Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2019:2236

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
21-05-2019
Datum publicatie
21-05-2019
Zaaknummer
7268651 CV EXPL 18-9517
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Verzet
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Trademark voert een onderneming die zich richt op het registreren van domeinnamen. Zij heeft de bij deze zaak betrokken bedrijven en personen benaderd, die voor hun bedrijf een website gebruiken met (veelal) de extensie .nl. De kantonrechter komt tot het oordeel dat Trademark door het opzettelijk doen van onjuiste mededelingen deze bedrijven en personen heeft bewogen om een overeenkomst met Trademark te sluiten voor de registratie van de naam van hun website, maar dan met de extensie .com of .eu. en dat aldus sprake is van bedrog. De betreffende bedrijven en personen hebben de overeenkomst met Trademark gelet daarop terecht vernietigd. De kantonrechter veroordeelt Trademark in de volledige proceskosten, omdat zij naar het oordeel van de kantonrechter misbruik heeft gemaakt van procesrecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2019/347
Prg. 2019/176
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Groningen

Zaak- / rolnummer: 7268651 / CV EXPL 18-9517

Vonnis d.d. 21 mei 2019

inzake

de besloten vennootschap Trademark Office B.V.,

statutair gevestigd te Groningen,

opposant, hierna Trademark te noemen,

gemachtigde mr. L.A.A. Ongenae, advocaat te Groningen,

tegen

1 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Orakel B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Maarssen aan de Rijksstraatweg 53 ;

2. [geopposeerde 1],

gevestigd te [vestigingsplaats] aan [adres] ;

3. de besloten vennootschap Pizza Piazza B.V.,

statutair gevestigd te Zaandam aan het Zilverschoonplein 19;

4. de vennootschap onder firma M&R Beheer, h.o.d.n. Oma Neeske,

gevestigd te Netersel aan de Fons van den Heijdenstraat 45;

5. [geopposeerde 2] ,

kantoorhoudende te [vestigingsplaats] aan de [adres] ;

6. [geopposeerde 3] ,

kantoorhoudende te [vestigingsplaats] aan de [adres] ;

7. [geopposeerde 4] ,

kantoorhoudende te [vestigingsplaats] aan de [adres] ;

8. [geopposeerde 5] ,

kantoorhoudende te [vestigingsplaats] aan [adres]

9. [geopposeerde 6] ,

kantoorhoudende te [vestigingsplaats] aan de [adres] ;

10. [geopposeerde 7] ,

kantoorhoudende te [vestigingsplaats] aan de [adres] ;

11. de rechtspersoonlijkheid bezittende stichting Stichting Interconf. PC RK Basisonderwijs Naarden,

gevestigd te Naarden aan de Van Limburg Stirumlaan 105 ;

12. [geopposeerde 8] ,

kantoorhoudende te [vestigingsplaats] aan de [adres] ;

13. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid De Mar 2D B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Grouw aan de Jitser 10-12;

14 [geopposeerde 9] ,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] aan de [adres] ;

15. de rechtspersoonlijkheid bezittende stichting Stichting De Ark,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Hardinxveld-Giessendam;

16. [geopposeerde 10],

gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] aan de [adres] ;

17. [geopposeerde 11],

gevestigd te [vestigingsplaats] aan de [adres] ;

18. [geopposeerde 12] ,

kantoorhoudende te [vestigingsplaats] aan de [adres] ;

19. de vennootschap onder firma Singels Enzo,

gevestigd te Raalte aan de Kaagstraat 14;

20. de vennootschap onder firma Buitenstyling,

gevestigd en kantoorhoudende te Lopik aan de Meeuwenlaan 2;

21. [geopposeerde 13] ,

kantoorhoudende te [vestigingsplaats] aan de [adres] ;

22. [geopposeerde 14] ,

kantoorhoudende te [vestigingsplaats] aan de [adres] ,

geopposeerden, hierna gezamenlijk Orakel c.s. te noemen,

gemachtigde mr. J. Thiele en mr. M.R.S. Nagessersing, advocaten te Alphen aan de Rijn.

PROCESGANG

De procesgang blijkt uit:

 de oorspronkelijke dagvaarding (met producties) van 12 juli 2018

 het verstekvonnis van 28 augustus 2018

 de verzetdagvaarding (met producties) van 25 september 2018

 het tussenvonnis van 18 december 2018

 de akte wijziging van eis van Trademark

 de door Trademark ingediende aanvullende producties

 de akte aanvullende stukken tevens vermeerdering van eis van Orakel c.s.

 de op 21 maart 2018 gehouden comparitie.

Vervolgens is vonnis bepaald.

OVERWEGINGEN

1 De feiten

1.1.

Als gesteld en erkend, dan wel niet (gemotiveerd) weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud van de overgelegde producties staat het volgende vast.

1.2.

Trademark is een bedrijf dat is gericht op het verkopen en registreren van domeinnamen. Bij de uitvoering van deze activiteiten richt Trademark zich in het bijzonder op Mkb-bedrijven met een eigen website en een daarbij behorende domeinnaam. Veelal is dit een ‘.nl domeinnaam’ (zoiets als ‘www.[naam].nl’).

1.3.

Trademark neemt op eigen initiatief telefonisch contact op met dit soort bedrijven (Mkb-bedrijven met een eigen website). Dat is ook gebeurd met betrekking tot Orakel c.s.. Orakel c.s. zijn of voeren een Mkb-bedrijf. In alle gevallen is met Orakel c.s. besproken dat zij een ‘.nl domeinnaam’ hebben (behalve met Orakel: zij heeft een ‘.com domeinnaam’) en dat zij het risico lopen dat een concurrent een domeinnaam met een identieke naam maar met een andere extensie zal gaan voeren (bijvoorbeeld ‘www.[naam].com’ terwijl het bedrijf waarmee werd gebeld is te vinden onder de domeinnaam ‘www.[naam].nl’) en dat Orakel c.s. dit kunnen voorkomen door zo’n domeinnaam zelf via Trademark te laten registreren. In alle gevallen is tussen Trademark en Orakel c.s. (telefonisch) een overeenkomst gesloten met betrekking tot zo’n andere domeinnaam voor de duur van 10 of 15 jaren. Trademark heeft in alle gevallen opnames gemaakt van het deel van de telefoongesprekken waarin de overeenkomsten (uiteindelijk) zijn gesloten. Van het deel voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomsten heeft zij geen opnames gemaakt.

1.4.

Kort na het sluiten van de overeenkomsten hebben Orakel c.s. deze schriftelijk en gemotiveerd vernietigd op grond van dwaling, bedrog en/of misbruik van omstandigheden.

1.5.

In alle gevallen heeft Trademark daar schriftelijk op gereageerd, waarbij zij te kennen heeft gegeven dat zij zich niet kan vinden in hetgeen Orakel c.s. ter zake van de vernietiging hebben aangevoerd en dat zij Orakel c.s. daarom houden aan de gesloten overeenkomsten.

2 De oorspronkelijke vordering, het verstekvonnis en de verzetprocedure

2.1.

Orakel c.s. vorderden in hun oorspronkelijke dagvaarding dat bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. primair voor recht wordt verklaard dat de mondelinge overeenkomsten tussen Trademark en Orakel c.s. rechtsgeldig zijn vernietigd;

  2. subsidiair

i. voor recht wordt verklaard dat het handelen van Trademark onrechtmatig is;

ii. de overeenkomsten nietig worden verklaard;

iii. (voor recht) wordt verklaard dat de vorderingen van Trademark ongedaan dienen te worden gemaakt op grond van artikel 6:103 BW;

Trademark wordt veroordeeld in de kosten van het geding;

Trademark wordt veroordeeld in de nakosten van het geding, zijnde een bedrag van € 131,00 in het geval het vonnis niet wordt betekend en € 199,00 in het geval de betekening van het te wijzen vonnis wordt gedaan.

2.2.

Bij verstekvonnis van 28 augustus 2018 met zaak-/rolnummer 7086041 / CV EXPL 18-6870 is de primaire vordering toegewezen, is Trademark veroordeeld in de proceskosten volgens het liquidatietarief en is aan nakosten een bedrag van € 75,00 toegewezen.

2.3.

Trademark vordert in haar verzetdagvaarding dat zij bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, wordt ontheven van de veroordelingen bij verstekvonnis van 28 augustus 2018 onder zaak-/rolnummer 7086041 CV EXPL 18-6870 jegens haar uitgesproken, zulks met afwijzing van de door de 23 eisers ingediende vorderingen.

2.4.

Trademark heeft haar vordering (in verzet) gewijzigd. Zij heeft geconstateerd dat de oorspronkelijke vordering naast de in de aanhef van dit onder vonnis onder 1 tot en met 21 genoemde personen is ingesteld door:

(22) [geopposeerde 14] , kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , [adres] , en

(23) [eiser nummer 23 in de oorspronkelijke dagvaarding ] , handelend onder de naam [handelsnaam] ,

kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , [adres] ,

maar dat in de verzetdagvaarding (naast bedoelde andere 21 personen) abusievelijk als partij is genoemd:

(22) [geopposeerde 14] , h.o.d.n. [handelsnaam] , kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , [adres] .

Trademark heeft haar vordering daarom aldus gewijzigd dat het verzet naast bedoelde andere 21 personen ook geldt ten aanzien van:

(22) [geopposeerde 14] , kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , [adres] , en

(23) [eiser nummer 23 in de oorspronkelijke dagvaarding ] , handelend onder de naam [handelsnaam] ,

kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , [adres] .

2.5.

Orakel c.s. hebben hun vordering in de verzetprocedure ten aanzien van de proceskostenveroordeling (hiervoor sub c. en d.) bij akte gewijzigd. Onder handhaving van hun primaire en subsidiaire vordering (sub a. en b.) vorderen zij thans dat:

c. Trademark wordt veroordeeld in de integrale proceskosten van het geding ad € 5.673,41, te vermeerderen met de nakosten van het geding, zijnde € 131,00 in het geval het vonnis niet wordt betekend en € 199,00 in het geval het vonnis wel wordt betekend.

3 Het standpunt van Orakel c.s.

3.1.

Orakel c.s. hebben in de oorspronkelijke dagvaarding primair gevorderd dat voor recht wordt verklaard dat de mondelinge overeenkomsten tussen Trademark en Orakel c.s. rechtsgeldig zijn vernietigd en daarnaast dat Trademark wordt veroordeeld in de kosten van de procedure. Aan hun vordering hebben Orakel c.s. ten grondslag gelegd dat er ten aanzien van de totstandkoming van de overeenkomsten sprake is van dwaling, bedrog en/of misbruik van omstandigheden, zodat zij de overeenkomsten op goede gronden hebben vernietigd. Trademark suggereerde volgens Orakel c.s. in de telefoongesprekken waarbij de overeenkomsten tot stand zijn gekomen dat zij een onafhankelijke instelling is die toezicht houdt op de registratie van domeinnamen. Orakel c.s. stellen dat Trademark kenbaar maakte dat er een aanvraag van een derde voor een domeinnaam was ontvangen en dat zij vanuit genoemde hoedanigheid een ‘attendatieplicht’ heeft ten opzichte van domeinnaamhouders op het moment dat er een aanvraag voor de registratie van een identieke domeinnaam met een andere extensie wordt ingediend. Orakel c.s. werd voorgehouden dat zij aanzienlijke schade zouden kunnen lijden als deze domeinnaam werd toegewezen aan een concurrent. Volgens Trademark hadden Orakel c.s. echter het ‘eerste registratierecht’ omdat zijn hun domeinnaam (‘www.[naam].nl’) al hadden. Zij moesten binnen 24 uur voor de nieuwe domeinnaam kiezen, anders zou deze worden vrijgegeven aan de aanvrager. Door onjuiste mededelingen en tijdsdruk werden zij aangezet om een vrijwel identieke domeinnaam te registeren. Daarmee creëerde Trademark een schijnurgentie. Wat Trademark hen heeft voorgehouden, is volgens Orakel c.s. echter evident niet juist. Volgens Orakel c.s. is er aan de zijde van Trademark sprake van misbruik van procesrecht, om welke reden zij bij gewijzigde eis vordert dat Trademark zal worden veroordeeld in de volledige proceskosten.

4 Het standpunt van Trademark

4.1.

Trademark heeft in haar verzetdagvaarding gevorderd dat zij zal worden ontheven van de veroordelingen die in het verstekvonnis jegens haar zijn uitgesproken en dat de vorderingen van Orakel c.s. alsnog zullen worden afgewezen. Het standpunt van Trademark komt er in de kern op neer dat zij betwist dat er bij de totstandkoming van de overeenkomsten met Orakel c.s. sprake is van dwaling, bedrog en/of misbruik van omstandigheden. Orakel c.s. hebben naar de mening van Trademark daarom de vernietiging van de overeenkomsten ten onrechte ingeroepen. Trademark vindt dan ook dat de vorderingen van Orakel c.s. alsnog zullen moeten worden afgewezen. Trademark voert aan dat er tegen Orakel c.s. geen onjuiste mededelingen zijn gedaan. Dat zou ook in strijd zijn met haar telefooninstructie aan de medewerkers. Van haar kant is niet gesuggereerd dat zij een onafhankelijke toezichthouder is. De ‘attendatieplicht’ is slechts een term binnen haar bedrijf. Zij heeft nooit gezegd dat deze plicht voortvloeit uit enige hoedanigheid of dergelijke. Orakel c.s. werden er enkel van op de hoogte gesteld dat er bij haar signalen zijn binnengekomen dat er mogelijk door een bepaalde partij interesse in een bepaalde domeinnaam was, zo stelt Trademark in de verzetdagvaarding. Zij heeft nooit gezegd dat er een concurrent is die de betreffende domeinnaam zou willen registreren. Er is alleen gezegd dat dit mogelijk zou kunnen zijn. Het ‘eerste registratierecht’ is ook een intern begrip. Zij heeft nooit gezegd dat dit de strekking heeft dat Orakel c.s. een soortgelijke domeinnaam met een andere extensie als eerste mogen registreren omdat zij ‘www.[naam].nl’ al in gebruik hebben. Ook heeft zij nooit aangegeven dat er binnen 24 uur moest worden beslist. Orakel c.s. kregen alle tijd om erover na te denken. Aan Orakel c.s. is zelfs gevraagd of zij voldoende tijd hebben gekregen om erover na te denken. Orakel c.s. hebben echter nooit gezegd dat zij meer tijd nodig hadden. Trademark betwist dan ook dat zij een schijnurgentie heeft gewekt. Trademark betwist voorts dat er van haar zijde sprake van is misbruik van procesrecht, zodat voor een veroordeling van haar in de volledige proceskosten geen plaats is.

5 De beoordeling

5.1.

Orakel c.s. doen een beroep op dwaling, bedrog en/of misbruik van omstandigheden omdat Trademark hen door het verstrekken van onjuiste informatie zou hebben bewogen om de overeenkomsten te sluiten. Dit laatste is door Trademark weersproken. De kantonrechter overweegt als volgt.

5.2.

Nadat Orakel c.s. de overeenkomst die zij telefonisch met Trademark hadden gesloten door middel van een brief hadden vernietigd, heeft Trademark een brief aan Orakel c.s. gezonden, met de volgende inhoud, voor zover van belang:

(…)

Graag neem ik de tijd om u eraan te herinneren dat uw primaire domeinnaam commercieel geregistreerd staat, tevens staat u ingeschreven in het register van de Kamer van Koophandel. Tevens heeft u een openbare website, welke door iedereen te raadplegen is, waarbij uw telefoonnummer vermeld staat. Het is op zijn minst merkwaardig te noemen dat u stelt dat u ongevraagd en onaangekondigd telefonisch ben gecontacteerd, omdat u op deze manier kunt verwachten dat u onverwacht gebeld kunt worden. Tevens hebben wij een attendatie plicht welke wij onverwijld en telefonisch uitvoeren, wij kunnen dus ook niet anders dan u ongevraagd en onaangekondigd te contacteren. Hierdoor hebben wij dan ook geen andere keus dan onze huidige werkwijze te volgen.

U stelt dat wij ons voor hebben gedaan als zijnde een onafhankelijke toezichthouder op registratie van domeinnamen. Hetgeen op zijn minst een curieuze stelling is, want een onafhankelijke toezichthouder voor domeinnamen bestaat niet. (…) Ook stelt u dat wij aan u hebben laten weten dat een concurrent van u de domeinnaam heeft willen laten registreren en dat u geen tijd heeft gehad om erover na te denken. Echter, wij hebben nooit gesteld dat een concurrent de domeinnaam heeft willen laten registreren. (…) Ook is aan u kenbaar gemaakt dat wij de domeinnaam binnen een redelijke termijn in quarantaine voor u kunnen houden, het is dus ridicuul om te stellen dat u onverwijld heeft moeten beslissen.

(…)

Iedereen heeft het eerste registratierecht.

Dat wij hebben gesteld dat een concurrent een gelijkluidende domeinnaam wilde registreren is nimmer waar. (…) Dat u er zelf vanuit gaat dat het een concurrent is, doet niets af aan de rechtsgeldig tot stand gekomen overeenkomst.

Volgens u was u niet voornemens de betreffende domeinnaam te registeren, daarbij komend zegt u overvallen te zijn door ons telefoontje en dat u uitsluitend door de door ons verstrekte (onjuiste) informatie en de opgelegde tijdsdruk heeft ingestemd. Echter, zoals ik reeds aan u heb laten weten hebben wij een attendatie plicht welke wij onverwijld en telefonisch uitvoeren, wij kunnen dan ook niet anders dan u ongevraagd en onaangekondigd te contacteren.

(…)

U kreeg wel degelijk tijd om over het aanbod na te denken, wat ook aan u is laten weten ten tijde van het telefonisch onderhoud. Dat is dat u 72 uur de tijd heeft om een beslissing te nemen. Dat is de tijd waarin wij de domeinnaam in quarantaine kunnen houden.

5.3.

Hetgeen hiervoor uit de brief van Trademark is geciteerd, is voor een aanzienlijk deel in strijd met hetgeen Trademark in deze procedure over de totstandkoming van de overeenkomsten heeft aangevoerd en bevestigt in zoverre de stellingen van Orakel c.s..

5.4.

Dat geldt allereerst voor de Orakel c.s. genoemde attendatieplicht. Uit deze brief van Trademark volgt klip en klaar dat Trademark tegen Orakel c.s. heeft gezegd dat zij deze plicht heeft. Dat is in strijd met de werkelijkheid, want zij heeft die plicht niet.

5.5.

Ook als Trademark zich - anders dan Orakel c.s. stellen - niet heeft voorgedaan als een onafhankelijke instelling die toezicht moet houden op de registratie van domeinnamen, laat dat onverlet dat er werd geschermd met een attendatieplicht als gevolg waarvan bij Orakel c.s. op zijn minst de indruk is ontstaan dat Trademark in hun belang (dat van Orakel c.s.) contact met hen moest opnemen omdat er iets aan de hand was wat in het nadeel van Orakel c.s. zou kunnen zijn.

5.6.

Verder blijkt uit genoemde brief dat aan Orakel c.s. is voorgehouden dat de domeinnaam enige tijd in quarantaine kon worden gehouden. Volgens haar eigen stellingen ter zitting kan Trademark echter niet garanderen dat een domeinnaam gedurende enige tijd vrij blijft en heeft iedereen het recht om een domeinnaam te registreren. Ook de mededeling van Trademark aan Orakel c.s. ter zake van de quarantaine is derhalve in strijd met de werkelijkheid.

5.7.

Dit betekent dat de kantonrechter als vaststaand aanneemt dat wat Trademark heeft gezegd over een attendatieplicht en het in quarantaine houden, onjuiste mededelingen betreffen.

5.8.

Daar komt bij dat Trademark ter zake van haar verweer dat zij niet heeft gezegd dat derden een aanvraag hadden gedaan voor eenzelfde domeinnaam, niet consistent in haar verweer is. In de verzetdagvaarding voert Trademark namelijk aan dat Orakel c.s. er enkel van op de hoogte werden gesteld dat er bij haar signalen waren binnengekomen dat er door een bepaalde partij interesse in een bepaalde domeinnaam was, terwijl Trademark dit standpunt tijdens de comparitie heeft verlaten. Tijdens die gelegenheid heeft Trademark aangevoerd dat Orakel c.s. alleen zijn gewezen op het algemene risico dat een derde eenzelfde domeinnaam met een andere extensie zou willen claimen. Vanzelfsprekend kunnen naar het oordeel van de kantonrechter niet beide versies juist zijn. Of in de verzetdagvaarding of tijdens de comparitie is derhalve hieromtrent iets aangevoerd wat niet alleen in strijd is met de werkelijkheid maar ook met artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), waarin is bepaald dat partijen verplicht zijn de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Wordt deze verplichting niet nageleefd, dan kan de rechter, zo is in dit artikel bepaald, daaruit de gevolgtrekking maken die hij of zij geraden acht. Deze gevolgtrekking is in dit geval dat de kantonrechter uitgaat van de juistheid van de stelling van Orakel c.s. dat door Trademark aan hen in strijd met de waarheid is voorgehouden dat er een aanvraag van een derde voor een domeinnaam was ontvangen.

5.9.

Hetgeen Trademark in de telefoongesprekken heeft gezegd over de aanvraag van een derde voor een domeinnaam, haar attendatieplicht en de quarantaine, kwalificeert de kantonrechter - afzonderlijk en dus ook tezamen - als bedrog. Bedrog is ingevolge artikel 3:44 lid 3 BW van het Burgerlijk Wetboek (BW) namelijk onder meer aanwezig wanneer iemand een ander tot het verrichten van een bepaalde rechtshandeling beweegt door enige opzettelijk daartoe gedane onjuiste mededeling. Dat laatste is hier het geval. Trademark heeft Orakel c.s. willens en wetens misleid met de bedoeling om hen te verleiden om de overeenkomsten te sluiten.

5.10.

Op grond van voorgaande overwegingen komt de kantonrechter tot de conclusie dat Orakel c.s. de overeenkomsten op goede gronden en daarmee rechtsgeldig hebben vernietigd. In zoverre kan het verstekvonnis derhalve in stand blijven. Dit geldt voor alle 23 oorspronkelijke eisers, hoewel Trademark maar 22 daarvan in verzet heeft gedagvaard. Anders dan Trademark meent, kan dit niet met een eiswijziging worden hersteld. Dat geldt in het bijzonder voor [eiser nummer 23 in de oorspronkelijke dagvaarding ] (eiser nummer 23 in de oorspronkelijke dagvaarding en in het verstekvonnis), die in verzet niet is gedagvaard. Voor het (alsnog) rechtsgeldig in rechte betrekken van [eiser nummer 23 in de oorspronkelijke dagvaarding ] had Trademark (tijdig) een herstelexploot of een zelfstandige verzetdagvaarding tegen hem moeten uitbrengen. Nu zij dat niet heeft gedaan, heeft het verzet geen werking jegens [eiser nummer 23 in de oorspronkelijke dagvaarding ] .

5.11.

Met betrekking tot [geopposeerde 14] zijn in de verzetdagvaarding de handelsnaam en het adres van [eiser nummer 23 in de oorspronkelijke dagvaarding ] genoemd en niet die/dat van [geopposeerde 14] . Dat een verkeerde handelsnaam is vermeld, is naar het oordeel van de kantonrechter op zich niet relevant. Het gaat immers om [geopposeerde 14] , die als natuurlijk persoon een bedrijf heeft. Uit de artikelen 45 en 111 Rv blijkt niet dat de handelsnaam van een natuurlijk persoon moet worden vermeld. Hoewel het adres van [geopposeerde 14] in de verzetdagvaarding niet juist is, kan dat er niet toe leiden dat deze dagvaarding tegen haar geen werking heeft. De vermelding van een onjuist adres van een gedaagde of geopposeerde wordt op grond van artikel 120 lid 1 Rv namelijk op zich weliswaar met nietigheid van het exploot van dagvaarding bedreigd, maar ingevolge artikel 122 lid 1 Rv kan de gedaagde of geopposeerde zich bij het in het geding verschijnen niet op de nietigheid beroepen wanneer naar het oordeel van de kantonrechter het gebrek de gedaagde of geopposeerde niet onredelijk in zijn belangen heeft geschaad. Deze situatie doet zich hier voor. Niet alleen is [geopposeerde 14] namelijk in het geding verschenen, nu mrs. Thiele en Nagessersing zich ook namens haar als gemachtigde hebben gesteld, ook is van het ‘schaden van belangen’ slechts sprake indien het gebrek in de dagvaarding van dien aard is dat de gedagvaarde dientengevolge wordt bemoeilijkt in het verweer dat hij in het geding wil voeren (vgl. HR, 29-04-1994, NJ 1995, 269, ECLI:NL:HR:1994:ZC1357). Daarvan is in dit geval geen sprake. Trademark kan daarom ook in het verzet tegen [geopposeerde 14] worden ontvangen. Omdat het evident is dat in de aanhef van de verzetdagvaarding ten aanzien van haar een onjuist(e) handelsnaam en adres zijn vermeld en het voor iedereen duidelijk is wat dat moet zijn, wordt de verzetdagvaarding geacht te zijn gericht tegen [geopposeerde 14] , kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , [adres] . Om die reden is dit ook in de aanhef van dit vonnis vermeld.

5.12.

Ten aanzien van de proceskosten van zowel de verstek- als de verzetprocedure overweegt de kantonrechter allereerst dat Orakel c.s. in beide procedures het gelijk aan hun zijde hebben, zodat Trademark de proceskosten heeft te dragen. Orakel c.s. hebben hun eis vermeerderd in die zin dat zij vorderen dat Trademark de werkelijke kosten van de procedure zal vergoeden. Naar het oordeel van de kantonrechter is de vermeerdering van eis van Orakel c.s. niet in strijd met de eisen van een goede procesorde als bedoeld in artikel 130 Rv, zodat deze zal worden toegestaan.

5.13.

Als uitgangspunt geldt dat het gemachtigdensalaris via het zogenoemde liquidatietarief wordt bepaald, zodat ter zake een forfaitair bedrag wordt toegekend. Dat neemt niet weg dat een volledige vergoeding van proceskosten denkbaar is, maar dat kan volgens de Hoge Raad alleen in ‘buitengewone omstandigheden’. Daarbij moet worden gedacht aan gevallen van misbruik van procesrecht en onrechtmatige daad. Daarover is door de Hoge Raad in zijn arrest van 6 april 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BV7828) overwogen dat pas sprake is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen als grond voor vergoeding van alle in verband met een procedure gemaakte kosten, als het instellen van de vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Hiervan kan pas sprake zijn als eiser zijn vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 15 september 2017 (ECLI:NL:HR:2017:2360) geoordeeld dat hetgeen geldt ten aanzien van het onrechtmatig of met misbruik van procesrecht handelen van de eiser die een vordering instelt, overeenkomstig geldt ten aanzien van een verweerder die zich in een geding tegen de vorderingen of verzoeken van de eiser of verzoeker verdedigt. Het gevoerde verweer kan daarom pas misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen opleveren, als het verweer, gelet op de evidente ongegrondheid daarvan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure of het voeren van verweer past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door artikel 6 EVRM.

5.14.

In het onderhavige geval is er sprake van bedrog aan de zijde van Trademark bij het sluiten van de overeenkomsten. Zoals hiervoor is overwogen, heeft Trademark Orakel c.s. willens en wetens misleid met de bedoeling om hen te verleiden om deze overeenkomsten te sluiten. Trademark had zich naar het oordeel van de kantonrechter dan ook neer moeten leggen bij de vernietiging van de overeenkomsten. Nu Trademark dat ten onrechte niet heeft gedaan, heeft zij Orakel c.s. gedwongen om de dagvaarding uit te brengen teneinde een verklaring voor recht te vragen dat de overeenkomsten rechtsgeldig zijn vernietigd, met alle kosten van dien (rechtsbijstand en proceskosten). Aldus heeft Trademark gehandeld in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt en dus jegens Orakel c.s. onrechtmatig gehandeld. Voorts geldt dat het bedrog meebrengt dat Trademark wist wat de werkelijke feiten waren. Trademark had daarom haar verweer (ingevolge artikel 147 lid 1 Rv geldt het exploot van verzet als conclusie van antwoord), gelet op de evidente ongegrondheid daarvan, in verband met de betrokken belangen van Orakel c.s. achterwege moeten laten. Door niettemin toch verweer te voeren, is er naar het oordeel van de kantonrechter sprake van misbruik van procesrecht.

5.15.

Op grond van deze overwegingen, kunnen Orakel c.s. naar het oordeel van de kantonrechter met vrucht aanspraak maken op de volledige (werkelijke) proceskosten. De hoogte van het ter zake door Orakel c.s. gevorderde bedrag (€ 5.673,41) is door Trademark niet, althans niet gemotiveerd betwist, zodat dit bedrag zal worden toegewezen. In die zin zal het verstekvonnis worden vernietigd. Omdat genoemd bedrag het totaalbedrag is van de (enige) kosten die Orakel c.s. aan hun gemachtigden verschuldigd zijn, is er naar het oordeel van de kantonrechter geen plaats voor toekenning van de medegevorderde nakosten.

BESLISSING

De kantonrechter:

  1. wijst de vordering van Trademark in het verzet af en bekrachtigt voor zover nodig de bij verstekvonnis van 28 augustus 2018 onder zaak-/rolnummer 7086041 CV EXPL 18-6870 uitgesproken verklaring voor recht dat de tussen Trademark en Orakel c.s. gesloten mondelinge overeenkomsten rechtsgeldig zijn vernietigd;

  2. vernietigt het verstekvonnis voor zover het de proceskostenveroordeling betreft en opnieuw rechtdoende:

- veroordeelt Trademark tot betaling aan Orakel c.s. van de werkelijke proceskosten van de verstek- en verzetprocedure groot € 5.673,41;

3. verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

4. wijst af de door Orakel c.s. gevorderde nakosten.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Huizing, kantonrechter, en op 21 mei 2019 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

c688