Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2019:317

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
28-01-2019
Datum publicatie
30-01-2019
Zaaknummer
18/820320-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Gekwalificeerde diefstal.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 63
Wetboek van Strafrecht 311
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/820320-18

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 28 januari 2019 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] ,

adres: [adres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van

14 januari 2019.

Verdachte is niet verschenen; wel is verschenen mr. B. Klunder, advocaat te Amsterdam, die verklaard heeft uitdrukkelijk tot de verdediging te zijn gemachtigd.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. S.E. Eijzenga.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 14 januari 2018, in de gemeente Groningen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in/uit een pand gelegen aan de [straatnaam] ( [benadeelde partij] ) een hoeveelheid hennep, 20.000 euro, vloei en/of tabak, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer] of [benadeelde partij] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben

verschaft en/of die weg te nemen bovengenoemde goederen onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat op grond van de stukken in het dossier het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte niet betwist dat hij de persoon is die op de beelden is te zien en die door anderen op de beveiligingsbeelden van [benadeelde partij] ook is herkend als zijnde verdachte. Het ten laste gelegde medeplegen kan wettig en overtuigend

worden bewezen, nu verdachte een belangrijk aandeel heeft gehad in de diefstal.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1.Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte

d.d. 14 januari 2018, opgenomen op pagina 40 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2018012334 d.d. 5 juli 2018, inhoudend als verklaring van [naam] (namens [slachtoffer])1:

Op 14 januari 2018 kreeg ik een melding van de meldkamer van het beveiligingsbedrijf dat er een alarm af ging in [benadeelde partij] aan de [straatnaam] te Groningen. Toen ik daarna voor de zaak langs reed zag ik een kleine witte auto voor de zaak staan. Ik zag vanuit de steeg twee jonge mannen rennen richting de kleine witte auto. Ik zag dat een van de jongens voorin aan de bijrijders kant ging zitten en de andere jongen op de achterbank. Ik zag vervolgens dat de auto met hoge snelheid wegreed. Ik ben naar de steeg gelopen en ik zag dat het cilinderslot uit de deur was gehaald.

Toen ik vervolgens door liep naar de deur van de kantoorruimtes, die altijd is afgesloten middels de sleutel en middels een rolluik, zag ik dat het rolluik omhoog was en dat de deur openstond. Ik zag heel veel schade aan het kozijn van de deur. Deze deur was met grof geweld open gemaakt. Ik zag tevens dat het elektrische bedieningskastje van de rolluik vernield was.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangeefster

d.d. 21 maart 2018, opgenomen op pagina 44 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer] :

Er is ingebroken in mijn pand [benadeelde partij] aan de [straatnaam] in Groningen. De verdachten hebben het volgende weggenomen:

Verschillende soorten aan hennep, dozen met vloei en Emmertabak.

Tevens hebben zij een kasvoorraad weggenomen van een bedrag van € 20.000.

3. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 8 maart 2018, opgenomen op pagina 118 e.v., inhoudend als verklaring van [getuige]

Opmerking verbalisanten: aan [getuige] werden de beelden getoond welke horen bij de inbraak in [benadeelde partij] te Groningen.

Ja, ik zie het meteen. Hier kan [verdachte] niet onderuit. Hij loopt recht met zijn gezicht in beeld. Ik herken die persoon als [verdachte] . Ik zie zelfs dat hij een trui aan heeft met hierop Bal R/ Ballin (fon). Dit is gewoon een trui die ik altijd voor hem moet wassen. Ik weet 100 procent dat die persoon in beeld [verdachte] is.

Opmerking verbalisanten: Wij voegen als bijlage bij dit verhoor een aantal foto's waarop

[getuige] [verdachte] heeft herkend. Wij hebben haar tijdens het verhoor de

bewegende beelden laten zien. De bijlages worden genummerd als zijnde foto 1, foto 2

en foto 3. 2

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal Uitkijken camerabeelden

d.d. 3 april 2018, opgenomen op pagina 68 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Ik was belast met het onderzoek naar een inbraak in [benadeelde partij] aan de [straatnaam] te Groningen. Deze inbraak heeft plaatsgevonden op 14 januari 2018. Het bedrijf heeft camerabeelden, welke zijn opgenomen door hun beveiligingscamera's, beschikbaar gesteld voor onderzoek. Ik heb de beelden uitgekeken en hieruit bleek het volgende.

-Om 09:05:47 uur, staan er twee personen bij de deur welke naar de gedeelde

steeg leiden van de [straatnaam] te Groningen. Het lijkt alsof ze de

voornoemde deur willen openen middels "flipperen". Waarbij NN01 op de uitkijk

staat en [medeverdachte] tracht de deur open te "flipperen". Uit de beelden mag blijken dat dit

niet lukt en dat vervolgens [verdachte] eraan komt waarna hij de deur open flippert.

Hierna zag ik dat NN01 en [medeverdachte] de steeg naar binnen gingen en [verdachte]

weg liep uit het beeld richting de witte SEAT.

-Om 09:05:47 uur zag ik NN01 en [medeverdachte] weer in de steeg. Ik zag dat zij

balaclavas/ bivakmutsen en handschoenen aantrokken, waarna ze naar de deur liepen

welke hoort bij de [straatnaam] te Groningen.

-Om 09:07: 16 uur zag ik dat NN01 en [medeverdachte] [straatnaam] te Groningen naar

binnen liepen.

-Om 09:10:00 uur zag ik dat de witte SEAT op de straat stond ter hoogte van Noorderstation

15 te Groningen.

-Om 09:25.42 uur zag ik dat [medeverdachte] met twee zogenoemde "big shoppers" uit de

voordeur liep welke hoort bij [straatnaam] te Groningen. Ik zag een grote witte

tas en een gele tas. Tevens zag ik een plastic zakje met hierin een groen iets.

-Om 09.26.05 uur zag ik dat [medeverdachte] de gezamenlijk voordeur naar binnen kwam.

Hierop zag ik NN01 de voordeur uitrennen welke hoort bij de [straatnaam] te Groningen, om vervolgens met [medeverdachte] de gezamenlijke voordeur uit te rennen. Ik zag dat NN01 tijdens het vluchten ook een gele big shopper in zijn rechterhand had.

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

hij op 4 januari 2018, in de gemeente Groningen, tezamen en in vereniging met anderen, uit een pand gelegen aan de [straatnaam] ( [benadeelde partij] ) een hoeveelheid hennep, 20.000 euro, vloei en tabak, toebehorende aan [slachtoffer] of [benadeelde partij] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben

verschaft door middel van braak en verbreking.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en

verbreking.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren. Bij het bepalen van zijn strafeis heeft de officier van justitie de aard en ernst van het feit betrokken. Daarnaast heeft hij hierbij gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het gegeven dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte zijn leven, mede in verband met zijn gezondheid, in positieve zin wil veranderen en dat hij zijn verantwoordelijkheid neemt in deze zaak. De raadsvrouw kan zich vinden in de eis van de officier van justitie.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een diefstal in [benadeelde partij] in Groningen, waarbij de toegang tot de coffeeshop is verschaft door middel van braak en verbreking. Dit delict heeft de benadeelde schade bezorgd. Verdachte heeft met zijn handelen een gebrek aan respect voor het eigendomsrecht van anderen aan de dag gelegd. Bovendien kan een dergelijke feit gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving doen ontstaan dan wel versterken. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank tevens acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd, alsmede op de oriëntatiepunten zoals vastgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Daarnaast heeft de rechtbank de persoonlijke omstandigheden van verdachte hierbij betrokken, zoals door de raadsvrouw ter terechtzitting aangevoerd, inhoudende dat verdachte, mede in verband met zijn gezondheid, zijn leven in positieve zin wil veranderen.

Alles afwegende zal de rechtbank aan verdachte een taakstraf opleggen van na te melden duur. Daarnaast zal de rechtbank, om de ernst van het feit tot uitdrukking te brengen en als stok achter de deur om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen, een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen met een proeftijd voor de duur van twee jaren.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a,14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van één maand.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

een taakstraf voor de duur van 100 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 50 dagen zal worden toegepast.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag inverzekeringstelling hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. van Bruggen, voorzitter, mr. H.J. Schuth en

mr. M.R.M. Beaumont, rechters, bijgestaan door mr. E.A.B. de Jong, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 januari 2019.

1 de eigenaresse van de [benadeelde partij]

2 opgenomen op pagina 120, 121 en 122 van het dossier