Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2019:1107

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
20-03-2019
Datum publicatie
27-03-2019
Zaaknummer
C/17/161358 / HA ZA 18-144
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Aanbesteding

WMO vervoer. Uitleg aanbestedingsstukken in kader uitvoering overeenkomst.

Kortste route per cliënt bij combiritten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaaknummer / rolnummer: C/17/161358 / HA ZA 18-144

Vonnis van 20 maart 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NOOT TOURINGCAR EDE B.V.,

gevestigd te Ede,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. P.F.C. Heemskerk te Amsterdam,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE LEEUWARDEN,

zetelend te Leeuwarden,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. W.E.M. Klostermann te Zwolle.

Partijen zullen hierna Noot en de Gemeente genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 5 september 2018, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie,

  • -

    het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 5 februari 2019,

  • -

    de brief van de Gemeente van 18 februari 2019,

  • -

    de brief van Noot van 1 maart 2019.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De Gemeente heeft het leerlingenvervoer en het collectief vervoer Wmo gedurende de periode van 1 augustus 2016 tot en met 31 december 2017 aanbesteed. Daartoe is een zogenoemd Begeleidend document ten behoeve van Europese Openbare

digitale Aanbesteding Collectief vervoer opgesteld, gedateerd 16 oktober 2015.

2.2.

Het Begeleidend document luidt onder meer:

6.6

Beoordeling Prijs/Kwaliteit

Naast de beoordeling van de kwaliteit zal de uiteraard ook de (vergelijkings)prijs worden beoordeeld. Alleen prijzen die volledig zijn ingediend volgens het prijsmodel (Zie xls format in Negometrix) worden beoordeeld. Het eindtotaal van de prijslijst geeft een gewogen prijs aan, waarbij alle staffels bij elkaar opgeteld worden. De formule hoe de gewogen prijs per staffel berekend wordt luidt als volgt:

(..)

• De toepassing van het gestaffelde tarief in de werkelijke uitvoering na contractering is als volgt. In de maandelijkse facturen wordt uitgegaan van het geoffreerde tarief in de staffel 400.000 tot 600.000 kilometer (cel C7). In de maand januari na uitvoering van een contractjaar, worden het totaal werkelijk gereden kilometers gezamenlijk door de opdrachtnemer en opdrachtgever vastgesteld. In het geval dat het totaal aantal gereden kilometers binnen een andere staffel past dan de staffel 400.000 tot 600.000 kilometer, zal verrekening plaatsvinden volgens het geoffreerde tarief behorende bij de werkelijke staffel (kolom C). De werkelijke verrekening van het tarief vind plaats op basis van 1 tarief behorende bij de staffel bij het totaal aantal werkelijk gereden kilometers. De tarifering wordt dus niet gestapeld toegepast, zoals dit bij de toepassing van fiscale inkomstenbelasting wordt toegepast.

2.3.

Bijlage 4 bij het Begeleidend document betreft een 'lijst van eisen'.

Daarin is onder meer vermeld:

Algemene eisen

1. Inschrijver gaat zonder voorbehoud akkoord met bijlage 5A concept overeenkomst.

(..)

6. Het aantal kilometers dat gereisd wordt, wordt bepaald aan de hand van de voor het verkeer opengestelde verharde wegen. Hierbij is altijd de directe en kortste route bepalend, van het adres van vertrek naar het adres van bestemming. Vanwege wegwerkzaamheden of andere calamiteiten zoals een wegafsluiting vanwege een ongeluk kan hier in overleg met de gemeente per individuele situatie van worden afgeweken.

Routeplanner

Een routeplanner zal worden geaccordeerd als deze, in tegenstelling tot (bijvoorbeeld) Google Maps, altijd consistente ritafstanden berekent. De routeplanner dient als instelling te hebben de kortste route. De gemeente Leeuwarden wil inschrijvers de vrijheid bieden om een routeplanner te gebruiken die goed aansluit op de

bedrijfsvoering. Routeplanners die geaccordeerd zullen worden zijn o.a.: ANWB Routeplanner en Easy Travel. Bij het hanteren van een (andere) routeplanner dient deze vooraf, na overleg, geaccordeerd te:

worden door de gemeente Leeuwarden. Tijdens dit overleg dient de inschrijver aan te tonen welke risico’s het voorgestelde systeem kent en in welke mate het systeem de ritafstanden consistent berekent. Indien de gemeente Leeuwarden zich niet kan vinden in de voorgestelde routeplanner, dient gebruik gemaakt te worden van de ANWB routeplanner of Easy Travel.

Er mag worden gecombineerd wanneer het ofwel dezelfde klant betreft ofwel dezelfde doelgroep. Onder dezelfde doelgroep wordt niet het vervoer van en naar dagbesteding verstaan. Voor het vervoer van en naar dagbesteding zijn aparte overeenkomsten afgesloten.

7. Voor de managementrapportage Vervoer gemeente Leeuwarden dient u periodiek de volgende gegevens op te leveren:

A. Ritten

1. Totaal aantal ritten per maand

2. Gemiddeld aantal ritten per dag

3. Totaal aantal ritten in aanwezigheid van geïndiceerde begeleiding per maand

4. Totaal aantal ritten van cliënten die een indicatie voor de taxi zitten hebben per maand

5. Totaal aantal ritten van cliënten die zich verplaatsen in een rolstoel of een scootmobiel per maand

6. Aantal ritten no show per maand

B. Kilometers

7. Totaal aantal kilometers aan ritten per maand

8. Totaal aantal declarabele kilometers per maand

9. Gemiddelde ritlengte

(..)

2.4.

De Nota van Inlichtingen luidt onder meer:

32. Afwijking van directe en kortste route 1.2.1. 13 nov 2015 12:04

Vraag: Stel bij de rituitvoering dient er omgereden te worden door tijdelijke afsluiting van de weg.

Hierdoor ontstaat een afwijking (of kan een afwijking ontstaan) ten opzichte van de vooraf met de routeplanner berekende kortste route. A) Dient deze afwijking in dergelijke gevallen ook doorberekend te worden in de eigen bijdrage die de reiziger dient te betalen? B) Of dient de eigen bijdrage te allen tijde (en dus ook in geval van afwijkingen) gebaseerd te zijn op de kortste route via de routeplanner?

C) Betaalt in dergelijke gevallen alleen de opdrachtgever meer voor de rit?

Uw antwoord op 12 nov 2015 14:39

Wanneer er door een tijdelijke afsluiting van de weg omgereden moet worden, en derhalve niet de kortste route gereden kan worden, dient deze afwijking niet doorberekend te worden in de eigen bijdrage die de reiziger betaalt. Alleen de opdrachtgever betaalt in dergelijke gevallen meer voor de rit. De kortste route dient dus te allen tijde in rekening gebracht te worden bij de cliënt.

(..)

61. Staffel 400.000 - 600.000 Algemeen 18 nov 2015 15:51

Vraag: Op pagina 20 van het begeleidend document geeft u aan dat het waarschijnlijk is dat het aantal kilometers in de staffel 400.000-600.000 zal vallen.

Gaat u dan uit van een volledig jaar, of in 2016 van 10 maand en in 2017 van 7 maand?

Ter verduidelijking: met de rittenoverzichten die wij nu tot onze beschikking hebben, is er in 2014 827762

kilometer gereden en zal het aantal kilometers ook in 2015 boven de 800.000 kilometer uitkomen.

Aangezien er in het begeleidend document ook wordt aangegeven, dat het niet duidelijk is of het aantal

kilometers zal stijgen of dalen, zou de staffel 600.000 - 800.000 kilometer eerder aangemerkt dienen te worden als waarschijnlijk en daarbij logischerwijs ook het hoogste gewicht zou moeten hebben.

Uw antwoord op 18 nov 2015 12:27

U heeft gelijk, zie bijlage inschrijfformulier versie 2. Opdrachtgever gaat uit van 10 maanden in 2016 en 7 maanden in 2017. De Opdrachtgever gaat het gewicht van de statfels 400.000-600.000 én 600.000-800.000 aanpassen. Het gewicht wordt bij beide staffels 40.

Bij het gebruik van de staffel 600.000-800.000 verwacht de Opdrachtgever dat dit aantal kilometers in de tien maanden in 2016 worden gereden.

Bij het gebruik van de staffel 400000 - 600.000 gaat de Opdrachtgever uit van de verwachting voor de zeven maanden die in 2017 zullen worden gereden.

Een maand na het verstrijken van een vervoersperiode in een kalenderjaar wordt gekeken hoeveel kilometers er daadwerkelijk verreden zijn en wordt op deze wijze afgerekend conform het gehanteerde tarief binnen de staffel.

(..)

64. NVI 1 Vraag 25 Algemeen 18 nov 2015 15:51

Vraag: Het is voor zowel de gemeente als voor ons als inschrijver van belang dat de getallen die wij als uitgangspunt moeten hanteren juist zijn.

Bij controle van de data lijkt het aantal unieke reizigers per maand gebaseerd te zijn op de gereden, geannuleerde en loosgemelde ritten. Hierdoor is gemiddeld aantal ritten per dient onjuist.

Ook het gemiddeld aantal kilometers per dient per maand lijkt onjuist.

Hierdoor wordt de indruk gewekt dat het gemiddeld aantal kilometers per rit anders is dan hij werkelijk is.

Hierdoor ontstaat voor inschrijvers een onjuist beeld en een ongelijk speelveld tussen ons en de andere

inschrijvers.

Als voorbeeld geef ik u Februari 2015. De juiste aantallen zijn

Totaalaantalritten exclusief eventuele loosmeldingen en/of annuleringen: 11582

Aantal clienten: 1677

Aantal clienten exclusief eventuele loosmeldingen en/of annuleringen: 1650

gemiddelde aantal gebruikte kilometers per cliënt per maand: 36,3

Februari staat niet op zich het probleem is structureel aanwezig. Bij het gemiddeld aantal cliënten per maand lijkt het er sterk op dat u heeft gerekend met een getal inclusief btw terwijl dit exclusief zou moeten zijn. In de uitwerking geeft dit een resultaat welke in ieder geval de km's per cliënt 6% (verschil in en ex btw) te rooskleurig wordt voorgesteld. Dit heeft grote gevolgen voor een kostprijsberekening.

Wij verzoeken u een juiste tabel te verstrekken zodat de uitgangspunten voor alle inschrijvers gelijk zijn.

Uw antwoord op 18 nov 2015 12:35 :

Bij de totstandkoming van de aangeleverde data is één op één gebruik gemaakt van de factuuroverzichten van de huidige vervoerder. Deze data geven een indicatie van de vervoersstromen en hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. Elke inschrijver dient gebruik te maken van de gegevens in de genoemde bijlage, op deze manier ontstaat er een gelijk speelveld.

Een maand na het verstrijken van een vervoersperiode in een kalenderjaar wordt gekeken hoeveel kilometers er daadwerkelijk verreden zijn en wordt op deze wijze afgerekend conform het gehanteerde tarief binnen de staffel. Kortom er is altijd sprake van facturering op basis van werkelijk gereden aantal kilometers.

2.5.

De opdracht is gegund aan Noot. De overeenkomst tot collectief vervoer is gesloten op 22 november 2016, met terugwerkende kracht vanaf 1 augustus 2016.

De overeenkomst luidt onder meer:

Artikel 2 Onderwerp van de overeenkomst; opdrachtverlening

2.1.

