Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2019:3280

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
17-07-2019
Datum publicatie
25-07-2019
Zaaknummer
C/18/188676 / HA ZA 18 / 258
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Betalingen vanuit bankrekening van iemand die onder curatele staat, waarvoor kantonrechter geen toestemming heeft verleend. De ontvanger van de betalingen handelt onrechtmatig jegens degene die onder curatele staat omdat zij geven de omstandigheden van het geval, had moeten weten dat toestemming voor de betalingen nodig was en ontbrak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Groningen

zaaknummer / rolnummer: C/18/188676 / HA ZA 18-258

Vonnis van 17 juli 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MASIS CBM B.V.,

gevestigd te Hoogezand,

in haar hoedanigheid als curator over de goederen van [curandus] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. G.B. de Jong te Hoogezand,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. B. van Dijk te Groningen.

Partijen zullen hierna Masis en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding;

  • -

    de conclusie van antwoord;

  • -

    het vonnis van 13 februari 2019, waarin een comparitie na antwoord is bepaald;

  • -

    de brief met producties namens Masis van 6 mei 2019, door de rechtbank bij de comparitie mede aangemerkt als akte vermindering van eis;

  • -

    het proces-verbaal van de comparitie na antwoord van 4 juni 2019.

1.2.

Op de zitting van 4 juni 2019 is vonnis gevraagd.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] is de moeder van [curandus] (hierna: [curandus] ). [curandus] heeft beperkingen en verblijft in een inrichting.

2.2.

Op 4 mei 2010 heeft de kantonrechter [naam] (hierna: [naam] ), de toenmalige partner van [gedaagde] , benoemd tot curator van [curandus] .

2.3.

Op 3 november 2017 heeft een derde, in verband met een vermoeden van misbruik van gelden van [curandus] , bij de kantonrechter een verzoek tot ontslag van [naam] als curator ingediend.

2.4.

Bij beschikking van 7 mei 2018 heeft de kantonrechter [naam] als curator ontslagen, met gelijktijdige benoeming van Masis tot nieuwe curator. De kantonrechter heeft daarbij gelast dat Masis een onderzoek zou instellen naar mogelijk slecht beleid door [naam] .

2.5.

Op 9 juli 2018 heeft Masis bij de kantonrechter verslag uitgebracht van haar onderzoek en medegedeeld dat tijdens de periode dat [naam] curator was diverse bedragen zijn overgemaakt naar de bankrekeningen van [naam] en [gedaagde] die niet zijn verantwoord, en voor de betaling waarvan geen toestemming was gevraagd aan de kantonrechter terwijl die wel was vereist. De som van door [naam] verrichte onterechte betalingen bedraagt volgens dit verslag € 54.996,58, waarvan € 33.033,50 is overgemaakt op de bankrekening van [gedaagde] en € 20.373 is overgemaakt op de bankrekening van [naam] ; het restant is aan deurwaarders betaald.

2.6.

Van de € 33.033,50 die aan [gedaagde] is betaald maakt deel uit een betaling van

€ 15.000 op 9 december 2013 onder vermelding van “verbouwing ivm veilige omgeving” en een betaling van € 5.500 op 24 januari 2017 onder vermelding van “verbouwing ivm rust”.

3 Het geschil

3.1.

Masis vordert, na vermindering van eis, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 20.500, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

Het gevorderde bedrag bestaat uit de som van de twee onder 2.6 genoemde betalingen van de rekening van [curandus] naar de rekening van [gedaagde] . Masis stelt dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [curandus] door aan hem toebehorende gelden aan zich uit te laten betalen zonder daarvoor toestemming te hebben gekregen van de kantonrechter. Subsidiair stelt zij dat [gedaagde] heeft geprofiteerd van de wanprestatie van [naam] , aangezien er geen toestemming is verleend door de kantonrechter en zij blijkbaar achterwege heeft gelaten om daarvan een bewijsstuk te mogen inzien. Op de zitting is daar namens Masis aan toegevoegd dat [gedaagde] onderzoek had moeten doen, dat zij deze bedragen niet zomaar had mogen accepteren, en is erop gewezen dat [naam] haar partner was en dat zij ter zitting heeft verklaard dat juist zij hem heeft bewogen deze twee bedragen over te maken.

3.3.

[gedaagde] voert verweer. Zij stelt dat zij niet onrechtmatig heeft gehandeld omdat het niet aan haar was om te weten of er toestemming van de kantonrechter nodig was voor de betalingen, maar aan de curator, en dat alleen de curator kan worden aangesproken.

3.4.

Masis heeft in deze procedure aanvankelijk naast [gedaagde] ook [naam] gedagvaard, en gevorderd dat hij zou worden veroordeeld tot betaling van € 20.373, de som van de van de rekening van [curandus] naar de bankrekening van [naam] overgemaakte bedragen. De zaak tegen [naam] is al voordat de comparitie van partijen werd ingepland door Masis ingetrokken, nadat [naam] het gevorderde bedrag aan Masis had voldaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het enkele feit dat iemand een bedrag ontvangt van een bankrekening van iemand die onder curatele staat, terwijl de kantonrechter geen toestemming heeft gegeven voor die betaling, maakt niet dat de ontvanger van de betaling onrechtmatig handelt jegens degene die onder curatele staat. In zoverre is de rechtbank het met [gedaagde] eens; haar positie is een andere dan die van de curator, die per definitie onrechtmatig handelt jegens degene die onder curatele staat als hij zonder toestemming van de kantonrechter betalingen verricht.

4.2.

Onder omstandigheden kan ook iemand die een dergelijke betaling ontvangt, onrechtmatig handelen jegens degene die onder curatele staat. Dat zal in het bijzonder het geval zijn als de ontvanger van de betaling weet, of had moeten weten, dat de curator voor die betaling toestemming nodig heeft, terwijl die ontbreekt. Als iemand betalingen ontvangt voor het doen van grote uitgaven, zonder dat de curator enige onderbouwing verlangt, kan de rechter, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, tot de conclusie komen dat de ontvanger van die betalingen had moeten weten dat daarvoor toestemming nodig was en dat die ontbrak. De rechter zal eerder tot die conclusie komen als degene die de betaling ontvangt en de curator een nauwe persoonlijke relatie hebben, dan wanneer daarvan geen sprake is.

4.3.

Dit is zo’n geval. [gedaagde] heeft op twee verschillende momenten forse, ronde bedragen van de bankrekening van [curandus] ontvangen, voorzien van vage omschrijvingen. Naar eigen zeggen heeft zij haar partner [naam] verzocht deze bedragen van de rekening van [curandus] naar haar rekening over te boeken, en was het geld bestemd om haar zolderverdieping te verbouwen. [gedaagde] mocht, zo oordeelt de rechtbank, niet aannemen dat [naam] zo maar € 15.000 of € 5.500 aan haar kon overmaken zonder dat ze ook maar een snipper papier aan onderbouwing hoefde over te leggen. Ze had moeten weten dat de curator voor dergelijke uitgaven iets van verantwoording zou moeten afleggen, en dat zij degene was die de curator in staat moest stellen dat te doen. Om te beginnen sprak voor zich dat aannemelijk moest worden gemaakt dat het in het belang van [curandus] was dat de zolderverdieping zou worden verbouwd, nu hij niet bij [gedaagde] woont. Ten tweede sprak voor zich dat de betalingen zouden moeten worden gerechtvaardigd door te laten zien wat voor uitgaven daarmee werden bekostigd, bijvoorbeeld door een offerte en facturen van een aannemer te verstrekken. Nu zij, tegen die achtergrond, de beide betalingen van de rekening van [curandus] heeft geaccepteerd, heeft ook zij naar het oordeel van de rechtbank onrechtmatig jegens [curandus] gehandeld.

4.4.

Dat de schade die [curandus] als het gevolg van het onrechtmatig handelen van [gedaagde] heeft geleden gelijk is aan het gevorderde bedrag, is niet betwist. De rechtbank zal dit bedrag daarom toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente zoals gevorderd, vanaf de datum van betaling van de bedragen.

4.5.

De rechtbank ziet, hoewel sprake is van een familierelatie tussen [gedaagde] en [curandus] , degene voor wie Masis optreedt, geen aanleiding de kosten te compenseren. Er is hier feitelijk geen sprake van een geschil tussen een moeder en een zoon, maar een ingrijpen door een externe partij (de nieuwe curator, na het verrichten van een onderzoek in opdracht van de kantonrechter) naar aanleiding van de manier waarop in het verleden de financiën zijn beheerd van iemand die dat zelf niet kan. De rechtbank zal [gedaagde] veroordelen in de proceskosten, daaronder begrepen de kosten van het gelegde beslag.

4.6.

De proceskosten aan de zijde van Masis worden begroot op:
- dagvaarding € 81,00

- griffierecht nihil

- salaris advocaat 1.390,00 (2 punten, tarief € 695,00)

Totaal € 1.471,00
Het griffierecht had, ingevolge artikel 11 Wet griffierechten burgerlijke zaken, op nihil moeten worden gesteld, maar aanvankelijk is ten onrechte wel griffierecht geheven. Dat is of wordt evenwel gecorrigeerd, zodat de rechtbank uitgaat van nihil.

4.7.

De beslagkosten worden begroot op:

  • -

    explootkosten € 315,12

  • -

    griffierecht 291,00

  • -

    salaris advocaat 695,00 (1 punt, tarief € 695,00)

Totaal € 1.301,12

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Masis, als curator van [curandus] , te betalen een bedrag van € 20.500, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over € 15.000 vanaf 9 december 2013 en de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over € 5.500 vanaf 24 januari 2017;

5.2.

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, aan de zijde van Masis begroot op € 1.471,00 aan proceskosten en € 1.301,12 aan beslagkosten;

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.A.J. Purcell en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2019.1

1 type: coll: