Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:920

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
15-03-2018
Datum publicatie
15-03-2018
Zaaknummer
18/830406-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt verdachte wegens medeplichtigheid aan het plegen van een straatroof tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf. Anders dan de officier van justitie, acht de rechtbank de bijdrage die verdachte heeft geleverd niet van voldoende gewicht om te kunnen spreken van medeplegen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 312
Wetboek van Strafrecht 317
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/830406-17

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 15 maart 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [straatnaam] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

1 maart 2018.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. N.B. Swart, advocaat te Groningen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. T.H. Pitstra.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

primair

hij op of omstreeks 24 september 2017 te Groningen op de openbare weg (aan/nabij Martinikerkhof) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (imitatie) Rolex horloge en/of een jas (merk Stone Island), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte, tesamen met zijn mededader, althans alleen, die [slachtoffer] heeft (mee)gelokt, althans meegenomen, naar het Martinikerkhof en/of daar heeft laten struikelen/naar de grond gebracht en/of (daarbij) dreigend tegen die [slachtoffer] gezegd: "Mattie ik heb een mes bij me", "Mattie nu uit doen, ik heb een mes", "ik heb een mes, ik steek je neer als het moet" en/of "loop mee, loop mee", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking,

en/of (aldus) een voor die [slachtoffer] dreigende situatie heeft geschapen;

EN/OF

hij op of omstreeks 24 september 2017 te Groningen op de openbare weg (aan/nabij Martinikerkhof), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een jas (merk Stone Island), een riem (merk Gucci) een portemonnee, en/of een pinpas in elk geval van enig goed, en/of het ter beschikking stellen van gegegeven, te weten zijn pincode, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte, tesamen met zijn mededader, althans alleen die [slachtoffer] heeft (mee)gelokt, althans meegenomen, naar het Martinikerkhof en/of daar heeft laten struikelen/naar de grond gebracht en/of

(daarbij) dreigend tegen die [slachtoffer] gezegd: "Mattie ik heb een mes bij me", Mattie nu uit doen, ik heb een mes", "Mattie wat heb je nog meer? Waar is je portemonnee, ik wil je pinpas. Wat is je pincode, ik heb een mes, ik steek je neer als het moet" en/of "loop mee, loop mee", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking,

en/of (aldus) een voor die [slachtoffer] dreigende situatie heeft geschapen;

subsidiair

[medeverdachte] op of omstreeks 24 september 2017 te Groningen, op de openbare weg (aan/nabij Martinikerkhof) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (imitatie) Rolex horloge en/of een jas (merk Stone Island), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of aan verdachte

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat die [medeverdachte] , die [slachtoffer] heeft (mee)gelokt, althans meegenomen, naar het Martinikerkhof en/of daar heeft laten struikelen/naar de grond gebracht en/of (daarbij) dreigend tegen die [slachtoffer] gezegd: "Mattie ik heb een mes bij me", "Mattie nu uit doen, ik heb een mes", "ik heb een mes, ik steek je neer als het moet" en/of "loop mee, loop mee", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking,

en/of (aldus) een voor die [slachtoffer] dreigende situatie heeft geschapen

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 24 september 2017 te Groningen en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door (voor/met die [medeverdachte] ) met die [slachtoffer] contact te maken en/of die [slachtoffer] zijn telefoon te geven om het adres waar die [slachtoffer] heen wilde in Google Maps op te zoeken en/of in te tikken, en/of (aldus) het vertrouwen van die [slachtoffer] te winnen, en/of (vervolgens) tegen die [slachtoffer] te zeggen dat hun scooter (na)bij/op het Martinikerkhof staat en/of dat zij daar nu heen moesten lopen en/of (aldaar) bij die [medeverdachte] en/of [slachtoffer] te gaan staan en/of zich in hun onmiddellijke nabijheid op te houden, en/of van die [medeverdachte] een (imitatie) Rolex horloge en/of een jas (merk Stone Island) over/aan te nemen;

EN/OF

[medeverdachte] op of omstreeks 24 september 2017 te Groningen, op de openbare weg (aan/nabij Martinikerkhof), met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een jas (merk Stone Island), een riem (merk Gucci) een portemonnee, en/of een pinpas in elk geval van enig goed, en/of het ter beschikking stellen van gegegeven, te weten zijn pincode, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan die [medeverdachte] en/of aan verdachte,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat die [medeverdachte] , die [slachtoffer] heeft (mee)gelokt, althans meegenomen, naar het Martinikerkhof en/of daar heeft laten struikelen/naar de grond gebracht en/of (daarbij) dreigend tegen die [slachtoffer] gezegd: "Mattie ik heb een mes bij me", "Mattie nu uit doen, ik heb een mes", "Mattie wat heb je nog meer? Waar is je portemonnee, ik wil je pinpas. Wat is je pincode, ik heb een mes, ik steek je neer als het moet" en/of "loop mee, loop mee", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking,

en/of (aldus) een voor die [slachtoffer] dreigende situatie heeft geschapen,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 24 september 2017 te Groningen in elk geval in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door (voor/met die [medeverdachte] ) met die [slachtoffer] contact te maken en/of die [slachtoffer] zijn telefoon te geven om het adres waar die [slachtoffer] heen wilde in Google Maps op te zoeken en/of in te tikken, en/of (aldus) het vertrouwen van die [slachtoffer] te winnen, en/of

(vervolgens) tegen die [slachtoffer] te zeggen dat hun scooter (na)bij/op het Martinikerkhof staat en/of dat zij daar nu heen moesten lopen en/of (aldaar) bij die [medeverdachte] en/of [slachtoffer] te gaan staan en/of zich in hun onmiddellijke nabijheid op te houden, en/of van die [medeverdachte] een jas (merk Stone Island), een riem (merk Gucci) een portemonnee, en/of een pinpas over/aan te nemen;

meer subsidiair

hij op of omstreeks 24 september 2017 te Groningen, een goed, te weten een (imitatie) Rolex horloge, een jas (merk Stone Island), een riem (merk Gucci) een portemonnee, en/of een pinpas, heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen,

terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling voor het primair ten laste gelegde gevorderd. Zij heeft gesteld dat medeplegen kan worden bewezen, omdat verdachten samen zijn opgetrokken. Zij hebben samen het slachtoffer aangesproken, verdachte heeft zijn telefoon gegeven en verdachten zijn samen met het slachtoffer naar het Martinikerkhof gelopen. Het dreigen en het afnemen van de goederen is met name door medeverdachte [medeverdachte] gebeurd, maar verdachte heeft daarbij geholpen door zijn aanwezigheid en door de goederen van de medeverdachte aan te nemen. Verdachte heeft ook gedeeld in de buit.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het medeplegen. Zij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte geen kwade bedoelingen had en niet wist wat er ging gebeuren. Ook uit de verklaring van het slachtoffer kan worden opgemaakt dat geen sprake is van medeplegen. Het slachtoffer heeft een onderscheid gemaakt tussen beide verdachten en ziet de medeverdachte als dader. Verdachte heeft op meer dan twee meter afstand gestaan en het slachtoffer heeft verdachte ook niet goed kunnen zien. Het was een verkeerde beslissing van verdachte om de riem aan te nemen en om met de bankpas van het slachtoffer te gaan pinnen, maar hierbij heeft de alcohol ook een rol gespeeld.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat niet bewezen kan worden dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan hetgeen primair aan hem is ten laste gelegd en zal verdachte daarvan vrijspreken. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Om te kunnen spreken van medeplegen is een nauwe en bewuste samenwerking vereist tussen beide verdachten. Daarbij kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende gebleken dat verdachte een rol heeft gespeeld in de voorbereiding van de diefstal met geweld en afpersing. Uit de aangifte en de verklaring van verdachte blijkt dat hij het slachtoffer behulpzaam heeft willen zijn door zijn telefoon door het slachtoffer te laten gebruiken. Verdachte is weliswaar met aangever en de medeverdachte meegelopen naar het Martinikerkhof, maar niet gebleken is dat hij hierbij de bedoeling had om het slachtoffer te beroven of dat hij wist dat de medeverdachte dit van plan was. Vervolgens is het de medeverdachte die het slachtoffer laat struikelen (geweld uitoefent), bedreigt en de goederen afneemt. Op grond van de verklaring van aangever stelt de rechtbank vast dat verdachte tijdens de uitvoeringshandelingen van de medeverdachte in de buurt stond en alle goederen van de medeverdachte heeft aangenomen. Verdachte heeft vervolgens in opdracht van de medeverdachte geprobeerd met de pinpas van aangever te pinnen. De rechtbank is van oordeel dat verdachte met zijn handelen wel een bijdrage heeft geleverd aan de gepleegde diefstal met geweld en afpersing, maar dat die bijdrage niet van voldoende gewicht is geweest om te kunnen spreken van medeplegen.

Gelet op de rol van verdachte acht de rechtbank wel bewezen dat verdachte medeplichtig is aan de door medeverdachte gepleegde diefstal met geweld en bedreiging met geweld, alsmede afpersing.

De rechtbank past daarbij de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven:

1. De door verdachte op de terechtzitting van 1 maart 2018 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

Ik was op 24 september 2017 bij het Martinikerkhof in Groningen. Ik stond op ongeveer twee meter afstand van het slachtoffer en medeverdachte [medeverdachte] . Ik stond in ieder geval niet heel ver weg en kon de beide jongens zien. [medeverdachte] gaf de riem van het slachtoffer aan mij. Ik heb ook geprobeerd te pinnen met de bankpas van het slachtoffer. Die bankpas had [medeverdachte] van het slachtoffer.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 24 september 2017, opgenomen op pagina 8 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2017253689 d.d. 21 december 2017, inhoudende als verklaring van [slachtoffer] :

Op 23 september 2017 ben ik aangekomen in Groningen. Omstreeks 00.00 uur ben ik naar de stad gegaan. Ik ben met twee mannen meegelopen in de richting van het Martinikerkhof. Een van de mannen zette zijn been achter mijn been en ik viel achterover. Ik lag met mijn rug op de grond en de man stond over mij heen, met aan beide kanten van mijn lichaam een been. Hij zei: "Mattie ik heb een mes bij me." Vervolgens pakte hij mijn linkerarm en deed mijn Rolex af met zijn linkerhand en geeft deze aan de ander die ongeveer op twee meter rechts van mij stond. Vervolgens trok de man mijn jas uit. Hij begon bij mijn rechterarm en ik hielp hem daarbij, omdat ik bang was voor het mes waar hij het over had. Tot slot wilde hij mijn riem en hij zei: "Mattie nu uit doen, ik heb een mes." Ik besloot om mijn riem zelf los te halen en uit mijn broek te halen en deze aan hem te geven. Hij zei: "Mattie wat heb je nog meer?" Hij zei: "Waar is je portemonnee?" Hij zei tegen mij dat hij mijn pinpas wilde en deze heb ik hem gegeven. Vervolgens zei hij: "Wat is je pincode, ik heb een mes, ik steek je neer als het moet." Hierop heb ik mijn pincode gegeven. Ik heb gezien dat hij al mijn spullen aan de ander gaf. Hij hielp mij op te staan en toen zei hij: "Loop mee, loop mee."

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangever d.d.

29 september 2017, opgenomen op pagina 12 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer] :

Het betreft de volgende goederen. Een jas van het merk Stone Island. Een horloge van het merk Rolex. Dit was een nep horloge. Een riem van het merk Gucci. Een bankpas.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

[medeverdachte] op 24 september 2017 te Groningen op de openbare weg aan/nabij Martinikerkhof, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (imitatie) Rolex horloge, toebehorende aan [slachtoffer] , welke diefstal werd voorafgegaan door geweld en vergezeld van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte die [slachtoffer] heeft laten struikelen en/of dreigend tegen die [slachtoffer] gezegd: "Mattie ik heb een mes bij me", "Mattie nu uit doen, ik heb een mes", "Ik heb een mes, ik steek je neer als het moet" en/of "Loop mee, loop mee", en aldus een voor die [slachtoffer] dreigende situatie heeft geschapen,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 24 september 2017 te Groningen opzettelijk behulpzaam is geweest door bij die [medeverdachte] en [slachtoffer] te gaan staan en zich in hun onmiddellijke nabijheid op te houden, en van die [medeverdachte] een (imitatie) Rolex horloge over/aan te nemen,

EN

[medeverdachte] op 24 september 2017 te Groningen op de openbare weg aan/nabij Martinikerkhof, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een jas (merk Stone Island), een riem (merk Gucci) en een pinpas en het ter beschikking stellen van gegevens, te weten zijn pincode, toebehorende aan [slachtoffer] , welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte die [slachtoffer] heeft laten struikelen en/of dreigend tegen die [slachtoffer] gezegd: "Mattie ik heb een mes bij me, Mattie nu uit doen, ik heb een mes", "Mattie wat heb je nog meer? Waar is je portemonnee, ik wil je pinpas. Wat is je pincode, ik heb een mes, ik steek je neer als het moet" en/of "Loop mee, loop mee", en aldus een voor die [slachtoffer] dreigende situatie heeft geschapen,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 24 september 2017 te Groningen opzettelijk behulpzaam is geweest door bij die [medeverdachte] en [slachtoffer] te gaan staan en zich in hun onmiddellijke nabijheid op te houden, en van die [medeverdachte] een jas (merk Stone Island), een riem (merk Gucci) en een pinpas over/aan te nemen.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

subsidiair

voortgezette handeling van

medeplichtigheid aan diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg,

en

medeplichtigheid aan afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar, alsmede een werkstraf van 180 uren, te vervangen door 90 dagen hechtenis indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft, voor het geval de rechtbank tot een strafoplegging komt, gepleit voor een taakstraf, waarbij zij heeft aangegeven de door de officier van justitie gevorderde 180 uren te hoog te vinden.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte is medeplichtig aan het plegen van een straatroof (diefstal met geweld/bedreiging met geweld en afpersing). Dergelijke feiten versterken niet alleen de gevoelens van angst en onveiligheid bij de slachtoffers, maar ook in de samenleving. In beginsel is het opleggen van een gevangenisstraf dan ook zonder meer gerechtvaardigd.

In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat de rol die verdachte heeft gespeeld bij het plegen van de delicten kleiner is dan die van de medeverdachte. Daar komt bij dat verdachte geen strafblad heeft en zijn leven op orde heeft.

Alles afwegende, is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte dient te worden opgelegd een taakstraf in combinatie met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf. De voorwaardelijke straf wordt opgelegd enerzijds om de ernst van de feiten te naar voren te laten komen en anderzijds om te bewerkstelligen dat verdachte zich in de toekomst zal onthouden van het plegen van strafbare feiten. De straf is lager dan door de officier van justitie is gevorderd, omdat de rechtbank, anders dan de officier van justitie, medeplegen niet bewezen acht.

Benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 480,00 ter vergoeding van materiële schade en € 500,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering in zijn geheel kan worden toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de hoofdelijkheidsclausule.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft gesteld dat de materiële schade ziet op de jas die verdachte niet in zijn bezit heeft gehad. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte onvoldoende door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 september 2017.

De rechtbank stelt vast dat verdachte medeplichtig is geweest aan het door de medeverdachte gepleegde strafbare feit en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade, waarvan vergoeding wordt gevorderd. Bij de veroordeling tot betaling van de schadevergoeding zal ook worden bepaald dat wanneer de schadevergoeding door de medeverdachte is betaald, verdachte dit bedrag niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen, en andersom.

Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 48, 49, 56, 57, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

- een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 2 jaar, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

- een taakstraf voor de duur van 100 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 50 dagen zal worden toegepast.

Ten aanzien van het subsidiair bewezen verklaarde:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 980,00 (zegge: negenhonderd tachtig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 september 2017, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer] te betalen een bedrag van € 980,00 (zegge: negenhonderd tachtig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 18 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit € 480,00 aan materiële schade en € 500,00 aan immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Haisma, voorzitter, mr. F.J. Agema en

mr. E.P. van Sloten, rechters, bijgestaan door A.W. ten Have-Imminga, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 maart 2018.