Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2019:1043

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
12-03-2019
Datum publicatie
20-03-2019
Zaaknummer
18/850036-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van diefstal met geweld in vereniging. Veroordeling wegens een reeks strafbare feiten, waaronder diefstal in vereniging, dwang, drugsbezit en -handel en wapenbezit, tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 284
Wetboek van Strafrecht 311
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/850036-18

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 12 maart 2019 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats] ,

wonende te [straatnaam] , [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 1 en 5 februari 2019. Op 26 februari 2019 is het onderzoek ter terechtzitting buiten aanwezigheid van partijen gesloten.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.S. Scheffers, advocaat te Hoogezand.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. S.E. Eijzenga.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 10 mei 2018 te Winschoten, (althans) in de gemeente Oldambt, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tasje met geld (te weten 17.000,- euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) uit het met meerdere personen betreden van het kantoor van die [slachtoffer 1] en/of zeggen tegen die [slachtoffer 1] dat ze geld kwamen halen en/of dat die [slachtoffer 1] geld moest inleveren en/of (vervolgens) trekken/grissen van voornoemde tas uit de handen van die [slachtoffer 1] ;

2.

hij op of omstreeks 10 juni 2018, op het traject gelegen tussen de plaatsen Hoogezand en Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (Iphone 8 plus), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

3.

hij in of omstreeks de periode van 10 juni 2018 tot en met 11 juni 2018, te Hoogezand, in de gemeente Midden-Groningen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een ander, te weten [slachtoffer 2] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 2] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten het afstaan van de pinpas en/of ID-kaart van die [slachtoffer 2] en/of het pinnen van 0,01 cent bij een belwinkel (ten behoeve van het afsluiten van een telefoon abonnement), door:

- die [slachtoffer 2] (telefonisch) uit te schelden voor (onder meer) “kankerhoer” en/of te zeggen: “Ik weet waar jij en je familie woont” en/of “Ik wil mijn geld terug” en/of “Ik steek je huis in de brand” en/of “Vlam in de pan” althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- die [slachtoffer 2] een bericht te sturen met de tekst: “Ik wals over je heen als je grootste nachtmerrie, ik zal niet rusten totdat ik mijn geld heb. Ik ben [medeverdachte 1] ” en/of

- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen: “Jij kankerhoer, jij hebt er iets mee te maken. Jij gaat mee”, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat zij haar ID-kaart en/of pinpas moest geven en/of 0,01 cent moest pinnen;

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2017 tot en met 12 juni 2018, te Hoogezand, in de gemeente Midden-Groningen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een ander, te weten [slachtoffer 3] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 3] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten het plaatsen van zijn, verdachtes, handtekening ten behoeve van het op zijn naam zetten van een (aantal) auto’s), te weten de auto(’s) met kenteken(s) [kenteken] en/of [kenteken] en/of [kenteken] en/of [kenteken] en/of [kenteken] en/of het afstaan van zijn, verdachtes, paspoort en/of rijbewijs en/of bankrekeningnummer (ten behoeve het afsluiten van de verzekeringen voor voornoemde auto’s), immers heeft hij, verdachte en/of (met) zijn mededader:

- tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat ze zijn botten gaan breken als hij iets niet doet en/of

- ( meermalen) in/tegen het gezicht van die [slachtoffer 3] geslagen en/of

- tegen die [slachtoffer 3] gezegd: “Ik weet waar je woont”, “Ik weet waar je familie en je kinderen wonen”, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat hij een auto op zijn naam moest zetten en/of dat hij, verdachte, de kosten zou dragen en/of

- tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat hij een handtekening moest zetten ten behoeve van het overschrijven van voornoemde auto(’s) en/of

- tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat hij zijn paspoort en/of rijbewijs en/of bankrekeningnummer moest geven;

5.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2017 tot en met 12 juni 2018 te Hoogezand en/of te Kolham, (althans) in het arrondissement Noord Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA (zogeheten XTC-pillen), zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

6.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2017 tot en met 12 juni 2018 te Hoogezand en/of te Kolham, (althans) in het arrondissement Noord Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan 30 gram hennep en/of hasjiesj, zijnde hennep en hasjiesj (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

7.

hij op of omstreeks 12 juni 2018 te Hoogezand, (althans) in het arrondissement Noord Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad, (in totaal) 61,45 gram van een materiaal bevattende MDMA (zogeheten XTC-pillen) en/of 17,89 gram van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde MDMA en amfetamine (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

8.

hij op of omstreeks 12 juni 2018 te Hoogezand, (althans) in het arrondissement Noord Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad, (in totaal) 4038,27 gram van een materiaal bevattende hennep en/of 204,91 gram van een materiaal bevattende hasjiesj, zijnde hennep en/of hasjiesj (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

9.

hij op of omstreeks 12 juni 2018 te Hoogezand, in de gemeente Midden-Groningen, een wapen van categorie I, onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een stiletto, voorhanden heeft gehad;

10.

hij op of omstreeks 12 juni 2018 te Hoogezand, in de gemeente Midden-Groningen, een wapen van categorie III, te weten een vuurwapen (merk Crvena Zastava) en/of munitie van categorie III, te weten 251 patronen, voorhanden heeft gehad.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10. Hij heeft, samengevat, daartoe het volgende aangevoerd.

De onder 1 ten laste gelegde diefstal, voorafgegaan of vergezeld van bedreiging met geweld, in vereniging gepleegd kan worden bewezen gelet op de aangifte, de verklaringen van getuigen [getuige 1] en [getuige 2] en de tapgesprekken. In het bijzonder is relevant het tapgesprek d.d. 18 mei 2018 tussen medeverdachte [medeverdachte 1] en een onbekend gebleven persoon, waarin wordt gesproken over € 17/18.000,- en waarin door de onbekende persoon wordt gezegd dat ‘ [naam 1] ’ (kennelijk aangever) heeft betaald, en het tapgesprek d.d. 11 mei 2018 tussen medeverdachte [medeverdachte 2] en verdachte, waarin door [medeverdachte 2] wordt gezegd “ik heb gewoon mijn geld opgehaald.” Daarnaast zijn de telefoongesprekken die [medeverdachte 2] heeft gevoerd vanuit de PI (rechtbank: Penitentiaire Inrichting), waarin hij bevestigt dat [medeverdachte 1] het geld van aangever heeft afgepakt, ondersteunend. Er is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking nu bij [medeverdachte 2] en verdachte bekend was dat de reden van het bezoek aan aangever in de financiële sfeer was gelegen en de rollen inwisselbaar waren.

De officier van justitie heeft ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde in het bijzonder aangevoerd dat bewezen kan worden dat aangever wederrechtelijk is gedwongen te dulden dat er auto’s op zijn naam werden gezet en buiten diens medeweten gebruik werd gemaakt van zijn (gekopieerde) identiteitspapieren teneinde die tenaamstelling te bewerkstelligen en om verzekeringen uit zijn naam af te sluiten. De officier van justitie acht het feit bewezen op grond van de aangifte, de getuigenverklaring van [getuige 3] , de verklaringen waaruit blijkt dat aangever als kwetsbaar moet worden aangemerkt, diverse processen-verbaal van bevindingen waaruit blijkt dat verdachten gebruik maakten van de voertuigen alsmede tapgesprekken en de getuigenverklaring van [getuige 4] .

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde. Hij heeft daartoe het volgende aangevoerd.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde kan niet worden vastgesteld dat er een bedrag van € 17.000,- is overgedragen door getuige [getuige 2] aan aangever en dat dit bedrag ook op het moment van overdracht nog in het tasje zat. Voorts kan niet worden vastgesteld dat er geweld is gebruikt nu aangever heeft verklaard dat dit niet het geval is geweest. Ook kan niet worden vastgesteld dat er sprake was van bedreiging met geweld, gelet op de verklaringen van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] . Aangever heeft verklaard dat hij de aanwezigheid van de personen in zijn kantoor als bedreigend heeft ervaren. Bedreiging vereist echter een actieve handeling. De verklaring van getuige [getuige 1] is niet als geloofwaardig aan te merken, nu deze op meerdere punten in grote mate afwijkt van de andere verklaringen. Voorts is geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking, nu nergens uit blijkt dat voor iedereen vooraf duidelijk was wat er zou gaan gebeuren en dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] hebben verklaard dat zij niet alles hebben meegekregen van wat zich in het kantoor heeft afgespeeld.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde is geen sprake van wegnemen en ontbreekt het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, omdat de telefoon door aangeefster vrijwillig is afgegeven.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde zijn er geen bedreigingen geuit voordat aangeefster had ingestemd om mee te gaan naar de telefoonwinkel. Voor zover er wel vanuit wordt gegaan dat dreigementen zijn geuit, is niet gebleken van een nauwe en bewuste samenwerking daartoe. Het telefoongesprek tussen aangeefster en medeverdachte [medeverdachte 1] is op een later moment gevoerd en verdachte heeft niet gehoord wat [medeverdachte 1] tijdens dit gesprek heeft gezegd. Voor zover er in de woning van aangeefster bedreigingen zijn geuit, volgt niet uit het dossier dat verdachte hierbij aanwezig was. Daarnaast zou het gesprek tussen verdachte en de ouders van aangeefster, waarin hij heeft uitgelegd waarom er een telefoonabonnement zou moeten worden afgesloten, niet in het plaatje passen indien aangeefster zou zijn bedreigd.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde heeft verdachte ontkend betrokken te zijn bij het overschrijven van de auto’s en het op naam zetten van de verzekeringen. Alleen aangever heeft verklaard over de betrokkenheid van verdachte. Door aangever is verklaard dat verdachte hem niet heeft mishandeld, maar alleen heeft bedreigd. Die laatste stelling vindt geen steun in het dossier. Getuige [getuige 3] heeft voornamelijk de auditu verklaard en onduidelijk is welke gedeelten uit haar verklaring gebaseerd zijn op haar eigen waarneming. Deze getuige heeft bovendien niets waargenomen ten aanzien van het op naam zetten van auto’s of afsluiten van verzekeringen.

Ten aanzien van het onder 5 en 6 ten laste gelegde is onvoldoende bewijs voorhanden. Er kan slechts worden vastgesteld dat mogelijk wordt gesproken over verdovende middelen in het berichtenverkeer op de telefoon. Het dossier bevat geen bewijs voor daadwerkelijke verkoop van verdovende middelen. Als er al sprake zou zijn van verkoop blijkt niet uit het dossier om welke hoeveelheden dit gaat en in welke periode het zou hebben plaatsgevonden. Daarnaast kan niet worden vastgesteld door wie de foto’s zijn gemaakt die in het berichtenverkeer voorkomen en bestaat de analyse van het berichtenverkeer door de politie veelal uit vermoedens.

Oordeel van de rechtbank

Omwille van de leesbaarheid van het vonnis wordt voor wat betreft de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan. Deze is gevoegd als bijlage I bij dit vonnis, en dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

De rechtbank acht dit feit niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. Door getuige [getuige 2] is op 9 mei 2018 een bedrag van € 17.000,- overhandigd aan aangever [slachtoffer 1] in [naam café 1] in Winschoten, kennelijk ten behoeve van de overdracht van [naam café 2] . Zowel aangever als [getuige 2] hebben verklaard dat dit bedrag door aangever in een tasje is gedaan. In de avond van 9 mei 2018 heeft getuige [getuige 1] medeverdachte [medeverdachte 2] gebeld, waarna zij elkaar hebben ontmoet. Rond 00:30 uur zijn [getuige 1] , medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , verdachte en een ander onbekend gebleven persoon samen naar [naam café 1] gelopen en het kantoor van aangever binnengegaan. Uit de verklaringen van aangever en [getuige 1] volgt dat [medeverdachte 1] in het kantoor het woord heeft gevoerd en het geld van [getuige 1] heeft opgeëist. Aangever heeft vervolgens het tasje met het geld, dat hij die middag had gekregen van [getuige 2] , uit een kast gehaald. [medeverdachte 1] heeft vervolgens het tasje met geld uit de handen van aangever gegrist. Door [medeverdachte 1] is het tasje daarna aan verdachte gegeven, zo hebben [getuige 1] en verdachte verklaard. De vijf personen hebben vervolgens samen het kantoor en café verlaten.

De rechtbank stelt op grond van de uiteenzetting van de feiten, zoals hiervoor is weergegeven, vast dat [medeverdachte 1] de ten laste gelegde uitvoeringshandelingen met betrekking tot de diefstal met geweld in het kantoor heeft uitgevoerd. De rechtbank overweegt dat op grond van het dossier niet kan worden vastgesteld dat verdachte vooraf enige wetenschap heeft gehad van het voornemen van medeverdachte [medeverdachte 1] om het geld weg te nemen op de ten laste gelegde wijze. Hoewel de rechtbank aanknopingspunten in het dossier heeft aangetroffen voor de conclusie dat sprake is geweest van een vooropgezet plan om met een groepje van vijf mannen naar het kantoor van aangever te gaan teneinde [getuige 1] te assisteren bij het incasseren van een geldvordering, brengt dit naar het oordeel van de rechtbank nog niet met zich dat verdachte opzet op diefstal met geweld heeft gehad.

Er zijn geen concrete omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat verdachte een bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd op grond waarvan een nauwe en bewuste samenwerking, gericht op het plegen van diefstal, kan worden vastgesteld. De rechtbank is van oordeel dat het enkele fysieke aanwezig zijn van verdachte in het kantoor en het zich niet distantiëren onvoldoende is om een bewuste en nauwe samenwerking vast te stellen. De rechtbank overweegt voorts dat het in ontvangst nemen van het tasje nadat het feit reeds was voltooid, nog los van de vraag of verdachte wel had gezien dat [medeverdachte 1] het tasje uit de handen van aangever gegrist had, van onvoldoende gewicht is. De rechtbank is van oordeel dat, nu het dossier hiertoe verder onvoldoende aanknopingspunten biedt, geen sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking. Er is geen sprake van een gezamenlijke uitvoering en de bijdrage van verdachte aan het feit is naar het oordeel van de rechtbank van onvoldoende gewicht. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het onder 1 ten laste gelegde.

Ten aanzien van het onder 2 en 3 ten laste gelegde

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

Diefstal van de telefoon

Uit de tapgesprekken volgt dat medeverdachte [medeverdachte 1] aan verdachte de opdracht heeft gegeven om de telefoon af te pakken en niet terug te geven. Verdachte is hiermee akkoord gegaan. Tijdens het telefoongesprek om 21:56 uur zegt verdachte tegen [medeverdachte 1] dat aangeefster huilt en dat zij heeft gezegd: ‘geef mijn telefoon’. De telefoon van aangeefster was op dat moment kennelijk in bezit van verdachte, zonder toestemming van aangeefster. De telefoon is twee dagen later aangetroffen in de woning van verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat sprake is van ‘wegnemen’ van de telefoon, aangezien verdachte zich feitelijke heerschappij over de telefoon heeft verschaft door de telefoon in ontvangst te nemen en deze onder zich te houden. Dat aangeefster de telefoon heeft afgegeven nadat verdachte had gevraagd om in de telefoon te kijken, doet aan dat oordeel niet af, nu uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verdachte en [medeverdachte 1] reeds vooraf de bedoeling hadden om de telefoon ‘af te pakken’ en het vragen van de telefoon enkel een manier was om dit doel te bereiken.

De rechtbank is voorts van oordeel dat de telefoon is weggenomen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. De rechtbank overweegt dat onder ‘toe-eigenen’ in de zin van artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht wordt verstaan het als heer en meester beschikken over andermans goed. Onder omstandigheden kan het tijdelijk als heer en meester over andermans goed beschikken ‘toe-eigenen’ opleveren.1 Nu verdachte blijkens de tapgesprekken heeft ingestemd met de opdracht van [medeverdachte 1] om de telefoon af te pakken en deze pas op zijn vroegst de volgende dag terug te geven, als aangeefster zou hebben meegewerkt aan het afsluiten van het telefoonabonnement, hadden zij naar het oordeel van de rechtbank het oogmerk om (in ieder geval) tijdelijk als heer en meester te beschikken over de telefoon. De rechtbank is van oordeel dat er daarbij sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten. [medeverdachte 1] heeft het initiatief tot het feit genomen en heeft verdachte geïnstrueerd, die de diefstal vervolgens heeft voltooid.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de ten laste gelegde diefstal in vereniging wettig en overtuigend bewezen.

Dwang

Uit de aangifte en de tapgesprekken kan worden opgemaakt dat [medeverdachte 1] kennelijk een geldbedrag was misgelopen, waarvoor hij aangeefster en haar vriendin verantwoordelijk hield. Om ‘zijn geld’ terug te krijgen, moesten zij de volgende dag een telefoonabonnement afsluiten. [medeverdachte 1] heeft verdachte opdracht gegeven om ervoor te zorgen dat aangeefster de volgende ochtend mee zou gaan naar de telefoonwinkel, aan welke opdracht verdachte gevolg heeft gegeven.

De rechtbank acht op grond van de aangifte en het tapgesprek op 10 juni 2018 om 21:56 uur bewezen dat [medeverdachte 1] aangeefster telefonisch heeft uitgescholden voor “kankerhoer” en dat hij heeft gezegd “Ik weet waar jij en je familie wonen”, “ik wil mijn geld terug” en “vlam in de pan”, of woorden van gelijke aard of strekking. [medeverdachte 1] heeft dit kennelijk gezegd in de context van de afspraak om de volgende dag een telefoonabonnement af te sluiten. Ook blijkt uit het tapgesprek dat verdachte tegen aangeefster heeft gezegd dat zij de volgende dag een telefoonabonnement moet afsluiten en dat zij haar ‘passen’ moet geven.

Op 11 juni 2018 zijn verdachte en [medeverdachte 1] in de woning van aangeefster geweest. Op grond van de aangifte en de verklaring van getuige [getuige 7] , moeder van aangeefster, acht de rechtbank bewezen dat [medeverdachte 1] daar heeft gezegd “Jij kankerhoer, jij hebt er iets mee te maken. Jij gaat mee”, althans woorden van gelijke aard of strekking. Uit de verklaringen volgt dat ook verdachte hierbij aanwezig was. Toen zij in de auto zaten, heeft [medeverdachte 1] gezegd dat aangeefster haar pinpas en ID-kaart nog moest ophalen.

De rechtbank acht het tweede gedachtestreepje waarachter de tekst is opgenomen “Ik wals over je heen als je grootste nachtmerrie, ik zal niet rusten totdat ik mijn geld heb. Ik ben [medeverdachte 1] ” niet bewezen, nu niet blijkt dat deze tekst naar aangeefster is gestuurd. De rechtbank spreekt verdachte vrij van dit onderdeel.

De rechtbank stelt voorop dat, om tot een bewezenverklaring van dwang in de zin van artikel 284 van het Wetboek van Strafrecht te komen, geweld of enige andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid moet hebben geleid tot iets doen, niet doen of dulden. Feitelijkheden zijn in het algemeen alle handelingen die niet onder ‘geweld’ vallen. Wel moeten deze handelingen van zodanige aard zijn, dat zij in de gegeven omstandigheden leiden tot een zodanige psychische druk dat het slachtoffer hieraan geen weerstand kan bieden.

Uit de bewijsmiddelen maakt de rechtbank op dat aangeefster bang werd doordat verdachte en [medeverdachte 1] (onder meer) de hiervoor bewezen geachte uitingen naar haar hebben geschreeuwd. Zij heeft verklaard dat zij op 11 juni 2018 met verdachte en [medeverdachte 1] is meegegaan naar de belwinkel, omdat zij bang was dat verdachte en [medeverdachte 1] haar moeder iets aan zouden doen. De rechtbank acht ook de context waarin de uitingen zijn gedaan relevant. Aangeefster heeft verklaard dat zij bang is voor verdachten, omdat ze buiten ‘mannetjes’ hebben en er was sprake van een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen beide verdachten en aangeefster. De rechtbank is derhalve van oordeel dat de gedragingen van verdachte, tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] , een zodanig psychische druk bij aangeefster teweeg hebben gebracht dat zij hieraan geen weerstand kon bieden en zich gedwongen voelde te voldoen aan hetgeen van haar werd verlangd.

Op grond van de gang van zaken zoals hiervoor uiteengezet, oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Verdachte was immers van begin tot eind betrokken bij het plan van [medeverdachte 1] om aangeefster een abonnement af te laten sluiten. De rechtbank overweegt daarbij dat niet hoeft vast te staan dat de verdachte weet heeft gehad van de precieze gedragingen van zijn mededader.2 Het argument van de raadsman, ertoe strekkende dat verdachte niet heeft gehoord wat [medeverdachte 1] tegen aangeefster heeft gezegd in het telefoongesprek, gaat reeds daarom niet op. Daarmee acht de rechtbank de ten laste gelegde medeplegen van dwang bewezen.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

Vast staat dat aangever de betreffende kentekens enige tijd op naam heeft gehad. Op basis van de aangifte en de tapgesprekken tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] stelt de rechtbank vast dat de auto's feitelijk eigendom van verdachte en/of [medeverdachte 1] waren en dat zij de auto's ook gebruikten, terwijl de daarmee gemoeide kosten voor rekening van aangever kwamen.

Op grond van de aangifte en onder meer de communicatie tussen verdachte en [medeverdachte 1] rondom de overschrijving van de Volkswagen Touareg met kenteken [kenteken] , stelt de rechtbank vast dat er sprake was van een taakverdeling tussen verdachte en [medeverdachte 1] ten aanzien van het op naam zetten van auto’s en autoverzekeringen.3 [medeverdachte 1] heeft met aangever de auto’s op zijn naam gezet en verdachte heeft de verzekeringen op naam van aangever gezet of laten zetten. Daartoe heeft verdachte de handtekening van aangever gevraagd en heeft verdachte de persoonlijke documenten en het bankrekeningnummer van aangever gevraagd.

Dat verdachte en [medeverdachte 1] hiermee onder meer de bedoeling hadden om zelf te ontkomen aan de kosten die gemoeid gaan met het op naam hebben van een auto(verzekering), blijkt onder meer uit het tapgesprek waarin [medeverdachte 1] tegen verdachte zegt: “we rijden gratis, wat wil je nog meer” en uit een later tapgesprek waarin [medeverdachte 1] zegt dat het ‘mooi’ is dat het belastinggeld met betrekking tot de Passat kennelijk is afgeschreven van de rekening van aangever.

Verdachten hebben zich op hun zwijgrecht beroepen en hebben zelf dus geen aannemelijke andersluidende verklaring gegeven voor de hiervoor geschetste feitelijke gang van zaken.

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of aangever door de ten laste gelegde handelingen wederrechtelijk is gedwongen om zijn handtekening te zetten en documenten af te staan ten behoeve van het op naam zetten van de ten laste gelegde auto’s met bijbehorende verzekeringen.

De rechtbank stelt voorop dat, om tot een bewezenverklaring van dwang in de zin van artikel 284 van het Wetboek van Strafrecht te komen, geweld of enige andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid moet hebben geleid tot iets doen, niet doen of dulden. Feitelijkheden zijn in het algemeen alle handelingen die niet onder ‘geweld’ vallen. Wel moeten deze handelingen van zodanige aard zijn, dat zij in de gegeven omstandigheden leiden tot een zodanige psychische druk dat het slachtoffer hieraan geen weerstand kan bieden.

De rechtbank overweegt dat bij de beoordeling of sprake is van ‘dwang’ de volgende omstandigheden relevant zijn.

Aangever werkte in de shisha lounge van medeverdachte [medeverdachte 1] onder verdachte en bevond zich aldus in een ondergeschikte positie ten opzichte van verdachte en [medeverdachte 1] . Meerdere getuigen omschrijven aangever als een kwetsbare, verstandelijk beperkte man. De manier waarop verdachten met hem omgingen kenmerkte zich door intimidatie, waarbij niet alleen werd gedreigd met geweld, maar ook daadwerkelijk geweld werd gebruikt. Zo verklaart getuige [getuige 3] , die ook in de shisha lounge heeft gewerkt, dat verdachten aangever uitscholden, bedreigden en als "een slaafje" hebben gebruikt. Aangever liet dit alles gebeuren. Hij was niet in staat voor zichzelf op te komen en weerstand te bieden aan verdachten.

Door de intimidaties, bedreigingen en het uitgeoefende geweld hebben verdachten een sfeer gecreëerd waarin aangever hen wel moest gehoorzamen, aan hen geen weerstand durfde te bieden. Het in dergelijke omstandigheden opdragen van aangever zijn medewerking te verlenen aan het op naam stellen van kentekens levert naar het oordeel van de rechtbank dwang in de zin van artikel 284 Sr op.

De rechtbank stelt voorop dat medeplegen bewezen kan worden verklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan van een strafbaar feit sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Anders dan door verdachte is aangevoerd hoeft dus niet iedere tenlastegelegde handeling door verdachte zelf te zijn uitgevoerd. De rechtbank stelt vast dat uit de tapgesprekken blijkt dat verdachte en [medeverdachte 1] praten over dat zij ‘gratis rijden’, over het op naam zetten van auto’s en verzekeringen en over het feit dat ‘die sufferd’ belastinggeld heeft betaald, hetgeen betrekking heeft op de Volkswagen Passat. Daarnaast neemt de rechtbank de hiervoor genoemde taakverdeling tussen verdachte en [medeverdachte 1] in aanmerking, alsmede het hierboven opgenomen overzicht, waaruit blijkt dat zowel verdachte als [medeverdachte 1] gerelateerd kunnen worden aan het gebruik van de auto’s, en de verklaring van getuige [getuige 3] , waaruit blijkt dat verdachte en [medeverdachte 1] hebben bijgedragen aan een bedreigende sfeer jegens aangever. Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte 1] die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering.

De rechtbank acht, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, het ten laste gelegde medeplegen van dwang wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van het onder 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank is van oordeel dat het opzettelijk aanwezig hebben van MDMA, amfetamine, hennep en hasjiesj, zoals onder 7 en 8 ten laste gelegd, wettig en overtuigend kan worden bewezen, met dien verstande dat ten aanzien van het onder 7 ten laste gelegde bewezen kan worden dat verdachte 17,86 gram amfetamine aanwezig heeft gehad. Hoewel de goednummers van de aangetroffen stoffen in de kennisgevingen van inbeslagneming door het gebruik van een ander coderingssysteem niet corresponderen met de goednummers in de processen-verbaal waarin door de politie is vastgesteld dat de stoffen MDMA, amfetamine, hennep dan wel hasjiesj betreffen, stelt de rechtbank op basis van de omschrijving van de goederen en geteste stoffen vast dat de in de bewijsmiddelen genoemde aangetroffen stoffen dezelfde stoffen betreffen als de geteste stoffen.4 De rechtbank stelt voorts vast dat deze stoffen zijn aangetroffen in de woning van verdachte. Alleen verdachte stond ingeschreven in de woning op 12 juni 2018. De stoffen bevonden zich aldus in de machtssfeer van verdachte.

Voorts acht de rechtbank bewezen dat verdachte, tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte 1] , heeft gedeald in MDMA, hennep en hasjiesj, zoals onder 6 en 7 ten laste is gelegd. Hoewel het dossier geen stukken bevat waaruit een concrete transactie blijkt, zijn er naar het oordeel van de rechtbank dusdanig veel telefoon- en WhatsApp-gesprekken in het dossier opgenomen tussen verdachte en [medeverdachte 1] en gesprekken met derden over het afleveren van zowel MDMA als hennep/hasjiesj, dat op grond daarvan en in combinatie met de (grote) hoeveelheden drugs die bij beide verdachten is aangetroffen de conclusie kan worden getrokken dat verdachte tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] de voornoemde drugs heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd.

De rechtbank merkt ten aanzien van de onder de bewijsmiddelen opgenomen telefoongesprekken op dat wordt gesproken over ‘pillen’, aantallen en ‘Heineken’. Algemeen bekend is dat er XTC-pillen in omloop zijn met daarop de tekst ‘Heineken’ gedrukt. In dit verband wordt gesproken door verdachte en [medeverdachte 1] over pillen die in een kast van verdachte zouden liggen. Op 12 juni 2018 zijn in de kledingkast van verdachte 43 groene tabletten, bevattende MDMA aangetroffen. De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat deze gesprekken over XTC-pillen gaan. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat ‘ [naam 2] ’ in het WhatsApp-gesprek aan verdachte kennelijk om grote hoeveelheden drugs vraagt, waaronder bijvoorbeeld ‘duizend pillen’ en ‘500 gram groen’. Later vraagt verdachte aan ‘ [naam 2] ’ dat hij 30.000 ‘snoep’ nodig heeft voor iemand, waarna informatie wordt gegeven ten aanzien van 5000 stuks witte/rode ‘Maserati’. De rechtbank concludeert dat ook hier over XTC-pillen wordt gesproken, nu het logo van Maserati veelal op XTC-pillen wordt gedrukt.

Tevens wordt in de telefoongesprekken veel gesproken over chocolade. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de door verdachten gebruikte term ‘chocolade’, is de rechtbank van oordeel dat verdachte en [medeverdachte 1] hiermee doelen op hasjiesj.

