Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2019:2313

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
22-03-2019
Datum publicatie
24-05-2019
Zaaknummer
156738
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek tot eenhoofdig gezag na forensisch onderzoek met behulp van mediationtechnieken en eerdere hulpverleningstrajecten. Ouders door kinderrechter aangesproken op eigen gedrag. Spiegel voorgehouden door kinderen, hulpverleners en de bijbel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaak-/rekestnummer: C/17/156738 / FA RK 17-1206

beschikking van de enkelvoudige kamer d.d. 20 maart 2019

in de zaak van

[de vrouw],

wonende te [woonplaats],

hierna ook te noemen de vrouw,

advocaat mr. C. Niens, kantoorhoudende te Joure,

tegen

[de man],

wonende te [woonplaats],

hierna ook te noemen de man,

advocaat mr. W. Bouma, kantoorhoudende te Steenwijk.

[naam], geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats], hierna te noemen [minderjarige 1],

[naam] , geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige 2].

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

Regiecentrum Bescherming en Veiligheid, hierna te noemen de GI (Gecertificeerde Instelling),

gevestigd te Leeuwarden.

Het verdere procesverloop

Na de (tussen)beschikking van de rechtbank van 21 februari 2018, heeft de rechtbank de volgende stukken ontvangen:
- een brief van de deskundige, de heer [naam], van 23 oktober 2018, ingekomen bij de griffie op 24 oktober 2018;

- een brief met bijlagen van de van GI van 23 november 2018, ingekomen bij de griffie op 23 november 2018;
- F9-formulieren van de raadsvrouw van de man, ingekomen bij de griffie op 14 november 2018;

- F9-formulieren van de raadsvrouw van de man, ingekomen bij de griffie op 26 november 2018;

- F9-formulieren van de raadsvrouw van de vrouw, ingekomen bij de griffie op 27 november 2018;

- een brief van de deskundige, de heer [naam], van 30 november 2018, ingekomen bij de griffie op 3 december 2018;

- een brief van de raadsvrouw van de man, ingekomen bij de griffie op 16 januari 2019.

Beoordeling

De rechtbank overweegt het volgende.

De heer drs. [naam] (de deskundige) heeft in de periode van maart 2018 tot en met augustus 2018 meerdere gesprekken gehad met de man en de vrouw, waarvan eenmaal in aanwezigheid van de gezinsvoogd, en heeft daarnaast ook een gesprek gehad met zowel [minderjarige 2] als [minderjarige 1].

Uit de gesprekken van de deskundige met [minderjarige 2] en [minderjarige 1] komt voor de rechtbank duidelijk naar voren dat het praten over hun ouders, over wat er goed gaat en wat er beter zou kunnen, voor hen heel dichtbij komt. Voor [minderjarige 1] zo dichtbij dat zij in eerste instantie niet op de afspraak voor een gesprek verscheen, omdat ze niet wilde, maar eigenlijk ook niet kon uitleggen waarom niet, en voor [minderjarige 2] zo dichtbij dat zij op een aantal momenten in het gesprek geëmotioneerd raakte en het gesprek even moest worden onderbroken. Het zou waardevol zijn als dit ook voor ouders hetgeen zou zijn dat het meest in het oog springt en als dat hun attitude ook zou veranderen.

De rechtbank vraagt zich dat laatste echter in gemoede af. De rode draad in de gesprekken tussen de ouders en de deskundige, althans naar het oordeel van de rechtbank, is de klemtoon die door beide ouders wordt gelegd op de gebreken van de andere ouder, diens falen, en op datgene wat de ander zou moeten doen om in de ouderrelatie het vertrouwen te herstellen en het (daarmee) voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] beter te maken. En dat terwijl ouders al zo vaak een spiegel is voorgehouden: door hun kinderen (ook nu weer), door de gezinsvoogd, door een psycholoog die de kinderen heeft onderzocht, door de eigen hulpverlener(s) van ouders. Toch lijkt het besef niet door te dringen dat zij alleen zichzelf kunnen veranderen en dat ze alleen door dat te doen ook de ander kunnen bewegen om te veranderen.

Gelet op de actieve religieuze beleving die ouders (ten overstaan van de deskundige) zeggen te hebben en hun beider wens om de kinderen ook met die notie en die beleving te willen opvoeden, werpt de vraag zich op of (hernieuwde) aandacht voor een eeuwenoud verhaal, in het evangelie volgens Matteüs bekend onder 'de gelijkenis van de splinter en de balk', de man en de vrouw wel op een positieve manier in beweging kan krijgen. Kan Jezus dan een spiegel voorhouden? Want, waar gaat het om?

1‘Met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden.’
Matteüs 7:2

Hoe je naar jezelf kijkt, bepaalt hoe je naar de ander kijkt.
We kennen het principe van ‘wat je zegt ben je zelf’, of ‘wie met een vinger naar de ander wijst, wijst met vier vingers naar zichzelf’. Eigenlijk zeggen we: oordeel je over de ander, dan oordeel je over jezelf. Maar het is ook andersom: zolang je jezelf nog oordeelt, zul je de ander blijven oordelen.
Jezus vergelijkt veroordeling met een balk en een splinter. Hier spreekt de timmermanszoon.

‘Waarom kijk je naar de splinter in het oog van je broeder of zuster, terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt?’ (Matteüs 7:3).

Als je met veroordeling naar de ander kijkt (je ziet een splinter), blijkt daaruit dat je jezelf nog veroordeelt (je loopt zelf met een balk rond). Je merkt dat probleem echter niet op, want je denkt dat je recht van spreken hebt. Maar je zou beter moeten weten.

‘Hoe kun je tegen hen zeggen: “Laat mij de splinter uit je oog verwijderen,” zolang je nog een balk in je eigen oog hebt?’ (Matteüs 7:4).

Zolang je de ander blijft oordelen, houd je jezelf voor de gek: je veroordeelt jezelf daarmee.

‘Huichelaar, verwijder eerst de balk uit je eigen oog, pas dan zul je scherp genoeg zien om de splinter uit het oog van je broeder of zuster te verwijderen’ (Matteüs 7:5).

Veroordeel je jezelf niet langer, dan ga je de ander zien zoals je jezelf ziet. Ook die is geliefd en gerechtvaardigd. Nu kun je hem of haar vergeven en vrijspreken uit het oordeel."

Wat brengt het [minderjarige 2] en [minderjarige 1] als hun moeder in het eerste gesprek bij de deskundige al meteen zegt dat ze liever niet bij hun vader in één ruimte zit? Dat zij daar flashbacks van krijgt en daarvoor begrip vraagt, maar tegelijkertijd niet uitlegt wat die flashbacks dan zijn, en wat daarin de rol van hun vader is (geweest)? En dat zij niet samen met hun vader hulp accepteert? En dat [minderjarige 1] ook last van flashbacks heeft? Terwijl de deskundige bij [minderjarige 1] verhaal vooral ambivalentie proeft ten opzichte van haar vader?

Wat brengt het [minderjarige 1] en [minderjarige 2] als hun vader bij de deskundige aangeeft dat hij de reflectie van de moeder op zijn gedrag (ongewenst langskomen) een flutonderwerp vindt? En dat het goed zou zijn als hun moeder naar een psycholoog zou gaan? En dat hij zegt weinig vertrouwen te hebben in het psychologisch onderzoek dat bij [minderjarige 1] is uitgevoerd? Waarbij het daaruit bepaalde intelligentiequotiënt kennelijk niet past bij zijn beleving daarvan?

De ouders kennen het antwoord op deze vragen vast: niets. Niets dat hun ontwikkeling ten goede komt althans. Terwijl, als je goed leest wat [minderjarige 2] en [minderjarige 1] zelf vertellen over de relatie met hun vader, daarin (voor de rechtbank) op het eerste gezicht geen trauma te ontwaren is. Ook de deskundige spreekt daar niet van. Bepaald gedrag van hun vader vinden ze een beetje storend ([minderjarige 2]) of irritant of gênant ([minderjarige 1]). Dat zou ook heel goed bij hun leeftijd kunnen passen. Let wel, daarmee is niet gezegd dat beiden een-twee-drie (weer) op dezelfde wijze en in dezelfde frequentie omgang met hun vader zouden kunnen hebben, maar mogelijk ervaren de volwassen mensen in hun directe omgeving de vader-kind-relatie en de moeder-kind-relatie als veel zwaarder belast(end) dan de kinderen zelf.

Wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ervaren is dat ze een keuze moeten maken tussen hun vader en hun moeder, omdat hun ouders een keuze tegen elkaar maken. En hoe kunnen ouders dat nu van hun kinderen vergen? Een deel van je oorsprong, bloed, identiteit negeren of diskwalificeren? Terwijl je van beide ouders houdt? Van beiden afhankelijk bent? En misschien wel het meest van diegene die jou het meest verzorgt en opvoedt?

En dan leest de rechtbank dat beide ouders bij de deskundige vertellen dat hun kinderen zo klem zitten. Zodat ze in ieder geval laten blijken dat ze de klok hebben horen luiden als het gaat om het wettelijk criterium naar de vraag of eenhoofdig gezag moet worden bepaald. Maar zijn het niet vooral de ouders die klem zitten? Gevangen in hun verleden als partners? In de houdgreep van hun gedachten en gevoelens over hoe de ander het beter zou moeten doen? En wat zou een wijziging van het ouderlijk gezag daarin veranderen?

Niets, naar het oordeel van de rechtbank. Althans, niets dat in het belang van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] (noodzakelijk) is. Waar nu het zwaartepunt in verzorging en opvoeding al bij de vrouw ligt, zou in dat geval het (nu nog) juridisch evenwicht worden verstoord, hetgeen mogelijk alleen maar meer als trigger zou kunnen gelden voor versterkt wantrouwen tussen de ouders.

Misschien moeten de man en de vrouw (vooralsnog) accepteren dat het zwaartepunt van de opvoeding bij de vrouw ligt. Misschien moeten de man en de vrouw zelfs accepteren dat zij niet samen rond één tafel het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] uitoefenen. Waar het om gaat is dat beide ouders elkaar zo volledig mogelijk informeren over [minderjarige 2] en [minderjarige 1]. Vanwege de opvoedsituatie ligt daarin de nadruk bij de vrouw. Informeren kan ook via e-mail, whatsapp (of anders digitaal) of bellen. Hoe moeilijk kan het zijn, als [minderjarige 2] bijvoorbeeld naar een open dag van een middelbare school gaat, om daar de man op tijd even over te informeren? En te vragen of hij daar ook eens gaat kijken? Of te vragen wat zijn ideeën zijn over de vervolgopleiding? En [minderjarige 2] kan natuurlijk haar vader en moeder beiden heel goed laten weten bij welke school zij het beste gevoel heeft. En dat geldt voor eventuele hulp of therapie net zo goed? Elkaar tijdig informeren, de tijd geven om zelf en de ander gedachten te (laten) vormen en dat terug te koppelen. Dat kan toch ook zonder de deur bij elkaar plat te lopen? En als je wel een keer bij de ander wilt langsgaan, dan kun je toch ook eerst even bellen/mailen/appen met de vraag of dat past?

Met andere woorden, de rechtbank ziet wel mogelijkheden om gezamenlijk gezag uit te oefenen, mits u elkaar tijdig en respectvol tegemoet treedt. Zonder (voor)oordeel (zoals de bijbel het al eeuwen leert). En waar dat (nog) moeilijk is, zoek daarvoor dan zelf hulp. En vertel niet de ander welke hulp hij of zij zou moeten zoeken. Als het moeilijk is omdat er nog onverwerkte dingen zijn uit het verleden (hetgeen de deskundige wel lijkt te zien): zoek hulp. En als het nog moeilijk is om soepel contact te onderhouden door star of dwangmatig te handelen/reageren (hetgeen de deskundige wel lijkt te zien): zoek hulp.

En, zolang er een maatregel van ondertoezichtstelling loopt: informeer ook de gezinsvoogd tijdig. En verwacht van haar/hem geen wonderen, maar doe vooral zelf wat je zelf kunt/moet doen!

Concluderend zal de rechtbank op grond hetgeen hiervoor is overwogen het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven te Leeuwarden door mr. S.T. Kooistra, lid van de kamer, tevens kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 20 maart 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat. worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden

fn: 704

1 https://willemdevink.nl/geen-veroordeling-balk-en-splinter/