Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2019:3200

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
17-07-2019
Datum publicatie
19-07-2019
Zaaknummer
LEE 19-453
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verleende geluidsontheffing festival 2018. Onjuiste modellering en onjuist referentiepunt van een woning. Muziekspectrum van het festival is worst-case te beschouwen als ultra-bas. Samenhang tussen dB(A) en dB(C). Onduldbare geluidshinder. Beleidsregel geluid is voor wat betreft de daarin opgenomen geluidsnormen in dB(C) onvoldoende gemotiveerd. De daarop gebaseerde geluidsontheffing ook. Redactie van het voorschrift voor wat betreft het affilteren is onjuist. Herroeping van het primaire besluit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Bestuursrecht

locatie Groningen

zaaknummers: LEE 19/453

uitspraak van de meervoudige kamer van 17 juli 2019 in de zaken tussen

1. [eiseres]!gevestigd te [plaats], eiseres sub 1,

2. [eiseres]te [plaats], eiseres sub 2,

hierna gezamenlijk te noemen: eisers,

(gemachtigde: mr. drs. Th.C. van Gelder),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden, verweerder,

(gemachtigde: S. Spoelstra).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: de Stichting Welcome to the Village, gevestigd te Leeuwarden, derde-belang-hebbende,

(gemachtigde: mr. I. van der Meer).

Procesverloop

Bij besluit van 22 juni 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder aan derde-belanghebbende een geluidsontheffing onder voorschriften verleend voor het houden van het evenement “Welcome to the Village” (hierna: het evenement) op de locatie, plaatselijk bekend als De Groene Ster te Leeuwarden, van 19 juli tot en met 22 juli 2018, inclusief soundcheck op 18 juli 2018 tussen 09.00 – 19.00 uur.

Bij besluit van 18 december 2018 (het bestreden besluit), verzonden op 20 december 2018, heeft verweerder het bezwaarschrift van eisers ongegrond verklaard en het primaire besluit van 22 juni 2018 onder een aanvullende motivering gehandhaafd.

Tegen het bestreden besluit hebben eisers beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB) heeft een deskundigenbericht uitgebracht, gedateerd 16 april 2019. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. Bij brief van 14 mei 2019 heeft de StAB aanvullend gereageerd.

Het beroep is gelijktijdig met het beroep LEE 19/394 behandeld op de zitting van 28 mei 2019.

Eisers zijn vertegenwoordigd door hun gemachtigde en A.H.F. van Daelen.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, D. Kroese en

G. Lassche

Derde-belanghebbende is vertegenwoordigd door N. Bosch, bijgestaan door haar gemachtigde en M.G.M. van Kesteren, werkzaam bij DGMR.

Voor het doen van uitspraak is deze zaak weer gesplitst van de zaak met het procedure-nummer LEE 19/394.

Overwegingen

Feiten en omstandigheden

1. Bij haar oordeelsvorming betrekt de rechtbank de navolgende feiten en omstandigheden.

1.1.

Op 28 juni 2017 heeft de Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (hierna: de FUMO) de rapportage “Gevelgeluidweringsmetingen woningen nabij Groene Ster Leeuwarden” opgesteld.

1.2.

Bij besluit van 2 januari 2018 heeft de raad van de gemeente Leeuwarden (hierna: de raad) de Tijdelijke evenementenregeling Leeuwarden 2018 (de Tijdelijke evenementenregeling) van toepassing verklaard op het hele grondgebied van de gemeente Leeuwarden.

1.3.

Op 6 maart 2018 heeft derde-belanghebbende een aanvraag om evenementenvergunning voor het evenement in het recreatiegebied De Groene Ster te Leeuwarden bij de burgemeester van de gemeente Leeuwarden (hierna: de burgemeester) ingediend.

Op 6 maart 2018 heeft derde-belanghebbende een aanvraag om geluidsontheffing voor het evenement in het recreatiegebied De Groene Ster te Leeuwarden bij verweerder ingediend.

Op 6 maart 2018 heeft derde-belanghebbende een aanvraag om een ontheffing van het verbod om te liggen of te slapen op openbare plaatsen tijdens het evenement in het recreatiegebied De Groene Ster te Leeuwarden bij verweerder ingediend.

1.4.

Op 7 maart 2018 is de definitieve kaderstelling “Meerdaagse festivals in de Groene Ster 2018” (hierna: de kaderstelling) door de gemeente Leeuwarden opgesteld.

1.5.

Op 27 maart 2018, aangevuld op 20 juni 2018 met een draaiboek, heeft derde-belanghebbende een aanvraag om tijdelijke omgevingsvergunning voor het organiseren van het vierdaagse evenement op de locatie, plaatselijk bekend als de Groene Ster te Leeuwarden, bij verweerder ingediend.

De aanvraag om omgevingsvergunning heeft betrekking op de navolgende activiteit:

- handelen in strijd met regels van ruimtelijke ordening.

1.6.

De burgemeester heeft op 23 april 2018 de “Nadere regels evenementen Leeuwarden” (hierna: de nadere regels evenementen) vastgesteld.

1.7.

Verweerder heeft bij besluit van 24 april 2018 de “Beleidsregel geluid 2018, evenementen in de open lucht” (hierna: de Beleidsregel geluid) vastgesteld.

1.8.

Op 9 mei 2018 heeft DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. (hierna: DGMR) een definitieve onderzoeksrapportage “geluid evenementen De Groene Ster 2018” opgesteld.

1.9.

Op 16 mei 2018 heeft de Antea Group een memo “beoordeling van het aspect stikstofdepositie, evenementen recreatiegebied De Groene Ster” opgesteld.

1.10.

Op 17 mei 2018 heeft Altenburg & Wymenga een definitieve onderzoeksrapportage “Ecologische beoordeling van vier meerdaagse evenementen in 2018 in de Groene Ster te Leeuwarden” opgesteld.

1.11.

Op 8 juni 2018 heeft DGMR een rapportage “akoestisch onderzoek Welcome to the Village, terrein De Groene Ster Leeuwarden” opgesteld.

1.12.

De gemeente Leeuwarden heeft een ruimtelijke onderbouwing “Evenementen De Groene Ster 2018” (hierna: de ruimtelijke onderbouwing) opgesteld.

1.13.

Verweerder heeft de aanvraag om omgevingsvergunning, een concept van de omgevingsvergunning en een concept van de ruimtelijke onderbouwing, alsmede een aantal bijlagen voor het evenement, ter inzage gelegd in de periode van 14 juni tot en met 20 juni 2018.

1.14.

Naar aanleiding van voormelde terinzagelegging heeft verzoekster bij brief van 19 juni 2018 een zienswijze bij verweerder ingediend.

1.15.

Op 20 juni 2018 heeft derde-belanghebbende het draaiboek “Welcome to the Village 2018” opgesteld en bij verweerders ingediend.

1.16.

Verweerder heeft een reactie- en antwoordnota zienswijzen opgesteld.

1.17.

Bij (afzonderlijk) besluit van 22 juni 2018 heeft de burgemeester aan derde-belanghebbende een evenementenvergunning onder voorschriften verleend voor het houden van het evenement “Welcome to the Village” (hierna: het evenement) op de locatie plaatselijk bekend als de Groene Ster te Leeuwarden. De evenementenvergunning is geldig voor de volgende periode:

- opbouw: 11 juli tot en met 15 juli 2018 (dagelijks van 07.00 – 21.00 uur);

16 juli tot en met 19 juli 2018 (dagelijks van 07.00 – 24.00 uur);

- evenement: 19 juli tot en met 22 juli 2018;

- afbouw: 22 juli 2018 (21.00 – 02.00 uur);

23 juli 2018 (07.00 – 24.00 uur);

24 juli, 25 juli en 26 juli 2018 (07.00 – 21.00 uur);

27 juli 2018 (07.00 – 13.00 uur).

1.18.

Bij (afzonderlijk) primair besluit van 22 juni 2018 heeft verweerder aan derde-belanghebbende een geluidsontheffing onder voorschriften verleend voor het houden van het evenement op de locatie, plaatselijk bekend als de Groene Ster te Leeuwarden, van 19 juli tot en met 22 juli 2018, inclusief soundcheck op 18 juli 2018 tussen 09.00 – 19.00 uur.

1.19.

Bij (afzonderlijk) besluit van 22 juni 2018 heeft verweerder aan derde- belanghebbende een ontheffing verleend van het verbod om te liggen of te slapen op openbare plaatsen tijdens het evenement op de locatie plaatselijk bekend als de Groene Ster te Leeuwarden van 13 juli tot en met 23 juli 2018.

1.20.

Bij besluit van 4 juli 2018 heeft verweerder aan derde-belanghebbende een tijdelijke omgevingsvergunning verleend ten behoeve van:

- het organiseren van het vierdaagse evenement “Welcome to the Village” gedurende de periode van 19 juli tot en met 22 juli 2018 op de locatie plaatselijk bekend als de Groene Ster te Leeuwarden;

- het opbouwen van de evenementenlocatie in de periode van 11 juli tot en met 19 juli 2018 (inclusief de opbouw en het gebruik DORP van 13 juli tot en met 19 juli 2018);

- het afbouwen van de evenementenlocatie in de periode van 22 juli tot en met 27 juli 2018;

- het plaatsen van vergunningsvrije tijdelijke bouwwerken ten behoeve van het festival (onder meer podia, tenten en sanitaire voorzieningen);

- het kamperen door de crew in de periode van 13 juli 09.00 uur tot 23 juli 2018 tot 12.00 uur;

- het kamperen door festivalbezoekers in de periode van 19 juli vanaf 13.00 uur tot 23 juli 2018 tot 12.00 uur.

1.21.

Tegen de (afzonderlijke) primaire besluiten hebben eisers bij brief van (datum) een bezwaarschrift bij verweerder ingediend. Tevens hebben eisers de voorzieningenrechter bij brief van 9 juli 2018 verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Deze verzoeken om voorlopige voorziening zijn bij de rechtbank geregistreerd onder de procedurenummers LEE 18/1917, 18/1974, 18/1975 en 18/2003.

1.22.

Bij uitspraak van 17 juli 2018 heeft de voorzieningenrechter de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen.

1.23.

Eisers hebben het bezwaarschrift mondeling toegelicht op een hoorzitting van

16 oktober 2018 van de adviescommissie bezwaarschriften, algemene kamer, van de gemeente Leeuwarden (hierna: de commissie). Een verslag van deze hoorzitting bevindt zich onder de gedingstukken.

1.24.

De commissie heeft verweerder met betrekking tot de aan derde-belanghebbende verleende geluidsontheffing bij brief van 14 november 2018 geadviseerd om het bezwaarschrift van eisers ongegrond te verklaren en het primaire besluit van 22 juni 2018 onder een aanvullende motivering te handhaven.

1.25.

Onder overneming van het advies van de commissie heeft verweerder met het bestreden besluit het bezwaarschrift van eisers ongegrond verklaard en het primaire besluit van 22 juni 2018 onder een aanvullende motivering gehandhaafd.

Toepasselijke regelgeving

2. Ingevolge artikel 1:4, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Leeuwarden (APV) kunnen aan een vergunning of ontheffing voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

Ingevolge artikel 1:8 van de APV kan de vergunning of ontheffing door het daartoe bevoegde gezag worden geweigerd in het belang van:

a. de openbare orde;

b. de openbare veiligheid;

c. de volksgezondheid;

d. de bescherming van het milieu.

Ingevolge artikel 4:6, eerste lid, van de APV is het verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. Onder hinder in de zin van dit artikel wordt in ieder geval verstaan elektrisch versterkte muziek afkomstig van een evenement.

Ingevolge artikel 4:6, tweede lid, van de APV kan het college van het verbod ontheffing verlenen.

Ingevolge artikel 4:6, derde lid, van de APV geldt het verbod niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wom, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening.

2.1.

Op 23 april 2018 heeft verweerder sub 2 de Beleidsregel geluid vastgesteld.

Het doel van de Beleidsregel geluid is:

- een eenduidig normenstelsel bieden voor de sturing van het geluid bij evenementen in de open lucht;

- transparantie, het is een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur dat burgers, bedrijven en instellingen inzicht krijgen welke regels voor bepaalde activiteiten van toepassing zijn. In deze beleidsregel gaat dat specifiek over geluid bij het organiseren van evenementen in de open lucht;

- een balans te vinden tussen enerzijds evenementen en anderzijds de omwonenden en zo een positieve bijdrage te leveren aan het woon-, werk- en leefklimaat in de gemeente.

In paragraaf 4.2 van de Beleidsregel geluid is met betrekking tot tijden voor het produceren van geluid bij evenementen, onder meer het volgende aangegeven.

Begintijden

Een geluidsontheffing kan worden verleend vanaf 7:00 uur. Vanaf dit tijdstip begint de dagperiode, mag er meer geluid worden geproduceerd en is slaapverstoring geen beoordelingsaspect. Hiermee wordt aangesloten bij de uitgangspunten van de Wet milieubeheer (Wm).

Eindtijden

Op zondag tot en met donderdag kan een geluidsontheffing worden verleend tot 23:00 uur. Op vrijdagen, zaterdagen en dagen gevolgd door een officiële feestdag kan een geluidsontheffing worden verleend tot 24:00 uur.

Hierbij geldt dat:

- van oudsher voor dorpsfeesten op vrijdagen, zaterdagen en dagen gevolgd door een officiële feestdag een geluidsontheffing kan worden verleend tot 2:00 uur en de overige dagen tot 24:00 uur;

- voor evenementen in De Groene Ster op vrijdagen, zaterdagen en dagen gevolgd door een officiële feestdag een geluidsontheffing kan worden verleend tot 1:00 uur. De overige dagen is de eindtijd 23:00 uur.

Met de eindtijd van 1:00 uur wordt aangesloten bij de uitgangspunten van de Nota Limburg die voor dagen waarop een vrije dag volgt het tijdstip waarop de normstelling voor de nachtperiode ingaat, met één of twee uur wordt verschoven naar respectievelijk 24:00 en 1:00 uur. Uit onderzoek blijkt dat dit ook de dagen zijn waarop mensen vaak later naar bed gaan. Met deze eindtijd wordt tegemoet gekomen aan de maatschappelijke behoefte om in de weekenden tot een later tijdstip dan 23:00 uur, geluid bij evenementen ten gehore te brengen. Doordat de dagen met een eindtijd tot 1:00 uur beperkt zijn tot de weekenden en dagen gevolgd door een officiële feestdag, vindt verweerder de overlast die dit met zich kan brengen acceptabel.

- op basis van de Zondagswet voor een zondag en met de zondag gelijkgestelde dagen een geluidsontheffing kan worden verleend vanaf 13:00 uur.

