Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2019:3211

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
22-07-2019
Datum publicatie
06-08-2019
Zaaknummer
C/17/167646 / KG ZA 19-178
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Auteursrechtinbreuk op teksten website en folder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaaknummer / rolnummer: C/17/167646 / KG ZA 19-178

Vonnis in kort geding van 31 juli 2019

in de zaak van

[eiser] , handelend onder de naam [handelsnaam 1],

wonende te [plaats] ,

eiser,

hierna te noemen [eiser] ,

advocaat mr. J.M.E. Hamming te [plaats] ,

tegen

1 [gedaagde 1] , handelend onder de naam [handelsnaam 2] ,

wonende te [plaats] ,

2. [gedaagde 2],

wonende te [plaats] ,

gedaagden,

hierna te noemen [gedaagde 1] respectievelijk [gedaagde 2] en tezamen te noemen [gedaagden 1 en 2] ,

advocaat mr. J. Plat te [plaats] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding;

  • -

    de mondelinge behandeling en de ten behoeve daarvan op voorhand overgelegde stukken;

  • -

    de pleitnota van [eiser] ;

  • -

    de pleitnota van [gedaagden 1 en 2]

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 5 april 2018 hebben [eiser] en zijn partner mevrouw [A] (hierna [A] ) samen met [gedaagde 2] de vennootschap onder firma " [naam v.o.f.] " opgericht (hierna: de vof). De vof hield zich onder meer bezig met het verkopen van verf van het Noorse merk Jotun via haar website [website 4] . De website bevatte onder meer de volgende webpagina's:

2.2.

De vof heeft ook een flyer uitgebracht die er als volgt uitziet:

[Afbeelding 1] en [afbeelding 2]

2.3.

In de loop van 2018 ontstond er een conflict tussen [eiser] en [A] enerzijds en [gedaagde 2] anderzijds, dat erin resulteerde dat beide partijen in september 2018 het vertrouwen in elkaar hebben opgezegd.

2.4.

Op 17 oktober 2018 is de website [website 4] door [eiser] offline gezet.

2.5.

Op 29 oktober 2018 heeft [eiser] de domeinnaam [handelsnaam 1] geregistreerd bij de Stichting Internet Domeinnamen Nederland (hierna: SIDN) en de handelsnaam [handelsnaam 1] in het handelsregister van de Kamer van Koophandel bijgeschreven bij zijn bestaande inschrijving. Sindsdien verkoopt hij via de website [website 2] verf van Jotun. Deze website bevat onder meer de volgende webpagina's:

2.6.

Op 1 november 2018 heeft [eiser] namens zijn eenmanszaak [handelsnaam 1] alle klanten van de vof aangeschreven met de mededeling dat de activiteiten van de vof werden voortgezet onder de nieuwe naam [handelsnaam 1] .

2.7.

Eind maart 2019 heeft [eiser] in de [plaatsaanduiding] de volgende flyer verspreid:

achterzijde voorzijde

[afbeelding 3] [afbeelding 4]

De woning op de voorzijde van de folder is de woning van [A] .

2.8.

Eind 2018/begin 2019 is [gedaagde 2] een samenwerkingsverband aangegaan met [gedaagde 1] . [gedaagde 1] heeft vervolgens op 15 maart 2019 een eenmanszaak ingeschreven onder de handelsnaam [handelsnaam 2] . Deze eenmanszaak houdt zich onder meer bezig met het online verkopen van verf van Jotun. De domeinnaam van de website van de eenmanszaak [website 1] was reeds eerder, op 6 november 2018, geregistreerd bij SIDN. De inhoud van de website is aangeleverd door [gedaagde 2] . Voorts staat op de website een WhatsApp-icoontje dat linkt naar het telefoonnummer van [handelsnaam 3] , de eenmanszaak van [gedaagde 2] , en ontvangen klanten die bestellingen doen bij de website een bevestigingsmail van die bestellingen afkomstig van het mailadres van [handelsnaam 3] , in welke mail de bedrijfsnaam [handelsnaam 3] en het mobiele nummer van [gedaagde 2] staan vermeld. In de codetekst van de website staan hyperlinks die verwijzen naar [website 2] . De website [website 1] bevat onder meer de volgende webpagina's:

2.9.

Halverwege mei 2019 is de volgende flyer van [handelsnaam 2] verspreid in de [plaatsaanduiding] .

achterzijde voorzijde

[afbeelding 5] [afbeelding 6]

2.10.

