Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2019:3408

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
05-08-2019
Datum publicatie
05-08-2019
Zaaknummer
18/242410-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor het bezit en vervaardigen van kinderporno en bezit van dierenporno.

Verdachte heeft zich ten aanzien van zijn stiefdochter allereerst, toen zij veertien jaar was, schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen door het betasten van haar (ontblote) borsten. Verdachte heeft hiervan tevens een filmopname gemaakt. Ook heeft hij haar meerdere malen, met zijn telefoon die hij in de badkamer van hun woning had verborgen, heimelijk gefilmd. Zij was toen nog steeds minderjarig. Verdachte heeft vervolgens van deze films afbeeldingen gemaakt waarbij hij nadrukkelijk heeft ingezoomd op haar ontblote geslachtsdelen, borsten en billen. Aldus heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het vervaardigen van kinderporno. Verdachte heeft het gewraakte materiaal jarenlang bewaard waarmee hij zich tevens aan het bezit van kinderporno heeft schuldig gemaakt. Daarnaast heeft verdachte afbeeldingen en films van dierenporno in zijn bezit gehad.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 240b
Wetboek van Strafrecht 247
Wetboek van Strafrecht 254a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/242410-18

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 5 augustus 2019 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1956 te [geboorteplaats] ,

wonende te [straatnaam] , [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 22 juli 2019.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.R.M. Schaap, raadsvrouw te Groningen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. M. Scharenborg.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 23 augustus 2008, althans in de periode van 23 augustus 2008 tot 20 juli 2010, te [pleegplaats], in de gemeente Loppersum, in elk geval in Nederland, één of meer afbeeldingen, te weten (digitale) filmbestanden en/of (digitale) fotobestanden (te weten schermafdrukken van voornoemde filmbestanden) heeft vervaardigd, terwijl op die afbeelding(en) een of meer seksuele gedragingen zichtbaar was/waren, waarbij (telkens) een persoon (te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1992) die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken welke voornoemde seksuele gedraging(en) –zakelijk weergegeven- bestonden uit het naakt in beeld brengen van die [slachtoffer] waarbij door het camerastandpunt (te weten het plaatsen van de camera frontaal voor de in-/uitgang van de douchecabine) nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen en/of borsten en/of billen van die [slachtoffer] in beeld gebracht worden en/of waarbij bij het vervaardigen van de fotobestanden nadrukkelijk is ingezoomd op de ontblote geslachtsdelen en/of borsten en/of billen van die [slachtoffer] ;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2017 tot en met 9 augustus 2017, te [pleegplaats], in de gemeente Loppersum, in elk geval in Nederland, één of meer afbeeldingen, te weten (digitale) filmbestanden en/of (digitale) fotobestanden (te weten schermafdrukken van voornoemde filmbestanden) heeft verspreid en/of op een gegevensdrager (te weten een hard disk Toshiba) in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeelding(en) een of meer seksuele gedragingen zichtbaar was/waren, waarbij (telkens) een persoon (te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1992) die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had(den) bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken welke voornoemde seksuele gedraging(en) –zakelijk weergegeven- bestonden uit het naakt in beeld brengen van die [slachtoffer] waarbij door het camerastandpunt (te weten het plaatsen van de camera frontaal voor de in-/uitgang van de douchecabine) nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen en/of borsten en/of billen van die [slachtoffer] in beeld gebracht worden en/of waarbij bij het vervaardigen van de fotobestanden nadrukkelijk is ingezoomd op de ontblote geslachtsdelen en/of borsten en/of billen van die [slachtoffer] ;

3.

hij op of omstreeks 18 november 2006, althans in de periode van 20 juli 2004 tot en met 18

november 2006, te [pleegplaats], in de gemeente Loppersum, met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 1992), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het betasten van de (ontblote) borsten van die [slachtoffer] ;

4.

hij op of omstreeks 9 augustus 2017, te [pleegplaats], in de gemeente Loppersum, een

hoeveelheid afbeelding(en), te weten 520 fotobestanden en/of 203 filmbestanden, op een

(aantal) gegevensdrager(s) (te weten een USB stick, 32gb, zilverkleurig en/of een Toshiba harde schijf en/of een Kingston USB stick) in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeelding(en) (telkens) (een) ontuchtige handeling(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een mens en een dier is/zijn betrokken en/of schijnbaar is/zijn betrokken, welke voornoemde ontuchtige handeling(en) - zakelijk weergegeven - (telkens) bestond(en) uit (onder meer):

- het door een volwassen persoon in de mond nemen van de geslachtsdelen van een dier (te weten een hond en/of een paard) en/of

- het door een dier (te weten een hond) vaginaal penetreren van een volwassen persoon.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor de feiten 1, 2, 3 en 4, die hij mede op grond van de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting te bewijzen acht.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de feiten 1, 3 en 4 geen bewijsverweer gevoerd. Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsvrouw betoogd dat alleen het bezit van kinderporno kan worden bewezen. Van het verspreiden van kinderporno dient verdachte te worden vrijgesproken, omdat daarvoor geen bewijs aanwezig is. [slachtoffer] (verder: [slachtoffer] ) heeft ten aanzien van de foto's waar [getuige] haar op gewezen heeft verklaard dat zij ten tijde van het maken van die foto's meerderjarig was. Voor het verspreiden van ander kinderpornografisch materiaal ontbreekt eveneens het bewijs. Er wordt op pagina 90 van het dossier verwezen naar een website ' [website] '. Op die website zou sprake zijn van delen of verspreiden van kinderporno door verdachte, maar daar zijn geen stukken van. De chatgesprekken waaraan op deze website wordt gerefereerd, ontbreken ook in het dossier.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de feiten 1, 2, 3 en 4 wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Omdat verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met opgaven van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.

Deze opgaven luiden als volgt:

Ten aanzien van feit 1

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juli 2019;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van binnentreden woning d.d. 9 augustus 2017, opgenomen op pagina 36 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2017211692, d.d. 16 juli 2018;

3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 januari 2018, opgenomen op pagina 88 e.v. van voornoemd dossier;

4. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt aanvullend proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 november 2018, los opgenomen bij voornoemd dossier.

Ten aanzien van feit 2

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juli 2019;

2 een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van binnentreden woning d.d. 9 augustus 2017, opgenomen op pagina 36 e.v. van voornoemd dossier;

3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 januari 2018, opgenomen op pagina 88 e.v. van voornoemd dossier;

4. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt aanvullend proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 november 2018, los opgenomen bij voornoemd dossier.

Ten aanzien van feit 3

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juli 2019;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van binnentreden woning d.d. 9 augustus 2017, opgenomen op pagina 36 e.v. van voornoemd dossier;

3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 januari 2018, opgenomen op pagina 88 e.v. van voornoemd dossier.

Ten aanzien van feit 4

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juli 2019;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van binnentreden woning d.d. 9 augustus 2017, opgenomen op pagina 36 e.v. van voornoemd dossier;

3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van onderzoek dierenporno d.d. 1 februari 2018, opgenomen op pagina 115 e.v. van voornoemd dossier.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank is verder, overeenkomstig met hetgeen de raadsvrouw heeft betoogd, van oordeel dat het onder 2 ten laste gelegde verspreiden van kinderporno niet kan worden bewezen. Het onderzoek ter terechtzitting en het dossier bieden geen aanknopingspunten op basis waarvan vastgesteld kan worden dat [slachtoffer] op de afbeeldingen die getuige [getuige] blijkens zijn verklaring (p. 78 van het dossier) op internet van [slachtoffer] heeft aangetroffen minder jarig was. Uit de verklaring van [slachtoffer] (p. 55 van het dossier) volgt immers dat zij op voornoemde afbeeldingen de leeftijd van 20 à 21 jaar heeft. Ten aanzien van deze foto's is daarom geen sprake van kinderpornografisch materiaal.

Verder wordt verwezen naar een website ' [website] ' (p. 90 van het dossier), waarop de gebruiker van de onderzochte computer kinderpornografische afbeeldingen van [slachtoffer] zou verspreiden en daarover met andere internetgebruikers zou chatten. Echter, deze beweringen worden evenmin door bewijsmiddelen ondersteund. Verdachte heeft ter terechtzitting erkend dat hij de bedoelde gebruiker van de computer is geweest en dat hij inderdaad kinderpornografische afbeeldingen van [slachtoffer] op internet heeft verspreid. Er zijn echter geen bewijsmiddelen waaruit volgt hoe de verspreiding heeft plaatsgevonden en of dit in de ten laste gelegde periode is gebeurd. Gelet op voorgaande zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het onder 2 ten laste gelegde verspreiden van kinderporno.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht de feiten 1, 2, 3 en 4 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij op 23 augustus 2008 te [pleegplaats], in de gemeente Loppersum, afbeeldingen, te weten digitale filmbestanden en/of digitale fotobestanden (te weten schermafdrukken van voornoemde filmbestanden) heeft vervaardigd, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar waren, waarbij telkens een persoon (te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1992) die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen -zakelijk weergegeven- bestonden uit het naakt in beeld brengen van die [slachtoffer] , waarbij door het camerastandpunt (te weten het plaatsen van de camera frontaal voor de in-/uitgang van de douchecabine) nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen en borsten en billen van die [slachtoffer] in beeld gebracht worden en waarbij bij het vervaardigen van de fotobestanden nadrukkelijk is ingezoomd op de ontblote geslachtsdelen en borsten en billen van die [slachtoffer] ;

2.

hij in de periode van 1 augustus 2017 tot en met 9 augustus 2017, te [pleegplaats], in de gemeente Loppersum, afbeeldingen, te weten digitale filmbestanden en digitale fotobestanden (te weten schermafdrukken van voornoemde filmbestanden op een gegevensdrager (te weten een hard disk Toshiba) in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar waren, waarbij telkens een persoon (te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1992) die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen -zakelijk weergegeven- bestonden uit het naakt in beeld brengen van die [slachtoffer] waarbij door het camerastandpunt (te weten het plaatsen van de camera frontaal voor de in-/uitgang van de douchecabine) nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen en borsten en billen van die [slachtoffer] in beeld gebracht worden en waarbij bij het vervaardigen van de fotobestanden nadrukkelijk is ingezoomd op de ontblote geslachtsdelen en borsten en billen van die [slachtoffer] ;

3.

hij omstreeks 18 november 2006 te [pleegplaats], in de gemeente Loppersum, met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 1992), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het betasten van de (ontblote) borsten van die [slachtoffer] ;

4.

hij op 9 augustus 2017, te [pleegplaats], in de gemeente Loppersum, een

hoeveelheid afbeeldingen, te weten 520 fotobestanden en 203 filmbestanden, op een

aantal gegevensdragers (te weten een USB stick, 32gb, zilverkleurig en een Toshiba harde schijf en een Kingston USB stick) in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen telkens ontuchtige handelingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een mens en een dier is betrokken, welke voornoemde ontuchtige handelingen -zakelijk weergegeven- telkens bestonden uit onder meer:

- het door een volwassen persoon in de mond nemen van de geslachtsdelen van een dier (te weten een hond en een paard) en

- het door een dier (te weten een hond) vaginaal penetreren van een volwassen persoon.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd

van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

vervaardigen, meermalen gepleegd.

2. Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd

van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in

bezit hebben, meermalen gepleegd.

3. Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen

plegen.

4. Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij een mens en een dier zijn

betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de feiten 1, 2, 3 en 4 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd in het rapport van Reclassering Nederland van 28 februari 2019.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft - voor het geval de rechtbank tot strafoplegging zal overgaan - gepleit voor oplegging van een deels voorwaardelijke werkstraf met een proeftijd van 2 jaren. Gelet op de ouderdom van de feiten en de ernstige gevolgen die een gevangenisstraf voor de persoonlijke omstandigheden van verdachte zou hebben, dient tot de oplegging van een gevangenisstraf niet te worden overgegaan. Verder heeft [slachtoffer] aangegeven dat wat haar betreft verdachte helemaal niet meer gestraft hoeft te worden. De raadsvrouw heeft verder betoogd dat voor wat betreft bijzondere voorwaarden kan worden volstaan met een meldplicht. Een behandeling is volgens de raadsvrouw niet nodig, omdat er sprake is van een laag recidiverisico en er bij verdachte geen aanwijzingen zijn voor pedofilie of een voorkeur voor kinderporno. Mocht de rechtbank behandeling van verdachte wel als bijzondere voorwaarde willen opleggen, dan heeft de raadsvrouw verzocht daarvoor de AFPN in Friesland aan te wijzen, omdat de echtgenote van verdachte bij de AFPN in Groningen werkt.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting het reclasseringsrapport en het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich ten aanzien van zijn stiefdochter allereerst, toen zij veertien jaar was, schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen door het betasten van haar (ontblote) borsten. Verdachte heeft hiervan tevens een filmopname gemaakt. Ook heeft hij haar meerdere malen, met zijn telefoon die hij in de badkamer van hun woning had verborgen, heimelijk gefilmd. [slachtoffer] was toen nog steeds minderjarig. Verdachte heeft vervolgens van deze films afbeeldingen gemaakt waarbij hij nadrukkelijk heeft ingezoomd op haar ontblote geslachtsdelen, borsten en billen. Aldus heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het vervaardigen van kinderporno. Verdachte heeft het gewraakte materiaal jarenlang bewaard waarmee hij zich tevens aan het bezit van kinderporno heeft schuldig gemaakt. Verdachte heeft hiermee op zeer laakbare wijze misbruik gemaakt van zijn rol als stiefvader. Hij heeft het vertrouwen van het slachtoffer beschaamd door haar stiekem te filmen op een plaats in haar ouderlijke woning, waar zij zich veilig waande en waar zij veilig had behoren te zijn. Verdachte heeft door zijn handelen de lichamelijke integriteit en de waardigheid van het slachtoffer op grove wijze geschonden. De rechtbank rekent verdachte zijn handelwijze zwaar aan. Slachtoffers van dergelijke feiten kunnen daarvan nog lange tijd nadelige psychische gevolgen ondervinden.

Daarnaast heeft verdachte afbeeldingen en films van dierenporno in zijn bezit gehad. Voor de vervaardiging van daarvan zijn dieren misbruikt en geëxploiteerd ten behoeve van een onzedelijke behoeftebevrediging van personen. Door het bekijken en bewaren van dit soort afbeeldingen blijft de vraag daarnaar bestaan en wordt het vervaardigen ervan bevorderd.

De rechtbank acht voor een combinatie van dergelijke feiten in ieder geval een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. Dat het inmiddels meerderjarige slachtoffer heeft verklaard dat verdachte wat haar betreft niet meer bestraft hoeft te worden, zoals door de raadsvrouw is aangevoerd, doet daaraan niet af.

De rechtbank heeft in aanmerking genomen dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

Tevens heeft de rechtbank bij het bepalen van de straf gelet op de inhoud van het reclasseringsrapport van 28 februari 2019. In dit rapport staat beschreven dat de reclassering het recidiverisico inschat als laag. Echter, omdat er volgens de reclassering bij verdachte sprake lijkt te zijn van afwijkende seksuele voorkeuren en fantasieën, wordt desondanks geadviseerd om aan verdachte bijzondere voorwaarden op te leggen, die samengevat inhouden:

1. meldplicht

2. behandelverplichting – ambulante behandeling AFPN

3. voorwaarden gericht op het vermijden van kinder- en dierenporno, waarbij verdachte

onder meer zich van een aantal in het rapport genoemde gedragingen dient te

onthouden.

De rechtbank ziet - anders dan de raadsvrouw - reden alle drie de geadviseerde bijzondere voorwaarden op te leggen, met de voorwaarde onder 3 in aangepaste vorm, zoals hieronder opgenomen.

De rechtbank acht het van belang dat verdachte een behandeling zal ondergaan, nu hij, naast het plegen van ontucht met zijn veertienjarig stiefdochter, langere tijd kinder- en dierenporno in bezit heeft gehad en daarvan pas door ingrijpen van buitenaf afstand heeft gedaan. Verder heeft verdachte ter terechtzitting weliswaar openheid van zaken gegeven, maar ten aanzien van de feiten betreffende [slachtoffer] heeft hij, naar het oordeel van de rechtbank, niet volledig verantwoordelijkheid genomen. Zo heeft hij ten aanzien van feit 3 meermalen verklaard dat hij [slachtoffer] van zich heeft afgeduwd en verdachte heeft daarbij ten onrechte gesuggereerd dat er enig initiatief bij het feit van haar zou zijn uitgegaan. Verder heeft verdachte ter terechtzitting aangegeven dat hij met [slachtoffer] de afspraak heeft gemaakt dat zij niets van het gebeuren aan zijn kinderen zal vertellen en dat hij 'al genoeg is gestraft'. Verdachte lijkt zich aldus meer te bekommeren om de gevolgen die het uitkomen van de feiten voor hem zelf zullen hebben, dan dat hij zich in dit verband zorgen maakt om het welzijn van [slachtoffer] .

De rechtbank zal gelet op het voorgaande een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen, teneinde daaraan de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden te kunnen verbinden.

Gelet op het feit dat de rechtbank tot een beperktere bewezenverklaring komt dan de officier van justitie zal de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen die van kortere duur is dan door de officier van justitie is gevorderd.

Een strafafdoening als bepleit door de raadsvrouw doet, gelet op het voorgaande, onvoldoende recht aan de ernst van de feiten. De rechtbank kan verder geen gevolg geven aan het verzoek van de raadsvrouw om als behandelinstantie de AFPN in Friesland aan te wijzen, omdat het hier een kwestie van executie van het vonnis betreft, waarmee niet de rechtbank maar de officier van justitie is belast.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 57, 240b, 247 en 254a van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich zal melden bij Reclassering Nederland, Leonard Springerlaan 21 te Groningen, wanneer hij door de reclassering daartoe wordt uitgenodigd. Hierna zal hij zich gedurende een door de reclassering te bepalen periode blijven melden zo frequent als de reclassering dat gedurende deze periode nodig acht;

2. dat de veroordeelde zal meewerken aan een ambulante (dag-)behandeling bij de AFPN of vergelijkbare instelling in het forensische circuit, gericht op diagnose, mogelijke delict scenario's, zijn eigen handelen (coping), seksualiteit en eigen beperkingen, zolang de betreffende instelling dit noodzakelijk acht. Veroordeelde zal ook meewerken aan vervolgbegeleiding indien dit noodzakelijk wordt geacht;

3. dat de veroordeelde zal meewerken aan controle door de reclassering van zijn computer en andere gegevensdragers op de aanwezigheid van kinder- en/of dierenporno. Veroordeelde zal de reclassering hiertoe toegang tot de betreffende gegevensdragers verlenen.

Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.W. Janssen, voorzitter, mr. H.J. Schuth en mr. B.F. Hammerle, rechters, bijgestaan door W. Brandsma, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 augustus 2019.