Deze tapgesprekken en WhatsAppgesprekken vinden ten aanzien van het dealen in MDMA voorts steun in de aangetroffen XTC-pillen bij getuige [getuige 5] en diens verklaring en ten aanzien van het dealen in hennep in de verklaringen van getuigen [getuige 6] , [getuige 3] en de tapgesprekken ten aanzien van [getuige 6] . Hieruit volgt dat getuigen [getuige 5] en [getuige 6] drugs verkochten die zij van verdachte en/of [medeverdachte 1] hadden gekregen om een al dan niet fictieve schuld af te lossen.

Ten aanzien van het onder 9 en 10 ten laste gelegde

De rechtbank acht de feiten op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen nu de voorwerpen zijn aangetroffen in de woning van verdachte waar op het moment van aantreffen niemand anders dan verdachte stond ingeschreven. Hoewel verdachte heeft verklaard dat het vuurwapen en de munitie die zijn aangetroffen in het plafond niet van hem waren, had verdachte wel beschikkingsmacht over deze voorwerpen en kan het voorhanden hebben daarvan worden bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

2.

hij op 10 juni 2018, op het traject gelegen tussen de plaatsen Hoogezand en Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (iPhone 8 plus), toebehorende aan [slachtoffer 2] ;

3.

hij in de periode van 10 juni 2018 tot en met 11 juni 2018 te Hoogezand tezamen en in vereniging met een ander, [slachtoffer 2] door een feitelijkheid en door bedreiging met een feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 2] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, te weten het afstaan van de pinpas en ID-kaart van die [slachtoffer 2] en het pinnen van 0,01 cent bij een belwinkel ten behoeve van het afsluiten van een telefoonabonnement, door:

- die [slachtoffer 2] (telefonisch) uit te schelden voor “kankerhoer” en te zeggen: “Ik weet waar jij en je familie wonen” en “Ik wil mijn geld terug” en “Vlam in de pan” althans woorden van gelijke aard of strekking en

- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen: “Jij kankerhoer, jij hebt er iets mee te maken. Jij gaat mee”, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat zij haar ID-kaart en pinpas moest geven en 0,01 cent moest pinnen;

4.

hij in de periode van 1 juli 2017 tot en met 12 juni 2018 te Hoogezand tezamen en in vereniging met een ander, [slachtoffer 3] door geweld of enige andere feitelijkheid en door bedreiging met geweld die [slachtoffer 3] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, te weten het plaatsen van zijn handtekening ten behoeve van het op zijn naam zetten van een aantal auto’s, te weten de auto’s met kentekens [kenteken] en [kenteken] en [kenteken] en [kenteken] en [kenteken] en het afstaan van zijn paspoort en rijbewijs en bankrekeningnummer ten behoeve van het afsluiten van de verzekeringen voor voornoemde auto’s, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader:

- tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat ze zijn botten gaan breken als hij iets niet doet en

- meermalen in het gezicht van die [slachtoffer 3] geslagen en

- tegen die [slachtoffer 3] gezegd: “Ik weet waar je woont”, “Ik weet waar je familie en je kinderen wonen” en

- tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat hij een auto op zijn naam moest zetten en dat hij, verdachte, de kosten zou dragen en

- tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat hij een handtekening moest zetten ten behoeve van het overschrijven van voornoemde auto’s en

- tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat hij zijn paspoort en rijbewijs en bankrekeningnummer moest geven;

5.

hij in de periode van 1 oktober 2017 tot en met 12 juni 2018 in het arrondissement Noord-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA (zogeheten XTC-pillen), zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

6.

hij in de periode van 1 oktober 2017 tot en met 12 juni 2018 in het arrondissement Noord-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, hoeveelheden van meer dan 30 gram hennep en hasjiesj, zijnde hennep en hasjiesj middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

7.

hij op 12 juni 2018 te Hoogezand opzettelijk aanwezig heeft gehad, (in totaal) 61,45 gram van een materiaal bevattende MDMA (zogeheten XTC-pillen) en 17,86 gram van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde MDMA en amfetamine middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

8.

hij op 12 juni 2018 te Hoogezand opzettelijk aanwezig heeft gehad, (in totaal) 4038,27 gram van een materiaal bevattende hennep en 204,91 gram van een materiaal bevattende hasjiesj, zijnde hennep en hasjiesj middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

9.

hij op 12 juni 2018 te Hoogezand een wapen van categorie I, onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een stiletto, voorhanden heeft gehad;

10.

hij op 12 juni 2018 te Hoogezand een wapen van categorie III, te weten een vuurwapen (merk Crvena Zastava) en munitie van categorie III, te weten 251 patronen, voorhanden heeft gehad.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

2. diefstal door twee of meer verenigde personen;

3. medeplegen van een ander door een feitelijkheid en bedreiging met een feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen;

4. medeplegen van een ander door geweld, een feitelijkheid en bedreiging met geweld, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen;

5. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

6. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

7. opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

8. opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

9. handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

10. handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van

4 jaren.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het reeds ondergane voorarrest. Subsidiair heeft de raadsman gepleit voor de oplegging van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de duur van het voorarrest, eventueel gecombineerd met een taakstraf en/of bijzondere voorwaarden. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat verdachte een zeer beperkt strafblad heeft en dat verdachte ten aanzien van het merendeel van de feiten als first offender dient te worden aangemerkt. Verdachte heeft negatieve gevolgen van de voorlopige hechtenis ondervonden in de familiesfeer en ten aanzien van zijn financiële situatie. Hij is ook hierdoor zijn huis kwijtgeraakt. Verdachte bevindt zich sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis in een andere omgeving, hij heeft een goed sociaal netwerk en hij is zijn schuldenlast aan het verkleinen. Het is van belang dat deze stappen niet ongedaan worden gemaakt doordat hij opnieuw gedetineerd raakt.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en het rapport van Reclassering Nederland d.d. 31 oktober 2018, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een groot aantal strafbare feiten. Zo heeft hij samen met medeverdachte [medeverdachte 1] een iPhone gestolen van [slachtoffer 2] en haar gedwongen in een telefoonwinkel handelingen te verrichten ten behoeve van het afsluiten van een telefoonabonnement. Verdachte en medeverdachte probeerden op deze wijze kennelijk om een misgelopen geldbedrag terug te halen, waarvoor zij [slachtoffer 2] mede verantwoordelijk hielden. Om het telefoonabonnement te laten afsluiten hebben verdachte en medeverdachte [slachtoffer 2] intimiderend en dwingend toegesproken en hebben zij haar de volgende dag thuis opgehaald om vervolgens naar de telefoonwinkel te gaan. In de woning heeft medeverdachte [medeverdachte 1] wederom dwingende uitlatingen gedaan in de richting van [slachtoffer 2] . Verdachte heeft zich slechts laten leiden door financieel gewin en daarbij geen enkel respect getoond voor de eigendommen van het slachtoffer. Bovendien heeft verdachte [slachtoffer 2] op intimiderende wijze beperkt in haar handelingsvrijheid.

Daarnaast heeft verdachte met medeverdachte [medeverdachte 1] een medewerker van de shisha lounge van [medeverdachte 1] , te weten [slachtoffer 3] , gedwongen om meerdere auto’s en autoverzekeringen op naam te zetten. [slachtoffer 3] is daartoe gedwongen door gebruik van geweld en bedreiging met geweld in de context van een hiërarchische relatie waarbij hij op intimiderende en dwingende wijze werd toegesproken. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij [slachtoffer 3] gedurende langere tijd heeft beperkt in zijn handelingsvrijheid door op ernstige wijze misbruik te maken van zijn loyaliteit en kwetsbaarheid. Daarnaast heeft verdachte ervoor gezorgd dat iedere aansprakelijkheid voor de kosten ten behoeve van de auto’s voor rekening van [slachtoffer 3] zijn gekomen, waardoor hij een grote schuldenlast heeft opgebouwd.

Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan diverse drugsgerelateerde feiten. Tijdens de doorzoeking in de woning van verdachte zijn grote hoeveelheden MDMA, amfetamine, hasjiesj en hennep aangetroffen. Daarnaast heeft verdachte zich gedurende een langere periode met medeverdachte [medeverdachte 1] schuldig gemaakt aan de handel in MDMA, hennep en hasjiesj. In het algemeen geldt voor verdovende middelen dat zij verslavend zijn, met alle nadelige gevolgen van dien voor de gebruikers zelf en voor de samenleving als geheel. Door zijn handelwijze heeft verdachte bijgedragen aan deze nadelige gevolgen. Verdachte heeft zich daarbij slechts laten leiden door financieel gewin met veronachtzaming van de maatschappelijke gevolgen.

Bij de doorzoeking zijn tevens een semiautomatisch vuurwapen, munitie en een stiletto aangetroffen. Het behoeft geen betoog dat het ongecontroleerde bezit van wapens het risico op (levensbedreigende) geweldsdelicten verhoogt.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan een reeks ernstige strafbare feiten, waarbij de impact op de slachtoffers groot is of kan zijn. Verdachte pleegde de feiten telkens samen met medeverdachte [medeverdachte 1] . De intimiderende en bedreigende manier waarop zij opereerden heeft ertoe geleid dat meerdere aangevers en getuigen blijkens het dossier hebben geaarzeld om een verklaring af te leggen.

Verdachte heeft geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen en het beeld dat hij bij de reclassering en op de zitting van zichzelf schetst - dat van een zorgzame vader met een normaal leven buiten het criminele circuit - staat in schril contrast met het beeld dat uit het dossier naar voren komt. Omdat verdachte geen inzicht geeft in zijn beweegredenen en zijn contact met zijn medeverdachte is het niet mogelijk het herhalingsgevaar in te schatten. Verdachte heeft ten aanzien van de feiten die hij in vereniging heeft gepleegd naar het oordeel van de rechtbank een beperktere rol gehad dan medeverdachte [medeverdachte 1] , hoewel verdachte ter terechtzitting heeft nagelaten zijn precieze rol te verduidelijken. De rechtbank baseert dit oordeel op verschillende verklaringen en tapgesprekken waaruit naar voren komt dat [medeverdachte 1] veelal de beslissingen nam en opdrachten gaf aan verdachte. Bij de bepaling van de hoogte van straf neemt de rechtbank de beperktere rol van verdachte in strafverminderende zin mee.

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte eerder is veroordeeld wegens het plegen van strafbare feiten, hoewel zijn strafblad in verhouding tot dat van zijn mededader beperkter is.

Alles afwegende acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden. Bij de bepaling van de duur van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting en de straffen die doorgaans worden opgelegd bij soortgelijke feiten.

De rechtbank ziet, gezien de ernst van de feiten en de hiervoor beschreven houding van verdachte, geen aanleiding om een gedeelte van de straf in voorwaardelijke zin op te leggen.

In beslag genomen goederen

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het geldbedrag ter hoogte van € 2.276,50 en de personenauto (Volkswagen Golf) met kenteken [kenteken] verbeurd dienen te worden verklaard, nu deze voorwerpen geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van het/de strafbare feiten zijn verkregen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de in beslag genomen goederen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het in beslag genomen geldbedrag van € 2.276,50 vatbaar voor verbeurdverklaring, nu dit geldbedrag toebehoort aan verdachte en naar het oordeel van de rechtbank kan worden vastgesteld dat verdachte geld heeft verkregen door middel van de handel in verdovende middelen zoals bewezen is verklaard onder 5 en 6.

Voorts acht de rechtbank de in beslag genomen personenauto (Volkswagen Golf) met kenteken [kenteken] vatbaar voor verbeurdverklaring, nu dit een voorwerp betreft met betrekking tot welke het feit onder 5 is begaan.

Benadeelde partij

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
1. [slachtoffer 1] , tot een bedrag van € 19.227,50 ter zake van materiële schade en € 500,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan, met daarnaast een proceskostenvergoeding ter hoogte van

€ 742,50;

2. [slachtoffer 3] , tot een bedrag van € 56.400,- ter vergoeding van materiële schade en € 5.000,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

De raadsman van benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft ter terechtzitting het gevorderde bedrag gehandhaafd, waarbij hij heeft opgemerkt dat de vordering ten aanzien van de materiële schade deels is gebaseerd op de verdenking van mensenhandel. De raadsman heeft aangevoerd dat, nu mensenhandel niet ten laste is gelegd, alleen de posten ten aanzien van autogerelateerde schade en motorrijtuigenbelasting (in totaal € 16.350,-) relevant zijn en dat de overige posten ten aanzien van materiële schade niet-ontvankelijk kunnen worden verklaard.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer 1] kan worden toegewezen, met vermeerdering van wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 3] heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de vordering met betrekking tot de materiële schade kan worden toegewezen voor zover de posten zien op de autogerelateerde schade en de motorrijtuigenbelasting.

De officier van justitie heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat de door [slachtoffer 3] gevorderde de immateriële schade geheel kan worden toegewezen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van beide vorderingen primair op het standpunt gesteld dat deze dienen te worden afgewezen, dan wel dat deze niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard gelet op de bepleite vrijspraak.

Subsidiair heeft de raadsman zich ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1] op het standpunt gesteld dat afwijzing, dan wel niet-ontvankelijkheid dient te volgen, nu de vordering onvoldoende onderbouwd is ten aanzien van de hoogte van het geldbedrag en de kosten en de noodzaak voor het vervangend personeel. De raadsman heeft voorts aangevoerd dat - indien de rechtbank aanneemt dat er € 17.000,- is weggenomen - de schade € 12.000,- bedraagt, aangezien [getuige 1] een vordering op [slachtoffer 1] had ter hoogte van € 5.000,-.

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 3] heeft de raadsman zich subsidiair op het standpunt gesteld dat deze dient te worden afgewezen, dan wel dat deze niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu deze niet of onvoldoende is onderbouwd. Niet kan worden vastgesteld wie in de auto’s heeft gereden en wie de boetes hebben veroorzaakt, gelet op de verklaring van de benadeelde partij dat hij zelf ook in de auto’s heeft gereden. De benadeelde partij heeft voorts verklaard dat verdachte niet betrokken was bij de overschrijving van auto’s, waardoor onduidelijk is op grond waarvan eigenaarslasten worden verhaald op verdachte. Ten slotte is de vordering niet onderbouwd met stukken, waardoor de verschillende posten niet geverifieerd kunnen worden.

Oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1]

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1] acht de rechtbank het feit niet bewezen waaruit de schade zou zijn ontstaan. De benadeelde partij zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 3]

Bij de vordering zijn ten aanzien van de materiële schade geen stukken bijgevoegd door de benadeelde partij. Nu het strafdossier stukken bevat die als onderbouwing van de posten kunnen dienen, stelt de rechtbank het volgende vast.

De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van de posten die zien op de motorrijtuigenbelasting het dossier slechts een onderbouwing bevat voor de posten 56, 57, 58 en 60.5 Ten aanzien van de posten 40, 47 en 48 heeft de rechtbank weliswaar onderliggende stukken in het dossier aangetroffen, maar de bedragen in deze stukken corresponderen niet met de bedragen in het door de raadsman overgelegde overzicht. De rechtbank zal de vordering ten aanzien van voornoemde posten daarom toewijzen tot de bedragen die op grond van het dossier verifieerbaar zijn.6 De rechtbank zal derhalve de vordering ten aanzien van de motorrijtuigenbelasting toewijzen naar aanleiding van navolgende berekening:

- Post 40: € 487,-

- Post 47: € 309,-

- Post 48: € 78,-

- Post 56: € 279,-

- Post 57: € 146,-

- Post 58: € 130,-

- Post 60: € 230,-

Totaal: € 1.659,-

De rechtbank stelt vast dat het dossier ten aanzien van de overige autogerelateerde kosten onderliggende stukken bevat, hoewel de bedragen niet corresponderen met de bedragen in het overzicht. De rechtbank acht de vordering ten aanzien van dit onderdeel voor toewijzing vatbaar tot de bedragen die op grond van het dossier verifieerbaar zijn7:

- Post 5: € 291,-

- Post 6: € 150,-

- Post 18: € 64,-

- Post 23: € 45,-

- Post 24: € 211,50

- Post 25: € 220,-

- Post 26: € 58,50

- Post 41: € 151,50

- Post 43: € 46,-

- Post 64: € 239,-

- Post 65: € 429,-

- Post 66: € 388,50

Totaal: € 2.294,-

De rechtbank overweegt dat, gelet op het hetgeen is overwogen ten aanzien van het bewijs, vaststaat dat verdachte en zijn medeverdachte in de auto’s hebben gereden en dat zij ook samen in de auto’s hebben gereden. Verdachte en zijn medeverdachte waren zich ervan bewust dat door het overschrijving van de kentekens op naam van [slachtoffer 3] , hij daardoor als kentekenhouder aansprakelijk werd voor de kentekengerelateerde kosten en boetes. Verdachte en zijn medeverdachte hebben deze situatie bewust laten voortbestaan.

Dat niet uitgesloten is dat [slachtoffer 3] zelf boetes heeft veroorzaakt, zoals verdachte heeft aangevoerd, is onvoldoende om aan te nemen dat aansprakelijkheid voor (een deel van) de schade ontbreekt. Niet is aangevoerd ten aanzien van welke boetes dit geldt. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat niet duidelijk is welke afspraken over het gebruik van de voertuigen is gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat het aan de verdediging is om te stellen dat er afspraken zijn gemaakt en wat deze inhielden. Nu de raadsman dit heeft nagelaten is het opwerpen van enkele suggestie onvoldoende om het ontbreken van aansprakelijkheid aan te nemen.

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde materiële schade tot een bedrag van € 3.953,- heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 4 bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte onvoldoende door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 12 juni 2018.

De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit ten gevolge waarvan de schade is ontstaan samen met een ander heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de hiervoor vastgestelde schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachte deze al heeft betaald, en andersom.

De overige gestelde materiële schade ten aanzien van de autogerelateerde kosten zal de rechtbank niet ontvankelijk verklaren, nu deze onvoldoende is onderbouwd.

De overige gestelde materiële schade zal de rechtbank niet ontvankelijk verklaren, nu deze schade geen rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De benadeelde partij heeft daarnaast vergoeding van immateriële schade gevorderd. In het geval geen sprake is van lichamelijk letsel, zoals hier aan de orde, kan op grond van artikel 6:106 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek slechts een vergoeding voor immateriële schade worden toegekend indien de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Geestelijk letsel kan pas worden aangemerkt als aantasting van de persoon, indien de psychische gevolgen voldoende ernstig zijn. Gevoelens van verdriet en angst vallen niet onder het bereik van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek. Ernstige psychische schade, als hiervoor bedoeld, is door de benadeelde partij niet aangevoerd. De vordering tot vergoeding van immateriële schade wordt dan ook niet ontvankelijk verklaard.

Nu de aansprakelijkheid van verdachte ten aanzien van het hiervoor genoemde bedrag vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 36f, 47, 57, 284 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen auto (Volkswagen Golf, kenteken [kenteken] ).

Verklaart verbeurd het in beslag genomen geldbedrag van € 2.276,50.

Ten aanzien van feit 1:

Verklaart de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Ten aanzien van feit 4:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 3.953,- (zegge: drieduizend negenhonderddrieënvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juni 2018, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Verklaart de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] voor het overige niet ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] te betalen een bedrag van € 3.953,- (zegge: drieduizend negenhonderddrieënvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juni 2018, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 49 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag betreft materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte - al dan niet samen met zijn mededader - aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Edgar, voorzitter, mr. L.W. Janssen en

mr. M.B.W. Venema, rechters, bijgestaan door mr. B.E. Oosterhout, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 maart 2019.

Bijlage I

Ten aanzien van het onder 2 en 3 ten laste gelegde

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 26 juni 2018, opgenomen op pagina 1769 e.v. (map 5) van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 2] :

[verdachte] en [medeverdachte 1] hebben mij bedreigd en ze hebben mijn telefoon meegenomen. Op een zondag ging ik met een vriendin en haar vriend mee naar Rotterdam. Die jongen stapte daar uit. [verdachte] , [naam 3] en ik zaten in de auto. [verdachte] belde met [medeverdachte 1] . [verdachte] reed weg. Ik kreeg de telefoon en ik kreeg [medeverdachte 1] ook aan de lijn. [medeverdachte 1] zei dat ik er ook iets mee te maken had. [verdachte] zei toen dat hij ons mee moest nemen naar [onderneming] . Ineens waren we op de snelweg. [verdachte] pakte mijn telefoon. Hij bracht ons naar [onderneming] . Hij belde toen [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] zei dat [verdachte] onze telefoon niet terug moest geven. Ik moest mijn pinpas geven. [verdachte] belde [medeverdachte 1] weer en ik kreeg hem weer aan de lijn. Toen zei [medeverdachte 1] dat ik moest niet zo’n toon moest aanslaan tegen [verdachte] . Hij zei dat hij wist waar mijn familie woont en waar ik woon. Hij schold me uit voor kankerhoer. De morgen daarop kwamen [verdachte] en [medeverdachte 1] bij mijn huis. [medeverdachte 1] zei: Jij kankerhoer, je hebt er iets mee te maken. Je gaat mee. Dit moet opgelost worden. Ik moest mee naar Groningen naar een telefoonwinkel. Daar was ook een Turkse man. Ik moest mijn ID-kaart en pinpas geven en één cent pinnen. [verdachte] praatte met die man.

V: Welke dag?

A: Zondag reden we naar Rotterdam, maandag gingen we naar de belwinkel.

V: In de auto vraagt [verdachte] je telefoon?

A: Ja. Hij wilde erin kijken maar ik kreeg hem vervolgens niet terug. Hij vroeg of hij even in mijn telefoon mocht kijken. Hij hield de telefoon bij zich. Het was een iPhone 8 plus.

V: Waarom was je op dat moment in [onderneming] bang? Je hebt er immers gewerkt en je kent ze.

A: Hij ging tegen me schreeuwen. Ik was ben wel bang. Ze, [medeverdachte 1] en [verdachte] , schreeuwden allebei die dreigementen.

V: De volgende dag komen [verdachte] en [medeverdachte 1] bij je en gaan schreeuwen en je moet mee?

A: Ja, ik moest mee. Ik wist wel dat ik een abonnement moest afsluiten. Dat zei [medeverdachte 1] tegen mij. Ik had eerst mijn ID en pinpas niet meegenomen. Ik moest van [medeverdachte 1] weer terug om dat op te halen. Dat vroeg hij in de auto.

V: Wat gebeurt er in de belwinkel?

A: We kwamen binnen. Van [verdachte] moesten we de ID-pas op de balie leggen. Toen moesten we één cent pinnen. De man van de belwinkel heeft onze ID-kaart en pinpas gekopieerd. Toen gingen ze in het Turks praten.

V: Wat dacht je op dat moment?

A: Ik wilde dat echt niet, ik wil geen schulden hebben. Ik wilde geen abonnement. Mensen tegen me schreeuwen. Dan word ik angstig en zo.

V: Je zus zegt ook dat [verdachte] en [medeverdachte 1] ook gedreigd hebben om je huis in de brand te steken (…). Kan je aangeven wat er precies gezegd is?

A: Ik weet waar je woont, (…) hij zei iets van vlam in de pan.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 3 augustus 2018, opgenomen op pagina 702 (map 2) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

In het onderzoek Klerkur is het telefoonnummer + [mobielnummer] getapt. Gebleken is dat dit telefoonnummer in gebruik is bij [medeverdachte 1] . In hetzelfde onderzoek is ook het telefoonnummer + [mobielnummer] getapt. Gebleken is dat dit nummer in gebruik is bij [verdachte] .

Overzicht tapgesprekken

Beller: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 1] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Datum: 10-06-2018 19:08:41

[verdachte] = [verdachte]

[medeverdachte 1] = [medeverdachte 1]

Neem het meisje mee..

[verdachte] Akkoord.

[medeverdachte 1] Als je komt moet je de telefoon van het meisje uit haar handen afpakken.. (…)

[verdachte] Akkoord..

Beller: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 1] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Datum: 10-06-2018 20:14:48

[verdachte] = [verdachte]

[medeverdachte 1] = [medeverdachte 1]

Luister jij moet ook de identiteitsbewijzen van hun afpakken.. (…)

[medeverdachte 1] Ik zeg als ze identiteitsbewijzen hebben zullen we op hun een telefoonabonnement nemen morgen en zullen we ons geld eruit krijgen..

[verdachte] Akkoord

[medeverdachte 1] Jij moet zeggen.. Op jou naam en ook op jou naam een telefoon om dit geld eruit te krijgen (…).

[verdachte] Moet ik dit nu meteen zeggen of moet ik dat zeggen nadat ik dat van hun heb afgepakt?

[medeverdachte 1] Zeg dat nu maar dan hebben ze het van jou gehoord.

Beller: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 1] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Datum: 10-06-2018 21:51:55

[medeverdachte 1] Je moet alles wat waardevol is van hun afpakken. (…) Je moet bij [slachtoffer 2] ook kijken.

[verdachte] Ja. Akkoord.

[medeverdachte 1] Is dat akkoord.. Morgen een tijdstip afspreken.. je moet zeggen: ‘komen jullie niet dan is het pech probleem gaat dan beginnen’.

[verdachte] Ik heb dat gezegd, om 11 uur opent [getuige 8] .

[medeverdachte 1] Je geeft hun telefoon ook niet aan hun, je spreekt af op een duidelijke tijdstip ergens.. je geeft geen telefoon..

[verdachte] lk heb tegen hun beide gezegd dat ik hun van hun huis ophaal.

[medeverdachte 1] Akkoord. Zeg ‘tot die tijd heb je geen telefoon nodig.. ik geef je kaart niet, je telefoon niet, niks’.

[verdachte] Ja.

Beller: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 1] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Datum: 10-06-2018 21:56:20

[verdachte] Nu is het zo dat die van ons een probleem maakt (…).

[medeverdachte 1] Wie is het?

[verdachte] [slachtoffer 2] .

[medeverdachte 1] Wat voor een probleem maakt zij?

[verdachte] Zij zegt: ‘ik wil mijn kaarten wel geven, maar geef mijn telefoon, jij weet mijn adres, jij kent mijn ouders, morgen kom ik’.. Ze jankt en ik schreeuw tegen haar (…). Zij zegt: ‘ik heb er niets mee te maken (…).’

[medeverdachte 1] Zal zij morgen de telefoon op haar naam aanschaffen? (…)

[verdachte] spreekt met derden op de achtergrond:

[verdachte] : [slachtoffer 2] (…) abonnement op de naam nemen of niet.. Abonnement... (…)

[naam 4] : Mijn naam?

[verdachte] : Ja.. (…)

[verdachte] : Werk je mee of niet morgen..

[naam 4] : Ja ik kom morgen..

[verdachte] : Ja.. Dan kun je telefoon krijgen en haal ik je op.. en dan geef je je passen even bij mij af..

[verdachte] verder met [medeverdachte 1] .

[verdachte] Zij zegt het zo..

[medeverdachte 1] Zal zij de telefoons morgen aanschaffen?

[verdachte] Ja, zal de telefoon nemen, zij gaat de abonnementen nemen zegt ze.. (…)

[naam 4] : Ik kom morgen zei ik..

[verdachte] Morgen kom je en gaan we de abonnementen nemen.. dat zeg ik je luister je wel..

[medeverdachte 1] Wat zegt zij?

[verdachte] Ze geeft geen antwoord.... Nu heeft zij haar hoofd omgedraaid en zit ze te huilen.. (stilte) Ja [slachtoffer 2] (…)

[medeverdachte 1] Geef niets, geef de telefoon niet.. Geen een krijgt telefoon (…)

[medeverdachte 1] (…) Geef mij [slachtoffer 2] ..

[verdachte] [slachtoffer 2] .. praat eens..

Nederlands om 21:58:30 uur.

[slachtoffer 2] komt aan de telefoon. [medeverdachte 1] spreekt schreeuwend met [slachtoffer 2] .

[slachtoffer 2] = [slachtoffer 2]

Ja.

[medeverdachte 1] Hey luister kankerhoertje dat je bent.. mij gaan flessen met zijn allen met zijn drieën en vervolgens onschuldig meisje gaan uithangen.. jij moet je kankerbek houden nou en ik zweer je.. ik storm zo binnen bij je ouders ook.. (…)

[medeverdachte 1] Luister... morgen zorg ik dat mijn geld terug hebt met een abonnement.. dan verkoop ik die gelijk (…) ik wil mijn geld hebben (…) nu je krijgt je geen telefoon niets... (…)

[slachtoffer 2] Ik heb ja helemaal niets..

[medeverdachte 1] Ja, ik wil mijn geld! Geef mijn geld dan.. Jullie waren daar bij, jullie zaten in de auto, jullie hebben een afspraak gemaakt om naar Rotterdam te gaan.

[medeverdachte 1] (…) morgen om 11 uur, kwart voor elf sta je klaar.. (…)

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 juni 2018, opgenomen op pagina 453 e.v. (map 1) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 19 juni 2018 belde ik met [getuige 7] , de zus van [slachtoffer 2] . Zij vertelde kortgezegd dat:

  • -

    De telefoon die afgenomen was een iPhone 8+ was, met telefoonnummer [mobielnummer] en IMEI-nummer [nummer] ;

  • -

    [slachtoffer 2] een afschrift van [bedrijf 1] had;

  • -

    De afschrijving om 11:19 uur om maandag 11 juni 2018 plaatsvond van één cent.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 19 juni 2018, opgenomen op pagina 2026 e.v. (map 5) van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 9] :

[verdachte] kwam samen met die [medeverdachte 1] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1]) bij ons huis langs. Eenmaal binnen schold [medeverdachte 1] mijn dochter uit. Hij was heel erg boos op mijn dochter. Mijn dochter moest haar bankpas en ID-kaart pakken en meenemen. Hij zei tegen [slachtoffer 2] dat hij veel kwijt is geraakt door [slachtoffer 2] . Hij zei tegen [slachtoffer 2] dat [slachtoffer 2] ervoor moet zorgen dat dit geld weer terugkomt. Hij zei tegen [slachtoffer 2] dat ze gelijk mee moest gaan om een telefoonabonnement af te sluiten. [medeverdachte 1] deed het woord. Ze zijn toen weggegaan.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 juni 2018, opgenomen op pagina 455 e.v. (map 1) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten:

Op 19 juni 2018 bevonden wij ons in de winkel [bedrijf 1] . Ik, verbalisant [verbalisant 1] , vertelde de eigenaar van de winkel, dhr. [getuige 8] , dat de reden van onze komst te maken had met het feit dat we geïnteresseerd zijn in een voorval dat zich mogelijk onlangs in zijn winkel afspeelde, waarbij twee Turkse mannen één of meerdere jonge meisjes vergezelden die een mobiel telefoonabonnement af wilden sluiten. Er werden geen namen genoemd. Wij hoorden dat [getuige 8] reageerde door het volgende te vertellen:

“Ik weet wel wat jullie bedoelen. Ik heb de papieren van die meisjes hier bij me liggen. Dat waren [verdachte] en volgens mij heet die andere [medeverdachte 1] . Uit Hoogezand toch? Er waren twee meisjes bij.” [getuige 8] overhandigde voorts kopieën met daarop identiteitsgegevens. Ik zag dat de identiteitsbewijzen op naam van voornoemde [slachtoffer 2] en ene [naam 3] waren gesteld. Voorts zag ik dat op een van de kopieën betreffende het ID-bewijs van voornoemde [naam 3] het telefoonnummer [mobielnummer] met pen was genoteerd.

6. Een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming, opgenomen op p. 227 e.v. (map 1) van voornoemd dossier, voor zover inhoudend:

Inbeslagneming

Adres: [straatnaam] te Hoogezand-Sappemeer

Datum: 12-06-2018

Beslagene

Achternaam: [verdachte]

Voornamen: [verdachte]

Volgnummer

IBN-code/Voorwerpnummer: B.01.03.001.009/NNRCC17027_463078

Bijzonderheden: iPhone

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 19 juni 2018, opgenomen op pagina 462 (map 1) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 19 juni 2018 onderzocht ik het goed met goednummer 023 en beslagcode 463078 in het onderzoek NNRCC17027-KLERKUR. Ik zag dat het goed met goednummer 023 de volgende eigenschappen had:

Merk: Apple iPhone 8+

IMEI: [nummer] (op simkaarthouder in het toestel)

In het toestel zat een simkaart met simkaartnummer: [nummer] .

Toen ik de simkaart in een testtoestel stak zag ik dat het telefoonnummer behorende bij de simkaart getoond werden, te weten + [mobielnummer] .

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangever inclusief bijlagen d.d. 10 juli 2018, opgenomen op pagina 1792 e.v. (map 5) van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 3] :

A: Ze hebben mij onder de knie gezet. Ze hebben tegen mij gezegd dat als ik dit of dat niet doe, ze mijn botten breken. Ze weten waar mijn familie en kinderen wonen.

V: Tegen wie wil je aangifte doen?

A: Ik wil aangifte doen tegen [verdachte] , ik weet de achternaam niet precies. Iets van [verdachte] ofzo. Ik wil ook aangifte doen tegen [medeverdachte 1] .

V: Waarom wil je aangifte doen?

A: Ik heb een stapel met schulden die op mijn naam staan, maar het zijn hun schulden. Ik heb hun kosten betaald. Zij hebben altijd gezegd we betalen alles. Ik heb het hun uit goede naam gegeven. Zij hebben achter mijn rug ook verzekeringen voor auto’s afgesloten. Als eentje niet betaald werd en dan werd vervolgens de verzekering afgesloten werd, sloten zij een nieuwe verzekering af op mijn naam. Ik ben ook weleens geslagen. Ik ben bang voor hem, voor [medeverdachte 1] . Hij is een agressief persoon. Als ik iets verkeerd doe, dan wordt hij best wel fel in een keer. Ik moet wel uitkijken. Als ik mijn telefoon bijvoorbeeld niet opneem, dan wordt hij ook boos. Hij is best wel slim, hij weet zo op je in te praten dat je dingen voor hem doet.

V: Wanneer is dit allemaal begonnen?

A: In juli 2017. Ik kwam daar als klant in de shisha lounge, de [onderneming] in Hoogezand. [verdachte] gaf toen aan dat ze wel een auto voor mij konden regelen en dat ik daar wel kon schoonmaken.

A: Er was een verandering op een gegeven moment. Ze waren aan het begin lief, maar na een tijd ging dat veranderen.

V: Wat voor afspraken werden er dan gemaakt?

A: De afspraken over het schoonmaken heb ik gemaakt [verdachte] . [verdachte] krijgt de opdrachten van [medeverdachte 1] . Wat [verdachte] zegt dat moet gebeuren en als dat niet gebeurt dan komt [medeverdachte 1] . En dan is het altijd twee tegen een en ik kan niet tegen twee op.

V: Wat voor gevoel kreeg je hierbij?

A: Ik hielp hun maar ik kreeg een schop na. Ik voelde me echt onderdrukt. Ik kon geen nee zeggen. Ik kon niet vanuit mezelf daar weggaan. Ze hebben mij op verschillende manieren kunnen overtuigen om daar te blijven werken. [verdachte] komt heel netjes over, weet precies wat hij zegt. Ik ging er dan ook vanuit dat hij de waarheid sprak, maar niet dus. Ik kreeg alleen instructies van [verdachte] . Als ik dat niet deed dan kreeg ik de gevolgen. Ik kreeg dan klappen in het gezicht. Ik heb weleens een bloedneus er aan overgehouden. Ik had angst voor [medeverdachte 1] . Als [medeverdachte 1] mij dan ophaalde met de auto dan kreeg ik met de vlakke hand een klap in het gezicht. Hij vertelde mij dan wat ik fout heb gedaan. [verdachte] en hij waren altijd samen. Ook bijvoorbeeld als ik geen Abi zei achter de naam van [medeverdachte 1] , dan kreeg ik al een tik. Abi betekent broer. Uit respect moet ik dat dan altijd zeggen. Ik was dan ook bang als er niks was en [medeverdachte 1] kwam binnen in de lounge en groette dan, ook dan was ik bang dat er weer wat zou gaan gebeuren. Dus daarom durfde ik geen nee te zeggen tegen de opdrachten die ik van [verdachte] kreeg. Ik zat er heel diep in.

A: Ik werd ook bedreigd door [verdachte] en [medeverdachte 1] , ze zeiden bijvoorbeeld dat ze weten waar ik woon.

A: [verdachte] was mijn “boekhouder”. Ik moest de enveloppen/post op mijn naam aan [verdachte] geven en dat zou hij dan wel voor mij gaan regelen.

V: Hoe is het gegaan met het op jouw naam zetten van de auto’s?

A: [medeverdachte 1] heeft mij een keer geslagen. Dit ging toen over dat ik [verdachte] had beledigd ofzo. [medeverdachte 1] zei tegen mij dat ik een auto op mijn naam moest zetten. [verdachte] zei wel dat zij voor de kosten op zouden draaien.

V: Welke auto’s heb je op jouw naam gehad?

A: De allereerste was een Golf 5, kenteken [kenteken] .

V: Hoe gaat het dan met het overzetten op jouw naam?

A: [medeverdachte 1] en ik gaan dan naar het postkantoor in Hoogezand. [medeverdachte 1] gaat mee naar binnen en dan moet ik een handtekening zetten, [medeverdachte 1] betaalde 10 euro voor het overschrijven van de auto. Dan staat het op mijn naam.

V: Wie hebben gebruik gemaakt van deze auto, de Golf 5, [kenteken] ?

A: [verdachte] en [medeverdachte 1] .

V: We zien ook stukken met de betrekking tot de verzekering van deze auto. Wie heeft deze verzekering afgesloten?

A: [verdachte] heeft dat allemaal geregeld. Hij heeft mij een keer gevraagd om mijn paspoort en rijbewijs en bankrekening te geven. Hier heeft hij kopieën van gemaakt. Ik heb ook weleens zelf een kopie gegeven. Ik heb dat aan hem gegeven met de intentie dat hij er geen misbruik van zou maken. Alle verzekeringen voor alle auto’s heb ik niet afgesloten, maar dat heeft [verdachte] gedaan.

V: Welke auto’s heb je nog meer op jouw naam gehad?

A: Een Seat Altea, met kenteken [kenteken] .

V: Wie maakte gebruik van deze auto?

A: Alleen [verdachte] .

V: Wie had de beschikking over de sleutels van deze auto?

A: [verdachte] . Ik heb nooit de beschikking over enige sleutels van auto’s die op mijn naam staan of hebben gestaan. Alleen de keren dat ik een auto mocht lenen om mijn kinderen op te halen, heb ik de sleutels gehad.

V: Welke auto stond nog meer op jouw naam?

A: Een Volkswagen Polo, met kenteken: [kenteken] .

V: Hoe ging dat met het overschrijven op jouw naam?

A: Ik werd onder druk gezet door [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] ging weer met mij naar binnen. Ik weet niet meer precies waar dit was. Ik heb met [medeverdachte 1] bij meerdere punten, Jumbo en ook Mielo auto’s over laten schrijven op mijn naam. Ik moest dan weer een handtekening zetten, hij betaalde dan weer die 10 euro, en dan stond die auto weer op mijn naam.

V: Wie maakte gebruik van deze auto?

A: Meeste gebruik hiervan maakte [verdachte] , af en toe [medeverdachte 1] .

V: Welke auto had je verder op naam gehad?

A: De Volkswagen Passat, met kenteken: [kenteken] .

V: Hoe is het gegaan met het tenaamstellen van deze auto?

A: Hetzelfde als bij de vorige. [medeverdachte 1] ging weer mee naar binnen, ik zette de handtekening en hij betaalde de 10 euro. Ik ben weer onder druk gezet. Hiermee bedoel ik dat ik niet kan weigeren. Ik kon geen nee zeggen. Ik had geen keuze. Ik ging er van uit dat alles ook netjes betaald zou worden. Ik ben gewoon bang. Ik weet dat hij me een keer heeft geklapt.

V: Wie heeft gebruik gemaakt van deze auto?

A: De meeste tijd heeft [medeverdachte 1] deze auto gebruikt.

V: Nog meer auto’s?

A: Ja een Volkswagen Touareg, met kenteken: [kenteken] .

V: Hoe is het gegaan met het overschrijven van deze auto?

A: Op dezelfde manier. [medeverdachte 1] ging mee, ik moest een handtekening zetten en hij betaalde de 10 euro.

V: Wie maakte gebruik van deze auto?

A: [medeverdachte 1] .

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal verhoor getuige d.d. 24 januari 2019, afgenomen door de rechter-commissaris van de Rechtbank Noord-Nederland, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 3] :

[medeverdachte 1] en [verdachte] zeiden dat ze iemand nodig hadden in de shisha bar als schoonmaker. Ik bouwde ook een sociaal leven op. Het gaf mij een goed gevoel. Op den duur vroegen de verdachten mij om gunsten. In een later stadium hebben ze mij onder druk gezet. Als je onder druk wordt gezet kun je niet meer terug. Ik ging niet weg bij de verdachten omdat ze mij moesten betalen en ik geloofde ze. Er zit een haai naast je en die kan elk moment bijten. Zo voelde ik mij. Dit heb ik vanaf het begin af aan ervaren. Ik ben een of twee keer in het gezicht geslagen door [medeverdachte 1] . Dit was in het eindstadium. Dat hij mij sloeg had ook wel te maken met de auto’s. Ik zie het niet als mishandeling, maar ik voelde mij erg onder druk gezet.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 29 augustus 2018, opgenomen op pagina 2077 e.v. (map 5) van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 3] :

Ik heb ongeveer tweeënhalve maand gewerkt in de shisha lounge, vanaf eind maart van dit jaar ongeveer. Na drie weken kwam ik te werken met [slachtoffer 3] . [medeverdachte 1] en [verdachte] hebben [slachtoffer 3] echt als een slaafje gebruikt. Ze scholden hem gewoon verrot waar anderen bij waren. Als [medeverdachte 1] en [verdachte] samen waren dan bedreigden ze [slachtoffer 3] , ze behandelden hem als een mongool. Ik heb gezien dat [medeverdachte 1] een dreigende houding aannam en dat hij dreigend praat naar [slachtoffer 3] . Hij zei dan bijvoorbeeld: “Als je nog een keer tegen [verdachte] ingaat dan breek ik al je kankerbotten!”

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 29 augustus 2018, opgenomen op pagina 2095 e.v. (map 5) van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 10] :

[slachtoffer 3] is naïef. Hij heeft een goed hart en staat altijd klaar voor een ander. Het lijkt met [slachtoffer 3] dat het niet helemaal goed is in zijn hoofd. Ik vind hem nog een kind. Zijn leeftijd, 31 jaar, en geestelijke aanwezigheid komen niet overeen. Ik schat [slachtoffer 3] intellect in als een 6- of 7-jarige jongen.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 20 juni 2018, opgenomen op pagina 1988 e.v. (map 5) van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 11] :

V: Wie is [slachtoffer 3] ?

A: Die is niet helemaal goed volgens mij. Volgens mij heeft hij ook in de shisha lounge gewerkt. Ik weet niet eens of hij wel in staat is om te werken.

V: Wat bedoel je daarmee?

A: Als je bij hem een IQ-test doet komt er niet veel soeps van.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 december 2018, opgenomen op pagina 3010 e.v. (map 7) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

De iPhones van [medeverdachte 1] en [verdachte] zijn op 12 juni 2018 in beslag genomen en onderzocht. Op beide telefoons zijn verschillende gesprekken te zien tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] , met verschillende telefoonnummers. In bijlage 1 bij dit proces-verbaal zijn WhatsAppgesprekken gevoegd tussen [medeverdachte 1] (+ [mobielnummer] ) en [verdachte] (+ [mobielnummer] ).

Bijlage 1

Afzender

Tijdstip

Bericht

[medeverdachte 1]

31-12-2017 13:28

[audiobericht] Probeer [slachtoffer 3] even te bellen want ik krijg hem niet te pakken. Denk dat ie bang voor me is omdat ik hem gisteren er van langs heb gegeven

[verdachte]

15-03-2018 17:31

[Foto van de VW Golf, [kenteken] ]

[verdachte]

16-03-2018 16:06

Dat is de polo

[verdachte]

16-03-2018 16:06

Die heb ik naat sloop gebracht

[medeverdachte 1]

26-04-2018 17:57

[filmpje van de Volkswagen Passat, kenteken [kenteken] terwijl die wordt schoongemaakt. Stem van [medeverdachte 1] te horen.]

[verdachte]

16-05-2018 16:28

Ik heb die bonnetje nodig wat je bij het overschrijven kreeg

[medeverdachte 1]

16-05-2018 17:15

[Overschrijving Volkswagen Touareg, kenteken [kenteken] op naam van nieuwe eigenaar [slachtoffer 3] , afgedrukt op 16-5-2018, 10:52:10 uur.]

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 juli 2018, opgenomen op pagina 1186 e.v. (map 3) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

[slachtoffer 3] had de volgende auto’s op naam in 2018:

Kenteken Begindatum Einddatum Type

[kenteken] 7-3-2018 Volkswagen Golf

[kenteken] 16-5-2018 24-5-2018 Volkswagen Touareg

[kenteken] 12-12-2017 2-2-2018 Seat Altea

[kenteken] 20-10-2017 16-3-2018 Volkswagen Polo

[kenteken] 8-8-2017 16-5-2018 Volkswagen Passat

Registraties [verdachte] en [medeverdachte 1] in auto’s op naam van [slachtoffer 3]

Op 5 mei 2018 zagen verbalisanten [medeverdachte 1] in genoemde Volkswagen Passat rijden in Hoogezand. Op 15 mei 2018 herkenden verbalisanten [medeverdachte 1] , die in genoemde Volkswagen Passat reed. Op 20 december 2017 is [medeverdachte 1] aangehouden in Groningen. Hij reed toen in genoemde Volkswagen Passat. Op 19 mei 2018 werd [medeverdachte 1] gecontroleerd toen hij in genoemde VW Touareg reed in Groningen. Op 11 januari 2018 was [verdachte] betrokken bij een botsing met de genoemde Seat Altea.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 13 juni 2018, opgenomen op pagina 506 e.v. (map 2) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 12 juni 2018 werd door mij voor een doorzoeking ter inbeslagneming binnengetreden in de flatwoning, [straatnaam] te Hoogezand-Sappemeer. De bewoner van de woning is [verdachte] . In de nabijheid van de woning stond een VW Golf, gekentekend [kenteken] geparkeerd, waarvan de sleutel in de woning lag.

9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 26 april 2018, opgenomen op pagina 132 e.v. (map 1) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten:

Op 26 april 2018 bevonden wij ons in het politiebureau Rademarkt 12 te Groningen. Wij zagen een personenauto, merk Volkswagen Golf, met het Nederlandse kenteken [kenteken] de parkeergarage uitrijden. Wij zagen dat het linker voorportier raam was geopend en links voorin, zat als bestuurder, een man, welke wij herkenden als [verdachte] . In dezelfde auto zat rechts voorin een man, welke wij herkenden als [medeverdachte 1] .

10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 juni 2018, opgenomen op pagina 243 e.v. (map 1) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

De telefoon van [slachtoffer 3] is nader onderzocht wat betreft contacten met [verdachte] en [medeverdachte 1] .

Bijlage 8 - Sms-berichten telefoon [slachtoffer 3]

Verstuurd/ ontvangen

Bericht

Tijdstip

To: + [mobielnummer] [medeverdachte 1] 2018

Abim kan ik de polo mee krijgen vandaag kids ophalen wat leuks doen met hun kan jij [verdachte] vragen als mag

10-02-2018 11:17

To: + [mobielnummer] [verdachte] 2

[verdachte] [medeverdachte 1] zij dat ik polo kan lenen hij zij is goed k met kids iets doen enso als je klaar ben breng ik jouw hoogezand tmm

10-02-2018 12:05

Bijlage 9 - Sms-berichten telefoon [slachtoffer 3]

Verstuurd/ ontvangen

Bericht

Tijdstip

To: + [mobielnummer] [medeverdachte 1] 2018

[medeverdachte 1] vraagje kon ik vandaag de polo mee krijgen voor morgen kan ik met me kids met de auto

16-02-2018 21:48

11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van observatie d.d. 2 mei 2018 2018, opgenomen op pagina 1765 e.v. (map 4) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten:

Wij hebben op 1 mei 2018 geobserveerd. Om 15:37 uur zag ik, verbalisant met nummer [nummer] , dat de Volkswagen Passat, voorzien van het kenteken [kenteken] , vertrok en dat [medeverdachte 1] de bestuurder was. Ik herkende [medeverdachte 1] aan de hand van een foto en een eerdere observatie.

12. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van observatie d.d. 16 mei 2018 2018, opgenomen op pagina 1760 e.v. (map 4) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten:

Wij hebben op 15 mei 2018 geobserveerd. Om 09:03 uur zag ik, verbalisant met nummer [nummer] , op het terrein van het perceel [straatnaam] te Hoogezand een personenauto staan van het merk Volkswagen, type Touareg en voorzien van het kenteken [kenteken] . Om 10:35 uur zag ik, verbalisant met nummer [nummer] , dat de voornoemde Touareg van het terrein afreed. Ik zag dat de Touareg nu was voorzien van het handelaarskenteken [kenteken] . Om 10:37 uur zag ik, verbalisant met nummer [nummer] , dat [medeverdachte 1] bijrijder was van voornoemde VW Touareg.

13. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 juli 2018, opgenomen op pagina 599 e.v. (map 2) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Een medewerker van [bedrijf 2] vertelde mij dat één persoon bij het bedrijf was gekomen op 24 mei 2018 met de Volkswagen Touareg, kenteken [kenteken] . Dit was [verdachte] met adres [straatnaam] Hoogezand. [verdachte] legitimeerde zich met zijn rijbewijs. Hij had alle papieren van de Touareg bij zich. Hij ruilde de Touareg in.

Tapgesprekken zijn bij dit verbaal gevoegd als bijlage. [medeverdachte 1] gebruikt telefoonnummer [mobielnummer] . [verdachte] gebruikt nummer [mobielnummer] .

Bijlage tapgesprekken

Beller: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 1] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Datum: 26-04-2018 15:22:20

[medeverdachte 1] = [medeverdachte 1]

We betalen niks voor auto’s en rijden gratis, wat wil je dan nog meer.

Beller: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 1] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Datum: 26-04-2018 17:50:27

[medeverdachte 1] = [medeverdachte 1]

[verdachte] = [verdachte]

Het gesprek gaat over het spuiten van de auto, wat roestplekjes. [medeverdachte 1] vertelt dat het dan gratis is want die staat toch op naam van die sufferd. Er wordt gesproken over een Passat.

[verdachte] Hij heeft net een bericht gestuurd dat zijn dinges is afgeschreven voor auto, van de Passat. En hij vroeg om 580 Lira voor belastinggeld van de Passat.

[medeverdachte 1] Dus de belasting is al betaald en afgeschreven?

[verdachte] Ja.

[medeverdachte 1] Hahaha mooi toch!

Beller: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 1] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Datum: 11-05-2018 17:28:08

[medeverdachte 1] = [medeverdachte 1]

Is die auto van mij, die Passat, wel verzekerd?

Beller: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 1] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [naam 5] T.n.v.: [naam 5]

Datum: 14-05-2018

Tijdstip: 13:30:58

[medeverdachte 1] heeft een Touareg. [medeverdachte 1] wil de auto nemen en de Passat er op inruilen.

Beller: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 1] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Datum: 16-05-2018 10:49:15

[medeverdachte 1] vraagt aan [verdachte] om de gegevens straks wel te sturen, de verzekering moet overgeschreven worden.

[medeverdachte 1] kennelijk tegen een andere persoon die bij hem is: overschrijven auto.

[medeverdachte 1] vraagt aan [verdachte] om het tegen hem te zeggen wat daarvoor nodig is, want [slachtoffer 3] is bij hem. [verdachte] zegt dat meldcode en het bonnetje die eruit komt.

Beller: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 1] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Datum: 16-05-2018 11:07:38

Samenvatting: Touareg ruitenwisser, APK keuring. [medeverdachte 1] vraagt om een afspraak te maken voor de keuring zodat [medeverdachte 1] ernaar toe kan gaan.

Beller: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [naam 5] T.n.v.: [bedrijf 3]

Datum: 16-05-2018 12:00:59

[verdachte] zegt dat hij een verstuiver heeft voor de Touareg en die moet worden afgesteld. [naam 5] vraagt naar het kenteken van de auto. [verdachte] zegt [kenteken] . [naam 5] zegt dat zij de verstuiver kunnen afstellen maar dat het deze week niet meer wordt. (…) [verdachte] gaat overleggen en komt er op terug.

Beller: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 1] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Datum: 24-05-2018 14:59:16

Ze hebben het over de auto, [verdachte] is de auto aan het inruilen en zegt dat er mankementen zijn, kleine. [medeverdachte 1] zegt dat [verdachte] dan moet zeggen dat ze voor 3000 het dan kunnen rondmaken.

Ten aanzien van het onder 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

1. Een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming, opgenomen op p. 2644 e.v. (map 6) van voornoemd dossier, voor zover inhoudend:

Inbeslagneming

Adres: [straatnaam] te Hoogezand-Sappemeer

Datum: 12-06-2018

Beslagene

Achternaam: [verdachte]

Voornamen: [verdachte]

Volgnummer

IBN-code/Voorwerpnummer: B.01.01.001/NNRCC17027_462686

Bijzonderheden: Ikea zakje incl. 2 brokken vermoedelijk hasj

IBN-code/Voorwerpnummer: B.01.02.01.002/NNRCC17027_462742

Bijzonderheden: 2 zakjes vermoedelijk met wiet

IBN-code/Voorwerpnummer: B.01.03.01.005/NNRCC17027_463071

Bijzonderheden: bruine brok in boterhamzakje

IBN-code/Voorwerpnummer: B.02.02.001/NNRCC17027_462556

Bijzonderheden: 2 zakjes groene pillen

IBN-code/Voorwerpnummer: B.03.02.001/NNRCC17027_462853

Bijzonderheden: AH zak vermoedelijk wiet

IBN-code/Voorwerpnummer: B.03.02.002/NNRCC17027_462854

Bijzonderheden: MIXX zak diverse soorten drugs. 1 zak wiet. Losse gedroogde toppen. 1 zakje hasj.

IBN-code/Voorwerpnummer: B.04.01.002/NNRCC17027_463087

Bijzonderheden: joints + los rookgerei

IBN-code/Voorwerpnummer: B.04.01.004/NNRCC17027_463091

Bijzonderheden: zakje vermoedelijk wiet

IBN-code/Voorwerpnummer: B.05.01.001/NNRCC17027_463098

Bijzonderheden: volmark tas

IBN-code/Voorwerpnummer: B.06.01.001/NNRCC17027_463092

Bijzonderheden: div. verdovende middelen. Gesloten plastic zakje met tissues + diverse drugs.

IBN-code/Voorwerpnummer: B.06.01.002/NNRCC17027_463093

Bijzonderheden: verdovende middelen in een groene brillenkoker

IBN-code/Voorwerpnummer: B.07.01.002/NNRCC17027_463100

Bijzonderheden: wiet in Lidl tas, incl. vuilniszak wiet

IBN-code/Voorwerpnummer: B.08.01.001/NNRCC17027_462842

Bijzonderheden: 2 doorzichtige zakken gedroogde korrels in een Jumbo tas

2. Een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming, opgenomen op p. 2653 e.v. (map 6) van voornoemd dossier, voor zover inhoudend:

Inbeslagneming

Adres: [straatnaam] te Hoogezand-Sappemeer

Datum: 12-06-2018

Beslagene

Achternaam: [verdachte]

Voornamen: [verdachte]

Volgnummer

IBN-code/Voorwerpnummer: B.01.02.001.007/NNRCC17027_465321

Bijzonderheden: 4 oranje pilletjes met opdruk van doodskop. Pilletjes zaten in de Louis Vuitton handtas.

IBN-code/Voorwerpnummer: B.01.02.007/NNRCC17027_467659

Bijzonderheden: Jumbo plastic zak wiet

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal NFiDENT d.d. 9 augustus 2018, opgenomen op pagina 2700 e.v. (map 6) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 9 augustus 2018 werd door mij een onderzoek verricht aan een partij vermoedelijk verdovende middelen. In alle gevallen werd een indicatieve kleur reactietest uitgevoerd. Bij een positieve indicatieve kleur reactietest, werd vervolgonderzoek ter identificatie ingezet via het NFiDENT-proces. De resultaten van het identificerend onderzoek zijn geanalyseerd door een deskundige van het Nederlands Forensisch Instituut. Tijdens het ingestelde onderzoek werd door mij het navolgende verricht, bevonden en waargenomen.

Goednummer: PL0100-2018147386-1020332

SIN: AAJU5498NL

Omschrijving: 2 gripzakjes met wit poeder

Netto gewicht: 17,86 gram

SIN monster: AALR0252NL

Identificerend onderzoek: positief voor amfetamine

Goednummer: PL0100-2018147386-1020389

SIN: AAJU5488NL

Omschrijving: A. Een plastic zak met bruine en kleurloze kristallen

Netto gewicht: 35,94 gram

SIN monster: AALS7249NL

Identificerend onderzoek: positief voor MDMA

Goednummer: PL0100-2018147386-1020339

SIN: AAJU5497NL

Omschrijving: een plastic zak met 43 ruitvormige, groene tabletten logo MAX F1

Netto gewicht: 23,35 gram

SIN monster: AALR0494NL

Identificerend onderzoek: positief voor MDMA

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal NFiDENT d.d. 27 augustus 2018, opgenomen op pagina 2707 e.v. (map 6) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 14 augustus 2018 werd door mij een onderzoek aan een partij vermoedelijk verdovende middelen verricht. In alle gevallen werd een indicatieve kleur reactietest uitgevoerd. Bij een positieve indicatieve kleur reactietest, werd vervolgonderzoek ter identificatie ingezet via het NFiDENT-proces. De resultaten van het identificerend onderzoek zijn geanalyseerd door een deskundige van het Nederlands Forensisch Instituut. Tijdens het ingestelde onderzoek werd door mij het navolgende verricht, bevonden en waargenomen.

Goednummer: PL0100-2018147386-1036921

SIN: AAJU5233NL

Omschrijving: 4 oranje tabletten in een plastic zakje

Netto gewicht: 2,16 gram

SIN monster: AALO0446NL

Identificerend onderzoek: positief voor MDMA

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal verdovende middelen d.d. 21 juni 2018, opgenomen op pagina 2713 e.v. (map 6) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten:

Op 19 juni 2018 ontvingen wij een hoeveelheid vermoedelijk verdovende middelen. Voor het testen van alle op hennep of hasjiesj gelijkende stoffen werd gebruik gemaakt van de Duquenois reagentia. Bij het ontstaan van een in de test aangegeven kleuromslag, is dit een indicatie dat het goed hennep of hasjiesj betreft. Op 19 en 20 juni 2018 werden de vermoedelijk verdovende middelen getest.

Goednummer: PL0100-2018147386-1020342

SIN: AAJU5496NL

Omschrijving: Een dicht geknoopte plastic tas van AH met daarin groen/bruine gedroogde plantendelen.

Netto gewicht: 23,64 gram

Het bovenstaande goed testte positief op de Duquenois test. Tevens herkende ik, verbalisant [verbalisant 4], de substantie aan zijn kleur, geur en uiterlijk als zijnde hennep.

Goednummer: PL0100-2018147386-1020353

SIN: AAJU5494NL

Omschrijving: Een kleurloze plastic insteekhoes met daarin:

A. Een gripzak met rode rand met groen/bruine plantendelen.

Netto gewicht: 55,96 gram

Het bovenstaande goed testte positief op de Duquenois test. Tevens herkende ik, verbalisant [verbalisant 3] , de substantie aan zijn kleur, geur en uiterlijk als zijnde hennep.

B. Een gripzak met daarin 18 joints

Netto gewicht: 12,72 gram

Het bovenstaande goed testte positief op de Duquenois test. Tevens herkende ik, verbalisant [verbalisant 3] , de substantie aan zijn kleur, geur en uiterlijk als zijnde hennep.

Goednummer: PL0100-2018147386-1020358

SIN: AAJU5493NL

Omschrijving: Een witte plastic zak met knoop met daarin:

A. Groen/bruine plantendelen.

Netto gewicht: 44,05 gram

Het bovenstaande goed testte positief op de Duquenois test. Tevens herkende ik, verbalisant [verbalisant 4], de substantie aan zijn kleur, geur en uiterlijk als zijnde hennep.

B. Een gripzakje met een bruine harde substantie.

Netto gewicht: 1,71 gram

Het bovenstaande goed testte positief op de Duquenois test. Tevens herkende ik, verbalisant [verbalisant 4], de substantie aan zijn kleur, geur en uiterlijk als zijnde hasjiesj.

C. Een plastic zak met daarin groen/bruine plantendelen met daarin een gripzakje met groen/bruine plantendelen.

Netto gewicht: 22,94 gram

Het bovenstaande goed testte positief op de Duquenois test. Tevens herkende ik, verbalisant [verbalisant 4], de substantie aan zijn kleur, geur en uiterlijk als zijnde hennep.

Goednummer: PL0100-2018147386-102382

SIN: AAJU5490NL

Omschrijving: Een kleurloze plastic zak met daarin een brok bruine harde substantie.

Netto gewicht: 79,87 gram

Het bovenstaande goed testte positief op de Duquenois test. Tevens herkende ik, verbalisant [verbalisant 3] , de substantie aan zijn kleur, geur en uiterlijk als zijnde hasjiesj.

Goednummer: PL0100-2018147386-1020386

SIN: AAJU5489NL

Omschrijving:

A. Bruine brokjes in een gripzakje.

Netto gewicht: 0,17 gram

Het bovenstaande goed testte positief op de Duquenois test. Tevens herkende ik, verbalisant [verbalisant 4], de substantie aan zijn kleur, geur en uiterlijk als zijnde hasjiesj.

B. Gripzakje met daarin groen/bruine plantendelen.

Netto gewicht: 0,22 gram

Het bovenstaande goed testte positief op de Duquenois test. Tevens herkende ik, verbalisant [verbalisant 3] , de substantie aan zijn kleur, geur en uiterlijk als zijnde hennep.

Goednummer: PL0100-2018147386-1020393

SIN: AAJU5487NL

Omschrijving: Een gripzak met groene rand van het merk IKEA met daarin:

A. Een brok bruine harde substantie omwikkeld met kleurloze folie en tape.

Netto gewicht: 98,92 gram

Het bovenstaande goed testte positief op de Duquenois test. Tevens herkende ik, verbalisant [verbalisant 3] , de substantie aan zijn kleur, geur en uiterlijk als zijnde hasjiesj.

B. Een kleurloze plastic folie met daarin een bruine brok van harde substantie.

Netto gewicht: 24,24 gram

Het bovenstaande goed testte positief op de Duquenois test. Tevens herkende ik, verbalisant [verbalisant 3] , de substantie aan zijn kleur, geur en uiterlijk als zijnde hasjiesj.

Goednummer: PL0100-2018147386-1020413

SIN: AAJU5482NL

Omschrijving: Een gripzak met groene rand met een afbeelding van een hennepblad met daarin:

A. Groen/bruine gedroogde plantendelen.

Netto gewicht: 1,18 gram

B1. Een gripzak met blauwe rand met daarin groen/bruine gedroogde plantendelen.

Netto gewicht: 0,37 gram

B2. Een stuk kleurloos plastic met daarin groen/bruine gedroogde plantendelen.

Netto gewicht: 1,09 gram

Het bovenstaande goed testte positief op de Duquenois test. Tevens herkende ik, verbalisant [verbalisant 3] , de substantie aan zijn kleur, geur en uiterlijk als zijnde hennep.

Goednummer: PL0100-2018147386-1020415

SIN: AAJU5481NL

Omschrijving: Een gripzak met daarin groen/bruine gedroogde plantendelen, toppen en gemalen plantendelen en een gele plastic Jumbo zak met daarin een geopende kleurloze plastic zak met daarin groen/bruin gedroogde toppen/plantendelen.

Netto gewicht: 370,21 gram

Het bovenstaande goed testte positief op de Duquenois test. Tevens herkende ik, verbalisant [verbalisant 2] , de substantie aan zijn kleur, geur en uiterlijk als zijnde hennep.

Goednummer: PL0100-2018147386-1020424

SIN: AAJU5480NL

Omschrijving: Een gripzak met blauw/rode rand met daarin:

A. Een gripzak met groene rand en een dichtgeknoopte kleurloze plastic zak met in elk groen/bruine, gedroogde plantendelen.

Netto gewicht: 9,24 gram

Het bovenstaande goed testte positief op de Duquenois test. Tevens herkende ik, verbalisant [verbalisant 2] , de substantie aan zijn kleur, geur en uiterlijk als zijnde hennep.

Goednummer: PL0100-2018147386-1020438

SIN: AAJU5499NL

Omschrijving: Een Lidl boodschappentas met daarin:

A. Een grijze vuilniszak met daarin groen/bruine vermalen plantendelen.

Netto gewicht: 3466 gram

Het bovenstaande goed testte positief op de Duquenois test. Tevens herkende ik, verbalisant [verbalisant 2] , de substantie aan zijn kleur, geur en uiterlijk als zijnde hennep.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal verdovende middelen d.d. 8 augustus 2018, opgenomen op pagina 2727 e.v. (map 6) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten:

Op 6 augustus 2018 ontvingen wij een hoeveelheid vermoedelijk verdovende middelen. Voor het testen van alle op hennep of hasjiesj gelijkende stoffen werd gebruik gemaakt van de Duquenois reagentia. Bij het ontstaan van een in de test aangegeven kleuromslag, is dit een indicatie dat het goed hennep of hasjiesj betreft. Op 6 augustus 2018 werden de vermoedelijk verdovende middelen getest.

Goednummer: PL0100-2018147386-1036935

SIN: AAJU5232NL

Omschrijving: Een dichtgeknoopte Jumbo plastic zak met daarin een witte plastic tas met daarin groen/bruine gedroogde plantendelen.

Netto gewicht: 30,65 gram

Het bovenstaande goed testte positief op de Duquenois test. Tevens herkende ik, verbalisant [verbalisant 3] , de substantie aan zijn kleur, geur en uiterlijk als zijnde hennep.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 juli 2018, opgenomen op pagina 860 (map 2) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten:

Telefoongesprekken van [medeverdachte 1] en [verdachte] zijn opgenomen binnen onderzoek Klerkur. Tapgesprekken zijn bij dit proces-verbaal gevoegd als bijlage.

Ambtshalve is mij bekend dat XTC-pillen veelal gedrukt worden met een logo. ‘Heineken’ is een veel gebruikt logo voor XTC-pillen.

Overzicht tapgesprekken

Beller: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 1] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Datum: 26-04-2018 15:17:00

[medeverdachte 1] = [medeverdachte 1]

En als er tussendoor iemand komt voor wiet ofzo dat moeten we ook hebben maar ik heb godverdomme geen hasj kunnen vinden. Ik had toch een “plak” hasj die je laatst aan mij had gegeven. Wat is daarmee gebeurd? Dat heb ik wel ergens neergelegd.

Beller: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 1] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Datum: 26-04-2018 22:45:01

[medeverdachte 1] = [medeverdachte 1]

[verdachte] = [verdachte]

[medeverdachte 1] Jij moet vandaag een klus doen. Je gaat naar [naam 6] in Groningen en dan ga je een dinges van die dinges wegbrengen en een monster van de wiet.

[verdachte] Dinges van dinges?

[medeverdachte 1] Chocolade. Wat je mij laatst hebt gegeven.

[verdachte] Ja.

[medeverdachte 1] Je zei laatst toch dat er een chocolade dinges was?

[verdachte] Ja.

[medeverdachte 1] Wat is daarmee gebeurd?

[verdachte] Dat weet ik niet. Moet ik de hele plak achterlaten?

[medeverdachte 1] Ja doe maar.

Beller: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 1] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Datum: 27-04-2018 21:38:05

[medeverdachte 1] = [medeverdachte 1]

[verdachte] = [verdachte]

[medeverdachte 1] Waar zijn jouw pillen?

[verdachte] vertelt dat die bij hem thuis, in zijn kledingkast liggen.

[medeverdachte 1] Hoeveel liggen er daar?

[verdachte] Weet ik niet want je zei dat je die laatst wilde verkopen.

[medeverdachte 1] Ik heb er 50 verkocht voor 150. Dat meisje wil nu weer hetzelfde.

[verdachte] Daar is wel veel meer.

[medeverdachte 1] En er waren ook “Heineken” Waar zijn die?

[verdachte] Dit zitten ook in de zak, vermengd met die andere.

Beller: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 1] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Datum: 04-05-2018 14:39:12

[medeverdachte 1] = [medeverdachte 1]

[verdachte] = [verdachte]

[medeverdachte 1] Anders moeten we ook even naar die [getuige 6] kijken (…)

[verdachte] Hij vroeg laatst van die chocolade, dat ie dat misschien wel kwijt zou kunnen.

[medeverdachte 1] Onze chocolade?

[verdachte] Ja. (…)

[medeverdachte 1] Praat maar met hem en dan laat je daar wat van liggen.

Beller: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 1] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Datum: 04-05-2018 17:41:54

[medeverdachte 1] = [medeverdachte 1]

[verdachte] = [verdachte]

[medeverdachte 1] Heb jij daar nog wat van dat “groene”?

[verdachte] Ja, heb ik thuis. (…)

[medeverdachte 1] Is daar ook een ding om grammen te bepalen?

[verdachte] Ja, die is er.

[medeverdachte 1] Ik moet even voor die Marokkaan.

[verdachte] Van datgene dat open is is er wel een paar honderd.

[medeverdachte 1] Is goed, dan heeft ie daar wel genoeg aan. Hij wil niet veel. (…) Oke, ik ga er even heen.

Beller: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 1] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Datum: 09-05-2018 14:04:07

[medeverdachte 1] = [medeverdachte 1]

[verdachte] = [verdachte]

[medeverdachte 1] Breng even 50 van die groene bij jou thuis vandaan. (…)

[medeverdachte 1] Ja, 50 stuks, neem maar mee.

[verdachte] Van die (groene) vallei toch?

[medeverdachte 1] Ja.

Beller: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 1] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Datum: 09-05-2018 21:29:27

[verdachte] = [verdachte]

[medeverdachte 1] = [medeverdachte 1]

Waar ligt de chocolade?

[verdachte] Bij [naam 10].

[medeverdachte 1] Bel haar even dat ik daar eentje kan ophalen of ligt er eentje thuis?

[verdachte] Euhh, nee, maar [naam 10] weet dat niet, hoe moet ik haar dat uitleggen.

[medeverdachte 1] Bel haar maar, ik heb een plak nodig.

Beller: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 1] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Datum: 16-05-2018 00:01:11

[verdachte] = [verdachte]

[medeverdachte 1] = [medeverdachte 1]

[verdachte] Zeg het maar.

[medeverdachte 1] De man geeft 5 ‘papier’ voor de chocolade die wij hebben, voor een (1) stuk geeft hij 5. Ik ze tegen hem dat ik er zeven (7) voor wil hebben en heb gezegd dat we een prijs kunnen maken, er tussen in kunnen zitten.

Beller: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 1] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [naam 7] T.n.v.: [naam 7]

Datum: 21-05-2018 20:25:35

[naam 7] = [naam 7]

[medeverdachte 1] = [medeverdachte 1]

Heb je het uitgeprobeerd? Was het goed?

[naam 7] Heel goed. (…)

[naam 7] [medeverdachte 1] ik ga ernaar kijken als het weg is moet je mij berichten. Dat ik niet voor niets heen en weer ga..

[medeverdachte 1] Op dit moment kan het niet gaan, ik heb werk te doen omdat ik naar ver ga.. Ik zal vandaag er niet naar kunnen kijken..

[naam 7] Akkoord dan.. [medeverdachte 1] .. dinges.. wat is de laatste [prijs] hiervoor?

[medeverdachte 1] Laatste [prijs] is 4,5, daarvoor mag je het meenemen..

[naam 7] Is de waarde normaal 6?

[medeverdachte 1] 6.. 6,5..

[naam 7] Akkoord.. weet je waarom als ze het aan mij vragen?

[medeverdachte 1] 6.. 6,5 maar dit is voor de coffeeshop.. voor de straat is het 5,5 of 6 ongeveer dat..

[naam 7] Ik begrijp het.. ik begrijp het..

[medeverdachte 1] Coffeeshops geven altijd meer omdat ze maar één stuk kopen..

Beller: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 1] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Datum: 23-05-2018 19:22:35

[verdachte] = [verdachte]

[medeverdachte 1] = [medeverdachte 1]

Waar is de weegschaal?

[verdachte] Thuis?

[medeverdachte 1] Ja ik ben nu in jou huis, kan het niet vinden.

[verdachte] Dat is boven de kast abi in de keuken.

[medeverdachte 1] Dinges.. die dinges waar is die?

[verdachte] Wat?

[medeverdachte 1] Ons wiet.. normale wiet, de ‘Albanese’.

[verdachte] Die is in de kast (…).

[medeverdachte 1] Akkoord, akkoord.. is goed dinges waar liggen de ‘pillen’?

[verdachte] Ehhmm in mijn slaapkamer in mijn klerenkast heb ik sokkenla daarin ligt het.. maar hem ik het daarnaar toe gebracht, was het niet bij jou? Jij had het toch meegenomen.. ik heb 20 stuks, 15-20 stuks... kleine zakje had je gegeven..

Beller: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 1] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Datum: 23-05-2018 19:29:34

[verdachte] = [verdachte]

[medeverdachte 1] = [medeverdachte 1]

Luister waar zijn die 20 stuks.. pillen?

[verdachte] Die liggen in mijn sokkenla.

[medeverdachte 1] Sokken?

[verdachte] In de kast zit een bakje met sokken.

Beller: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 1] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Datum: 30-05-2018 10:52:16

[verdachte] = [verdachte]

[medeverdachte 1] = [medeverdachte 1]

Akkoord.. Niet vergeten thuis die dinges op te halen, je moet even bij die man langsgaan..

[verdachte] Ehhh

[medeverdachte 1] De sleutel is in de zak van mijn lederen jas.. van die kast..

[verdachte] Welke sleutel?

[medeverdachte 1] Van die gas dinges (Meterkast).. Om in de meterkast te komen in mijn huis heb je die sleutel nodig..

[verdachte] Ja, ja.. Iets erbij en daarnaast moest toch nog iets van hem teruggenomen worden..

[medeverdachte 1] Jij moet in die tas kijken.. daar is een goud kistje.. goud moet er zijn en daarnaast is een klein stukje chocola pakje..

Beller: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 1] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Datum: 31-05-2018 18:17:12

[verdachte] = [verdachte]

[medeverdachte 1] = [medeverdachte 1]

Je moet zeggen wat heb je met die chocolade gedaan. heb je die gegeven/verkocht? Als je het niet hebt verkocht dan moet je morgen of het geld daarvan brengen.. of die dingens, je moet het wel op tijd brengen want er is een klant dan zal het aan die klant verkocht worden.

[verdachte] Akkoord.

Beller: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 1] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Datum: 31-05-2018 18:20:43

[verdachte] = [verdachte]

[medeverdachte 1] = [medeverdachte 1]

(…) [naam 6] (fon) verkoopt onze chocola voor 4,5.

[verdachte] O, goed..

[medeverdachte 1] Dat is beter.. Ik had bijna voor 3 verkocht..

Beller: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 1] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Datum: 01-06-2018 12:57:41

[verdachte] = [verdachte]

[medeverdachte 1] = [medeverdachte 1]

[verdachte] Mijn broer voor hoeveel hebben we de chocola verkocht? (...)

[verdachte] Ik heb alleen de aantal grammen opgeschreven hier.

(…)

[medeverdachte 1] Wat ik weet is van die 20, ik weet van het geld van 100 stuks.. 20 stuks.. (…)

[verdachte] De aantal grammen dat was 120 gram.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 november 2018, opgenomen op pagina 2901 e.v. (map 7) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Bij de doorzoeking van de woning van [verdachte] aan de [straatnaam] te Hoogezand op 12 juni 2018 is een iPhone in beslag genomen. Uit gegevens op de telefoon, zoals appberichten waarin hij zijn naam noemt en gebruikte e-mailadressen, blijkt dat deze in gebruik was bij [verdachte] . [verdachte] die in WhatsApp staat als ‘ [naam 8] .’ met nummer [mobielnummer] heeft een gesprek met contactpersoon ‘ [naam 2] ’, met nummer 31645099625. Dit gesprek is als bijlage 1 bij dit proces-verbaal gevoegd.

Op 18 februari 2018 om 16:53 uur stuurt [verdachte] een afbeelding van een.pdf pagina, van ‘ [website] , [website] . Dit is een Duitstalige website waarop drugs anoniem getest kunnen worden, om bijvoorbeeld overdosissen te voorkomen. Op de afbeelding die [verdachte] stuurt staat een afbeelding van een groene XTC-pil met ‘Max’ daarop diepgedrukt aan de ene kant een ‘F’ in hoogdruk. In de woning van [verdachte] zijn op 12 juni 2018 in de slaapkamer in een kledingkast soortgelijke, groene tabletten gevonden met dezelfde diepdruk Max en hoogdruk F. Op 25 maart 2018 om 18:53 uur stuurt [verdachte] nog een afbeelding van dit soort XTC-pillen. Op 26 maart 2018 stuurt hij deze afbeelding nog eens met daarbij de tekst: ‘250 -280 mdma. 10 duizend max. En 5 duizend heineken.’ Vervolgens stuurt [naam 8] . een foto van negen tabletten in de vorm van het Heineken-logo, vermoedelijk XTC-pillen. Wanneer ingezoomd wordt op de foto die verstuurd is op 26 maart 2018 om 12:51 uur, is ‘Heineken’ te lezen op de pillen in soortgelijke letters als het biermerk.

Ambtshalve is mij bekend, en op internet is dit tevens breed te vinden, dat het logo van Maserati veel gedrukt wordt op XTC-pillen.

Bijlage 1

Afzender

Tijdstip

Bericht

[naam 2]

17-10-2017 18:27

Abi ik heb duizend pillen nodig

[naam 8]

18-10-2017 11:39

Bel me ff

[naam 8]

18-10-2017 11:39

Want me neef kan wel met je afspreken

[naam 2]

20-10-2017 20:36

Abi heb je nog wiet over

[naam 2]

16-12-2017 15:16

Abi iemand vraag me voor mdma

[naam 2]

17-12-2017 13:12

Ik heb 500 gr nodig groen

[naam 8]

17-12-2017 13:12

Ok voor wanneer

[naam 2]

17-12-2017 13:13

Straks

[naam 8]

17-12-2017 13:13

Heb je meteen geld dan

[naam 2]

17-12-2017 13:14

Ik kan jou nu alvast wat geven

[naam 8]

17-12-2017 13:57

Ben er bijna 7 min

[naam 2]

17-12-2017 13:58

Oké nice

[naam 8]

11-03-2018 09:16

Goedemorgen heb voor iemand 30 duizend snoep nodig

[naam 8]

11-03-2018 09:17

Wat is de prijs van 200 en 220’en 240 moet allemaal andere vormen zijn (…)

[naam 2]

11-03-2018 09:20

Oké ik ga het nu regelen

[naam 8]

11-03-2018 09:22

Ok vraag die prijze en welke vorm die heeft (…)

[naam 2]

11-03-2018 13:14

De prijzen zijn 5000 80cent

[naam 2]

11-03-2018 13:14

220 milligram

[naam 2]

11-03-2018 13:15

Het zijn masaratie witte en rode

9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal zaaksdossier 1 d.d. 3 oktober 2018, opgenomen op pagina 8 e.v. (map 1) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 10 oktober 2017 werd [getuige 5] gecontroleerd toen hij in Groningen reed. Verbalisanten zagen dat hij een doosje aan een bijrijder probeerde te geven met daarin gripzakjes. In het doosje zaten 75 XTC-pillen (…).

10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 oktober 2017, opgenomen op pagina 2046 e.v. (map 5) van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 5] :

Ik moest drugs verkopen voor [medeverdachte 1] .

V: Hoe ging dat precies in zijn werk?

A: Die drugs kreeg ik van [medeverdachte 1] .

V: Waar kreeg je die drugs?

A: In de shisha lounge, genaamd [onderneming] in Hoogezand.

V: Wat voor drugs moet jij verkopen van hem?

A: MDMA.

V: Wat zat in het bakje met drugs dat is aangetroffen in de auto?

A: Harddrugs.

11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 14 augustus 2018, opgenomen op pagina 2261 e.v. (map 5) van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 6] :

Ik ben nadat ik [medeverdachte 1] leerde kennen een keer in de shisha lounge geweest en daar heb ik toen 100 gram gekocht, de eerste keer. Later nog eens 100 gram. In totaal misschien 5 a 6 keer. De laatste keer heb ik 50 gram opgehaald.

V: Hoe ging dat dan in zijn werk?

A: Nou dan kwamen ze geld ophalen en dan gaven ze er weer bijvoorbeeld 30 gram bij en zo werd er uiteindelijk steeds meer opgeschreven dan dat er afbetaald werd. Ze zeiden dan: ‘Joh als je nou deze 100 gram nog verkoopt dan kan je daar je schuld mee aflossen.’ En zo kwam ik er steeds verder in. [medeverdachte 1] heeft het vaak gebracht bij mij thuis in Farmsum, de weed.

V: [getuige 6] , je praat steeds over ‘ze’. Over wie heb je het dan?

A: Over [medeverdachte 1] en [verdachte] . Ik zie [medeverdachte 1] als de hoofdpersoon en [verdachte] is de uitvoerende.

12. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 september 2018, opgenomen op pagina 810 (map 2) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 9 juli 2018 belde ik naar nummer [mobielnummer] om te kijken wie op zou nemen. De telefoon werd opgenomen door [getuige 3] . [getuige 3] vertelde dat ze de telefoon en daarmee het nummer had overgenomen van haar vriend [getuige 6] . Opgenomen gesprekken zijn bij dit verbaal gevoegd als bijlage.

Overzicht tapgesprekken

Beller: [mobielnummer] Naam: [medeverdachte 1] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Datum: 04-05-2018 14:39:12

[medeverdachte 1] = [medeverdachte 1]

[verdachte] = [verdachte]

[medeverdachte 1] Anders moeten we ook even naar die [getuige 6] kijken (…)

[verdachte] Hij vroeg laatst van die chocolade, dat ie dat misschien wel kwijt zou kunnen.

[medeverdachte 1] Onze chocolade?

[verdachte] Ja.

[medeverdachte 1] Hoeveel hebben wij daar nog van?

[verdachte] Euhhh..

[medeverdachte 1] Praat maar met hem en dan laat je daar wat van liggen.

Beller: [mobielnummer] Naam: [verdachte] T.n.v.: [medeverdachte 1]

Gebelde: [mobielnummer] Naam: [naam 9] T.n.v.: [naam 9]

Datum: 13-05-2018 14:05:07

[verdachte] : (…) 370 had je nog open staan van die dingen nog.

[naam 9] : Ja, van die groente nog.. en nog 270 van die chocola.

13. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 29 augustus 2018, opgenomen op pagina 2077 e.v. (map 5) van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 3] :

Ik heb ongeveer tweeënhalve maand gewerkt in de shisha lounge, vanaf eind maart van dit jaar ongeveer.

V: Werd er drugs verkocht in de shisha lounge?

A: Ja, weed.

V: Wat verhandelde [getuige 6] voor [medeverdachte 1] ?

A: Volgens mij alleen weed.

Ten aanzien van het onder 10 ten laste gelegde

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 2 juli 2018, opgenomen op pagina 2153 e.v. (map 5) van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verdachte:

Het vuurwapen lag bij mij tussen het plafond en ik heb hem daar laten liggen. Er lagen nog een aantal kogels. Ook tussen het plafond.

2. Een schriftelijk bescheid, te weten een lijst van in beslag genomen goederen, opgenomen op p. 71 e.v. (map 1) van voornoemd dossier, voor zover inhoudend:

Onderzoek: NNRCC17027-KLERKUR

Behoort bij object: [straatnaam] te Hoogezand-Sappemeer

Datum inbeslagneming 12-06-2018

IBN-code: B.01.03.001.007

Omschrijving goed: 1 mes (vouwmes, kleur zilver/zwart)

IBN-code: B.06.01.003

Omschrijving goed: Semiautomatisch vuurwapen, CZ 32ACP zwart half geladen

IBN-code: B.06.01.004

Omschrijving goed: Scherpe munitie verschillende kalibers o.a. voor CZ pistool

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 13 juni 2018, opgenomen op pagina 506 (map 2) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 12 juni 2018 werd door mij binnengetreden in de woning aan de [straatnaam] te Hoogezand-Sappemeer. In de meterkast werd een hoeveelheid munitie aangetroffen. Na verwijdering van een luchtrooster in het plafond van de wc werd boven dit plafond een semiautomatisch en half geladen vuurwapen met bijbehorende munitie en munitie van een ander kaliber vuurwapen(s) aangetroffen.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 juli 2018, opgenomen op pagina 572 (map 2) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

In de woning van [verdachte] in de woonkamer op de grond in een tas is een stiletto gevonden die zijdelings uitklapt, zoals bedoeld in categorie 1, volgens art. 2, lid 1 onder 1 van de WWM. De stiletto is in beslag genomen onder code B.01.03.001.007 en goednummer 463074.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal onderzoek vuur(wapen) en munitie d.d. 13 augustus 2018, opgenomen op pagina 802 (map 2) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Wapen 1

Goednummer: PL0100-2018147386-1023858

Object: Vuurwapen (pistool)

Merk/model: Crvena Zastava / 70

Het voorwerp is een semiautomatisch pistool. Het voorwerp is geschikt om projectielen door een loop af te schieten. De werking van het voorwerp berust op het teweeg brengen van een scheikundige ontploffing. Derhalve is het voorwerp een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2, lid 1 categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie.

Munitie 1

Goednummer: PL0100-2018147386-102862

Object: Munitie (Kogelpatronen)

Aantallen: 2 / 99 = 101

De patronen zijn geschikt om een projectiel met een vuurwapen, wapen 1, te verschieten. Derhalve zijn deze patronen munitie in de zin van artikel 1 lid 4 in verband met artikel 2 lid 2, categorie III van de Wet wapens en munitie.

Munitie 2

Goednummer: PL0100-2018147386-102862

Object: Munitie (Kogelpatronen)

Totaal aantallen: 150

De patronen zijn geschikt om een projectiel met een vuurwapen te verschieten. Derhalve zijn deze patronen munitie in de zin van artikel 1 lid 4 in verband met artikel 2 lid 2, categorie III van de Wet wapens en munitie.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal zaaksdossier 6 d.d. 2 oktober 2018, opgenomen op pagina 43 e.v. (map 1) van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Het adres [straatnaam] te Hoogezand is het GBA-adres waar [verdachte] ingeschreven stond. Op dit adres stond ten tijde van de doorzoeking geen andere personen ingeschreven.

1 Zie hiertoe onder meer HR 26 november 2013 (ECLI:NL:HR:2013:1425).

2 Zie daartoe HR 10 april 2007 (ECLI:NL:HR:2007:AZ5713).

3 Bewijsmiddelen 6, 12 en 13.

4 Zie daartoe de bijlage bij het proces-verbaal onderzoeksresultaten verdovende middelen d.d. 25 september 2018, pagina 1066 e.v. (map 3).

5 Zie respectievelijk pagina’s 1826, 1827, 1838 en 1850.

6 Zie respectievelijk pagina’s 1846, 1805 en 1834.

7 Zie respectievelijk pagina’s 1872, 1871, 1861, 1865, 1867, 1881, 1869, 1875, 1876, 1864, 1873 en 1877.