Opdrachtgever verklaart hierbij opdracht te verlenen aan opdrachtnemer tot:

De omschrijving van de dienst kan als volgt worden weergegeven: de regie en de uitvoering van het vervoer van reizigers met een Wmo indicatie, van deur tot deur. Met regie wordt bedoeld het opstellen van de ritplanning, de ritregistratie, het afhandelen van klachten en het verschaffen van informatie richting de gemeente en de inwoners van de aanbestedende dienst. Onder uitvoering wordt verstaan het vervoeren van reizigers, waarbij aan het Programma van Eisen wordt voldaan zulks met inachtneming van alle hierna in artikel 3 genoemde documenten;

welke opdrachtverlening de opdrachtnemer hierbij aanvaardt.

(..)

Artikel 3 Strijdigheid van documenten

De onderhavige overeenkomst en de navolgende bijlagen vormen gezamenlijk de gehele overeenkomst. Voor zover de bijlagen met elkaar in tegenspraak zijn, prevaleert de eerder genoemde bijlage boven de later genoemde. De onderhavige overeenkomst prevaleert te allen tijde boven de bijlagen.

1) Nota van Inlichtingen (NvI) d.d. 18 november 2015;

2) Het beschrijvend document d.d. 16 oktober met kenmerk 2015/16810;

3) De Inkoopvoorwaarden Leeuwarden 2014;

4) De door opdrachtnemer aan opdrachtgever uitgebrachte inschrijving van d.d. 25 november 2015.

De onder 1 t/m 4 genoemde stukken zijn allen als bijlagen aan deze overeenkomst gehecht en vormen daarmee een onlosmakelijk geheel.

(..)

Artikel 7 Prijs

Prijsmodel aanbesteding Collectief vervoer gemeente Leeuwarden

Product Gewicht Tarief

Kilometertarief collectief vervoer in de staffel 0 tot 400.000 kilometer 10 € 2,20

Kilometertarief collectief vervoer in de staffel 400.000 lot 600.000 kilometer 40 € 2,02

Kilometertarief collectief vervoer in de staffel 600.000 tot 800.000 kilometer 40 € 2,02

Kilometertarief collectief vervoer in de staffel groter dan 800.000 tot 1.000.000 kilometer 10 € 2,02

(..)

2.6.

Noot heeft het vervoer verzorgd vanaf 1 augustus 2016. Zij heeft telkens op de laatste dag van elke maand de kosten van het vervoer gedeclareerd bij de Gemeente.

Noot heeft daarbij het tarief van € 2,20 per kilometer toegepast (0-400.000 km). De gereden kilometers heeft zij verantwoord op zogenoemde rittenbakken. Op de rittenbakken is in een van de kolommen (Kilometers EB) de kortste route per persoon vermeld (tussen huisadres en bestemming) en in een andere kolom (Werkelijke KM) het aantal werkelijke kilometers dat Noot volgens haar opgaaf per persoon heeft gereden.

2.7.

De facturen van Noot over de maanden augustus, september en oktober 2016 heeft de Gemeente betaald. De facturen over de maanden vanaf november 2016 heeft de Gemeente in eerste instantie niet betaald.

2.8.

Bij e-mail van 9 maart 2017 heeft de Gemeente aan Noot onder meer meegedeeld:

Wij gaan direct over tot betaling van de facturen over november, december en januari. Voor het deel dat slaat op de kortste afstand volgens de routeplanner.

Wij hebben een probleem met de volledige facturen (verschil werkelijk gereden vs kortste afstand). We zoeken nu uit hoe dit zit en komen hier volgende week op terug.

Partijen hebben vervolgens met elkaar gediscussieerd over het antwoord op de vraag of Noot de werkelijk gereden kilometers in rekening mocht brengen of alleen de kilometers volgens de kortste route per persoon.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

Noot vordert na wijziging van eis, kort gezegd, dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, voor recht zal verklaren dat de Gemeente de daadwerkelijk gereden kilometers moet vergoeden en de Gemeente zal veroordelen tot betaling van

€ 497.852,29, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met rente en kosten.

in reconventie

3.2.

