Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2019:1909

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
03-05-2019
Datum publicatie
06-05-2019
Zaaknummer
18/136317-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft verdachte terzake belaging, mishandeling, het niet houden aan een gedragsaanwijzing, vernieling, diefstal en het wederechtelijk binnendringen van een woning veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden en een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid. Deze maatregel houdt in dat verdachte gedurende drie jaren op geen enkele wijze contact mag opnemen met zijn ex-vrouw, zijn dochter en een ex-vriendin en een locatieverbod voor een wijk in Sneek. Daarnaast moet verdachte schadevergoeding aan de benadeelde partijen betalen.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van twee jaren schuldig gemaakt aan belaging van zijn ex-vrouw. Verdachte is zelfs onrechtmatig de woning van zijn ex-vrouw binnengedrongen en heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal. Daarnaast heeft verdachte zich niet gehouden aan de hem gegeven gedragsaanwijzing, heeft hij zijn (ex-)vriendin mishandeld en heeft hij de autoband van een voormalige buurman lek gestoken. Verdachte heeft met de door hem gepleegde strafbare feiten veel angst veroorzaakt bij de aangevers. Bovendien heeft de belaging van zijn ex-vrouw een grote impact op haar leven en dat van haar kinderen gehad.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 63
Wetboek van Strafrecht 138
Wetboek van Strafrecht 184a
Wetboek van Strafrecht 285b
Wetboek van Strafrecht 300
Wetboek van Strafrecht 311
Wetboek van Strafrecht 350
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/136317-18

ter terechtzitting gevoegde parketnummers 18/266963-18 en 18/083021-18

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 3 mei 2019 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1958 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [straatnaam] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting 19 april 2019.

Ter terechtzitting van 19 april 2019 is verdachte niet verschenen. Wel is verschenen

mr. B.P.M. Canoy, advocaat te Leeuwarden, die heeft verklaard niet uitdrukkelijk tot de verdediging gemachtigd te zijn. Tegen de niet verschenen verdachte is verstek verleend.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H. Mous.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

parketnummer 18/136317-18:

1.

hij in de periode, meermalen, op verschillende tijdstippen, gelegen in de periode van maart 2016 tot en met april 2018, te Sneek, gemeente Súdwest-Fryslân, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke

levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , door

- zich veelvuldig en geruime tijd in de (onmiddellijke) nabijheid van de woning van die [slachtoffer 1] op te houden,

- veelvuldig die [slachtoffer 1] te volgen en/of te observeren, en/of

- zich (onbevoegd) de toegang tot de woning (aan de [straatnaam] ) te verschaffen,

met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;

2.

hij in of omstreeks de maand februari 2018, te Leeuwarden, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door haar te slaan op het gezicht, althans het lichaam;

parketnummer 18/266963-18:

1.

hij op of omstreeks 14 juli 2018 te Nederland, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met de gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 29 april 2018 gegeven door de officier van justitie in het arrondissement Noord-Nederland kort weergegeven inhoudende dat hij, verdachte, geen contact mag opnemen of hebben met [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] , door (telefonisch) contact op te nemen met die [slachtoffer 3] (door haar op te bellen);

2.

hij op of omstreeks 31 juli 2018 te Leeuwarden opzettelijk en wederrechtelijk de autoband(en) van een personenauto (kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 4] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

parketnummer 18/083021-18

1.

hij op of omstreeks 23 april 2018 te Sneek, gemeente Súdwest-Fryslân een (Indonesisch) kookboek, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik te maken van een huissleutel;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 23 april 2018 te Sneek, gemeente Súdwest-Fryslân een (Indonesisch) kookboek, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2.

hij op of omstreeks 23 april 2018 te Sneek, gemeente Súdwest-Fryslân in de woning, het besloten lokaal en/of het erf, aan het adres [straatnaam] , bij een ander, te weten bij [slachtoffer 1] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen;

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het ten laste gelegde onder parketnummer 18/136317-18 feit 1. en 2. , parketnummer 18/266963-18 feit 1. en 2. en parketnummer 18/083021-18 feit 1. primair en 2.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

parketnummer 18/136317-18 feit 1

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 8 mei 2018, opgenomen op pagina 11 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer

PL0100-2018192233 d.d. 24 juli 2018, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] :

