Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2019:2191

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
21-05-2019
Datum publicatie
24-05-2019
Zaaknummer
7100423 CV EXPL 18-6163
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

finale kwijting in vaststellingsovereenkomst maakt dat werkgever geen aanspraak heeft op hoger (cao)loon

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2019-0591
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer: 7100423 \ CV EXPL 18-6163

vonnis van de kantonrechter d.d. 21 mei 2019

inzake

[A] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

procederend met toevoeging,

gemachtigde: mr. J.W.S. Peters,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[B] ,

h.o.d.n. EXPERT HARLINGEN,

gevestigd te Harlingen,

gedaagde,

gemachtigde: mr. B.K. van de Ven-Meier,

Partijen zullen hierna [A] en Expert worden genoemd.

1 Procesverloop

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek;

- de akte uitlating van [A] ;

- de akte uitlating van Expert.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 1 januari 1989 is [A] , geboren [geboortedatum] , bij (de rechtsvoorgangster van) Expert in dienst getreden in de functie van eerste verkoper. Zijn laatstgenoten salaris bedroeg € 1.943,10 bruto, exclusief vakantiebijslag.

2.2.

Partijen hebben de arbeidsovereenkomst op 9 december 2010 schriftelijk vastgelegd. Daarin is - voor zover hier relevant - het volgende opgenomen:

Artikel 1

De werknemer treedt op 1 januari 1989 bij de werkgever in dienst in de functie van eerste verkoper. Functiegroep E van de CAO.

Artikel 5

De werknemer ontvangt een salaris volgens de salarisregelingen behorende bij de CAO. Op basis van de CAO voor de electronische detailhandel ontvangt de werknemer een bruto salaris van € 1870,41 nu per maand. Ingevolge artikel 7.3 van de CAO is de gegarandeerde toeslag donderdagavond en zaterdag van toepassing. (…)

2.3.

Op de arbeidsovereenkomst is de CAO Elektrotechnische Detailhandel (hierna: de CAO) van toepassing verklaard.

2.4.

Medio april 2016 zijn partijen met elkaar in gesprek gegaan over de mogelijkheden van beëindiging van de arbeidsovereenkomst. [A] is hierbij bijgestaan door

mr. P.R. Logemann (hierna: mr. Logemann). Expert is bijgestaan door de heer B. Klep, Manager HRM bij Nederlandse Expert Groep B.V. (hierna: Klep).

2.5.

Op 29 april 2016 heeft mr. Logemann een e-mailbericht aan Klep gezonden. Daarin staat onder meer:

Cliënt wenst in elk geval aanspraak te maken op doorbetaling tot aan de beëindiging van de arbeidsovereenkomst van zijn volledige salaris (inclusief alle emolumenten) waarop hij conform zijn arbeidsovereenkomst en de cao voor de elektrotechnische detailhandel recht heeft.

2.6.

Bij brief van 6 juni 2016 heeft mr. Logemann onder meer aan Klep geschreven:

Cliënt gaat slechts akkoord met een vaststellingsovereenkomst onder de volgende voorwaarden:

(…)

8. Tot aan de einddatum behoudt cliënt zijn volledige salaris (inclusief emolumenten) conform de CAO Elektrotechnische Detailhandel waarop hij uit hoofde van zijn arbeidsovereenkomst aanspraak heeft;

2.7.

Bij brief van 13 juni 2016 heeft mr. Logemann de bovenvermelde voorwaarde herhaald, met dien verstande dat hij het woord 'volledige' heeft onderstreept.

2.8.

Partijen hebben op 30 juni 2016 een vaststellingsovereenkomst gesloten. In deze vaststellingsovereenkomst zijn partijen onder meer het volgende overeengekomen:

IN AANMERKING NEMENDE:

(…)

b. dat het laatstgenoten salaris is € 1.943,10 bruto per maand op basis van een 38-urige werkweek exclusief emolumenten zoals vakantietoeslag.

(…)

VERKLAREN HET VOLGENDE TE ZIJN OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1 - beëindiging arbeidsovereenkomst

1.1.

De arbeidsovereenkomst tussen Expert en de Werknemer zal, op instigatie van Expert, met wederzijds goedvinden eindigen per 1 november 2016 (hierna: de "Einddatum").

(…)

Artikel 2 - salaris en emolumenten tot de Einddatum

2.1.

Tot aan de einddatum behoudt Werknemer zijn aanspraak op salaris en emolumenten waarop hij uit hoofde van de arbeidsovereenkomst en de CAO Elektronische Detailhandel aanspraak heeft, tenzij in deze overeenkomst anders is bepaald;

(…)

Artikel 11 - Finale kwijting

11.1.

Na voldoening van bovenstaande verplichtingen zullen Expert enerzijds, inclusief de aan haar gelieerde ondernemingen, en de Werknemer anderzijds niets meer van elkaar te vorderen hebben op grond van het bestaan van de arbeidsovereenkomst, de (wijze van) beëindiging daarvan, de pensioenregeling, of anderszins in de meeste ruime zin des woords, en verlenen elkaar over en weer volledige finale kwijting. Partijen erkennen voorts dat behoudens bovenstaande afspraken geen andere afspraken en/of verplichtingen en/of overeenkomsten bestaan, althans dat deze teniet worden gedaan door bovenstaande afspraken die een uitputtende regeling bedoelen te treffen.

Artikel 12 - Slotbepalingen

(…)

12.3.

Werknemer verklaart uitdrukkelijk dat hij deze overeenkomst niet op grond van wilsgebreken zal trachten aan te tasten en geen nadere procedures jegens Expert en de aan haar gelieerde vennootschappen zal initiëren;

2.9.

Bij e-mailbericht van 16 augustus 2016 heeft mr. Logemann Expert verzocht om de afschriften van alle loonstroken van [A] over de periode 2010 tot en met 2015 aan hem te sturen.

2.10.

Op enig moment hierna heeft [A] P&S Xtra ingeschakeld om te onderzoeken of Expert hem gedurende zijn dienstverband minder salaris heeft uitbetaald dan waarop hij op grond van de CAO recht had. P&S Xtra is een bedrijf dat zich bezighoudt met personeelsadvies en salarisadministratie.

2.11.

Op 9 juni 2017 heeft P&S Xtra in de persoon van de heer P. Nicolai (hierna: Nicolai) in een brief aan [A] het volgende geschreven:

Uw voormalige werkgever heeft op 9 december 2010:

- uw basissalaris niet overeenkomstig uw functie, functieniveau en functiejaren ingeschaald en uitbetaald (Artikel 6 Functie en loon);

- uw gegarandeerde koopavond- en zaterdagmiddagtoeslag niet meegenomen bij de vaststelling van uw salaris dan wel niet correct vastgesteld (Artikel 7.3 Toeslagen);

- u uw recht op ADV-uren onthouden (Artikel 5 Arbeidstijden);

Daarnaast in de netto maaltijdvergoeding niet verhoogd met ingang van 1 januari 2015 (…).

(…)

De huidige herberekening resulteert in een loonvordering op uw voormalige werkgever en rechtsvoorganger van een bruto loonbedrag € 22.391,51 (en netto € 11.292,58 + € 51,04 aan te weinig ontvangen maaltijdvergoeding).

2.12.

Bij brief van 30 juni 2017 heeft mr. Logemann namens [A] aanspraak gemaakt op betaling van € 22.391,51 bruto aan achterstallig loon, niet betaalde koopavond- en zaterdagmiddagtoeslag, te weinig ontvangen maaltijdvergoeding en niet ontvangen ADV-dagen. Expert heeft die aanspraak afgewezen.

2.13.

Op 19 september 2017 heeft de gemachtigde van Expert aan mr. Logemann een brief geschreven. Daarin staat onder meer:

Tijdens ons telefoongesprek gaf u aan dat u al tijdens de (langdurige) onderhandelingen die uiteindelijk tot de vaststellingsovereenkomst hebben geleid, vermoedde dat uw cliënt nog aanspraak op achterstallig salaris had. Omdat u, zo gaf u aan, 'toeslagen miste', heeft u in de vaststellingsovereenkomst laten opnemen dat uw cliënt tot de einddatum van de arbeidsovereenkomst aanspraak had op salaris 'conform cao'. (…).

2.14.

In reactie hierop heeft mr. Logemann bij brief van 31 oktober 2017 onder meer het volgende geschreven:

In de vaststellingsovereenkomst heb ik de standaard bepaling laten opnemen dat het volledige salaris conform de arbeidsovereenkomst en de cao zou worden voldaan. Uitgaande van goed werkgeverschap was ik in de veronderstelling dat het salaris conform de regels werd uitbetaald.

3 De vordering

3.1.

[A] vordert, na vermindering van eis voor wat betreft de maaltijdvergoeding (bij akte van 20 november 2018), dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. Expert veroordeelt tot betaling aan [A] van een bedrag van

€ 22.391,51 bruto binnen zeven dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting en onder een deugdelijke bruto/netto specificatie;

II. Expert veroordeelt tot betaling aan [A] van een bedrag van

€ 250,00 terzake de nota van de salarisadviseur binnen zeven dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting;

III. Expert veroordeelt tot betaling aan [A] van een bedrag van

€ 3.337,69 terzake geleden schade vanwege het te weinig ontvangen bedrag aan uitkering over de periode 1 november 2016 tot en met 31 juli 2018 binnen zeven dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting;

IV. voor recht verklaart dat Expert aansprakelijk is voor de toekomstige schade vanaf 1 augustus 2018 die [A] lijdt vanwege het te weinig ontvangen bedrag aan uitkering;

V. Expert veroordeelt tot betaling aan [A] van de wettelijke rente vanaf de dag van verzuim tot aan de dag der algehele voldoening binnen zeven dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis;

VI. Expert veroordeelt tot betaling aan [A] van een bedrag van

€ 1.001,92 aan buitengerechtelijke incassokosten binnen zeven dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis;

VII. Expert veroordeelt tot betaling aan [A] van de wettelijke verhoging conform artikel 7:625 BW vanaf de datum van opeisbaarheid, althans in ieder geval vanaf 30 juni 2017 tot aan de dag der algehele voldoening binnen zeven dagen na het in dezen te wijzen vonnis tegen behoorlijk bewijs aan kwijting;

VIII. Expert veroordeelt tot betaling van de nakosten, een en ander te voldoen binnen zeven dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis en - voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten vanaf de bedoelde termijn van voldoening;

IX. Expert veroordeelt tot betaling van de kosten van dit geding, waaronder begrepen het salaris gemachtigde, te voldoen binnen zeven dagen na betekening van het vonnis en - voor het geval voldoening van de proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf bedoelde termijn voor voldoening.

3.2.

[A] heeft aan zijn vorderingen - kort en zakelijk weergegeven - ten grondslag gelegd dat Expert toerekenbaar tekort is geschoten in haar loonbetalingsverplichtingen uit hoofde van de arbeidsovereenkomst en de CAO, omdat Expert hem gedurende het dienstverband structureel te weinig salaris heeft uitbetaald, in gebreke is gebleven met de betaling van de koopavond- en zaterdagtoeslag en hem het recht op ADV-uren heeft onthouden. [A] heeft recht op (na)betaling daarvan, inclusief wettelijke verhoging. Hij verwijst daarbij naar de door P&S Xtra gemaakte berekeningen. Daarnaast heeft [A] door de tekortkoming van Expert uitkeringsschade geleden waarvoor Expert aansprakelijk is. Voorts maakt [A] op de voet van artikel 6:96 lid 2 sub b BW aanspraak op vergoeding van de advieskosten van P&S Xtra.

3.3.

Expert voert gemotiveerd verweer, met conclusie dat de kantonrechter de vorderingen van [A] afwijst, althans matigt tot nihil, met veroordeling van [A] in de kosten van het geding. Expert voert daartoe - kort en zakelijk weergegeven - primair aan dat partijen in de vaststellingsovereenkomst een allesomvattende finale kwijting zijn overeengekomen, waaronder ook de vorderingen van [A] vallen. Subsidiair doet Expert een beroep op rechtsverwerking. Meer subsidiair doet Expert een beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid en nog meer subsidiair op dwaling. Expert betwist verder de hoogte van de loonvordering en de gevorderde schade. Tot slot heeft Expert verzocht om de loonvordering te matigen.

3.4.

De stellingen van partijen worden hierna nader besproken, voor zover die van belang zijn voor de beslissing in deze zaak.

4 De beoordeling

4.1.

Expert heeft primair als verweer gevoerd dat de vorderingen van [A] vallen onder het bereik van de finale kwijting die partijen in de vaststellingsovereenkomst zijn overeengekomen. Volgens Expert was het de bedoeling van partijen om te komen tot een definitieve en volledige afwikkeling van de arbeidsovereenkomst en de daarmee verband houdende verplichtingen tussen partijen.

4.2.

[A] heeft gemotiveerd betwist dat zijn vorderingen onder het finale kwijtingsbeding vallen. Daartoe heeft [A] twee argumenten aangevoerd. Ten eerste heeft [A] aangevoerd dat partijen in artikel 11 van de vaststellingsovereenkomst weliswaar finale kwijting zijn overeengekomen, maar dat uit hetzelfde artikel volgt dat deze finale kwijting pas geldt als beide partijen hun verplichtingen uit de vaststellingsovereenkomst zijn nagekomen. Ingevolge artikel 2.1. van de vaststellingsovereenkomst behoudt [A] over de periode tot aan het einde van de arbeidsovereenkomst volledig aanspraak op zijn loon en emolumenten conform CAO. Deze verplichting is Expert niet (volledig) nagekomen, zodat van finale kwijting (nog) geen sprake is geweest. Ten tweede geldt dat partijen met de vaststellingsovereenkomst beoogden een regeling te treffen ter beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Volgens [A] is het in de vaststellingsovereenkomst vermelde loon echter geen onderdeel van die vaststelling. Tussen partijen bestond ten tijde van het sluiten van de vaststellingsovereenkomst namelijk geen enkele onduidelijkheid of onzekerheid over de hoogte van het loon. Dit blijkt uit de correspondentie tussen partijen over (de inhoud van) de vaststellingsovereenkomst en uit het feit dat de hoogte van het salaris enkel staat vermeld onder het kopje "in aanmerking nemende". Voorts is er een standaard kwijtingsbeding opgenomen. Partijen hebben dan ook niet bedoeld om finale kwijting te verlenen ter zake van de hoogte van het loon, aldus [A] .

4.3.

De kantonrechter stelt vast dat partijen onder meer van mening verschillen over de vraag welke verplichtingen over en weer voortvloeien uit de vaststellingsovereenkomst en dan met name over de vraag welke verplichting voor Expert voortvloeit uit artikel 2.1. van de vaststellingsovereenkomst. De kantonrechter overweegt hierover als volgt.

4.4.

De kantonrechter stelt voorop dat bij de uitleg van een overeenkomst van beslissende betekenis zijn alle omstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen. De vraag hoe de verhouding van partijen is geregeld, kan niet worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de overeenkomst. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Bij deze uitleg heeft de rechter rekening te houden met alle bijzondere omstandigheden van het gegeven geval. Voorts geldt dat in praktisch opzicht de taalkundige betekenis van de bewoordingen, gelezen in de context van het contract als geheel, bij de uitleg van groot belang zal zijn (onder meer HR 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158 en HR 20 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO1427). Verder komt bij de uitleg betekenis toe aan de aard van de overeenkomst, de wijze van totstandkoming ervan, de vraag of partijen werden bijgestaan door (juridisch) deskundige raadslieden, en de overige bepalingen ervan (zie HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA4909 en HR 19 januari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ3178). Tegen deze achtergrond overweegt de kantonrechter als volgt.

4.5.

De kantonrechter stelt vast dat partijen met de vaststellingsovereenkomst beoogden een regeling te treffen ter beëindiging van hun arbeidsovereenkomst. Verder stelt de kantonrechter vast dat in de considerans van de vaststellingsovereenkomst is opgenomen dat het laatstgenoten salaris van [A] € 1.943,10 bruto per maand bedraagt, exclusief emolumenten, en dat in artikel 2.1. van de vaststellingsovereenkomst is bepaald dat [A] tot aan einde dienstverband zijn aanspraak op salaris en emolumenten waarop hij uit hoofde van de arbeidsovereenkomst en de CAO aanspraak heeft, behoudt. Mede in het licht van deze opbouw van de vaststellingsovereenkomst, kan naar het oordeel van de kantonrechter uit de bewoordingen van artikel 2.1. redelijkerwijs worden afgeleid dat hiermee is vastgelegd dat [A] tot einde dienstverband zijn in de considerans genoemde salaris op de gebruikelijke wijze, inclusief emolumenten, uitbetaald zou krijgen. Er is geen enkele aanwijzing dat partijen voor ogen hebben gehad dat artikel 2.1. zover strekte dat dit ook (na)betaling van eventueel naderhand op te komen loonaanspraken omvatte. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat de hoogte van het in de considerans vermelde loon voorafgaand aan het sluiten van de vaststellingsovereenkomst geen onderwerp van gesprek is geweest tussen partijen. Verder neemt de kantonrechter in aanmerking dat de huidige tekst van artikel 2.1. op aangeven van mr. Logemann in de vaststellingsovereenkomst is opgenomen en dat het volgens hem gaat om een 'standaardbepaling'. Bovendien spreekt mr. Logemann in zijn correspondentie aangaande de tekst van artikel 2.1. steeds over doorbetaling of behoud van salaris. Onder deze omstandigheden ligt het niet voor de hand dat artikel 2.1. méér bestrijkt dan de enkele verplichting voor Expert om tot het einde van het dienstverband het loon van [A] op de oude voet (door) te betalen, inclusief emolumenten, en had Expert dat redelijkerwijs ook niet hoeven te verwachten.

4.6.

Dat Expert het loon op de oude voet heeft doorbetaald tot het einde van het dienstverband, is niet in geschil. Deze verplichting die ingevolge de vaststellingsovereenkomst op Expert rust, is Expert dus nagekomen. Niet gesteld of gebleken is dat Expert andere verplichtingen uit de vaststellingsovereenkomst niet is nagekomen. Uit het bepaalde in artikel 11 van de vaststellingsovereenkomst vloeit voort dat [A] zich ten opzichte van Expert heeft verbonden tot het verlenen van finale kwijting, indien en voor zover Expert zou voldoen aan haar verplichtingen uit de vaststellingsovereenkomst. Partijen verschillen echter voorts van mening over de vraag hoe ruim dit finale kwijtingsbeding moet worden uitgelegd. Volgens [A] valt de hoogte van zijn loon niet onder de kwijting, terwijl Expert stelt dat de kwijting daar wel op ziet.

4.7.

Artikel 7:900 BW bepaalt dat bij een vaststellingsovereenkomst - zoals hier aan de orde - partijen zich, ter beëindiging of ter voorkoming van onzekerheid of geschil omtrent hetgeen tussen hen rechtens geldt, jegens elkaar binden aan een vaststelling daarvan, bestemd om ook te gelden voor zover zij van de tevoren bestaande rechtstoestand mocht afwijken. Vast staat dat [A] bij de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst juridische hulp heeft gehad. Mede tegen die achtergrond is de kantonrechter van oordeel dat uit de bewoordingen van de vaststellingsovereenkomst kan worden afgeleid dat daarmee is beoogd een algeheel en definitief einde te maken aan alle mogelijk tussen partijen bestaande geschillen uit hoofde van de arbeidsovereenkomst, zowel voorzienbaar als onvoorzienbaar. Zo is in artikel 11 expliciet opgenomen dat Expert en [A] “niets meer van elkaar te vorderen hebben op grond van het bestaan van de arbeidsovereenkomst, de (wijze van) beëindiging daarvan, de pensioenregeling, of anderszins in de meeste ruime zin des woords" en dat "bovenstaande afspraken (…) een uitputtende regeling bedoelen te treffen". Voorts is bepaald dat eventuele andere afspraken en/of verplichtingen en/of overeenkomsten teniet worden gedaan, terwijl in artikel 12 is opgenomen dat [A] verklaart dat hij "geen nadere procedures jegens Expert (…) zal initiëren. Gelet hierop kunnen de woorden: "verlenen elkaar over en weer volledige finale kwijting" niet anders worden begrepen dan dat partijen na uitvoering van de afspraken in de vaststellingsovereenkomst voor eens en altijd, ook op het punt van hun mogelijke rechten en verplichtingen uit hoofde van de arbeidsovereenkomst, juridisch en feitelijk afscheid van elkaar nemen.

4.8.

Gelet op het voorgaande komt de kantonrechter tot het oordeel dat de vorderingen van [A] afstuiten op het in de vaststellingsovereenkomst neergelegde finale kwijtingsbeding en daarom zullen worden afgewezen. Hetgeen Expert overigens tot haar verweer heeft aangevoerd kan daarmee als niet langer terzake doende onbesproken blijven.

4.9.

[A] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten aan de zijde van Expert worden vastgesteld op € 1.200,00 (2,5 punten x tarief € 480,00) wegens salaris gemachtigde.

5 Beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

veroordeelt [A] in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van Expert vastgesteld op € 1.200,00;

5.3.

verklaart dit vonnis voor zover het de kostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. E.Th.M. Zwart-Sneek, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 mei 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 413