Standaard rustperiode geluid

Bij evenementen die daags na elkaar op dezelfde locatie plaatsvinden, moet er tussen de eindtijd en de begintijd minimaal acht uren zitten. Dit is een aaneengesloten rustperiode. Dit betekent dat bij een eindtijd van 23:00 uur op de volgende dag een begintijd van 7:00 uur mogelijk is. Is de eindtijd 1:00 uur dan is een begintijd de aansluitende ochtend van 9:00 uur mogelijk.

Ontheffing rond tijden van het geluid bij een meerdaags evenement in De Groene Ster

Een geluidsontheffing voor een meerdaags evenement in De Groene Ster wordt verleend binnen de volgende normen:

- de geluidsontheffing kan voor maximaal vijf dagen worden verleend;

- de periode tussen de verlening van elkaar opvolgende geluidsontheffingen moet minimaal twee weekenden zonder geluid bevatten;

- de geluidsontheffing kan worden verleend na de reguliere eindtijd van 23:00 of 1:00 uur;

- op zondag wordt de geluidsontheffing tot uiterlijk 23:00 uur verleend;

- in de nachtperiode op de maandag tot en met donderdag geldt een standaard aaneengesloten rustperiode van negen uren. Deze aaneengesloten rustperiode bedraagt voor de nacht van vrijdag op zaterdag minimaal acht uren; voor de nacht van zaterdag op zondag minimaal twaalf uren. Gedurende deze rustperiode is het lagere geluidsniveau van kracht, zoals beschreven onder 4.3 Geluidsnormen.

Bij meerdaagse evenementen in De Groene Ster stelt verweerder geen limiet aan de eindtijd en kan het evenement met een lagere geluidsnorm (achtergrondmuziek) doorgaan. Aangezien geen slaapverstoring optreedt, worden deze uren als rustperiode beschouwd. De meerdaagse evenementen in De Groene Ster hebben een dag-/avond- en nachtprogrammering en passen qua aard en omvang niet altijd in het strakke regiem van een volledig verbod op versterkte muziek om 23:00 of 1:00 uur. Om met de regelgeving aangaande de tijden en geluids-normeringen om te gaan en te zoeken naar creatieve oplossingen, zoals een silent disco of een 100-volt systeem, wordt de ruimte geboden om voor de nachtperiode aan te sluiten bij de nachtnormen uit de Nota Limburg. Op deze manier wil verweerder onderzoeken hoe voor zowel de evenementenorganisatoren als de omwonenden een algemeen aanvaardbare modus kan worden gevonden ten aanzien van het hinderaspect.

Meerdaagse evenementen in De Groene Ster moeten op een zondag om 23:00 uur eindigen. Dit omdat uit meldingen over geluidsoverlast over De Groene Ster is gebleken dat de verwachting van omwonenden is dat het muziekgeluid bij een meerdaags evenement op een zondag stopt. Dat het op maandag doorgaat, wordt vaak als zeer hinderlijk ervaren, ook omdat men dan vaak weer aan het werk moet.`

In paragraaf 4.3 van de Beleidsregel geluid is met betrekking tot geluidsnormen onder meer het volgende aangegeven.

Voor de geluidsnormen hanteert verweerder de volgende uitgangspunten.

Op de gevel van gevoelige gebouwen

Voor de dag- en avondperiode is een maximaal geluidsniveau van 75dB(A) en 95 dB(C) toegestaan.

Voor de nachtperiode is een maximaal geluidsniveau van 45 dB(A) en 70dB(C) toegestaan.

Front of house

Er is een maximaal geluidsniveau van 103 dB(A) toegestaan.

Er is een maximaal geluidsniveau van 113 dB(C) toegestaan.

Hierbij geldt dat:

- voor de binnenstedelijk gebieden, als ook in de dorpen, een maximaal geluidsniveau wordt toegestaan van 85 dB(A). Door de ligging van geluidgevoelige gebouwen dicht bij de podia is het hanteren van de norm van 75 dB(A) vaak onvoldoende om het evenement doorgang te laten vinden. Daarom is in deze gebieden een extra ruimte van maximaal 10 dB(A) toegestaan. Deze verruiming van 10 dB(A) vindt verweerder toelaatbaar omdat de evenementen beperkt zijn in aantal (12 dagen-regeling), beperkt zijn in tijd (niet voortduren in de nachtperiode) en een belangrijke

functie hebben voor de stad/omgeving.

Daarnaast blijft de normstelling van 95 dB(C) onverkort van kracht en dienen deze evenementen gebruik te maken van de beste beschikbare technieken (BBT) om geluidshinder zoveel als mogelijk te beperken;

- geluid afkomstig van op- en afbouwwerkzaamheden ten behoeve van evenementen wordt beoordeeld overeenkomstig het ‘Bouwbesluit 2012’ en de ‘Beleidsregel geluidhinder bij bouw en sloopwerkzaamheden en overige tijdelijke werkzaamheden gemeente Leeuwarden 2014’. Geluid afkomstig van overige toestellen, zoals

aggregaten, wordt beoordeeld overeenkomstig het Activiteitenbesluit milieubeheer.

Geluidsnorm bij (meerdaagse) evenementen in De Groene Ster

Dag- en avondperiode

Maximaal 70 dB(A) en 95 dB(C) op de gevel van gevoelige gebouwen (woningen).

Nachtperiode

Maximaal 45 dB(A) en 70 dB(C) op de gevel van gevoelige gebouwen (woningen).

Front of house

Er is een maximaal geluidsniveau van 103 dB(A) toegestaan.

Er is een maximaal geluidsniveau van 113 dB(C) toegestaan.

Hierbij geldt dat:

- per evenement de organisator met een akoestisch onderzoek moet aantonen welk spectrum het uitgangspunt is en welke frequentieband maatgevend is. Op basis van de meetgegevens van de in de afgelopen jaren gehouden evenementen en rekening houdend met de gevelwering per woning en uitgaande van het voorkomen van

spraakverstoring in de woning komt verweerder tot de bovenstaande maximale normwaarden;

- geluidsmetingen worden uitgevoerd conform het meetprotocol beschreven in bijlage 2: Meetprotocol voor geluidsmetingen evenementen gemeente Leeuwarden.

Toelichting

dB(A) normering

Voor de dag- en avondperiode geldt het uitgangspunt van spraakverstaanbaarheid. Rekening houdende met gemiddelde gevelisolaties van 20 a 25 dB, mag worden uitgegaan van een gevelbelasting van maximaal 70 a 75 dB(A), om een binnenniveau in de omliggende woningen te kunnen garanderen van maximaal 50 dB(A), volgens de Nota Limburg de grens van onduldbare hinder.

Bij meerdaagse evenementen in De Groene Ster mag in de nachtperiode (versterkt) geluid gemaakt worden. Hierbij mag in de omliggende woningen een geluidsniveau optreden waarbij ‘geen slaapverstoring’ optreedt. Rekening houdend met een gevelisolatie van 15 tot 20 dB, betekend dit voor de gevelwaarden: 45 dB(A).

Wij sluiten aan bij het Tweede Convenant preventie gehoorschade en beperken het toegestane bronniveau tot maximaal 103 dB(A) front of house.

dB(C) normering

Met de norm van 95 dB(C) wijken wij met 3 dB naar boven toe af, als je kijkt naar de uitspraak van de Raad van State tegen de evenementenregeling in het bestemmingsplan Kardinge waarin een niveau van 92 dB(C) wordt gehanteerd welke de rechtbank niet onaanvaardbaar acht.

Metingen in de binnenstad hebben aangetoond dat een niveau van 95 dB(C) nodig is om een evenement tot haar recht te laten komen. Dit is vanuit praktisch uitvoerbaarheid van beleid wenselijk. In combinatie met andere maatregelen ten aanzien van het beperken van de lage bastonen, zoals het affilteren van de 40 Hz (zie BBT, in paragraaf 4.4) achten wij deze afwijking acceptabel.

Om overlast van laagfrequent muziekgeluid te beperken staan we maximaal 113 dB(C) toe front of house.

BBT

Bij evenementen met een hoog geluidsniveau (vanaf 75 dB(A)) dient de organisator het BBT-principe toe te passen. Dit zijn technieken om de geluidsoverdracht naar de omgeving

zoveel als mogelijk te beperken. Onderstaande technieken moeten voor zover mogelijk worden toegepast.

- Anti geluid en line array systemen;

- Podia en speakers worden in de meest optimale richting opgesteld;

- Gevlogen speakers worden zo laag mogelijk opgehangen;

- Speakers dienen zo goed mogelijk gericht te zijn op het publiek;

- Gevlogen subwoofers zijn niet toegestaan;

- Zogenaamde ‘end fire’ technieken zijn niet toegestaan;

- Het geluid onder de 40 Hz wordt afgefilterd met een verval van 6 dB per tertsband.

Geluid onder de 40 Hz moet worden afgefilterd

Een maatregel om hinder van (zeer) lage tonen te verminderen is het zogenaamde ‘af-filteren’. Dit betekent dat het geluidsniveau onder een bepaalde frequentie verminderd wordt. Hiervoor wordt een filter gebruikt die naarmate de frequentie lager wordt het geluidniveau

steeds verder reduceert.

De Groene Ster

Bij de grootschalige evenementen in De Groene Ster moeten de organisatoren bij de vergunningaanvraag, in het verlengde van de uitspraken van de rechtbank, een akoestisch onderzoek indienen. Op basis van de door de aanvrager aangeleverde akoestische rapportage zal de geluidsontheffing worden opgesteld en wordt geborgd dat er niet meer geluid wordt gemaakt, dan op grond van deze beleidsregel mogelijk is.

Overwegingen

3. Tussen partijen is in geschil of verweerder in dit geval in redelijkheid een geluidsontheffing heeft kunnen verlenen voor het festival Welcome to the Village in het recreatiegebied de Groene Ster te Leeuwarden. Dienaangaande overweegt de rechtbank als volgt.

4. De rechtbank stelt vast dat de gronden van het beroep van eisers betrekking hebben op de navolgende aspecten:

1. Het akoestisch rapport van DGMR;

2. het rekenmodel Geomilieu;

3. het toepasselijke spectrum van de muziek;

4. de veranderde wijze van vergunnen;

5. het normale niveau van het achtergrondgeluid rondom de Groene Ster;

6. de dB(C)-norm binnenshuis en op de gevel;

7. muziek ’s nachts;

8. beperking bij meerdaagse evenementen en beperking van de start- en eindtijden;

9. handhaving op de referentiepunten;

10. affiltering.

Het komt de rechtbank aangewezen voor om deze beroepsgronden afzonderlijk te bespreken.

Het akoestisch rapport van DGMR

5.1.

Eisers betogen dat de afstand tussen de gevel en het referentiepunt 6 maar ongeveer 80 meter beslaat, waarbij er bovendien sprake is van een praktisch vrije zichtlijn over deze afstand. Gelet hierop kan de demping door de afstand in deze situatie volgens eisers niet meer bedragen dan 1 tot 2 dB. In de visie van eisers rekent DGMR voor het verlies op deze afstand in feite ten onrechte een verschil van 7 tot 10 dB(A). Naar de mening van eisers laten de tabellen in de bijlage van het bezwaarschrift zien dat het gemiddelde verschil in dB(A) niet meer dan 1,5 en het verschil in dB(C) niet meer dan 1,4 bedraagt. Om deze onterechte correctie te herstellen, dient volgens eisers de toetswaarde op referentiepunt 6 te worden verlaagd met 5,5 dB(A).

5.2.1.

In hetgeen partijen hebben aangevoerd, heeft de rechtbank aanleiding gezien om de StAB als deskundige te benoemen. Op 23 april 2019 heeft de StAB de rechtbank van advies gediend.

5.2.2.

In de rapportage van 16 april 2019 heeft de StAB met betrekking tot dit aspect onder meer het volgende te kennen gegeven. Omtrent de beoordeling van de geluidsbelasting nabíj de woning Alddiel 9 is vastgesteld dat in het akoestisch rapport van DGMR de boerderij met bijgebouw niet juist is gemodelleerd. Verder is het, gelet op de bouwkundige uitvoering van het pand, volgens de StAB zeer waarschijnlijk dat de oostgevel van de boerderij maatgevend is voor de overdracht van het geluid naar de (ouder)slaapkamer op de begane grond. In de visie van de StAB zouden hiervoor aanvullende metingen moeten worden uitgevoerd. Aanvullend op de beoordelingspunten in het DGMR-rapport op de zuid- en noordgevel, zou volgens de StAB ook een beoordelingspunt op de oostgevel moeten worden gehanteerd. Daarnaast heeft de StAB berekend dat het verschil tussen het muziekgeluidsniveau op referentiepunt 6 en de op 80 meter verderop gelegen oostgevel van de woning afgerond 1 dB bedraagt.

5.3.

In reactie hierop heeft verweerder bij brief van 7 mei 2019 te kennen gegeven dat de door de StAB voorgestelde verlaging van de nok van het bijgebouw van Alddiel 9 van 5,5 naar 3 meter een overschatting geeft van de belasting van de noordgevel. Volgens verweerder blijkt er weinig tot geen verschil te zitten tussen het door DGMR berekende verschil tussen referentiepunt 6 en de gevel Alddiel 9 en de door de StAB uitgevoerde berekening. In de visie van verweerder is het in voormeld StAB-verslag genoemde verschil van 1 dB een onderschatting van de afschermende werking van het gebouw. Uit het DGMR-rapport blijkt volgens verweerder dat een verschil is berekend van ongeveer 4,2 dB.

5.4.

In een aanvullende rapportage van 14 mei 2019 heeft de StAB met betrekking tot dit aspect aangegeven dat in het eerdere verslag van 16 april 2019 is ingegaan op de modellering

in het akoestisch model van de gebouwen van Alddiel 9. Volgens de StAB kan het bijgebouw in het nieuwe model niet, zoals DGMR heeft gedaan, als een blok van 6 meter hoog gemodelleerd worden. In dit verband wijst de StAB erop dat zij is uitgegaan van een

vereenvoudigde modellering, en dat zij daarbij de goothoogte als maatgevende hoogte neemt voor de mate van afscherming. In de visie van de StAB doet dat meer recht aan de werkelijke situatie dan de modellering van DGMR. In dit verband wijst de StAB erop dat de nok weliswaar voor enige extra afscherming zal zorgen, maar de invloed daarvan zal beperkt zijn. Bij een volgend onderzoek zou de modellering van het bijgebouw overeenkomstig het voorstel van verweerder kunnen worden aangepast, aldus de StAB. Los van de modellering van het bijgebouw is de StAB van mening dat niet de noordgevel, maar de oostgevel naar alle waarschijnlijkheid maatgevend zal zijn voor de geluidsniveaus die in de maatgevende

geluidsgevoelige vertrekken van de woning optreden. De modellering van het bijgebouw

heeft volgens de StAB geen invloed op de geluidsbelasting die op de oostgevel is berekend.

5.5.

In hetgeen verweerder naar voren heeft gebracht, ziet de rechtbank geen aanleiding om de bevindingen van de StAB in de rapportages van 16 april en 14 mei 2019 en de daarop gebaseerde conclusies niet te volgen. Dit brengt met zich dat dat de boerderij met bijgebouw op het perceel Alddiel 9 niet juist is gemodelleerd in het DGMR-rapport dat aan de aanvraag om geluidsontheffing ten grondslag is gelegd. Daarnaast volgt uit de StAB-rapportages dat in voormeld DGMR-rapport is uitgegaan van een onjuist referentiepunt, namelijk de noordgevel in plaats van de oostgevel. Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat verweerder voormeld DGMR-rapport niet zonder meer aan de besluitvorming ten grondslag heeft mogen leggen, aangezien verweerder in strijd met het op hem rustende zorgvuldigheidsbeginsel, als bedoeld in artikel 3:2, in samenhang gelezen met artikel 3:9 van de Awb, in dit geval onvoldoende heeft onderzocht of voormeld DGMR-rapport is gebaseerd op juiste uitgangspunten. Nu uit de StAB-rapportages blijkt dat voor wat betreft de modellering en het referentiepunt van de boerderij met bijgebouw op het perceel Alddiel 9 is uitgegaan van onjuiste uitgangspunten, berust het bestreden besluit naar het oordeel van de rechtbank in zoverre op een ontoereikende motivering, hetgeen schending van artikel 7:12, eerste lid, van de Awb met zich brengt. Deze grond van eisers slaagt en het bestreden besluit komt in zoverre voor vernietiging in aanmerking.

Het rekenmodel Geomilieu

6.1.

Eisers betogen dat het rekenmodel Geomilieu, dat door DGMR is ontwikkeld om

berekeningen uit te voeren op grond van de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai (hierna: de Handleiding) uit 1999, voor het gebied De Groene Ster niet werkt. In dit verband wijzen eisers erop dat in de bijlagen van het DGMR-rapport hiervoor vier pagina’s worden gebruikt om uit te leggen wat de verschillen tussen theorie en praktijk zijn. Verder wijzen eisers erop dat ’s avonds en ’s nachts in de warme zomermaanden zo vaak sprake zal zijn van grondinversie dat er een correctie moet plaatsvinden op de berekende waarden.

6.2.

Met betrekking tot het rekenmodel Geomilieu heeft de StAB in de rapportage van

16 april 2019 onder meer het volgende te kennen gegeven. Voor het berekenen van de overdracht van geluid van industriële geluidsbronnen naar de omgeving wordt vrijwel altijd gebruik gemaakt van de emissieoverdrachtsmethode II.8 uit module C van de Handleiding. Veel gebruikte commerciële rekenpakketten, zoals Geomilieu van DGMR, rekenen conform

deze methode. Methode II.8 houdt rekening met de voor de overdracht van het geluid van belang zijnde factoren, zoals afstandsreductie, afschermende en reflecterende objecten,

bodemdemping en luchtdemping. Met methode II.8 wordt volgens de StAB feitelijk een meteogemiddelde geluidoverdracht bepaald. Dat gaat als volgt. De overdrachtsberekening is gebaseerd op een meewindsituatie en een situatie waarin de temperatuurgradiënt geen

noemenswaardige invloed heeft op de geluidoverdracht. Bij een meewindsituatie (wind-richting van bron naar ontvanger) is het geluidsniveau altijd hoger dan het geluidsniveau dat gemiddeld onder alle weersomstandigheden optreedt. Om te komen tot een meteogemiddelde situatie, wordt op het berekende geluidsniveau een aftrek toegepast de zogenoemde meteo-correctieterm. De kortdurendheid van evenementen maakt in de visie van de StAB dat een meteogemiddelde beoordeling niet voor de hand ligt. Met name vanwege meteorologische omstandigheden (wind en temperatuur) kan de geluídsoverdracht volgens de StAB in de praktijk sterk variëren en daarmee afwijken van de situatie zoals die is berekend. De StAB merkt op dat DGMR voor de akoestische onderzoeken voor Psy-Fi 2018 gebruik heeft gemaakt van methode II.8, waarbij de aftrek voor de meteocorrectieterm niet is toegepast. In de visie van de StAB zijn daardoor in alle richtingen hogere geluidsniveaus berekend, uitgaande van de ‘worstcase-situatie’ dat altijd sprake is van een meewindsituatie. Met het door eisers genoemde effect van sterke temperatuurinversie tijdens de nachtperiode, wordt in methode II.8 geen rekening gehouden (zie paragraaf 5.1 van module C van de Hand-leiding). Bij een sterke temperatuurinversie zal het gemeten geluidsniveau volgens de StAB aanzienlijk hoger zijn dan het onder meteogemiddelde omstandigheden berekende geluids-niveau. Het geluid wordt door de positieve temperatuurgradiënt namelijk sterker afgebogen naar het aardoppervlak. Dit effect kan volgens de StAB met name tijdens een heldere nacht optreden. Hoewel methode II.8 niet voorziet in een overdrachtsberekening bij (sterke) temperatuurinversie, kan in de visie van de StAB gesteld worden dat in zekere zin ook rekening is gehouden met dit effect door het niet toepassen van de aftrek van de meteo-correctieterm. Er kan volgens de StAB echter niet gegarandeerd worden dat op deze wijze het effect van temperatuurinversie in alle gevallen afdoende is verdisconteerd.

Om het effect van temperatuurinversie op de geluidoverdracht te berekenen zou een andere rekenmethode gekozen moeten worden, bijvoorbeeld de rekenmethode CNOSSOS-EU die in Europees verband wordt ontwikkeld. Met deze rekenmethode kunnen twee meteosituaties doorgerekend worden:

1. voortplantingscondities met neerwaartse breking (positieve verticale gradiënt van

effectieve geluidssnelheid) van de bron naar het waarneempunt;

2. homogene atmosferische omstandigheden (geen verticale gradiënt van effectieve

geluidssnelheid) over het gehele voortplantingsgebied.

Die rekenmethode is voor industrielawaai weliswaar beschikbaar, ook binnen Geomilieu, maar wordt voor zover de StAB bekend nog niet in Nederland toegepast als alternatief voor

methode II.8 uit de Handleiding. De methode leidt tot andere uitkomsten dan de Hand-leiding, ook bij homogene atmosferische omstandigheden. Mede daarom is er nog geen consensus over de toepassing van die rekenmethode, aldus de StAB.

6.3.

In reactie hierop hebben eisers bij brief van 5 mei 2019 te kennen gegeven dat een ander rekenmodel vanwege een meer correcte benadering van de temperatuurinversie niet

is toegepast omdat dit waarschijnlijk tot lagere vergunde waarden zou leiden. Volgens eisers geeft verweerder aan dat BBT moet worden toegepast, maar dit moet dan ook gelden voor de rekenmethode.

6.4.

In een aanvullende rapportage van 14 mei 2019 heeft de StAB met betrekking tot dit aspect aangegeven dat, voor zover bekend, verweerder geen afweging heeft gemaakt over het al dan niet toepassen van het rekenmodel CNOSSOS-IL. Volgens de StAB is het model eerst in het eerdere verslag van 16 april 2019 als mogelijkheid genoemd. Anders dan eisers stellen, is het aannemelijk dat met toepassing van het rekenmodel CNOSSOS-IL bij sterke temperatuurinversie (op grote afstand) hogere geluidsniveaus worden berekend, vanwege de sterkere kromming van het geluid naar het aardoppervlak. Gelet op de discussie die niet alleen in Nederland, maar ook binnen de Europese lidstaten gaande is over CNOSSOS, kan volgens de StAB niet gesteld worden dat deze rekenmethode momenteel de beste beschikbare methode is.

6.5.

In hetgeen eisers hebben aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanleiding om de in de verslagen door de StAB neergelegde bevindingen en de daarop gebaseerde conclusie niet te volgen. Hoewel het aannemelijk is dat met toepassing van het rekenmodel CNOSSOS-IL bij sterke temperatuurinversie (op grote afstand) hogere geluidsniveaus worden berekend, vanwege de sterkere kromming van het geluid naar het aardoppervlak, volgt daaruit volgens de StAB niet dat kan worden gesteld dat deze rekenmethode momenteel de beste beschikbare methode is. Gelet hierop kan deze grond van eisers niet slagen.

Het toepasselijke spectrum van de muziek

7.1.

Daarnaast zijn eisers van mening dat DGMR ten onrechte uitgaat van gemiddelde geluidsniveaus ter plaatse van FoH van de podia. Uitgaande van een ‘worst case-scenario’, zou volgens eisers moeten worden uitgegaan van een ultra-bas-spectrum, in plaats van het door DGMR gehanteerde housespectrum.

7.2.

Met betrekking tot het toepasselijke spectrum van de muziek heeft de StAB in de rapportage van 16 april 2019 onder meer het volgende te kennen gegeven. Bij evenementen zijn de optredende geluidsníveaus in belangrijke mate afhankelijk van het muziekspectrum. Met name de hoeveelheid lage tonen (bassen) in de muziek is daarbij bepalend voor de aard van het muziekspectrum. Muziekgeluid zal afnemen naarmate de afstand tot de muziekbron toeneemt, maar met name de lage tonen worden op grotere afstand minder gedempt dan midden tonen en hoge tonen. Muziek met een spectrum dat veel lage tonen bevat zal dus op grotere afstand een hoger geluidsniveau tot gevolg hebben dan muziek met een spectrum dat minder lage tonen bevat. In de onderhavige situatie speelt dit effect nog een grotere rol omdat er veel water in en om het gebied aanwezig is, aldus de StAB. Voor de berekeningen van evenementengeluid wordt volgens de StAB meestal uitgegaan van een standaard muziekspectrum. In de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening (hierna: de Handreiking 1996) zijn twee standaard muziekspectra opgenomen: het popmuziekspectrum en het housemuziekspectrum. Deze spectra zijn gebaseerd op muziekgenres met hun

oorsprong in de jaren negentig van de vorige eeuw zoals trance e.d. Omdat muzieksoorten zich blijven ontwikkelen naar een groter aandeel aan zware bastonen en ook de muziek-installaties technisch beter worden en meer en beter zware bastonen kunnen weergeven, zal het rigide blijven toepassen van het popmuziek- of housemuziekspectrum in veel gevallen niet meer voldoende passend zijn. Dit is de reden geweest dat in 2015 door de Nederlandse Stichting Geluidhinder (NSG) de “Richtlijn muziekspectra in horecabedrijven” is uitgebracht, waarin als eindresultaat van onderzoek en metingen aan verschillende muziek- soorten naast het al bestaande house- en popmuziekspectrum, drie nieuwe spectra/muziek-soorten zijn gepresenteerd (achtergrond, dance en ultra bas).

Na bestudering van het rapport en het rekenmodel dat door DGMR voor Psy-Fi 2018 is opgesteld, en de uitleg daarbij van de zijde van DGMR, heeft de StAB de volgende opmerkingen. DGMR heeft twee modellen gebruikt, een zogeheten “dB(A)-model” en “dB(C)-model”. Bij beide modellen is voor alle podia uitgegaan van het housespectrum. Het dB(A)-model is volgens de StAB gebruikt om te bepalen welke waarden in dB(A) bij FoH toelaatbaar zijn om in de omliggende woningen tijdens de dag- en (verlengde) avondperiode te voldoen aan een binnenwaarde van 50 dB(A). Het dB(C)-model is volgens de StAB gebruikt om de FoH-waarden in dB(C) te berekenen en te toetsen aan de maximaal vergunde waarde van 113 dB(C). Met de opgelegde geluidgrenswaarden (bij de woningen, referentie-punten en FoH) is in de visie van de StAB beoogd om voor de festivals Psy-Fi en Wttv binnen een zekere bandbreedte te kunnen variëren in (muziek)spectra en geluidsniveaus, zonder een overschrijding van de grenswaarden uit de Beleidsregel geluid te bewerkstelligen. Daarbij is naar de mening van de StAB echter geen rekening gehouden met de samenhang tussen de in de geluidsvoorschriften opgenomen maxima in dB(A) en dB(C) bij FoH. In dit verband wijst de StAB erop dat de in de geluidsontheffingen opgenomen FoH-waarden in dB(A) feitelijk te hoog zijn om bij het aangevraagde housespectrum ook tegelijkertijd binnen de FoH-waarden in dB(C) te kunnen blijven.

Met betrekking tot WttV 2018 merkt de StAB op dat in het rapport voor Wttv voor alle podia is uitgegaan van een housespectrum. Gelet op het feit dat WttV een ander karakter heeft dan Psy-Fi en meer is gericht op live bands en minder op dj's, lijkt een housespectrum voor WttV op voorhand niet onrealistisch, aldus de StAB. Om een beter beeld te krijgen van het muziekspectrum dat in de worst-case-situatie aangehouden zou moeten worden, heeft de StAB andermaal gebruik gemaakt van de door verweerder en eisers overgelegde meetgegevens van het festival. Het gaat daarbij om de 1 minuut meetwaarden van het LAeq en het LCeq, gemeten bij FoH. Uit de meetgegevens blijkt volgens de StAB dat er bij WttV 2018 grote verschillen zijn opgetreden in de muziekspectra en de hoeveelheid bassen die daarin aanwezig waren. Als voorbeelden noemt de StAB de optredens op Bontebok van de band Johan op 22 juli 2018 van 14.00 uur tot 15.00 uur en dj Joost van Bellen op dezelfde dag van 22.00 uur tot 23.00 uur. Bij de band is een verschilwaarde tussen het dB(C)- en dB(A)-niveau gemeten van 8 tot 12 dB, met een enkele uitschieter van l6 dB. Hier was sprake van een spectrum in lijn met dance tot house. Bij de dj (afsluitende act) kwam het gemeten verschil meermaals boven de 20 dB uit, met een maximum van 22dB. Hier was in de visie van de StAB sprake van een spectrum in lijn met ultra bas. In de worst-case-situatie zou daarom óók voor WttV uitgegaan moeten worden van een ultra-bas-spectrum. De doorrekening van de waarden in de geluidsontheffing voor WttV 2018 op basis van een ultra-bas-spectrum is door de STAB niet gemaakt, maar vast staat dat ook voor WttV de FoH-normen in dB(A) verlaagd zouden moeten worden índien als worst-case-situatie uitgegaan wordt van een ultra-bas-spectrum.

7.3.

Onder verwijzing naar een aanvullende rapportage van DGMR heeft verweerder in een brief van 9 mei 2019 te kennen gegeven dat de StAB aangeeft dat voor de berekening van het geluidsniveau van zowel WttV als Psy-Fi het ultra-bas-spectrum moet worden toegepast. Verweerder wijst erop dat de StAB een aantal goede handvatten om per podium of optreden een ander spectrum te gebruiken. Voor een evenement dat meerdere dagen duurt en van verschillende podia gebruik maakt, lijkt dit volgens verweerder echter niet toepasbaar. In dit verband wijst verweerder erop dat bij deze methode de onderzoekslast niet meer in verhouding zou staan tot het organíseren van het evenement. Daarnaast wordt de vergunbaar-heid en monitoring volgens verweerder praktisch niet meer mogelijk. In de visie van verweerder is enige standaardisatie van de spectra daarom noodzakelijk. In dit verband wijst verweerder erop dat DGMR de meetgegevens uitgebreid heeft geanalyseerd en heeft daaruit geconcludeerd dat de 20 hoogst gemeten dB(C)-waarden ter plaatse van de FoH-punten van

de beide hoofdpodia van Psy-Fi maatgevend zijn voor de hoogste geluidsniveaus ter plaatse van de gevels van woningen en daarmee ook bepalend voor de eventuele normoverschrijdingen. Uit een meegeleverde grafíek blijkt volgens verweerder dat het onverkort hanteren van de muziekuitstraling van de hoofdpodia met het ultra-bas-spectrum voor een overschatting van de berekende geluidsniveaus in de omgeving zorgt. In de visie van DGMR is daarom terecht muziek met het housespectrum toegepast voor het berekenen van de geluidsniveaus vanwege de evenementen Psy-Fi en Wttv in 2018 op het recreatieterrein de Groene Ster.

7.5.

In een aanvullende rapportage van 14 mei 2019 heeft de StAB met betrekking tot dit aspect aangegeven dat uitgaande van het ultra-bas-spectrum, significant lagere dB(A)-waarden worden berekend, hetgeen in de geluidsontheffingen zou moeten leiden tot lagere dB(A)-waarden. Dat uit de meetgegevens van het afgelopen festival zou volgen dat de 20 hoogst gemeten dB(C)-niveaus maatgevend zijn voor de ter plaatse van de woningen berekende geluidsbelasting, is mogelijk relevant in het kader van de naleving van de geluids-ontheffing, maar kan volgens de StAB niet doorslaggevend worden geacht voor de beoordeling van de ingediende aanvraag. In dit verband wijst de StAB erop dat de aanvraag, zoals gezegd, is gebaseerd op een worst-case-situatie.

7.6.

De rechtbank stelt vast dat uit de StAB-rapportages van 16 april en 14 mei 2019 dient te worden afgeleid dat het spectrum van de muziek bij Wttv in een worst-case-situatie als ultra bas moet worden aangemerkt. In hetgeen verweerder voor wat betreft dit aspect naar voren heeft gebracht, ziet de rechtbank geen aanleiding om van de bevindingen van de StAB en de daarop gebaseerde conclusie af te wijken. Dit brengt met zich dat voormeld DGMR-rapport in zoverre is gebaseerd op het onjuiste uitgangspunt dat er sprake is van het muziekspectrum house. Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat verweerder voormeld DGMR-rapport niet zonder meer aan de besluitvorming ten grondslag heeft mogen leggen, aangezien verweerder in strijd met het op hem rustende zorgvuldigheidsbeginsel, als bedoeld in artikel 3:2, in samenhang gelezen met artikel 3:9 van de Awb, in dit geval onvoldoende heeft onderzocht of voormeld DGMR-rapport is gebaseerd op het juiste uitgangspunt voor wat betreft het muziekspectrum. Nu uit de StAB-rapportages blijkt dat dit voor wat betreft het te hanteren muziekspectrum van Wttv in de worst-case-situatie niet het geval is, berust het bestreden besluit naar het oordeel van de rechtbank in zoverre op een ontoereikende motivering, hetgeen schending van artikel 7:12, eerste lid, van de Awb met zich brengt. Daarnaast neemt de rechtbank hierbij in aanmerking dat uit het StAB-verslag van 16 april 2019 naar voren komt dat door verweerder geen rekening is gehouden met de samenhang tussen de in de geluidsvoorschriften opgenomen maxima in dB(A) en dB(C) bij FoH. In dit verband wijst de StAB erop dat de in de geluidsontheffingen opgenomen FoH-waarden in dB(A) feitelijk te hoog zijn om bij het aangevraagde housespectrum ook tegelijkertijd binnen de FoH-waarden in dB(C) te kunnen blijven. Volgens de StAB heeft het rekenen met een ultra-bas-spectrum tot gevolg dat de toelaatbare dB(A)-niveaus lager uitvallen. Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat verweerder in strijd met het op hem rustende zorgvuldigheidsbeginsel, als bedoeld in artikel 3:2 van de Awb, niet heeft onderzocht wat de gevolgen zijn van het gegeven dat het muziekspectrum van Wttv in de worst-case-situatie als ultra bas in plaats van house dient te worden aangemerkt. Gelet hierop berust het bestreden besluit naar het oordeel van de rechtbank op een ondeugdelijke motivering voor wat betreft de samenhang tussen de in de geluidsvoorschriften opgenomen maxima in dB(A) en dB(C) bij FoH. Deze grond van eisers slaagt en het bestreden besluit komt voor vernietiging in aanmerking.

De veranderde wijze van vergunnen

8.1.

Eisers betogen dat de veranderde wijze van vergunnen een toename van de overlast van het basgeluid in dB(C) toestaat. In dit verband wijzen eisers erop dat verweerder sinds 2017 een andere strategie hanteert: er wordt FoH een maximum niveau aan dB(C) vergund, waarbij dit niveau is berekend uit de maximale waarde voor dB(A) waarbij dan 10 dB wordt opgeteld. Dat betekent volgens eisers dat voor elk evenement, voor de main stage en vaak ook voor het tweede podium, een maximaal geluidsniveau van 103 dB(A) en 113 dB(C) wordt vergund. En dat betekent in de visie van eisers dat de dB(C) niet meer meelift met de dB(A). Volgens eisers kunnen er dus veel grotere verschillen tussen de dB(A) en dB(C) ontstaan dan onder de vroeger vergunde verschilwaarde. In de visie van eisers overheersen de bastonen veel meer dan bij de vorige stijl van dB(C) vergunnen en mogen die bovendien

’s nachts even luid blijven klinken waardoor er veel meer hinder voor omwonenden ontstaat.

8.2.

Met betrekking tot dit aspect heeft de StAB in de rapportage van 16 april 2019 onder meer het volgende te kennen gegeven. De StAB merkt op dat in de Beleidsregel geluid maxima zijn opgenomen ter plaatse van het FoH van 103 dB(A) en 113 dB(C). De eerste waarde wordt gehanteerd ter voorkoming van gehoorschade van het publiek. Bij de tweede waarde is volgens de StAB geen nadere motivering gegeven. In zoverre is naar de mening van de StAB niet duidelijk of met een FoH-waarde van 113 dB(C) onduldbare hinder van lage tonen in de (woon)omgeving wordt voorkomen. Anders dan eisers stellen, zijn in beide

geluidsontheffingen lagere FoH-waarden vergund dan de ingevolge de Beleidsregel geluid maximaal toelaatbaar geachte waarde van 103 dB(A). Het verschil tussen de dB(C)-norm

en de dB(A)-norm is volgens de StAB daardoor groter dan 10 dB. Voor Psy-Fi 2018 zijn de FoH- waarden ten hoogste 98 dB(A) en 113 dB(C); het verschil bedraagt derhalve 15 dB. Gelet hierop is de stelling van eisers dat een koppeling tussen de muziekniveaus in dB(A) en dB(C) zou zijn losgelaten, in de visie van de StAB niet juist. Verder wijst de StAB erop dat in de geluidsontheffing is aangegeven dat de geluidsniveaus als equivalente waarden (LAeq en LCeq) over 1 mínuut gelden. Anders dan bij industrielawaai is het volgens de StAB gebruikelijk om bij muziekgeluid uit te gaan van een norm als gemiddelde geluidsniveau waarde en niet (tevens) van een norm als maximaal (piek)geluidsniveau. Kortstondige verhogingen van het muziekgeluidsniveau worden in de visie van de StAB afdoende begrensd door de equivalente waarde over 1 minuut. Deze wijze van vergunnen sluit overigens ook aan bij de Nota Evenementen, aldus de StAB.

8.3.

In reactie hierop hebben eisers bij brief van 5 mei 2019 te kennen gegeven dat de StAB de gronden van bezwaar niet goed heeft gelezen. In dit verband wijzen eisers erop dat de koppeling tussen de muziekniveaus in dB(A) en dB(C) wel degelijk al sinds 2017 is losgelaten. Eisers maken bezwaar tegen het feit dat de 113 dB(C) constant even luid mag blijven klinken, omdat er geen verband meer hoeft te bestaan tussen de hoeveelheid A die wordt geproduceerd, en de hoeveelheid C die gelijktijdig wordt voortgebracht. Dit was volgens eisers wél het geval in eerdere vergunningen, waar het (variërende) verschil tussen A en C niet groter mocht zijn dan 20 dB. Dit betekende in de praktijk echter dat er in doorsnede juist sprake was van minder bassen, omdat dB(A) van minder belang is voor de festivals. In dit verband wijzen eisers op een praktijkvoorbeeld van het Wttv-festival van 2017, waarbij na de “watershed” van 23.30 uur de dB(A) omlaag (of zelfs omhoog) gaat, terwijl de dB(C) constant blijft.

8.4.

In een aanvullende rapportage van 14 mei 2019 heeft de StAB met betrekking tot dit aspect aangegeven dat in het door eisers aangedragen voorbeeld het verschil tussen dB(A) en

dB(C) groter wordt, maar dat het dB(C)-niveau in absolute zin in de geluidsontheffingen is begrensd. Het resultaat is volgens de StAB dat in het voorbeeld dat eisers aandragen, het spectrum wijzigt en de bassen bij hen er duidelijker zullen uitspringen.

8.5.

In hetgeen eisers hebben aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanleiding om de in de verslagen door de StAB neergelegde bevindingen en de daarop gebaseerde conclusie niet te volgen. Anders dan eisers stellen, zijn in beide geluidsontheffingen lagere FoH-waarden vergund dan de ingevolge de Beleidsregel geluid maximaal toelaatbaar geachte waarde van 103 dB(A). Het verschil tussen de dB(C)-norm en de dB(A)-norm is volgens de StAB daar-door groter dan 10 dB. Voor Psy-Fi 2018 zijn de FoH- waarden ten hoogste 98 dB(A) en 113 dB(C); het verschil bedraagt derhalve 15 dB. Gelet hierop is de stelling van eisers dat een koppeling tussen de muziekniveaus in dB(A) en dB(C) zou zijn losgelaten, in de visie van de StAB niet juist. Dit brengt naar het oordeel van de rechtbank met zich dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat veranderde wijze van vergunnen, naar gesteld, tot een toename van de overlast leidt. Gelet hierop slaagt deze grond van eisers niet.

Het normale niveau van het achtergrondgeluid rondom de Groene Ster

9.1.

Eisers betogen dat bij het bepalen van de norm geen rekening is gehouden met het

normale achtergrondgeluidsniveau in en rond De Groene Ster en in de dorpen in de omgeving. In dit verband wijzen eisers erop dat in het door DGMR aangehaalde onderzoek van het GeluidBuro met betrekking tot dit aspect wordt gesteld dat een belangrijk deel van de geluidsoverlast wordt bepaald door het achtergrondgeluidsniveau in dB(C) van een bepaalde locatie.

9.2.

Met betrekking tot dit aspect heeft de StAB in de rapportage van 16 april 2019 onder meer te kennen gegeven dat verweerder de Nota Evenementen als toetsingskader heeft gebruikt voor het opstellen van geluidsvoorschriften in de geluidsontheffingen. Uitgangspunt van de Nota Evenementen is de bescherming van de binnenruimte van de in de omgeving gelegen geluidsgevoelige objecten tegen (onduldbare) geluidshinder. Volgens de StAB kunnen de achtergrondgeluidsniveaus in woningen nogal sterk variëren. In de Nota

Evenementen wordt in het algemeen uitgegaan van een vaste waarde van 35 dB(A) etmaal-waarde, zoals in tabel 1 op bladzijde 8 van voormelde Nota is aangegeven. Kortom in de Nota Evenementen wordt uitgegaan van een standaard achtergrondgeluidsniveau in de woning van 35, 30 en 25 dB(A) gedurende dag-, avond- en nachtperiode, aldus de StAB. Los van het feit dat het om praktische redenen niet gebruikelijk is om een normstelling in een woning afhankelijk te stellen van het achtergrondgeluidsniveau in die woning, houdt de hiervoor genoemde insteek van de Nota Evenementen feitelijk in dat het achtergrondgeluíds-niveau buiten de woning (buitengebied of bebouwde kom) niet van invloed is voor de toepassing van de Nota Evenementen. Wat hier ook van moge zijn, de woningen van eisers liggen in een gebied waar ‘s zomers normaliter sprake is van extensieve recreatie. Het achtergrondgeluidsniveau zal volgens de StAB buitenshuis overdag en 's avonds in die periode derhalve niet altijd laag zijn. Tijdens de nachtperiode zal er volgens de StAB normaliter wel sprake zijn van een stil buitengebied. Verder wijst de StAB erop dat in het eerdere verslag in het kader van de voorlopige voorziening ten aanzien van de geluids-ontheffing voor Psy-Fi 2018 (StAB-40611) is vermeld dat in de Nota Evenementen is aangegeven dat in de nachtperiode slechts “achtergrondmuziek” ten gehore kan worden gebracht om de norm van 25 dB(A) in woningen niet te overschrijden. Met de term “achtergrondmuziek” wordt in zijn algemeenheid in het normale spraakgebruik muziek bedoeld die ten gehore wordt gebracht met het doel om daar niet direct of bewust naar te luisteren, maar die louter tot doel heeft sfeerverhogend te werken. Achtergrondmuziek kan alle door artiesten geproduceerde, creatieve muziek zijn die, meestal zonder grote pieken en dalen in volume (dus met weinig dynamiek) en doorgaans afgespeeld op laag volume, opgaat in de omgevingsgeluiden (auto's, conversaties). Dit is waarschijnlijk de reden geweest dat bij de binnenwaarde van 25 dB(A) in geluidsgevoelige vertrekken (slaapkamer e.d.) uit de Nota Evenementen een koppeling is gemaakt met de genoemde term “achtergrondmuzíek”.

9.3.

In hetgeen eisers hebben aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanleiding om de in de verslagen door de StAB neergelegde bevindingen en de daarop gebaseerde conclusie niet te volgen. De rechtbank overweegt dat uit de rapportage van de StAB blijkt dat, los van het feit dat het om praktische redenen niet gebruikelijk is om een normstelling in een woning afhankelijk te stellen van het achtergrondgeluidsniveau in die woning, de insteek van de Nota Evenementen feitelijk inhoudt dat het achtergrondgeluídsniveau buiten de woning (buitengebied of bebouwde kom) niet van invloed is voor de toepassing van de Nota Evenementen. Gelet hierop ziet de rechtbank geen aanleiding om eisers te volgen in hun betoog dat bij het bepalen van de norm ten onrechte geen rekening is gehouden met het

normale achtergrondgeluidsniveau in en rond De Groene Ster en in de dorpen in de omgeving. Deze grond van eisers slaagt niet.

De dB(C)-norm binnenshuis en op de gevel

10.1.

Eisers betogen dat het verweerder aan kennis ontbreekt omtrent welke geluids-niveaus in dB(C) in de maatgevende woningen nog aanvaardbaar zijn. DGMR stelt dat voor

evenementen een binnenniveau van 50 dB(A)/75 dB(C) door verweerder als aanvaardbaar

wordt beschouwd. Een binnenniveau van 75 dB(C) is volgens de Nederlandse Vereniging

voor Audiologie bijna het geluidsniveau van hard geschreeuw, maar dan constant en door

het hele huis. Met deze geluidsniveaus is volgens eisers geen sprake van een goed woon- en

leefklimaat. Van de 81 dB(C) die voor de dag en avondperiode op de gevel vergund is,

blijft binnenshuis nog 66 dB(C) over. Dat ís naar de mening van eisers onduldbare hinder, omdat de hinder van bastonen maar voor een kleiner deel veroorzaakt wordt door effecten van geluid op het gehoor. Het grootste deel veroorzaakt in de visie van eisers niet auditieve schade, zoals verhoogde príkkelbaarheid, hart- en vaatziekten en cognitieve stoornissen. Kinderen zijn bijzonder kwetsbaar voor niet auditieve schade, aldus eisers. Daarnaast wijzen eisers erop dat in de Nota Evenementen is aangegeven dat voor de beoordeling van de lage frequenties van het muziekgeluid in de woningen aansluiting zou moeten worden gezocht bij de NSG-Richtlijn Laag Frequent Geluid.

10.2.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat door DGMR bij het bepalen van de acceptabele gevelwaarden rekening is gehouden met de door metingen bepaalde gevelisolatie van de omliggende woningen. Daarnaast is volgens verweerder overeenkomstig de Nota Evenementen rekening gehouden met de frequentieverdeling in de muziek en met de maatgevende frequenties hierin. De basis voor de normstelling is om in de dag- en avondperiode bescherming te bieden tegen spraakverstoring en in de nachtperiode tegen slaapverstoring en extra bescherming te bieden tegen laagfrequent en onhoorbaar geluid onder de maatgevende frequentieband, aldus verweerder. Gelet op het akoestisch onderzoek van DGMR is verweerder van mening dat er geen aanleiding bestaat om de gevelwaarden aan te passen.

10.3.

Met betrekking tot dit aspect heeft de StAB in de rapportage van 16 april 2019 onder meer het volgende te kennen gegeven. Uit de herberekeningen door de StAB blíjkt dat het hoogste binnenniveau optreedt in de woning Alddiel 6, de woning die ook maatgevend is voor het binnenniveau in dB(A). Voor deze woning is volgens de StAB een geluidsniveau op de gevel berekend van 86 dB(C) en een binnenniveau van 73,5 dB(C). Volgens de StAB liggen de berekende binnenniveaus voor de andere woningen tussen circa 60 dB(C) en 70 dB(C). De octaafband van 63 Hz is in de visie van de StAB voor alle woningen maatgevend. De ongewogen binnenniveaus komen bij deze frequentie ruimschoots boven de gemiddelde

gehoordrempel uit, aldus de StAB. In dit verband wijst de StAB erop dat de bastonen van het festival in de woning derhalve duidelijk te horen zijn. Bij dergelijke lage frequenties is volgens de StAB overigens niet uit te sluiten dat in een ruimte van de woning staande golven kunnen optreden waardoor het geluidsniveau wordt versterkt. Dit effect is niet vooraf te kwantificeren. Bij de berekeningen van het binnenniveau is hiermee daarom geen rekening gehouden, aldus de StAB. Daarnaast wijst de StAB erop dat in de Beleidsregel geluid toelaatbare waarden zijn opgenomen ter plaatse van de gevel van woningen en ter plaatse van FoH. Voor de dag- en (verlengde) avondperiode is de maximaal toelaatbare waarde gesteld op 95 dB(C) op de gevel van woningen en op 113 dB(C) bij FoH. De StAB merkt op dat in de Beleidsregel geluid is vermeld dat de norm van 95 dB(C) voor de dag- en avondperiode is gebaseerd op de norm van 92 dB(C) die in de planregeling van het bestemmingsplan “Kardinge” (in de gemeente Groningen) is opgenomen. Verder merkt de StAB op dat in de Beleidsregel geluid voor meerdaagse evenementen in de Groene Ster een

3 dB hogere norm aanvaardbaar wordt geacht. Naar de mening van de StAB is daarmee niet gemotiveerd dat voor de woningen in de omgeving van de Groene Ster met een waarde van 95 dB(C) op de gevel gedurende de dag- en avondperiode, sprake is van een aanvaardbare situatie. De norm van 113 dB(C) is blijkens de Beleidsregel geluid opgenomen om overlast van laagfrequent geluid te beperken. Ook dit is volgens de StAB niet verder gemotiveerd. Uit de berekeningen met het ultra-bas-spectrum blijkt in de visie van de StAB dat vergunde waarden in dB(A) bij FoH omlaag moeten om tegelijkertijd aan de waarde van 113 dB(C) te kunnen voldoen. Het hanteren van de NSG-curve als grenswaarde voor de bastonen in de woningen voor de dag- en avondperiode acht de StAB voor muziekgeluid van festivals niet passend. In dit verband wijst de StAB erop dat in de NSG-richtlijn namelijk alleen “hoor-baarheid” als maatstaf is genomen. Daarmee is in de visie van de StAB in de NSG-richtlijn geen afweging gemaakt over welke mate van hinder gedurende een bepaalde tijd nog toe-laatbaar is. Juist bij muziekevenementen zal het tijdelíjke karakter van het evenement een belangrijke rol spelen in die weging, aldus de StAB. Het opleggen van de eis dat muziek-geluid gedurende de dag- en (verlengde) avondperiode in woningen niet hoorbaar mag zijn,

betekent volgens de StAB dat het houden van een muziekevenement in de Groene Ster vrijwel onmogelijk zal zijn. Over de door eisers in 2017 opgestelde “Nota Fysiologische

en medische aspecten van geluidhinder bij evenementen” merkt de StAB op dat naast de

hoorbaarheid van het geluid ook niet-auditieve aspecten van geluid een rol bij de beleving

van het muziekgeluid kunnen spelen. In de samenvatting van voormelde Nota is aangegeven dat verhoogde prikkelbaarheid ontstaat als geluid het ritme van dagelijkse activiteiten ver-stoort. Als lichamelijke reactie op geluid stijgen reflexmatig de hartslag en bloeddruk omdat stresshormonen vrijkomen in de bloedbaan. Dat proces kan ook onbewust verlopen, met name tijdens de slaap. Er is volgens de Nota geen langdurige blootstelling nodig voor het optreden van deze verschijnselen; de verschijnselen doen zich al voor bij kortdurende blootstelling. De cardiovasculaire effecten van blootstelling aan geluid op de lange termijn zijn verbonden met een grotere kans op hart- en vaatziekten (hoge bloeddruk, aderverkalking, hartaanval en beroerte). Zonder afbreuk te willen doen aan de medische kennis en inbreng die in de Nota over deze niet auditieve aspecten is opgenomen, merkt de StAB op dat het bij de geluidsontheffingen voor Psy-Fi en Wttv gaat om korte termijneffecten. Wat de gevolgen hiervan op de langere termijn (kunnen) zijn, is volgens de StAB niet bekend. Op grond van het voorgaande stelt de StAB vast dat in de woningen overdag en 's avonds de bassen van het muziekgeluid bij beide festivals goed hoorbaar zullen zijn. Het is volgens de StAB aannemelijk dat omwonenden daardoor hinder kunnen ondervinden. De mate waarin dat het geval is, kan de StAB niet aangegeven. Zoals in eerdere StAB-verslagen (onder ander het verslag StAB-39419 over het Hardshock Festival te Zwolle) is aangegeven, is er op grond van de huidige wetenschappelijk inzichten geen duidelijke grens aan te geven wanneer in een woning sprake is van onduldbare hinder vanwege bastonen. Los van de hoogte van het geluidsniveau van de bastonen in woningen, speelt naar de mening van de StAB ook het aantal dagen dat een festival mag duren een rol bij de vraag of sprake is van onduldbare hinder.

Voor WttV 2018 heeft de StAB de berekening van de binnenniveaus bij een ultra bas-spectrum niet gemaakt, maar verwacht mag worden dat de binnenniveaus vanwege WttV enkele dB’s lager zijn, gelet op het verschil tussen de vergunde geluidsniveaus tussen Psy-Fi en WttV. Desondanks blijft volgens de StAB sprake van duidelijk hoorbare bastonen. De maatgevende frequentie blijft gelijk.

10.4.1.

In reactie hierop hebben eisers bij brief van 5 mei 2019 te kennen gegeven dat met 50 dB(C) in de woningen gedurende de nachtperiode slaapverstoring absoluut gegarandeerd is. In dit verband wijzen eisers erop dat 50 dB(C), met 63 Hz als leider, een geluidsdruk van 50,8 dB(Z) betekent, hetgeen maar liefst 4,6 maal meer geluid dan de ISO-gehoordrempel betekent. Wederom nog los van het feit dat hinder van lage tonen ook nog voor een deel wordt bepaald door de trillingen en niet-sensorische waarneming van geluid. Volgens eisers wordt hier in feite een geluidsbelasting binnenshuis voorgesteld, die gelijk is aan een buitengevelwaarde die anders geldt voor een industrieterrein. Dit voorstellen voor woningen in een buitengebied is in de visie van eisers absurd. Daarnaast wijzen eisers erop dat vrijwel alle waarden in de tabel op pagina 54 van het StAB-verslag (binnenshuis en geen ventilatie-mogelijkheid voor dagen achter elkaar) ver boven de ISO-gehoordrempel uitkomen, van bijna 14 dB meer in 63 Hz (38 dB gehoordrempel) tot meer dan 22 dB bij 100 Hz (28 dB gehoordrempel). Dat varieert van 4,6 tot 13,7 maal meer geluid dan de ISO-gehoordrempel. Daarbij komt volgens eisers dat het geluidsniveau nog als veel luider zal worden ervaren vanwege de beat.

10.4.2.

In reactie hierop heeft verweerder bij brief van 7 mei 2019 te kennen gegeven een aanvullende normering van 50 dB(C) in de woningen te willen hanteren, waardoor een extra

beperking wordt opgelegd aan de frequenties onder 80 Hz. In de visie van verweerder, onderschreven door de StAB, wordt daarmee meer bescherming geboden aan bewoners dan met alleen een dB(A)-norm. Bij de normstelling heeft verweerder mede betrokken dat als er

geen geluid hoorbaar is, een ontheffing niet nodig is en dat voor horecabedrijven in het

Activiteitenbesluit milíeubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit) een equivalente geluid-grenswaarde geldt van 25 dB(A) in woningen voor de hele nacht.

10.5.

In een aanvullende rapportage van 14 mei 2019 heeft de StAB met betrekking tot dit aspect aangegeven dat niet valt in te zien dat in het verslag van 16 april 2019 zou zijn afgeweken van de eerdere beoordeling van muziekgeluid in de nachtperiode in het verslag in het kader van de voorlopige voorziening. In dit verband wijst de StAB erop dat in beide verslagen is ingegaan op de vraag of de bastonen in de woningen hoorbaar kunnen zijn, uitgaande van de ISO-gehoordrempel. Verder wijst de StAB erop dat in het eerdere verslag in het kader van de voorlopige voorziening daarbij alleen de woning van eiseres sub 2 is beschouwd, omdat alleen zij een verzoek om voorlopige voorziening had ingediend. In het eerdere verslag van 16 april 2019 zijn alle woningen beschouwd waarvan de gevelgeluid-wering is gemeten. Verder wijst de StAB erop dat de conclusie van beide verslagen is dat de bastonen in de nachtperiode in de woningen hoorbaar zijn, ook bij gesloten ventilatie-voorzieningen. Daarnaast geeft de StAB aan dat in het eerdere verslag van 16 april 2019 ook is ingegaan op de aanvullende norm van 50 dB(C) in de woningen die verweerder voornemens is op te nemen in het geluidbeleid. Daarbij is geconcludeerd dat met de norm van 50 dB(C) een zekere mate van hoorbaar basgeluid in de woningen wordt toegestaan. In het eerdere verslag is aangegeven dat vanwege het feit dat de absolute waarden niet in zeer sterke mate boven de gehoordrempel uitkomen, het moeilijk is om met zekerheid te zeggen of bij dergelijke geluidsniveaus in de woning een verstoring van de slaap zal (kunnen) optreden in de zin dat een bewoner niet of moeilijker in slaap kan komen. In dit verband heeft de StAB te kennen gegeven dat wanneer geen hoorbare bastonen in de nachtperiode toelaatbaar mogen zijn, aangesloten zou moeten worden bij de ISO-gehoordrempel.

Met betrekking tot de door verweerder gemaakte opmerking over het Activiteitenbesluit heeft de StAB in de aanvullende rapportage van 14 mei 2019 aangegeven dat in dat kader bij gevestigde horecabedrijven bij duidelijke herkenbaarheid van de muziek een straf-factor van 10 dB moet worden toegepast, zodat in feite maar (25 – 10 =) 15 dB(A) zou mogen worden gemeten. Verder wijst de StAB erop dat in artikel 2.18, tweede lid, van het Activiteitenbesluit is bepaald dat bij muziekgeluid geen bedrijfsduurcorrectieterm mag worden toegepast, zodat de binnennorm niet gemiddeld mag worden over de gehele nachtperiode.

10.6.

De rechtbank stelt vast dat in de Beleidsregel geluid de navolgende beleids-uitgangspunten zijn opgenomen:

Dag- en avondperiode

Maximaal 70 dB(A) en 95 dB(C) op de gevel van gevoelige gebouwen (woningen).

Nachtperiode

Maximaal 45 dB(A) en 70 dB(C) op de gevel van gevoelige gebouwen (woningen).

Front of house

Er is een maximaal geluidsniveau van 103 dB(A) toegestaan.

Er is een maximaal geluidsniveau van 113 dB(C) toegestaan.

Hierbij geldt dat:

- per evenement de organisator met een akoestisch onderzoek moet aantonen welk spectrum het uitgangspunt is en welke frequentieband maatgevend is. Op basis van de meetgegevens van de in de afgelopen jaren gehouden evenementen en rekening houdend met de gevelwering per woning en uitgaande van het voorkomen van

spraakverstoring in de woning komt verweerder tot de bovenstaande maximale normwaarden;

- geluidsmetingen worden uitgevoerd conform het meetprotocol beschreven in bijlage 2: Meetprotocol voor geluidsmetingen evenementen gemeente Leeuwarden.

Uit de toelichting met betrekking tot de dB(A)-normering volgt dat voor de dag- en avondperiode het uitgangspunt van spraakverstaanbaarheid geldt. Rekening houdende met gemiddelde gevelisolaties van 20 a 25 dB, mag worden uitgegaan van een gevelbelasting van maximaal 70 a 75 dB(A), om een binnenniveau in de omliggende woningen te kunnen garanderen van maximaal 50 dB(A), volgens de Nota Limburg de grens van onduldbare hinder. Bij meerdaagse evenementen in de Groene Ster mag in de nachtperiode (versterkt) geluid gemaakt worden. Hierbij mag in de omliggende woningen een geluidsniveau optreden waarbij ‘geen slaapverstoring’ optreedt. Rekening houdend met een gevelisolatie van 15 tot 20 dB, betekend dit voor de gevelwaarden: 45 dB(A).

Uit het StAB-verslag van 16 april 2019 volgt dat in de Beleidsregel geluid toelaatbare waarden zijn opgenomen ter plaatse van de gevel van woningen en ter plaatse van FoH. Voor de dag- en (verlengde) avondperiode is de maximaal toelaatbare waarde gesteld op 95 dB(C) op de gevel van woningen en op 113 dB(C) bij FoH. De StAB merkt op dat in de Beleids-regel geluid is vermeld dat de norm van 95 dB(C) voor de dag- en avondperiode is gebaseerd op de norm van 92 dB(C) die in de planregeling van het bestemmingsplan “Kardinge” (in de gemeente Groningen) is opgenomen. Verder merkt de StAB op dat in de Beleidsregel geluid voor meerdaagse evenementen in de Groene Ster een 3 dB hogere norm aanvaardbaar wordt geacht. Naar de mening van de StAB is daarmee niet gemotiveerd dat voor de woningen in de omgeving van de Groene Ster met een waarde van 95 dB(C) op de gevel gedurende de dag- en avondperiode, sprake is van een aanvaardbare situatie. De norm van 113 dB(C) is blijkens de Beleidsregel geluid opgenomen om overlast van laagfrequent geluid te beperken. Ook dit is volgens de StAB niet verder gemotiveerd. Uit de berekeningen met het ultra bas-spectrum blijkt in de visie van de StAB dat vergunde waarden in dB(A) bij FoH omlaag moeten om tegelijkertijd aan de waarde van 113 dB(C) te kunnen voldoen. In hetgeen verweerder naar voren heeft gebracht, ziet de rechtbank geen aanleiding om de bevindingen van de StAB in voormeld verslag en de daarop gebaseerde conclusie voor onjuist te houden. Dit brengt naar het oordeel van de rechtbank met zich dat de Beleidsregel geluid voor wat betreft de daarin opgenomen geluidsnormen ontoereikend is gemotiveerd. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat niet duidelijk is (geworden) op grond waarvan verweerder in het kader van een beoordeling van een aanvraag om geluidsontheffing voormelde geluids-normen van de Beleidsregel geluid aanvaardbaar acht en in hoeverre daarmee wordt gewaarborgd dat er geen sprake is van onduldbare geluidshinder. Aangezien de in de verleende geluidsontheffing opgenomen geluidsnormen zijn afgeleid van de in de Beleidsregel geluid vastgelegde geluidsnormen, waarvan is geconcludeerd dat die normen onvoldoende zijn gemotiveerd, is naar het oordeel van de rechtbank in dit geval onvoldoende duidelijk waarop verweerder zich gebaseerd heeft om tot de conclusie te komen dat de in de verleende geluidsontheffing opgenomen geluidsnormen in dit concrete geval aanvaardbaar zijn te achten en niet zullen leiden tot onduldbare geluidshinder. Gelet op de voorgaande overwegingen heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank niet voldaan aan het zorgvuldigheidsbeginsel, als bedoeld in artikel 3:2 van de Awb, en berust het bestreden besluit in zoverre op een ondeugdelijke motivering, hetgeen schending van artikel 7:12, eerste lid, van de Awb met zich brengt. Deze grond van eisers slaagt en het bestreden besluit komt in zoverre voor vernietiging in aanmerking.

Muziek ’s nachts

11.1.

Eisers betogen dat omwonenden niet tegen slaapverstoring worden beschermd door de in de verleende geluidsontheffingen vastgelegde normen. Anders dan de voorgaande edities mogen de evenementen volgens eisers nu ook een groot deel van de nachtperiode doorgaan, voor Psy-Fi zelfs 24 uur per dag. In de visie van eisers doet verweerder een en ander ten onrechte af als een ‘experiment’, onder het mom van ‘achtergrondmuziek’ die de Nota Evenementen zou toestaan. Volgens eisers hebben de omwonenden dat experiment al in 2014 met Psy-Fi ondervonden en is dit experiment mislukt. In dit verband wijzen eisers op tabel 4 van het FUMO-rapport, waaruit blijkt dat de gevelwering bij het ultra-bas-spectrum voor de woning aan de Wielendwinger 1 gelijk is aan 14 dB en voor de woning aan Wielendwinger 9 gelijk is aan 15 dB. In de visie van eisers kan na 01.00 uur in deze woningen niet worden geslapen omdat het gemiddelde niveau 6 dB te hoog is. Ook daarna kunnen bewoners volgens eisers niet in slaap komen omdat er dan nog regelmatig pieken boven de 40 dB(A) zijn (zie bijvoorbeeld de grafiek met meetgegevens van 18 augustus 2018 op referentiepunt 2). Bij referentiepunt 3 (Alddiel 5 en 6) speelt volgens eisers hetzelfde probleem, met regelmatig pieken tot 45 dB(A) in het resterende deel van de nacht (zie bijvoorbeeld de grafiek van referentiepunt 3 van 18 augustus 2018). Voor referentiepunt 6 (Alddiel 9) is volgens eisers het nachtelijk dB(C)-niveau veel te hoog. Daarnaast wijzen eisers erop dat er ’s nachts structureel 20 dB verschil is tussen het C- en het A-niveau. Uitgaande van een gevelisolatie van 15 dB bij het ultra-bas-spectrum, betekent dit in de visie van eisers voor de woning Alddiel 9 dat in de nachtelijke uren binnengeluidsniveaus van meer dan 25 dB(A) en 48 dB(C) te verwachten zijn. Naar de mening van eisers wordt in dat geval niet voldaan aan de geluidsnormering van de Nota Evenementen, zodat er sprake is van slaapverstoring en derhalve van onduldbare hinder.

11.2.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat in de normstelling voor de nachtperiode rekening wordt gehouden met het voorkomen van slaapverstoring door overeenkomstig de Nota Evenementen uit te gaan van een maximaal binnenniveau in de woningen van 25 dB(A) en daarbij rekening te houden met de gevelisolatie en extra bescherming tegen laagfrequent geluid. Volgens verweerder heeft een normstelling in dB(A) en dB(C) de voorkeur boven een voorschrift met woorden als ‘niet hoorbaar’ omdat een dergelijke term niet objectief meetbaar is en tot discussie kan leiden.

11.3.

Met betrekking tot dit aspect heeft de StAB in de rapportage van 16 april 2019 onder meer het volgende te kennen gegeven. De StAB merkt op dat in de Beleidsregel geluid als uitgangspunt is genomen dat in de nachtperiode in de omliggende woningen geen slaap-verstoring mag optreden. Verder merkt de StAB op dat dit in de Beleidsregel geluid is ver-taald in een maximaal toelaatbaar geluidsniveau op de gevel van woningen van 45 dB(A). Bij het stellen van deze waarde is rekening gehouden met een gevelisolatie van 15 tot 20 dB. Uitgaande van deze bandbreedte is volgens de StAB impliciet een binnenniveau voor de nachtperiode toelaatbaar geacht van 25 tot 30 dB(A). In de Nota Evenementen wordt ter voorkoming van slaapverstoring een maximaal toelaatbaar binnenniveau van 25 dB(A)

geadviseerd, hetgeen volgens de Nota Evenementen betekent dat slechts achtergrondmuziek ten gehore mag worden gebracht, aldus de StAB. In de Beleidsregel geluid is voorts aan-gegeven dat het geluidsniveau op de gevel van woningen tijdens de nachtperiode niet meer mag bedragen dan 70 dB(C). In de visie van de StAB is in de Beleidsregel geluid geen onderbouwing gegeven voor de hoogte van dit niveau. Voor het toelaatbare binnenniveau in de nachtperiode is volgens de StAB geen norm in dB(C) gesteld. Uit de spreadsheet “Binnenniveau dB(A) (nacht)” volgt dat het binnenniveau in de woningen ten hoogste 25 dB(A) bedraagt. De woningen Alddiel 6 en 12 zijn daarbij maatgevend. In de door eisers genoemde woningen aan de Wielendwinger bedraagt het door DGMR berekende binnen-niveau ten hoogste 22 dB(A). De berekeningen van DGMR tonen volgens de StAB aan dat wordt voldaan aan de norm van 25 dB(A) voor de nachtperiode uit de Nota Evenementen uitgaande van een housespectrum. Voor het ultra-bas-spectrum moeten volgens de StAB nieuwe berekeningen worden uitgevoerd. De StAB heeft die doorrekening niet gemaakt maar vast staat dat de toelaatbare FoH-waarden in dB(A) voor de podia Alternative en Chill-out naar beneden moeten worden bijgesteld. Als gevolg daarvan zullen ook op de gevels van de woningen lagere dB(A)-waarden worden berekend. Uitgaande van de FoH-norm van 113 dB(C) zal het berekende geluidsniveau in de 63 Hz octaafband middenfrequentie volgens de StAB bij een ultra-bas-spectrum iets hoger zíjn dan bij een housespectrum. Het verschil is echter gering. Een ultra-bas-spectrum zal in de visie van de StAB daarom niet leiden tot hogere binnenniveaus dan berekend met een housespectrum. Volgens de StAB ziet de voormelde norm van 25 dB(A) uit de Nota Evenementen op het totale geluidsniveau in de woning en daardoor niet specifiek op de bastonen. Om te bepalen of de bastonen 's nachts in de woningen hoorbaar kunnen zijn, moeten de geluidsniveaus in de visie van de StAB worden vergeleken met de gehoordrempel. Daarvoor moeten de dB(C)-niveaus in de woningen volgens de StAB per octaafband worden omgerekend naar ongewogen geluids-niveaus. Uit de spreadsheet “Binnenniveau dB(C) (nacht)” van DGMR volgt volgens de StAB dat bij de 63 Hz octaafband het hoogste geluidsniveau in de woningen wordt berekend, uitgaande van een housespectrum (zie bijlage 3.7 bij het DGMR-rapport voor Psy-Fi 2018). Uit de tabel blijkt in de visie van de StAB dat de bastonen in de octaafband van 63 Hz voor het merendeel van de onderzochte woningen boven de gehoordrempel bij die frequentie uitkomen. De bastonen zijn daarmee naar de mening van de StAB (ook) in de nachtperiode hoorbaar, alhoewel de absolute waarden niet in zeer sterke mate boven de gehoordrempel uitkomen. Daardoor is het moeilijk om met zekerheid te zeggen of bij dergelijke geluidsniveaus in de woning een verstoring van de slaap zal (kunnen) optreden in de zin dat een bewoner niet of moeilijker in slaap kan komen. Een factor die daarbij in de visie van de StAB mogelijk nog wel een rol speelt is dat hoorbare bastonen als negatieve ‘trigger’ kunnen fungeren. Die trigger kan volgens de StAB ook bij lage geluidsniveaus optreden, met name wanneer een bewoner door langdurige blootstelling aan veel luidere muziek tijdens de dag- en avondperiode, al getriggerd is. Indien absolute zekerheid is gewenst dat slaapverstoring vanwege muziek ín de nachtperiode niet zal optreden, zou het geluidsniveau van de bastonen in de woningen tijdens de nachtperiode in de visie van de StAB niet boven de gehoordrempel uit mogen komen. Voor Psy-Fi zou dit betekenen dat de vergunde dB(C)-waarden bij FoH in de nachtperiode met ten minste 13 dB omlaag moeten (uitgaande van het berekende binnenniveau in de maatgevende woning Alddiel 6). Dit heeft volgens de StAB tot gevolg dat de beleving van muziek voor de bezoekers meer het karakter krijgt van achtergrondmuziek. Daarnaast wijst de StAB erop dat uit de nadere onderbouwing door een second opinion van Peutz blijkt dat verweerder voornemens is om in de Beleidsregel voor de nachtperiode een norm op te nemen van maximaal 50 dB(C) in woningen, naast de al gehanteerde norm van 25 dB(A) uit de Nota Evenementen. In dit verband wijst de StAB erop dat Peutz in de second opinion tot de conclusie komt dat met een aanvullende dB(C)-norm in woningen meer bescherming voor bewoners wordt geboden dan met alleen een dB(A)-norm, met name voor de bastonen. De StAB deelt die conclusie. Verder wijst de StAB erop dat in de nadere onderbouwíng een tabel is opgenomen waarin per tertsband is berekend welk ongewogen geluidsniveau kan optreden, uitgaande van de norm van 25 dB(A) (uit de Nota Evenementen) en de aanvullende norm van 50 dB(C). Daarbij is er (worstcase) vanuit gegaan dat alle geluidsenergie zich steeds in één tertsband zal manifesteren. Volgens de StAB bepaalt de laagste waarde welke norm (dB(A) of dB(C)) maatgevend is. In de visie van de StAB volgt uit de door Peutz gehanteerde tabel dat de dB(C)-norm maatgevend is voor alle frequenties onder de 80 Hz. Dit sluit aan bij de eerdere bevindingen van de StAB in subparagraaf 3.1.1 van dit verslag, waarin is aangegeven dat de dB(C)-norm maatgevend is en de dB(A)-norm daaraan ondergeschikt ís.

Voor WttV 2018 ontbraken in de door DGMR toegestuurde rekenbestanden de spreadsheets

“Binnenniveau dB(A) (nacht)” en “Binnenniveau dB(C) (nacht)”. In de bijlagen bij het rapport van DGMR voor WttV 2018 zijn deze gegevens volgens de StAB ook níet bijgevoegd. Voor WttV 2018 zíjn weliswaar iets lagere dB(C)-niveaus in de nachtperiode vergund dan voor Psy-Fi 2018, maar dat neemt in de visie van de StAB niet weg dat ook voor WttV 2018 sprake zal zijn van hoorbare bastonen in de woningen in de nachtperiode. Volgens de StAB moet nader onderzoek uitwijzen in welke mate dat het geval is.

11.4.1.

In reactie hierop heeft eiseres bij brief van 5 mei 2019 te kennen gegeven dat in het StAB-verslag de kern van de Nota Evenementen regelmatig naar de achtergrond lijkt te verdwijnen. In dit verband wijzen eisers erop dat de grens van muziekevenementen wordt bepaald door het optreden van onduldbare hinder voor omwonenden. Volgens eisers is er in de navolgende gevallen sprake van onduldbare hinder:

- een binnenniveau van 50 dB(A) tijdens de dag- en avond;

- slaapverstoring door 25 dB(A) tijdens de nachtperiode;

- slaapverstoring door hoorbare en voelbare dB(C) tijdens de nachtperiode;

- het verschuiven van de nachtperiode van 23.00 uur naar later gelegen tijdstippen.

11.4.2.

In reactie hierop heeft verweerder bij brief van 9 mei 2019 verwezen naar een rapportage van 7 mei 2019 van DGMR. In die rapportage heeft DGMR te kennen gegeven dat de aanbeveling die in de Nota Evenementen is opgenomen om in de nachtperiode slechts

achtergrondmuziek toe te staan om slaapverstoring te voorkomen geen harde eis is, zoals

de StAB suggereert in voormeld verslag. De aanbeveling om slechts achtergrondmuziek in de nachtperiode toe te staan is door verweerder niet in het evenementenbeleid overgenomen,

omdat de woningen op de Groene Ster op grote afstand van het evenemententerrein staan,

waardoor minder snel slaapverstoring optreedt, aldus DGMR. Om die reden vindt DGMR de beoordeling die de StAB maakt op basis van de verwijzing naar achtergrondmuziek niet overeenkomen met de geluidsnormen uit de Nota Evenementen, de Beleidsregel geluid en de kenmerken van de locatie de Groene Ster.

11.5.

In een aanvullende rapportage van 14 mei 2019 heeft de StAB met betrekking tot dit aspect aangegeven dat in het laatste StAB-verslag de essentie van de Nota Evenementen niet uitgebreid opnieuw is weergegeven, maar dat is verwezen naar de eerdere verslagen, waarin voormelde Nota uitgebreid is behandeld. In dit verband wijst de StAB erop dat de essentie van voormelde Nota, zoals het maximum van 50 dB(A) in de woningen (spraakverstaan-baarheid), het mogelijkerwijs verlengen van de avondperiode, het voorkomen in de nacht van slaapverstoring en het ontbreken van een beoordeling van de bassen in de woningen, regelmatig in het verslag aan de orde komt. In de visie van de StAB is er nog te weinig informatie voorhanden om de hinder van de bassen tijdens een festival goed te kunnen beoordelen. In dit kader acht de StAB van belang dat DGMR met betrekking tot dit aspect een uitgebreid belevingsonderzoek aanbeveelt. Ook voor slaapverstoring ontbreekt volgens de StAB adequaat onderzoek, hoewel verweerder op het punt van voorkomen van slaap-verstoring thans een voorzet heeft gegeven, die in het verslag is behandeld. Verder wijst de StAB erop dat geluidnormen over het algemeen niet worden gedifferentieerd voor bepaalde groepen van de bevolkíng, zoals voor kinderen. De normen gelden in zijn algemeenheid als een gemiddelde voor de bevolking, aldus de StAB. Ook hier wreekt zich volgens de StAB het feit dat het vaak gaat om korte termijneffecten. De verwachting is volgens de onderzoekers dat een en ander ook effecten kan hebben voor de lange termijn, maar dat is in de visie van de StAB bijna niet aantoonbaar.

Daarnaast heeft de StAB in de aanvullende rapportage naar aanleiding van het DGMR-rapport te kennen gegeven dat niet zozeer de afstand tot de woningen bepalend zal zijn voor het optreden van slaapverstoring maar de hoogte van de geluidniveaus in de woningen en dan vooral in de frequentiebanden waar het omgevingsgeluid normaliter geen relevante bijdrage zal leveren. De StAB wijst erop dat op bladzijde 12 van de Beleidsregel geluid is

aangegeven dat ‘s nachts in de omliggende woningen een geluidsniveau mag optreden waarbij geen slaapverstoring optreedt. Rekening houdend met een gevelisolatie van 15 tot

20 dB, betekent dit voor de gevelbelasting volgens de StAB een waarde van 45 dB(A). Hierbij is echter op geen enkele wijze rekening gehouden met het geluidniveau van de basgeluiden die daarbij nog in de woningen kunnen optreden en hoorbaar kunnen zijn, aldus de StAB. Daarnaast wijst de StAB erop dat in het eerdere verslag is ingegaan op een aanvullende norm van 50 dB(C) in de woningen die verweerder voornemens is in de Beleidsregel geluid op te nemen.

11.6.

Uit vaste jurisprudentie van de AbRvS, onder meer kenbaar uit ECLI:NL:RVS:2016: 1245, volgt dat niet op objectieve wijze valt vast te stellen wanneer een geluidsniveau van een evenement zodanig hoog is dat dit voor omwonenden als onduldbare geluidshinder moet worden aangemerkt, en dat het oordeel of geluidshinder onaanvaardbaar is, afhankelijk is van het antwoord op de vraag of verweerder aan de belangen die zijn gediend met de activiteit die dat geluid veroorzaakt, redelijkerwijs doorslaggevend gewicht heeft kunnen toekennen.

11.7.

De rechtbank leidt uit de toelichting van de Beleidsregel geluid af dat bij meerdaagse evenementen in de Groene Ster in de nachtperiode (versterkt) geluid mag worden gemaakt, waarbij in de omliggende woningen een geluidsniveau mag optreden waarbij ‘geen slaapverstoring’ optreedt. Daarnaast leidt de rechtbank uit de StAB-rapportage van 16 april 2019 af dat uit de herberekeningen door de StAB blíjkt dat het hoogste binnenniveau optreedt in de woning Alddiel 6, de woning die ook maatgevend is voor het binnenniveau in dB(A). Voor deze woning is volgens de StAB een geluidsniveau op de gevel berekend van 86 dB(C) en een binnenniveau van 73,5 dB(C). Volgens de StAB liggen de berekende binnenniveaus voor de andere woningen tussen circa 60 dB(C) en 70 dB(C). De octaafband van 63 Hz is in de visie van de StAB voor alle woningen maatgevend. De ongewogen binnenniveaus komen bij deze frequentie ruimschoots boven de gemiddelde gehoordrempel uit, aldus de StAB. In dit verband wijst de StAB erop dat de bastonen van het festival in de woning derhalve duidelijk te horen te zijn. Bij dergelijke lage frequenties is volgens de StAB overigens niet uit te sluiten dat in een ruimte van de woning staande golven kunnen optreden waardoor het geluidsniveau wordt versterkt. Dit effect is niet vooraf te kwantificeren. Een factor die daarbij in de visie van de StAB mogelijk nog wel een rol speelt is dat hoorbare bastonen als negatieve ‘trigger’ kunnen fungeren. Die ‘trigger’ kan volgens de StAB ook bij lage geluidsniveaus optreden, met name wanneer een bewoner door langdurige blootstelling aan veel luidere muziek tijdens de dag- en avondperiode, al getriggerd is. Indien absolute zekerheid is gewenst dat slaapverstoring vanwege muziek ín de nachtperiode niet zal optreden, zou het geluidsniveau van de bastonen in de woningen tijdens de nachtperiode in de visie van de StAB niet boven de gehoordrempel uit mogen komen. Voor Psy-Fi zou dit betekenen dat de vergunde dB(C)-waarden bij FoH in de nachtperiode met ten minste 13 dB omlaag moeten (uitgaande van het berekende binnenniveau in de maatgevende woning Alddiel 6). Dit heeft volgens de StAB tot gevolg dat de beleving van muziek voor de bezoekers meer het karakter krijgt van achtergrondmuziek. Volgens de StAB staat vast dat ook voor Wttv de FoH-normen in dB(A) verlaagd zouden moeten worden. In hetgeen verweerder naar voren heeft gebracht, ziet de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van de bevindingen van de StAB en de daarop gebaseerde conclusies. Dit brengt met zich dat verweerder in het kader van de beoordeling van de aangevraagde geluidsontheffing in dit geval naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt en onvoldoende heeft gemotiveerd dat er geen sprake is van onduldbare geluidshinder in voormelde maatgevende woning. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat uit de herberekeningen van de StAB volgt dat er sprake is van slaapverstoringseffecten vanwege het binnenniveau in dB(C), zodat in zoverre niet is voldaan aan de toelichting van de Beleidsregel geluid, waarin staat vermeld dat als uitgangspunt heeft te gelden dat in de nachtperiode geen slaapverstoring mag optreden. Hieruit volgt dat verweerder in zoverre in tegenspraak met voormelde toelichting van de Beleidsregel geluid de aangevraagde geluidsontheffing heeft verleend. Gelet op de voorgaande overwegingen slaagt deze grond van eisers en komt het bestreden besluit in zoverre voor vernietiging in aanmerking.

Beperking bij meerdaagse evenementen en beperking van de start- en eindtijden

12.1.

Eisers betogen dat de omwonenden van de Groene Ster overlast ondervinden van de

cumulatie van festival-effecten. In dit verband wijzen eisers erop dat dit voor 2018 betrekking had op de overlast van:

- vier dagen Promised Land festival;

- drie dagen Dorpsfeest Goutum;

- zeven dagen optreden Conference of the Birds;

- zes dagen repeteren voor Conference of the Birds;

- vier dagen Welcome to the Village

- twee dagen lnto the Grave;

- vijf dagen Psy-Fi.

Volgens eisers geven meerdaagse evenementen een grotere belasting voor de omgeving dan gespreide eendaagse evenementen. In de jurisprudentie wordt bij meerdaagse festivals maximaal 8 uur per dag elektronisch versterkte muziek toegestaan. Daarbij zou in de visie van eisers de nachtperiode overigens niet moeten worden verkleind, maar juist moeten worden vergroot. Daarbij verwijzen eisers naar de “Notitie chronobiologische en slaap-verstorende effecten van geluidshinder” van M.C.M. Gordijn, PhD (arts). Indien als uitgangspunt wordt genomen dat niet meer dan 10% van de omwonenden aanmerkelijke kans op slaapverstoríng mag lopen, dan geldt volgens eisers voor de concrete situatie in de Groene Ster dat voor versterkt geluid volgens de dag/avondnorm op de referentiepunten 1, 2, 4, 5 en 7 de volgende start- en eindtijden zouden moeten gelden:

- op werkdagen niet eerder starten dan 10.00 uur;

- voorafgaande aan werkdagen niet later eindigen dan 22.00 uur;

- op vrije dagen niet eerder starten dan 12.00 uur;

- voorafgaande aan vrije dagen niet later eindigen dan 23.00 uur.

Op de referentiepunten 3 en 6, waar ook kinderen in de nabijheid wonen, zouden volgens eisers op aangeven van de ouders/kinderen de volgende start- en eindtijden voor versterkt geluid volgens de dag/avondnorm dienen te gelden:

- op werkdagen niet eerder starten dan 10.00 uur (de norm voor volwassen, die strenger is);

- voorafgaande aan werkdagen niet later eindigen dan 21.15 uur;

- op vrije dagen niet eerder starten dan 12.00 uur;

- voorafgaande aan vrije dagen niet later eindigen dan 22.00 uur.

12.2.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat beleid inzake geluid bij evenementen in de openlucht is vastgelegd in de Beleidsregel geluid. Daarbij heeft verweerder besloten dat voor de nachtperiode van maandag tot en met donderdag een aaneengesloten rustperiode van 9 uur geldt, voor de nacht van vrijdag op zaterdag een rustperiode van minimaal 8 uur geldt en voor de nacht van zaterdag op zondag een rustperiode van 12 uur geldt. Daarbij geldt voor de rustperioden volgens verweerder dat er ontheffing mogelijk is tegen een zeer lage geluidsnorm. Daarnaast is, om cumulatieve effecten in te perken, een maximum gesteld aan het aantal dagen per locatie met een hoog geluidsniveau. Voor de Groene Ster is dit aantal dagen volgens verweerder beperkt tot 12 per jaar. In de addendum Beleidsregel geluid is voor 2018 een verruiming opgenomen, tot maximaal 21 dagen. De reden hiervoor was het mogelijk maken van het evenement Conference of the Birds, een bijzonder eenmalig evenement in het kader van de Culturele Hoofdstad.

12.3.

Met betrekking tot dit aspect heeft de StAB in de rapportage van 16 april 2019 onder meer het volgende te kennen gegeven. Met betrekking tot het aantal dagen op jaarbasis met een hoge geluidsbelasting merkt de StAB op dat eisers feitelijk verzoeken om een integrale beoordeling van het totaal aantal evenementendagen in de Groene Ster, inclusief een aanvullende beoordeling voor twee festivals buiten de Groene Ster. In dit verband wijst de StAB erop dat hiervoor een bredere en integrale beoordeling nodig is, te weten een ruimtelijke aanvaardbaarheidstoets in het kader van een (aanpassing van het) bestemmings-plan.

Voor wat betreft de door eisers overgelegde “Notitie chronobiologische en slaapverstorende effecten van geluidshinder” van de arts Gordijn merkt de StAB op dat daarin de focus ligt op slaapverstoring van ouderen en kinderen. In voormelde notitie is voor ouderen en kinderen het volgende geconcludeerd:

- Ouderen:

Door in de Nota Evenementen de definitie van “nachtperiode” op vrije dagen, en avonden voorafgaand aan vrije dagen, 1 of 2 uur te verschuiven wordt een slaapverstoring opgelegd aan mensen die normaal niet zo laat zouden gaan slapen en een (grotere) “sociale jetlag” opgelegd aan personen die spontaan geen of een minder grote sociale jetlag zouden ondergaan.

- Kinderen:

Slaaptekort en verstoringen van het slaap/waak-ritme leiden ook bij kinderen en tieners tot problemen. Zo is er een verhoogd risico op internaliserende gedragsproblemen, waaronder stemmingswisselingen, depressie en angststoornissen, en externaliserende gedrags-problemen, waaronder agressief gedrag, hyperactiviteit en aandachtstoornissen. Slaaptekort leidt ook tot cognitieve problemen, zowel bij simpele uitvoertaken als bij complexe cognitie-taken. Juist bij kinderen levert dit dan ook leer- en geheugenproblemen op met als gevolg vermínderde schoolprestaties.

De hiervoor genoemde gezondheidseffecten zullen, zoals reeds eerder is aangegeven, bij een festival volgens de StAB tijdelijk van aard zijn (korte termijneffecten). In dit verband wijst de StAB erop dat in de notitie wordt aangegeven dat een causaal verband met lange termijn-effecten op de gezondheid moeilijk is aan te tonen, alhoewel daar wel indicaties voor zijn.

Met betrekking tot een beperking van het aantal uren muziek wijst de StAB erop dat veel

gemeenten (Amsterdam, Groningen, Nijmegen) hiervoor inmiddels profielen hanteren, waarbij de duur en de aard van de belasting in combinatie met de omgeving een grote rol spelen. Daarbij wordt bij een dance-achtig muziekprofiel vaak dagelijks maar een beperkt aantal uur toegestaan en wordt een ruimere eindtijd (na 23.00 uur) meestal zeer beperkt toe-gestaan vanwege de continue aard van de muziek (basdreun) en de mate van de belasting van de omgeving. In dit verband wijst de StAB erop dat bij Psy-Fi en WttV sprake is van een aanzienlijk lange vergunde periode, maximaal 17 uur muziek bij Psy-Fi en 14 uur bij WttV. Verweerder gaat er daarbij volgens de StAB vanuit dat de muziek 's nachts niet tot slaap-verstoring leidt. Met het voorstel van eisers voor de bedrijfstijden van een festival wordt, gelet op de beoogde en de vergunde tijden van het festival, in de visie van de StAB fors ingegrepen op de bedrijfsvoering.

12.4.

In reactie hierop hebben eisers bij brief van 5 mei 2019 te kennen gegeven dat de StAB nog steeds geen uitspraak lijkt te willen doen voor wat betreft het effect van geluid op slaapverstoring bij kinderen. Indien dit zou worden erkend, zou dat in de visie van eisers betekenen dat de eindtijdstippen van versterkt geluid drastisch vervroegd moeten worden.

12.5.

In een aanvullende rapportage van 14 mei 2019 heeft de StAB met betrekking tot dit aspect aangegeven dat geluidnormen over het algemeen niet worden gedifferentieerd voor bepaalde groepen van de bevolkíng, zoals voor kinderen. De normen gelden in zijn algemeenheid als een gemiddelde voor de bevolking, aldus de StAB. Ook hier wreekt zich volgens de StAB het feit dat het vaak gaat om korte termijneffecten. De verwachting is volgens de onderzoekers dat een en ander ook effecten kan hebben voor de lange termijn, maar dat is in de visie van de StAB bijna niet aantoonbaar.

12.6.

In hetgeen eisers hebben aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanleiding om de in de verslagen door de StAB neergelegde bevindingen en de daarop gebaseerde conclusie niet te volgen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de StAB terecht gewezen op het feit dat geluidnormen over het algemeen niet worden gedifferentieerd voor bepaalde groepen van de bevolkíng, zoals voor kinderen. Daarbij heeft de StAB in aanmerking kunnen nemen dat de normen in zijn algemeenheid gelden als een gemiddelde voor de bevolking. Verder heeft de StAB daarbij in aanmerking kunnen nemen dat het vaak gaat om korte termijneffecten. De verwachting is volgens de onderzoekers dat een en ander ook effecten kan hebben voor de lange termijn, maar dat is in de visie van de StAB bijna niet aantoonbaar. Gelet hierop slaagt deze grond van eisers niet.

Handhaving op de referentiepunten

13.1.

Eisers betogen dat verweerder er voor 2018 (bij het dag- en avondregime) voor heeft gekozen om de handhaving van geluidsnormen voor de omgeving van de Groene Ster te verschuiven van de referentiepunten naar de gevels van de omliggende woningen. In de visie van eisers bemoeilijkt dit de effectieve handhavíng, omdat de handhaving op vier referentie-punten verschuift naar een tiental gevels, die vaak moeilijk bereikbaar zijn vanwege de ligging op particulier terrein, waakhonden, wildroosters, etc. Verder is volgens eisers geen correctie toegepast voor een handhavingsmeting van vijf minuten.

13.2.

Aan de verleende geluidsontheffing zijn de navolgende voorschriften verbonden:

“1.1. De geluidsniveaus (langtijdgemiddelde beoordelingsniveau) moeten worden gemeten en beoordeeld volgens het “Meetprotocol voor geluidsmetingen evenementen in de gemeente Leeuwarden” uit de Beleidsregel geluid.

2.1.

Overeenkomstig de tabellen 1 en 2 mag (muziek)geluid ten gehore worden gebracht. De geluidsniveaus (Leq 1 minuut), worden gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen (woningen), referentiepunten en FoH en mogen niet hoger zijn dan de waarden die in deze tabellen zijn aangeven. De meetduur van de geluidsniveaus is

1 minuut.

2.2.

Tijdens het evenement moet de houder van de ontheffing de geluidsnormen uit

de tabellen 1 en 2 doorlopend monitoren.”

13.3.

Met betrekking tot dit aspect heeft de StAB in de rapportage van 16 april 2019 onder meer het volgende te kennen gegeven. De StAB merkt op dat in tabel 1 van de geluids-ontheffing van Psy-Fi 2018 en WttV 2018 voor de dag- en avondperiode grenswaarden zijn vastgelegd voor een aantal maatgevende gevels van woningen van derden aan de west- en zuidwestkant van het festivalterrein en nabij referentiepunten aan de oost, zuidoost- en noordkant van het festivalterrein. Verder merkt de StAB op dat voor de nachtperiode is

gekozen voor minder toetspunten bij woningen, maar dat het aantal referentiepunten is ver-hoogd. Controle van de geluidsniveaus dient volgens voorschrift 2.1 van beide ontheffingen plaats te vinden bij de in de geluidsontheffingen opgenomen toetspunten, aldus de StAB. Verweerder heeft daarbij voor beide ontheffingen een selectie gemaakt van een aantal toetspunten bij woningen en een aantal toetspunten ter plaatse van referentiepunten. Onder andere voor de woning aan de Alddiel 9 geldt dat overdag en 's avonds gemeten moet worden op de gevel van de woníng. Voor de nachtperiode ís de woning volgens de StAB niet meer als toetspunt opgenomen, dan geldt referentiepunt 6 als meest nabijgelegen toetspunt. Dit referentiepunt ligt op circa 80 meter ten oosten van de woning. Het is de StAB níet bekend waarom verweerder bij de keuze voor de toetspunten een onderscheid heeft gemaakt tussen de dag- en avondperiode enerzijds en de nachtperiode anderzijds. Naar de mening van de StAB zou het logisch zijn geweest indien in de geluidsontheffingen voor alle perioden dezelfde toetspunten waren gehanteerd. Voor wat betreft de keuze voor het soort toetspunt - woning of referentiepunt - merkt de StAB op dat een toetspunt normaliter wordt gekozen ter plaatse van woningen of andere geluidsgevoelige objecten. Dat zíjn immers de te beschermen objecten. Er kunnen volgens de StAB echter situaties zijn dat de keuze voor een referentiepunt logischer is, bij-voorbeeld als de woning op grote afstand ligt en/of als stoorlawaai het doen van een meting bij de woning zou kunnen belemmeren. Ook kan volgens de StAB uit praktisch oogpunt voor een referentiepunt worden gekozen, bijvoorbeeld vanwege de lastige bereikbaarheid van een meetpunt bij de woning of om discussies te voorkomen over het al dan niet toepassen van de gevelcorrectieterm. Het verschil tussen het geluidsniveau op het referentiepunt en het geluidsniveau op de gevel van de woning(en), moet dan wel bekend zijn, aldus de StAB. In dit verband wijst de StAB erop dat het referentiepunt immers ter bescherming dient van (nabij of verder weg gelegen) woningen. Dat verschil volgt in principe uít het rekenmodel. Voor de woníng aan de Alddiel 9 is gebleken dat het door DGMR eerder berekende verschil tussen het geluidsniveau op referentiepunt 6 en de gevel van de woning, niet juist is. Zoals in subparagraaf 3.1.2 aangegeven, is de modellering van de gebouwen op dit perceel gewijzigd, hetgeen ook gevolgen heeft voor het verschil dat wordt berekend. Daarnaast is volgens de StAB geconcludeerd dat ook de oostgevel van belang is voor de beoordeling van het geluids-niveau in de woning. Het verschíl tussen referentiepunt 6 en het geluidsniveau op de oost-gevel is door de StAB met het rekenmodel berekend op (afgerond) 1 dB.

Met betrekking tot de handhaving merkt de StAB op dat op grond van voorschrift 2.2 het muziekgeluidsniveau doorlopend moet worden gemonitord. Het monitoren heeft als doel dat de geluidsemissie van het evenemententerrein tijdig door de organisatie kan worden bij-gestuurd indien uit de resultaten van de één minuutmetingen (LAeq en/of LCeq) blijkt dat een overschrijding optreedt. Los van de noodzakelijkheid van bijsturing kan het volgens de StAB ook nodig zijn om in het kader van de handhaving metingen te verrichten. De te verrichten metingen en de verslaglegging daarvan zijn niet zoals bij de hiervoor genoemde bijsturing, vormvrij, maar moeten op grond van voorschrift 1.1 voldoen aan de in het meetprotocol opgenomen eisen, aldus de StAB. Uit het meetprotocol maakt de StAB op dat het handhavingsbeleid van verweerder inhoudt dat pas handhavend zal worden optreden indien binnen een (aaneengesloten) meetperiode van 5 minuten (gemeten als 5 x 1 minuut), drie-maal een hogere waarde voor het LAeq,1 min en/of LCeq,1 min is gemeten dan is toegelaten. Indien in de periode van 5 minuten slechts eenmaal (of tweemaal) een hogere waarde is gemeten dan toegelaten, wordt dat als een uitschieter beschouwd en wordt niet gehandhaafd. De vraag of het door verweerder in het meetprotocol neergelegde handhavingsbeleid juist is, is een vraag die volgens de StAB in het kader van een handhavingszaak aan de orde moet komen.

13.4.

In reactie hierop heeft verweerder bij brief van 7 mei 2019 te kennen gegeven dat het geen probleem is om de geluidsnormen weer op de referentiepunten te leggen.

13.5.

In een aanvullende rapportage van 14 mei 2019 heeft de StAB met betrekking tot dit aspect aangegeven de opmerking van verweerder voor kennisgeving aan te nemen.

13.6.

Gelet op het StAB-verslag van 16 april 2019 ziet de rechtbank geen aanleiding om tot de conclusie te komen dat verweerder de in rechtsoverweging 13.2. omschreven voorschriften niet aan de verleende geluidontheffing kon verbinden. Gelet hierop slaagt deze grond van eisers niet.

Affilteren

14.1.

Eisers betogen dat er maar één tertsband onder de 40 Hz is en dat is de tertsband van 31,5 Hz. Naar de mening van eisers leidt het affilteren van deze tertsband met 6 dB slechts tot een marginaal verschil. Volgens eisers is de uitwerking van het affilteren op de eerstvolgende tertsband van 63 Hz praktisch verwaarloosbaar. In de visie van eisers zal het op deze wijze affilteren voor de waarneming op de referentiepunten en aan de gevels in de praktijk geen verschil van enige betekenis maken.

14.2.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat in dit geval kan worden volstaan met het aan de geluidsontheffing verbonden voorschrift 2.4, waarin is vermeld dat het geluid onder de 40 Hz wordt afgefilterd met 6 dB per tertsband.

14.3.

Met betrekking tot dit aspect heeft de StAB in de rapportage van 16 april 2019 te kennen gegeven dat door de wijze waarop voormeld voorschrift is geformuleerd het geluidsniveau in de tertsband van 40 Hz zelf niet wordt afgefilterd. Volgens de StAB heeft dit tot gevolg dat het geluidsniveau in deze tertsband in theorie hoog zou kunnen zijn. Bij de geluidsberekeningen is met deze tertsbandfrequentie geen rekening gehouden, aldus de StAB. Om die reden ligt het in de visie van de StAB in de rede om voormeld voorschrift aan te passen, zodanig dat het muziekgeluid in de 40 Hz-tertsband ook gereduceerd wordt. Naar de mening van de StAB zou het voorschrift dan als volgt kunnen worden aangepast: “Het geluid in de tertsbanden van 40 Hz en lager moet worden afgefilterd met een verval van 6 dB per tertsband”.

14.4.

In hetgeen verweerder naar voren heeft gebracht, ziet de rechtbank geen aanleiding om van de bevindingen van de StAB en de daarop gebaseerde conclusie af te wijken. Dit brengt met zich dat het aan de geluidsontheffing verbonden voorschrift 2.4 voor onjuist moet worden gehouden en voor vernietiging in aanmerking komt. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat, gelet op de redactie van voormeld voorschrift, het in theorie zo zou kunnen zijn dat het geluidsniveau in deze tertsband onbedoeld hoog zou kunnen zijn. Deze grond van eisers slaagt.

Conclusie

15. Gelet op rechtsoverwegingen 5.5., 7.6., 10.6, 11.7. en 14.4. is het beroep van eisers gegrond en komt het bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking. Aangezien de in voormelde rechtsoverwegingen geconstateerde gebreken eveneens kleven aan het primaire besluit van 22 juni 2018 van verweerder, ziet de rechtbank aanleiding om onder toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb zelf in de zaak te voorzien en dit primaire besluit van verweerder te herroepen. Aangezien niet is gebleken van kosten die ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen, ziet de rechtbank geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, als bedoeld in artikel 8:75, in samenhang gelezen met artikel 7:15, van de Awb. Wel ziet de rechtbank aanleiding om te bepalen dat verweerder het door eisers betaalde griffierecht ad € 345,-- aan hen dient te vergoeden.

Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep van eisers gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- voorziet zelf in de zaak en herroept het primaire besluit van 16 juli 2018,

- draagt verweerder op het door eisers betaalde griffierecht ad € 345,-- aan hen te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L. Mulder, voorzitter, mr. E.M. Visser en

mr. K.J. de Graaf, leden, in aanwezigheid van mr. H.L.A. van Kats als griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2019.

De griffier De voorzitter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

Afschrift verzonden op: