Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2019:252

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
28-01-2019
Datum publicatie
28-01-2019
Zaaknummer
18/672001-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Noordelijke Fraudekamer (NFK). Onderzoeken Sprinkhaan en Balatre. Fraude met omzetbelasting, hypotheekfraude en fraude binnen de autohandel. De rechtbank veroordeelt verdachte voor onder andere oplichting, valsheid in geschrift en verduistering tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van een groot aantal strafbare feiten. Een aantal daarvan betreft zaken die voort komen uit een door de Belastingdienst/Fiod ingesteld onderzoek. Op grond van dat onderzoek is komen vast te staan dat verdachte zich niet alleen (meerdere keren) heeft schuldig gemaakt aan fraude met omzetbelasting, maar ook aan hypotheekfraude. Het handelen van verdachte heeft tot gevolg gehad dat er sprake is van een benadelingsbedrag van ruim € 100.000,00.

Verdachte heeft zich daarnaast op grote schaal schuldig gemaakt aan verschillende frauduleuze handelingen met betrekking tot leasecontracten en leaseauto’s. Verdachte is daarbij zeer berekenend te werk gegaan. Hij heeft zich als een ander voorgedaan en heeft gebruik gemaakt van listige kunstgrepen, waardoor hij het vertrouwen heeft gewekt bij de aangevers en dit vervolgens op grove wijze heeft geschonden. Ook heeft hij hierdoor het vertrouwen geschonden dat de maatschappij - ten behoeve van het maatschappelijk en economisch verkeer - mag stellen in de oprechtheid waarmee anderen aan dit verkeer deelnemen. De rechtbank heeft in strafmatigende zin rekening gehouden met de forse overschrijding van de redelijke termijn waarbinnen de strafzaak afgedaan had kunnen en moeten worden.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 225
Wetboek van Strafrecht 321
Wetboek van Strafrecht 326
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/672001-16

ter terechtzitting gevoegd parketnummer 18/730016-15

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 28 januari 2019 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats] ,

wonende te [straatnaam] , [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 10 december 2018.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. E.M. Bakx, advocaat te Heerenveen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. G. Wilbrink.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

parketnummer 18/672001-16

1.

[bedrijf 1] op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2010 tot en met 1 februari 2011, te Leeuwarden en/of te Apeldoorn, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) (elektronische) aangifte(n) voor de omzetbelasting, ten name van [bedrijf 1] , te weten:

- de (elektronische) aangifte omzetbelasting over het vierde kwartaal van het jaar 2010 onjuist en/of onvolledig heeft gedaan,

terwijl dat feit er toe strekte dat te weinig belasting werd geheven, hebbende die onjuistheid en/of onvolledigheid (telkens) hierin bestaan dat op

de voornoemde aangifte(n) een te laag, althans onjuist, bedrag aan omzet en/of een te laag, althans onjuist, bedrag aan (verschuldigde) omzetbelasting heeft opgegeven,

tot het plegen van welk bovenomschreven strafbare feit verdachte, al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opdracht heeft gegeven, dan wel aan welk bovenomschreven strafbare feit verdachte, al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen, feitelijke leiding heeft gegeven;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2010 tot en met 1 februari 2011, te Leeuwarden en/of te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) (elektronische) aangifte(n) voor de omzetbelasting, ten name van [bedrijf 1] ,

te weten:

- de (elektronische) aangifte omzetbelasting over het vierde kwartaal van het jaar 2010 onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, terwijl dat feit er toe strekte dat te weinig belasting werd geheven, hebbende die onjuistheid en/of onvolledigheid (telkens) hierin bestaan dat op

de voornoemde aangifte(n) een te laag, althans onjuist, bedrag aan omzet en/of een te laag, althans onjuist, bedrag aan (verschuldigde) omzetbelasting heeft opgegeven;

2.

[bedrijf 1] op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 1 februari 2012, te Leeuwarden en/of te Apeldoorn, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) (elektronische) aangifte(n) voor de omzetbelasting, ten name van [bedrijf 1] , niet of niet binnen de daarvoor gestelde termijn heeft gedaan bij de Belastingdienst in Nederland,

- te weten de aangifte omzetbelasting over het eerste en/of tweede en/of derde en/of vierde kwartaal van 2011,

terwijl dat feit er (telkens) toe strekte dat te weinig belasting werd geheven,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte, al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen, (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte, al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen, (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 1 februari 2012, te Leeuwarden en/of te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) (elektronische) aangifte(n) voor de omzetbelasting, ten name van [bedrijf 1] , niet of niet binnen de daarvoor gestelde termijn heeft gedaan bij de Belastingdienst in Nederland,

- te weten de aangifte omzetbelasting over het eerste en/of tweede en/of derde en/of vierde kwartaal van 2011,

terwijl dat feit er (telkens) toe strekte dat te weinig belasting werd geheven;

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2009 tot en met 1 november 2009, te Dokkum (gemeente Dongeradeel) en/of te Drogeham

(gemeente Achterkarspelen) en/of te Surhuisterveen (gemeente Achterkarspelen), althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk niet naar waarheid één of meer gegevens heeft verstrekt aan [slachtoffer 1] , zijnde degene door wie of door wiens tussenkomst enige verstrekking of tegemoetkoming, te weten ter verkrijging van een hypothecaire lening bij de SNS Bank voor de boerderij aan [straatnaam] te Drogeham, werd verleend, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) verklaard dat:

- [medeverdachte] , zijnde de hypotheekgever, huurinkomsten zou ontvangen van 50.000,- Euro per jaar door (een) stal(len) te verhuren aan hem, verdachte,

zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist, althans redelijkerwijze moest vermoeden dat de verstrekte gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op die verstrekking of tegemoetkoming dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming;

4.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 maart 2014 tot en met 17 november 2014 te Dokkum (gemeente Dongeradeel) en/of te Drogeham (gemeente Achterkarspelen) en/of te Surhuisterveen (gemeente Achterkarspelen), althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e) of vervalst(e) koopovereenkomst en/of arbeidsovereenkomst en/of salarisspecificatie(s) en/of werkgeversverklaring(en) en/of detacheringsovereenkomst - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat/die geschrift(en) echt en onvervalst,

bestaande dat gebruik maken hierin dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) de vorenbedoelde geschrift(en) heeft/hebben verzonden, althans doen toekomen, aan de Bank of Scotland ter verkrijging van een hypothecaire lening voor een woning aan [straatnaam] te Surhuisterveen (D-050), en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat:

- de koopovereenkomst van [straatnaam] te Drogenham van 16 april 2014, met als verkoper [medeverdachte] en als koper [slachtoffer 2] (D-045) geheel in strijd met de waarheid is opgemaakt, en/of

- in die arbeidsovereenkomst van 29 maart 2014 tussen [bedrijf 2] en [medeverdachte] (D-052) valselijk en/of in strijd met de waarheid stond vermeld dat zij per 1 april 2014 voor onbepaalde tijd als vertegenwoordiger in dienst trad en/of werkzaam was bij [bedrijf 2] , en/of - in een salarisspecificatie valselijk en/of in strijd met de waarheid stond vermeld dat zij in de maand april 2014 21,67 dagen heeft gewerkt bij [bedrijf 2] en/of een bruto salaris van 4.364,74 Euro en een netto salaris van 3.000,- Euro genoot (D-053), en/of

- een werkgeversverklaring van 24 april 2014 valselijk en/of in strijd met de waarheid stond vermeld dat zij per 1 april 2014 als vertegenwoordiger voor onbepaalde tijd in dienst was en/of werkzaam was bij [bedrijf 2] te Den Bosch en/of dat zij een bruto jaarsalaris van 52.376,88 Euro genoot en dat zij een vakantietoeslag van 4.190,15 Euro genoot (D-054), en/of

- in een detacheringsovereenkomst van 29 maart 2014 valselijk en/of in strijd met de waarheid stond vermeld dat zij per 1 april 2014 voor onbepaalde tijd als vertegenwoordiger door [bedrijf 2] gedetacheerd werd bij [bedrijf 3] (D-159).

parketnummer 18/730016-15

1.

hij in of omstreeks de periode van 21 augustus 2012 tot en met 11 oktober 2012, in de gemeente Achtkarspelen en/of Amersfoort, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of listige kunstgrepen, [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] , althans een ander, heeft bewogen tot de afgifte van een leasesom van 18.500 Euro en/of 15.773 Euro, althans (een) geldbedrag(en), en/of een of meer lease overeenkomsten, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) in bovengenoemde periode (telkens) met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of

listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- als bestuurder van [bedrijf 4] , door tussenkomst van [bedrijf 5] en/of [getuige 1] , zich bij [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] voorgedaan als bonafide lessee, en/of

- op of omstreeks 21 augustus 2012 op/in het leasecontract van [benadeelde partij 1] als financier/lessor, contractnummer [nummer] , vermeld en/of doen vermelden dat er vóór de terbeschikkingstelling van het object, te weten een Mercedes Sprinter (kenteken [kenteken] ) door verdachte en/of zijn mededader(s) een aanbetaling van 13.035 euro, althans een geldbedrag, was gedaan aan [bedrijf 5] , zijnde de leverancier, en/of

- op of omstreeks 11 oktober 2012 op/in het leasecontract van [benadeelde partij 1] als financier/lessor, contractnummer [nummer] , vermeld en/of doen vermelden dat er vóór de terbeschikkingstelling van het object, te weten een Volkswagen Crafter (kenteken [kenteken] ) door verdachte en/of zijn mededader(s) een aanbetaling van 10.085 euro, althans een geldbedrag, was gedaan aan [bedrijf 5] , zijnde de leverancier,

waardoor [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 21 augustus 2012 tot en met 11 oktober 2012, in de gemeente Achtkarspelen en/of Amersfoort, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) (een) leasecontract(en), - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of vervalst, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid

- op of omstreeks 21 augustus 2012 in het leasecontract van [benadeelde partij 1] als financier/lessor, contractnummer [nummer] , vermeld en/of doen vermelden dat aan de leverancier, te weten [bedrijf 5] , een aanbetaling was gedaan van 13.035 Euro, althans een geldbedrag, en/of

- op of omstreeks 11 oktober 2012 in het leasecontract van [benadeelde partij 1] als financier/lessor, contractnummer [nummer] , vermeld en/of doen vermelden dat aan de leverancier, te weten [bedrijf 5] , een aanbetaling was gedaan van 10.085 Euro, althans een geldbedrag,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 21 augustus 2012 tot en met 19 januari 2015, in de gemeente Heerenveen en/of Achtkarspelen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk zijn/hun eigen goed(eren) of ten behoeve van degene aan wie het toebehoort, te weten (een) auto('s) (merk Mercedes, type Sprinter kenteken [kenteken] en/of een Volkswagen kenteken [kenteken] ), heeft/hebben onttrokken aan het pandrecht dat door [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] op voren omschreven auto(s) is/was/waren gevestigd, immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) in bovengenoemde periode voren omschreven auto(’s) overgedragen en/of aan een derde in gebruik gegeven, zonder hiertoe toestemming te hebben verkregen van [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] ;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 21 augustus 2012 tot en met 19 januari 2015, in de gemeente Heerenveen en/of Achtkarspelen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk een auto (te weten merk Mercedes, type Sprinter kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele toebehoorde aan [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en welk goed verdachte en/of zijn mededader(s), als lessee en/of huurder en/of middels een lease-overeenkomst, althans anders dan door misdrijf onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2012 tot en met 7 september 2012, in de gemeente Achtkarspelen en/of Amersfoort, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of listige kunstgrepen, [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] , althans een ander, heeft bewogen tot de afgifte van een leasesom van 17.000 Euro en/of 32.000 Euro, althans (een) geldbedrag(en), en/of een of meer lease overeenkomsten, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) in bovengenoemde periode (telkens) met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of

listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- als bestuurder van [bedrijf 6] , door tussenkomst van [bedrijf 5] en/of [getuige 1] , zich bij [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] voorgedaan als bonafide lessee, en/of

- in of omstreeks de periode van 1 augustus 2012 tot en met 23 augustus 2012 op/in het leasecontract van [benadeelde partij 1] als financier/lessor, contractnummer [kenteken] , vermeld en/of doen vermelden dat er vóór de terbeschikkingstelling van het object, te weten een Mercedes (kenteken [kenteken] ) door verdachte en/of zijn mededader(s) een aanbetaling van 11.500 euro, althans een geldbedrag, was gedaan aan [bedrijf 5] , zijnde de leverancier, en/of

- op of omstreeks 7 september 2012 op/in het leasecontract van [benadeelde partij 1] als financier/lessor, contractnummer [nummer] , vermeld en/of doen vermelden dat er vóór de terbeschikkingstelling van het object, te weten een Mercedes (kenteken [kenteken] ) door verdachte en/of zijn mededader(s) een aanbetaling van 30.500 euro, althans een geldbedrag, was gedaan aan [bedrijf 5] , zijnde de leverancier,

waardoor [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2012 tot en met 7 september 2012, in de gemeente Achtkarspelen en/of Amersfoort, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) (een) leasecontract(en), - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of vervalst, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid

- in of omstreeks de periode van 1 augustus 2012 tot en met 23 augustus 2012 in het leasecontract van [benadeelde partij 1] als financier/lessor, contractnummer [nummer] , vermeld en/of doen vermelden dat aan de leverancier, te weten [bedrijf 5] , een aanbetaling was gedaan van 11.500 Euro, althans een geldbedrag, en/of

- op of omstreeks 7 september 2012 in het leasecontract van [benadeelde partij 1] als financier/lessor, contractnummer [nummer] , vermeld en/of doen vermelden dat aan de leverancier, te weten [bedrijf 5] , een aanbetaling was gedaan van 30.500 Euro, althans een geldbedrag,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2012 tot en met 14 mei 2013, in de gemeente Heerenveen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk zijn/hun eigen goed of ten behoeve van degene aan wie het toebehoort, te weten (een) (personen)auto('s) (merk Mercedes, kenteken [kenteken] en/of merk Mercedes, kenteken [kenteken] ), heeft/hebben onttrokken aan het pandrecht dat door [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] op voren omschreven auto(’s) is/was gevestigd, immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) in bovengenoemde periode voren omschreven auto(s) overgedragen en/of aan een derde in gebruik gegeven, zonder hiertoe toestemming te hebben verkregen van [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] ;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2012 tot en met 14 mei 2013, in de gemeente

Heerenveen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen,

opzettelijk een auto (merk Mercedes, kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele toebehoorde aan [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en welk goed verdachte en/of zijn mededader(s), als lessee en/of huurder en/of middels een lease overeenkomst, althans anders dan door misdrijf onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend;

3.

hij op of omstreeks 16 januari 2013, in de gemeente De Friese Meren en/of Amersfoort, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, een leasecontract van [benadeelde partij 1] als financier/lessor, contractnummer [nummer] , - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of vervalst,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid

- in/op genoemd leasecontract vermeld en/of doen vermelden dat aan de leverancier, te weten [benadeelde partij 5] , een aanbetaling was gedaan van 4500 Euro, althans een geldbedrag, en/of

- in/op genoemd leasecontract een handtekening geplaatst en/of doen plaatsen van [medewerker 1] , vertegenwoordiger van [benadeelde partij 3] ,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

4.

hij op of omstreeks 9 augustus 2013, in de gemeente De Friese Meren en/of Bunnik, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, een leasecontract van [benadeelde partij 4] als financier/lessor, contractnummer [nummer] , - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of vervalst,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid

- in/op genoemd leasecontract vermeld en/of doen vermelden dat aan de leverancier, te weten [benadeelde partij 5] , een aanbetaling was gedaan van 5000 Euro, althans een geldbedrag, en/of

- in/op genoemd leasecontract een handtekening geplaatst en/of doen plaatsen van [medewerker 1] , vertegenwoordiger van [benadeelde partij 3] ,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

5.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 19 september 2014, in de gemeente Grootegast, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk zijn/hun eigen goed of ten behoeve van degene aan wie het toebehoort, te weten een (personen)auto (merk BMW, kenteken [kenteken] ), heeft/hebben onttrokken aan het pandrecht dat door [benadeelde partij 6] op voren omschreven auto is/was gevestigd, immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) in bovengenoemde periode voren omschreven auto overgedragen en/of aan een derde in gebruik gegeven, zonder hiertoe toestemming te hebben verkregen van [benadeelde partij 6] ;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 16 januari 2014 tot en met 19 september 2014, in de gemeente Grootegast, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk een (personen)auto (merk BMW, kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele toebehoorde aan, [benadeelde partij 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en welk goed verdachte en/of zijn mededader(s), als lessee en/of huurder en/of middels een lease-overeenkomst, althans anders dan door misdrijf onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend;

6.

hij op of omstreeks 5 mei 2012, in de gemeente Achtkarspelen en/of Amersfoort, althans in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, een leasecontract van

[benadeelde partij 1] als financier/lessor, contractnummer [nummer] , - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of vervalst,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid

- in/op genoemd leasecontract vermeld en/of doen vermelden dat aan de leverancier, te weten

[bedrijf 5] , een aanbetaling was gedaan van 13.675 Euro, althans een geldbedrag,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

7.

hij op of omstreeks 11 oktober 2012, in de gemeente Achtkarspelen en/of Amersfoort, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, een leasecontract van [benadeelde partij 1] als financier/lessor, contractnummer [nummer] , - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of vervalst,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid

- in/op genoemd leasecontract vermeld en/of doen vermelden dat aan de leverancier, te weten

[bedrijf 5] , een aanbetaling was gedaan van 8705 Euro, althans een geldbedrag,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

8.

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2012 tot en met 31 december 2012, in de

gemeente Heerenveen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans

alleen, opzettelijk zijn/hun eigen goed of ten behoeve van degene aan wie het toebehoort, te

weten een personenauto (merk Mercedes, kenteken [kenteken] ), heeft/hebben onttrokken aan het pandrecht dat door [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] op voren omschreven auto is/was gevestigd, immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) in bovengenoemde periode voren omschreven auto overgedragen en/of aan een derde in gebruik gegeven, zonder hiertoe toestemming te hebben verkregen van [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] ;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2012 tot en met 31 december 2012, in de

gemeente Heerenveen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans

alleen, opzettelijk een auto (merk Mercedes, kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat

geheel of ten dele toebehoorde aan [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en welk goed verdachte en/of zijn mededader(s), als lessee en/of huurder en/of middels een lease-overeenkomst en/of als (in)ruilauto, althans anders dan door misdrijf onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend;

9.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2014 tot en met 2 maart 2015 in de gemeente

Heerenveen, in elk geval in Nederland, opzettelijk een personenauto (merk Opel, type Tigra,

kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele toebehoorde aan [slachtoffer 3]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten na toestemming van die [slachtoffer 3] om die auto te verkopen, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

Met betrekking tot parketnummer 18/672001-16 heeft de officier van justitie veroordeling gevorderd voor het onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde. Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat verdachte dit feit tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte] heeft gepleegd.

Met betrekking tot parketnummer 18/730016-15 heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd voor het onder 8 primair en 9 ten laste gelegde, en veroordeling voor het onder 1 primair, 2 primair, 3, 4, 5 primair, 6, 7 en 8 subsidiair ten laste gelegde. Ten aanzien van het onder 3 en 4 ten laste gelegde heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van dat deel van de tenlastelegging dat ziet op het zetten van een valse handtekening in/op het leasecontract.

Standpunt van de verdediging

Met betrekking tot parketnummer 18/672001-16 heeft de raadsvrouw betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 3 ten laste gelegde. Daartoe heeft zij aangevoerd dat verdachte met tussenpersoon [slachtoffer 1] nimmer over een huur van € 50.000,- voor de stallen heeft gesproken. Daarnaast ziet artikel 227a Sr enkel op sociale zekerheidsfraude, hetgeen hier niet aan de orde is. Bovendien is [slachtoffer 1] slechts een tussenpersoon en niet de instantie die de verstrekking verleent, zodat verdachte ook om die reden niet strafbaar heeft gehandeld. Ten aanzien van het onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Met betrekking tot parketnummer 18/730016-15 heeft de raadsvrouw betoogd dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken van het onder 1, 2, 3, 4, 5, 8 en 9 ten laste gelegde. Er is geen bewijs dat verdachte de persoon is geweest die de leaseaanvragen op onjuiste wijze heeft ingevuld en ingediend. Verdachte heeft slechts bemiddeld; hij heeft geen auto geleverd, heeft geen leaseaanvragen ingediend, heeft niets ondertekend en heeft de uitgekeerde bedragen niet ontvangen. Ten aanzien van het onder 6 en 7 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

parketnummer 18/672001-16

Algemene overwegingen

De tenlastelegging komt voort uit de bevindingen van de Belastingdienst die over de periode van 1 oktober 2010 tot en met 31 december 2011 een ‘boekenonderzoek omzetbelasting’ heeft uitgevoerd bij [bedrijf 1]

Uit dit onderzoek komt naar voren dat [bedrijf 1] voor het vierde kwartaal van 2010 een nihilaangifte omzetbelasting had ingediend en over het boekjaar 2011 (1 januari 2011 tot en met 31 december 2011) géén aangifte omzetbelasting had ingediend, terwijl [bedrijf 1] in de periode van 1 oktober 2010 tot en met 31 december 2011 uit verschillende EU-lidstaten auto’s had geïmporteerd en ook binnen Nederland transacties is aangegaan. Van deze transacties had [bedrijf 1] aangifte omzetbelasting moeten doen, hetgeen zij heeft nagelaten. Deze feiten zijn op de dagvaarding onder 1 en 2 ten laste gelegd.

Daarnaast is uit onderzoek door de Belastingdienst/FIOD gebleken dat verdachte onjuiste huurinkomsten heeft opgegeven teneinde een hypotheek te verkrijgen bij de SNS-bank voor de woning op het adres [straatnaam] te Drogeham en valselijk opgemaakte en ondertekende bescheiden heeft doen toekomen aan de Bank of Schotland teneinde een hypotheek te verkrijgen voor de woning op het adres Scheiding 6 te Surhuisterveen. Deze feiten zijn op de dagvaarding onder 3 en 4 ten laste gelegd.

Beoordeling van de ten laste gelegde feiten

t.a.v. het onder 3 ten laste gelegde

De rechtbank acht het onder 3 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

De rechtbank acht overtuigend bewezen dat verdachte tegen getuige [slachtoffer 1] heeft verklaard dat de stallen, behorende bij het pand aan [straatnaam] te Drogeham, zouden worden verhuurd voor € 50.000,- per jaar en dat deze huurgelden aan zijn (ex)partner [medeverdachte] zouden worden betaald. De rechtbank acht daarnaast bewezen dat deze verklaring er in grote mate toe heeft bijgedragen dat de inkomensverklaring van [medeverdachte] , voornoemd, is goedgekeurd door de SNS-bank.

Dit alles is echter onvoldoende om tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde te komen. Voor een bewezenverklaring dient namelijk te worden voldaan aan de vereisten genoemd in artikel 227a van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Een van deze vereisten is dat er sprake moet zijn van een ‘verstrekking of tegemoetkoming’. De rechtbank is van oordeel dat, anders dan door de officier van justitie is betoogd, onder verstrekking of tegemoetkoming in de zin van artikel 227a Sr niet kan worden verstaan de verstrekking van een hypothecaire lening. Voor een ander oordeel biedt de Memorie van Toelichting noch de jurisprudentie ter zake enig aanknopingspunt. Hieruit volgt namelijk dat artikel 227a Sr in het wetboek terecht is gekomen bij de harmonisering van de diverse strafbepalingen in sociale zekerheidswetten en verwante wetten. Tegen deze achtergrond wordt in artikel 227a Sr met “verstrekking of tegemoetkoming” bedoeld: een op geld waardeerbare uitkering, zoals uitkeringen krachtens enige sociale zekerheidswet, subsidies of verzekeringsgelden, dan wel op geld waardeerbare uitkeringen in natura, zoals medische hulpmiddelen of het verrichten van diensten.1

Dit betekent dat het ten laste gelegde bestanddeel “verstrekking of tegemoetkoming” niet ziet op de verstrekking van een hypothecaire geldlening, hetgeen betekent dat dit deel van de tenlastelegging niet kan worden bewezen en dat verdachte van het ten laste gelegde moet worden vrijgesproken.

Nu de rechtbank op basis van het voorgaande komt tot vrijspraak, behoeft het verweer van de raadsvrouw voor het overige geen bespreking.

t.a.v. het onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde

De rechtbank acht de feiten 1 primair, 2 primair en 4 wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.

Om het vonnis overzichtelijk en leesbaar te houden zijn de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen opgenomen in de bijlage bij dit vonnis.

parketnummer 18/730016-15

Algemene overwegingen

De tenlastelegging komt voort uit onderzoek van de politie Noord-Nederland naar betrokkenheid van verdachte bij fraude binnen de autohandel. Het grootste gedeelte van de dagvaarding ziet op het verwijt dat verdachte betrokken is geweest bij het opstellen van leasecontracten, waarbij hij onjuiste informatie zou hebben aangeleverd.

Beoordeling van de ten laste gelegde feiten

1 Vrijspraak

De rechtbank acht het onder 3, 4, 5 primair, 8 primair en 9 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hierbij het volgende.

t.a.v. het onder 3 en 4 ten laste gelegde

Het onder 3 ten laste gelegde ziet op het leasen van een Ford Transit Connect met kenteken [kenteken] , contractnummer [nummer] , gesloten tussen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 3] , met als leverancier [benadeelde partij 5].

Het onder 4 ten laste gelegde ziet op het leasen van een Volkswagen Polo met kenteken [kenteken], contractnummer [nummer] , gesloten tussen [benadeelde partij 4] en [benadeelde partij 3] , met als leverancier [benadeelde partij 5].

Verdachte wordt verweten dat hij, al dan niet tezamen en in vereniging met een ander/ anderen, bovengenoemde leasecontracten valselijk en/of in strijd met de waarheid heeft opgemaakt.

Het valselijk opmaken van de leasecontracten zou bestaan uit twee verwijten. Allereest het - in strijd met de waarheid - vermelden op de contracten dat er een aanbetaling zou zijn gedaan en daarnaast het op de contracten plaatsen van valse/vervalste handtekeningen van [medewerker 1] , de vertegenwoordiger van [benadeelde partij 3] .

[medewerker 1] heeft als getuige verklaard dat hij zich niet kan herinneren dat hij een handtekening heeft gezet op het contract met contractnummer [nummer] en zich evenmin kan herinneren dat hij niet één maar twee handtekeningen heeft gezet onder het contract met contractnummer [nummer] .

N.R. Musgrave, werkzaam als Forensisch Wetenschapper bij de LGC Ltd in Groot-Brittannië, heeft nader onderzoek naar de handtekeningen gedaan. Uit dit onderzoek komt naar voren dat de bevindingen overtuigende ondersteuning bieden voor de stelling dat de betwijfelde handtekening op het leasecontract met contractnummer [nummer] wél is gezet door [medewerker 1] zelf. Daarnaast komt uit het onderzoek naar voren dat door Musgrave niet kan worden bepaald of de twee betwijfelde handtekeningen op het leasecontract met contractnummer [nummer] , de echte handtekeningen zijn van [medewerker 1] of dat het nabootsingen betreffen van een ‘model’ handtekening van [medewerker 1] . Dit maakt dat de bevindingen volgens Musgrave niet overtuigend zijn.2

De rechtbank acht op basis van deze bevindingen niet overtuigend bewezen dat verdachte, en niet [medewerker 1] zelf, de (vervalste) handtekeningen op de contracten heeft geplaatst. Van dit verwijt dient verdachte derhalve te worden vrijgesproken.

Wat betreft het eerste verwijt dient, om tot een bewezenverklaring te komen, op basis van het dossier vastgesteld te worden dat verdachte op de contracten heeft ingevuld dat er aanbetalingen zouden zijn gedaan, dan wel dat hij hier verantwoordelijk voor is geweest, en dat deze aanbetalingen niet hebben plaatsgevonden.

Uit het dossier blijkt in zijn algemeenheid dat er voldoende bewijs is voor de gevolgtrekking dat er binnen het netwerk van verdachte een werkwijze werd gehanteerd waarbij (grote) aanbetalingen aan de leverancier van de auto werden genoteerd op leaseaanvragen om leasemaatschappijen te bewegen tot de verstrekking van een leaseovereenkomst en tot uitkering van de daarbij behorende gelden, terwijl deze aanbetalingen niet waren gedaan aan de leverancier van de auto. Dit blijkt niet alleen uit de verklaringen van getuige [getuige 1] en getuige [getuige 2] , maar ook verdachte zelf heeft bij de politie verklaard dat het juist is dat aanbetalingen niet altijd werden gedaan maar dat deze wel in de leaseaanvragen werden vermeld.

Dit alles maakt echter niet dat er wettig en overtuigend bewijs in het dossier aanwezig is voor de gevolgtrekking dat het verdachte is geweest die de aanbetalingen heeft ingevuld op de contracten met contractnummers [nummer] en [nummer] of dit heeft laten doen door een ander/anderen, zoals aan hem onder feiten 3 en 4 wordt verweten. Aldus dient verdachte van deze feiten te worden vrijgesproken.

t.a.v. het onder 5 primair en 8 primair ten laste gelegde

Om tot een bewezenverklaring van deze feiten te komen, moet vast komen te staan dat verdachte opzettelijk zijn eigen goed, of ten behoeve van degene aan wie het toebehoort, een hem niet toebehorend goed, heeft onttrokken aan het pandrecht.

Ten aanzien van het onder 5 primair ten laste gelegde wordt verdachte verweten dat hij een BMW met kenteken [kenteken] heeft onttrokken aan het pandrecht dat hierop door [benadeelde partij 6] was gevestigd. Uit het dossier blijkt dat [slachtoffer 4] met betrekking tot deze BMW een koopleasecontract was aangegaan met [benadeelde partij 6] . Omdat de auto niet voldeed, is door [slachtoffer 4] besloten de BMW in te lossen voor een Volvo V40. Om dit te bewerkstelligen heeft [slachtoffer 4] de BMW op 16 januari 2014 meegegeven aan [getuige 3] . [getuige 3] heeft erkend dat hij de BMW op verzoek van verdachte heeft opgehaald en heeft verklaard dat hij de BMW vervolgens aan verdachte heeft meegegeven, waarna verdachte deze zou inlossen. Dit bleek later niet te zijn gebeurd.

Op grond van het voorgaande kan niet bewezen worden dat verdachte zijn eigen goed heeft onttrokken aan het pandrecht, omdat het koopleasecontract tussen [slachtoffer 4] en [benadeelde partij 6] nog liep op het moment dat verdachte de BMW in zijn beschikkingsmacht zou hebben gekregen. Daarnaast biedt het dossier onvoldoende aanknopingspunten voor de gevolgtrekking dat verdachte de BMW ten behoeve van [slachtoffer 4] heeft onttrokken aan het pandrecht. [slachtoffer 4] wilde immers juist dat de BMW werd ingelost voor een Volvo V40. Dit maakt dat het ten laste gelegde valt buiten de strekking van artikel 348 Sr en dat voor feit 5 primair vrijspraak dient te volgen.

Ten aanzien van het onder 8 primair ten laste gelegde wordt verdachte verweten dat hij een Mercedes Sprinter met kenteken [kenteken] heeft onttrokken aan het pandrecht dat hierop door [benadeelde partij 1] was gevestigd. Uit het dossier blijkt dat [slachtoffer 5] met betrekking tot voornoemde Mercedes Sprinter een leasecontract was aangegaan met [benadeelde partij 1] . Op 1 september 2012 zou de Mercedes Sprinter door verdachte zijn ingeruild voor een Volkswagen Caddy, waarna verdachte de Mercedes Sprinter zou hebben meegenomen en deze van de naam van [slachtoffer 5] zou halen bij de RDW en de leasemaatschappij. Dit bleek niet te zijn gebeurd.

Ook in deze zaak kan niet bewezen worden dat verdachte zijn eigen goed heeft onttrokken aan het pandrecht, omdat het leasecontract tussen [slachtoffer 5] en [benadeelde partij 1] nog liep op het moment dat verdachte de Mercedes Sprinter in zijn beschikkingsmacht zou hebben gekregen. Daarnaast biedt het dossier ook in deze zaak onvoldoende aanknopingspunten voor de gevolgtrekking dat verdachte de Mercedes Sprinter ten behoeve van [slachtoffer 5] heeft onttrokken aan het pandrecht. [slachtoffer 5] wilde immers dat deze van zijn naam zou worden gehaald bij de RDW en de leasemaatschappij. Dit maakt dat ook voor feit 8 primair vrijspraak dient te volgen.

t.a.v. het onder 9 ten laste gelegde

Verdachte wordt verweten dat hij in de periode van 1 augustus 2014 tot en met 2 maart 2015 een personenauto (merk Opel, type Tygra, kenteken [kenteken] ) die toebehoorde aan [slachtoffer 3] , heeft verduisterd. Op basis van het dossier kan vastgesteld worden dat verdachte de Opel Tygra op enig moment in zijn bezit heeft gekregen. Volgens [slachtoffer 3] zou verdachte de auto verkopen en haar contant geld betalen voor deze transactie. Verdachte heeft echter verklaard dat hij de auto heeft verkocht en dat het geld - volgens afspraak - is gebruikt om de aanbetaling te voldoen voor een BMW die door [slachtoffer 3] via [bedrijf 7] te Heerenveen zou worden geleased. Op basis van het dossier kan niet worden uitgesloten dat deze verklaring van verdachte over de gang van zaken juist is. De rechtbank is dan ook - met de officier van justitie en de raadsvrouw - van oordeel dat vrijspraak moet volgen omdat niet bewezen kan worden dat verdachte zich de Opel Tygra wederrechtelijk heeft toegeëigend.

2 Beoordeling overige feiten

De rechtbank gaat ten aanzien van het onder 1, 2, 5 subsidiair, 6, 7 en 8 subsidiair ten laste gelegde, op grond van de in de voetnoten genoemde bewijsmiddelen,3 uit van het volgende.

t.a.v. het onder 1 ten laste gelegde

Verdachte is primair ten laste gelegd dat hij de [benadeelde partij 2] als financier van de leasemaatschappij [benadeelde partij 1] (hierna: [benadeelde partij 1] ) heeft bewogen tot afgifte van leasesommen, door de leasemaatschappij op te lichten.

Met betrekking tot de Mercedes Sprinter met kenteken [kenteken] (contractnummer [nummer] )4 en de Volkswagen Crafter met kenteken [kenteken] (contractnummer [nummer] )5 zijn op respectievelijk 27 augustus 2012 en 11 oktober 2012 leaseovereenkomsten afgesloten tussen [benadeelde partij 1] en [bedrijf 4] (hierna: [bedrijf 4] ). Uit deze overeenkomsten blijkt dat [slachtoffer 6] de overeenkomsten als lessee heeft ondertekend en dat [bedrijf 5] (hierna: [bedrijf 5] ) de overeenkomsten als leverancier heeft ondertekend. Daarnaast staat in de overeenkomsten vermeld dat er vóór de terbeschikkingstelling van deze voertuigen door de lessee aanbetalingen zouden zijn gedaan ten bedrage van respectievelijk € 13.035,00 en € 10.085,00 aan [bedrijf 5] .

[getuige 5] heeft verklaard dat in de financial lease zaken die hij deed met verdachte de informatie met betrekking tot de overeenkomsten door verdachte werd aangeleverd. Deze informatie betrof onder andere de hoogte van de gedane aanbetaling. [getuige 5] gaf deze informatie door aan de leasemaatschappij, die op grond hiervan de overeenkomsten opmaakte. De opgemaakte overeenkomsten zijn vervolgens door [getuige 5] per e-mail naar verdachte gestuurd.6

Verdachte heeft de overeenkomsten met betrekking tot de Mercedes Sprinter7 en de Volkswagen Crafter8 laten tekenen door [slachtoffer 6] , de bestuurder van [bedrijf 4] . [slachtoffer 6] tekende in de veronderstelling dat verdachte de [bedrijf 4] zou overnemen en onderbrengen in een nieuw te vormen leasemaatschappij. Verdachte had namelijk aangegeven dat hij al wat voertuigen weg kon zetten. Deze zouden dan worden opgenomen in de nieuwe leasemaatschappij. [slachtoffer 6] heeft de voertuigen nooit onder zich gehad en heeft nooit rekeningen ontvangen. Hij ging er vanuit dat verdachte de rekeningen voldeed.9

Dat [slachtoffer 6] de Mercedes Sprinter nooit onder zich heeft gehad vindt steun in de verklaring van [getuige 4] , waaruit volgt dat hij de Mercedes Sprinter nog steeds in zijn bezit heeft en dat deze bij een kennis in Duitsland staat.10

Verdachte heeft de overeenkomsten tevens laten tekenen door [getuige 1] , de eigenaar van [bedrijf 5] . Ten tijde van het ten laste gelegde deed verdachte de inkoop en verkoop voor [bedrijf 5] . [getuige 1] liet verdachte in zijn bedrijf toe omdat hij financieel afhankelijk van hem was. Verdachte zette [getuige 1] onder druk om leasecontracten te ondertekenen omdat verdachte anders de huur van het bedrijfspand niet betaalde.11

Omdat de financiële verplichtingen niet zijn nagekomen, zijn de leaseovereenkomsten ontbonden.12 Uit een onderzoek in de administratie van [bedrijf 5] blijkt dat er wel leasegelden zijn overgemaakt op de rekening van [bedrijf 5] . Op 29 augustus 2012 is er een bedrag van € 18.500,00 ontvangen van [benadeelde partij 2] , met in de omschrijving [nummer] , [kenteken] en [bedrijf 4] , zodat het aannemelijk is dat dit bedrag is gerelateerd aan de Mercedes Sprinter met kenteken [kenteken] (contractnummer [nummer] ). Daarnaast is er op 15 oktober 2012 een bedrag van € 15.773,00 ontvangen van [benadeelde partij 2] , met in de omschrijving onder andere [nummer] , [kenteken] en [bedrijf 4] , zodat het aannemelijk is dat dit bedrag is gerelateerd aan de Volkswagen Crafter met kenteken [kenteken] (contractnummer [nummer] ). Uit het onderzoek blijkt verder niet dat er aanbetalingen zijn ontvangen voor de Mercedes Sprinter en de Volkswagen Crafter.13

De rechtbank stelt voorop dat voor een veroordeling ter zake van oplichting is vereist dat de verdachte bij een ander door een specifieke, voldoende ernstige vorm van bedrieglijk handelen een onjuiste voorstelling in het leven heeft willen roepen teneinde daarvan misbruik te maken. Daartoe moet de verdachte een of meer van de in artikel 326, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) bedoelde oplichtingsmiddelen hebben gebruikt, door welk gebruik die ander is bewogen tot de afgifte van een goed, het verlenen van een dienst, het beschikbaar stellen van gegevens, het aangaan van een schuld of het tenietdoen van een inschuld.

De rechtbank overweegt dat voldoende vast is komen te staan dat verdachte door gebruik te maken van een valse hoedanigheid bij [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] een onjuiste voorstelling van zaken in het leven heeft geroepen. Uit de door [medewerker 2] , medewerker bijzonder beheer bij [benadeelde partij 1] , gedane aangifte blijkt namelijk dat de leaseovereenkomsten niet zouden zijn afgesloten als [benadeelde partij 1] had geweten dat verdachte achter de aanvraag zat. De reden die [medewerker 2] hiervoor geeft is dat verdachte een landelijk bekende oplichter is waar [benadeelde partij 1] absoluut geen zaken mee wil doen.14 De rechtbank acht dan ook voldoende bewezen dat - doordat verdachte zijn betrokkenheid als gevolg van de hierboven beschreven gang van zaken buiten beeld hield - bij [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] , een onjuiste voorstelling van zaken in het leven is geroepen met betrekking tot de ‘persoon’ van verdachte en diens naam, waarbij die onjuiste voorstelling van zaken in het leven werd geroepen teneinde daarvan misbruik te kunnen maken.

Daarnaast worden leasemaatschappijen - blijkens de verklaring van [getuige 1] - sneller bewogen tot afgifte van een leasesom als er op de leaseaanvraag staat vermeld dat er een aanbetaling is gedaan. Uit zijn verklaring blijkt dat de aanbetaling fictief werd overgemaakt om de leasemaatschappij tevreden te stellen.15 De rechtbank is van oordeel dat de handeling die bestaat uit het vermelden op de leaseovereenkomsten dat er aanbetalingen zouden zijn gedaan (terwijl hiervan geen sprake is geweest), in combinatie met het door verdachte aannemen van een valse hoedanigheid, van voldoende gewicht is om aan te nemen dat verdachte eveneens gebruik heeft gemaakt van listige kunstgrepen.

Verdachte heeft erkend dat hij in de ten laste gelegde periode, als tussenpersoon, heeft bemiddeld bij het opstellen van leasecontracten voor [slachtoffer 6]16, maar heeft ontkend dat hij de contracten heeft opgesteld of laten opstellen met de intentie om personen en/of instanties te benadelen. Hij heeft daartoe aangevoerd dat hij ten tijde van het ten laste gelegde geen toegang had tot het e-mailaccount van [bedrijf 5] , waardoor het onmogelijk is dat hij de door de leasemaatschappij naar het e-mailadres van [bedrijf 5] gestuurde leasecontracten heeft ontvangen. Daarnaast heeft hij aangevoerd dat hij geen toegang had tot de administratie van [bedrijf 5] , waardoor het onaannemelijk is dat hij voordeel heeft genoten. De leasesommen zouden immers gestort zijn op de rekening van [bedrijf 5] .

De rechtbank volgt verdachte hierin niet. Het verwijt dat verdachte kan worden gemaakt vindt bevestiging in meerdere getuigenverklaringen, te weten die van [slachtoffer 6] , [getuige 4] , [getuige 5] en [getuige 1] . De rechtbank acht het onaannemelijk dat zij allen in lijn met elkaar en in strijd met de waarheid hebben verklaard, terwijl het scenario van verdachte door getuigenverklaringen noch door ander bewijs wordt gestaafd. De rechtbank hecht dan ook geen geloof aan de verklaring van verdachte.

De rechtbank acht het op grond van voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat [benadeelde partij 2] , mede onder invloed van de door deze oplichtingsmiddelen in het leven geroepen onjuiste voorstelling van zaken, is overgegaan tot afgifte van de leasesommen. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van de primair ten laste gelegde oplichting.

het onder 2 ten laste gelegde

Verdachte is primair ten laste gelegd dat hij de [benadeelde partij 2] als financier van de leasemaatschappij [benadeelde partij 1] (hierna: [benadeelde partij 1] ) heeft bewogen tot afgifte van leasesommen, door deze leasemaatschappij op te lichten.

Met betrekking tot de Mercedes Benz met kenteken [kenteken] (contractnummer [nummer] )17 en de Mercedes Benz met kenteken [kenteken] (contractnummer [nummer] )18 zijn op respectievelijk 23 augustus 2012 (ontvangstdatum) en 7 september 2012 leaseovereenkomsten afgesloten tussen [benadeelde partij 1] en [bedrijf 6] . (hierna: [bedrijf 6] ). Uit deze overeenkomsten blijkt dat [slachtoffer 7] de overeenkomsten als lessee heeft ondertekend en dat [bedrijf 5] de overeenkomsten als leverancier heeft ondertekend. Daarnaast staat in de overeenkomsten vermeld dat er vóór de terbeschikkingstelling van deze voertuigen door de lessee aanbetalingen zouden zijn gedaan ten bedrage van respectievelijk € 11.500,00 en € 30.500,00 aan [bedrijf 5] .

Ook met betrekking tot deze leaseovereenkomsten is door [getuige 5] bemiddeld in de financial leasing.19 [getuige 5] heeft verklaard dat in financial lease zaken die hij deed met verdachte de informatie met betrekking tot de overeenkomsten door verdachte werd aangeleverd. Deze informatie betrof onder andere de hoogte van de gedane aanbetaling. [getuige 5] gaf deze informatie door aan de leasemaatschappij, die op grond hiervan de overeenkomsten opmaakte. De opgemaakte overeenkomsten zijn vervolgens door [getuige 5] per e-mail naar verdachte gestuurd.20

[slachtoffer 7] , de bestuurder van [bedrijf 6] , heeft verklaard dat hij verdachte kende sinds begin 2012. Hij wilde zijn bedrijf [bedrijf 6] verkopen en verdachte had belangstelling. Omdat verdachte het bedrijf niet op naam kon hebben is [slachtoffer 7] als bestuurder aangebleven. Verdachte deed echter alle werkzaamheden voor [bedrijf 6] en behartigde ook de financiële zaken voor dit bedrijf.21Verdachte heeft de overeenkomsten met betrekking tot de Mercedes Benz met kenteken [kenteken] en de Mercedes Benz met kenteken [kenteken] laten tekenen door [slachtoffer 7] . [slachtoffer 7] herkende bij het tonen van de overeenkomsten zijn handtekening. [slachtoffer 7] stelt dat hij de overeenkomsten op verzoek van verdachte te goeder trouw heeft getekend en dat hij van verdachte had begrepen dat verdachte de auto’s weer doorleasde. Hij zegt niet te weten waar de auto’s zijn en wie er gebruik van maakt, en ook niets te weten over de betalingen van de maandelijkse leasesommen.22

Dat [slachtoffer 7] de voertuigen niet onder zich had ten tijde van het ten laste gelegde vindt steun in de verklaring van [benadeelde partij 8] waaruit blijkt dat verdachte op enig moment met de Mercedes Benz met kenteken [kenteken] bij hem kwam aanzetten, waarna de auto is overgenomen door [benadeelde partij 8] . Ook de Mercedes Benz met kenteken [kenteken] is op naam van een van de bedrijven van [benadeelde partij 8] gekocht. [benadeelde partij 8] wist ten tijde van de overname niet dat er met betrekking tot deze voertuigen leasecontracten waren afgesloten.23

Tevens heeft verdachte de overeenkomsten laten tekenen door [getuige 1] , de eigenaar van [bedrijf 5] . Ten tijde van het ten laste gelegde deed verdachte de inkoop en verkoop voor [bedrijf 5] . [getuige 1] liet verdachte in zijn bedrijf toe omdat hij financieel afhankelijk van hem was. Verdachte zette [getuige 1] onder druk om de leasecontracten te ondertekenen omdat verdachte anders de huur van het bedrijfspand niet betaalde.24

Omdat de financiële verplichtingen niet zijn nagekomen, zijn de leaseovereenkomsten ontbonden.25 Uit onderzoek in de administratie van [bedrijf 5] blijkt dat er wel leasegelden zijn overgemaakt op de rekening van [bedrijf 5] . Op 17 augustus 2012 is er een bedrag van

€ 17.000,00 ontvangen van [benadeelde partij 2] , met in de omschrijving [nummer] , [kenteken] en [bedrijf 6] Groep B.V., zodat het aannemelijk is dat dit bedrag is gerelateerd aan de Mercedes Benz met kenteken [kenteken] (contractnummer [nummer] ). Daarnaast is er op 11 september 2012 een bedrag van € 32.000,00 ontvangen van [benadeelde partij 2] , met in de omschrijving [nummer] , [kenteken] en [bedrijf 6] Groep B.V., zodat het aannemelijk is dat dit bedrag is gerelateerd aan de Mercedes Benz met kenteken [kenteken] (contractnummer [nummer] ). Uit het onderzoek blijkt verder niet dat er aanbetalingen zijn gedaan voor de voertuigen.26

Onder verwijzing naar het onder het kopje ‘het onder 1 ten laste gelegde’ geschetste juridische kader en motivering, overweegt de rechtbank dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte door gebruik te maken van een valse hoedanigheid bij [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] een onjuiste voorstelling van zaken in het leven heeft geroepen met betrekking tot de ‘persoon’ van verdachte en diens naam, waarbij die onjuiste voorstelling van zaken in het leven werd geroepen teneinde daarvan misbruik te kunnen maken. De rechtbank is daarnaast van oordeel dat de handeling die bestaat uit het vermelden op de leaseovereenkomsten dat er aanbetalingen zouden zijn gedaan (terwijl hiervan geen sprake is geweest), in combinatie met het door verdachte aannemen van een valse hoedanigheid, van voldoende gewicht is om tevens aan te nemen dat verdachte gebruik heeft gemaakt van listige kunstgrepen.

Verdachte heeft erkend dat hij in de ten laste gelegde periode, als tussenpersoon, heeft bemiddeld bij het opstellen van leasecontracten voor [slachtoffer 7] .27 Verdachte ontkent echter - met verwijzing naar hetgeen hij daarover heeft verklaard zoals opgenomen onder het kopje ‘het onder 1 ten laste gelegde’- dat deze contracten door hem zijn opgesteld met de intentie om personen en/of instanties te benadelen. De rechtbank volgt verdachte hierin niet. Het verwijt dat verdachte kan worden gemaakt vindt bevestiging in meerdere getuigenverklaringen, te weten die van [slachtoffer 7] , [benadeelde partij 8] , [getuige 5] en [getuige 1] . De rechtbank acht het onaannemelijk dat zij allen in lijn met elkaar en in strijd met de waarheid hebben verklaard, terwijl het scenario van verdachte door getuigenverklaringen noch door ander bewijs wordt gestaafd. De rechtbank hecht dan ook geen geloof aan de verklaring van verdachte.

De rechtbank acht op grond van voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat [benadeelde partij 2] , mede onder invloed van de door deze oplichtingsmiddelen in het leven geroepen onjuiste voorstelling van zaken, is overgegaan tot afgifte van de leasesommen. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van de primair ten laste gelegde oplichting.

het onder 5 subsidiair ten laste gelegde

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat zij de onder 5 primair ten laste gelegde onttrekking aan het pandrecht niet wettig en overtuigend bewezen acht. Verdachte is onder 5 subsidiair ten laste gelegd dat hij een auto, merk BMW, kenteken [kenteken] heeft verduisterd.

Met betrekking tot de (personen)auto merk BMW, kenteken [kenteken] (hierna: BMW), is op 9 juli 2013 een koopleasecontract afgesloten tussen [slachtoffer 4] , voornoemd, en [benadeelde partij 6] .28 Omdat de auto niet voldeed is door [slachtoffer 4] besloten de BMW in te lossen voor een Volvo V40. Onder de gehoudenheid de auto in te lossen bij [bedrijf 7] te Heerenveen, heeft zij de BMW op 16 januari 2014 meegegeven aan [getuige 3] .29 [getuige 3] is hierover gehoord en heeft verklaard dat hij op verzoek van verdachte een Volvo bij de ouders van [slachtoffer 4] in Heerenveen heeft gebracht en tevens op verzoek van verdachte de BMW mee terug heeft genomen, waarna hij deze aan verdachte heeft overgedragen. [getuige 3] wist dat het leasecontract van de BMW ingelost moest worden en dat de auto terug moest naar [bedrijf 7] te Heerenveen. Hij ging er van uit dat verdachte de BMW zou inlossen.30

Uit het verhoor van getuige [getuige 6] blijkt dat de BMW, nadat deze door [getuige 3] was meegenomen, naar [benadeelde partij 9] te Opende is gegaan. [getuige 6] heeft de auto daar op het erf zien staan.31 [slachtoffer 8] heeft hierover verklaard dat hij de BMW 1 à 2 weken in bruikleen heeft gehad, nadat verdachte de auto had neergezet bij [benadeelde partij 9] . Verdachte heeft de auto nadien zelf weer opgehaald. [slachtoffer 8] kreeg de BMW nadat hij tegen verdachte had gezegd dat hij ‘even een auto nodig had voor gebruik’.32

Ook [getuige 7] heeft verklaard dat hij nog een poosje in de BMW heeft gereden toen deze op naam van [slachtoffer 4] stond.33

[medewerker 3] , als manager collections werkzaam bij [benadeelde partij 6] , heeft verklaard dat een voertuig waarvoor bij [benadeelde partij 6] een leasecontract is afgesloten, ten tijde van de lease niet door anderen gebruikt mag worden. Dit

is aangegeven in de algemene voorwaarden die op het contract zijn weergegeven.34

Verdachte wist dat in de algemene voorwaarden van leasemaatschappijen is opgenomen dat een auto niet mag worden doorverhuurd.35

Verdachte heeft erkend dat hij met betrekking tot deze auto bemoeienis heeft gehad met het opstellen van het koopleasecontract tussen [slachtoffer 4] en [benadeelde partij 6] , maar heeft ontkend dat hij de auto ten tijde van de lease onder zich heeft gehad. Dit wordt echter weersproken door meerdere getuigenverklaringen, te weten die van [slachtoffer 4] , [getuige 3] , [getuige 6] , [slachtoffer 8] en [getuige 7] . De rechtbank hecht op basis hiervan geen geloof aan de verklaring van verdachte.

Aangezien verdachte de auto anders dan door misdrijf in zijn beschikkingsmacht heeft gehad (namelijk onder de gehoudenheid om deze in te lossen) en deze vervolgens niet heeft ingelost maar aan anderen uitgeleend terwijl hij wist dat dit niet mocht, kan wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte zich de BMW wederrechtelijk heeft toegeëigend. Dit maakt dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan verduistering van de BMW, zoals onder 5 subsidiair ten laste gelegd.

het onder 6 en 7 ten laste gelegde

Verdachte wordt verweten dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan valsheid in geschrifte door op leasecontracten waarbij [benadeelde partij 1] de financier/lessor was, in strijd met de waarheid te vermelden dat er aanbetalingen waren gedaan aan de leverancier [bedrijf 5] .

Bij beide leasecontracten was [slachtoffer 5] de lessee. Hij heeft verklaard dat verdachte aan kwam zetten met het leasecontract met contractnummer [nummer] . Daarnaast heeft hij verklaard dat hij de in dit leasecontract vermelde aanbetaling van € 13.675,00 nooit heeft voldaan en dat hij dit ook met verdachte heeft besproken, waarbij verdachte tegen hem heeft gezegd dat het zo wel goed zou komen. Ook het leasecontract met contractnummer [nummer] is volgens [slachtoffer 5] door verdachte verzorgd en ook de in dit leasecontract vermelde aanbetaling van € 8.705,00 heeft [slachtoffer 5] niet voldaan. Toen hij verdachte hierop aansprak zei verdachte wederom dat het zo wel goed was.36

De aanbetalingen zouden blijkens de leaseaanvraag zijn gedaan aan de leverancier [bedrijf 5] . Uit onderzoek in de administratie van [bedrijf 5] blijkt echter niet dat er aanbetalingen zijn gedaan voor de voertuigen.37Verdachte heeft ook erkend dat de aanbetalingen nooit zijn voldaan38. Hij heeft hierover verklaard dat in leaseaanvragen werd vermeld dat er wel een aanbetaling was gedaan, om de leasemaatschappij te bewegen tot het (sneller) verstrekken van een financiering.39

Gelet op het voorgaande kan wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte in/op de leasecontracten met contractnummers [nummer] en [nummer] heeft vermeld dat er aanbetalingen zouden zijn gedaan van respectievelijk € 13.675,00 en € 8.705,00, terwijl deze aanbetalingen nooit zijn voldaan. Er zijn geen aanwijzingen in het dossier dat iemand anders dan verdachte hiervoor verantwoordelijk is geweest. Verdachte heeft verklaard dat hij dit deed om een leasemaatschappij sneller te bewegen tot het verstrekken van een financiering. Daarmee kan wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte opzettelijk in strijd met de waarheid heeft gehandeld, met het oogmerk om deze geschriften als echt en onvervalst te (doen) gebruiken. Daarmee acht de rechtbank zowel feit 6 als feit 7 bewezen.

het onder 8 subsidiair ten laste gelegde

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat zij de onder 8 primair ten laste gelegde onttrekking aan het pandrecht niet wettig en overtuigend bewezen acht. Verdachte is onder 8 subsidiair ten laste gelegd dat hij een auto, merk Mercedes, kenteken [kenteken] heeft verduisterd.

Met betrekking tot de Mercedes Sprinter, kenteken [kenteken] (hierna: Mercedes Sprinter), is op 5 mei 2012 een leasecontract afgesloten tussen [slachtoffer 5] , voornoemd en [benadeelde partij 1] .40 De auto is op 10 mei 2012 ontvangen door [slachtoffer 5] . De Mercedes Sprinter heeft op zijn terrein gestaan maar hij heeft deze nooit gebruikt. Het was de bedoeling dat de Mercedes Sprinter zou worden omgeruild als [slachtoffer 5] een andere auto tegen zou komen. Op 1 september 2012 is de Mercedes Sprinter dan ook omgeruild voor een Volkswagen Caddy. Verdachte heeft de Mercedes Sprinter meegenomen en zou hem van de naam van [slachtoffer 5] halen bij de RDW en de leasemaatschappij.41 [slachtoffer 5] heeft verdachte op 1 september 2012 een briefje laten tekenen dat hij de Mercedes Sprinter per direct uit de lease zou halen.42Verdachte heeft de Mercedes Sprinter vervolgens naar [getuige 7] gebracht en heeft aan hem de opdracht gegeven om op de auto een laadklep te monteren.43 [getuige 7] heeft hierover verklaard dat de Mercedes Sprinter inderdaad bij zijn bedrijf is terechtgekomen omdat er in opdracht van verdachte een laadklep op gemonteerd moest worden.44

[medewerker 4] , werkzaam bij [benadeelde partij 2] heeft verklaard dat het leasecontract met betrekking tot de Mercedes Sprinter op 2 september 2014 nog liep.45Verdachte wist dat in de algemene voorwaarden van leasemaatschappijen is opgenomen dat een auto niet mag worden doorverhuurd.46

Verdachte heeft erkend dat hij heeft bemiddeld bij het opstellen van het leasecontract tussen [slachtoffer 5] en [benadeelde partij 1] . Verdachte heeft echter ontkend dat hij de auto ten tijde van de lease heeft verduisterd door - in strijd met de afspraken - aan [getuige 7] de opdracht te geven op de auto een laadklep te monteren. Verdachte heeft gesteld dat hij dit had gedaan in opdracht van [slachtoffer 5] . Dit wordt echter weersproken door aangever [slachtoffer 5] . De verklaring van [slachtoffer 5] wordt bevestigd door een door verdachte voor akkoord getekend briefje waaruit volgt dat de Mercedes Sprinter op 1 september 2012 per direct uit de lease zou worden gehaald. De rechtbank hecht op basis hiervan geen geloof aan de verklaring van verdachte.

De rechtbank acht op grond van voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de Mercedes Sprinter anders dan door misdrijf onder zich heeft gehad, namelijk onder de gehoudenheid om deze per direct uit de lease van [slachtoffer 5] te halen. Verdachte heeft zich echter niet aan de afspraken gehouden. Hij heeft de Mercedes Sprinter niet uit de lease gehaald maar heeft deze naar het bouwbedrijf van [getuige 7] gebracht en de opdracht gegeven om hier een laadklep op te monteren. Door zo te handelen heeft verdachte een beschikkingshandeling verricht, zodat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de Mercedes Sprinter zich wederrechtelijk heeft toegeëigend. Dit maakt dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan verduistering van de Mercedes Sprinter, zoals onder 8 subsidiair ten laste is gelegd.

Bewezenverklaring

parketnummer 18/672001-16

De rechtbank acht de feiten 1 primair, 2 primair en 4 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1. primair.

[bedrijf 1] in de periode van 1 oktober 2010 tot en met 1 februari 2011, in Nederland, opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een aangifte voor de omzetbelasting, ten name van [bedrijf 1] , te weten:

- de aangifte omzetbelasting over het vierde kwartaal van het jaar 2010

onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, terwijl dat feit er toe strekte dat te weinig belasting werd geheven, hebbende die onjuistheid en/of onvolledigheid hierin bestaan dat op

de voornoemde aangifte een te laag bedrag aan omzet en/of een te laag bedrag aan verschuldigde omzetbelasting heeft opgegeven,

aan welk bovenomschreven strafbare feit verdachte feitelijke leiding heeft gegeven;

2 primair.

[bedrijf 1] op tijdstippen in de periode van 1 januari 2011 tot en met 1 februari 2012, in Nederland, telkens opzettelijk bij de belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten aangiften voor de omzetbelasting, ten name van [bedrijf 1] , niet of niet binnen de daarvoor gestelde termijn heeft gedaan bij de Belastingdienst in Nederland,

- te weten de aangifte omzetbelasting over het eerste en tweede en derde en vierde kwartaal van 2011,

terwijl dat feit er telkens toe strekte dat te weinig belasting werd geheven,

aan welke bovenomschreven strafbare feiten verdachte telkens feitelijke leiding heeft gegeven;

4.

hij in de periode van 28 maart 2014 tot en met 17 november 2014 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een valse of vervalste koopovereenkomst en arbeidsovereenkomst en salarisspecificaties en werkgeversverklaring en detacheringsovereenkomst - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die geschriften echt en onvervalst,

bestaande dat gebruik maken hierin dat hij, verdachte, en/of zijn mededader de vorenbedoelde geschriften heeft/hebben doen toekomen, aan de Bank of Scotland ter verkrijging van een hypothecaire lening voor een woning aan [straatnaam] te Surhuisterveen (D-050), en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat:

- de koopovereenkomst van [straatnaam] te Drogeham van 16 april 2014, met als verkoper [medeverdachte] en als koper [slachtoffer 2] (D-045) geheel in strijd met de waarheid is opgemaakt, en

- in die arbeidsovereenkomst van 29 maart 2014 tussen [bedrijf 2] en [medeverdachte] (D-052) valselijk en in strijd met de waarheid stond vermeld dat zij per 1 april 2014 voor onbepaalde tijd als vertegenwoordiger in dienst trad en/of werkzaam was bij [bedrijf 2] , en

- in een salarisspecificatie valselijk en in strijd met de waarheid stond vermeld dat zij in de maand april 2014 21,67 dagen heeft gewerkt bij [bedrijf 2] en een bruto salaris van 4.364,74 Euro en een netto salaris van 3.000,- Euro genoot (D-053), en

- in een werkgeversverklaring van 24 april 2014 valselijk en in strijd met de waarheid stond vermeld dat zij per 1 april 2014 als vertegenwoordiger voor onbepaalde tijd in dienst was en/of werkzaam was bij [bedrijf 2] te Den Bosch en dat zij een bruto jaarsalaris van 52.376,88 Euro genoot en dat zij een vakantietoeslag van 4.190,15 Euro genoot (D-054), en

- in een detacheringsovereenkomst van 29 maart 2014 valselijk en in strijd met de waarheid stond vermeld dat zij per 1 april 2014 voor onbepaalde tijd als vertegenwoordiger door [bedrijf 2] gedetacheerd werd bij [bedrijf 3] (D-159).

parketnummer 18/730016-15

De rechtbank acht de feiten 1 primair, 2 primair, 5 subsidiair, 6, 7 en 8 subsidiair wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1. primair.

hij omstreeks de periode van 21 augustus 2012 tot en met 11 oktober 2012, in Nederland, meermalen, telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of listige kunstgrepen, [benadeelde partij 2] heeft bewogen tot de afgifte van een leasesom van 18.500 Euro en 15.773 Euro, hebbende verdachte in bovengenoemde periode telkens met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- zich bij [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] voorgedaan als bestuurder van [bedrijf 4] , door tussenkomst van [bedrijf 5] , en

- op 27 augustus 2012 in het leasecontract van [benadeelde partij 1] als financier/lessor, contractnummer [nummer] , vermeld dat er vóór de terbeschikkingstelling van het object, te weten een Mercedes Sprinter (kenteken [kenteken] ) een aanbetaling van 13.035 euro was gedaan aan [bedrijf 5] , zijnde de leverancier, en

- op 11 oktober 2012 in het leasecontract van [benadeelde partij 1] als financier/lessor, contractnummer [nummer] , vermeld dat er vóór de terbeschikkingstelling van het object, te weten een Volkswagen Crafter (kenteken [kenteken] ) een aanbetaling van 10.085 euro was gedaan aan [bedrijf 5] , zijnde de leverancier,

waardoor [benadeelde partij 2] telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgiften;

2 primair.

hij in de periode van 1 augustus 2012 tot en met 7 september 2012, in Nederland, meermalen, telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of listige kunstgrepen, [benadeelde partij 2] heeft bewogen tot de afgifte van een leasesom van 17.000 Euro en 32.000 Euro, hebbende verdachte in bovengenoemde periode telkens met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- zich bij [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] voorgedaan als bestuurder van [bedrijf 6] , door tussenkomst van [bedrijf 5] , en

- in de periode van 1 augustus 2012 tot en met 23 augustus 2012 in het leasecontract van [benadeelde partij 1] als financier/lessor, contractnummer [nummer] , vermeld dat er vóór de terbeschikkingstelling van het object, te weten een Mercedes (kenteken [kenteken] ) een aanbetaling van 11.500 euro was gedaan aan [bedrijf 5] , zijnde de leverancier, en

- op 7 september 2012 in het leasecontract van [benadeelde partij 1] als financier/lessor, contractnummer [nummer] , vermeld dat er vóór de terbeschikkingstelling van het object, te weten een Mercedes (kenteken [kenteken] ) een aanbetaling van 30.500 euro was gedaan aan [bedrijf 5] , zijnde de leverancier,

waardoor [benadeelde partij 2] telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgiften;

5 subsidiair.

hij in de periode van 16 januari 2014 tot en met 19 september 2014, in Nederland, opzettelijk een (personen)auto (merk BMW, kenteken [kenteken] ), die toebehoorde aan, [benadeelde partij 6] , welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

6.

hij op 5 mei 2012, in Nederland, een leasecontract van [benadeelde partij 1] als financier/lessor, contractnummer [nummer] , - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt immers heeft verdachte opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid

- in/op genoemd leasecontract vermeld dat aan de leverancier, te weten [bedrijf 5] , een aanbetaling was gedaan van 13.675 Euro,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

7.

hij op 11 oktober 2012, in Nederland, een leasecontract van [benadeelde partij 1] als financier/lessor, contractnummer [nummer] , - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt immers heeft verdachte opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid

- in/op genoemd leasecontract vermeld dat aan de leverancier, te weten [bedrijf 5] , een aanbetaling was gedaan van 8705 Euro,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

8 subsidiair.

hij in de periode van 1 september 2012 tot en met 31 december 2012, in Nederland, opzettelijk een auto (merk Mercedes, kenteken [kenteken] ), die toebehoorde aan [benadeelde partij 2] , welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

parketnummer 18/672001-16

1. primair. Feitelijk leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van opzettelijk

een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, terwijl

het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven;

2 primair. Feitelijk leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van het opzettelijk niet of niet binnen de daarvoor gestelde termijn doen van een bij de belastingwet voorziene aangifte, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd;

4. Medeplegen van het opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als

bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware

het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

parketnummer 18/730016-15

1. primair. Oplichting;

2 primair. Oplichting;

5 subsidiair. Verduistering;

6. Valsheid in geschrift;

7. Valsheid in geschrift;

8 subsidiair. Verduistering.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder parketnummer 18/672001-16 onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde en het onder parketnummer 18/730016-15 onder 1 primair, 2 primair, 3, 4, 5 primair, 6, 7 en 8 subsidiair ten laste gelegde, wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 282 dagen waarvan 180 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van de duur die verdachte in voorarrest heeft verbleven. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 140 uren, subsidiair 70 dagen gevangenisstraf.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit om bij het bepalen van de straf rekening te houden met de forse overschrijding van de redelijke termijn, die volgens haar niet aan verdachte of de verdediging te wijten is, en geen langere gevangenisstraf op te leggen dan de periode die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van een groot aantal strafbare feiten. Een aantal daarvan betreft zaken die voort komen uit een door de Belastingdienst/Fiod ingesteld onderzoek. Op grond van dat onderzoek is komen vast te staan dat verdachte zich niet alleen (meerdere keren) heeft schuldig gemaakt aan fraude met omzetbelasting, maar ook aan hypotheekfraude. Het handelen van verdachte heeft tot gevolg gehad dat er sprake is van een benadelingsbedrag van ruim € 100.000,00. De rechtbank rekent het verdachte in het bijzonder aan dat hij in de hypotheekfraude zaak gebruik heeft gemaakt van vijf valselijk opgemaakte stukken.

Verdachte heeft zich daarnaast op grote schaal schuldig gemaakt aan fraude binnen de autohandel, en dan met name aan verschillende frauduleuze handelingen met betrekking tot leasecontracten en leaseauto’s. Blijkens het dossier is het gebruikelijk dat binnen de autobranche op goed vertrouwen wordt gehandeld bij het afsluiten van leasecontracten. Verdachte heeft in strijd met dit goede vertrouwen gehandeld. Hij heeft zich als een ander voorgedaan en heeft gebruik gemaakt van listige kunstgrepen, waardoor hij het vertrouwen heeft gewekt bij de aangevers en dit vervolgens op grove wijze heeft geschonden. Ook heeft hij hierdoor het vertrouwen geschonden dat de maatschappij - ten behoeve van het maatschappelijk en economisch verkeer - mag stellen in de oprechtheid waarmee anderen aan dit verkeer deelnemen. Daarbij neemt de rechtbank ook in aanmerking dat de betreffende voertuigen waarvoor de leasecontracten zijn afgesloten een aanzienlijke waarde vertegenwoordigden. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

De rechtbank rekent het verdachte tevens aan dat hij een deel van de voertuigen waarvoor de leasecontracten waren afgesloten, buiten het zicht en macht van de betreffende leasemaatschappijen heeft gebracht.

De rechtbank acht gezien de aard, ernst en hoeveelheid van de door verdachte gepleegde strafbare feiten oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf noodzakelijk, omdat de aard en ernst van deze feiten door een lichtere strafrechtelijke afdoening miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, zijn niet aanwezig.

Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank acht geslagen op de LOVS-richtlijnen die zien op fraude. Als oriëntatiepunt geldt, bij een benadelingsbedrag tussen de

€ 70.000,00 en € 125.000,00, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 tot 9 maanden. Aangezien er sprake is van een benadelingsbedrag van circa € 100.000,00 neemt de rechtbank voor de omzetbelastingfraude als uitgangspunt een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden. In combinatie met de overige bewezenverklaarde feiten, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden in beginsel op zijn plaats. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen de lange duur waarbinnen de gedragingen hebben plaatsvonden, het feit dat verdachte zich stelselmatig en op grote schaal heeft bezig gehouden met diverse vormen van frauderend handelen, de omstandigheid dat verdachte zeer berekenend te werk is gegaan, de geringe mate waarin het ontstane nadeel ongedaan is gemaakt, de mate waarin door de gedragingen het vertrouwen in de markt is geschaad en de omstandigheid dat een groot aantal bedrijven/organisaties het slachtoffer is geweest van het handelen van verdachte. De rechtbank neemt bij het bepalen van de strafhoogte tevens in aanmerking dat verdachte de feiten, blijkens het uittreksel uit de justitiële documentatie, heeft gepleegd binnen vijf jaar na een veroordeling wegens soortgelijke feiten.

De rechtbank is in het licht van het voorgaande dan ook van oordeel dat de eis van de officier van justitie geen recht doet aan de gepleegde feiten en zal dan ook een hogere straf opleggen dan geëist.

De rechtbank houdt bij het bepalen van de strafhoogte wel in strafmatigende zin rekening met de forse overschrijding van de redelijke termijn waarbinnen de strafzaak afgedaan had kunnen en moeten worden, omdat in artikel 6, eerste lid, EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Indachtig de kaders die de Hoge Raad hiervoor heeft aangereikt,47 waaruit onder meer volgt dat bij een overschrijding van meer dan 12 maanden naar bevind van zaken kan worden beslist, is de rechtbank van oordeel dat in deze zaak de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, passend en geboden is.

De omstandigheid dat verdachte ondanks een eerdere veroordeling wegens soortgelijke feiten door is gegaan met het plegen van fraudefeiten, rechtvaardigt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, te weten 6 maanden, in voorwaardelijke vorm wordt opgelegd. Het voorwaardelijke strafgedeelte kan dienen als stok achter de deur om verdachte er in de toekomst van te weerhouden om (binnen een proeftijd van 2 jaren) opnieuw strafbare feiten te gaan plegen.

Benadeelde partij

[benadeelde partij 7] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 20.467,69 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering integraal voor toewijzing vatbaar is.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering onvoldoende onderbouwd is en dat schorsing van het onderzoek om de benadeelde partij in de gelegenheid te stellen de vordering nader toe te lichten, zal leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding. De raadsvrouw heeft zich dan ook op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering.

Oordeel van de rechtbank

Hoewel voldoende aannemelijk is dat de benadeelde partij schade heeft geleden die het rechtstreeks gevolg is van het onder 8 subsidiair bewezen verklaarde, beschikt de rechtbank over onvoldoende informatie om de hoogte daarvan te kunnen beoordelen. Schorsing van het onderzoek om de benadeelde partij de hoogte van de schade alsnog te laten aantonen, zal leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding en daartoe zal dan ook niet worden overgegaan. De rechtbank zal de vordering daarom niet ontvankelijk verklaren. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 47, 51, 57, 225, 321, 326 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 68 (juncto) 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Met betrekking tot parketnummer 18/672001-16: verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 3 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Met betrekking tot parketnummer 18/730016-15: verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 3, 4, 5 primair, 8 primair en 9 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Met betrekking tot parketnummer 18/672001-16: verklaart het onder 1 primair, 2 primair en 4 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Met betrekking tot parketnummer 18/730016-15: verklaart het onder 1 primair, 2 primair, 5 subsidiair, 6, 7 en 8 subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van achttien (18) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot zes (6) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Ten aanzien van 18/730016-15, feit 8:

Bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij 7] niet ontvankelijk is in haar vordering en dat zij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat verdachte en de benadeelde partij [benadeelde partij 7] , ieder hun eigen kosten dragen.


Dit vonnis is gewezen door mr. W.S. Sikkema, voorzitter, mr. J. van Bruggen en mr. C.H. Beuker, rechters, bijgestaan door mr. A.A. de Haan-Geertsema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 januari 2019.

1 vgl. Gerechtshof Amsterdam, 15 augustus 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BX4942.

2 Witness Statement of Mrs Nicola Rosalind Musgrave, Forensic Document Examiner, als bijlage gevoegd bij het dossier van Politie Noord-Nederland, met nummer PL0100-2014149675, onderzoek Balatre, opgemaakt d.d. 16 augustus 2015.

3 Wanneer in de voetnoten wordt verwezen naar processen-verbaal, zijn dit op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal dan wel andere bescheiden, opgenomen in het dossier van Politie Noord-Nederland, met nummer PL0100-2014149675, onderzoek Balatre, opgemaakt d.d. 16 augustus 2015, waarbij steeds wordt verwezen naar bijlagen van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal of schriftelijk bescheid.

4 Bijlage bij de aangifte [slachtoffer 9] , p. 254.

5 Bijlage bij de aangifte [slachtoffer 9] , p. 256.

6 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 5] , p. 286 en 287.

7 Proces-verbaal verhoor verdachte [slachtoffer 6] , p. 269.

8 Proces-verbaal verhoor verdachte [slachtoffer 6] , p. 275 en 276.

9 Proces-verbaal verhoor verdachte [slachtoffer 6] , p. 268, 269, 270.

10 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 4] , p. 285a.

11 Proces-verbaal verhoor verdachte [getuige 1] , p. 303, 304 en 305.

12 De aangifte van [slachtoffer 9] , p. 248.

13 Rapportage d.d. 22 mei 2018, opgemaakt door [naam] , als bijlage gevoegd bij het dossier.

14 De aangifte van [medewerker 2] , p. 262.

15 Proces-verbaal verhoor verdachte [getuige 1] , p. 305, 307

16 De verklaring van verdachte ter terechtzitting op 10 december 2018.

17 Bijlage bij de aangifte [slachtoffer 9] , p. 332.

18 Bijlage bij de aangifte [slachtoffer 9] , p. 337.

19 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 5] , p. 347 en 348.

20 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 5] , p. 286 en 287.

21 Proces-verbaal verhoor verdachte [slachtoffer 7] , p. 366.

22 Proces-verbaal verhoor verdachte [slachtoffer 7] , p. 364 en 365.

23 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 8] , p. 353.

24 Proces-verbaal verhoor verdachte [getuige 1] , p. 303, 304 en 305.

25 De aangifte van [slachtoffer 9] , p. 324.

26 Rapportage d.d. 22 mei 2018, opgemaakt door [naam] , als bijlage gevoegd bij het dossier.

27 De verklaring van verdachte ter terechtzitting op 10 december 2018.

28 Bijlage bij de aangifte [slachtoffer 4] , p. 626 en 627.

29 De aangifte van [slachtoffer 4] , p. 624.

30 Proces-verbaal verhoor verdachte [getuige 3] , p. 667.

31 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 6] , p. 674.

32 Proces-verbaal verhoor getuige [slachtoffer 8] , p. 682 en 683.

33 Proces-verbaal verhoor verdachte [getuige 7] , p. 686.

34 Proces-verbaal verhoor getuige [medewerker 3] , p. 662.

35 Proces-verbaal verhoor verdachte [getuige 1] , p. 98.

36 Proces-verbaal verhoor aangever [slachtoffer 5] , p. 762.

37 Rapportage d.d. 22 mei 2018, opgemaakt door [naam] , als bijlage gevoegd bij het dossier.

38 De verklaring van verdachte ter terechtzitting op 10 december 2018.

39 Proces-verbaal verhoor verdachte [getuige 1] , p. 92.

40 Bijlage bij het proces-verbaal verhoor aangever [slachtoffer 5] , p. 765.

41 De aangifte van [slachtoffer 5] , p. 756 en 757.

42 Bijlage bij de aangifte [slachtoffer 5] , p. 759.

43 De verklaring van verdachte ter terechtzitting op 10 december 2018.

44 Proces-verbaal verhoor verdachte [getuige 7] , p. 776.

45 Proces-verbaal, p. 779.

46 Proces-verbaal verhoor verdachte [getuige 1] , p. 98.

47 vgl. o.m. HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008: BD2578.