De woning op de achterzijde van de flyer is de woning van [A] . Aan de flyer was met een paperclip een briefje vastgemaakt met de volgende tekst:

"Hierbij de nieuwste [handelsnaam 2] flyer. Het vorige exemplaar dat door de brievenbus viel gaf de verkeerde prijs aan en de naam van de website is aangepast nu. [website 1] . Deze prijzen zijn voorlopig van kracht. Wij zijn en blijven de goedkoopste van Nederland met Jotun Verf."

2.11.

Op 29 mei 2019 heeft [eiser] een e-mail naar [handelsnaam 2] gezonden en [gedaagden 1 en 2] gesommeerd alle teksten waarvan het auteursrecht bij hem rustte van de website [website 1] binnen vijf dagen te verwijderen. [gedaagden 1 en 2] heeft niet op deze

e-mail gereageerd en evenmin aan de sommatie voldaan.

2.12.

Bij aangetekende brief van 7 juni 2019 heeft mr. Hamming voornoemd namens [eiser] aan [gedaagde 1] bericht dat hij met zijn website en de door hem verspreide flyer inbreuk maakte op het auteursrecht van [eiser] op de teksten van de website [website 2] . [gedaagde 1] werd in de brief gesommeerd om:

- een overzicht te geven van alle bestellingen die hij via de website [website 1]

gehad had;

- zich bereid te verklaren de mogelijk genoten winst af te dragen aan [eiser] ;

- een uitgebreide volledige schriftelijke verklaring te geven over de mogelijke betrokkenheid van [gedaagde 2] en zich bereid te verklaren zijn verklaring zo nodig zonder kosten onder ede te bevestigen;

- de domeinnaam [handelsnaam 2] zonder nadere vergoeding aan [eiser] over te dragen;

- op zijn kosten een flyer met rectificatie te verspreiden op de plaatsen, waar de eerder volgens [eiser] misleidende flyer verspreid was, met een door [eiser] aangeleverde tekst;

- de bij de brief gevoegde onthoudingsverklaring te tekenen.

2.13.

Bij e-mail van 15 juni 2019 heeft [gedaagde 1] afwijzend op deze sommatie gereageerd.

2.14.

Op 20 juni 2019 heeft mr. Hamming namens [eiser] aan [gedaagde 2] een soortgelijke aangetekende brief gestuurd als de brief die hij op 7 juni 2019 aan [gedaagde 1] had gestuurd. [gedaagde 2] heeft niet inhoudelijk op deze brief gereageerd.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. [gedaagden 1 en 2] telkens op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per keer of per dag dat de overtreding voortduurt, met een maximum van € 100.000,00 per apart geformuleerde overtreding:

primair:

1. zal gebieden de litigieuze inbreukmakende teksten van de website van [website 1] binnen twee werkdagen na betekening van het in deze te wijzen

vonnis volledig te verwijderen en verwijderd te houden;

2. zal verbieden in de toekomst wederom (web)teksten of folderteksten van [eiser] te kopiëren;

3. zal gebieden het beheer van de domeinnaam [website 1] binnen twee werkdagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis over te dragen aan [eiser] , door het verschaffen aan [eiser] van een verhuiscode van de provider en door het verder beschikbaar stellen van de inloggegevens, te zenden naar [e-mailadres] en verder hen te gebieden te gehengen en gedogen dat voornoemde domeinnaam door [eiser] wordt geregistreerd op zijn naam;

4. zal gebieden binnen vier weken na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis een door de accountant gewaarmerkt overzicht aan [eiser] te verstrekken welke bestellingen [website 1] vanaf de aanvang bedrijf tot het moment dat de website is aangepast, dan wel aan [eiser] is overgedragen, heeft uitgevoerd en wat het daarmee door [website 1] behaalde voordeel is;

5. zal gebieden binnen vijf werkdagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis op zijn eigen kosten een qua lettertype, grootte en opmaak gelijksoortige flyer in de omgeving waar de vorige flyers van [website 2] bezorgd zijn, te (doen) bezorgen met enkel de tekst:

‘Rectificatie

De voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden heeft bij vonnis [datum] bepaald dat wij, [website 1] , het auteursrecht van de onderneming [website 2] hebben geschonden, door de teksten van een eerdere flyer van [website 2] ongewijzigd en zonder toestemming over te nemen en door daarbij ten onrechte en onrechtmatig de suggestie te wekken wat [website 2] was gewijzigd in

[website 1] . Derhalve zijn wij, [website 1] op grond

van onrechtmatige daad en schending van het auteursrecht veroordeeld

om deze rectificatie te publiceren.’

althans een door de voorzieningenrechter te formuleren tekst.

subsidiair

6. zal gebieden de huidige inbreukmakende teksten van de website van [website 1] binnen twee werkdagen na betekening van het in deze te wijzen

vonnis volledig te verwijderen en verwijderd te houden en voorts gedurende één maand daarna op de landingspagina [website 1] een op het eerste gezicht zichtbare en goed leesbare tekst te plaatsen die luidt als volgt:

‘Rectificatie

De voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden heeft bij vonnis [datum] bepaald dat wij, [website 1] , het auteursrecht van de onderneming [website 2] [hyperlink van deze website toevoegen door gedaagden] hebben geschonden, door de teksten van die website

[website 2] ongewijzigd en zonder toestemming over te nemen. Derhalve zijn wij op grond van onrechtmatige daad en schending van het auteursrecht veroordeeld om deze rectificatie gedurende drie maanden op onze website te publiceren.’

althans een door de voorzieningenrechter te formuleren tekst.

primair en subsidiair

II. [gedaagden 1 en 2] hoofdelijk zal veroordelen tot betaling aan [eiser] van € 5.000,00

(zegge: vijfduizend euro) aan immateriële schadevergoeding, voor opzettelijke en ondanks sommatie voortdurende schending van de auteursrechten van [eiser] , te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf datum vonnis

tot aan de dag der algehele voldoening.

III. [gedaagden 1 en 2] hoofdelijk zal veroordelen in de kosten van dit geding, te begroten volgens artikel 1019h van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis en (voor het geval voldoening niet binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis plaatsvindt) te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na dagtekening van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede met hoofdelijke veroordeling van [gedaagden 1 en 2] in de nakosten van € 131,00 dan wel, indien betekening van het in dezen te wijzen vonnis plaatsvindt van € 199,00.

3.2.

[eiser] heeft - zakelijk weergegeven - het volgende aan zijn vorderingen ten grondslag gelegd. [gedaagden 1 en 2] heeft inbreuk gemaakt op het auteursrecht van [eiser] door de teksten van [eiser] op zijn website [website 2] alsmede de compositie van deze website, waaronder kleurstelling en plaatsing van foto’s over te nemen op de website [website 1] . Ook heeft [gedaagden 1 en 2] inbreuk gemaakt op de auteursrechtelijk beschermde teksten van [eiser] op zijn flyer door deze te kopiëren in de flyer van [handelsnaam 2] . Hoewel [gedaagde 1] de eigenaar is van de eenmanszaak [handelsnaam 2] en van de website [website 1] kan ook [gedaagde 2] beschouwd worden als inbreukmaker, nu hij nauw betrokken is bij de eenmanszaak en verantwoordelijk is voor de inhoud van de website. [gedaagden 1 en 2] wil op onrechtmatige wijze verwarring zaaien en bewust schade toebrengen aan het bedrijf van [eiser] . Zo heeft [gedaagden 1 en 2] door middel van het briefje dat bij zijn flyer was gevoegd getracht met misleidende informatie klanten van de website [website 2] naar [website 1] te trekken. Dit alles is

onrechtmatig jegens [eiser] , die daardoor schade heeft geleden, althans dreigt te

leiden.

3.3.

[gedaagden 1 en 2] voert verweer met conclusie tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van [eiser] in de integrale proceskosten conform artikel 1019h Rv te vermeerderen met de nakosten.

3.4.

Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang van [eiser] volgt naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende uit zijn stellingen en is overigens ook niet betwist.

4.2.

Partijen verschillen allereerst van mening over de vraag of er een auteursrecht van [eiser] rust op diens website en flyer. De voorzieningenrechter stelt in dit verband voorop dat voor auteursrechtelijke bescherming is vereist dat het werk een eigen intellectuele schepping is van de auteur (HvJ EG 16 juli 2009, ECLI:EU:C:2009:465, Infopaq). De vorm mag niet ontleend zijn aan een ander werk en moet het resultaat zijn van scheppende menselijke arbeid en dus van creatieve keuzes en daarmee een voortbrengsel van de menselijke geest (HR 30 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2153). Het werkbegrip van de Auteurswet vindt zijn begrenzing waar het eigen, oorspronkelijk karakter enkel datgene betreft wat noodzakelijk is voor het verkrijgen van een technisch effect (HR 16 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU8940). Daarnaast vindt het werkbegrip zijn begrenzing waar het eigen, oorspronkelijke karakter enkel bepaald wordt door reeds bekende stijlelementen (HR 28 juni 1946, NJ 1946, 712). Beslissend is de situatie op het moment waarop het werk voor het eerst openbaar is gemaakt (HR 16 april 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2889).

4.3.

[gedaagden 1 en 2] heeft aangevoerd dat geen sprake is van auteursrecht van [eiser] op zijn website en zijn flyer, omdat deze zijn ontleend aan de website en flyer van de vof. Volgens hem maakt [eiser] daarom inbreuk op het auteursrecht van [gedaagde 2] c.q. de vof op de website en flyer van de vof. De voorzieningenrechter volgt [gedaagden 1 en 2] hierin niet, nu de teksten op de website en de flyer van de vof, zoals afgebeeld in r.o. 2.1 en 2.2 niet overeenkomen met de teksten op de website respectievelijk de flyer van [eiser] , zoals weergegeven in r.o. 2.5 en 2.7. Daar komt bij dat tussen partijen vaststaat dat op de foto's van de producten van Jotun die op de website en de flyer van de vof staan vermeld geen auteursrecht van [gedaagde 2] of de vof rust.

4.4.

Voorts heeft [gedaagden 1 en 2] in dit verband aangevoerd dat de teksten en de opmaak van de website van [eiser] vergelijkbaar zijn met de teksten en opmaak van andere websites die dezelfde producten verkopen. De teksten op de website van [eiser] zijn afkomstig van de importeur en worden door alle verkopers van dezelfde verf gebruikt. Zo is de tekst onder het kopje 'Toepassing' op de laatste webpagina die is afgebeeld in r.o. 2.5 identiek aan de tekst onder het kopje 'Toepassing' zoals die op de website [website 3] staat vermeld, aldus [gedaagden 1 en 2] [eiser] heeft ter zitting erkend dat de tekst onder het kopje 'Toepassing' niet door hem is bedacht maar afkomstig is van de importeur, maar daarbij aangetekend dat de overige teksten die staan afgebeeld in 2.5 wel door hemzelf zijn bedacht alsook de tekst op de flyer. Dit laatste is naar het oordeel van de voorzieningenrechter door [gedaagden 1 en 2] onvoldoende onderbouwd betwist. Deze door [eiser] zelf bedachte teksten zijn weliswaar van algemene aard, maar door de gemaakte keuzes in woordgebruik en rangschikking van de woorden voldoen zij aan de hiervoor weergegeven werktoets. Dit laatste geldt evenzeer voor de opmaak van de flyer. [eiser] heeft echter in het licht van de door [gedaagden 1 en 2] overgelegde webpagina's van andere websites die verf van Jotun verkopen niet aannemelijk gemaakt dat ook de opmaak van zijn website aan de werktoets voldoet. Daarvoor lijkt de opmaak teveel op de opmaak van de reeds bestaande websites. Er rust derhalve enkel een auteursrecht van [eiser] op de opmaak en de tekst op de flyer en op de hiervoor bedoelde teksten op de website van [eiser] .

4.5.

De voorzieningenrechter constateert dat de teksten op de flyer van [handelsnaam 2] grotendeels identiek zijn aan de teksten op de flyer van [eiser] en ook de opmaak van beide flyers grotendeels identiek is. De gelijkenis is zo groot dat voldoende aannemelijk is geworden dat de flyer van [handelsnaam 2] is ontleend aan de eerder verspreide flyer van [eiser] . Deze flyer maakt derhalve inbreuk op het auteursrecht van [eiser] op de opmaak en teksten van zijn flyer.

4.6.

Ook de teksten op de website [website 1] zijn nagenoeg identiek aan de hiervoor omschreven auteursrechtelijk beschermde teksten op de website van [eiser] . Nu bovendien in de codetekst van de website [website 1] hyperlinks staan die verwijzen naar de website van [eiser] is naar het oordeel van de voorzieningenrechter voorshands voldoende vast komen te staan dat de website [website 1] is ontleend aan de website van [eiser] . [gedaagde 2] heeft ter zitting ook erkend dat [website 1] is ontleend aan de website van [eiser] . Dit maakt dat met de website [website 1] inbreuk wordt gemaakt op het auteursrecht van [eiser] op de hiervoor bedoelde teksten van zijn website.

4.7.

[gedaagden 1 en 2] heeft onvoldoende bestreden dat zowel [gedaagde 1] als [gedaagde 2] aansprakelijk zijn voor deze auteursrechtinbreuken. De primaire vordering onder 1 is daarom jegens hen beiden toewijsbaar. [eiser] heeft ter onderbouwing van zijn vordering slechts drie webpagina's van de websites van beide partijen overgelegd. Hoewel aannemelijk is dat meer teksten op de website [website 1] zijn ontleend aan de teksten van de website van [eiser] , kan de veroordeling daar geen betrekking op hebben, omdat de voorzieningenrechter om een concrete veroordeling uit te kunnen spreken over die teksten dient te beschikken. Zonder die teksten, kan niet worden vastgesteld in hoeverre op die teksten op de website van [eiser] een auteursrecht rust en in hoeverre daarop inbreuk wordt gemaakt door de website [website 1] . Nu de voorzieningenrechter enkel beschikt over de teksten als bedoeld in r.o 2.5. wordt de veroordeling tot het verwijderen en verwijderd houden van de inbreukmakende teksten van de website [website 1] beperkt tot die teksten (met uitzondering van hetgeen bij de verf Jotun Visir Oljegrunning Klar onder het kopje 'Toepassing' staat vermeld).

4.8.

De primaire vordering onder 2 om [gedaagden 1 en 2] te verbieden in de toekomst wederom (web)teksten of folderteksten van [eiser] te kopiëren, is niet toewijsbaar. Thans kan namelijk nog niet beoordeeld worden of het kopiëren van die (web)teksten of folderteksten onrechtmatig is. Dat hangt (onder meer) af van de vraag of het gaat om (web)teksten of folderteksten waarop een auteursrecht van [eiser] rust en zo nee, of sprake is van slaafse nabootsing. Dit zijn vragen die nu nog niet kunnen worden beantwoord.

4.9.

Ook de primaire vordering onder 3 tot overdracht van de domeinnaam zal worden afgewezen. [eiser] heeft niet aannemelijk gemaakt welk belang hij heeft bij die vordering náást de toewijzing van de vordering om de inbreuk die met deze website wordt gemaakt op zijn auteursrecht te staken. Bovendien wordt met de domeinnaam geen inbreuk gemaakt op een (handelsnaam)recht van [eiser] en heeft [eiser] niet aannemelijk gemaakt dat de website is opgezet met als enige doel om hem te schaden. Het voert daarom te ver om [gedaagden 1 en 2] vanwege de inbreuk die met de website wordt gemaakt op het auteursrecht van [eiser] op de teksten op zijn website te gebieden de domeinnaam en daarmee de website over te dragen.

4.10.

De subsidiaire vordering tot plaatsing van een rectificatie op de landingspagina is wel toewijsbaar. Deze vordering is niet ongebruikelijk ingeval van schending van een auteursrecht en vindt zijn wettelijke grondslag in artikel 28 lid 10 Auteurswet. [eiser] heeft belang bij en recht op een rectificatie om potentiële klanten ervan op de hoogte te stellen dat de website [website 1] inbreuk maakt op zijn auteursrechten. Wel zal de gevorderde tekst van de rectificatie worden aangepast. In de gevorderde tekst staat ten onrechte vermeld dat [gedaagden 1 en 2] zou zijn veroordeeld om de tekst gedurende drie maanden op de website te publiceren. Er is enkel gevorderd om de tekst gedurende een maand op de landingspagina te publiceren en meer kan daarom niet worden toegewezen. Ook wordt gevorderd dat er hyperlinks naar de website van [eiser] in de tekst moeten worden opgenomen, terwijl daarvoor een grondslag ontbreekt.

4.11.

Het primair onder 4 gevorderde overzicht van bestellingen en winst is eveneens toewijsbaar, zij het zonder de gevorderde waarmerking door een accountant. [eiser] heeft voldoende belang bij dit overzicht, nu niet valt uit te sluiten dat hij winst heeft gederfd door het inbreukmakende handelen van [gedaagden 1 en 2] Hierbij speelt een rol dat voldoende aannemelijk is geworden dat het briefje dat [gedaagden 1 en 2] had gevoegd bij de flyer die hij in mei 2019 in [plaatsaanduiding] heeft verspreid, bedoeld was om eventuele klanten van [eiser] die de eerdere flyer van [eiser] hadden ontvangen te misleiden tot het doen van aankopen bij de website van [gedaagden 1 en 2] in plaats van bij de website van [eiser] . [gedaagden 1 en 2] heeft namelijk tegenover de betwisting door [eiser] niet aannemelijk gemaakt dat het briefje zag op het herstel van onjuistheden in een eerdere flyer van [handelsnaam 2] . [gedaagde 2] heeft ter zitting namelijk desgevraagd verklaard dat er eerst door [gedaagden 1 en 2] bij enkele adressen een foutieve flyer is verspreid en dat vervolgens in de hele wijk de in het geding zijnde flyer met bedoeld briefje is bezorgd. Hieruit volgt dat heel veel mensen de flyer met het briefje hebben ontvangen zonder eerst de beweerdelijk foutieve flyer te hebben ontvangen.

4.12.

De tevens gevorderde "waarmerking" van de opgave door een accountant vormt een opdracht voor het geven van een vorm van assurance door een accountant. In navolging van het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 december 2016 (ECLI:NL:GHARL:2016:10382) overweegt de voorzieningenrechter dat een accountant, zeker als die accountant niet de huisaccountant is van degene die opgave dient te doen, die assurance niet kan geven. Toewijzing van het gevorderde leidt derhalve gemakkelijk tot executieproblemen. Een minder verstrekkende opdracht tot het maken van een “rapport van feitelijke bevindingen”, biedt naar het oordeel van de voorzieningenrechter [eiser] geen extra zekerheid ten aanzien van de juistheid van de opgave, omdat de accountant daarin kennelijk volgens zijn gedragsregels geen conclusies mag trekken. De accountant kan niet verklaren dat de opgave een getrouwe weergave van de werkelijkheid vormt en/of dat er geen aanwijzingen zijn dat de opgave onjuist of onvolledig is. Gelet op de beperkte zekerheid die een rapport van feitelijke bevindingen [eiser] zal bieden naast de op te leggen dwangsom, rechtvaardigt dat niet de aanzienlijke kosten die daarmee gemoeid zijn, althans heeft [eiser] zulks niet inzichtelijk gemaakt. Om die reden zal de voorzieningenrechter de gevorderde waarmerking door een accountant niet toewijzen.

4.13.

De primair onder 5 gevorderde rectificatie in de vorm van een flyer is wel toewijsbaar. De opmaak van de flyer kan echter, anders dan gevorderd, niet gelijksoortig zijn aan die van de eerder verspreide flyer, nu die flyer naast tekst ook veel afbeeldingen bevatte, terwijl de rectificatie-flyer enkel uit tekst zal bestaan. Omdat onduidelijk is waar de vorige flyer van [eiser] precies is verspreid, zal de voorzieningenrechter voorts ter voorkoming van executieproblemen in plaats van de gevorderde bezorging van de flyer in de "omgeving waar de vorige flyers van [website 2] bezorgd zijn" bepalen dat de flyer dient te worden bezorgd bij alle woningen in alle straten van de wijk [plaatsaanduiding] .

4.14.

De primair onder 6 gevorderde immateriële schadevergoeding zal worden afgewezen, nu [eiser] zijn stelling dat [gedaagden 1 en 2] het oogmerk had hem immateriële schade toe te brengen en dat [gedaagden 1 en 2] hem in zijn eer en goede naam heeft aangetast, onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Bovendien kan deze vordering niet los worden gezien van het conflict tussen [gedaagde 2] enerzijds en [eiser] en [A] anderzijds, een conflict waarin geen van partijen zich onbetuigd heeft gelaten. Uit het verhandelde ter zitting is voldoende gebleken dat de onrechtmatige handelingen van [gedaagden 1 en 2] een reactie zijn op handelingen van [eiser] en [A] jegens [gedaagde 2] , die ook niet in alle opzichten door de beugel konden. Dit is geen rechtvaardiging voor het gedrag van [gedaagden 1 en 2] , maar gelet op de omstandigheden is niet voldaan aan de wettelijke vereisten voor toepassing van artikel

6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

4.15.

De gevorderde dwangsom acht de voorzieningenrechter wel toewijsbaar, zij het dat deze zal worden gematigd tot € 500,- per dag per afzonderlijke veroordeling en zal worden gemaximeerd tot € 10.000,- per afzonderlijke veroordeling. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter vormt dit voldoende prikkel tot nakoming.

4.16.

Als de in het ongelijk te stellen partij zal [gedaagden 1 en 2] in de kosten van de procedure worden veroordeeld. [eiser] vordert ex artikel 1019h Rv een vergoeding van de volledige kosten van de procedure. Ten aanzien van deze kosten geldt dat de gevorderde kosten zo tijdig opgegeven en gespecificeerd dienen te worden dat de wederpartij zich daartegen naar behoren kan verweren (HR 30 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2153, Endstra tapes). [eiser] stelt niet welk bedrag hij vordert (en heeft in het verlengde daarvan ook niets gespecificeerd). Uit punt 7a van de IE-Indicatietarieven volgt dat indien de proceskosten niet zijn onderbouwd ten hoogste het liquidatietarief wordt toegewezen. De voorzieningenrechter zal de proceskosten gelet op het voorgaande toewijzen conform het liquidatietarief. Met inachtneming van het voorgaande worden de proceskosten aan de zijde van [eiser] vastgesteld op:

dagvaarding € 163,66

griffierecht € 297,00

salaris advocaat € 980,00

totaal € 1.440,66

4.17.

De gevorderde nakosten en wettelijke rente over de proceskosten zijn als onbetwist toewijsbaar op de wijze als in het dictum weer te geven. Voor wat betreft de nakosten zal slechts het gevorderde bedrag worden toegewezen, ook al gelden sinds

1 mei 2018 hogere tarieven.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

gebiedt [gedaagden 1 en 2] de volgende inbreukmakende teksten binnen twee werkdagen na betekening van dit vonnis volledig van de website van [website 1] te verwijderen en verwijderd te houden:

"Jotun Visir Oljegrunning Klar is een kleurloze grondverf voor buitenhout dat onbehandeld is. Het is waterbestendig en van de beste kwaliteit. Als je het houtwerk wilt schilderen met Jotun demidekk-ultimate-tackfarg of Jotun Demidekk Ultimate Helmatt, dan is dit de basis die je nodig hebt. Jotun Visir Oljegrunning Klar als basis geeft een ondergrond die zorgt voor een goede hechting en biedt extra bescherming tegen schimmel en houtrot.

Het wordt aanbevolen om onbehandeld houtwerk te gronden, omdat je daardoor een beter resultaat en een betere duurzaamheid van de afgewerkte resultaten krijgt."

"Jotun Demidekk Ultimate Täckfärg is een van de beste producten op waterbasis voor de bescherming van hout. Het is een zijdeglanzende dekkende beits voor buiten en is gemakkelijk aan te brengen met roller en/of kwast.

Jotun is een Noors bedrijf dat sinds 1972 huizen en houtwerk in Scandinavië onderhoudt. Het veranderlijke Scandinavische klimaat stelt hoge eisen aan buitenverf. Jotun heeft 40 jaar onderzoek en ervaring gestoken in de ontwikkeling van Demidekk Ultimate. De bindmiddelen van het product in combinatie met een hoog pigmentgehalte bieden een goede bescherming tegen zonlicht, een goede weersbestendigheid en een uitstekende kleur- en glansstabiliteit. Hierdoor is een onderhoudsinterval van 10-12 jaar geen uitzondering.

Het geavanceerde watergedragen systeem en de uitzonderlijk lage VOC-classificatie -een van de laagste van alle verf die momenteel op de markt verkrijgbaar is- betekent dat de impact op het milieu minimaal is, zowel onmiddellijk als op de lange termijn. De ultra lage VOC-classificatie maakt Jotun Demidekk Ultimate ook een van de veiligste verven die er zijn; luchtkwaliteit wordt behouden en incidenten van oog- en ademhalingsirritatie, veroorzaakt door blootstelling aan dampen, is vrijwel nihil."

"Jotun Demidekk Ultimate Helmatt is een van de beste producten op waterbasis voor de bescherming van hout. Het is een extra matte dekkende beits voor buiten en is gemakkelijk aan te brengen met roller en/of kwast.

Jotun is een Noors bedrijf dat sinds 1972 huizen en houtwerk in Scandinavië onderhoudt. Het veranderlijke Scandinavische klimaat stelt hoge eisen aan buitenverf. Jotun heeft 40 jaar onderzoek en ervaring gestoken in de ontwikkeling van Demidekk Ultimate. De bindmiddelen van het product in combinatie met een hoog pigmentgehalte bieden een goede bescherming tegen zonlicht, een goede weersbestendigheid en een uitstekende kleur- en glansstabiliteit. Hierdoor is een onderhoudsinterval van 10-12 jaar geen uitzondering.

Het geavanceerde watergedragen systeem en de uitzonderlijk lage VOC-classificatie -een van de laagste van alle verf die momenteel op de markt verkrijgbaar is- betekent dat de impact op het milieu minimaal is, zowel onmiddellijk als op de lange termijn. De ultra lage VOC-classificatie maakt Jotun Demidekk Ultimate ook een van de veiligste verven die er zijn; luchtkwaliteit wordt behouden en incidenten van oog- en ademhalingsirritatie, veroorzaakt door blootstelling aan dampen, is vrijwel nihil.

Meer informatie over de zijdeglans versie zie Jotun Demidekk of Ultimate Helmatt

Bijna alle kleuren kunnen gemengd worden. Staat jouw kleur er niet tussen, geef dan de kleur door in het veld ‘Kleurnummer’. Weet je het kleurnummer niet? Dan kun je een kleursample opsturen zodat deze door ons gemeten en gemengd kan worden."

5.2.

gebiedt [gedaagden 1 en 2] om binnen vier weken na betekening van dit vonnis een overzicht aan [eiser] te verstrekken van welke bestellingen [website 1] vanaf de aanvang van [handelsnaam 2] tot het moment dat de website is aangepast heeft uitgevoerd en wat het daarmee door [handelsnaam 2] behaalde voordeel is;

5.3.

gebiedt [gedaagden 1 en 2] om binnen vijf werkdagen na betekening van dit vonnis op zijn eigen kosten een qua lettertype en grootte gelijksoortige flyer als de flyer die in mei 2019 door [handelsnaam 2] is verspreid bij alle woningen in alle straten van de [plaatsaanduiding] te (doen) bezorgen met enkel de tekst:

" Rectificatie

De voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, heeft bij vonnis van 31 juli 2019 bepaald dat wij, [website 1] , het auteursrecht van de onderneming [website 2] hebben geschonden, door de teksten van een eerdere flyer van [website 2] ongewijzigd en zonder toestemming over te nemen en door daarbij ten onrechte en onrechtmatig de suggestie te wekken dat [website 2] was gewijzigd in [website 1] . Derhalve zijn wij, [website 1] op grond van onrechtmatige daad en schending van het auteursrecht veroordeeld om deze rectificatie te publiceren."

5.4.

gebiedt [gedaagden 1 en 2] om met ingang van de derde dag na betekening van het vonnis gedurende één maand op de landingspagina [website 1] een op het eerste gezicht zichtbare en goed leesbare tekst te plaatsen die luidt als volgt:

" Rectificatie

De voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, heeft bij vonnis van 31 juli 2019 bepaald dat wij, [website 1] , het auteursrecht van de onderneming [website 2] hebben geschonden, door teksten van die website [website 2] ongewijzigd en zonder toestemming over te nemen. Derhalve zijn wij op grond van onrechtmatige daad en schending van het auteursrecht veroordeeld om deze rectificatie gedurende een maand op onze website te publiceren."

5.5.

veroordeelt [gedaagden 1 en 2] om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 500,- per afzonderlijke veroordeling voor iedere dag dat hij in gebreke blijft aan het onder 5.1, 5.2, 5.3 en 5.4 bepaalde te voldoen, tot per afzonderlijke veroordeling een maximum van € 10.000,- is bereikt;

5.6.

veroordeelt [gedaagden 1 en 2] hoofdelijk, in die zin dat als de één betaalt de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten aan de zijde van [eiser] tot op heden vastgesteld op € 1.440,66, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

5.7.

veroordeelt [gedaagden 1 en 2] hoofdelijk, in die zin dat als de één betaalt de ander zal zijn bevrijd, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagden 1 en 2] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat;

5.8.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.9.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Telman en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2019.

fn: 445