Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2019:2211

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
22-05-2019
Datum publicatie
23-05-2019
Zaaknummer
C/19/122268 / HA ZA 18-64
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Aansprakelijkheid gemeente voor verhoging grondwaterstanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Assen

zaaknummer / rolnummer: C/19/122268 / HA ZA 18-64

Vonnis van 22 mei 2019

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres, hierna: [eiseres],

advocaat mr. M.J. Goedhart te Rotterdam,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE NOORDENVELD,

zetelend te Roden,

gedaagde, hierna: de Gemeente,

advocaat mr. R. Snel te Groningen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 11 juli 2018;

  • -

    de akte overleggen producties van 7 december 2018 van [eiseres] ;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 12 december 2018.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] is sinds 16 augustus 1999 eigenaar van de woonboerderij gelegen aan de [adres] te [woonplaats] , gemeente Noordenveld.

2.2.

De hoogte van het maaiveld (mv) op het perceel van [eiseres] varieert van 1,6 m tot 1,9 m +NAP. Dezelfde hoogtes gelden voor het maaiveld direct ten zuiden van het perceel van [eiseres] . De woonboerderij is grotendeels voorzien van een betonnen vloer. Het vloerpeil van de woning bedraagt 2,03 m +NAP. Onder de logeerkamer en de hobbyruimte/nevenkamer van het oude woongedeelte van de woonboerderij is een kruipruimte. De bodem daarvan ligt op 1,2 m +NAP.

2.3.

In het in 1997 onherroepelijk geworden bestemmingsplan Lange Streeken heeft de Gemeente aan het gebied ten oosten en ten zuiden van het perceel van [eiseres] een woonbestemming toegekend. Het project Lange Streeken I is in 1999 afgerond.

2.4.

In opdracht van de Gemeente heeft Grontmij Nederland B.V. (hierna: Grontmij) bodemkundig en hydrologisch onderzoek gedaan ten behoeve van het project Lange Streeken II. In haar rapport van 3 april 2009 schrijft Grontmij onder meer:

De maaiveldhoogte loopt van noord naar zuid op van circa N.A.P. +1,70 m naar N.A.P. +3,00m. (…)

4.1

Algemeen

In de bodem komen slecht doorlatende lagen voor. (…)

Uit de bodemkaart van Nederland kan worden opgemaakt dat de grondwatertrap in het gebied is vastgesteld op VI. Dat houdt in dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) varieert tussen 0,40 en 0,80 m-mv en de gemiddeld laagste grondwaterstand ligt dieper dan 1,20 m-mv.

4.2

Resultaten veldwerk

Tijdens het veldwerk zijn de grondwaterstanden (GWS) in de boringen en peilbuizen opgenomen. Daarnaast is waar mogelijk een inschatting gemaakt van de gemiddeld laagste en gemiddeld hoogste grondwaterstand (GLG en GHG) op basis van roest- en reductieverschijnselen in het profiel. In tabel 4.1 zijn de resultaten hiervan weergegeven.(…)

Uit tabel 4.1 blijkt dat plaatselijk de grondwaterstand in natte perioden op kan lopen tot maaiveld. Dit komt niet overeen met de grondwatertrap uit de bodemkaart in Nederland. Op basis hiervan zou de GHG tussen de 0,40 en 0,80 m-mv liggen, maar de GHG komt in werkelijkheid bijna niet beneden de 0,40 m-mv. In droge perioden kan het grondwater uitzakken tot gemiddeld 1,5 à 1,7 m-mv. Dit komt wel redelijk overeen met de bepaalde grondwatertrap. Tijdens het veldwerk bevonden de grondwaterstanden zich plaatselijk direct onder het maaiveld.(…)

6.3

Aanleghoogtes per deelgebied

Gebied 1 (opmerking rechtbank: dit gebied grenst direct aan de zuidkant van het perceel van [eiseres] )

Het kleine gebied in het noordwesten ligt vrij laag en het verschil in hoogteligging met de bebouwing van Lange Streeken I is vrij groot. Geadviseerd wordt om in dit gebied een ophoging te creëren tot een hoogte van N.A.P. +2,00 m.

In bijlage 2 van het rapport van Grontmij zijn boorprofielen verwerkt. De boorpunten G31 en G32 lagen het dichtst bij het perceel van [eiseres] . In bijlage 2 worden de volgende grondwaterstanden op die meetpunten gemeld:

- gemeten GWS op 12 maart 2009 0,13 m-mv resp. 0,25 m-mv,

- geschatte GHG 0,05 m-mv resp. 0,10 m-mv,

- geschatte GLG 1,4 m-mv resp. 0,95 m-mv.

Het maaiveld ligt op deze locaties rond de 1,9 m +NAP.

2.5.

In 2009 is door de Gemeente een aanvang gemaakt met bouwrijp maken van de rond het perceel van [eiseres] , voor woningbouw bestemde gronden in het kader van de realisatie van Lange Streeken II.

2.6.

Rondom de woonboerderij van [eiseres] bevond zich voordat werd begonnen met het uitvoeren van het plan Lange Streeken II een aantal sloten en greppels. Een deel hiervan is gedempt, een deel bestaat nog altijd, of weer en er is een nieuwe greppel gegraven direct ten zuiden van het perceel van [eiseres] . Een en ander zoals hierna vermeld.

Afbeelding ivm privacy verwijderd

Sloot A ligt en lag op 5 meter ten noorden van de woning.

Sloot B ligt en lag op 12 meter ten westen van de woning aan de overzijde van de weg.

Sloot C lag aan de achterzijde van de woning. Die sloot is vóór 2010 door de achterburen gedempt.

Sloot 1 is een nieuwe sloot die door de Gemeente is aangelegd in maart 2012.

Sloot 2 ligt en lag op ongeveer 30 meter van de woning. Deze sloot is in 2010 verdiept aangelegd ten opzichte van de bestaande sloot en aangesloten op nieuwe drainage.

Sloot 3 lag op ongeveer 75 meter van de woning. Deze sloot is gedempt.

Sloot 4 is gedeeltelijk gedempt en daarvoor is een drainage in de plaats gekomen.

2.7.

Het plangebied ten zuiden van het perceel van [eiseres] is (gedeeltelijk) opgehoogd. In maart 2010 is direct ten zuiden van het perceel van [eiseres] een fietspad met daaronder een zandcunet aangelegd. In mei 2010 zijn de sloten 3 en 4 gedempt. Op 4 juni 2010 zijn de werkzaamheden voor Lange Streeken II afgerond.

2.8.

In augustus 2010 is er meer dan 200 mm neerslag gemeten door het circa 4 km ten noordwesten van het perceel van [eiseres] gelegen neerslagstation Roden. In de jaren 1990 - 2012 was het gemiddelde in die maand ongeveer 90 mm.

2.9.

Bij brieven van 15 november 2010 en 12 september 2011 heeft [eiseres] melding gedaan bij de Gemeente van vochtproblemen.

2.10.

In opdracht van [eiseres] heeft [naam B.V. 1] een zwam-, schimmel en vochtinspectie uitgevoerd. In de vervolgens opgestelde offerte/rapportage van 25 november 2011 staat onder meer:

Geïnspecteerde ruimten en bevindingen:

Gebinten in de hal: Op de binten zijn oppervlakteschimmels waargenomen. Tevens zijn er plaatselijke zouten/mineralen aangetroffen.

Kruipruimte logeerkamer: Het isolatiemateriaal onder het vloerhout is aangetast door oppervlakteschimmels. Er trekt vocht via het fundament omhoog. De onderslagbalk is zwaar aangetast door zwam. Tevens is er een dwarsbalk aangetast door zwam. De onderslagbalk is dusdanig zwaar aangetast dat zeer spoedige actie noodzakelijk is! Het fundament rondom in de kruipruimte is zeer vochtig. Er zijn zouten en mineralen geconstateerd.

Kruipruimte nevenkamer: Deze balken zijn in het verleden vernieuwd. Ook hier is vloerisolatie aangebracht. Er is op het moment van de inspectie geen schimmelvorming op het isolatiemateriaal aangetroffen. Rondom is het fundament zeer vochtig. Op de onderslagbalk is wel weer schimmelvorming waargenomen.

Door de Gemeente is Schade-expertisebureau [naam B.V. 2] ingeschakeld. Zij berichtte [eiseres] bij e-mail van 27 januari 2012 het volgende:

We hebben telefonisch overleg gehad met [naam B.V. 1] , [naam 1] . Deze gaf aan dat er sprake was van een oude zwaminfectie die bestreden moest worden om verdere nadelige gevolgen te voorkomen. We hebben de mate van aantasting besproken, zoals wij die hebben gezien in een stuk balk dat ons door [naam 2] is getoond. We hebben [naam B.V. 1] gevraagd hoelang het duurt voordat men een dergelijk aantastingspatroon ziet. Aangegeven werd dat het in elk geval binnen enkele maanden het geval kan zijn, maar dat het veelal een proces van jaren is. Dat is overigens ook onze ervaring in een vergelijkbaar dossier.

Een aangetroffen vruchtlichaam onder de vloer van de logeerkamer toont aan dat de zwamaantasting al heel lang speelt. Wij wijzen ook op het eerdere herstel dat aan de balken heeft plaatsgevonden.

2.11.

In opdracht van de Gemeente heeft [naam B.V. 3] (hierna: [naam B.V. 3] ) grondonderzoek gedaan. [naam B.V. 3] heeft haar bevindingen opgenomen in een rapport van 11 januari 2012. Uit dat rapport blijkt dat tien boringen zijn gedaan tot een diepte van maximaal circa 5 m-mv. In de boorgaten zijn peilbuizen geplaatst. De boorgaten B6 en B7 bevonden zich vlak ten zuiden van de het perceel van [eiseres] . De in deze meetpunten gemeten grondwaterstanden bedroegen op 23 december 2011 ongeveer 0,3 m-mv.

2.12.

[eiseres] heeft Fugro Geoservice B.V. (hierna: Fugro) ingeschakeld om onderzoek te doen naar de oorzaak van de vochtproblemen. Fugro heeft haar eerste bevindingen gegeven in de brief van 2 juli 2012:

Conclusie

Uit de grondwaterstandsmetingen van Grontmij en [naam B.V. 3] blijkt dat door de aanwezigheid van een waterremmende leemlaag sprake is van een sterk fluctuerende grondwaterstand. De grondwaterstand nabij uw woonboerderij bleek na uw melding van wateroverlast zich op circa 0,3 m onder maaiveld te bevinden; dat is circa 0,6 m boven de onderzijde van de kruipruimte. Het is aannemelijk dat de ontwateringssloot die is gedempt ten behoeve van het uitbreidingsplan, voorheen heeft gezorgd voor een significante verlaging van de hoogste grondwaterstand.

Door het ophogen van het plangebied is de natuurlijke laagte waar het water zich kan verzamelen en vastgehouden kan worden weggevallen. Dit betekent dat het gebied volledig afhankelijk is van natuurlijke grondwaterstromingen en ontwateringssloten om het water af te voeren. Deze grondwaterstroming is noordelijk/noordwestelijk gericht wat betekent dat het water uit De Lange Streeken II richting de huizen langs de [straatnaam] wordt afgevoerd.

2.13.

In het Briefrapport betreffende wateroverlast woonboerderij [straatnaam] te [woonplaats] van Fugro van 25 september 2012 staat opgenomen:

Conclusie

Met betrekking tot het verband tussen de wateroverlast van uw woonboerderij en de ingrepen in de omgeving kunnen de volgende conclusies worden getrokken:

de wateroverlast is ontstaan in de periode nadat door de Gemeente ingrepen in de omgeving zijn gedaan

de ingrepen in de omgeving bestaan uit het ophogen van het maaiveld (rechtbank: Fugro heeft ook vastgesteld dat de ophoging nog niet integraal heeft plaatsgevonden) en het dempen van een sloot

de grondwaterstand volgt min of meer de helling van het maaiveld

de grondwaterstand fluctueert sterk als gevolg van de neerslag

het effect van het dempen van de sloot en het ophogen van het maaiveld is niet aantoonbaar meegenomen in het ontwerpstadium voor het bouwrijp maken

er zijn door de Gemeente onvoldoende grondwaterstandsmetingen uitgevoerd ter plaatse van uw woning, zowel in het ontwerpstadium als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden

het is aannemelijk dat door het dempen van de sloot en het verhogen van het maaiveld de grondwaterstand significant is verhoogd en dat de kruipruimte van uw woning (mede) hierdoor onder water is komen te staan

door het inmiddels uitvoeren van nieuwe ingrepen door de Gemeente is het onmogelijk om de kritieke situatie van destijds nog te kunnen meten, waardoor het onderzoek ernstig is belemmerd

2.14.

In opdracht van de Gemeente heeft Grontmij een second opinion onderzoek uitgevoerd. In het rapport van 28 juni 2013 staat onder meer:

Periode ontstaan van de wateroverlast

o Fugro trekt de conclusie dat de wateroverlast is ontstaan na de ingrepen door de gemeente Noordenveld.

o Dit onderzoek stelt echter dat op basis van de beschikbare informatie niet vastgesteld kan worden of de wateroverlast is ontstaan is na de ingrepen. In het hele gebied, ook buiten de invloed van de betreffende greppels en sloten komen hoge grondwaterstanden voor ten opzichte van het maaiveld. Er kan niet met zekerheid worden vastgesteld of het dempen van de greppel en sloot invloed heeft gehad ter plaatse van de woning en het perceel. Wel kan op basis van de beschikbare gegevens worden geconcludeerd dat de situatie na 03-2012 tot een verbetering heeft geleid ten opzichte van de situatie van voor de start van de werkzaamheden.
Doordat het gebied altijd sterk op neerslag heeft gereageerd kan niet worden vastgesteld of de wateroverlast een natuurlijke situatie is of dat er sprake is van een verhoging door het dempen van de sloten, al dan niet in combinatie met de waterhuishoudkundige en bouwtechnische staat van het particulier eigendom.

2.15.

Op verzoek van de Gemeente is aan Grontmij vervolgens verzocht om aanvullend veldonderzoek uit te voeren. In het rapport van 10 januari 2014 staat onder meer:

Als gevolg van het dempen van de meest zuidelijke sloot treedt er een vernattend effect op. Ter plaatse van de sloot bedraagt deze maximaal 12cm en spreidt zich naar het noorden ongeveer 20m uit. Het effect blijft op ruime afstand buiten de perceelgrens van de woning [adres] .

Het aanleggen van de nieuwe sloten ten zuiden van de woning heeft een verdrogend effect. Ter plaatse van de sloten is dit maximaal 11cm en spreidt zich naar het noorden en zuiden uit tot maximaal 15m. Hiermee spreidt het effect zich ook uit tot binnen de perceelgrens van de woning en heeft hier een maximaal effect van 8cm.

2.16.

In het briefrapport van 5 september 2014 heeft Fugro gereageerd op het rapport van Grontmij:

Aangezien de rapportages van Grontmij op belangrijke punten onjuist en onvolledig zijn en omdat de modelstudie niet controleerbaar is en niet is uitgevoerd door een objectieve partij, zijn de eerder door Fugro gepresenteerde stellingen en argumenten niet weerlegd.

2.17.

Op verzoek van [eiseres] heeft een voorlopig deskundigenonderzoek plaatsgevonden door Tauw B.V. (hierna: Tauw). In haar rapport van 1 september 2017 schrijft Tauw onder meer het volgende:

2.3

Waterhuishoudkundige situatie

(…)

Afbeelding ivm privacy verwijderd

(…)

3.1.3

Conclusies

(…)

Het perceel ten zuiden van [eiseres] is opgehoogd tot NAP +2,0 m. Waardoor hogere grondwaterstanden kunnen optreden

(…)

3.3.2

Antwoord

Het dempen van de sloot en het ophogen van het maaiveld en met name het weghalen van de af- en ontwatering van het gebied zorgt ervoor dat de grondwaterstanden hoger komen te liggen.(…)

Het ophogen van het maaiveld zorgt dus voor een hogere grondwaterstand ter plekke van de ophoging en van de directe omgeving. Deze hogere grondwaterstand in de Lange Streeken II heeft invloed op de omliggende lager gelegen gronden, zoals bij de [adres] .

(…)

3.4.3

Conclusies

  • -

    Door het zandcunet en de ingrepen in de bodem voor kabels en leidingen net ten zuiden van het perceel kan grondwater versneld toestromen door de bovenste zandlaag naar dit laagste deel van het plangebied

  • -

    Het beperkte onderhoud van greppels door de gemeente Noordenveld zorgt ervoor dat de afwatering van de greppels beperkt wordt en de beoogde aanlegdiepte niet is gegarandeerd.

(…)

3.5.2

Antwoord

Juist door de aanwezigheid van een ondiepe laag kleileem op ca. 1,5 à 2.0 m diepte raakt de bovenste zandlaag verzadigd en kan de neerslag niet verder infiltreren naar het diepere grondwater. De formule van Mazure (bepaling spreidingslengte) en de uitkomsten daarvan in de genoemde rapportage van Grontmij zijn niet verifieerbaar. De formule wordt niet getoond of toegelicht evenals de gebruikte parameters. Niet duidelijk wordt gemaakt waarom de formule geschikt zou zijn voor deze situatie en ook tijdens hevige neerslagperiode toepasbaar is. (…)

De stromingsweerstand in de bovenste zandlaag naar de greppel lijkt dus overschat en het invloedsgebied juist onderschat.

(…)

3.6.1

Vraag

Is het realiseren van een nieuwe watergang ten zuiden van het perceel van [eiseres] in 2012 volgens u een blijvende oplossing voor de door [eiseres] ondervonden vochtproblemen?

3.6.2

Antwoord

Nee, de greppel is te ondiep om de grondwaterstand voldoende te verlagen. De oorspronkelijke gedempte sloot had een bodemhoogte van ca NAP+0,86 m. De huidige bodem van de greppel ligt op een niveau van ca NAP 1,3 à 1,5 m. De greppels aan de oost- en westkant van het perceel liggen op ca NAP 1,4 m, waardoor door de opbolling tussen de ontwateringsmiddelen en de ondiep aanwezige keileem de grondwaterstanden in de kruipruimte (onderkant NAP 1,2 m) en op het perceel te hoog zullen zijn bij een periode van hevige neerslag.

(…)

3.7.1

Vraag

Welke maatregelen stelt u voor om de grondwaterstand op het perceel van [eiseres] duurzaam te beheersen, onafhankelijk van de invloed van de belendende percelen?

3.7.2

Antwoord

In eerste instantie zal de gemeente de twee greppels ten zuiden van het perceel van [eiseres] beter moeten onderhouden. (…) Het verdiepen van de greppel direct ten zuiden van het perceel is ook een goede maatregel (…) indien de duiker van de greppel naar de [straatnaam] ook verdiept wordt aangelegd.

Een duurzame oplossing kan zijn om drainage parallel aan de [straatnaam] aan te leggen tussen het huis en de weg op een niveau van ca. NAP +0,8 m. (…)

Daarnaast zal het verdiepen van de greppels ten oosten en noorden van het perceel voor lagere grondwaterstanden op het perceel zorgen. (…) Ook drainage op het perceel van de [adres] rondom de fundatie is een beheersbare en duurzame oplossing.

(…)

3.8.2

Antwoord

(…) In de nieuwe wijk Lange Streeken II is in onvoldoende mate rekening gehouden met het beheersen en afvoeren van zowel grond- als oppervlaktewater. De waterberging en het oppervlaktewater van de wijk is gesitueerd in het zuidoosten terwijl de stromingsrichting van het grondwater noordelijk is gericht.
[eiseres] heeft zelf op haar perceel ook een aantal ingrepen gedaan die van invloed kunnen zijn op de grondwaterstanden. De aanleg van een paardenbak met drainage, ophoging van een deel van het perceel en de aanleg van een opslagtank voor water.

(…)

Bij het aanleggen van de wegen en riolering is een cunetmethode toegepast zonder aanvullende maatregelen. Hierdoor zijn slecht doorlatende lagen vervangen door goed doorlatend zand, waardoor de aanvoer van grondwater vanuit de gehele wijk tot aan het perceel van de [straatnaam] mogelijk is gemaakt. Onder het fietspad net ten zuiden van [eiseres] waar het grondwater op natuurlijke wijze heenstroomt ontbreekt echter de drainage.

(…)

4.2.1

Vraag 1

Normaal gesproken heeft een hoge grondwaterstand een ongunstige invloed op het klimaat op de begane grond van woningen en zeker wanneer het woningen betreft zoals in het onderhavige geval waarbij de vloer vooral uit een houten balklaag bestaat. In dit geval is het aangetoond dat het handelen van de gemeente tot gevolg heeft gehad dat de afgelopen jaren bij tijd en wijle de grondwaterstand gemiddeld hoger stond dan in het verleden. De kans op schade aan parket, zwam- en schimmelvorming in de fundering, de (veelal) houten vloeren en in de kruipruimten is de afgelopen jaren daardoor hoger geweest dan in het verleden. Bij de inspectie is duidelijk schade aan het parket, zwam- en schimmelvorming in de fundering, vloeren en kruipruimten geconstateerd, alsmede in de woning zelf. Of die schade is ontstaan of alleen is verergerd door het handelen van de gemeente kan niet meer met zekerheid worden vastgesteld. (…)

2.18.

In een notitie van Sweco (voorheen Grontmij) van 24 juni 2018 staat onder meer het volgende:

Om inzicht te krijgen in de grondwatersituatie is gebruik gemaakt van de peilbuisgegevens uit peilbuis B12A1736 (DINOLoket), ca. 500 m ten NO van [adres] , en van een peilbuis van de gemeente Noordenveld (B6). (…) De grondwatersituatie ter plaatse van peilbuis B12A1736 is representatief voor de natuurlijke situatie rondom perceel [adres] .

Uit de meetgegevens uit peilbuis B12A1736 blijkt de fluctuatie van de grondwaterstand zich in ieder geval tot en met mei 2016 in dezelfde trend voort te zetten. (…) De metingen uit peilbuis B6 van 2013 volgen dezelfde trend als peilbuis B12A1736. Peilbui(s) B12A1736 staa(t) te ver van Lange Streeken en [adres] om eventuele lokale (effecten van) ingrepen en maatregelen op en rond het perceel [adres] te kunnen waarnemen in de meetreeks. In peilbuis B6 zijn in 2013 geen grondwaterstanden gemeten die hoger zijn dan op basis van meetreeks van peilbuis B12A1736 kan worden verwacht. (…)

Er zijn géén meetgegevens beschikbaar van de grondwatersituatie ter plaatse van het perceel [adres] uit de periode vóór en ná de overlastmeldingen en werkzaamheden. Meetgegevens van de grondwatersituatie rondom het perceel, en van de periode ná de werkzaamheden, geven geen aanleiding om te veronderstellen dat de grondwatersituatie structureel is veranderd na de start van de werkzaamheden in Lange Streeken sinds 2010.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:

- voor recht verklaart dat de Gemeente onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door geen of onvoldoende invulling te geven aan haar zorgplicht in het kader van een duurzame beheersing van het grondwaterpeil en dat de Gemeente aansprakelijk is voor de schade die [eiseres] daardoor lijdt;

- de Gemeente veroordeelt de schade die [eiseres] lijdt aan haar te vergoeden;

- de Gemeente veroordeelt om aan [eiseres] te voldoen een bedrag van € 86.000,00 als voorschot op een bij staat nader vast te stellen definitieve schadevergoeding;

- de zaak verwijst naar een schadestaatprocedure om de schade definitief vast te stellen;

- de Gemeente veroordeelt om maatregelen te nemen om de grondwaterstand ter plaatse van het perceel van [eiseres] duurzaam en blijvend te verlagen, zulks op straffe van een dwangsom;

- de Gemeente veroordeelt in de buitengerechtelijke (deskundigen)kosten en de kosten van deze procedure, te vermeerderen met wettelijke rente en nakosten.

[eiseres] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat door de Gemeente onrechtmatig is gehandeld in de eerste plaats door bij het dempen van de bestaande watergangen en het ophogen van de bouwpercelen in het kader van de realisatie van Lange Streeken II na te laten passende maatregelen te nemen ter voorkoming van de grondwaterproblematiek. [eiseres] stelt dat daardoor de grondwaterstanden bij haar perceel zijn verhoogd en dat zij daardoor schade heeft geleden en lijdt. Het bouwrijpadvies was volgens [eiseres] ontoereikend en het drainageplan had onvoldoende dekking. Door de Gemeente is daarom onvoldoende zorg betracht bij het opstellen van deze plannen, dit terwijl zij bekend was met de hoge grondwaterstand ter plaatse. In de tweede plaats heeft de Gemeente, nadat zij door [eiseres] werd geconfronteerd met de door haar ondervonden vochtproblemen, niets gedaan om de grondwaterstanden ter plaatse duurzaam te verlagen. De Gemeente heeft naar de mening van [eiseres] in strijd gehandeld met haar uit artikel 3.6 Waterwet voortvloeiende zorgplicht. De schade die [eiseres] daardoor lijdt, moet de Gemeente haar vergoeden.

3.2.

De Gemeente betwist de vorderingen. Volgens de Gemeente is er geen sprake van hogere grondwaterstanden. De grondwaterstanden in dit gebied zijn altijd al hoog geweest en de aanleg van Lange Streeken II heeft daarop geen (ongunstige) invloed gehad. De Gemeente wil aannemen dat de woning van [eiseres] vochtproblemen ondervindt en ondervond, maar zij betwist dat die problemen zijn veroorzaakt of verergerd door enige gedraging van de Gemeente. De Gemeente voert verder aan dat uit de in de Waterwet geregelde rolverdeling volgt dat particulieren verantwoordelijk zijn voor het nemen van maatregelen op hun eigen terrein. De gemeentelijke zorgplicht begint pas als redelijkerwijs niet gevergd kan worden dat de particulier maatregelen treft en bovendien sprake is van structurele gevolgen voor de aan de grond gegeven bestemming. In deze zaak kan volgens de Gemeente in redelijkheid niet worden volgehouden dat zij enige zorgplicht heeft geschonden. Volgens de Gemeente heeft [eiseres] haar eigen verantwoordelijkheid veronachtzaamd door geen enkele maatregel te nemen die redelijkerwijs van haar gevergd kon worden. De Gemeente is verder van mening dat zij niet onrechtmatig heeft gehandeld.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[eiseres] heeft haar vordering in essentie gebaseerd op de stelling dat door handelen en nalaten van de Gemeente in het kader van Lange Streeken II de grondwaterstanden op haar perceel zijn verhoogd, waardoor zij schade lijdt. De Gemeente betwist deze stelling.

De rechtbank is met de Gemeente van oordeel dat als niet komt vast te staan dat de grondwaterstanden op het perceel van [eiseres] door doen of laten van de Gemeente zijn verhoogd, de vorderingen van [eiseres] moeten worden afgewezen. Voor zover [eiseres] aan haar vordering mede ten grondslag heeft gelegd dat de Gemeente ook onrechtmatig heeft gehandeld als de grondwaterstand niet is verhoogd na de verrichte werkzaamheden, overweegt de rechtbank dat deze stelling onvoldoende is onderbouwd. De enkele omstandigheid dat er sprake is van een (te) hoge grondwaterstand op het perceel van [eiseres] brengt niet met zich dat de Gemeente een zorgplicht heeft geschonden. Anders dan [eiseres] heeft gesteld, rust op grond van artikel 3.6 van de Waterwet op de Gemeente geen (algemene) verplichting om het grondwaterpeil beheersbaar te houden en in alle gevallen zodanige maatregelen te nemen dat schade wordt voorkomen.

4.2.

Bij de beoordeling van de vraag of de grondwaterstanden inderdaad zijn verhoogd, stelt de rechtbank voorop dat partijen het erover eens zijn dat geen meetgegevens beschikbaar zijn van grondwaterstanden op het perceel van [eiseres] die zien op de periode voorafgaand aan de werkzaamheden ten behoeve van Lange Streeken II. Er zijn wel meetgegevens beschikbaar over de periode van voor en na de werkzaamheden die afkomstig zijn uit boorprofielen of peilbuizen uit de (directe) omgeving van [eiseres] perceel. Het gaat dan met name om de boorprofielen/peilbuizen G31 en G32 (r.o. 2.4), B6 en B7 (r.o. 2.9) en B12A1736 (r.o. 2.16). Verder is meer algemene informatie beschikbaar over de grondsamenstelling, de grondhoogten, de grondwaterstanden en de stroomrichting van het grondwater in het gebied waar het perceel van [eiseres] deel van uitmaakt. Uit de beschikbare rapportage blijkt de rechtbank verder dat de grondwaterstanden in dat gebied sterk reageren op neerslag en dat daar in de maand augustus 2010 uitzonderlijk veel neerslag is gevallen. Ten slotte is de rechtbank het nodige gebleken over de aanwezigheid van sloten en greppels in de omgeving van het perceel van [eiseres] (r.o. 2.5), net als over maaiveldhoogten en andere relevante hoogten (r.o. 2.2 en 2.15).

4.3.

De rechtbank leidt uit de beschikbare gegevens voorshands af dat in het gebied waarvan het perceel van [eiseres] deel uitmaakt ook vóórdat de Gemeente werkzaamheden ten behoeve van Lange Streeken II liet uitvoeren, zeer hoge grondwaterstanden voorkwamen, vrijwel tot aan het maaiveld en daarmee hoger dan de bodem van de kruipruimte van de woonboerderij. Verder blijkt uit de gegevens van peilbuis B12A1736 dat de fluctuatie van de grondwaterstand zich in ieder geval tot en met mei 2016 in dezelfde trend heeft voortgezet. Deze peilbuis staat ongeveer 500 meter ten noordoosten van de [adres] en kan daardoor geen eventuele lokale (effecten van) ingrepen en maatregelen op en rond het perceel [adres] waarnemen in de meetreeks. Peilbuis B6 staat vlak ten zuiden van de [adres] . Volgens Sweco volgen de metingen uit 2013 van deze peilbuis dezelfde trend als peilbuis B12A1736 en zijn in peilbuis B6 in 2013 geen grondwaterstanden gemeten die hoger zijn dan op basis van meetreeks van peilbuis B12A1736 kunnen worden verwacht. De rechtbank kan aan [eiseres] toegeven dat het gebied van de Lange Streeken afloopt naar haar perceel, dat het laagste gebied direct grenst aan haar perceel, dat de grondwaterstroom richting haar perceel is en dat in opdracht van de Gemeente een aantal ingrepen is gedaan waardoor grondwater mogelijk versneld en in een groter volume naar haar perceel stroomt. Daar staat echter tegenover dat [eiseres] niet heeft betwist dat er geen volledige ophoging van het gebied van de Lange Streeken heeft plaatsgevonden en dat er ook ingrepen zijn gedaan die de toestroom van grondwater juist beperken, zoals drainages, aansluitingen op het riool, en het graven van een nieuwe greppel (sloot 1). Bovendien brengt een ophoging van het maaiveld niet zonder meer een verhoging van de grondwaterstand ten opzichte van het NAP met zich. De rechtbank verwijst in dit verband naar het rapport van Grontmij van 28 juni 2013 en het briefrapport van Fugro 5 september 2014. Verder staat vast dat het in de periode kort voordat [eiseres] voor het eerst melding maakte van vochtschade extreem veel had geregend en dat de grondwaterstanden in het gebied sterk op neerslag reageren. Daar komt nog bij dat uit de onder 2.10 vermelde informatie kan worden afgeleid dat er mogelijk al voordat de Gemeente met de uitvoering van Lange Streeken begon sprake was van vochtproblematiek in de woonboerderij van [eiseres] . Als er dus al aanwijzingen zijn dat de grondwaterstanden op het perceel van [eiseres] zouden (kunnen) zijn verhoogd, zijn er evengoed aanwijzingen dat de oorzaak daarvan niet is te vinden in doen of laten van de Gemeente.

4.4.

[eiseres] beroept zich op de rechtsgevolgen van haar stelling dat door doen en laten van de Gemeente de grondwaterstanden op haar perceel zijn verhoogd. Zij heeft haar stelling onderbouwd met onder meer het rapport van Tauw. Deze stelling en de conclusies van het rapport van Tauw zijn door de Gemeente gemotiveerd betwist. [eiseres] zal haar stelling daarom (nader) moeten bewijzen. Zij heeft bewijs aangeboden.

Het komt de rechtbank voor dat bewijs zal moeten worden geleverd door een deskundige. De deskundige zal naar het oordeel van de rechtbank in elk geval antwoord moeten geven op de volgende vragen:

  1. Is er op het perceel van [eiseres] nadat de Gemeente is begonnen met de uitvoering van het werk Lange Streeken II daadwerkelijk sprake (geweest) van een verhoging van grondwaterstanden?

  2. Als u vraag 1 niet kunt beantwoorden vanwege een gebrek aan relevante meetgegevens, kunt u dan op basis van de wel bekende feitelijke gegevens en uw eigen onderzoek motiveren of de grondwaterstanden op het bewuste perceel wel of niet kunnen zijn verhoogd en wilt u daarbij aangeven welke mate van zekerheid u heeft?

  3. Als u van oordeel bent dat de grondwaterstanden op het perceel zijn verhoogd, wat is daarvan dan naar uw oordeel de oorzaak? Als er naar uw oordeel meer oorzaken zijn, kunt u dan aangeven in welke mate de verschillende oorzaken aan de verhoging hebben bijgedragen?

  4. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?

Naar het voorlopig oordeel van de rechtbank kan worden volstaan met het benoemen van één deskundige op het gebied bodem- en grondwateronderzoek. Vanwege de discussie die tussen de Gemeente en deskundige van het voorlopig deskundigenonderzoek is ontstaan, ziet de rechtbank aanleiding een andere deskundige te benoemen. Zij doet aan partijen de suggestie te kiezen uit een deskundige die is verbonden aan een van de volgende deskundigenbureaus:

- Wareco (www.wareco.nl/water/grondwateronderzoek);

- Boot (www.buroboot.nl/diensten/bodemonderzoek-sanering);

- Royal HaskoningDHV (www.royalhaskoningdhv.com/nl-nl/nederland).

4.5.

Voordat de rechtbank overgaat tot het benoemen van een deskundige zal de rechtbank partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over de wenselijkheid van een deskundigenbericht, over het aantal en het specialisme van de te benoemen deskundige(n) en over de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen. De rechtbank draagt partijen op zich uit te laten over welke deskundige zij benoemd willen zien. Daarbij moeten zij bij voorkeur een gezamenlijke keuze maken. Als bij een van partijen bezwaren bestaan tegen een door de andere partij gewenste deskundige moeten die bezwaren gemotiveerd bij akte worden toegelicht.

4.6.

De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt van artikel 195 Rv, dat het voorschot op de kosten van de deskundige in beginsel door de eisende partij moet worden gedeponeerd. Dit voorschot zal daarom door [eiseres] moeten worden betaald.

4.7.

De zaak zal naar de rol worden verwezen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 19 juni 2019 voor het nemen van een akte door beide partijen waarin zij zich uitlaten over de aangekondigde deskundigenrapportage;

5.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.Y. Dijkstra, mr. E.W. van Weringh en mr. S.M. Schothorst en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2019.1

1 type: coll: