Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2019:3093

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
11-07-2019
Datum publicatie
16-07-2019
Zaaknummer
LEE 19-2320
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verleende geluidsontheffing Wttv 2019. Gebreken in akoestisch rapport niet onderkend door verweerder. Schending vergewisplicht. Verlenging dagperiode met twee uur onvoldoende gemotiveerd. Geen garantie dat er in de nachtperiode geen onduldbare geluidshinder optreedt, gelet op Nota Evenementen Limburg. Aanleiding voor het treffen van maatregelen, waarbij aangesloten is bij eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Bestuursrecht

locatie Groningen

zaaknummer: LEE 19/2320

uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 juli 2019 in de zaak tussen

1.a. [verzoekster] gevestigd te [plaats], verzoekster sub 1.a.,

1.b. [verzoekster], te [plaats], verzoekster sub 1.b.,

1.c. [verzoeker], te [plaats], verzoeker sub 1.c.,

hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers,

(gemachtigde: mr. drs. Th.C. van Gelder),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden, verweerder,

(gemachtigde: mr. J.C. van Oosten).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: de Stichting Welcome to the Village (Wttv), gevestigd te Leeuwarden, derde-belanghebbende,

(gemachtigde: mr. I. van der Meer).

Procesverloop

Bij besluit van 22 juni 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder aan derde-belanghebbende een geluidsontheffing onder voorschriften verleend voor het houden van het evenement “Welcome to the Village” (hierna: het evenement) op de locatie, plaatselijk bekend als De Groene Ster te Leeuwarden, van 18 juli tot en met 21 juli 2019, inclusief een soundcheck op 18 juli 2019 gedurende maximaal drie uren overdag.

Tegen het bestreden besluit hebben verzoekers bezwaar gemaakt. Tevens hebben verzoekers bij brief van 26 juni 2019 de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het verzoek is behandeld op de zitting van 5 juli 2019.

Verzoekster sub 1.a. is vertegenwoordigd door haar gemachtigde en [naam].

Verzoekster sub 1.b. is vertegenwoordigd door haar gemachtigde.

Verzoeker sub 1.c. is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, S. Spoelstra en

mr. M. Swart.

Vergunninghoudster is vertegenwoordigd door [naam] ([functie]), bijgestaan door haar gemachtigde en [naam] [functie]).

Overwegingen

Feiten en omstandigheden

1. Bij zijn oordeelsvorming betrekt de voorzieningenrechter de navolgende feiten en omstandigheden.

1.1.

Op 28 juni 2017 heeft de Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (hierna: de FUMO) de rapportage “Gevelgeluidweringsmetingen woningen nabij Groene Ster Leeuwarden” opgesteld.

1.2.

Bij besluit van 2 januari 2018 heeft de raad van de gemeente Leeuwarden (hierna: de raad) de Tijdelijke evenementenregeling Leeuwarden 2018 (de Tijdelijke evenementenregeling) van toepassing verklaard op het hele grondgebied van de gemeente Leeuwarden.

1.3.

Verweerder heeft op 23 april 2018 de “Nadere regels evenementen Leeuwarden” (hierna: de nadere regels evenementen) vastgesteld.

1.4.

Verweerder heeft bij besluit van 24 april 2018 de “Beleidsregel geluid 2018, evenementen in de open lucht” (hierna: de Beleidsregel geluid) vastgesteld.

1.5.

Op 16 mei 2018 heeft de Antea Group een memo “beoordeling van het aspect stikstofdepositie, evenementen recreatiegebied De Groene Ster” opgesteld.

1.6.

Op 17 mei 2018 heeft Altenburg & Wymenga een definitieve onderzoeksrapportage “Ecologische beoordeling van vier meerdaagse evenementen in 2018 in de Groene Ster te Leeuwarden” opgesteld.

1.7.

Op 18 december 2018 heeft verweerder de “Kaderstelling De Groene Ster 2019” vastgesteld.

1.8.

Op 21 februari 2019 heeft M. Zweemer, werkzaam bij Ecobureau Merula, een ecologische kaderstelling “festivals Promised Land en Wttv, Kleine Wielen, 2019” opgesteld.

1.9.

Vergunninghoudster heeft op 21 februari 2019 een aanvraag om omgevings-vergunning, aangevuld met een draaiboek van 22 mei 2019, voor het organiseren van het vierdaagse evenement Wttv 2019 in de vorm van een (muziek)festival op een deel van de gronden van het recreatiegebied De Groene Ster te Leeuwarden, bij verweerder ingediend.

Deze aanvraag heeft betrekking op de navolgende activiteit:

- handelen in strijd met regels van de ruimtelijke ordening.

1.10.

Op 8 maart 2019 heeft BügelHajema adviseurs B.V. (hierna: BügelHajema) een advies “natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster” opgesteld.

1.11.

Op 30 april 2019 heeft Event Acoustics B.V. (hierna: Event Acoustic) een akoestisch advies “Leeuwarden – De Groene Ster, Wttv-festival 2019” opgesteld.

1.12.

Verweerder heeft een ruimtelijke onderbouwing “Evenementen De Groene Ster 2019” opgesteld.

