bad standing, ik heb alleen de opdracht gekregen om de spullen op te halen.

V: Hoe lang is dat geleden?

A: Ik denk dat ik daar geweest ben een week na de afspraak in Meppel. Ik denk dat [getuige 1] de boete heeft opgelegd. Hij is als president verantwoordelijk voor zijn chapter. Als [medeverdachte 1] besluit dat iemand de club uit moet is de president verantwoordelijk.

A: Ik weet zeker dat [slachtoffer 3] na die tijd nooit meer is lastig gevallen.

V: Hoe weet je dat?

A: Hij had zijn spullen ingeleverd. Klaar. Dat was de afspraak met [medeverdachte 1] .

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs van het onder 3B ( [slachtoffer 3] ) ten laste gelegde

De rechtbank acht gelet op voornoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [verdachte] het ten laste gelegde, de poging tot afpersing van [slachtoffer 3] , heeft gepleegd.

De rechtbank gaat daarbij uit van de verklaring van [slachtoffer 3] dat hij op 8 mei 2014 in de memberroom van het clubhuis van No Surrender in Emmen een ‘bad standing’ heeft gekregen, dat hij daarbij is mishandeld en bedreigd en dat hem daarbij een boete van

€ 5000,- is opgelegd. Uit voornoemde bewijsmiddelen blijkt dat verdachte opdracht had van [medeverdachte 1] om die boete te innen op 14 mei 2014 bij de McDonalds in Meppel. [slachtoffer 3] is daar niet komen opdagen. Uit de bewijsmiddelen blijkt voorts dat verdachte en anderen in de daaropvolgende periode een aantal keren bij de woning van [slachtoffer 3] zijn langs geweest.

De verklaring van [slachtoffer 3] wordt ondersteund door de hiervoor weergegeven tapgesprekken in het onderzoek AKEPA tussen [medeverdachte 1] en [getuige 1] , verdachte en [medeverdachte 1] , en verdachte en [getuige 1] , waaruit blijkt dat [slachtoffer 3] zijn hesje in moest leveren, dat hij € 5000,- moest betalen en dat men naar hem op zoek was. Uit de verklaring van [getuige 1] blijkt dat [slachtoffer 3] met een ‘bad standing’ uit de club is gezet, dat hij daarbij klappen heeft gehad en dat aan hem een boete was opgelegd van € 5000,-. De verklaring van [slachtoffer 3] wordt voorts ondersteund door de verklaring van verdachte dat hij op het schuiladres waar [slachtoffer 3] met zijn gezin was ondergedoken een hesje en andere clubkleding heeft opgehaald.

De verklaring ter terechtzitting van verdachte dat hij geen weet had van een ‘bad standing’ van [slachtoffer 3] op 8 mei 2014 en dat hij pas op 14 mei 2014 wist van een boete wordt weersproken door het tapgesprek van 9 mei 2014 tussen verdachte en [medeverdachte 1] en acht de rechtbank dan ook niet geloofwaardig.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen onder 3A is ten laste gelegd.

Ten aanzien van het onder 4A ten laste gelegde:

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van 1 mei 2014, opgenomen op pagina 1784 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 4] :

Ik ben 21 april 2014 met bad standing uit de motorclub No Surrender in Heerenveen

gezet. Toen ik eruit ben gezet was ik in Emmen. Ik was op dat moment in bijzijn van de vice-president en een prospect. Ik ben vervolgens door één van de jongens uit Emmen thuis afgezet in Franeker. Ze hebben toen al mijn spullen afgenomen waaronder mijn computer, telefoon, papieren van de motor, horloge, sieraden e.d. Eigenlijk alles van enige waarde is van mij afgepakt.

De sleutel van de huurauto zat in mijn hesje. In Emmen hebben ze mijn hesje afgepakt met daarin de autosleutel. Daarnaast heb ik een aantal klappen gekregen. Door deze klappen heb ik nu een aantal gekneusde ribben. Daarnaast heb ik last van mijn nier. Ik heb anderhalve nier en ik heb een goede klap gekregen aan de zijde van mijn halve nier.

Mijn hesje is afgepakt door de security van de president. Ik ben, nadat mijn hesje afgepakt was, de poort uitgegooid. Ik ben door de security thuisgebracht en die heeft toen al mijn persoonlijke eigendommen afgepakt.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 26 juni 2014, opgenomen op pagina 1797 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend:

[slachtoffer 4] verklaarde ons als volgt:

Hij verklaarde geen aangifte te willen doen van hetgeen hem is overkomen omdat hij bang is voor zijn veiligheid. Hij wilde wel aanvullend verklaren over zijn bad standing omdat hij van mening is dat het een onterechte bad standing is. Men heeft hem geslagen en zijn waardevolle goederen zijn afgepakt. Tevens is hem een "boete" opgelegd door de MC No Surrender.

Op maandag 21 april 2014 werd [slachtoffer 4] gebeld door de vice president van de motorclub No Surrender in Leeuwarden. [slachtoffer 4] was lid en bekleedde de functie van security bij de No Surrender in Heerenveen. Hem werd verteld dat ze voor een borrel naar het clubhuis in Emmen moesten gaan en dat dit was in opdracht van de captain [medeverdachte 1] . Omdat hij geen rijbewijs heeft moest hij ( [slachtoffer 4] ) mee om de vice te brengen. Een derde persoon, een prospect uit Leeuwarden ging ook mee. De vice is genaamd [getuige 2] en de prospect is [naam 21] genaamd. Onderweg spraken ze over de reden van het bezoek en [slachtoffer 4] voelde nattigheid. Recent was een aantal clubleden met bad standing uit de club gezet en zowel de naam van [slachtoffer 4] als die van [getuige 2] waren genoemd in relatie tot problemen binnen de MC No Surrender.

Aangekomen in Emmen moest [slachtoffer 4] buiten het clubhuis wachten. [getuige 2] ging naar binnen, in de memberroom van het clubhuis van No Surrender chapter Emmen en sprak daar met [medeverdachte 1] en een man genaamd [verdachte] . Deze [verdachte] vervult de rol van security voor [medeverdachte 1] . Na ongeveer een half uur tot 45 minuten werd [slachtoffer 4] geroepen door [verdachte] . [slachtoffer 4] moest mee lopen naar de memberroom in het clubhuis. Hij moest zijn beide gsm toestellen op een tafel leggen voor de ingang van de memberroom. Voor binnenkomst in de memberroom werd [slachtoffer 4] gefouilleerd door [verdachte] .

Toen [slachtoffer 4] de memberroom in kwam waren daar aanwezig [medeverdachte 1] en [getuige 2] . Ook [verdachte] kwam mee naar binnen. Hierop vroeg [medeverdachte 1] hem hoe het was gegaan in Meppel.

Vervolgens werd [slachtoffer 4] vastgegrepen door [verdachte] en werd zijn No Surrender hesje van hem afgetrokken door [verdachte] . Hierop werd [slachtoffer 4] hard geslagen door [medeverdachte 1] in zijn ribben. Door deze klap ging [slachtoffer 4] onderuit. Toen hij weer opstond kreeg [slachtoffer 4] een klap op zijn lichaam van [verdachte] . Vervolgens kreeg [slachtoffer 4] nog een paar klappen van zowel [medeverdachte 1] als [verdachte] . Ook is hij van achter geschopt, vermoedelijk door [medeverdachte 1] . Tijdens deze mishandeling riep [medeverdachte 1] : "Hoe kon je dat doen, met een hesje naar een politiebureau." Ook is aan [slachtoffer 4] verteld dat hij die avond 1000 euro boete moest betalen. [slachtoffer 4] heeft geantwoord dat hij dit geld niet had en vervolgens is gezegd dat hij dit deze week moest betalen. Hierop is [slachtoffer 4] meegenomen door [verdachte] en buiten het clubhuis gezet. Korte tijd later kwam [verdachte] achter hem aan. Hij vertelde dat hij [slachtoffer 4] vertrouwde en hem thuis zou brengen. [verdachte] heeft vervolgens hem naar huis gebracht in Franeker. De genoemde gehuurde Peugeot 106 bleef achter in Emmen. De autosleutels van deze Peugeot zaten in zijn afgepakte vest. Ook [getuige 2] en [naam 21] bleven achter in Emmen.

In zijn woning in Franeker werden waardevolle goederen van hem afgenomen door [verdachte] .

[slachtoffer 4] nam aan dat dit was in plaats van de genoemde boete. [verdachte] heeft zonder zijn toestemming een printer, een computer, een dvd speler, een horloge, een tweetal gsm toestellen en een motorfiets met papieren meegenomen. Sinds dit is gebeurd is [slachtoffer 4] gevlucht uit zijn woning. Hij heeft nog via facebook contact gehad met [getuige 2] en deze stelde dat [slachtoffer 4] 100 euro in de maand moet gaan betalen omdat hij bad standing

van de motorclub heeft. Er is hierbij geen termijn genoemd. Naast bovengenoemde goederen zijn de twee gsm toestellen die hij op tafel moest leggen ook achter gebleven in Emmen.

1. van de gsm toestellen is van de tafel gevallen en bleek stuk.

[slachtoffer 4] heeft door de mishandeling gekneusde ribben opgelopen maar heeft geen arts

hierover geraadpleegd.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van [getuige 2] , afgelegd ten overstaan van de rechter-commissaris in deze rechtbank op 18 februari 2019, inhoudend:

[verdachte] ken ik. Hij was security van Emmen toen ik bij de club zat. U vraagt mij bij wie je clubspullen moet inleveren. Die spullen lever je in bij de security of bij de sergeant. U vraagt wie bepaalt of iemand de club uit mag of moet. Dat bepalen de captains. Ik kwam wel in het clubhuis in Emmen. Het zal in 2014 zijn geweest dat ik [slachtoffer 4] voor het laatst heb gesproken. [slachtoffer 4] is op een gegeven moment uit de club gezet door [medeverdachte 1] . Ik weet dat het [medeverdachte 1] was omdat ik er die avond bij was, samen met [naam 21] . [slachtoffer 4] zijn vest is ingenomen. [slachtoffer 4] is naar huis gebracht, volgens mij door [verdachte] . Ik weet niet waarom hij thuis gebracht werd terwijl hij zelf met de auto was. U vraagt mij of ik contact heb gehad met [slachtoffer 4] over te betalen geld. Ik heb hem 1 keer via messenger bericht dat hij geld moest betalen vanwege de bad standing. Mij werd gevraagd om [slachtoffer 4] een bericht te sturen, ik weet niet meer door wie.

U vraagt mij of het meenemen van privé eigendommen onderdeel uitmaakt van een bad standing. Ik heb dit zelf nooit gezien, maar hier werd door andere clubleden wel over gesproken.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 30 mei 2018, behorend bij het proces-verbaal aanvullend dossier [verdachte] van 13 juni 2018, als bijlage gevoegd bij voornoemd dossier, inhoudend:

[slachtoffer 4] heeft verklaard dat hij op 21 april 2014 met bad standing uit de motorclub

(MC) No Surrender is gezet. Van vorenstaande is onder zaaknummer 3.02 een dossier

opgemaakt. In aanvulling op dit dossier heb ik het navolgende onderzoek ingesteld.

Tapgesprek sessienummer 13065, d.d. 25-07-2014.

Dit betreft een telefoongesprek tussen [medeverdachte 1] en een man genaamd [naam 2] .

Samenvatting:

[naam 2] belt en krijgt [medeverdachte 1] aan de lijn. [medeverdachte 1] vraagt of [medeverdachte 1] , [naam 14] en [naam 2] morgen even wat kunnen afspreken om wat bij te kletsen zegt [medeverdachte 1] . Er is wat ruis op de lijn zegt [medeverdachte 1] er zijn mensen die jou uitspelen of mij uitspelen. Het is goed om te weten wie wat, aldus [medeverdachte 1] .

Vervolgens woordelijk:

[verdachte] he die [slachtoffer 4] is die er bij jullie uit

[medeverdachte 1] ja, ja, ja, ja, ja

[verdachte] ja, had ik al gehoord, zit nou ergens in Rotterdam zit ie geloof ik.

[medeverdachte 1] BS…. .ja, weg....

Onderzoek identiteit [naam 2] :

Gebleken is dat de [naam 2] met wie [medeverdachte 1] hier spreekt, [naam 2] is, lid van OMG Hells Angels Noord Nederland/Harlingen.

Onderzoek identiteit [slachtoffer 4] :

Uit het onderzoek met betrekking tot de bad standing van [slachtoffer 4] in het clubhuis van No Surrender te Emmen is gebleken dat [slachtoffer 4] zijn woning in Franeker, Friesland, heeft verlaten en dat hij is ondergedoken bij zijn moeder in Nieuwerkerk aan den IJssel, nabij Rotterdam. Daar heeft hij op 26 juni 2014 een verklaring afgelegd bij de politie.

In het onderzoek Akepa is vastgesteld dat diverse mensen slachtoffer zijn geworden van een bad standing, uitgevoerd door leden van No Surrender Noord Nederland. Geen ander slachtoffer had de voor- of roepnaam [slachtoffer 4] gedurende de onderzoeksperiode in 2014.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 16 mei 2018 (proces-verbaalnummer 917), behorend bij het aanvullend proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot zaak 3.2 [slachtoffer 4] van 22 mei 2018, inhoudend als verklaring van verbalisanten:

Op 16 mei 2018 omstreeks 11:40 uur spraken wij met [getuige 3] , wonende [straatnaam] te Franeker. Op 9 mei 2014 heeft hij een melding gedaan bij de politie betreffende zijn buurman [slachtoffer 4] .

Op de vraag of [getuige 3] ons nog meer kon vertellen over de melding die hij destijds had gedaan zei hij dat hij [slachtoffer 4] kende als buurman en hem af en toe wel eens sprak.

De laatste keer dat hij [slachtoffer 4] sprak was ongeveer 3 weken voordat hij de melding bij de politie deed. Hij sprak [slachtoffer 4] toen bij het Leeuwarderend en [slachtoffer 4] vertelde hem dat hij ruzie had gehad. Het zou een ruzie zijn geweest tussen of met motorploegen.

[getuige 3] vertelde ons dat [slachtoffer 4] er triest uit zag en [slachtoffer 4] had [getuige 3] verteld dat hij dacht aan zelfmoord. [getuige 3] vertelde dat hij kon zien dat [slachtoffer 4] verwondingen had. Nadat wij verbalisanten vroegen hoe hij kon zien dat [slachtoffer 4] verwondingen had zei [getuige 3] dat [slachtoffer 4] in de periode voor het laatste gesprek blauwe ogen had.

Nadat [getuige 3] [slachtoffer 4] gesproken had zag [getuige 3] dat de gordijnen van de woning van [slachtoffer 4] 3 weken dicht zaten. Hierop heeft hij de politie gebeld.

6. De door verdachte ter zitting van 20 augustus 2019 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:

U houdt mij de verklaring voor die [slachtoffer 4] bij de politie heeft afgelegd over wat er is gebeurd op het clubhuis in Emmen op 21 april 2014.

Het klopt dat er een gesprek heeft plaatsgehad in de memberroom van het clubhuis. De aanleiding van het gesprek was dat [getuige 2] zou worden aangesproken over het feit dat hij misbruik maakte van [slachtoffer 4] door hem steeds als chauffeur te gebruiken. Dit gesprek heeft plaatsgevonden, eerst met [getuige 2] en daarna met [slachtoffer 4] .

[slachtoffer 4] is vervolgens om een andere reden uit de club gezet. Hij was kennelijk op een politiebureau was geweest met zijn No Surrender hesje aan.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs van het onder 4A ( [slachtoffer 4] ) ten laste gelegde

De rechtbank acht gelet op voornoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [verdachte] het ten laste gelegde, diefstal met geweld en bedreiging met geweld gepleegd tegen [slachtoffer 4] , heeft gepleegd.

De rechtbank gaat daarbij uit van de verklaring van [slachtoffer 4] dat hij op 21 april 2014 in het clubhuis van No Surrender te Emmen van [medeverdachte 1] en verdachte, en in aanwezigheid van [getuige 2] , een ‘bad standing’ heeft gehad, dat hij daarbij is mishandeld door [medeverdachte 1] en verdachte, dat verdachte zijn No Surrender hesje van hem heeft afgetrokken, dat hem werd medegedeeld dat hij die avond € 1000,- boete moest betalen, en dat hij vervolgens door verdachte naar huis (in Franeker) is gebracht. In de woning in Franeker heeft verdachte waardevolle goederen van hem afgenomen. De rechtbank acht deze verklaring geloofwaardig nu deze wordt ondersteund door de verklaring van [getuige 2] dat hij aanwezig was bij de ‘bad standing’ van [slachtoffer 4] , dat hij heeft gezien dat het vest van [slachtoffer 4] die avond is ingenomen, dat [slachtoffer 4] vervolgens naar huis is gebracht, volgens hem door verdachte, en dat hij [slachtoffer 4] via Messenger een bericht heeft gestuurd dat hij geld moest betalen vanwege de ‘bad standing’. De verklaring van [slachtoffer 4] wordt verder ondersteund door het tapgesprek dat plaatsvond op 25 juli 2014 tussen [medeverdachte 1] en [naam 2] over de ‘BS’ van een [slachtoffer 4] die ‘ergens in Rotterdam zit’, en het proces-verbaal van bevindingen waarin gerelateerd wordt dat [slachtoffer 4] na de ‘bad standing’ zijn woning heeft verlaten en is ondergedoken in Nieuwerkerk aan den IJssel, nabij Rotterdam.

Hoewel voornoemde bewijsmiddelen niet specifiek zien op het door verdachte wegnemen van de goederen van [slachtoffer 4] kunnen zij wel dienen tot bewijs van het overige en weerspreken zij de verklaring van verdachte dat hij [slachtoffer 4] niet naar huis heeft gebracht.

Door het overlijden van [slachtoffer 4] heeft de verdediging het ondervragingsrecht niet ten volle kunnen effectueren: zij heeft [slachtoffer 4] niet kunnen horen als getuige. Naar het oordeel van de rechtbank is het hiervoor opgenomen steunbewijs evenwel voldoende om de elementen van de bewezenverklaring die door verdachte worden betwist (dat hij [slachtoffer 4] niet naar huis heeft gebracht) te weerleggen, en die de door [slachtoffer 4] gegeven verklaring in voldoende mate ondersteunen.

Gelet op al het voorgaande falen de verweren van de verdediging.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

(zaak 3.42)

hij op verschillende tijdstippen in de periode van 9 februari 2016 tot en met 1 juni 2016, te Oldebroek en Groningen, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot afgifte van 250 euro, toebehorende aan die [slachtoffer 1] ,

welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte tezamen en in vereniging met anderen,

- op 9 februari 2016 te Oldebroek die [slachtoffer 1] heeft gevraagd om mee naar buiten te gaan, en vervolgens

- aldaar dreigend tegen die [slachtoffer 1] heeft geschreeuwd dat die [slachtoffer 1] buiten zijn boekje was gegaan, en vervolgens

- die [slachtoffer 1] in de daaropvolgende periode thuis heeft opgezocht, en

- mede gelet op de intimiderende houding en wijze van optreden van verdachte jegens die [slachtoffer 1] , bij die [slachtoffer 1] de vrees heeft opgewekt dat verdachte geweld zou gaan toepassen en/of door anderen zou doen/laten toepassen indien die [slachtoffer 1] niet zou toegeven aan de eisen van verdachte;

2.

(zaak 3.18)

B)

hij op 29 januari 2015, te Emmen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot afgifte van een telefoon en een ring, toebehorende aan die [slachtoffer 2] ,

welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

- door de intimiderende en dreigende houding en wijze van optreden van verdachte jegens die [slachtoffer 2] , bij die [slachtoffer 2] de vrees heeft gewekt dat verdachte geweld zou gaan toepassen indien die [slachtoffer 2] niet zou toegeven aan de eisen van verdachte;

3.

(zaak 3.3)

B)

hij in de periode van 8 mei 2014 tot en met 7 juni 2014, te Meppel en te Glimmen, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn medeverdachten voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 3] te dwingen tot de afgifte van 5000 euro, toebehorende aan die [slachtoffer 3] ,

- door de agressieve en dreigende en intimiderende houding en wijze van optreden van zijn medeverdachten jegens die [slachtoffer 3] , bij die [slachtoffer 3] de vrees heeft/hebben opgewekt dat verdachte en/of zijn medeverdachten (ernstiger) geweld zou(den) gaan toepassen en/of door anderen zou(den) doen/laten toepassen indien niet aan de eisen van verdachte en/of zijn medeverdachten zou worden voldaan, en

- op 13 mei 2014 is geïnformeerd naar het adres van die [slachtoffer 3] , en

- in de periode van 13 mei 2014 tot en met 7 juni 2014 meermalen bij de woning van die [slachtoffer 3] zijn geweest,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

(zaak 3.2)

A)

hij op 21 april 2014 te Emmen en Franeker, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (No Surrender) hesje en een computer en printer en een dvd-speler en een horloge en mobiele telefoons en motorpapieren en sieraden toebehorende aan [slachtoffer 4] ,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

- die [slachtoffer 4] meermalen heeft geslagen en geschopt, en

- door de wijze van optreden van verdachte en zijn medeverdachten jegens die [slachtoffer 4] bij die [slachtoffer 4] de vrees hebben opgewekt dat verdachte en zijn medeverdachten (ernstiger) geweld zouden gaan toepassen indien niet aan de eisen van verdachte en zijn medeverdachten zou worden voldaan.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1.

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

2B.

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

3B.

Poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

4A.

Diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren. Naar de mening van de officier van justitie is er geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor algehele vrijspraak.

Subsidiair heeft de raadsman de rechtbank verzocht om bij een veroordeling rekening te houden met de lange duur van het voorarrest en de aansluitende vrijheidsbeperking middels elektronisch toezicht (EC). Daarbij heeft de raadsman verzocht om vier dagen EC in het kader van de aftrekregeling van artikel 27 Sr gelijk te stellen met 1 dag hechtenis.

De raadsman heeft voorts gesteld dat sprake is van gedateerde zaken, waardoor onder meer de verdediging van de verdachte is bemoeilijkt, en dat verdachte in het omvangrijke onderzoek een beperkte rol heeft gespeeld. Met deze omstandigheden dient, aldus de raadsman, in het kader van een eventuele straftoemeting rekening te worden gehouden.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportage van de reclassering, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Aard, ernst en omstandigheden van het feit

Verdachte heeft zich, samen met anderen, schuldig gemaakt aan een drietal gewelddadige

en bedreigende afpersingen (twee voltooide afpersingen en één poging daartoe) en een diefstal met geweld. Het directe slachtoffer is in drie gevallen een (voormalig) lid van motorclub No Surrender, die met een zogenoemde bad standing uit de club was gezet, en in één geval is het slachtoffer een persoon die aan No Surrender gelieerd was.

Verdachte, en zijn medeverdachten, waren op dat moment zelf lid van No Surrender en hebben deze bad standings aangegrepen om de slachtoffers geld dan wel goederen afhandig te maken. In het kader van een bad standing is het slachtoffer in het onder 1 bewezen verklaarde feit ( [slachtoffer 1] ), door een ander lid van de motorclub dusdanig fors mishandeld dat hij daardoor gebroken ribben en een beschadigd gebit heeft opgelopen. Het slachtoffer heeft, zo is gebleken uit de slachtofferverklaring die ter terechtzitting is besproken, door het handelen van verdachte en andere leden van de motorclub daadwerkelijk voor zijn leven gevreesd, met als gevolg dat hij werd gedwongen tot afgifte van geldbedragen aan leden van de motorclub, onder meer aan verdachte. Het slachtoffer is in mei 2016 ondergedoken en leeft nog steeds in angst op een schuiladres.

Ook voor de onder 2, 3 en 4 genoemde slachtoffers geldt dat verdachte met zijn handelen de geestelijke en lichamelijke integriteit van de slachtoffers ernstig heeft geschonden. Het slachtoffer in het onder 3B bewezen verklaarde feit ( [slachtoffer 3] ) heeft, uit angst voor represailles, in mei 2014 halsoverkop zijn woning verlaten en een geruime periode op een geheime plaats verbleven.

Uitgangspunten voor de straftoemeting

Niet alleen het leed dat de slachtoffers is aangedaan, maar ook de ernstige inbreuk die dergelijk gewelddadig crimineel gedrag in het algemeen op de rechtsorde maakt, rechtvaardigen het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Als uitgangspunt voor de straftoemeting neemt de rechtbank dan ook een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier jaren. De rechtbank komt tot een lagere straf dan door de officier van justitie geëist omdat zij tot een andere bewezenverklaring komt.

Strafverminderende en -verhogende omstandigheden

De rechtbank stelt vast dat het vonnis van heden wordt gewezen binnen twee jaar na de aanvang van de behandeling van de strafzaak op 6 maart 2018, de dag waarop verdachte in verzekering is gesteld. De rechtbank is dan ook van oordeel dat geen sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn zoals door de verdediging betoogd, en zal op die grond niet tot strafmatiging overgaan. Verdachte heeft een strafblad en is eerder veroordeeld voor vergelijkbare strafbare feiten. De rechtbank heeft kennisgenomen van de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die blijken uit de reclasseringsadviezen en zoals die door hem ter terechtzitting naar voren zijn gebracht. Daarbij neemt de rechtbank ook in aanmerking dat verdachte ter terechtzitting stellig heeft aangegeven dat hij zijn leven een andere -positieve- wending wil geven. De rechtbank wil hem daarin ondersteunen door het opleggen van bijzondere voorwaarden om dit te bewerkstelligen. De rechtbank ziet mede gelet op die omstandigheden aanleiding om een aanzienlijk deel van de straf voorwaardelijk op te leggen en daaraan de in het reclasseringsadvies van 2 augustus 2019 genoemde voorwaarden, alsmede de voorwaarde van begeleiding door CuraXL, te verbinden.

De rechtbank ziet geen aanleiding om voor de toegepaste EC aftrek in het kader van artikel 27 van het Wetboek van strafrecht te verlenen.

Conclusie

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van vier jaren waarvan één jaar voorwaardelijk en daaraan de hierna te noemen bijzondere voorwaarden verbinden.

Benadeelde partij

[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 2.750,00 ter vergoeding van materiële schade en € 2.500,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering wordt toegewezen onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit en gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij in het verlengde daarvan wordt afgewezen.

Oordeel van de rechtbank

De gevorderde materiële schade

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij materiële schade heeft geleden van € 250,00 en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde. Voor wat betreft de gevorderde bedragen van € 1.500,00 en € 1.000,00 is het ten laste gelegde niet bewezen. De vordering zal voor wat betreft de materiële schade daarom worden toegewezen tot voornoemd bedrag van € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 mei 2016. Voor het overige zal de vordering tot vergoeding van materiële schade niet-ontvankelijk worden verklaard.

De gevorderde immateriële schade

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij immateriële schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde. In dit verband neemt de rechtbank in aanmerking dat de mishandeling die in Oldebroek zou hebben plaatsgevonden niet door verdachte is gepleegd. Gebruikmakend van haar schattingsbevoegdheid ex artikel 6:97 van het Burgerlijk Wetboek schat de rechtbank de hoogte van de schade op € 500,00. De rechtbank zal de vordering tot vergoeding van immateriële schade toewijzen tot dat bedrag, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 20 mei 2016. Voor het overige zal de vordering tot vergoeding van immateriële schade niet-ontvankelijk worden verklaard.

Slotsom is derhalve dat de vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 1] zal worden toegewezen tot een bedrag van in totaal € 750,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 mei 2016, en dat de vordering voor het overige niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 57, 63, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 2A, onder 3A en onder 4B is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, onder 2B, onder 3B en onder 4A ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 1 jaar niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

-medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich op afspraak meldt bij de reclassering (stichting Reclassering Nederland

te Zwolle, Dobbe 70/74). Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt en gedraagt zich naar de aanwijzingen die

door of namens deze instelling aan hem zullen worden gegeven;

- zich laat behandelen door forensische polikliniek de Tender of soortgelijke instantie, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;

- zich laat begeleiden door CuraXL of een soortgelijk organisatie en meewerkt aan een begeleid wonen/intensief ambulant wonen traject en in dat kader wenselijk geachte therapie;

- op geen enkele wijze - direct of indirect - contact heeft of zoekt met medeverdachten, met leden en ex-leden van No Surrender en met de aangevers/slachtoffers zolang de reclassering dit verbod nodig vindt. De politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod.

Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 750,00 (zegge: zevenhonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 mei 2016.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] , te betalen een bedrag van € 750,00 (zegge: zevenhonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 mei 2016, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 15 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 250,00 aan materiële schade en € 500,00 aan immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Verklaart de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Dit vonnis is gewezen door mrs. H.H.A. Fransen, voorzitter, R. Depping en A.A.J. Smelt, rechters, bijgestaan door mr. A.D. Vermeer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 september 2019.

1 Zie voor dit alles: Algemeen deel van het dossier [verdachte] van de politie Eenheid Noord-Nederland, districtsrecherche, met dossiernummer 03 DNR 12022, pag. 1 e.v.

2 Verklaring [medeverdachte 3] bij de rechter-commissaris op 18 december 2018.

3 Verklaring [medeverdachte 1] , pag. 1904.

4 Verklaring [slachtoffer 1] bij de rechter-commissaris op 26 maart 2019; verklaring Van As bij de rechter-commissaris op 6 december 2018.

5 Pagina 2000 van voornoemd dossier inhoudende het proces-verbaal stemherkenning van 23 maart 2017 betreffende [getuige 1] .

6 Pagina 2328 en 2329 van voornoemd dossier inhoudende het proces-verbaal stemherkenning van 13 april 2018 en pagina 2017 inhoudende het proces-verbaal stemherkenning van 17 mei 2017 betreffende [verdachte] .