Ik doe aangifte van stalking, smaad en laster. Op 15 maart 2016 heb ik een brief verzonden aan [verdachte] dat ik geen contact meer met hem wilde hebben. Verder heb ik hem meegedeeld dat ik niet meer lastig gevallen wilde worden door hem en ik hem niet meer in of om mijn woning in Sneek wilde hebben. [verdachte] bleef echter veelvuldig om en nabij mijn woning komen. In juni 2016 was [verdachte] aan de deur geweest bij mijn woning aan de [straatnaam] in Sneek. In juli 2016 hoorde ik van mijn vriendin, die op mijn huis paste, dat zij [verdachte] regelmatig door de steeg achter mijn woning ziet lopen en dat hij alles in de gaten houdt. In februari 2017 ontving ik een brief van [verdachte] . Ik zag [verdachte] op een zondag aan komen rijden achter mijn woning. Er volgde weer een tijd van veelvuldig stalkgedrag door [verdachte] , waarbij hij om en in de nabijheid van mijn woning in Sneek was. Mij en de kinderen maakt dit onrustig en wij hebben steeds het gevoel om ons heen te moeten kijken. Met zijn gedrag beheerst hij ons leven. Eind juni 2017 nam [verdachte] weer contact op en heb ik hem weer duidelijk gemaakt dat ik niet wil dat hij ons lastig valt. Eind februari 2018 valt het mij op dat [verdachte] weer door onze straat en wijk in Sneek rijdt. Op 23 april 2018 is [verdachte] in mijn woning geweest met een niet ingeleverde of gekopieerde huissleutel. Hij heeft sinds januari 2015 geen rechten meer om zonder toestemming in mijn woning te komen. Ondanks de scheiding kom ik niet los van [verdachte] en zijn gedrag en is hij minstens één of twee keer per week of vaker rondom mijn woning. Ik zie regelmatig zijn auto langzaam de straat inrijden en voor mijn woning stoppen. Ook loopt hij door de steeg achter mijn woning. Via mijn dochter [slachtoffer 3] probeert hij met een smoes de woning binnen te komen. Ik kijk steeds om mij heen of ik hem zie in de omgeving. [verdachte] maakt het dat mijn woning niet eens meer veilig aanvoelt. Ik ben bang voor de gevolgen, omdat hij niet stopt. Mijn kinderen hebben ook last van zijn gedrag en merken aan mij dat ik er kapot aan ga. Ik heb hem meerdere keren aangegeven dat hij moet stoppen. Dit doet [verdachte] niet.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 30 mei 2018, opgenomen op pagina 45 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 3] :

In april van dit jaar stond mijn vader in één keer in huis. Het is vervelend dat hij door de wijk rijdt. Hij vertoont sowieso raar stalkingsgedrag.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 6 juni 2018, opgenomen op pagina 50 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 1] :

Ik heb [verdachte] meerdere keren door de straat van [slachtoffer 1] zien rijden. Dat gaat al jaren zo. Hij had daar op dat moment niets te zoeken.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 13 juni 2018, opgenomen op pagina 54 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 2] :

Ik heb gezien dat mijn vader om het huis heen liep in Sneek. Ik heb mijn vader geconfronteerd met zijn gedrag en het blijkt gewoon pestgedrag te zijn. Mijn moeder heeft veel stress van zijn gedrag.

Ten aanzien van het onder 1. tenlastegelegde overweegt de rechtbank als volgt.

Bij de beoordeling of sprake is van belaging als bedoeld in art. 285b, eerste lid, Sr zijn verschillende factoren van belang: de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer.

De rechtbank stelt op grond van de tot het bewijs gebruikte bewijsmiddelen de volgende feiten en omstandigheden vast.

Verdachte is gedurende langere tijd meermalen in zijn auto door de straat van aangeefster gereden en gestopt om haar in de gaten te houden. Verdachte heeft zich ook zonder reden opgehouden in de steeg achter de woning van aangeefster. Daarnaast probeerde verdachte via de kinderen de woning binnen te komen en is hij zelfs, met een onrechtmatig in zijn bezit zijnde huissleutel, de woning van aangeefster binnengedrongen. Zelfs nadat aangeefster verdachte meermalen, zowel schriftelijk en mondeling, heeft laten weten dat hij moest stoppen met zijn hinderlijke gedrag, is verdachte steeds doorgegaan.

De rechtbank is van oordeel dat de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de hiervoor vastgestelde gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer - naar objectieve maatstaven bezien - zodanig zijn geweest dat van een stelselmatige inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer sprake is geweest.

De rechtbank acht daarmee bewezen dat de verdachte zich aan de ten laste gelegde belaging schuldig heeft gemaakt.

parketnummer 18/136317-18 feit 2

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 31 mei 2018, opgenomen op pagina 68 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 2] :

Ik doe aangifte van mishandeling gepleegd in februari 2018 te Leeuwarden. Ik zag dat [verdachte] mij met de vlakke rechterhand een slaande beweging maakte en mijn gezicht raakte. Ik voelde een hevige pijn ter hoogte van mijn linkerkaak. Ik heb daarna een week veel pijn gehad aan mijn linkerkaak.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 5 juni 2018, opgenomen op pagina 71 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 3] :

In februari 2018 te Leeuwarden zag ik dat [verdachte] met zijn handpalm krachtig uithaalde richting mijn moeder haar gezicht en haar raakte tegen haar linkerkaak.

parketnummer 18/266963-18 feit 1

1. Een schriftelijk bescheid, te weten een gedragsaanwijzing ter beëindiging van ernstige overlast d.d. 29 april 2018, opgenomen op pagina 39 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2018204727, voor zover inhoudend:

Dat verdachte [verdachte] voor een periode van 90 dagen t/m 27 juli 2018 geen contact op zal nemen of hebben met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] . Deze gedragsaanwijzing is op

29 april 2018 in persoon uitgereikt aan [verdachte] .

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 juli 2018, opgenomen op pagina 38 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :

Kwam [slachtoffer 3] op 3 juli 2018 aan het bureau. Na ontslag van haar vader [verdachte] uit de PI Lelystad op 29 juni 2018 wordt [slachtoffer 3] iedere dag twee of drie keer gebeld door een anonieme beller. [slachtoffer 3] weet eigenlijk wel zeker dat het haar vader is. [slachtoffer 3] vindt het heel vervelend want zij wil niks meer met haar vader te maken hebben.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen met bijlage d.d. 26 juli 2018, opgenomen op pagina 35 van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] :

Op 24 juli 2018 heb ik de officier van justitie verzocht om van geselecteerde telecomaanbieders de historische verkeersgegevens te vorderen waarbij gebruik is gemaakt van een mobiele telefoon met IMEI [nummer] . Periode verkeersgegevens van

29 juni 2018 t/m 24 juli 2018. Deze mobiele telefoon was op dat moment in bezit van verdachte [verdachte] en is op 24 juli bij verdachte [verdachte] in beslag genomen.
Op 25 juli ontving ik van telecomaanbieder T-Mobile Nederland deze historische verkeersgegevens mobiele telefonie. Uit deze verkeersgegevens blijkt dat genoemde mobiele telefoon op 14 juli 2018 van 21:38:00 tot 21:38:41 uur contact heeft gehad met het mobiele telefoonnummer [mobielnummer] . Dit mobiele telefoonnummer is in gebruik bij de dochter van verdachte [verdachte] , zijnde [slachtoffer 3] .

parketnummer 18/266963-18 feit 2

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 31 juli 2018, opgenomen op pagina 48 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer

PL0100-2018204727 d.d. 15 augustus 2018, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 4] :

Ik doe aangifte van vernieling van de rechterachterband van mijn voertuig met kenteken

[kenteken] op 31 juli 2018 te Leeuwarden.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 31 juli 2018, opgenomen op pagina 50 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van

[getuige 4] :

Op 31 juli 2018 stond ik voor het raam op de eerste verdieping van mijn woning in Leeuwarden. Ik zag dat [verdachte] uit zijn auto stapte en richting de steeg liep. Na 20 minuten zag ik [verdachte] terugkomen en wegrijden. Toen hij de straat uitreed hoorde ik een sisgeluid van een leeg lopende band.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 31 juli 2018, opgenomen op 52 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 5] :

Op 31 augustus 2018 keek ik uit het dakraam van mijn woning te Leeuwarden. Ik zag een man bij de rechterachterkant van de auto van mijn buurman staan. Ik herkende deze man als [verdachte] . Op het moment dat [verdachte] wegliep bij de auto hoorde ik een sisgeluid van een leeg lopende band. Ik zag dat [verdachte] de enige persoon was in de buurt van de auto.

Ten aanzien van feit 2 overweegt de rechtbank als volgt. Verdachte ontkent de vernieling te hebben gepleegd. Hij stelt niet aan de [straatnaam] te zijn geweest. De rechtbank acht deze verklaring van verdachte ongeloofwaardig. Verdachte heeft in de straat van aangever gewoond. De getuigen herkennen de man die zij hebben gezien als hun voormalige buurman [verdachte] . Getuige [getuige 4] heeft het voor de zekerheid ook nog aan zijn vrouw gevraagd. Zij bevestigde dat de man inderdaad [verdachte] was. Het kan dan ook niet anders dan de man die de getuigen hebben gezien verdachte is geweest. Uit de aangifte blijkt dat de rechterautoband van de auto lek was gestoken. Getuige [getuige 5] ziet verdachte bij de rechterachterkant van de auto van de buurman staan. Kort daarna hoort deze getuige een sissend geluid. Nu er verder geen andere personen in de omgeving zijn gezien, kan het niet anders dan dat het verdachte is geweest die de autoband van de auto van aangever heeft lek gestoken. Bovendien heeft aangever verklaard een conflict met verdachte te hebben gehad.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de autoband van aangever [slachtoffer 4] heeft vernield.

parketnummer 18/083021-18 feit 1 primair en 2

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 29 april 2018, opgenomen op pagina 33 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2018099198, d.d. 4 mei 2018, inhoudende als verklaring van verdachte:

Op 23 april 2018 ben met een sleutel die ik nog bleek te hebben de woning in Sneek binnen gegaan. Ik heb geen toestemming gevraagd.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 23 april 2018, opgenomen op pagina 26 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van

[slachtoffer 1] :

Op 23 april 2018 werd ik gebeld door mijn dochter dat zij haar vader, [verdachte] , in mijn woning aan de [straatnaam] in Sneek had overlopen. [verdachte] heeft totaal geen recht of toestemming om in de woning te zijn. Ik heb de woning bekeken en mis een Indonesisch kookboek.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 23 april 2018, opgenomen op pagina 28 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 3] :

Ik ging vandaag op 23 april 2018 naar huis aan de [straatnaam] te Sneek. Ik zag dat mijn vader [verdachte] in de woning stond. Ik zag vervolgens dat mijn vader een kookboek pakte en zei dat hij een kookboek kwam halen. Ik vroeg aan mijn vader hoe hij binnen kwam en hij liet mij een sleutel zien.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht parketnummer 18/136317-18 de feiten 1 en 2, parketnummer 18/266963-18 de feiten 1 en 2 en parketnummer 18/083021-18 de feiten 1. primair en 2 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

parketnummer 18/136317-18

1.

hij meermalen op verschillende tijdstippen gelegen in de periode van 15 maart 2016 tot en met april 2018 te Sneek, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , door

- zich veelvuldig en geruime tijd in de onmiddellijke nabijheid van de woning van die [slachtoffer 1] op te houden,

- veelvuldig die [slachtoffer 1] te observeren, en

- zich onbevoegd de toegang tot de woning aan de [straatnaam] te verschaffen, met het oogmerk die [slachtoffer 1] vrees aan te jagen;

2.

hij in de maand februari 2018, te Leeuwarden, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door haar te slaan op het gezicht;

parketnummer 18/266963-18

1.

hij op 14 juli 2018 te Nederland, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met de gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 29 april 2018 gegeven door de officier van justitie in het arrondissement Noord-Nederland kort weergegeven inhoudende dat hij, verdachte, geen contact mag opnemen of hebben met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] , door (telefonisch) contact op te nemen met die [slachtoffer 3] door haar op te bellen;

2.

hij op 31 juli 2018 te Leeuwarden opzettelijk en wederrechtelijk de autoband van een personenauto (kenteken [kenteken] ), dat aan [slachtoffer 4] toebehoorde heeft vernield;

parketnummer 18/083021-18:

1. primair:

hij op 23 april 2018 te Sneek een Indonesisch kookboek, geheel toebehoorde aan [slachtoffer 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel;

2.

hij op 23 april 2018 te Sneek, in de woning aan het adres [straatnaam] , bij een ander, te weten bij [slachtoffer 1] , in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

parketnummer 18/136317-18:

1. belaging;

2. mishandeling;

parketnummer 18/266963-18:

1. opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering;

2. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander

toebehoort, vernielen;

parketnummer 18/083021-18

1. primair diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van valse sleutels;

2. in een woning bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de feiten wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden. Omdat de vrees bestaat dat verdachte wederom contact zal opnemen met de aangevers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] heeft de officier van justitie gevorderd dat een locatie- en contactverbod voor de duur van drie jaren met de aangevers zal worden opgelegd (art. 38v Wetboek van Strafrecht). De officier van justitie eiste dat bij iedere overtreding een week hechtenis zal volgen. De officier van justitie heeft tot slot gevorderd dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar zal wordt verklaard.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de rapportages van de reclassering en de psycholoog, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van twee jaren schuldig gemaakt aan belaging van zijn ex-vrouw. Ondanks dat zijn ex-vrouw op verschillende momenten aan verdachte te kennen heeft gegeven met rust gelaten te willen worden, heeft dit de verdachte er niet van weerhouden om zich steeds ongewenst in de nabijheid van haar woning te begeven om haar te observeren. Verdachte is zelfs onrechtmatig de woning van zijn ex-vrouw binnengedrongen en heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van een kookboek. Daarnaast heeft verdachte zich niet gehouden aan de hem gegeven gedragsaanwijzing door het contactverbod met zijn dochter te overtreden, heeft hij zijn (ex-)vriendin mishandeld en heeft hij de autoband van een voormalige buurman lek gestoken. Verdachte heeft met de door hem gepleegde strafbare feiten veel angst veroorzaakt bij de aangevers. Bovendien heeft de belaging van zijn ex-vrouw een grote impact op haar leven en dat van haar kinderen gehad. De rechtbank neemt dit verdachte zeer kwalijk.

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor belaging. Verdachte heeft niet mee willen werken aan de voorlichtingsrapportages van de reclassering en de psycholoog en derhalve geen inzicht gegeven in zijn persoonlijke omstandigheden. De reclassering heeft in haar rapport geadviseerd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte op te leggen.

De rechtbank is op grond van de ernst van de bewezen verklaarde feiten, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, overeenkomstig de eis van de officier van justitie, passend en geboden is.

Gelet op de aard van de strafbare feiten en het verloop ervan, zal de rechtbank, zoals gevorderd, ter voorkoming van strafbare feiten een maatregel opleggen strekkende tot beperking van de vrijheid inhoudende dat verdachte gedurende drie jaren op geen enkele wijze -direct of indirect- contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] ,

[slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] . Ook zal worden bepaald dat verdachte zich niet zal ophouden in de wijk [naam] in Sneek.

De rechtbank zal de officier van justitie niet volgen in het opleggen van een locatieverbod ten aanzien van het slachtoffer [slachtoffer 2] . De rechtbank acht in dit geval een contactverbod een voldoende waarborg ter voorkoming van recidive.

Gezien de aard van de feiten die zijn bewezenverklaard en de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd, houdt de rechtbank er ernstig rekening mee dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend zal gedragen jegens [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en

[slachtoffer 2] . De rechtbank zal daarom de vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar verklaren.

Benadeelde partij

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
1. [slachtoffer 1] , tot een bedrag van € 38,75 ter zake van materiële schade en € 1.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
2. [slachtoffer 2] , tot een bedrag van € 300,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
3. [slachtoffer 4] , tot een bedrag van € 92,86 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] integraal voor toewijzing vatbaar zijn, vermeerderd met wettelijke rente en onder oplegging van de schadevergoedings-maatregel.

Oordeel van de rechtbank

1. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij

[slachtoffer 1] de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder parketnummer 18/136317-18 feit 1. bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 15 maart 2018.

Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

2. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij

[slachtoffer 2] de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder parketnummer 18/136317-18 feit 2. bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 februari 2018.

Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

3. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij

[slachtoffer 4] de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder parketnummer 18/266963-18 feit 2. bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 31 juli 2018.

Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 38v, 38w, 57, 63, 138, 184a, 285b, 300, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder parketnummer 18/136317-18 feit 1. en 2., parketnummer 18/266963-18 feit 1. en 2. en het onder parketnummer 18/083021-18 feit 1. primair en 2. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Legt aan de veroordeelde op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid, zoals bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, en beveelt dat de veroordeelde voor de duur van 3 jaren:

- op geen enkele wijze -direct of indirect- contact zal opnemen, zoeken of hebben met

[slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 1967 te [geboorteplaats], [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] en [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 1960 te [geboorteplaats];

- zich niet zal ophouden in de wijk [naam] te Sneek, zoals aangegeven op de aan dit vonnis gehechte plattegrond.

Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van de vervangende hechtenis bedraagt één week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden.

Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.

Beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Ten aanzien van 18/136317-18, feit 1:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1.138,75 (zegge: éénduizendhonderdachtendertig euro en vijfenzeventig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 maart 2016.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 1] te betalen een bedrag van € 1.138,75 (zegge: éénduizendhonderdachtendertig euro en vijfenzeventig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 maart 2016, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 21 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 138,75 aan materiële schade en aan €1.000,00 immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Ten aanzien van 18/136317-18, feit 2:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 300,00 (zegge: driehonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2018.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 2] te betalen een bedrag van € 300,00 (zegge: driehonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2018, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 6 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 300,00 aan immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Ten aanzien van parketnummer 18/266963-18, feit 2:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 92,86 (zegge: tweeënnegentig euro en zesentachtig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 juli 2018.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 4] te betalen een bedrag van € 92,86 (zegge: tweeënnegentig euro en zesentachtig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 juli 2018, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 92,86 aan materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.C. Koelman, voorzitter, mr. A.H.M. Dölle en mr. E.P. van Sloten, rechters, bijgestaan door C. Vellinga-Terpstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 mei 2019.

Mr. Van Sloten is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.