Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2019:3810

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
05-09-2019
Datum publicatie
06-09-2019
Zaaknummer
18/259995-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De meervoudige strafkamer van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, heeft bij vonnis van september 2019 conform het strafvoorstel van de officier van justitie een man veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden voor belaging. De man heeft in de periode van mei 2016 tot en met maart 2017 de voorzitter van de raad van bestuur en een aantal bestuursleden/directieleden van een zorginstelling een groot aantal sms-berichten gestuurd. De strekking van die sms-berichten was dat de voorzitter van de raad van bestuur moest vertrekken. Hij heeft naar het oordeel van de rechtbank op een vileine, planmatige en geraffineerde wijze gehandeld om het bestuur van die zorginstelling te destabiliseren en ontwrichten. Om opsporing te bemoeilijken, heeft met verschillende prepaid telefoons en prepaid simkaarten vanaf diverse plaatsen in Nederland sms-berichten gezonden. Daarnaast heeft hij in zijn sms-berichten verschillend taalgebruik gebruikt om de indruk te wekken dat de sms-berichten door meerdere personen werden verzonden. Dat de destabilisering en ontwrichting ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden blijkt uit de door de slachtoffers ter terechtzitting afgelegde slachtofferverklaringen. Tussen de bestuursleden is groot wantrouwen en achterdocht veroorzaakt waardoor de samenwerking in het bestuur ernstig te lijden had en het functioneren van de zorginstelling onder druk kwam te staan. Naast de opgelegde gevangenisstraf zijn ook een aantal vorderingen van bestuurs- en directieleden, die zich als benadeelde partij in het strafproces hadden gevoegd, toegewezen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 285b
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2019-1127
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/259995-18

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 5 september 2019 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1963 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [straatnaam].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 22 augustus 2019.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. E.J. Kuiters, advocaat te Leeuwarden. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R.G. de Graaf.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1
hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2016 tot en met 20 maart 2017 te Drachten, althans in de gemeente Smallingerland, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1], (bestuursvoorzitter van [stichting 1]) door
- in voornoemde periode meermalen (telkens) sms-berichten aan voornoemde [slachtoffer 1] te sturen en/of
- in voornoemde periode meermalen (telkens) sms-berichten aan bestuursleden en/of directieleden en/of directeur(en) en/of

medewerkers van [stichting 1] te sturen,
met het oogmerk die [slachtoffer 1], te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;

2
hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2016 tot en met 20 maart 2017 te Drachten, althans in de gemeente Smallingerland, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], (bestuursleden en/of directieleden en/of directeur(en) en/of medewerker(s) bij [stichting 1]) door
- meermalen telkens sms-berichten aan voornoemde perso(o)n(en) te sturen en/of
- meermalen (telkens) sms-berichten aan bestuursleden en/of
directieleden en/of directeur(en) en/of medewerkers van [stichting 1] te sturen,
met het oogmerk die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan
te jagen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De raadsman heeft betoogd dat de officier van justitie niet ontvankelijk is in de strafvervolging. Hij heeft aangevoerd dat niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor belaging, namelijk:

  1. een klacht dient te worden ingediend door degene tegen wie het misdrijf is begaan (art. 285b lid 2 Sr);

  2. er geldt een termijn van drie maanden na kennisneming van het gepleegde misdrijf (art. 66 lid 1 Sr);

  3. een toelichting van een ander dan de klachtgerechtigde, een toelichting van een benadeelde partij of een schriftelijke slachtofferverklaring kan niet gelden als klacht (art. 164 Sv).

Ten aanzien van de ten laste gelegde feiten is geen klacht ingediend. Uit de aangifte blijkt enkel dat men wil dat het sturen van berichten stopt. Ten aanzien van het onder 1. ten laste gelegde is in het geheel geen aangifte gedaan van belaging, maar slechts van belediging of laster. Ten aanzien van het onder 2. ten laste gelegde is door [slachtoffer 4] en [slachtoffer 2] geen klacht ingediend waaruit zou moeten blijken dat zij vervolging van verdachte wensen. [slachtoffer 3] heeft uit hoofde van haar functie van contactpersoon van de [stichting 1] aangifte gedaan van belaging. Zij heeft zelf geen aangifte van belaging gedaan en ook geen klacht ingediend, aldus de raadsman.

De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

Volgens de rechtspraak van de Hoge Raad kan het bestaan van de klacht worden aangenomen indien op grond van het verhandelde op de terechtzitting kan worden vastgesteld dat de klager ten tijde van het opmaken van de aangifte de bedoeling had dat een vervolging tegen de verdachte zou worden ingesteld.

Tijdens de politierechterzitting van 9 augustus 2019 heeft aangever [slachtoffer 1], in aanwezigheid van de mede-aangevers [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2], verklaard dat men ten tijde van de aangifte ook strafvervolging wilde. Ook uit de schriftelijke slachtofferverklaringen, alsmede de toelichtingen van de benadeelde partijen, zoals gedaan ter terechtzitting, komt naar voren dat de aangevers/klachtgerechtigden ten tijde van het doen van aangifte, wel degelijk de intentie tot strafvervolging hadden.

Belaging is een voortdurend delict, waarbij in het onderhavige geval de aard, frequentie en intensiteit van de door verdachte verzonden sms-berichten zijn toegenomen. Op het moment van het doen van aangifte door [slachtoffer 1] en de anderen duurde de stroom van sms-berichten nog voort of was kort daarvoor gestopt.

De rechtbank acht gezien het voorgaande de officier van justitie dan ook ontvankelijk in de strafvervolging ten aanzien van het onder 1. en 2. ten laste gelegde. Het verweer van de raadsman wordt dan ook verworpen.

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder 1. en 2. ten laste gelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte moet worden vrijgesproken ten aanzien van het onder 1. ten laste gelegde. De door verdachte aan aangever verzonden sms-berichten waren niet gericht tegen aangever als persoon, maar tegen aangever in zijn hoedanigheid van bestuursvoorzitter van de [stichting 1]. Daarom is er door verdachte geen inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangever.

Ten aanzien van het onder 2. ten laste gelegde heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken. Door aangeefster [slachtoffer 3] is aangifte gedaan namens de [stichting 1] en niet namens zichzelf. Ook waren de door verdachte aan haar verzonden sms-berichten niet gericht tegen haar persoonlijk, maar tegen haar in haar hoedanigheid van directeur en bestuurder van de [stichting 1]. Daarom is er door verdachte geen inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 3].

Aan aangeefster [slachtoffer 2] en aangever [slachtoffer 4] zijn door verdachte respectievelijk twee en zeven sms-berichten verzonden. De inhoud van deze berichten en het kleine aantal sms-berichten kan niet als belaging worden gekwalificeerd. Door verdachte is hierdoor geen stelselmatige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4].

Het oordeel van de rechtbank

Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van belaging als bedoeld in artikel 285b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht is van belang wat de bewijsmiddelen inhouden met betrekking tot de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer.

De rechtbank stelt op grond van de tot het bewijs gebruikte bewijsmiddelen de volgende feiten en omstandigheden vast.

Door verdachte is verklaard dat hij in de ten laste gelegde periode meermalen sms-berichten heeft gezonden aan [slachtoffer 1], [slachtoffer 3], [slachtoffer 2] en andere medewerkers van de [stichting 1] . Hij heeft verklaard dat naar zijn idee de [stichting 1] niet goed werd bestuurd en dat zijn actie erop gericht was om de bestuursvoorzitter te laten vertrekken. De rechtbank is van oordeel dat de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de hiervoor vastgestelde gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van [slachtoffer 1], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] -naar objectieve maatstaven bezien- zodanig zijn geweest dat van een stelselmatige inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer sprake is geweest. Verdachte heeft ter zitting verklaard welbewust [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] sms-berichten te hebben gestuurd om via hen de druk op [slachtoffer 1] te vergroten. Gelet op de inhoud van de aangifte van [slachtoffer 3] ten aanzien van het onder 2. ten laste heeft zij naar het oordeel van de rechtbank zowel namens zichzelf als in haar hoedanigheid als bestuurder van de [stichting 1] aangifte gedaan. De rechtbank acht daarmee bewezen dat de verdachte zich aan de onder 1. en 2. ten laste gelegde belaging jegens [slachtoffer 1], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] schuldig heeft gemaakt.

Ten aanzien van de onder 2. ten laste gelegde belaging van [slachtoffer 4] overweegt de rechtbank als volgt.

De rechtbank is van oordeel dat het handelen van verdachte niet als belaging kan worden aangemerkt, omdat daarmee geen stelselmatige inbreuk is gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 4]. Daarbij heeft de rechtbank de aard en de geringe frequentie van de gedragingen in aanmerking genomen.
Dit betekent dat de belaging van [slachtoffer 4] niet kan worden bewezen en dat verdachte van het onder 2. ten laste gelegde partieel zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

1. De door verdachte ter zitting van 22 augustus 2019 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:

Ik heb in de periode van 1 mei 2016 tot en met 20 maart 2017 in Nederland aan [slachtoffer 1], bestuursvoorzitter van [stichting 1], en aan bestuursleden/directieleden en medewerkers van [stichting 1] meermalen sms-berichten gestuurd. Al die sms-berichten heb ik gezonden omdat ik wilde dat [slachtoffer 1] als bestuursvoorzitter van de [stichting 1] zou opstappen. Die wens is een obsessie van mij geworden. Daarom heb ik ook aan [slachtoffer 1], [slachtoffer 3], [slachtoffer 2] en andere medewerkers van de [stichting 1] gedurende die periode zoveel sms-berichten gezonden waar ik hen heb verzocht om eraan mee te werken en er ook voor zorg te dragen dat [slachtoffer 1] op zou stappen.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte, nummer PL0100-2016141615-1, met bijlage, d.d. 17 mei 2016, opgenomen op pagina 36 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2016141615, d.d. 2 oktober 2017, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1]:

Ik doe aangifte. Tussen 12 juni 2016 en 17 mei 2016 ontvangen zowel ik als directe collega's, waaronder [slachtoffer 3], met enige regelmaat sms-berichten met daarin verschillende beschuldigingen. De beschuldigingen die daarin worden geuit zijn volledig onjuist zijn. Ik kan dan ook niet anders concluderen dat iemand mij openbaar aan het zwartmaken is, mijn reputatie openbaar ten gronde aan het richten is, waarbij degene die deze beschuldigingen uit weet, of had moeten weten, dat deze beschuldigingen onwaar zijn.

Tevens wordt mijn functioneren binnen de [stichting 1] als negatief en vernietigend benoemd. Voor alle informatie uit de berichten en de details verwijs ik naar het bij geleverde document. Naast de berichten die naar meerdere ontvangers zijn verzonden zitten er ook een aantal berichten tussen die enkel naar één persoon zijn verzonden. In totaal zijn er in het aangeleverde document circa acht sms berichten naar meerdere ontvangers tegelijk verzonden. En circa vijf naar mensen specifiek. Deze aantallen zijn inmiddels al niet meer correct doordat de berichtenstroom nog steeds doorgaat. Zo heb ik vandaag inmiddels alweer drie berichten ontvangen. Het zijn circa twee à drie berichten per dag. Ik zal de komende tijd de berichten blijven bundelen en aanleveren. Doordat er nu ook persoonlijke zaken benoemd worden in de beschuldigingen en doordat er nu gebruik wordt gemaakt van sms-berichten heb ik duidelijk het gevoel dat er een opbouw in intensiteit in zit. Het raakt mij nu persoonlijker dan dat tot nu toe het geval was. Ik voel deze situatie als zeer bedreigend. Als ik het gebouw van de [stichting 1] uitloop heb ik het gevoel dat deze persoon weleens naar me zou kunnen kijken, me in de gaten aan het houden is. Deze situatie belemmert mij ook in de uitvoering van mijn werk. Het zit de hele dag, elke dag in mijn hoofd. Bij ieder geluidje van mijn mobiele telefoon schrik ik en denk ik dat ik weer zo'n berichtje ontvang.

Het heeft ook een enorme impact op mijn vrouw.

Zij doet sinds afgelopen weekend 's avonds de gordijnen van onze woning dicht. Iets wat zij tot nu toe nog nooit heeft gedaan. Ik vind het erg van belang om te benoemen dat deze wijze van het uiten van deze onjuiste beschuldigingen grote gevolgen kunnen hebben voor mij als persoon, voor mij als functionaris binnen de [stichting 1] maar ook zeker voor de [stichting 1] als bedrijf. Ik heb onder andere de angst dat wanneer deze berichten nog verder en breder worden uitgedragen, mensen en of bedrijven deze beschuldigingen voor waar aan zullen nemen. Met alle negatieve gevolgen van dien. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte, nummer PL0100-2016141615-25, d.d. 10 april 2017, opgenomen op pagina 101 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2016141615, d.d. 2 oktober 2017, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1]:

Dagelijkse gevolgen organisatie.

Ik heb een aantal maanden in een omgeving moeten werken waarin ik niemand meer kon

vertrouwen. Ik moest op enig moment meer op andere mensen passen, in plaats van dat mensen om mij moesten passen. Ik had ook het idee dat men vaak dacht, waar rook is, is vuur. Zo is er ook imagoschade geleden. Op de dag dat ik als associate van de lector, op [hogeschool], bij de toespraak aanwezig was, is er na een sms-bericht besloten om de toespraak aan te passen. Ik heb ook aan de Raad van Toezicht gemeld dat men minder van mij moest verwachten dat wat men van mij verwacht was. Op enig moment ontving ik een bericht op het precieze moment dat ik bij een samenwerkingspartner naar binnen stapte. Ik had toen direct het gevoel dat men wist waar ik was en wat ik aan het doen was. Ik merk ook dat ik zakelijke partners veel minder snel vertrouw. Ik was altijd vol goed vertrouwen, maar dit is nu wel anders merk ik.

Persoonlijke gevolgen.

Ik heb er ruim tien maanden fysiek last van gehad. Ik heb er slapeloze nachten van gehad. Ik heb weekenden moeten slapen om maar bij te komen van alle druk en emotie zodat ik de rest van de week weer verder kon. Er is me een stukje levensvreugde ontnomen.

Gevolgen medewerkers [stichting 1].

Ik merk dat er veel over gesproken wordt onderling. Natuurlijk niet door de mensen tegen mij, maar wel de mensen onderling met elkaar. Ik werd daar heel naar van. Mensen zeiden tegen elkaar dat het een onveilige werkomgeving was geworden. We hebben gefaseerd een aantal medewerkers moeten inlichten over de situatie naar gelang de tijd voorbij ging. Op het moment dat het bekend werd dat er een verdachte was aangehouden, was dit een enorme klap. We hebben intern ondersteuning gehad waarbij er de nodige slachtofferhulp is geboden.

Gevolgen samenwerkingspartners [stichting 1].

Bij [hogeschool] heeft dit direct gevolgen gehad. Ik voel mij als individu wel behoorlijk geschaad.

Gevolgen dagelijks bestuur organisatie.

Mensen die nieuw in de organisatie zijn en deze geschiedenis niet kennen zijn gewoon

aan het werk. Iemand als [slachtoffer 3] die alles van dichtbij heeft meegemaakt, heeft er nog steeds wel last van. Ik heb geen herkenning in het beeld van narcisme in de berichten. De persoonlijke zaken zoals berichten over mijn kinderen hebben mij wel geraakt.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte, nummer PL0100-2016141615-4, met bijlage, d.d. 31 januari 2017, opgenomen op pagina 81 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2016141615, d.d. 2 oktober 2017, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 3]:

Ik ben werkzaam als directeur en (gedelegeerd) bestuurder bij de [stichting 1].

Ik ben gerechtigd tot het doen van aangifte namens benadeelde, de [stichting 1]. Sinds mei 2016 worden wij, met name de bestuursvoorzitter van de [stichting 1], [slachtoffer 1], obsessief lastig gevallen door inmiddels honderden

anonieme sms-berichten.

De berichten worden veelvuldig naar bepaalde groepen

medewerkers gestuurd. Dit zijn (wat bij ons bekend is) ongeveer acht medewerkers en in mindere mate naar stakeholders. Deze berichten bevatten actuele, vertrouwelijke

bedrijfsinformatie en persoonlijke informatie over [slachtoffer 1] wat bij een kleine

managementgroep in de organisatie bekend is.

Alles is erop gericht om de huidige bestuursvoorzitter uit zijn positie te krijgen en angst en verwarring te zaaien. Het is ongelooflijk wat voor impact deze anonieme berichten hebben op de organisatie en de betrokken medewerkers. Doordat de informatie maar beperkt bekend is bij een aantal mensen is er een groot wantrouwen onder elkaar. Niemand vertrouwt elkaar nog of spreekt maar met een beperkt aantal collega's. Dit creëert angst, ziekteverzuim en wantrouwen. Deze situatie wordt naarmate het langer duurt steeds ernstiger. Het moet dus stoppen! De grootste impact heeft het op de medewerkers die naast de algemeen gezamenlijke sms-berichten ook persoonlijke sms-berichten krijgen. De grootste impact heeft de situatie, naast de

heer [slachtoffer 1], op mevrouw [slachtoffer 2]. Zij wordt op een heel nare wijze geconfronteerd met persoonlijke en vertrouwelijke informatie wat haar uiteraard heel erg raakt. Inmiddels hebben zij aangegeven dat zij een vorm van slachtofferhulp willen hebben. [slachtoffer 1] en zijn vrouw hebben inmiddels persoonsbescherming en voelen zich niet veilig in hun eigen huis. Ze laten hun privé omgeving beveiligen. Het werkplezier en vertrouwen onder de collega's is weg. Er wordt veel gesproken als er weer een bericht is binnengekomen en men is bang. Ik werk bijvoorbeeld niet meer alleen tot laat in ons kantoor.

Zo ontvingen wij een bericht met de volgende tekst: "Geachte rvt, grijp aub in. [slachtoffer 1] is alle grip kwijt, vele medewerkers zijn er getuige van geweest hoe gisteren directieleden elkaar het gebouw uitvloekten, te gênant, de themamiddag van gisteren is gesaboteerd en vermeden door veel mensen als protest tegen [slachtoffer 1]. Ook bij andere bijeenkomsten lopen met weg als statement tegen de bestuurder. Echt u moet ons, het bedrijf helpen. [slachtoffer 1] geeft geen leiding en is de weg volledig kwijt, het is nu aan rvt!" Ook ontvingen we het volgende bericht: "We hebben het idee over geestestoestand van [slachtoffer 1] geëxploreerd. Velen vinden het plausibel. Verklaart kolerieke gedrag van donderdagavond. Hij moet echt weg."

De informatie in de-sms berichten is maar bij een beperkt aan mensen bekend. (management) Over de sms-berichten kan ik nog verklaren dat wij inmiddels meerdere berichten ontvangen per dag gedurende een periode van ten minste een jaar. Ik laat, zo goed als dat mogelijk is, mijn secretaresse een logboek bijhouden met deze sms-berichten. Hiervan stel ik regelmatig de meest recente versie beschikbaar aan het onderzoeksteam. Alle berichten hebben een negatieve invloed op de gezondheid van een aantal medewerkers. De berichten hebben ook een negatieve invloed op het imago van de organisatie. Dit kan tevens grote financiële gevolgen hebben voor de organisatie. In het kader van slachtofferzorg verklaarde de aangeefster het volgende: Ik wens geïnformeerd te worden over het verloop en de afdoening van de strafzaak.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte, nummer PL0100-2017030582-1, met bijlage, d.d. 3 februari 2017, opgenomen op pagina 106 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2016141615, d.d. 2 oktober 2017, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 2]:

Ik wens aangifte te doen van stalking. Ik ontvang over een langere periode vele intimiderende, beledigende en voor mij persoonlijk bedreigende sms berichten. Een en

ander valt samen, en heeft te maken met de situatie binnen de [stichting 1] waar ik werkzaam ben.

Op 3 januari 2017 kreeg ik een afschuwelijke anonieme sms, waarin ik werd beticht van walgelijke zaken. Ik schrok er zo van en nadat ik de boodschap een beetje tot mij door liet dringen, stortte ik volledig in.

In november 2016 werd ik voor de eerste keer geconfronteerd met een naar bericht. [slachtoffer 3] nam mij op mijn werk even apart en vertelde mij dat er een bericht was verzonden, naar de raad van toezicht in de persoon van [naam 1], met een nare inhoud dat betrekking had op mij persoonlijk.

Dit bericht met de correcte weergave van de inhoud is vastgelegd in het logboek dat als bijlage aan mijn aangifte wordt toegevoegd.

Bericht:

03-01-17 15:34:31: [naam 2]: "Hoi [slachtoffer 2], onderstaand bericht kwam als sms binnen op mijn werktelefoon. Voor het geval dat je niet weet dat dit speelt, wilde ik het toch doorsturen ondanks dat je ziek bent. Is afkomstig van [mobielnummer], maar staat, heel dapper, geen naam bij. Mevr. [slachtoffer 2], we zijn eens in uw dossier gedoken en zijn geschrokken van alle bedragen en privileges die u zijn toegekend door dhr. [slachtoffer 1]. Blijft in totaal relatief een gering bedrag als het gaat om het sussen van het geweten en het kopen van de loyaliteit van iemand die de SOCIALE benadering aanhangt. Maar het is een godsvermogen als je kijkt wat je er op de werkvloer allemaal voor had kunnen doen. We nemen dit zeker mee als we de zelfverrijking van de Proeftuin betrokkenen aan de kaak stellen. En volgens ons weet u dondersgoed waar de schoen wringt en schaamt u zich diep. Maar ja, geld.. Waardevol 2017."

Ik werd letterlijk ziek en was volkomen ontwricht. Toen ik deze sms deelde met de voorzitter van de Raad van Bestuur en de persoon die deze kwestie coördineert, werd er door de eerste gereageerd van: "Weet je hoeveel ik er per dag krijg? En weet je hoe lang al? En qua inhoud nog veel smeriger dan wat jij krijgt'. Daarnaast had hij er begrip voor dat ik enorm geschrokken was en deelde met mij dat het een zeer vileine sms was. In die week bleef ik , in overleg en met goedkeuring van de voorzitter van Raad van Bestuur weg, werkte wat thuis en aan het eind van de week had ik diverse malen contact met de voorzitter Raad van Bestuur, de coördinator van deze zaak en de directeur Zorg. Ondanks alles zette ik mij schrap, en ging weer aan het werk. Het is evident dat dit geen makkelijke stap was, vooral ook met in mijn hoofd de informatie dat de 'dader' ook werkt in de gang waar ik werk. Dat is onveilig, en angstig. Bij iedereen, waar ik tot voor kort een fijne collegiale band had, vroeg ik mij af: "Ben jij het? Heb jij zo'n hekel aan mij dat je mij ontwricht en kapot maakt?"

Ik realiseer mij dat dit weinig rationeel is en vooral door angst en dus emotie gestuurd is. Tegelijkertijd geeft het aan wat dit soort praktijken maar ook het stilzwijgen ervan met mensen kan doen en dus met mij doet. Mijn werk bestaat uit 85% uit werken met elkaar op basis van vertrouwen en wederzijds respect. Respect voor elkaars professionele kwaliteiten en respect voor de mens an sich. Op 10 januari 2017 kreeg ik een tweede sms die net zo vilein en zelfs dreigend van aard was.

Bericht:

10-01-17 15:38:50: [naam 2]: "Mevr. [slachtoffer 2], wat heeft uw interne dialoog opgeleverd? U weet hoe in en in slecht [slachtoffer 1] is voor de (sociale) zorg aan kwetsbare ouderen. Kiest u voor het afwenden van uw gezicht omwille van uw eigen welbevinden. Of kiest u voor de kwetsbaren en keert u zich openlijk tegen [slachtoffer 1]. Niet kiezen is onmogelijk en u weet dat! Laat uw hart spreken en help ons, help de zorg! Het is nog niet te laat om met uw geweten in het reine te komen. Goed voor de nachtrust."

10-01-17 15:40:18: [naam 2]: Nummer is nu [mobielnummer]. Stand van zaken in ondersteuning naar mij toe in de zin van hoe red jij het, wat heb je nodig om ?overeind? te blijven, bleven onveranderd uit. Ik was er weer en functioneerde als gewoonlijk, maar reactie op deze sms was idem aan de eerste sms.

Daarna kreeg ik mails die aan meerdere mensen verder gezonden en vooral gericht waren

tegen de voorzitter van de Raad van Bestuur, maar ook die vind ik ziekmakend. Tenslotte op de dag dat mijn man acht maanden geleden overleed, 23 januari 2017, kreeg ik opnieuw een zo nare sms, dat daarmee voor mij de maat vol is.

Niet omdat ik het niet meer wil, maar omdat ik het gewoonweg niet meer kan.

Bericht:

23-01-17 16:56:46: [naam 2]: "Mevr. [slachtoffer 2], wiens brood men vreet, wiens taal

men spreekt. U bent kennelijk de graaischaamte voorbij en praat recht wat krom is.

Jammer. Sterkte. In een organisatie waar dit soort gedrag getolereerd blijft worden, waarin mensen stuk gaan en iedereen er bij staat en er naar kijkt. Niemand die solidair is en/of en

masse aangifte doet ter ondersteuning van hun collega's. Je niet gesteund voelen, je niet veilig voelen, je niet gehoord voelen en in organisatie waarin je juist normen en waarden zou verwachten die dit soort zaken a priori uitsluiten, zijn ziekmakend."

Vannacht heb ik wederom niet geslapen, voel me ziek en zie op tegen deze dag dat ik naar het werk ga, in een poging om gehoor te krijgen voor de door mij door anonieme boze mensen afschuwelijke sms-sen en de effecten die deze op mij hebben. Ik accepteer niet langer meer dat het wordt afgedaan met oneigenlijke argumenten zoals boven benoemd. Nogmaals ik red het zo niet en ik hoop dat er nu eindelijk met dit gegeven serieus zal worden omgegaan.

Tot slot onderstaand een aantal andere berichten:

12-01-17 17:38:26: [naam 2]: "Ter info. Beste allen,3 zaken ter overpeinzing;

1. We begrepen dat nieuwjaarstoespraak [slachtoffer 1] hilarisch was. Alsof je over NoordKorea zegt dat het een welvarende democratie is. Behalve de spreker zelf was er ook niemand die het geloofde. Kan de toespraak als conference integraal verspreid worden? 2. Hoeveel mensen moeten er nog ontslag nemen, zich ziek melden, zich afzonderen, niet verschijnen op een nieuwjaars receptie voordat de rvt de oorzaak, deze rotte bestuurder er uitgooit. 3. DON'T SHOOT THE MESSENGER! Denk er eens over na, praat er over en steun elkaar. Laten we de zorg van deze plaag bevrijden!"

23-01-17 17:00:09: [naam 2]: "20 kenmerken van narcisme. 1. Oppervlakkige

charme 2. Ontbreken van empathie 3. Respectloos gedrag 4. Gebrekkig geweten 5. Manipulatief en dominant 6. Pathologisch liegen 7. Superioriteit en arrogantie 8.

Agressieve aanvallen 9. Onvolwassen fantasieën 10. Verslaafd aan aandacht 11. Groot

ego 12. Onverantwoordelijkheid 13. Gebrek aan wroeging schaamte of schuld 14. Ondiepe

emoties 15. Ongeschiktheid in relaties 16. Problemen met sex 17. Ziekelijke jaloezie

of afgunst 18. Gebrekkige communicatie 19. Conflicten 20. Verslavingen. Wij turven

bij uw bestuurder in ieder geval 19 kenmerken. Dodelijk voor de zorg!"

18-01-17 08:44:25: [naam 2]: "Tsjezus wat een eyeopener! En dat houdt dus ook

in dat [slachtoffer 1] oprecht vanuit dit ziektebeeld niet kan en wil zien hoe verschrikkelijk hij faalt als mens en bestuurder. Terwijl overduidelijk is dat [slachtoffer 1] en alleen hij verantwoordelijk is voor alle ziekte, demotivatie en verdriet onder eigen mensen en het bestuurlijk isolement waar de [stichting 1] in verkeerd, rijst er toch een vraag. Als [slachtoffer 1] door deze ziekte ontoerekeningsvatbaar is, komt daarmee dan niet de verantwoordelijkheid voor damagecontrol bij zijn omgeving te liggen. U dus. Is het niet uw taak om de cliënten, medewerkers en de zorg te redden?"

23-01-17 16:58:02: [naam 2]: "Goedemorgen. [straatnaam] april 2011: '[slachtoffer 1]

naar [stichting 1]. [slachtoffer 1] is momenteel bestuursvoorzitter van [stichting 2]....[stichting 2] is in de afgelopen jaren veel in het nieuws geweest vanwege de penibele financiële situatie en het grote verloop binnen de bestuurlijke top.' [slachtoffer 1] is in ieder geval consequent in zijn wanprestaties. In deze zin moet het geheugenverlies van deze bestuurder een zegen zijn voor hem zelf. Vandaag ws weer een kulspeech voor [naam 3].

En de komende tijd voor zovelen die door hem beschadigd opstappen. Troost: rvt heeft 'm op de korrel en we hebben verhalen van [stichting 3]."

Ik weet niet meer hoe ik ermee om moet gaan. Het maakt mij persoonlijk kapot.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1. en 2. ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1
hij in de periode van 1 mei 2016 tot en met 20 maart 2017 in Nederland wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1], bestuursvoorzitter van [stichting 1], door
- in voornoemde periode meermalen telkens sms-berichten aan voornoemde [slachtoffer 1] te sturen, en

- in voornoemde periode meermalen telkens sms-berichten aan bestuursleden, en directieleden en directeuren en medewerkers van [stichting 1] te sturen,
met het oogmerk die [slachtoffer 1], te dwingen iets te doen en/of vrees aan te jagen;


2
hij in de periode van 1 mei 2016 tot en met 20 maart 2017 in Nederland wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3], (medewerkster en bestuurslid/directeur bij [stichting 1]) door
- meermalen telkens sms-berichten aan voornoemde personen te sturen, en
- meermalen telkens sms-berichten aan bestuursleden en directieleden en medewerkers van [stichting 1] te sturen, met het oogmerk die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] te dwingen iets te doen en/of vrees aan te jagen.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. Belaging;

2. Belaging, meermalen gepleegd.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake het onder 1. en 2. ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met aftrek van voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft meer subsidiair gepleit voor oplegging van een taakstraf van 180 uren. Ook heeft de raadsman bepleit om aan verdachte geen voorwaardelijke straf op te leggen, nu de reclassering de kans op herhaling als klein heeft beoordeeld.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en het reclasseringsrapport, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee zeer ernstige gevallen van belaging. Hij heeft gedurende ongeveer tien maanden sms-berichten gezonden aan de bestuursvoorzitter van de [stichting 1], alsmede aan drie andere bestuursleden van die stichting. Zijn doel was om de bestuursvoorzitter te laten vertrekken. Verdachte heeft het middel belaging gebruikt om dit doel te realiseren. Hij heeft daarbij vilein, planmatig en geraffineerd gehandeld om het bestuur van de stichting te destabiliseren en te ontwrichten. Hij heeft om opsporing te bemoeilijken op verschillende locaties in Nederland met op diverse locaties in Nederland gekochte prepaid telefoons en prepaid simkaarten voornoemde sms-berichten gezonden. Ook heeft hij in die sms-berichten een aantal malen verschillend taalgebruik gebruikt om de ontvangers van die sms-berichten de indruk te geven dat de sms-berichten door meerdere personen werden verzonden. Aldus wilde verdachte de indruk wekken dat een hetze tegen de bestuursvoorzitter op gang was gekomen.

Door zijn handelwijze heeft verdachte veel schade veroorzaakt bij de voormelde bestuursleden van de stichting. Dat hij ook emotionele schade heeft veroorzaakt blijkt uit de ter terechtzitting afgelegde slachtofferverklaringen. Door in de sms-berichten steeds gebruik te maken van zeer actuele meestal slechts bij bestuursleden bekende informatie heeft verdachte tussen de bestuursleden groot wantrouwen en achterdocht veroorzaakt waardoor de samenwerking in het bestuur ernstig te lijden had en daarmee het functioneren van de stichting onder druk kwam te staan. Ook heeft hij grote kostenposten veroorzaakt bij de stichting waardoor deze haar zorgtaken niet naar behoren heeft kunnen uitvoeren. De rechtbank rekent verdachte deze maatschappelijke gevolgschade zwaar aan.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernst van de feiten, oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf de enige passende sanctie is. Oplegging van een taakstraf, zoals door de raadsman is bepleit, brengt naar het oordeel van de rechtbank de ernst van het bewezenverklaarde onvoldoende tot uitdrukking.

In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat verdachte een blanco strafblad heeft. Daarnaast weegt de rechtbank in het voordeel van verdachte de omstandigheid mee dat sinds het tijdstip waarop de door verdachte gepleegde strafbare feiten hebben plaatsgehad, geruime tijd is verstreken.

Alles overwegende acht de rechtbank de door de officier van justitie geformuleerde eis passend en geboden. Zij zal verdachte dan ook veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met aftrek van voorarrest.

Benadeelde partijen

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
1. [slachtoffer 1], tot een bedrag van € 10.000,00 ter zake van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
2. [slachtoffer 3], tot een bedrag van € 1.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
3. [slachtoffer 2], tot een bedrag van € 1.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
4. [slachtoffer 4], tot een bedrag van € 1.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
5. de [stichting 1], tot een bedrag van € 176.291,51 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft de toewijzing van de benadeelde partij [slachtoffer 1] gevorderd, vermeerderd met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht. Hij heeft zich voor wat betreft de hoogte van het toe te wijzen bedrag gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Voorts heeft de officier van justitie de toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 3], [slachtoffer 2], [slachtoffer 4] en de [stichting 1] gevorderd, in alle gevallen eveneens vermeerderd met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair bepleit, dat -in verband met de door hem bepleite niet ontvankelijkheid van de officier van justitie ten aanzien van beide ten laste gelegde feiten- dat de benadeelde partijen [slachtoffer 1], [slachtoffer 3], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] in hun vorderingen niet ontvankelijk moeten worden verklaard.

Subsidiair heeft de raadsman verzocht om, voor zover de rechtbank zijn primaire standpunt niet volgt, aan de benadeelde partijen [slachtoffer 1], [slachtoffer 3], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] lagere bedragen aan immateriële schadevergoeding toe te wijzen dan is verzocht. De raadsman heeft als onderbouwing van dat standpunt verwezen naar een aantal rechterlijke uitspraken.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [stichting 1] heeft de raadsman verzocht dat deze benadeelde partij in haar vordering niet ontvankelijk moet worden verklaard nu de strafbare gedragingen niet tegen haar waren gericht. Hierdoor heeft de benadeelde partij geen schade geleden die rechtstreeks voortvloeit uit het strafbare feit. Subsidiair heeft de raadsman eveneens verzocht om de benadeelde partij in haar vordering niet ontvankelijk te verklaren omdat de vordering onvoldoende onderbouwd is. Nader onderzoek is nodig en dat onderzoek zou een onevenredige belasting van het strafproces opleveren.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] het feit niet bewezen waaruit de schade zou zijn ontstaan. Deze benadeelde partij zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1. bewezen verklaarde. De hoogte van het gevorderde bedrag is door verdachte genoegzaam betwist. Gebruikmakend van haar schattingsbevoegdheid ex artikel 6:97 van het Burgerlijk Wetboek schat de rechtbank de hoogte van de schade op € 2.500,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2016. De rechtbank zal de vordering voor het overige afwijzen.

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partijen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] de gestelde schade hebben geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 2. bewezen verklaarde. De vorderingen, waarvan de hoogte onvoldoende door verdachte is betwist, zullen daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 mei 2016.

Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank met betrekking tot de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.

Met betrekking tot de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] zal de rechtbank verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partijen tot aan deze uitspraak in verband met hun vordering hebben gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partijen ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moeten maken.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de [stichting 1] ingevolge het bepaalde in artikel 51f, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, schade geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het onder 1. en 2. bewezen verklaarde. Het bestuur van deze stichting heeft immers enige tijd niet naar behoren kunnen functioneren als gevolg van de aanhoudende belaging. Om die reden kan de stichting naar het oordeel van de rechtbank zich als benadeelde partij in dit strafproces voegen en een vordering tot schadevergoeding indienen. De rechtbank acht de benadeelde partij dan ook ontvankelijk in haar vordering.

De rechtbank beschikt evenwel over onvoldoende informatie om de hoogte daarvan te kunnen beoordelen, alsmede de causaliteit op onderdelen te kunnen beoordelen. Schorsing van het onderzoek om de benadeelde partij de hoogte van de schade, die door verdachte is betwist, alsnog te laten onderbouwen, zal leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding en daartoe zal dan ook niet worden overgegaan. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom in haar vordering niet ontvankelijk verklaren. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 57 en 285b van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1. en 2. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Ten aanzien van 18/259995-18, feit 1:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 2.500,00 (zegge: tweeduizendvijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2016.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige af.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] te betalen een bedrag van € 2.500,00 (zegge: tweeduizendvijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2016, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 35 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Ten aanzien van 18/259995-18, feit 2:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1.000,00 (zegge: eenduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2016.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] te betalen een bedrag van € 1.000,00 (zegge: eenduizend euro),

vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2016, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 20 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1.000,00 (zegge: eenduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2016.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] te betalen een bedrag van € 1.000,00 (zegge: eenduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2016, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 20 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4] niet ontvankelijk in de vordering. Bepaalt dat deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Verklaart de [stichting 1] niet ontvankelijk in de vordering. Bepaalt dat deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. O.J. Bosker, voorzitter, mr. J.Y.B. Jansen en mr. M.A.A. van Capelle, rechters, bijgestaan door L. Palstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 september 2019.

Mr. Jansen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.