De Gemeente vordert, kort gezegd, dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Noot zal veroordelen tot betaling van € 133.335,75, met rente en kosten.

in conventie en reconventie

3.3.

Partijen voeren verweer tegen elkaars vorderingen.

3.4.

De rechtbank zal de stellingen van partijen hierna bespreken, voor zover die van belang zijn voor de beslissing in deze zaak.

4 Proces-verbaal

4.1.

Naar aanleiding van het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 5 februari 2019 heeft de Gemeente verzocht om aanvulling van het proces-verbaal op twee onderdelen. Noot heeft op het verzoek gereageerd.

4.2.

De Gemeente wenst in de eerste plaats opgenomen te zien dat Noot heeft bevestigd dat er afgerekend diende te worden na het verstrijken van een kalenderjaar. De rechtbank zal het proces-verbaal op dit punt niet aanpassen, omdat de bevestiging al is opgenomen in 2.4 van de spreekaantekeningen van Noot. Die spreekaantekeningen maken deel uit van het proces-verbaal.

4.3.

De Gemeente wil verder dat het proces-verbaal wordt aangevuld met haar verklaring dat 'als het systeem van Noot zou gelden, de gemeente nooit kan vaststellen wat het aantal werkelijk gereden kilometers is en dat de gemeente dus ook nooit voor dit systeem zou hebben gekozen omdat de rechtmatigheid van facturen dan niet vastgesteld kan worden'. Ook deze aanvulling is overbodig, omdat de voorgestelde aanvulling al in iets andere woorden is verwerkt in de verklaringen van mr. Klostermann op de pagina's 2 en 3 van het proces-verbaal.

5 De beoordeling

in conventie

5.1.

Kern van het geschil is de vraag of Noot recht heeft op vergoeding voor kilometers per cliënt op basis van de kortste route tussen huisadres en bestemming of op basis van de werkelijk gereden kilometer tussen huisadres en bestemming. De laatstgenoemde afstand kan afwijken in het geval Noot ritten voor cliënten heeft gecombineerd (combiritten). Noot heeft dan immers in de regel méér kilometers per cliënt gereden, omdat de route mede is bepaald door de adressen waar onderweg andere cliënten moesten worden opgehaald en afgezet. Volgens Noot waren combiritten toegestaan en ging het dus om de kortste route tussen de diverse 'stops' (de huisadressen waar de cliënten tijdens de combirit zijn opgehaald en de bestemmingen). Volgens de Gemeente mocht Noot per cliënt alleen de kilometers declareren volgens de kortste route tussen het huisadres en de bestemming van de cliënt.

5.2.

Het gaat om de uitleg van de tussen partijen gesloten overeenkomst en dus van de aanbestedingsdocumentatie waarop de overeenkomst is gebaseerd. Het gegeven dat de overeenkomst de opdracht betreft die uit hoofde van de aanbesteding aan Noot is gegund, bepaalt de wijze waarop de overeenkomst moet worden uitgelegd. Niet doorslaggevend is wat partijen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs hebben begrepen of mogen begrijpen, maar hoe iedere behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver de desbetreffende bepalingen van de aanbestedingsdocumentatie heeft mogen begrijpen.

Dit brengt mee, anders dan Noot bepleit, dat er in dit geval geen bijzondere betekenis toekomt aan de regel dat bij onduidelijkheid bepalingen in het nadeel van de opsteller kunnen worden uitgelegd.

5.3.

De systematiek van de vergoeding is dat een prijs per kilometer wordt betaald per cliënt. Voor het aantal kilometers is 'altijd de directe en kortste route bepalend, van het adres van vertrek naar het adres van bestemming', zo blijkt uit onderdeel 6 van de Lijst van eisen. Dit uitgangspunt is niet voor misverstand vatbaar. Het uitgangspunt komt overigens ook tot uitdrukking in de verplichting van de vervoerder om in de periodiek voorgeschreven rapportages te onderscheiden naar het totaal aantal kilometers en het totaal aantal declarabele kilometers (onderdeel 7 van de Lijst van eisen).

5.4.

Het was de vervoerder toegestaan ritten te combineren. Dat volgt uit de laatste alinea van onderdeel 6 van de Lijst van eisen. Het komt erop aan of Noot en iedere andere behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver hieruit hebben mogen begrijpen dat ingeval van combiritten niet de kortste route per cliënt bepalend is, maar de werkelijke afstand waarover de cliënt is vervoerd.

5.5.

Combiritten leiden in het algemeen tot meer kilometers. Per cliënt wordt immers vaak 'omgereden' om andere cliënten op te halen en af te zetten. Als de uitleg van Noot juist is, zou de vervoerder door te combineren niet alleen een efficiencyvoordeel kunnen behalen, maar het ook in de hand hebben om de vergoeding per rit per cliënt te verhogen. Bovendien zou de Gemeente in die visie méér moeten betalen voor een combirit dan voor een individuele rit, terwijl de vervoerder voordeel heeft van een combirit. Daar komt bij dat het voor de Gemeente niet aan de hand van de voorgeschreven rapportages te controleren zou zijn of en hoe de vervoerder heeft gecombineerd en of opgaaf van het werkelijk aantal gereden kilometers correct is, en dus of recht bestaat op een hogere vergoeding. Iedere behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver heeft kunnen begrijpen dat een dergelijke uitleg niet voor de hand lag. Dat kan alleen anders zijn indien dergelijke uitleg uitdrukkelijk steun vindt in andere bepalingen van de aanbestedingsdocumentatie.

5.6.

Noot ziet steun voor haar uitleg in paragraaf 6.6 van het Begeleidend document (zie 2.2) en in de antwoorden op de vragen 32, 61 en 64 van de Nota van Inlichtingen (zie 2.4). In die teksten wordt verwezen naar de werkelijk gereden kilometers. Die teksten moeten echter in hun context worden begrepen.

5.7.

Paragraaf 6.6 van het Begeleidend document betreft het kilometertarief. Ook de vragen 61 en 64 van de Nota van Inlichtingen hebben hierop betrekking. Aan de inschrijvers is verzocht op te geven welke vergoeding zij per kilometer in rekening zullen brengen, afhankelijk van het totaal aantal kilometers per jaar (staffel). Bij de maandelijkse facturering mag worden uitgegaan van het kilometertarief dat hoort bij een totaal aantal kilometers van 400.000-600.000 per jaar. Wat het totaal aantal kilometers per jaar is, wordt (uiteraard) na afloop van het jaar vastgesteld, waarna zo nodig verrekening plaatsvindt. Vandaar dat in het kader van de facturering en verrekening wordt gesproken van 'werkelijke' kilometers. Daaruit viel geenszins op te maken dat bij combiritten de werkelijke afstand in rekening mocht worden gebracht.

5.8.

Vraag 32 van de Nota van Inlichtingen betreft de eigen bijdrage indien door een tijdelijke afsluiting van de weg moet worden omgereden. Ook in dat geval bepaalt de kortste route de hoogte van de eigen bijdrage van de cliënt, maar betaalt de Gemeente de meerkosten. Deze vraag zegt niets over de combiritten. In wezen bevestigen de vraag en het antwoord dat de kortste route per cliënt de regel is en dat afwijken daarvan een uitzondering betreft. Daarin kan zeker geen toestemming worden gelezen om bij combiritten van de regel te mogen afwijken.

5.9.

Ook voor het overige is in de aanbestedingsdocumentatie geen steun te vinden voor de uitleg van Noot. Noot heeft dus recht op vergoeding van werkelijk gereden kilometers, voor zover die declarabel zijn.

5.10.

Noot heeft nog aangevoerd dat zij redelijkerwijs erop heeft mogen vertrouwen dat haar uitleg juist was, omdat de eerste facturen zonder protest werden betaald. Dit argument gaat niet op. Het was in de eerste plaats aan Noot om correct te declareren, conform de afspraak die partijen daarover hadden gemaakt. Het enkele feit dat het de Gemeente gedurende een betrekkelijk korte tijd van drie maanden niet was opgevallen dat Noot niet conform de afspraak declareerde, heeft Noot niet redelijkerwijs het vertrouwen kunnen geven dat de Gemeente daarmee instemde. Noot mocht ook niet verwachten dat zij, in strijd met het aanbestedingsrecht, door kortdurende onoplettendheid van de Gemeente een wezenlijke wijziging van de overeenkomst kon bewerkstelligen.

5.11.

Uit het voorgaande volgt dat de vorderingen van Noot moeten worden afgewezen.

5.12.

Noot is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten in conventie dragen. Deze kosten aan de zijde van de Gemeente stelt de rechtbank als volgt vast:

- griffierecht € 3.946,00

- salaris advocaat € 6.198,00 (2 punten x tarief VII)

totaal € 10.144,00

in reconventie

5.13.

De tegenvordering van de Gemeente betreft de verrekening die is vermeld in paragraaf 6.6 van het Begeleidend document, met toepassing van de staffel van artikel 7 van de overeenkomst. Bij de maandelijkse facturering mocht het kilometertarief worden gehanteerd dat hoort bij een totaal aantal kilometers per jaar van 400.000-600.000. Noot heeft echter het tarief toegepast dat hoort bij een totaal aantal kilometers per jaar van 0-400.000. Gebleken is dat Noot in 2017 in totaal 698.919 kilometers heeft gereden die voor vergoeding in aanmerking komen, zodat het kilometertarief moet worden toegepast dat hoort bij een totaal aantal kilometers per jaar van 600.000-800.000. Partijen zijn het erover eens dat de verrekening behoort plaats te vinden.

5.14.

De Gemeente heeft berekend dat aldus € 125.805,42 (698.919 x € 0,18), te vermeerderen met € 7.548,33 aan btw, voor verrekening in aanmerking komt. Noot heeft de hoogte van dit bedrag niet weersproken, zodat de rechtbank daarvan uitgaat. Haar verweer is gebaseerd op argumenten die in conventie al zijn verworpen. Het bedrag is dus toewijsbaar.

5.15.

Noot is ook in reconventie in het ongelijk gesteld en zij zal daarom de proceskosten daarvan voor haar rekening moeten nemen. De kosten aan de zijde van de Gemeente stelt de rechtbank vast op € 1.707,00 voor salaris van de advocaat (2 punten x 0,5 x tarief V).

6 De beslissing

De rechtbank

in conventie

6.1.

wijst de vorderingen af;

6.2.

veroordeelt Noot in de proceskosten, aan de zijde van de Gemeente tot heden vastgesteld op € 10.144,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW met ingang van vijftien dagen na dit vonnis tot de dag van betaling;

6.3.

veroordeelt Noot in de kosten die na dit vonnis ontstaan, begroot op:

- € 246,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW met ingang van vijftien dagen na dit vonnis tot aan de dag van betaling,

- € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis is voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden,

te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW met ingang van veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van betaling;

6.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad wat betreft de proceskostenveroordelingen onder 6.2 en 6.3;

in reconventie

6.5.

veroordeelt Noot tot betaling van € 133.335,75 aan de Gemeente, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 31 mei 2018 tot de dag van betaling;

6.6.

veroordeelt Noot in de proceskosten, aan de zijde van de Gemeente tot heden vastgesteld op € 1.707,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW met ingang van vijftien dagen na dit vonnis tot de dag van betaling;

6.7.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad wat betreft de veroordelingen onder 6.5 en 6.6;

6.8.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Los en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2019.1

1 type: 780 coll: