Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:993

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
20-03-2018
Datum publicatie
28-03-2018
Zaaknummer
18/820285-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens beschadiging van 29 personenauto’s in de stad Groningen. De rechtbank legt een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden op.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 350
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/820285-17

vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 18/077248-16

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 20 maart 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] ,

wonende te [straatnaam] , [woonplaats] ,

thans gedetineerd in PI Leeuwarden te Leeuwarden.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 maart 2018.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. E. van der Meer, advocaat te Groningen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. L.J. van der Heide.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 21 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Volvo ( [kenteken] ), kleur zwart (geparkeerd aan de Herman Colleniusstraat ) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

2.

hij op of omstreeks 21 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Peugeot 205 ( [kenteken] ), kleur rood (geparkeerd aan de Herman Colleniusstraat ) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

3.

hij op of omstreeks 21 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Skoda Octavia ( [kenteken] ), kleur zwart, (geparkeerd aan de Herman Colleniusstraat ) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

4.

hij in of omstreeks de periode van 18 juni 2017 tot en met 22 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Audi A3 ( [kenteken] ) kleur grijs (geparkeerd aan de Herman Colleniusstraat ) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

5.

hij in of omstreeks de periode van 16 juni 2017 tot en met 17 juni 2017 te Groningen, opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Skoda Superb ( [kenteken] ) kleur zwart (geparkeerd aan de Herman Colleniusstraat ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

6.

hij in of omstreeks de periode van 18 juni 2017 tot en met 21 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Peugeot 208 ( [kenteken] ) kleur zwart (geparkeerd aan de Herman Colleniusstraat ) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

7.

hij in of omstreeks de periode van 20 juni 2017 tot en met 21 juni 2017 te Groningen, opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk VW Golf ( [kenteken] ) kleur lichtblauw (geparkeerd aan de Taco Mesdagstraat ) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

8.

hij in of omstreeks de periode van 14 juni 2017 tot en met 15 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Porsche type Carrera ( [kenteken] ) keur zilvergrijs (geparkeerd aan de Radesingel ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

9.

hij in of omstreeks de periode van 20 juni 2017 tot en met 21 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk BMW ( [kenteken] ) kleur grijs (geparkeerd aan de Kraneweg ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

10.

hij in of omstreeks de periode van 20 juni 2017 tot en met 21 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk BMW X6 ( [kenteken] ), kleur zwart (geparkeerd aan de Kraneweg ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

11.

hij in of omstreeks de periode van 16 juni 2017 tot en met 18 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Alfa Romeo ( [kenteken] ), kleur zwart (geparkeerd aan de Radesingel ) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

12.

hij in of omstreeks de periode van 14 juni 2017 tot en met 16 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Peugeot 108 ( [kenteken] ) (geparkeerd aan de Radesingel ) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 12] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

13.

hij in of omstreeks de periode van 16 juni 2017 tot en met 17 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Volkswagen, Tiguan ( [kenteken] ) kleur zwart (geparkeerd aan de Radesingel ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 13] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

14.

hij in of omstreeks de periode van 7 juni 2017 tot en met 15 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Jaquar ( [kenteken] ), kleur blauw (geparkeerd aan de Radesingel ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 28] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

15.

hij in of omstreeks de periode van 14 juni 2017 tot en met 15 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Audi ( [kenteken] ) kleur zwart (geparkeerd aan de Radesingel ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 14] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

16.

hij in of omstreeks de periode van 14 juni 2017 tot en met 15 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Saab ( [kenteken] ), kleur zwart (geparkeerd aan de Radesingel ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 15] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

17.

hij in of omstreeks de periode van 14 juni 2017 tot en met 15 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Volvo ( [kenteken] ) kleur blauw (geparkeerd aan de Radesingel ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 29] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

18.

hij in of omstreeks de periode van 13 juni 2017 tot en met 15 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Peugeot ( [kenteken] ), kleur grijs (geparkeerd aan de Radesingel ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 16] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

19.

hij in of omstreeks de periode van 14 juni 2017 tot en met 15 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Saab ( [kenteken] ) kleur zwart (geparkeerd aan de Radesingel ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 17] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

20.

hij in of omstreeks de periode van 14 juni 2017 tot en met 15 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Volvo ( [kenteken] ) kleur zwart (geparkeerd aan de Radesingel ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 18] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

21.

hij in of omstreeks de periode van 14 juni 2017 tot en met 15 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Audi ( [kenteken] ) kleur zwart (geparkeerd aan de Radesingel ) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 19] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

22.

hij in of omstreeks de periode van 14 juni 2017 tot en met 15 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Volvo ( [kenteken] ) kleur zwart (geparkeerd aan de Radesingel ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 20] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

23.

hij in of omstreeks de periode van 12 juni 2017 tot en met 18 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Volvo ( [kenteken] ) kleur rood (geparkeerd aan de Radesingel ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 21] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

24.

hij op of omstreeks 20 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Fiat ( [kenteken] ) kleur wit (geparkeerd aan de Paterswoldseweg ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 22] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

25.

hij in of omstreeks de periode van 20 juni 2017 tot en met 22 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Peugeot ( [kenteken] ) kleur grijs (geparkeerd aan de Paterswoldseweg ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 23] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

26.

hij in of omstreeks de periode van 17 juni 2017 tot en met 21 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Toyota ( [kenteken] ) kleur grijs (geparkeerd aan de Paterswoldseweg ) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 24] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

27.

hij in of omstreeks de periode van 18 juni 2017 tot en met 21 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Opel kleur grijs (geparkeerd aan de Paterswoldseweg ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 25] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

28.

hij in of omstreeks de periode van 18 juni 2017 tot en met 26 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Peugeot ( [kenteken] ), kleur rood (geparkeerd aan de Paterswoldseweg ) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 26] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

29.

hij in of omstreeks de periode van 17 juni 2017 tot en met 7 juli 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Citroen ( [kenteken] ) kleur blauw (geparkeerd aan de Paterswoldseweg ) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 27] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling voor alle ten laste gelegde feiten gevorderd.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gesteld dat voldoende wettig bewijs voorhanden is voor het onder 1, 2, 3, 5 en 6 ten laste gelegde. Voor de overige feiten heeft de raadsman de vraag opgeworpen of het dossier voldoende wettig bewijs bevat.

Verdachte heeft alle feiten ontkend. Hij heeft gesteld dat hij wel zichtbaar is op de camerabeelden, maar dat de camerabeelden moeten zijn gemanipuleerd door de politie.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte op de terechtzitting van 6 maart 2018 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende: Ik herken mijzelf op de camerabeelden die zijn gemaakt in de Herman Colleniusstraat , de Radesingel en de Paterswoldseweg .

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aanhouding d.d. 21 juni 2017, opgenomen op pagina 12 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2017161243 d.d. 5 september 2017, inhoudende als relaas van verbalisanten:

Op 21 juni 2017 omstreeks 00:03 uur hoorden wij de melding dat mogelijk de bekende autokrasser, welke de afgelopen periode veel auto’s bekrast heeft in de stad Groningen, gezien zou zijn. Wij hoorden van de verbalisanten welke inmiddels ter plaatse waren dat deze persoon op een bankje zat aan het Taco Mesdagplein ter hoogte van nummer [nummer] Hierop hebben wij de postauto weggezet met zicht op de persoon. Ik, verbalisant [verbalisant 1] , zag dat hij voor de woning zat van Taco Mesdagplein [nummer] . Omstreeks 00:33 uur zag ik dat de persoon wegliep in de richting van de Dr. Hofstede de Grootkade. Ik las in de door ons verbalisanten aangemaakte whatsappgroep dat de persoon via de Dr. Hofstede de Grootkade in de richting van de Herman Colleniusstraat liep. Ik, verbalisant [verbalisant 2] , liep op de Herman Colleniusstraat en kreeg zicht op de persoon. Ik zag dat de persoon een petje op had met een knotje en dat hij een zwarte handtas in zijn hand had. Ik zag dat hij in de richting van de Kraneweg liep. Omstreeks 00:38 uur zag ik dat hij stopte ter hoogte van een rode Peugeot 205 en dat hij over de motorkap hing en een krassende beweging maakte over de voorruit van de auto. Ik hoorde een geluid wat mij bekend is als een krassend geluid. Hij was op dit moment de enige in de straat. Ik zag op het voorraam van de rode Peugeot diverse krassen. Ik ben de verdachte verder gevolgd. Ik zag dat hij de Kraneweg overstak en dat hij na ongeveer 50 meter stopte ter hoogte een vrij nieuwe witte Peugeot. Ik zag dat hij met een voorwerp vanaf de linker achterruit naar de linker voorruit liep en hoorde hierbij weer een krassend geluid. Ik zag dat hij daarna voorover boog en de voorruit van de Peugeot ook bekraste. Ik zag dat hij verder liep en een paar auto’s verderop ter hoogte van de rotonde van de Herman Colleniusstraat een zwarte Volvo XC60 bekraste op de voorruit. Ik zag en hoorde dat hij krassende bewegingen maakte. Wij hebben hem aangehouden, vlak nadat hij het laatstgenoemde voertuig bekrast had.

3. Een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming d.d. 21 juni 2017, opgenomen op pagina 44 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende:

Inbeslagneming

Plaats: Herman Colleniusstraat , Groningen

Datum en tijd: 21 juni 2017 te 01:30 uur

Omstandigheden: Verdachte is op heterdaad aangehouden voor het vernielen van verschillende voertuigen. Tijdens de veiligheidsfouillering trof ik de stenen aan.

Beslagene

Achternaam: [verdachte]

Voornamen: [verdachte]

Volgnummer 1

Object: steen

Bijzonderheden: droeg verdachte bij zich in zijn broekzak

Volgnummer 2

Object: steen

Bijzonderheden: droeg verdachte bij zich in zijn broekzak

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 juni 2017, opgenomen op pagina 46 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisanten:

Op 20 juni 2017 omstreeks 23:50 uur hoorden wij via de portofoon een melding dat er in de wijk Kostverloren een persoon rondliep in donkere kleding met een zwart tasje in zijn hand. Deze persoon zou steeds aan auto's zitten volgens de melder. Wij zijn direct ter plaatse gegaan. De verdachte is door collega's aangehouden op de Herman Colleniusstraat . Wij zagen dat er meerdere auto's in de Herman Colleniusstraat bekrast waren. Wij zagen dat er in de voorruiten cirkelvorige patronen waren gekrast. Dit ging om de voertuigen met kentekens: [kenteken] , [kenteken] , [kenteken] , [kenteken] en [kenteken] .

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen met nummer PL0100-2017161247-2 d.d. 29 juni 2017, opgenomen op pagina 61 van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

Op de camerabeelden, afkomstig van de Herman Colleniusstraat [nummer] te Groningen, is het volgende te zien.

De tijdsweergave op de beelden is 21-06-2017 te 00:36 uur en 14 seconden. Op dat moment komt er een persoon vanaf de rechterkant in het gezichtsveld van de camera. De persoon ziet er als volgt uit:

- blank;

- warrig half lang haar in een soort staart;

- donkere trui/vest;

- donkere handtas.

Om 00:36 uur en 18 seconden loopt de persoon naar de rechter voorzijde van een geparkeerde auto. Dit betreft een donker gekleurde auto. Het betreft een personenauto van het merk Skoda, type Octavia, kleur zwart, kenteken [kenteken] . De persoon stopt ter hoogte van de rechterportierspiegel. Vervolgens maakt de persoon met zijn rechterhand een beweging over de voorruit van de auto. Dit lijkt op een krassende beweging of een tekenbeweging. Als de persoon klaar is met krassen/tekenen op de voorruit van de auto, maakt hij een beweging met zijn rechterhand naar zijn rechterbroekzak. Vervolgens loopt de persoon om 00:36 uur en 26 seconden naar links weg.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen met nummer PL0100-2017160827-2 d.d. 21 juni 2017, opgenomen op pagina 52 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

Op de camerabeelden van het [naam hotel] is het volgende te zien:

- op 15 juni 2017 omstreeks 02:27 uur komt een persoon vanuit de Winschoterkade te Groningen, de Radesingel in lopen;

- om 02:27 uur is te zien dat de persoon in de richting van de Trompstraat uit beeld verdwijnt.

Ik kan de persoon als volgt omschrijven:

- blank;

- brildragend;

- lang haar tot aan de schouders;

- lichtkleurig vest;

- schoenen met een zwarte zool.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen met nummer PL0100-2017166446-2 d.d. 28 juni 2017, opgenomen op pagina 62 van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

Op de camerabeelden, afkomstig van de Paterswoldseweg [nummer] te Groningen, is het volgende te zien.

De tijdsweergave op de beelden is 20-06-2017 te 23:04 uur en 24 seconden. Op dat moment komt er een persoon vanaf de rechterkant in het gezichtsveld van de camera. De persoon ziet er als volgt uit:

- blank;

- pet;

- donkere trui/vest;

- donkere schoenen;

- zwarte handtas.

Om 23:04 uur en 26 seconden loopt de persoon naar een geparkeerde auto. Het gaat om een witte auto. De auto staat recht voor de camera. De persoon loopt vervolgens naar de rechtervoorzijde van de auto, bij de rechterportierspiegel. Hij buigt zich voorover over de voorruit van de auto. Hij maakt met zijn rechter hand een beweging over de voorruit van de auto. Vervolgens loopt de persoon weg.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 juli 2017, opgenomen op pagina 63 van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] :

Wij, verbalisanten, herkennen de persoon, welke op de camerabeelden van proces-verbaal 2017161247, 2017160827 en 2017166446 is te zien als zijnde [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] . Wij, verbalisanten kennen [verdachte] van de verdachteverhoren die wij hebben gedaan met hem. Op de camerabeelden herkennen wij hem aan zijn haar, kleding, tas en pet.

9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 21 juni 2017, opgenomen op pagina 70 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [partner slachtoffer 1] , namens [slachtoffer 1] :

Ik ben namens de benadeelde gerechtigd tot het doen van aangifte.

Ik wil aangifte doen van vernieling van mijn vrouw haar auto. Er zijn krassen te zien op de voorzijde van het voertuig. Op 21 juni 2017 omstreeks uur 00:50 uur vertelde een politieagent mij dat er een auto was vernield die op naam staat van mijn vrouw. Hij vroeg mij om mee te lopen naar de locatie waar mijn voertuig stond. Ik zag dat er krassen op de voorruit van het voertuig zaten. Deze krassen zaten aan de bestuurderszijde en het lijkt alsof er rondjes zijn gekrast met een scherp voorwerp.

Voertuig: Personenauto

Merk/type: Volvo XC60

Kleur: Zwart

Kenteken: [kenteken]

10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 21 juni 2017, opgenomen op pagina 72 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [partner slachtoffer 2] , namens [slachtoffer 2] :

Ik ben namens mijn vriend [slachtoffer 2] gemachtigd tot het doen van aangifte. Ongeveer 2 à 3 weken geleden heeft [slachtoffer 2] zijn personenauto, een rode Peugeot 205 voorzien van het kenteken [kenteken] , geparkeerd in een parkeervak aan de Herman Colleniusstraat in Groningen. De auto stond geparkeerd ter hoogte van huisnummer [nummer] . [slachtoffer 2] heeft de auto onbeschadigd en afgesloten achtergelaten. Op 21 juni 2017 omstreeks 01:02 uur werd [slachtoffer 2] door de politie gebeld dat iemand de voorruit van zijn auto had bekrast.

11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 21 juni 2017, opgenomen op pagina 77 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 3] :

Op 18 juni 2017 te 23:00 uur heb ik mijn auto van het merk Skoda, type Octavia, kleur zwart en voorzien van het kenteken [kenteken] geheel onbeschadigd en geheel afgesloten geparkeerd op/langs de rijbaan van de Herman Colleniusstraat te Groningen. Op 21 juni 2017 te 00:45 uur werd ik door de politie op de hoogte gebracht van het feit dat mijn auto bekrast/vernield was. Met een scherp voorwerp werd de ruit van het rechter voorportier en de voorruit van mijn auto bekrast/vernield.

12. Een schriftelijk bescheid, te weten een afschrift van aangifte, opgemaakt op 23 juni 2017, opgenomen op p. 81 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 4] :

Op 22 juni 2017 te 13:50 uur trof ik mijn grijze Audi A3 met kenteken [kenteken] aan met diepe krassen op de voorruit ter hoogte van de bijrijdersplaats. De auto stond geparkeerd aan de Herman Colleniusstraat ter hoogte van nr. [nummer] . Ik heb de auto daar geparkeerd op 18 juni rond 16:00 uur. Toen waren er nog geen krassen.

13. Een schriftelijk bescheid, te weten een afschrift van aangifte, opgemaakt op 22 juni 2017, opgenomen op p. 84 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 5] :

Na 16 juni 2017 te 21:00 uur is er op de voorruit en de rechter passagiersruit van mijn auto, een zwarte Skoda Superb met kenteken [kenteken] , sterk gekrast met een (scherp) voorwerp. De schade is door mij voor het eerst geconstateerd op 17 juni omstreeks 12:30 uur. De auto stond geparkeerd aan de Herman Colleniusstraat ter hoogte van huisnummer [nummer] .

14. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 28 juni 2017, opgenomen op pagina 89 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 6] :

Locatie delict: openbare weg, Herman Colleniusstraat [nummer] , Groningen

Gepleegd tussen: 18-06-2017 te 08:00 uur en 21-06-2017 te 20:00 uur

Omschrijving schade/overige bijzonderheden: krassen links op de voorraam, linker zijramen voor en achter en kunststof afdekplaat op linker achterraampje.

Kenteken: [kenteken]

Peugeot 208

15. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 21 juni 2017, opgenomen op pagina 206 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 7] :

Eigenaar/benadeelde: [slachtoffer 7]

Locatie delict: Taco Mesdagstraat ter hoogte van nr. [nummer] te Groningen

Gepleegd tussen: 20-06-2017 te 21:30 uur en 21-06-2017 te 08:00 uur

Omschrijving schade/overige bijzonderheden: voorruit bekrast (diep), kant van bestuurder. Auto: Volkswagen Golf, lichtblauw, kenteken [kenteken] .

Verklaring: Ik doe aangifte van vernieling van bovengenoemd goed.

16. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 15 juli 2017, opgenomen op pagina 100 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 8] :

Eigenaar/benadeelde: [slachtoffer 8]

Locatie delict: Radesingel te Groningen, geparkeerd tegenover hotel

Gepleegd tussen: 14 juni en 15 juni te 07:30 uur

Vernield: Auto bekrast

Omschrijving schade/overige bijzonderheden: Schade aan motorkap, voorspatbord, voorruit, zijruit, dak, achterspatbord, achterklep. Diepe krassen door een scherp voorwerp.

Kenteken: [kenteken]

Kleur: zilvergrijs

Verklaring: Ik doe aangifte van vernieling van bovengenoemd goed.

17. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 26 juni 2017, opgenomen op pagina 116 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 9] :

Op 20 juni 2017 omstreeks 22:30 uur heeft mijn vrouw mijn auto, een grijze BMW voorzien van kenteken [kenteken] , in onze straat geparkeerd. Dit was op de Kraneweg in Groningen ter hoogte van nummer [nummer] . De volgende ochtend omstreeks 07:30 uur ontdekte ik dat de auto bekrast was. Er zijn krassen gemaakt op de voorruit aan de bestuurderszijde en op de ruit van het portier aan de bestuurderszijde.

18. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 27 juni 2017, opgenomen op pagina 120 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 10] :

Locatie delict: openbare weg, Kraneweg [nummer] te Groningen

Gepleegd tussen: 20-06-2017 te 23:00 uur en 21-06-2017 te 08:30 uur

Omschrijving schade/overige bijzonderheden: Diepe krassen in de voorruit en de ruit aan de bestuurderszijde.

Merk: BMW

Type: X6

Kenteken: [kenteken]

19. Een schriftelijk bescheid, te weten een afschrift van aangifte, opgemaakt op 22 juni 2017, opgenomen op p. 126 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 11] :

Eind week 24 (donderdag of vrijdagnacht) 2017 is de voorruit van mijn auto bekrast (krulvormige doorlopende kras). Mijn auto (Alfa Romeo, kleur zwart, [kenteken] ) stond voor Radesingel [nummer] in Groningen.

20. Een schriftelijk bescheid, te weten een afschrift van aangifte, opgemaakt op 16 juni 2017, opgenomen op p. 131 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medewerker] , namens [slachtoffer 12] :

Een onbekend persoon heeft met een scherp voorwerp de voorruit van mijn auto (Peugeot 108 met kenteken [kenteken] ) aan de bijrijderskant middels grote ronde bewegingen bekrast.

Eigenaar auto: [slachtoffer 12]

Pleegplaats: Radesingel [nummer] te Groningen

Tijdstip achtergelaten: 14-06-2017 te 22:45 uur

Tijdstip geconstateerd: 16-06-2017 te 08:00 uur

21. Een schriftelijk bescheid, te weten een afschrift van aangifte, opgemaakt op 21 juni 2017, opgenomen op p. 135 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 13] :

De voorruit van mijn aan de Radesingel [nummer] geparkeerde auto (een zwarte Volkswagen Tiguan, kenteken [kenteken] ) is met een scherp voorwerp beschadigd. Er is over de voorruit gekrast.

Tijdstip achtergelaten: 16-06-2017 te 01:00 uur

Tijdstip geconstateerd: 17-06-2017 te 12:00 uur

22. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 22 juni 2017, opgenomen op pagina 139 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 28] :

Locatie delict: Radesingel ter hoogte van nr. [nummer] te Groningen

Gepleegd tussen: 07-06-2017 te 9:00 uur en 15-06-2017 te 12:00 uur

Omschrijving schade/overige bijzonderheden: Voorruit Jaguar (kleur blauw, kenteken [kenteken] ) is bekrast.

23. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 17 juni 2017, opgenomen op pagina 148 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 14] :

Locatie delict: Radesingel te Groningen

Gepleegd tussen: 14-06-2017 te 18:00 uur en 15-06-2017 te 07:30 uur

Omschrijving schade/overige bijzonderheden: Krassen (rondjes) op gehele rechter voorruit van Audi met kenteken [kenteken] (kleur zwart).

24. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 16 juni 2017, opgenomen op pagina 150 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 15] :

Locatie delict: Radesingel te Groningen, openbare weg

Gepleegd tussen: 15-06-2017 te 01:00 uur en 15-06-2017 te 12:00 uur

Omschrijving schade/overige bijzonderheden: Op 15 juni 2017 ben ik om 01:00 uur thuisgekomen. De voorruit (passagierskant) van mijn auto werd na die tijd bekrast. Het gaat om een zwarte Saab, kenteken [kenteken] .

Verklaring: Ik doe aangifte van vernieling van bovengenoemd goed.

25. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 16 juni 2017, opgenomen op pagina 151 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 29] :

Locatie delict: Radesingel [nummer] te Groningen

Gepleegd tussen: 14-06-2017 te 08:00 uur en 15-06-2017 te 14:00 uur

Omschrijving schade/overige bijzonderheden: Rond twee uur zag ik dat de rechterhelft van de voorruit van onze auto (Volvo, kleur blauw, kenteken [kenteken] ) was bekrast.

Verklaring: Ik doe aangifte van vernieling van bovengenoemd goed.

26. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 16 juni 2017, opgenomen op pagina 155 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 16] :

Gepleegd tussen: 13-06-2017 te 17:00 uur en 15-06-2017 te 09:00 uur

Omschrijving schade/overige bijzonderheden: Bekrassing van de autoruit rechtsvoor (merk Peugeot, kenteken [kenteken] , kleur grijs). De auto was geparkeerd aan de Radesingel te Groningen.

27. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 15 juni 2017, opgenomen op pagina 158 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 17] :

Eigenaar/benadeelde: [slachtoffer 30]

Locatie delict: Radesingel te Groningen

Gepleegd tussen: 14-06-2017 te 18:00 uur en 15-06-2017 te 17:10 uur

Omschrijving schade/overige bijzonderheden: De rechterzijde van de voorruit van de auto (Saab, kleur zwart, kenteken [kenteken] ) is bekrast. De kras is een rondje (meerdere).

Verklaring: Ik doe aangifte van vernieling van bovengenoemd goed.

28. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 16 juni 2017, opgenomen op pagina 160 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 18] :

Locatie delict: Radesingel [nummer] te Groningen

Gepleegd tussen 14-06-2017 te 12:00 uur en 15-06-2017 te 14:00 uur

Omschrijving schade/overige bijzonderheden: De voorruit van mijn auto (Volvo, kleur zwart, kenteken [kenteken] ) is aan de bijrijderskant bekrast.

Verklaring: Ik doe aangifte van vernieling van bovengenoemd goed.

29. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 25 juni 2017, opgenomen op pagina 163 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 19] :

Locatie delict: Radesingel te Groningen

Gepleegd tussen: 14-06-2017 te 22:00 uur en 15-06-2017 te 07:30 uur

Omschrijving schade/overige bijzonderheden: Onherstelbare diepe schade voorruit (Audi, kleur zwart, kenteken [kenteken] ) door bekrassing met een scherp voorwerp. Diepe kras in de autolak van de motorkap.

30. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 15 juni 2017, opgenomen op pagina 166 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 20] :

Locatie delict: Radesingel [nummer] te Groningen

Gepleegd tussen: 14-06 te 18:00 uur en 15-06 te 08:00 uur

Omschrijving schade/overige bijzonderheden: De voorruit van de auto (Volvo, kleur zwart, kenteken [kenteken] ) is bekrast.

31. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 23 juni 2017, opgenomen op pagina 170 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 21] :

Ik doe aangifte van het bekrassen van de voorruit van mijn auto. Mijn auto betreft een auto van het merk Volvo voorzien van het kenteken [kenteken] en is rood van kleur.

Op 12 juni 2017, omstreeks 10.00 uur heb ik mijn auto voor mijn woning aan de Radesingel [nummer] te Groningen. Op dat moment was mijn auto nog onbeschadigd en heb ik de auto in goede staat achter gelaten. Op 18 juni 2017, omstreeks 10.00 uur kwam ik tot de ontdekking dat mijn auto beschadigd was. Ik zag dat de rechterzijde van mijn voorruit van mijn auto was bekrast. Ik zag dat op de voorruit cirkelvormige krassen. Ik zag dat door de cirkelvormige krassen ook in de vorm van een driehoek een kras door de cirkelvormige krassen was gekrast.

32. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 26 juni 2017, opgenomen op pagina 176 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [partner slachtoffer 22] , namens [slachtoffer 22] :

Ik ben namens de benadeelde gerechtigd tot het doen van aangifte. Ik doe aangifte van vernieling.

Op 18 juni 2017 heeft mijn vrouw haar auto, een witte Fiat (kenteken [kenteken] ) geparkeerd aan de weg, voor onze woning aan de Paterswoldseweg [nummer] te Groningen. Op 21 juni 2017 omstreeks 08:30 uur kreeg ik een whatsappbericht van mijn vrouw waarin zij mij twee foto’s stuurde van de voorruit van haar auto. Op deze twee foto’s is de beschadiging te zien op de voorruit van de auto van mijn vrouw.

Ik heb direct de beelden uitgekeken van ons camerasysteem. Ik heb een camera vanuit onze woning, gericht op de openbare weg. Op de camerabeelden is te zien dat er op 20 juni 2017 omstreeks 23:00 uur een persoon, met een slank postuur over de voorzijde van de auto van mijn vrouw hangt en draaiende bewegingen maakt over de ruit.

33. Een schriftelijk bescheid, te weten een afschrift van aangifte, opgemaakt op 25 juni 2017, opgenomen op p. 186 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 23] :

Pleegplaats: Paterswoldseweg [nummer] te Groningen

Tijdstip achtergelaten: 20-06-2017 te 16:30 uur

Tijdstip geconstateerd: 22-06-2017 te 09:30 uur

Omschrijving voorval: De voorruit is bekrast (Peugeot, kleur grijs, kenteken [kenteken] ).

34. Een schriftelijk bescheid, te weten een afschrift van aangifte, opgemaakt op 22 juni 2017, opgenomen op p. 197 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 24] :

Tijdstip achtergelaten: 17-06-2017 te 14:00 uur

Tijdstip geconstateerd: 21-06-2017 te 07:00 uur

Omschrijving voorval: De voorruit van mijn auto (Toyota, kleur grijs, kenteken [kenteken] ) is bekrast aan de rechterkant (vanuit de auto). De auto stond voor ons huis geparkeerd aan de Paterswoldseweg .

35. Een schriftelijk bescheid, te weten een afschrift van aangifte, opgemaakt op 26 juni 2017, opgenomen op p. 199 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 25] :

Mijn geparkeerde auto (Opel Astra, kleur grijs) aan de Paterswoldseweg te Groningen is bekrast. De kras zit op de voorruit. De daad is verricht tussen 18 juni 2017 te 18:00 uur en 21 juni 2017 te 13:00 uur.

36. Een schriftelijk bescheid, te weten een afschrift van aangifte, opgemaakt op 26 juni 2017, opgenomen op p. 201 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 26] :

Pleegplaats: Paterwoldseweg [nummer] te Groningen, op de openbare weg

Tijdstip achtergelaten: 18-06-2017 te 22:30 uur

Tijdstip geconstateerd: 26-06-2017 te 08:00 uur

Omschrijving voorval: Bekrassing van de auto (Peugeot, kleur rood, kenteken [kenteken] ) door een onbekende. Diepe krassen in ovale vormen aan de rechterzijde van de voorruit.

37. Een schriftelijk bescheid, te weten een afschrift van aangifte, opgemaakt op 14 juli 2017, opgenomen op p. 203 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 27] :

Pleegplaats: Paterswoldseweg [nummer] te Groningen

Tijdstip achtergelaten: 17-06-2017 te 19:00 uur

Tijdstip geconstateerd: 07-07-2017 te 19:00 uur

Omschrijving voorval: De rechter voorruit van mijn auto (Citroën C5, kleur blauw, kenteken [kenteken] ) is bekrast met een scherp voorwerp.

De rechtbank overweegt met betrekking tot hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd het volgende.

Camerabeelden

Het dossier bevat camerabeelden van de Herman Colleniusstraat , de Radesingel en de Paterswoldseweg . Op deze beelden is verdachte herkend door verbalisanten. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat hij op de beelden te zien is. Volgens verdachte heeft de politie echter de camerabeelden gemanipuleerd, omdat de politie het op hem gemunt zou hebben. De rechtbank ziet in deze enkele suggestie van verdachte echter geen aanleiding om aan de authenticiteit van de camerabeelden te twijfelen. De rechtbank acht de camerabeelden derhalve bruikbaar voor het bewijs.

Ten aanzien van het onder 1, 2, 3 en 6 ten laste gelegde

Uit het proces-verbaal van aanhouding volgt dat op 21 juni 2017 vanaf 00:38 uur door een verbalisant is waargenomen dat verdachte in de Herman Colleniusstraat achtereenvolgens een rode Peugeot 205, een witte Peugeot en een zwarte Volvo XC60 heeft bekrast. Uit de omschrijving van de personenauto’s en de route die verdachte heeft afgelegd blijkens het proces-verbaal, in combinatie met de aangiftes, leidt de rechtbank af dat de genoemde personenauto’s in het proces-verbaal van aanhouding, de personenauto’s in het respectievelijk onder 2, 6 en 1 ten laste gelegde betreffen.

Daarnaast bevat het dossier camerabeelden waarop is te zien dat verdachte in de Herman Colleniusstraat op 21 juni 2017 omstreeks 00:36 uur een krassende beweging maakt op de personenauto die is opgenomen in het onder 3 ten laste gelegde.

Na aanhouding is door de politie geconstateerd dat voornoemde voertuigen daadwerkelijk zijn bekrast en zijn bij verdachte twee stenen aangetroffen in zijn broekzakken. Hoewel op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld met welke voorwerpen de krassen zijn gemaakt, kan in ieder geval worden vastgesteld dat verdachte in het bezit was van voorwerpen die naar het oordeel van de rechtbank geschikt waren om krassen mee aan te brengen.

De rechtbank is op grond van voornoemde bewijsmiddelen van oordeel dat het onder 1, 2, 3 en 6 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Ten aanzien van het onder 24 ten laste gelegde

De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen op grond van de aangifte, de uitgewerkte camerabeelden in het proces-verbaal van bevindingen en de herkenning van verdachte op deze beelden door verbalisanten en verdachte zelf.

Ten aanzien van het onder 4, 5, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 25, 26, 27, 28 en 29 ten laste gelegde

Uit het proces-verbaal van aanhouding en de camerabeelden waarop verdachte is herkend, maakt de rechtbank op dat verdachte zich op 21 juni 2017 omstreeks 00:36 uur in en rondom de Herman Colleniusstraat , op 15 juni 2017 omstreeks 02:27 uur in de Radesingel en op 20 juni omstreeks 23:04 uur in de Paterswoldseweg heeft bevonden. Het enkele feit dat verdachte op of rond deze tijdstippen in de nabijheid van deze plaatsen andere auto’s heeft bekrast, dan wel aanwezig is geweest, is op zichzelf echter niet voldoende om tot een bewezenverklaring te komen van de genoemde feiten. De rechtbank zal voor deze feiten daarom gebruik maken van zogeheten schakelbewijs.

Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat het is toegestaan om bewijsmiddelen, die ten grondslag zijn gelegd aan de bewezenverklaring van één of meer andere strafbare feiten, mede te gebruiken als bewijs voor andere, soortgelijke, strafbare feiten. Om via een dergelijke schakelconstructie tot een bewezenverklaring te komen is ten minste vereist dat de wijze waarop de onderscheidene feiten zijn begaan op essentiële punten overeenkomt.

De rechtbank wijst in dat verband ten eerste op de wijze van beschadiging. Alle ten laste gelegde feiten betreffen beschadigingen van personenauto’s. Uit de bewijsmiddelen die ten grondslag liggen aan de bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3, 6 en 24 ten laste gelegde, volgt dat bij deze feiten de voorruit van de personenauto is bekrast. Daarnaast is ten aanzien van het onder 3 en 6 ten laste gelegde ook sprake van bekrassing van ruiten aan de zijkant. De bekrassingen hebben in deze gevallen een vergelijkbaar patroon. De bekrassingen lijken tot stand te zijn gekomen door een vegende, golvende en/of ronddraaiende beweging over de ruiten met een scherp of hard voorwerp. Ook bij de overige ten laste gelegde feiten is sprake van bekrassing van de voorruit. De rechtbank stelt vast dat deze bekrassingen qua plaats en patroon in hoge mate gelijkenis vertonen met elkaar en met de eerder genoemde bekrassingen.

De rechtbank acht tevens relevant dat in het proces-verbaal van aanhouding is beschreven dat verdachte, terwijl hij door de Herman Colleniusstraat liep, meerdere personenauto’s na elkaar heeft bekrast, en dat is gebleken dat ook aan de Radesingel en de Paterswoldseweg sprake was van bekrassing van een serie achter elkaar op straat geparkeerd staande auto's.

Op grond van het hiervoor overwogene is de rechtbank van oordeel dat de bewijsmiddelen ten aanzien van de verschillende feiten op essentiële punten belangrijke overeenkomsten vertonen.

De rechtbank overweegt daarbij dat de in de aangifte genoemde periode waarbinnen het onder 5 ten laste gelegde zou moeten zijn gepleegd, afwijkt van de overige feiten met de pleegplaats in of rondom de Herman Colleniusstraat . Nu het gaat om een relatief kleine afwijking, het feit in de Herman Colleniusstraat is gepleegd en de schade vergelijkbaar is met de schade bij de andere feiten, acht de rechtbank ten aanzien van dit feit toch voldoende overeenkomsten op essentiële punten aanwezig.

Voorts overweegt de rechtbank dat de aangiftes ten aanzien van het onder 16, 26 en 27 ten laste gelegde geen informatie over het patroon van de bekrassing bevatten. Wel wordt in iedere aangifte genoemd dat de voorruit is bekrast. Gelet hierop en gelet op het nauwe verband in plaats en tijd met de overige ten laste gelegde feiten, bestaan ten aanzien van deze feiten naar het oordeel van de rechtbank eveneens voldoende overeenkomsten op essentiële punten.

De rechtbank acht, gelet op hetgeen zij hiervoor heeft overwogen, bewezen dat de verdachte ook de onder 4, 5, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 25, 26, 27, 28 en 29 ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. Dit oordeel is gegrond op de gebezigde bewijsmiddelen ter zake van deze feiten, alsmede op het schakelbewijs, bestaande uit de bewijsmiddelen die ten grondslag liggen aan de bewezenverklaring van de onder 1, 2, 3, 6 en 24 ten laste gelegde feiten.

De rechtbank neemt ten slotte in aanmerking dat uit het dossier naar voren komt dat het aantal aangiftes van bekrassing van een personenauto in de stad Groningen in de week van 14 juni tot 21 juni 2017 zeer sterk is gestegen ten opzichte van de periode daarvoor en dat in de week na aanhouding van verdachte op 21 juni 2017 geen aangiftes meer zijn gedaan van bekrassing op de hiervoor beschreven wijze. Dit gegeven sterkt de rechtbank in haar overtuiging dat het verdachte is geweest die de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1 tot en met 29 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij op 21 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Volvo ( [kenteken] ), kleur zwart (geparkeerd aan de Herman Colleniusstraat ), toebehorende aan [slachtoffer 1] , heeft beschadigd;

2.

hij op 21 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Peugeot 205 ( [kenteken] ), kleur rood (geparkeerd aan de Herman Colleniusstraat ), toebehorende aan [slachtoffer 2] , heeft beschadigd;

3.

hij op 21 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Skoda Octavia ( [kenteken] ), kleur zwart (geparkeerd aan de Herman Colleniusstraat ) toebehorende aan [slachtoffer 3] , heeft beschadigd;

4.

hij in de periode van 18 juni 2017 tot en met 22 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Audi A3 ( [kenteken] ) kleur grijs (geparkeerd aan de Herman Colleniusstraat ), toebehorende aan [slachtoffer 4] , heeft beschadigd;

5.

hij in de periode van 16 juni 2017 tot en met 17 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Skoda Superb ( [kenteken] ), kleur zwart (geparkeerd aan de Herman Colleniusstraat ), toebehorende aan [slachtoffer 5] , heeft beschadigd;

6.

hij in de periode van 18 juni 2017 tot en met 21 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Peugeot 208 ( [kenteken] ) (geparkeerd aan de Herman Colleniusstraat ), toebehorende aan [slachtoffer 6] , heeft beschadigd;

7.

hij in de periode van 20 juni 2017 tot en met 21 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk VW Golf ( [kenteken] ), kleur lichtblauw (geparkeerd aan de Taco Mesdagstraat ), toebehorende aan [slachtoffer 7] , heeft beschadigd;

8.

hij in de periode van 14 juni 2017 tot en met 15 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Porsche, type Carrera ( [kenteken] ), kleur zilvergrijs (geparkeerd aan de Radesingel ), toebehorende aan [slachtoffer 8] , heeft beschadigd;

9.

hij in de periode van 20 juni 2017 tot en met 21 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk BMW ( [kenteken] ), kleur grijs (geparkeerd aan de Kraneweg ), toebehorende aan [slachtoffer 9] , heeft beschadigd;

10.

hij in de periode van 20 juni 2017 tot en met 21 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk BMW X6 ( [kenteken] ), kleur zwart (geparkeerd aan de Kraneweg ), toebehorende aan [slachtoffer 10] , heeft beschadigd;

11.

hij in of omstreeks de periode van 16 juni 2017 tot en met 18 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Alfa Romeo ( [kenteken] ), kleur zwart (geparkeerd aan de Radesingel ), toebehorende aan [slachtoffer 11] , heeft beschadigd;

12.

hij in de periode van 14 juni 2017 tot en met 16 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Peugeot 108 ( [kenteken] ) (geparkeerd aan de Radesingel ), toebehorende aan [slachtoffer 12] , heeft beschadigd;

13.

hij in de periode van 16 juni 2017 tot en met 17 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Volkswagen, Tiguan ( [kenteken] ), kleur zwart (geparkeerd aan de Radesingel ), toebehorende aan [slachtoffer 13] , heeft beschadigd;

14.

hij in de periode van 7 juni 2017 tot en met 15 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Jaguar ( [kenteken] ), kleur blauw (geparkeerd aan de Radesingel ), toebehorende aan [slachtoffer 28] , heeft beschadigd;

15.

hij in de periode van 14 juni 2017 tot en met 15 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Audi ( [kenteken] ), kleur zwart (geparkeerd aan de Radesingel ), toebehorende aan [slachtoffer 14] , heeft beschadigd;

16.

hij in de periode van 14 juni 2017 tot en met 15 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Saab ( [kenteken] ), kleur zwart (geparkeerd aan de Radesingel ), toebehorende aan [slachtoffer 15] , heeft beschadigd;

17.

hij in de periode van 14 juni 2017 tot en met 15 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Volvo ( [kenteken] ), kleur blauw (geparkeerd aan de Radesingel ), toebehorende aan [slachtoffer 29] , heeft beschadigd;

18.

hij in de periode van 13 juni 2017 tot en met 15 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Peugeot ( [kenteken] ), kleur grijs (geparkeerd aan de Radesingel ), toebehorende aan [slachtoffer 16] , heeft beschadigd;

19.

hij in de periode van 14 juni 2017 tot en met 15 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Saab ( [kenteken] ), kleur zwart (geparkeerd aan de Radesingel ), toebehorende aan een ander dan aan verdachte, heeft beschadigd;

20.

hij in de periode van 14 juni 2017 tot en met 15 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Volvo ( [kenteken] ), kleur zwart (geparkeerd aan de Radesingel ), toebehorende aan [slachtoffer 18] , heeft beschadigd;

21.

hij in de periode van 14 juni 2017 tot en met 15 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Audi ( [kenteken] ), kleur zwart (geparkeerd aan de Radesingel ), toebehorende aan [slachtoffer 19] , heeft beschadigd;

22.

hij in de periode van 14 juni 2017 tot en met 15 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Volvo ( [kenteken] ), kleur zwart (geparkeerd aan de Radesingel ), toebehorende aan [slachtoffer 20] , heeft beschadigd;

23.

hij in de periode van 12 juni 2017 tot en met 18 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Volvo ( [kenteken] ), kleur rood (geparkeerd aan de Radesingel ), toebehorende aan [slachtoffer 21] , heeft beschadigd;

24.

hij op 20 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Fiat ( [kenteken] ) kleur wit (geparkeerd aan de Paterswoldseweg ), toebehorende aan [slachtoffer 22] , heeft beschadigd;

25.

hij in de periode van 20 juni 2017 tot en met 22 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Peugeot ( [kenteken] ), kleur grijs (geparkeerd aan de Paterswoldseweg ), toebehorende aan [slachtoffer 23] , heeft beschadigd;

26.

hij in de periode van 17 juni 2017 tot en met 21 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Toyota ( [kenteken] ), kleur grijs (geparkeerd aan de Paterswoldseweg ) toebehorende aan [slachtoffer 24] , heeft beschadigd;

27.

hij in de periode van 18 juni 2017 tot en met 21 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Opel, kleur grijs (geparkeerd aan de Paterswoldseweg ), toebehorende aan [slachtoffer 25] , heeft beschadigd;

28.

hij in de periode van 18 juni 2017 tot en met 26 juni 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Peugeot ( [kenteken] ), kleur rood (geparkeerd aan de Paterswoldseweg ) toebehorende aan [slachtoffer 26] , heeft beschadigd;

29.

hij in of omstreeks de periode van 17 juni 2017 tot en met 7 juli 2017 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto van het merk Citroen ( [kenteken] ), kleur blauw (geparkeerd aan de Paterswoldseweg ), toebehorende aan [slachtoffer 27] , heeft beschadigd.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

2. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

3. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

4. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

5. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

6. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

7. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

8. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

9. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

10. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

11. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

12. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

13. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

14. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

15. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

16. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

17. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

18. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

19. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

20. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

21. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

22. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

23. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

24. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

25. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

26. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

27. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

28. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

29. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van alle ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd. De officier van justitie heeft ten aanzien van het voorwaardelijke deel in het bijzonder aangevoerd dat de reclassering en de psycholoog een behandeling voor de geconstateerde stoornissen hebben geadviseerd. Daarnaast is het zorgelijk dat verdachte ten tijde van de ten laste gelegde feiten agressieve uitlatingen heeft gedaan. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven dat hij nog steeds boos en gefrustreerd is. Ter voorkoming van recidive acht de officier van justitie een klinische behandeling noodzakelijk.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, bij een bewezenverklaring van een deel van de feiten, gepleit voor de oplegging van een straf gelijk aan het voorarrest. Daartoe heeft hij aangevoerd dat vernieling niet een zeer ernstig feit is en dat het strafblad van verdachte beperkt is. Subsidiair heeft de raadsman gepleit voor de oplegging van een gevangenisstraf, zonder voorwaardelijk deel. Meer subsidiair heeft de raadsman gesteld dat, indien door de rechtbank wel een behandeling wordt opgelegd, deze beperkt dient te worden tot maximaal een jaar.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft in een korte periode een aanzienlijke hoeveelheid personenauto’s van willekeurige slachtoffers bekrast. Hierdoor heeft hij aan de 29 gedupeerden schade en overlast toegebracht. Daarnaast heeft verdachte hiermee voor veel maatschappelijke onrust in de stad Groningen gezorgd.

De rechtbank heeft in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, eenmaal eerder onherroepelijk is veroordeeld voor vernieling.

Uit de psychologische rapportage d.d. 20 september 2017 volgt dat bij verdachte sprake is van een ernstige autistische stoornis en van stoornissen in het gebruik van middelen (alcohol, benzodiazepinen, cocaïne en heroïne). Ook is sprake van genderdysforie en voldoet verdachte aan de criteria voor een schizotypische persoonlijkheidsstoornis, hoewel deze niet geclassificeerd kan worden. Daarnaast is sprake van verdergaande ontwikkeling van antisociale gedachten en gedrag. Deze stoornissen waren aanwezig ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde. Het lijkt zeer waarschijnlijk dat de pathologie zijn gedragskeuzes heeft beïnvloed en dat verdachte zijn gedrag niet in vrijheid heeft kunnen bepalen. Verdachte is boos over wat hem de laatste jaren is overkomen. Door de stoornis is er sprake van realiteitsvertekeningen en van onmogelijkheid tot inleving in anderen, tot begrip van procedures en tot adequate coping met gevoelens van spanning en agressie. Geadviseerd wordt om verdachte het ten laste gelegde in verminderde mate toe te rekenen.

De rechtbank kan zich met deze conclusies verenigen, neemt deze over en concludeert met betrekking tot de toerekeningsvatbaarheid van verdachte dat het bewezen verklaarde aan verdachte in verminderde mate kan worden toegerekend.

De rechtbank acht, alles afwegend, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend en geboden. De rechtbank ziet geen aanleiding om de duur van de gevangenisstraf gelijk te stellen aan het voorarrest, gelet op de veelheid aan feiten en de maatschappelijke onrust die de feiten hebben veroorzaakt.

Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank ook geen aanleiding om een gedeelte van de straf voorwaardelijk op te leggen, met als bijzondere voorwaarde een klinische behandeling. Verdachte heeft ter terechtzitting meegedeeld dat hij slechts praktische hulp nodig heeft en dat een behandeling en reclasseringsbegeleiding bij hem juist averechts zal werken. Daarnaast is verdachte kort geleden in het kader van de schorsing van zijn voorlopige hechtenis voor behandeling opgenomen geweest in de FPA te Franeker. Door het gedrag van verdachte is de opname is echter al na enkele dagen gestaakt. Hoewel de rechtbank de houding van verdachte ten opzichte van zijn psychische situatie zorgelijk vindt, acht de rechtbank de slagingskans van een behandeling op dit moment dusdanig laag, dat van oplegging wordt afgezien. De rechtbank merkt daarbij op dat op een later moment alsnog reclasseringsbegeleiding tot stand zou kunnen komen in het kader van de voorwaardelijke invrijheidstelling.

Benadeelde partijen

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
1. [slachtoffer 2] , tot een bedrag van € 356,01 ter zake van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan (feit 2);
2. [slachtoffer 4] , tot een bedrag van € 328,- ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan (feit 4);
3. [slachtoffer 5] , tot een bedrag van € 887,11 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan (feit 5);

4. [slachtoffer 11] , tot een bedrag van € 1.411,65 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan (feit 11);

5. [slachtoffer 28] , tot een bedrag van € 695,- ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan (feit 14);

6. [slachtoffer 14] , tot een bedrag van € 611,05 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan (feit 15);

7. [slachtoffer 15] , tot een bedrag van € 1.011,44 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan (feit 16);

8. [slachtoffer 16] , tot een bedrag van € 646,09 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan (feit 18);

9. [slachtoffer 30] , tot een bedrag van € 600,- ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan (feit 19);

10. [slachtoffer 18] , tot een bedrag van € 125,- ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan (feit 20);

11. [slachtoffer 20] , tot een bedrag van € 468,49 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan (feit 22);

12. [slachtoffer 21] , tot een bedrag van € 387,50 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan (feit 23);

13. [slachtoffer 22] , tot een bedrag van € 70,- ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan (feit 24);

14. [slachtoffer 23] , tot een bedrag van € 300,- ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan (feit 25);

15. [slachtoffer 25] , waarbij geen bedrag is genoemd, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan (feit 27);

16. [slachtoffer 27] , tot een bedrag van € 700,- ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan (feit 29).

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van [slachtoffer 2] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 14] , [slachtoffer 15] , [slachtoffer 16] , [slachtoffer 18] , [slachtoffer 20] en [slachtoffer 22] kunnen worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van de vorderingen van [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 28] , [slachtoffer 30] , [slachtoffer 21] , [slachtoffer 23] , [slachtoffer 25] en [slachtoffer 27] heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vordering, nu de deze vorderingen onvoldoende onderbouwd zijn.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 28] , [slachtoffer 30] , [slachtoffer 21] , [slachtoffer 23] , [slachtoffer 25] en [slachtoffer 27] niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vordering, wegens onvoldoende onderbouwing. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de vorderingen van [slachtoffer 2] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 14] , [slachtoffer 15] , [slachtoffer 16] , [slachtoffer 18] , [slachtoffer 20] en [slachtoffer 22] .

Oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van het onder 2, 11, 15, 16, 18, 20, 22 en 24 ten laste gelegde:

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partijen [slachtoffer 2] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 14] , [slachtoffer 15] , [slachtoffer 16] , [slachtoffer 18] , [slachtoffer 20] en [slachtoffer 22] de gestelde schade hebben geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het respectievelijk onder 2, 11, 15, 16, 18, 20, 22 en 24 bewezen verklaarde. De vorderingen, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zullen daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag.

Nu vast staat dat verdachte tot de hiervoor genoemde bedragen aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank ten aanzien van deze vorderingen de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partijen tot aan deze uitspraak in verband met de vorderingen hebben gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partijen ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Ten aanzien van het onder 4, 14, 19, 23, 25, 27 en 29 ten laste gelegde:

Hoewel naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk is geworden dat de benadeelde partijen [slachtoffer 4] , [slachtoffer 28] , [slachtoffer 30] , [slachtoffer 21] , [slachtoffer 23] , [slachtoffer 25] en [slachtoffer 27] schade hebben geleden die het rechtstreeks gevolg is van het respectievelijk onder 4, 14, 19, 23, 25, 27 en 29 bewezen verklaarde, beschikt de rechtbank over onvoldoende informatie om de hoogte van de geleden schade te kunnen beoordelen. Schorsing van het onderzoek om de benadeelde partijen de hoogte van de schade alsnog te laten aantonen, zal leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding en daartoe zal dan ook niet worden overgegaan. De rechtbank zal deze benadeelde partijen in hun vorderingen daarom niet ontvankelijk verklaren. De vorderingen kunnen slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde:

De rechtbank acht onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de benadeelde partij [slachtoffer 5] schade heeft geleden, nu ter terechtzitting is gebleken dat een groot deel van het gevorderde bedrag door de verzekering is vergoed en dat het overige bedrag, te weten het eigen risico ad € 150,-, voor rekening van de leasemaatschappij komt. De vordering zal dan ook worden afgewezen.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij onherroepelijk geworden vonnis van 24 juni 2016, gewezen door de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland te Groningen, is verdachte veroordeeld tot -voor zover hier van belang- een taakstraf voor de duur van 60 uren, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. De proeftijd is ingegaan op 9 juli 2016.

De officier van justitie heeft bij vordering d.d. 23 januari 2018 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf.

De hiervoor onder 1 tot en met 29 bewezen verklaarde feiten zijn door verdachte begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd. In beginsel kan de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. De rechtbank acht de tenuitvoerlegging echter thans niet opportuun, gelet op na te noemen strafoplegging. De rechtbank zal de vordering daarom afwijzen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 57 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1 tot en met 29 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Ten aanzien van feit 2:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 356,01 (zegge: driehonderdzesenvijftig euro en een eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 juni 2017.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] te betalen een bedrag van € 356,01 (zegge: driehonderdzesenvijftig euro en een eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 7 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 356,01 aan materiële schade.

Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 juni 2017.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Ten aanzien van feit 4:

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 4] in haar vordering niet ontvankelijk is en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.

Ten aanzien van feit 5:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] af.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.

Ten aanzien van feit 11:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 11] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1.411,65 (zegge: duizend vierhonderdelf euro en vijfenzestig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 juni 2017.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 11] te betalen een bedrag van € 1.411,65 (zegge: duizend vierhonderdelf euro en vijfenzestig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 24 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 1.411,65 aan materiële schade.

Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 juni 2017.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 11] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Ten aanzien van feit 14:

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 28] in zijn vordering niet ontvankelijk is en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.

Ten aanzien van feit 15:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 14] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 611,05 (zegge: zeshonderdelf euro en vijf eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2017.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 14] te betalen een bedrag van € 611,05 (zegge: zeshonderdelf euro en vijf eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 12 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 611,05 aan materiële schade.

Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2017.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 14] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Ten aanzien van feit 16:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 15] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1.011,44 (zegge: duizend elf euro en vierenveertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2017.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 15] te betalen een bedrag van € 1.011,44 (zegge: duizend elf euro en vierenveertig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 20 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 1.011,44 aan materiële schade.

Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2017.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 15] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Ten aanzien van feit 18:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 16] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 646,09 (zegge: zeshonderdzesenveertig euro en negen eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2017.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 16] te betalen een bedrag van € 646,09 (zegge: zeshonderdzesenveertig euro en negen eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 12 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 646,09 aan materiële schade.

Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2017.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 16] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Ten aanzien van feit 19:

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 30] in zijn vordering niet ontvankelijk is en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.

Ten aanzien van feit 20:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 18] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 125,- (zegge: honderdvijfentwintig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2017.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 18] te betalen een bedrag van € 125,- (zegge: honderdvijfentwintig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 125,- aan materiële schade.

Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2017.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 18] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Ten aanzien van feit 22:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 20] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 468,49 (zegge: vierhonderdachtenzestig euro en negenenveertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2017.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 20] te betalen een bedrag van € 468,49 (zegge: vierhonderdachtenzestig euro en negenenveertig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 9 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 468,49 aan materiële schade.

Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2017.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 20] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Ten aanzien van feit 23:

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 21] in zijn vordering niet ontvankelijk is en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.

Ten aanzien van feit 24:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 22] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 70,- (zegge: zeventig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 juni 2017.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 22] te betalen een bedrag van € 70,- (zegge: zeventig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 70,- aan materiële schade.

Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 juni 2017.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 22] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Ten aanzien van feit 25:

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 23] in haar vordering niet ontvankelijk is en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.

Ten aanzien van feit 27:

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 25] in zijn vordering niet ontvankelijk is en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.

Ten aanzien van feit 29:

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 27] in haar vordering niet ontvankelijk is en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer

18/077248-16:

Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf, opgelegd bij vonnis van de politierechter te Rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, d.d. 24 juni 2016.

Dit vonnis is gewezen door mr. O.J. Bosker, voorzitter, mr. F.J. Agema en M.B.W. Venema, rechters, bijgestaan door B.E. Oosterhout, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 maart 2018.