1.13.

Bij het bestreden besluit heeft aan derde-belanghebbende een geluidsontheffing onder voorschriften verleend voor het houden van het evenement “Welcome to the Village” (hierna: het evenement) op de locatie, plaatselijk bekend als De Groene Ster te Leeuwarden, van 18 juli tot en met 21 juli 2019, inclusief een soundcheck op 18 juli 2019 gedurende drie uren overdag.

Toepasselijke regelgeving

2. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld de voorzieningenrechter van de bestuursrechter op verzoeker een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2.1.

Ingevolge artikel 1:4, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Leeuwarden (APV) kunnen aan een vergunning of ontheffing voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

Ingevolge artikel 1:8 van de APV kan de vergunning of ontheffing door het daartoe bevoegde gezag worden geweigerd in het belang van:

a. de openbare orde;

b. de openbare veiligheid;

c. de volksgezondheid;

d. de bescherming van het milieu.

Ingevolge artikel 4:6, eerste lid, van de APV is het verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. Onder hinder in de zin van dit artikel wordt in ieder geval verstaan elektrisch versterkte muziek afkomstig van een evenement.

Ingevolge artikel 4:6, tweede lid, van de APV kan het college van het verbod ontheffing verlenen.

Ingevolge artikel 4:6, derde lid, van de APV geldt het verbod niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wom, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening.

2.2.

Op 23 april 2018 heeft verweerder sub 2 de Beleidsregel geluid vastgesteld.

Het doel van de Beleidsregel geluid is:

- een eenduidig normenstelsel bieden voor de sturing van het geluid bij evenementen in de open lucht;

- transparantie, het is een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur dat burgers, bedrijven en instellingen inzicht krijgen welke regels voor bepaalde activiteiten van toepassing zijn. In deze beleidsregel gaat dat specifiek over geluid bij het organiseren van evenementen in de open lucht;

- een balans te vinden tussen enerzijds evenementen en anderzijds de omwonenden en zo een positieve bijdrage te leveren aan het woon-, werk- en leefklimaat in de gemeente.

In paragraaf 4.2 van de Beleidsregel geluid is met betrekking tot tijden voor het produceren van geluid bij evenementen, onder meer het volgende aangegeven.

Begintijden

Een geluidsontheffing kan worden verleend vanaf 7:00 uur. Vanaf dit tijdstip begint de dagperiode, mag er meer geluid worden geproduceerd en is slaapverstoring geen beoordelingsaspect. Hiermee wordt aangesloten bij de uitgangspunten van de Wet milieubeheer (Wm).

Eindtijden

Op zondag tot en met donderdag kan een geluidsontheffing worden verleend tot 23:00 uur. Op vrijdagen, zaterdagen en dagen gevolgd door een officiële feestdag kan een geluidsontheffing worden verleend tot 24:00 uur.

Hierbij geldt dat:

- van oudsher voor dorpsfeesten op vrijdagen, zaterdagen en dagen gevolgd door een officiële feestdag een geluidsontheffing kan worden verleend tot 2:00 uur en de overige dagen tot 24:00 uur;

- voor evenementen in De Groene Ster op vrijdagen, zaterdagen en dagen gevolgd door een officiële feestdag een geluidsontheffing kan worden verleend tot 1:00 uur. De overige dagen is de eindtijd 23:00 uur.

Met de eindtijd van 1:00 uur wordt aangesloten bij de uitgangspunten van de Nota Limburg die voor dagen waarop een vrije dag volgt het tijdstip waarop de normstelling voor de nachtperiode ingaat, met één of twee uur wordt verschoven naar respectievelijk 24:00 en 1:00 uur. Uit onderzoek blijkt dat dit ook de dagen zijn waarop mensen vaak later naar bed gaan. Met deze eindtijd wordt tegemoet gekomen aan de maatschappelijke behoefte om in de weekenden tot een later tijdstip dan 23:00 uur, geluid bij evenementen ten gehore te brengen. Doordat de dagen met een eindtijd tot 1:00 uur beperkt zijn tot de weekenden en dagen gevolgd door een officiële feestdag, vindt verweerder de overlast die dit met zich kan brengen acceptabel,

- op basis van de Zondagswet voor een zondag en met de zondag gelijkgestelde dagen een geluidsontheffing kan worden verleend vanaf 13:00 uur.

Standaard rustperiode geluid

Bij evenementen die daags na elkaar op dezelfde locatie plaatsvinden, moet er tussen de eindtijd en de begintijd minimaal acht uren zitten. Dit is een aaneengesloten rustperiode. Dit betekent dat bij een eindtijd van 23:00 uur op de volgende dag een begintijd van 7:00 uur mogelijk is. Is de eindtijd 1:00 uur dan is een begintijd de aansluitende ochtend van 9:00 uur mogelijk.

Ontheffing rond tijden van het geluid bij een meerdaags evenement in De Groene Ster

Een geluidsontheffing voor een meerdaags evenement in De Groene Ster wordt verleend binnen de volgende normen:

- de geluidsontheffing kan voor maximaal vijf dagen worden verleend;

- de periode tussen de verlening van elkaar opvolgende geluidsontheffingen moet minimaal twee weekenden zonder geluid bevatten;

- de geluidsontheffing kan worden verleend na de reguliere eindtijd van 23:00 of 1:00 uur;

- op zondag wordt de geluidsontheffing tot uiterlijk 23:00 uur verleend;

- in de nachtperiode op de maandag tot en met donderdag geldt een standaard aaneengesloten rustperiode van negen uren. Deze aaneengesloten rustperiode bedraagt voor de nacht van vrijdag op zaterdag minimaal acht uren; voor de nacht van zaterdag op zondag minimaal twaalf uren. Gedurende deze rustperiode is het lagere geluidsniveau van kracht, zoals beschreven onder 4.3 Geluidsnormen.

Bij meerdaagse evenementen in De Groene Ster stelt verweerder geen limiet aan de eindtijd en kan het evenement met een lagere geluidsnorm (achtergrondmuziek) doorgaan. Aangezien geen slaapverstoring optreedt, worden deze uren als rustperiode beschouwd. De meerdaagse evenementen in De Groene Ster hebben een dag-/avond- en nachtprogrammering en passen qua aard en omvang niet altijd in het strakke regiem van een volledig verbod op versterkte muziek om 23:00 of 1:00 uur. Om met de regelgeving aangaande de tijden en geluids-normeringen om te gaan en te zoeken naar creatieve oplossingen, zoals een silent disco of een 100-volt systeem, wordt de ruimte geboden om voor de nachtperiode aan te sluiten bij de nachtnormen uit de Nota Limburg. Op deze manier wil verweerder onderzoeken hoe voor zowel de evenementenorganisatoren als de omwonenden een algemeen aanvaardbare modus kan worden gevonden ten aanzien van het hinderaspect.

Meerdaagse evenementen in De Groene Ster moeten op een zondag om 23:00 uur eindigen. Dit omdat uit meldingen over geluidsoverlast over De Groene Ster is gebleken dat de verwachting van omwonenden is dat het muziekgeluid bij een meerdaags evenement op een zondag stopt. Dat het op maandag doorgaat, wordt vaak als zeer hinderlijk ervaren, ook omdat men dan vaak weer aan het werk moet.`

In paragraaf 4.3 van de Beleidsregel geluid is met betrekking tot geluidsnormen onder meer het volgende aangegeven.

Voor de geluidsnormen hanteert verweerder de volgende uitgangspunten.

Op de gevel van gevoelige gebouwen

Voor de dag- en avondperiode is een maximaal geluidsniveau van 75dB(A) en 95 dB(C) toegestaan.

Voor de nachtperiode is een maximaal geluidsniveau van 45 dB(A) en 70dB(C) toegestaan.

Front of house

Er is een maximaal geluidsniveau van 103 dB(A) toegestaan.

Er is een maximaal geluidsniveau van 113 dB(C) toegestaan.

Hierbij geldt dat:

- voor de binnenstedelijk gebieden, als ook in de dorpen, een maximaal geluidsniveau wordt toegestaan van 85 dB(A). Door de ligging van geluidgevoelige gebouwen dicht bij de podia is het hanteren van de norm van 75 dB(A) vaak onvoldoende om het evenement doorgang te laten vinden. Daarom is in deze gebieden een extra ruimte van maximaal 10 dB(A) toegestaan. Deze verruiming van 10 dB(A) vindt verweerder toelaatbaar omdat de evenementen beperkt zijn in aantal (12 dagen-regeling), beperkt zijn in tijd (niet voortduren in de nachtperiode) en een belangrijke

functie hebben voor de stad/omgeving.

Daarnaast blijft de normstelling van 95 dB(C) onverkort van kracht en dienen deze evenementen gebruik te maken van de beste beschikbare technieken (BBT) om geluidshinder zoveel als mogelijk te beperken;

- geluid afkomstig van op- en afbouwwerkzaamheden ten behoeve van evenementen wordt beoordeeld overeenkomstig het ‘Bouwbesluit 2012’ en de ‘Beleidsregel geluidhinder bij bouw en sloopwerkzaamheden en overige tijdelijke werkzaamheden gemeente Leeuwarden 2014’. Geluid afkomstig van overige toestellen, zoals

aggregaten, wordt beoordeeld overeenkomstig het Activiteitenbesluit milieubeheer.

Geluidsnorm bij (meerdaagse) evenementen in De Groene Ster

Dag- en avondperiode

Maximaal 70 dB(A) en 95 dB(C) op de gevel van gevoelige gebouwen (woningen).

Nachtperiode

Maximaal 45 dB(A) en 70 dB(C) op de gevel van gevoelige gebouwen (woningen).

Front of house

Er is een maximaal geluidsniveau van 103 dB(A) toegestaan.

Er is een maximaal geluidsniveau van 113 dB(C) toegestaan.

Hierbij geldt dat:

- per evenement de organisator met een akoestisch onderzoek moet aantonen welk spectrum het uitgangspunt is en welke frequentieband maatgevend is. Op basis van de meetgegevens van de in de afgelopen jaren gehouden evenementen en rekening houdend met de gevelwering per woning en uitgaande van het voorkomen van

spraakverstoring in de woning komt verweerder tot de bovenstaande maximale normwaarden;

- geluidsmetingen worden uitgevoerd conform het meetprotocol beschreven in bijlage 2: Meetprotocol voor geluidsmetingen evenementen gemeente Leeuwarden.

Toelichting

dB(A) normering

Voor de dag- en avondperiode geldt het uitgangspunt van spraakverstaanbaarheid. Rekening houdende met gemiddelde gevelisolaties van 20 a 25 dB, mag worden uitgegaan van een gevelbelasting van maximaal 70 a 75 dB(A), om een binnenniveau in de omliggende woningen te kunnen garanderen van maximaal 50 dB(A), volgens de Nota Limburg de grens van onduldbare hinder.

Bij meerdaagse evenementen in De Groene Ster mag in de nachtperiode (versterkt) geluid gemaakt worden. Hierbij mag in de omliggende woningen een geluidsniveau optreden waarbij ‘geen slaapverstoring’ optreedt. Rekening houdend met een gevelisolatie van 15 tot 20 dB, betekent dit voor de gevelwaarden: 45 dB(A).

Wij sluiten aan bij het Tweede Convenant preventie gehoorschade en beperken het toegestane bronniveau tot maximaal 103 dB(A) front of house.

dB(C) normering

Met de norm van 95 dB(C) wijken wij met 3 dB naar boven toe af, als je kijkt naar de uitspraak van de Raad van State tegen de evenementenregeling in het bestemmingsplan Kardinge waarin een niveau van 92 dB(C) wordt gehanteerd welke de rechtbank niet onaanvaardbaar acht.

Metingen in de binnenstad hebben aangetoond dat een niveau van 95 dB(C) nodig is om een evenement tot haar recht te laten komen. Dit is vanuit praktisch uitvoerbaarheid van beleid wenselijk. In combinatie met andere maatregelen ten aanzien van het beperken van de lage bastonen, zoals het affilteren van de 40 Hz (zie BBT, in paragraaf 4.4) achten wij deze afwijking acceptabel.

Om overlast van laagfrequent muziekgeluid te beperken staan we maximaal 113 dB(C) toe front of house.

BBT

Bij evenementen met een hoog geluidsniveau (vanaf 75 dB(A)) dient de organisator het BBT-principe toe te passen. Dit zijn technieken om de geluidsoverdracht naar de omgeving

zoveel als mogelijk te beperken. Onderstaande technieken moeten voor zover mogelijk worden toegepast.

- Anti geluid en line array systemen;

- Podia en speakers worden in de meest optimale richting opgesteld;

- Gevlogen speakers worden zo laag mogelijk opgehangen;

- Speakers dienen zo goed mogelijk gericht te zijn op het publiek;

- Gevlogen subwoofers zijn niet toegestaan;

- Zogenaamde ‘end fire’ technieken zijn niet toegestaan;

- Het geluid onder de 40 Hz wordt afgefilterd met een verval van 6 dB per tertsband.

Geluid onder de 40 Hz moet worden afgefilterd

Een maatregel om hinder van (zeer) lage tonen te verminderen is het zogenaamde ‘af-filteren’. Dit betekent dat het geluidsniveau onder een bepaalde frequentie verminderd wordt. Hiervoor wordt een filter gebruikt die naarmate de frequentie lager wordt het geluidniveau

steeds verder reduceert.

De Groene Ster

Bij de grootschalige evenementen in De Groene Ster moeten de organisatoren bij de vergunningaanvraag, in het verlengde van de uitspraken van de rechtbank, een akoestisch onderzoek indienen. Op basis van de door de aanvrager aangeleverde akoestische rapportage zal de geluidsontheffing worden opgesteld en wordt geborgd dat er niet meer geluid wordt gemaakt, dan op grond van deze beleidsregel mogelijk is.

Overwegingen

3. Gesteld voor de vraag of er aanleiding bestaat een voorlopige voorziening te treffen, overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

4. Aangezien derde-belanghebbende op korte termijn gebruik kan maken van de aan haar verleende geluidsontheffing ten behoeve van het festival Welcome to the Village 2019 (hierna: Wttv 2019), acht de voorzieningenrechter het spoedeisende belang aan de zijde van verzoekers in dit geval gegeven.

5.1.

Partijen worden verdeeld gehouden door de vraag of verweerder in dit geval in redelijkheid een geluidsontheffing heeft verleend aan derde-belanghebbende voor het festival Wttv 2019 in het recreatiegebied de Groene Ster te Leeuwarden. Dienaangaande overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

5.2.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat verweerder, gelet op artikel 4:6 van de APV, in beginsel bevoegd is van het in dat artikel neergelegde verbod ontheffing te verlenen. Deze bevoegdheid kent een ruime beleidsvrijheid, waarbinnen verweerder de belangen die bij het verlenen van een ontheffing zijn betrokken tegen elkaar afweegt. Deze vrijheid om, binnen de grenzen van de wettelijke bepaling, naar eigen inzicht uitvoering te geven aan die bevoegdheid is echter niet onbeperkt, maar vindt zijn grens in een voor omwonenden qua geluid te bieden beschermingsniveau dat valt te kwalificeren als niet kennelijk onredelijk. Hierbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat een redelijke beleidsuitoefening met zich brengt dat de in de Nota Evenementen Limburg (hierna: de Nota Evenementen) genoemde uiterste grenzen niet worden overschreden, aangezien er in dat geval sprake is van schending van het evenredigheidsbeginsel, als bedoeld in artikel 3:4, tweede lid, van de Awb.

5.3.1.

De voorzieningenrechter vast dat verweerder de geluidsontheffing heeft verleend op basis van de Beleidsregel geluid. Het uitgangspunt van de Beleidsregel geluid is dat geen onduldbare overlast ontstaat in de woningen van omwonenden. Met de Beleidsregel geluid beoogt verweerder (vrijwel) dezelfde bescherming te bieden als de landelijk als richtlijn aanvaarde Nota Evenementen. De Beleidsregel houdt in dat de organisator van het festival het volume van de verschillende podia/tenten zodanig dient aan te passen dat de geluidsdruk op de referentiepunten en de gevels van woningen de vastgestelde geluidsgrenswaarden niet overschrijdt.

5.3.2.

De Nota Evenementen geeft een handreiking aan gemeenten voor het ontwikkelen van beleid ten aanzien van evenementen, gericht op het zoveel mogelijk voorkomen dan wel beperken van ernstige en onduldbare geluidsoverlast. De Nota Evenementen richt zich daarbij op het waarborgen van de spraakverstaanbaarheid in de woning overdag en in de avond en het vermijden van slaapverstoring in de nacht.

Uitgangspunt van de Nota Evenementen is een normstelling die is gericht op bescherming van de binnenruimte van de in de omgeving gelegen geluidsgevoelige objecten tegen geluidshinder. Ook schetst de Nota Evenementen de gevolgen indien het geluid in de woning toeneemt. Indien het geluidsniveau binnen in de woning stijgt boven 40 dB(A) zal dat tot gevolg hebben dat de bewoners van die woning daardoor “luider” moeten gaan spreken om verstaanbaar te zijn. Een “stoor”geluid van 50 dB(A) in de woning is volgens de Nota Evenementen een dusdanige ernstige aantasting van de persoonlijke levenssfeer, dat hier de grens zou moeten liggen van wat in redelijkheid van een omwonende gevraagd kan worden te accepteren. In de Nota Evenementen is een waarde van 50 dB(A) in de woning daarom aangemerkt als de grens waarboven een geluid als “onduldbaar” moet worden gekwalificeerd. De kwalificatie van de hinder bij de verschillende overschrijdingen van het referentieniveau binnen in de woning en van de overschrijding van de absolute waarde van 50 dB(A), is opgenomen in de ‘Hinderkwalificatietabel’ op bladzijde 7 van de Nota Evenementen. Omdat de achtergrondniveaus in woningen nogal kunnen variëren, wordt in het algemeen uitgegaan van een vaste waarde van 35 dB(A) etmaalwaarde, zoals in tabel 1 op bladzijde 8 van de Nota Evenementen is aangegeven. Rekening houdend met een gemiddelde gevelisolatie van 20 à 25 dB(A) leidt deze benadering volgens de Nota Evenementen tot maximaal toelaatbare gevelbelastingen, berekend volgens één-minuut LAeq, zoals die in tabel 2 op bladzijde 9 van de Nota Evenementen zijn aangegeven. Een overschrijding van de absolute waarde van 50 dB(A) in de woning, wordt in deze tabel geclassificeerd als onduldbare overlast.

Indien de geluidsisolatie van gevels lager is dan volgens de waarden in de bovengenoemde tabel, kunnen de geluidsgrenswaarden voor de maximale gevelbelasting volgens de Nota Evenementen worden verlaagd met 5 tot 10 dB. Andersom geldt dat indien de geluidsisolatie hoger is, de waarden kunnen worden verhoogd. Dit maakt dat inzicht in de akoestische eigenschappen van de gevels van woningen, zoals de mate van isolatie, kierdichting e.d., relevant is voor de door verweerder op te leggen geluidsnormen.

Voor het bereiken van de mentale belastbaarheidsgrens voor personen zijn volgens de Nota Evenementen naast de mate van de geluidshinder per evenement, ook factoren zoals het aantal muziekevenementen per jaar en het aantal dagen per muziekevenement van belang.

5.4.

De voorzieningenrechter leidt uit het verzoekschrift af dat de meest verstrekkende grond van verzoekers betrekking heeft op de specifieke vrees dat er in de nachtperiode vanaf 23.00 uur sprake zal zijn van onduldbare geluidshinder in de woningen als gevolg van Wttv 2019. Onder verwijzing naar de verslagen van de StAB d.d. 16 april 2019 en 14 mei 2019 betogen verzoekers dat de geluidsontheffing opgenomen FoH-waarden in dB(A) (al) feitelijk te hoog zijn om bij het housespectrum nog binnen de FoH-waarden in dB(C) te kunnen blijven. Verder wijzen verzoekers, onder verwijzing naar voormelde verslagen van de StAB, erop dat als wordt gerekend met het ultra bas-spectrum dat tot gevolg heeft dat de toelaatbare FoH-waarden (nog) lager moeten uitvallen. Verder betogen verzoekers onder verwijzing naar voormelde verslagen van de StAB dat het verschuiven van de aanvang van de nachtperiode naar 24:00 en/of 01:00 uur tot inslaap-stoornissen voor omwonenden en daardoor tot onduldbare hinder leidt. In dit verband wijzen verzoekers erop dat de door verweerder gekozen norm van 50 dB(C) op de gevel in de Beleidsregel geluid hoorbare bastonen in de nacht toestaat. Indien slaapverstoring in de nacht niet meer mag optreden, moet het dB(C)-niveau volgens verzoekers aanzienlijk omlaag gebracht worden, zodat de bastonen in de woning niet meer boven de gehoordrempel uitkomen. Verder wijzen verzoekers erop dat uit voormelde verslagen van de StAB blijkt dat de bassen van het muziekgeluid overdag en ‘s avonds in de woningen goed hoorbaar zullen zijn. In de nachtperiode zullen de bassen in de meeste van de omliggende woningen nog hoorbaar zijn, aldus verzoekers. Daarnaast dient volgens verzoekers uit voormelde StAB-verslagen te worden afgeleid dat bij slaapverstoring het (nog) horen van de bastonen een negatieve trigger kan zijn. Verder wijzen verzoekers erop dat uit de StAB-verslagen weliswaar volgt dat de invloed van de ‘beat’ van muziek niet gekwantificeerd kan worden, maar dat tevens is aangegeven dat hoorbaar muziekgeluid als een trigger kan werken en dat dit zeker ook voor een hoorbare beat geldt. Daarnaast betogen verzoekers dat in het akoestische rapport van Event Acoustiscs dat aan het bestreden besluit ten grondslag is gelegd, voor wat betreft het muziekspectrum van Wttv 2019 ten onrechte niet is uitgegaan van ultra bas. In dit verband wijzen verzoekers erop dat in het rapport van Event Acoustics wordt aangegeven dat voor de berekeningen van spectra bij podia zijn aangehouden die gebaseerd zijn op een omvangrijke database die Event Acoustics gedurende vele jaren ‘event-monitoring’ heeft opgebouwd, terwijl volgens verzoekers uit de StAB-verslagen blijkt dat van het zwaarste geluidsspectrum (ultra bas) moet worden uitgegaan.

5.5.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat het een bewuste keuze en een bestuurlijke vrijheid van hem is om voor een beperkt aantal momenten een verlengde avondperiode toe te staan. Dat kan dan inderdaad leiden tot een later moment van inslapen voor omwonenden, aldus verweerder. Het uitgangspunt voor de avondperiode is volgens verweerder dat er geen sprake is van spraakverstoring, en aan dat uitgangspunt wordt voldaan. Daarmee is er naar de mening van verweerder geen sprake van onduldbare hinder. In dit verband wijst verweerder erop dat de rechtbank in rechtsoverweging 7.1.1 van de uitspraak van 26 juni 2017 heeft overwogen dat een eindtijd van 24.00 uur binnen de Nota Evenementen Limburg past. Hetzelfde geldt in de visie van verweerder voor een eindtijd van 01.00 uur op vrijdag en zaterdag.

5.6.1.

De voorzieningenrechter stelt vast dat uit de Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening voortvloeit dat de nachtperiode vanaf 23.00 uur ingaat. Verder dient te worden vastgesteld dat uit de Nota Evenementen voortvloeit dat het voor verweerder mogelijk is om de avondperiode met één of twee uur te verlengen, mits die verlenging goed gemotiveerd is.

In dit kader heeft verweerder nader uiteen gezet dat de Nota Evenementen voormelde mogelijkheid biedt en dat verweerder er daarom gebruik van mag maken. Daarbij heeft verweerder in aanmerking genomen dat het inmiddels algemeen gebruikelijk en geaccepteerd is om de avondperiode gedurende een festival met twee uur te verlengen, indien de daaropvolgende dag een feestdag is of in het weekend valt.

De voorzieningenrechter benadrukt dat de Nota Evenementen normen geeft voor de grenzen van de bevoegdheid van verweerder om geluidsoverlast toe te staan. Het gaat hier om uiterste grenzen. Het enkele feit dat de Nota Evenementen de mogelijkheid biedt om de dagperiode in deze in een bijzonder geval met een uur of maximaal twee uur te verlengen betekent niet dat hier sprake zou zijn van een soort recht van verweerder om dit naar eigen inzicht te doen. Een dergelijke verlenging behoeft, nu het hier gaan om een ernstige inbreuk van de slaapmogelijkheden in de nacht, een toereikende motivering.

De enkele, niet onderbouwde, stelling dat andere festivals ook langer mogen doorgaan zegt niets over de vraag of de desbetreffende festivals een vergelijkbare geluidsbelasting veroorzaken in de huizen van de omwonenden zodat deze stelling onvoldoende grondslag biedt voor het verlengen van de dagperiode van 23:00 naar 01:00 uur. Daarbij wijst de voorzieningenrechter op de verslagen van de Stab van 16 april 2019 en 14 mei 2019 waarbij de Stab tot de conclusie kwam dat dit niet gebruikelijk was.
Het maatschappelijk belang van Wttv 2019 en het belang ervan voor de cultuur en de economie van de stad Leeuwarden, zoals ter zitting door de gemachtigde van derde-belanghebbende naar voren gebracht, gelden naar het oordeel van de voorzieningenrechter in zijn algemeenheid voor bijvoorbeeld alle theaters en vergelijkbare bedrijven in Leeuwarden als argument om de gelegenheid te krijgen om langer open te blijven, en betreffen daarom geen specifieke rechtvaardigingsgrond voor het verlengen van de avondperiode met twee uur voor meerdere dagen voor meerdere festivals in recreatiegebied de Groene Ster. Gelet op de voorgaande overwegingen is de voorzieningenrechter niet overtuigd van de deugdelijkheid van de motivering van de noodzaak om de avondperiode van Wttv 2019 met twee uur te verlengen.

Vervolgens ziet de voorzieningenrechter zich gesteld voor de vraag of er in de nachtperiode sprake is van slaapverstoring en daarmee van onduldbare geluidshinder. Dienaangaande overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

5.6.2.

De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder aan het bestreden besluit tot het verlenen van een geluidsontheffing een rapportage van 30 april 2019 van Event Acoustics en daarin neergelegde berekende geluidswaarden ten grondslag heeft gelegd. Verder stelt de voorzieningenrechter vast dat de opstellers van het akoestisch rapport bij de berekening van de spectra bij de podia zijn uitgegaan van een spectrum dat is gebaseerd op een omvangrijke database die Event Acoustics gedurende vele jaren ‘event-monitoring’ heeft opgebouwd. Het betreft een spectrum dat lichter is van House of Ultra-bass.

De voorzieningenrechter overweegt dat uit voormelde StAB-verslagen met betrekking tot Wttv 2018, waarbij ter zitting is gebleken dat die ook van toepassing zijn op Wttv 2019, volgt, dat uitgaande van een worst case-scenario voor Wttv als spectrum ultra bas moet worden aangehouden. Ter zitting is door akoestisch adviseur Van der Geer te kennen gegeven dat ten tijde van het opstellen van het akoestische advies de daadwerkelijke programmering van acts en bands op Wttv 2019 bij hem niet bekend was en zodoende niet kon worden betrokken bij het vaststellen van de spectra bij de podia en de berekening van de geluidswaarden. Dit brengt naar het oordeel van de voorzieningenrechter met zich dat op voorhand niet vast staat de dat de uitkomsten van voormeld akoestisch advies juist zijn in die zin dat die een betrouwbaar beeld geven van de werkelijke belasting. Dit leidt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat niet op voorhand vast staat dat het vergunde geluidsniveau FoH op de gevels van de geluidgevoelige woningen ook zal leiden tot de in de geluidsontheffing vastgelegde maximale geluidgrenswaarde. Uit de voorgaande overwegingen volgt naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat verweerder in dit geval de vergewisplicht, als bedoeld in artikel 3:9 van de Awb, heeft geschonden en dat voormeld akoestisch advies niet (zonder meer) aan het bestreden besluit ten grondslag mocht worden gelegd. In zoverre is het bestreden besluit in strijd met artikel 3:2, in samenhang gelezen met artikel 3:46, van de Awb genomen.

5.6.3.

Vervolgens is tussen partijen in geschil of de door verweerder in de verleende geluidsontheffing opgenomen nachtnorm tot onduldbare hinder voor omwonenden zal leiden. Dienaangaande overweegt de voorzieningenrechter als volgt. In dit verband stelt de voorzieningenrechter vast dat in de Nota Evenementen in het kader van de nachtperiode wordt uitgegaan van een grens van 25 dB(A) om slaapverstoring te voorkomen. Voormelde norm houdt in dat er gesproken kan worden van een praktisch stille kamer. Verder dient te worden vastgesteld dat door verweerder geen norm in dB(C) binnenshuis is bepaald maar is volstaan met een dB(C) norm op de gevel voor de maatgevende woningen tussen de 63 en 67 dB(C). Daarbij heeft verweerder in aanmerking genomen en ter zitting bevestigd dat de vergunde geluidgrenswaarden op de gevel in de verleende geluidsontheffing kunnen waarborgen dat het geluidsniveau binnenshuis de waarde van 50 dB(C) niet zal overschrijden.

Gelet op het door de geluidsdeskundigen algemeen aanvaarde uitgangspunt dat de geluidwering door gevels van woningen voor wat betreft dB(C) minder is dan voor wat betreft dB(A) en er ten aanzien van de bastonen binnenshuis versterkende reflecties kunnen optreden blijkens voormelde StAB-verslagen roept het door verweerder gehanteerde uitgangspunt naar het oordeel van de voorzieningenrechter de vraag op of dit niveau van 50 dB(C) wel gehaald wordt.

Als dat wel zo zou zijn en het al zo is dat de door verweerder gehanteerde norm van 50 dB(C) binnenshuis overeenkomt met een dB(A) norm lager dan 25 dB(A), stiller dan een stille kamer, en dit volgens verweerder gunstig is voor verzoekers, is daarmee niet voorkomen dat er een hoorbare bastoon in de (slaap-)kamer aanwezig is. Daarbij hecht de voorzieningenrechter waarde aan de bevindingen en de daarop gebaseerde conclusies in voormelde StAB-verslagen dat een dergelijke bastoon in de kamer hoorbaar is vanaf de gehoordrempel van 38 dB(C) binnenshuis. Gelet hierop heeft verweerder naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet overtuigend kunnen uitleggen dat de door hem gehanteerde maximale geluidgrenswaarden in de verleende geluidsontheffing niet tot slaapverstorings-effecten binnenshuis zullen kunnen leiden, wat er verder zij van de samenhang tussen dB(C) en dB(A).

Gegeven de onzekerheden in het aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde akoestische advies en de effecten van de binnenshuis gehanteerde norm van 50 dB(C) en de daarbij optredende hoorbare bastonen heeft verweerder in dit geval naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende gegarandeerd dat er geen sprake is van slaapverstoring en daarmee geen sprake is van onduldbare geluidshinder in de nachtperiode. Hierbij neemt de voorzieningenrechter mede in aanmerking dat het door verweerder in de verleende geluidsontheffing vastgelegde handhavings-instrumentarium pas tot ingrijpen leidt als drie keer binnen vijf minuten sprake is van de opgelegde geluidgrenswaarden. Dit brengt naar het oordeel van de voorzieningenrechter met zich dat niet vast staat dat er geen sprake is van onduldbare geluidshinder in de nachtperiode, aangezien voormelde wijze van handhaven tot een vorm van middeling leidt, terwijl de in de Nota Evenementen omschreven norm een absolute waarde is, waarbij geldt dat die per minuut niet mag worden overschreden.

Tot slot acht de voorzieningenrechter voor wat betreft de beantwoording van de vraag of de voorzieningenrechter een voorlopige maatregel zou moeten opleggen verder van belang dat onvoldoende duidelijk is (geworden) in hoeverre verweerder dit aspect, in samenhang met de andere festivals in de Groene Ster voor wat betreft de eventuele aantasting van een goed woon- en leefklimaat van de omwonenden voor wat betreft de cumulatieve effecten in ruimtelijke zin, op een juiste wijze heeft afgewogen.

5.7.

Gelet op de rechtsoverweging 5.6.2. en 5.6.3. geconstateerde gebreken ziet de voorzieningenrechter aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen waarbij wordt voorkomen dat er in de nachtperiode slaapverstoring kan optreden. De voorzieningenrechter zal daartoe, in navolging van de uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 augustus 2018 bepalen dat de in tabel 3 bij voorschrift 2.1 van de verleende geluidsontheffing opgenomen geluidswaarden voor de nachtperiode, gemeten FoH, vaststellen op 73 dB(A) en 76 dB(C). Hierbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat aanleiding bestaat om - mede gelet op het vol continue karakter van het festival, de noodzaak tot het af en toe ventileren van de woning via ventilatieroosters en het volgen van een worst case scenario (muziekspectrum) - een extra veiligheidsmarge in te bouwen waardoor uitgaande van de bevindingen en de daarop gebaseerde conclusies van de StAB in eerdere verslagen met zekerheid mag worden aangenomen dat geen slaapverstoring in de nachtperiode optreedt. Verder ziet de voorzieningenrechter aanleiding om bij wege van voorlopige voorziening te bepalen dat de nachtperiode voor wat betreft Wttv 2019 op donderdag om 23.00 uur ingaat, op vrijdag om 24.00 uur ingaat, op zaterdag om 24.00 uur ingaat en op zondag om 23.00 uur ingaat. Dit brengt met zich dat vanaf voormelde tijdstippen de hiervoor vermelde aangepaste geluidgrenswaarden, gemeten FoH, van toepassing zijn.

6. Nu niet gebleken is van kosten die ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor vergoeding in aanmerking komen, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om een proceskostenveroordeling, als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb, uit te spreken. Wel ziet de voorzieningenrechter aanleiding om te bepalen dat verweerder het door verzoekers betaalde griffierecht ad € 345,-- aan hen dient te vergoeden.

Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toe, in die zin dat het geluidsniveau voor de nachtperiode, zoals neergelegd in tabel 3 van voorschrift 2.1, op meetpunt FoH wordt vastgelegd op 73 dB(A) en 76 dB(C);

- bepaalt dat de nachtperiode op donderdag om 23.00 uur ingaat, op vrijdag om 24.00 uur ingaat, op zaterdag om .00 uur ingaat en op zondag om 23.00 uur ingaat;

- wijst het verzoek voor het overige af;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht ad € 345,-- aan verzoekers te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.L. Vucsán, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.L.A. van Kats als griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2019.

De griffier De voorzieningenrechter

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.