Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:89

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
11-01-2018
Datum publicatie
16-01-2018
Zaaknummer
18/830220-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld voor vier diefstallen in vereniging.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 310
Wetboek van Strafrecht 311
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/830220-17

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 11 januari 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats] ,

wonende te [straatnaam] , [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

21 december 2017 en 28 december 2017, op welke laatste de sluiting van het onderzoek heeft plaatsgevonden.

Verdachte is verschenen ter terechtzitting van 21 december 2017, bijgestaan door

mr. P. Acda, advocaat te Roermond.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. A. van den Oever.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 24 mei 2017 te Beerta, (althans) in de gemeente Oldamt, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen, een (bedrijfs)auto (Volkswagen Caddy, kenteken [nummer] ) (met inhoud, (waaronder/te weten) kentekenbewijzen en/of een rijbewijs en/of andere goederen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

2.

hij op of omstreeks 02 juni 2017 te Veendam, (althans) in de gemeente Veendam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een bedrijfs/servicebus (Iveco, kenteken [nummer] ) (met inhoud,(waaronder/te weten) een compressor, waterboormachine (inclusief 8/10 boren), speciale widia beitels met lucht hamer, gewone beitels, hogedrukreiniger, grote hoeveelheid PVC buizen van klein tot groot, een wakker stamper, gewone boormachines

(waarvan een (1) een rode Hilti), flex, accuschroefboormachines, pvc boren en/of andere goederen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [getuige 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

3.

hij op of omstreeks 02 juni 2017 te Stadskanaal, (althans) in de gemeente Stadskanaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (bedrijfs)auto (Volkswagen Caddy, kenteken [nummer] ) (met inhoud, (waaronder/te weten) (een) flex(en), verfstrippers, overalls, kabelhalspels voor krachtstroom, een reserveband, een amarilsteen, messen voor het bekappen van koeien, tubes componenten lijm, koppelstukken voor stroomkabels en/of

andere goederen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

4.

hij op of omstreeks 07 juni 2017 te Leek, (althans) in de gemeente Leek, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (bedrijfs/bestel)auto (VW Transporter, kenteken [nummer] ) en/of een aanhanger (kenteken [nummer] ) (met inhoud, (waaronder/te weten) tuingereedschap en/of andere goederen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s).

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Ten aanzien van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft de officier van justitie zich gebaseerd op de aangiftes, op diverse getuigenverklaringen, camerabeelden waarop personen en/of de Volvo met het kenteken [nummer] te zien zijn, op telefoongegevens die verdachte en/of zijn zoon in de buurt van de plaatsen delict brengen, een visitekaartje met telefoonnummers, het aantreffen van verdachte in één van de gestolen bedrijfsbussen en diverse processen verbaal van bevindingen van de politie. Voorts heeft de officier van justitie aangevoerd dat zij de alternatieve verklaring die verdachte geeft ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde onaannemelijk acht gelet op de verschillende verklaringen die hierover zijn afgelegd door hem en zijn zoon.

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat op basis van deze bewijsmiddelen en daaruit blijkende feiten en omstandigheden, de modus operandi en gebrek aan enige aannemelijke alternatieve verklaring van verdachte omtrent de gang van zaken, verdachte samen met zijn zoon de ten laste gelegde diefstallen in Beerta, Veendam, Stadskanaal en Leek heeft gepleegd.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

Ten eerste heeft de raadsman betoogd dat met betrekking tot alle ten laste gelegde feiten geen nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn zoon kan worden geconcludeerd uit de verklaring van getuige [getuige 1] . Deze verklaring heeft geen bewijswaarde gelet op de weinige en kortstondige contacten die de getuige met verdachte en zijn zoon heeft gehad; de verklaring zegt niets over andere momenten. Met deze verklaring is het niet een gegeven dat verdachte en zijn zoon immer samen waren.

Vervolgens heeft de raadsman ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde aangevoerd dat op de camerabeelden op de plaats delict wel een Volvo te zien is, maar dat er geen kenteken te zien is.

Daarnaast geven getuigenverklaringen geen specifiek signalement dat overeenkomt met verdachte en aan de fotoconfrontaties kleven volgens de verdediging dusdanige gebreken dat ze niet voor het bewijs gebruikt kunnen worden.

De raadsman wijst daarbij op het missen van enkele paginanummers bij beschrijving van een aantal fotoconfrontaties en onduidelijkheid in de verbalisering. Dat maakt de fotoconfrontaties onbetrouwbaar.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsman aangevoerd dat de verklaringen van de getuigen enkel algemeenheden betreffen. Er zijn bijvoorbeeld beelden van het wegnemen van de bedrijfsbus en [medeverdachte] wordt op de beelden herkend. Dit zegt echter niets over betrokkenheid van verdachte bij deze diefstal.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde heeft de raadsman aangevoerd dat op basis van het dossier geen duidelijke relatie tussen verdachte, de plaats delict en de diefstal kan worden gelegd. De telefoongegevens en het feit dat hij wel eens in een Volvo V50 rijdt zijn onvoldoende voor een bewezenverklaring.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde heeft de raadsman aangevoerd dat hoewel verdachte door de politie is aangetroffen in de weggenomen bedrijfsbus, verdachte niet is te koppelen aan de plaats delict. Hij heeft de bedrijfsbus meegenomen vanaf de carpool waar hij - nadat hij was achtervolgd toen hij in zijn eigen auto zat - is bedreigd en onder vuur is genomen. Deze verklaring van verdachte wordt ondersteund door de verklaring van zijn zoon, [medeverdachte] .

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt met betrekking tot het verweer dat de fotoconfrontaties niet voor het bewijs mogen worden gebruikt het volgende. In geval van een meervoudige fotoconfrontatie worden eisen gesteld aan de wijze waarop de fotoconfrontatie dient plaats te vinden, onder andere met betrekking tot de selectie van de foto's, de uitvoering en de verslaglegging. De rechtbank is, anders dan de verdediging, van oordeel dat er in de onderhavige zaak bij de fotoconfrontaties geen onregelmatigheden hebben plaatsgevonden die van invloed zijn op de betrouwbaarheid daarvan, zodat ze als bewijsmiddel bruikbaar zijn.

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 24 mei 2017, opgenomen op pagina 187 en verder van het dossier met nummer 2017211817 d.d. 11 augustus 2017, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1] :

Op 24 mei 2017 tussen 16:55 en 17:05 uur is mijn Volkswagen bedrijfsauto met het kenteken [nummer] weggenomen in Beerta. Ik had de bus niet afgesloten. In de bus lagen onder andere een kentekenbewijs, een rijbewijs, een jachtakte, een poortopener, een TomTom, een krik en een krukje.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 26 mei 2017, opgenomen op pagina 191 en verder van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 2] :

Op 24 mei 2017 was ik bij de boerderij in Beerta. Rond 17:00 uur zag ik een zwarte Volvo V 50 rijden. Ik zag dat deze ons terrein opreed. Ik zag dat er twee mensen in de auto zaten, een jongere man en een oudere man. De bestuurder was een blanke man van 30-40 jaar oud. Hij had tatoeages, ik denk op zijn arm. De bijrijder was een blanke man van rond de 20 jaar oud. Hij droeg een pet met een klep en een schoudertas. Ik heb de jongen ongeveer drie keer heen en weer zien lopen tussen de Volvo en de bedrijfsauto.

Vervolgens zag ik dat de oudere man ook naar de bedrijfsauto liep. Ongeveer 10 minuten later zag ik de bedrijfsauto wegrijden. De zwarte Volvo was weg toen ik de bedrijfsauto zag rijden.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 26 mei 2017, opgenomen op pagina 194 en verder van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 3] , voor zover hier van belang:

Op 24 mei 2017 was ik vanwege een storing op een boerderij in Beerta. Toen ik buiten kwam om materialen te halen zag ik dat er een zwarte Volvo stationcar achter mijn auto stond. Een jonge vent van ongeveer 17 jaar met een crèmekleurig shirt en iets met rood en een petje, sprak mijn collega aan. De bestuurder van de auto had zwart achterovergekamd haar. Hij sprak met een Amsterdams accent ofzo. Het was geen Groninger. Rond 17:00 uur miste [slachtoffer 1] zijn auto. Tegen 17:30 uur zag ik bij een tankstation in Winschoten diezelfde zwarte Volvo staan. Ik zag dat de man met het zwarte gekamde haar en die jonge vent met dat petje in die auto zaten. Ik heb het kenteken van de auto genoteerd en dat is [nummer] .

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van tonen selectie bij fotobewijsconfrontatie van Politie Noord-Nederland d.d. 18 juli 2017, opgenomen op pagina 249 en verder van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisant:

Onmiddellijk toen foto 2 op het beeldscherm verscheen, zag ik dat [getuige 3] achterover ging hangen en ik hoorde hem vervolgens zeggen: "Dat is hem. Oude foto. Dat is hem." Na afloop van de confrontatie deelde de confrontatieleider mij mee dat in de getoonde selectie de foto van de verdachte [verdachte] op plaats 2 stond.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 31 mei 2017, opgenomen op pagina 231 en verder van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisant:

Op camerabeelden d.d. 24 mei 2017 om 16:48 uur is te zien dat een zwarte Volvo stationcar met kenteken [nummer] komt aanrijden over de Hoofdstraat te Beerta, komend uit de richting Winschoten. Op een ander bestand is te zien dat om 17:07 uur een grijze Volkswagen Caddy vanuit Nieuw Beerta het centrum van Beerta inrijdt over de Hoofdstraat. Dit gebeurt met verhoogde snelheid. Het kenteken van deze Volkswagen is [nummer] . Dit betreft het vanaf de [straatnaam] Beerta ontvreemde voertuig. Om 17:07 uur rijdt een zwarte Volvo met dezelfde snelheid achter de weggenomen Volkswagen aan, in dezelfde richting. Het gaat wederom om de Volvo met kenteken [nummer] .

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 9 juni 2017, opgenomen op pagina 46 en verder van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 4] :

Mijn man [verdachte] en zoon handelen samen in auto's. Ik rijd alleen in onze Volvo V 50 als ik boodschappen ga doen of als ik naar Den Bosch ga. Verder rijdt mijn man in die auto. Er is maar één sleutel bij die auto. Niemand anders heeft een sleutel van de auto.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 13 juni 2017, opgenomen op pagina 222 en verder van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 1] , in samenhang met het proces-verbaal van bevindingen rectificatie d.d. 13 november 2017:

[verdachte] heeft recent auto's aan mij verkocht. Uit mijn administratie blijkt dat zijn achternaam [verdachte] is. Zijn zoon is altijd bij hem. Hij heet [medeverdachte] .

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 14 juni 2017, opgenomen op pagina 218 en verder van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 5] :

Op 2 juni 2017 vond de verkoop van de Volvo V70 D5 plaats. De koper kwam beide keren langs met een jongen van 16 a 17 jaar. Beide keren kwamen zij aan in een Volvo V50.

De man kan ik beschrijven als plusminus 50 jaar, fors postuur beetje gezet, bruin haar. De andere man vertelde dat hij [medeverdachte] was, telefoonnummer [nummer] .

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 8 juni 2017, opgenomen op pagina 277 en verder van het dossier met nummer 2017211817 d.d. 11 augustus 2017, inhoudende als verklaring van [getuige 6] :

Op 2 juni 2017, tussen 16.15 en 17.00 is mijn witte bus van het merk Iveco met kenteken

[nummer] weggenomen vanaf de [straatnaam] in Veendam. In de auto waren onder andere de volgende materialen aanwezig: compressor, waterboormachine inclusief 8/10 boren, speciale widia beitels met luchthamer, gewone beitels, hogedrukreiniger, grote hoeveelheid PVC buizen van klein tot groot, een wakkerstamper, gewone boormachines (waarvan 1 een rode Hilti), Flex, accuschroef, PVC-boren.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 13 juni 2017, opgenomen op pagina 291 van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisanten:

Op 13 juni 2017 bekeken wij, verbalisanten, beelden van een bewakingscamera van [bedrijf 1] van de diefstal van een voertuig uit Veendam. Op de beelden is te zien dat een man op slippers met een rode korte broek en een roze/oranje shirt en een tasje om zijn nek op de weg loopt voor het bedrijf. Wij, verbalisanten, herkennen voor 100% [medeverdachte] van [geboortedatum] 2001. Wij herkennen [medeverdachte] aan de manier waarop hij loopt en aan zijn postuur. Op de beelden is ook te zien dat [medeverdachte] zijn hand door zijn haar haalt.

Wij, verbalisanten, zijn 8 juni 2017 en 12 juni 2017 met [medeverdachte] in verhoor geweest en hebben daardoor een goed beeld van hem. [medeverdachte] haalde tijdens het verhoor ook een aantal keren zijn hand op die manier door zijn haar. Op de beelden is te zien dat [medeverdachte] een aantal keren voor het bedrijf langsloopt. Wij zien dat [medeverdachte] contact heeft met de bestuurder van een zwarte Volvo V 50. Ten tijde van dit gesprek zien wij dat [medeverdachte] een zwarte pet op zijn hoofd zet.

Op een gegeven moment zien wij dat [medeverdachte] aan de bestuurderskant van de witte bestelbus instapt en ermee weg rijdt. Wij zien [medeverdachte] op de bestuurdersstoel zitten. Wij herkennen [medeverdachte] hierbij aan zijn roze/oranje shirt en aan zijn pet.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 12 juni 2017, opgenomen op pagina 293 van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisanten:

Naar aanleiding van een diefstal van een bedrijfsauto gepleegd op 2 juni 2017 in Veendam, werden de beveiligingsbeelden van het bedrijf van [getuige 6] bekeken. Bij de hieronder genoemde tijdstippen moet exact 30 minuten worden opgeteld. De hierna genoteerde tijden zijn de tijden die op het scherm worden weergegeven

16:15 uur: Er rijdt een zwarte Volvo V 50 over de [straatnaam] in de richting van de [straatnaam] .

16:19 uur: Een zwarte Volvo V 50 parkeert aan de overkant van de [straatnaam] .

16:20 uur: Vanaf de straatzijde, naast de geparkeerde auto, verschijnt een persoon die langs de later weggenomen bedrijfsauto loopt.

Het signalement van persoon NN1 is: blanke jongen, ongeveer 20 jaar en donkerblond haar. Kleding: korte rode broek en oranje T-shirt. Hij loopt op slippers en draagt een donkere heuptas. De Volvo V 50 parkeert ongeveer 10 m verder dan waar deze eerder stond. Als de Volvo stil gaat staan, staat de NN1 naast dit voertuig.

16:21 uur: De Volvo V 50 rijdt langzaam iets naar achteren, waarbij NN1 ernaast blijft lopen, kijkend in de richting van de bestuurder. De Volvo gaat stilstaan en NN1 blijft hiernaast staan, ter hoogte van het bestuurdersportier.

16:23: NN1 loopt weg vanaf de Volvo in de richting van de later weggenomen bedrijfsauto.

Een seconde later begint ook de Volvo te rijden.

16:27: De bestuurdersdeur van de witte bedrijfsauto wordt geopend. Er stapt iemand in en de witte bedrijfsauto rijdt om 16:27:35 uur weg in de richting van de [straatnaam] . Ook de zwarte Volvo V 50 gaat rijden in de richting van de [straatnaam] , achter de witte bedrijfsauto aan. De Volvo volgt de bedrijfsauto met een tussenliggende afstand tussen de 50 en 100 meter.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 30 juni 2017, opgenomen op pagina 121 en verder van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisant:

In het onderzoek werd een visitekaartje op naam van [bedrijf 2] aangetroffen met daarop de volgende gegevens:

* e-mail adres [emailadres]

* telefoonnummer [nummer]

* telefoonnummer [nummer]

De veiliggestelde data van de uitgelezen telefoons werden aan het onderzoeksteam verstrekt en onderzocht door een verbalisant. Hierbij zag de verbalisant geregistreerd staan:

* iPhone: Contact 317 name [medeverdachte] created 16-3-2017 mobiel + [nummer]

* iPhone: Call log time stamp 23-4-2017 outgoing WhatsApp. From: [nummer] @s.whatsapp.net [verdachte] (owner) to: [nummer] @s.whatsapp.net [medeverdachte] .

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aanvulling van einddossier van Politie Noord-Nederland d.d. 7 november 2017, opgenomen op pagina 409 en verder van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisant:

Nadere aanvulling op het onderzoek naar de verkeersgegevens zoals zijn verwerkt in proces-verbaal van bevindingen op de pagina's 121 t/m 129 van het procesdossier:

- Gesteld kan worden dat een telefoon zich binnen het dekkingsgebied van een Cell-ID bevond op bepaalde datum en tijd. Van deze Cell-ID geeft de provider een zendrichting op. En door middel van graden een spreidinggebied.

Diensten GESPREK en SMS zijn betrouwbaar.

- Bij PD C delict 2-6-2017 tussen 1650 en 1657 uur [straatnaam] Veendam.
JNA [verdachte] gebruiker van telefoonnummer [nummer] . Gebeld duur gesprek 58 seconden. Gebruikte Cell-ID 606027255 blijkens opgave KPN; KPN Cell-ID= 606027255

X=255611 Y=569753 Richting=0=AZI met WIDTH=67

Locatie= [straatnaam] Veendam 6060 = LAC en NETWERK = UMTS

Dwz Zendrichting NOORD.

- [straatnaam] ligt ca 1 km ten noorden van deze Cell-ID [nummer] . Gelet op zendrichting en afstand is het meest aannemelijk dat [straatnaam] Veendam onder het dekkingsgebied van dit Cell-ID valt. Telefoonnummer [nummer] was ten tijde van het delict onder het dekkingsgebied van Cell-ID [nummer] .

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 9 juni 2017, opgenomen op pagina 46 en verder van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 4] :

Mijn man [verdachte] en zoon handelen samen in auto's. Ik rijd alleen in onze Volvo V 50 als ik boodschappen ga doen of als ik naar Den Bosch ga. Verder rijdt mijn man in die auto. Er is maar één sleutel bij die auto. Niemand anders heeft een sleutel van de auto.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 13 juni 2017, opgenomen op pagina 222 en verder van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 1] , in samenhang met het proces-verbaal van bevindingen rectificatie d.d. 13 november 2017:

[verdachte] heeft recent auto's aan mij verkocht. Uit mijn administratie blijkt dat zijn achternaam [verdachte] is. Zijn zoon is altijd bij hem. Hij heet [medeverdachte] .

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 14 juni 2017, opgenomen op pagina 218 en verder van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 5] :

Op 2 juni 2017 vond de verkoop van de Volvo V70 D5 plaats. De koper kwam beide keren langs met een jongen van 16 a 17 jaar. Beide keren kwamen zij aan in een Volvo V50.

De man kan ik beschrijven als plusminus 50 jaar, fors postuur beetje gezet, bruin haar. De andere man vertelde dat hij [medeverdachte] was. Telefoonnummer [nummer] .

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 3 juni 2017, opgenomen op pagina 378 en verder van het dossier met nummer 2017211817 d.d. 11 augustus 2017, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 3] :

Op 2 juni 2017 tussen 18:30 en 19:00 uur is mijn zwarte Volkswagen Caddy met kenteken

[nummer] weggenomen vanaf de Dalweg te Stadskanaal. In de bus zaten onder andere twee flexen, verfstrippers, overalls, kabelhaspels voor krachtstroom, een reserveband, een amarilsteen, messen voor het bekappen van koeien, tubes componentenlijm en koppelstukken voor stroomkabels. In de bus lagen ook mijn portemonnee, mijn rijbewijs, identiteitsbewijs en het kentekenbewijs van de bus. De autosleutels had ik in de middenconsole van de bus gelegd.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 2 juni 2017, opgenomen op pagina 385 en verder van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 7] :

Op 2 juni 2017 tussen 18:45 en 19:00 uur was ik klaar met werken op de boerderij van mijn vader en oom aan [straatnaam] in Stadskanaal. Vanaf het terrein van de boerderij voor de stal zag ik een onbekende zwarte Volvo V 50 rijden. De auto had kentekenplaten met 3 × 2 cijfers of letters. De bestuurder was een man ouder dan 45 jaar.

Ik zag vervolgens de zwarte Volkswagen Caddy van mijn oom [slachtoffer 3] ook vanaf de stal komen, het terrein afrijden en achter de zwarte Volvo aanrijden. In de bus zat een blanke man met kortgeschoren lichtkleurig haar en hij was gekleed in een roze/rode polo.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 30 juni 2017, opgenomen op pagina 121 en verder van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisant:

In het onderzoek werd een visitekaartje op naam van [bedrijf 2] aangetroffen met daarop de volgende gegevens:

* e-mail adres [emailadres]

* telefoonnummer [nummer]

* telefoonnummer [nummer]

De veiliggestelde data van de uitgelezen telefoons werden aan het onderzoeksteam verstrekt en onderzocht door een verbalisant. Hierbij zag de verbalisant geregistreerd staan:

* iPhone: Contact 317 name [medeverdachte] created 16-3-2017 mobiel + [nummer]

* iPhone: Call log time stamp 23-4-2017 outgoing WhatsApp. From: [nummer] @s.whatsapp.net [verdachte] (owner) to: [nummer] @s.whatsapp.net [medeverdachte] .

Op 2 juni 2017 stonden onder andere de volgende belcontacten geregistreerd:

Telefoonnummer [nummer] . 18:48:30, 18:48:35, 18:49:33, 18:49:35 en 18:49:45.

Straat: [straatnaam] . Plaats: Stadskanaal.

Telefoonnummer [nummer] . 19:16:08 en 19:16:12.

Straat: [straatnaam] . Plaats: Westerbroek.

Telefoonnummer [nummer] . 19:16:07 en 19:16:12.

Straat: [straatnaam] . Plaats: Westerbroek.

Telefoonnummer [nummer] belt op 2 juni 2017 om 18:49 uur naar telefoonnummer [nummer] . De duur van dit gesprek was 8 seconden. Beide telefoonnummers bevonden zich op dat moment binnen het dekkingsgebied van de zendmast gevestigd aan [straatnaam] in Stadskanaal.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 9 juni 2017, opgenomen op pagina 46 en verder van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 4] :

Mijn man [verdachte] en zoon handelen samen in auto's. Ik rijd alleen in onze Volvo V 50 als ik boodschappen ga doen of als ik naar Den Bosch ga. Verder rijdt mijn man in die auto. Er is maar één sleutel bij die auto. Niemand anders heeft een sleutel van de auto.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 13 juni 2017, opgenomen op pagina 222 en verder van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 1] , in samenhang met het proces-verbaal van bevindingen rectificatie d.d. 13 november 2017:

[verdachte] heeft recent auto's aan mij verkocht. Uit mijn administratie blijkt dat zijn achternaam [verdachte] is. Zijn zoon is altijd bij hem. Hij heet [medeverdachte] .

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 14 juni 2017, opgenomen op pagina 218 en verder van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 5] :

Op 2 juni 2017 vond de verkoop van de Volvo V70 D5 plaats. De koper kwam beide keren langs met een jongen van 16 a 17 jaar. Beide keren kwamen zij aan in een Volvo V50.

De man kan ik beschrijven als plusminus 50 jaar, fors postuur beetje gezet, bruin haar. De andere man vertelde dat hij [medeverdachte] was. telefoonnummer [nummer] .

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 7 juni 2017, opgenomen op pagina 43 en verder van het dossier met nummer 2017211817 d.d. 11 augustus 2017, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 4] :

Op 7 juni 2017 is mijn Volkswagen Transporter met kenteken [nummer] weggenomen. Ik was om 16:00 uur bij mijn bedrijfspand aan de [straatnaam] in Leek. Ik had mijn bus voor het pand gezet. Ik had de motor uit en de sleutels in het contactslot. Ik was daar ongeveer 10 minuten bezig toen ik plotseling mijn bus hoorde starten en deze weg zag rijden met de aanhanger erachter. In de bus zit al mijn tuingereedschap.

2. De door verdachte op de terechtzitting van 21 december 2017 afgelegde verklaring van [verdachte] :

De bedrijfsbus waarin ik ben aangehouden op 7 juni 2017 heb ik meegenomen.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 8 juni 2017, opgenomen op pagina 167 en verder van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte] :

Gisteren reed ik samen met mijn vader in onze zwarte Volvo. Hij zou met een andere auto weggaan; dat is blijkbaar gelukt. Ik ben uiteindelijk in mijn eentje met deze auto naar huis gereden.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 7 juni 2017, opgenomen op pagina 64 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisant:

Op 7 juni 2017 hoorde ik omstreeks 16:15 uur dat in Leek een grijze Volkswagen Transporter was gestolen. Ik hoorde dat deze auto richting Julianaplein te Groningen zou rijden. Hierop heb ik de meldkamer verzocht om de Volvo V50 met kenteken [nummer] in de ANPR te gooien. Heel kort erna hoorde ik dat deze auto zojuist op het Julianaplein te Groningen door de ANPR was gereden.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 8 juni 2017, opgenomen op pagina 71 van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisant:

Op 7 juni 2017 om 16:26 uur is een zwarte Volvo V 50 met kenteken [nummer] vastgelegd op een ANPR-camera. Deze camera is gevestigd op de A7 vlak voor het verkeersplein Julianaplein in Groningen. Deze locatie is ongeveer 10 minuten rijden van waar de bedrijfsauto is weggenomen.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 9 juni 2017, opgenomen op pagina 66 en verder van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisant:

Op 7 juni 2017 deed ik, verbalisant, onderzoek naar camerabeelden afkomstig van het bedrijf Sylvaphane uit Leek.

Om 16:01 uur zie ik een licht gekleurde Volkswagen Transporter met daarachter een aanhanger in de richting van de [straatnaam] rijden.

Om 16:02 uur zie ik een Volvo V 50 in dezelfde richting als de Volkswagen Transporter rijden.

Om 16:09 zie ik een licht gekleurde bus met aanhanger met een hogere snelheid om een stilstaande vrachtauto heen rijden. Ik zag dat de witte bus met aanhanger vanuit de richting van de [straatnaam] kwam. Om 16:09 zag ik een zwarte Volvo V 50 om dezelfde vrachtwagen heen rijden als waar de lichtgekleurde Volkswagen omheen reed. Hij kwam uit de richting van de [straatnaam] .

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 9 juni 2017, opgenomen op pagina 46 en verder van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 4] :

Mijn man [verdachte] en zoon handelen samen in auto's. Ik rijd alleen in onze Volvo V 50 als ik boodschappen ga doen of als ik naar Den Bosch ga. Verder rijdt mijn man in die auto. Er is maar één sleutel bij die auto. Niemand anders heeft een sleutel van de auto.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 13 juni 2017, opgenomen op pagina 222 en verder van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 1] , in samenhang met het proces-verbaal van bevindingen rectificatie d.d. 13 november 2017:

[verdachte] heeft recent auto's aan mij verkocht. Uit mijn administratie blijkt dat zijn achternaam [verdachte] is. Zijn zoon is altijd bij hem. Hij heet [medeverdachte] .

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank gaat op basis van de bewijsmiddelen en de inhoud van het dossier uit van het volgende. In de periode van 24 mei 2017 tot en met 7 juni 2017 zijn vier bedrijfsauto's inclusief de zich daarin bevindende goederen bij de bedrijven van de aangevers weggenomen. Geen van de weggenomen bedrijfsauto's waren afgesloten, waarbij de contactsleutel zich steeds in de auto bevond.

Ten aanzien van de diefstallen te Beerta, Veendam en Stadskanaal stelt de rechtbank vast dat er telkens een zwarte Volvo V50 in de buurt was bij de plaats delict. Voorts stelt de rechtbank vast dat bij deze diefstallen telkens twee mensen betrokken waren. Verdachte en/of de medeverdachte worden tezamen of los van elkaar herkend in (de buurt van) de Volvo en/of de plaats delict en/of de weggenomen bedrijfsbus.

Met betrekking tot het feit te Beerta heeft getuige Kunst een oudere man samen met een jongere man in een zwarte Volvo gezien in de nabijheid van de bedrijfsbus. Vervolgens zag hij de oudere man heen en weer lopen tussen de Volvo en de bedrijfsbus die enkele minuten daarna wegreed. Getuige [getuige 3] heeft enige tijd daarna twee mannen bij de Volvo met het kenteken [nummer] gezien. Tijdens een meervoudige fotoconfrontatie herkent [getuige 3] verdachte, [verdachte] .

Met betrekking tot het feit te Veendam is één van de personen door verbalisanten herkend als [medeverdachte] . De rechtbank acht dit een betrouwbare herkenning, nu de bevindingen door verbalisanten zijn gerelateerd op basis van gedragskenmerken en uiterlijk en deze verbalisanten daarvan kennis hebben kunnen nemen in een eerder verhoor van [medeverdachte] .

Met betrekking tot het feit te Stadskanaal heeft getuige [getuige 7] de weggenomen bedrijfsbus en de Volvo na/bij de wegnemingshandeling in elkaars nabijheid gesignaleerd. Dit patroon is eveneens op camerabeelden, niet ver van de plaats delict, geconstateerd.

Dit laatste geldt ook bij de diefstal te Leek. Daarenboven is daar vastgesteld dat de

Volvo V 50 met kenteken [nummer] 10 minuten na het pleegtijdstip op de A7 vlak voor het verkeersplein Julianaplein in Groningen wordt gesignaleerd (middels het ANPR-systeem). Deze locatie is ongeveer 10 minuten rijden van waar de bedrijfsauto is weggenomen. Daarna wordt deze Volvo met warme motor bij het huisadres van verdachte en zijn zoon aangetroffen, terwijl deze laatste aangeeft dat hij zojuist met deze auto naar huis is gekomen. Verdachte zelf is in de gestolen bedrijfsbus aangehouden, ongeveer 15 minuten na de diefstal van de bedrijfsauto met aanhanger.

De Volvo V50 met het kenteken [nummer] staat op naam van de vrouw van verdachte, [getuige 4] , geregistreerd. Deze heeft bij de politie verklaard dat zij de auto slechts af en toe gebruikt en dat naast haar alleen verdachte in de Volvo rijdt. Tevens verklaart ze dat haar man en zoon gezamenlijk in de autohandel zitten.

Uit de verklaringen van de getuigen [getuige 5] en [getuige 1] valt af te leiden dat dat verdachte regelmatig tezamen met zijn zoon [medeverdachte] opereerde.

De signalementen die door de diverse getuigen bij de verschillende feiten zijn gegeven passen bij verdachte en zijn zoon.

De rechtbank stelt vast dat de zoon van verdachte belt met de mobiele telefoon met het nummer [nummer] . Uit de aangifte betreffende de diefstal te Veendam komt naar voren dat deze heeft plaatsgevonden tussen 16:15 uur en 17:00 uur aldaar aan de [straatnaam] . Uit de verkeersgegevens van de telefoon met het telefoonnummer [nummer] blijkt dat de telefoon zich ten tijde van het delict onder het dekkingsgebied van een Cell-ID op deze plaats delict bevond. Naast de herkenning van [medeverdachte] door verbalisanten is zijn telefoon dus ook in de buurt van de plaats delict geweest, op het pleegtijdstip. Gelet op het signalement van de oudere bestuurder van de aldaar ook aanwezige Volvo kan het niet anders zijn dan dat verdachte hierbij de mededader is, daarbij ook gelet op dezelfde modus operandi bij alle ten laste gelegde feiten.

Bij de diefstal te Stadskanaal, die twee uren na de diefstal te Veendam heeft plaatsgevonden, blijkt uit de telefoonverkeersgegevens dat het telefoonnummer [nummer] , dat gebruikt wordt door verdachte, om 18:49 uur naar het telefoonnummer [nummer] , gebruikt door [medeverdachte] , heeft gebeld. Daarbij bevonden beide aan deze nummers gekoppelde telefoons zich op dat moment binnen het dekkingsgebied van de zendmast gevestigd aan [straatnaam] te Stadskanaal, de pleegplaats.

Gelet op alle hierboven genoemde omstandigheden, in samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte en zijn zoon [medeverdachte] , de diefstallen van de bedrijfsbussen met inhoud in Beerta, Veendam en Stadskanaal gezamenlijk hebben gepleegd.

Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting een alternatief scenario aangevoerd voor de diefstal van een bedrijfsbus met aanhanger te Leek. Dit scenario komt er kort gezegd op neer dat verdachte en zijn zoon zouden zijn achtervolgd waarna hij op een carpoolplaats zou zijn bedreigd (door een vijand uit zijn verleden waar hij zich de laatste tijd door bedreigd achtte) met een wapen waarbij een schot zou zijn gelost in de Volvo en later nogmaals is geschoten buiten de auto. Verdachte diende zichzelf en zijn zoon in veiligheid te brengen en heeft daartoe onder andere de betreffende bus die -met draaiende motor, doch zonder gekoppelde aanhanger- op de betreffende carpoolplaats stond, meegenomen.

De rechtbank acht dit alternatieve scenario niet geloofwaardig. De rechtbank constateert dat de verklaringen van vader en van de zoon van elkaar verschillen op belangrijke punten, waarbij verdachte zelf in zijn diverse verklaringen bij de politie (waaronder een aangifte ter zake) en ter zitting ook onderling verschillende en tegenstrijdige verhalen vertelt. Bovendien past het verhaal van verdachte niet bij de geconstateerde tijdslijn met betrekking tot de aanwezigheid van zowel de Volvo als de gestolen bus op verschillende plaatsen. Ook de aanwezigheid van een verlaten bedrijfsbus met draaiende motor op een carpoolplaats is volstrekt onaannemelijk.

Voorts vindt de rechtbank het alleszins opmerkelijk dat de zoon niets tegen zijn moeder heeft gezegd over het beangstigende gebeuren. Zeker met in het achterhoofd de sociale situatie en justitiële beschermingspositie waarin het gezin heeft verkeerd.

De in het nader onderzoek geconstateerde schotinslag in de bodemplaat van de auto brengt daarin geen verandering, nu die kan zijn ontstaan op een ander moment en de plek daarvan niet past bij de lezing van verdachte.

Dit alles maakt het door verdachte geschetste alternatieve scenario ongeloofwaardig en de rechtbank schuift dit daarom ter zijde.

De rechtbank acht dan ook de diefstal van de bedrijfsbus met aanhanger te Leek wettig en overtuigend bewezen.

Voorts moet nog beoordeeld worden of ter zake dit ten laste gelegde feit het medeplegen met zijn zoon kan worden bewezen. Om tot een bewezenverklaring van medeplegen te kunnen komen moet vast komen te staan dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de medeverdachten. Zoals uit het voorgaande en de bewijsmiddelen naar voren komt is dat de eerdere diefstallen steeds door dezelfde twee personen zijn gepleegd. In combinatie met de gelijkende werkwijze waarop de diefstallen hebben plaatsgevonden en de verkeersgegevens die passen bij de aanwezigheid van [medeverdachte] als mededader is de rechtbank van oordeel dat tussen verdachte en zijn zoon ook hier een bewuste en nauwe samenwerking heeft bestaan.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat ook hier medeplegen bewezen kan worden.

De rechtbank acht derhalve bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van diefstal, zoals onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegd.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij op 24 mei 2017 te Beerta, in de gemeente Oldamt, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een bedrijfsauto (Volkswagen Caddy, kenteken [nummer] ) met inhoud, waaronder kentekenbewijzen en een rijbewijs en andere goederen toebehorende aan [slachtoffer 1] ;

2.

hij op 2 juni 2017 te Veendam, in de gemeente Veendam, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bedrijfs/servicebus (Iveco, kenteken [nummer] ) met inhoud waaronder een compressor, waterboormachine (inclusief 8/10 boren), speciale widia beitels met luchthamer, gewone beitels, hogedrukreiniger, grote hoeveelheid PVC buizen van klein tot groot, een wakker stamper, gewone boormachines (waarvan een 1 rode Hilti), flex, accuschroefboormachines, pvc boren en/of andere goederen toebehorende aan [getuige 6] ;

3.

hij op 2 juni 2017 te Stadskanaal, in de gemeente Stadskanaal, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bedrijfsauto (Volkswagen Caddy, kenteken [nummer] ) met inhoud, waaronder (een) flex(en), verfstrippers, overalls, kabelhalspels voor krachtstroom, een reserveband, een amarilsteen, messen voor het bekappen van koeien, tubes componentenlijm, koppelstukken voor stroomkabels en/of andere goederen toebehorende aan [slachtoffer 3] ;

4.

hij op 7 juni 2017 te Leek, in de gemeente Leek, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bedrijfs/bestelauto (VW Transporter, kenteken [nummer] ) en een aanhanger (kenteken [nummer] ) met inhoud, waaronder tuingereedschap en/of andere goederen toebehorende aan [slachtoffer 4] .

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. diefstal door twee of meer verenigde personen;

2. diefstal door twee of meer verenigde personen;

3. diefstal door twee of meer verenigde personen;

4. diefstal door twee of meer verenigde personen.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid

De verdediging heeft ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde subsidiair aangevoerd dat verdachte een beroep op noodweer(exces) toekomt. Gelet op hetgeen hierboven is overwogen acht de rechtbank het alternatieve scenario niet geloofwaardig en acht de rechtbank niet aannemelijk geworden dat er voor verdachte op enig moment sprake is geweest van een noodweersituatie, zodat het beroep op noodweer(exces) reeds om die reden wordt verworpen.

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 360 dagen waarvan 198 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht (Sr).

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen opmerkingen gemaakt ten aanzien van de strafmaat.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Binnen één maand heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan vier diefstallen van bedrijfsauto's. Verdachte heeft deze diefstallen samen met zijn minderjarige zoon gepleegd. Vader en zoon zijn meermaals samen op pad gegaan om te zoeken naar bedrijfsauto's die zij weg konden nemen. Bij alle bewezen verklaarde feiten zijn zij hun tocht gezamenlijk begonnen in de Volvo V 50 waarna bij het aantreffen van een geschikt voertuig één van beiden de bedrijfsauto weg nam en de ander de Volvo bestuurde. Hun rol leek inwisselbaar.

Dit betreffen ernstige feiten die tot overlast en schade hebben geleid bij de gedupeerden. Zij zijn voor hun werkzaamheden afhankelijk van de weggenomen bedrijfsauto's en goederen.

Dat verdachte aldus heeft gehandeld is kwalijk en getuigt van gebrek aan respect voor andermans eigendom. Verdachte had uitsluitend oog voor zijn persoonlijk financieel gewin.

De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor het plegen van deze strafbare feiten.

Dergelijke feiten rechtvaardigen het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zonder meer.

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een reeks aan diverse strafbare feiten, waaronder ook vermogensdelicten.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het reclasseringsrapport d.d. 27 september 2017 waaruit blijkt dat verdachte niet wilde meewerken dan wel niet heeft gereageerd op een oproep voor het opstellen van een reclasseringsadvies. De reclassering verwacht op grond van hun dossierinformatie, waaruit blijkt dat verdachte nooit mee heeft willen werken met daadwerkelijke reclasseringsinterventie, dat het inzetten daarvan op dit moment geen toegevoegde waarde zal hebben.

Verdachte heeft de strafbare feiten tezamen met zijn minderjarige zoon gepleegd. De rechtbank acht het immoreel dat verdachte als vader zijn zoon op deze wijze betrekt in het criminele circuit. Het is tevens de verantwoordelijkheid van verdachte om zijn zoon niet aan dit soort praktijken bloot te stellen, laat staan hem er op deze wijze te betrekken. Hij dient hem juist ervan te behoeden om op het verkeerde pad te geraken en niet –in navolging van zijn vader- een aanzienlijk strafblad op te bouwen. Verdachte zou vanaf nu een goed voorbeeld moeten geven en geen strafbare feiten meer plegen.

De rechtbank ziet in het voorkomen van recidive aanleiding om naast een onvoorwaardelijke straf een voorwaardelijke straf op te leggen, als stok achter de deur.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van na te noemen duur moet worden opgelegd, waarvan een deel voorwaardelijk om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Benadeelde partijen

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
1. [slachtoffer 1] (feit 1), tot een bedrag van € 4.890,95 ter zake van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan;
2. [slachtoffer 3] (feit 3), tot een bedrag van € 12.766,84 ter vergoeding van materiële schade vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan en € 28,56 ter vergoeding van proceskosten;
3. [bedrijf 3] (feit 4), tot een bedrag van € 718,52 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 1] op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard bij gebrek aan onderbouwing van de vordering. Ten aanzien van de benadeelde partij [getuige 7] heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen tot een bedrag van € 11.897,55 vermeerderd met de wettelijke rente en toewijzing van de gevorderde proceskosten. Ten aanzien van de benadeelde partij [bedrijf 3] heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen tot een bedrag van € 683,20 vermeerderd met de wettelijke rente. Voorts heeft de officier van justitie met betrekking tot de vordering van [getuige 7] en [bedrijf 3] oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de hoofdelijkheid gevorderd.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen dienen te worden afgewezen dan wel niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard, nu hij vrijspraak van de ten laste gelegde feiten heeft bepleit.

Subsidiair, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, heeft de raadsman aangevoerd dat benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard omdat de vordering niet is onderbouwd; dat bij de vorderingen van [getuige 7] en [bedrijf 3] de kostenposten die betrekking hebben op de goederen niet toe kunnen worden gewezen omdat deze niet zijn onderbouwd, en in ieder geval de btw dient te worden afgetrokken.

Oordeel van de rechtbank

Hoewel naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk is geworden dat benadeelde partij [slachtoffer 1] schade heeft geleden die het rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezen verklaarde, beschikt de rechtbank over onvoldoende informatie om de hoogte van de geleden schade te kunnen beoordelen. Schorsing van het onderzoek om de benadeelde partij de hoogte van de schade alsnog te laten aantonen, zal leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding en daartoe zal dan ook niet worden overgegaan. De rechtbank zal de vordering daarom niet ontvankelijk verklaren. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Ten aanzien van benadeelde partij [getuige 7] is naar het oordeel van de rechtbank van de rechtbank voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 3 bewezen verklaarde. De rechtbank acht het hierbij voldoende aannemelijk dat de genoemde goederen zich in de bedrijfsbus bevonden en de waardebepaling daarvan acht de rechtbank voldoende onderbouwd. Bij het vaststellen van de schade brengt de rechtbank wel de btw in mindering op het geclaimde bedrag nu deze voor de benadeelde partij aftrekbaar is en derhalve niet tot schade leidt. Daarom zal de rechtbank het bedrag toewijzen tot € 11.868,99, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 juni 2017.

Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen in de reiskosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, ten bedrage van € 28,56, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Ten aanzien van benadeelde partij [bedrijf 3] is naar het oordeel van de rechtbank van de rechtbank voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 4 bewezen verklaarde. Bij het vaststellen van de schade brengt de rechtbank de btw ter zake de spiegel in mindering op het bedrag. De rechtbank wijst het bedrag toe tot € 683,20 te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 juni 2017.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

De rechtbank stelt vast dat verdachte de strafbare feiten samen met een ander heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade, waarvan vergoeding wordt gevorderd. Bij de veroordelingen tot betaling van de schadevergoedingen zal ook worden bepaald dat wanneer de schadevergoeding door medeverdachte is betaald, verdachte dit bedrag niet meer aan de benadeelde partijen [ [getuige 7] en [bedrijf 3] ] hoeft te betalen, en andersom.

Nu vast staat dat verdachte per vordering [ [getuige 7] en [bedrijf 3] ] tot de hiervoor genoemde bedragen aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank per vordering de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed. Indien verdachte niet aan zijn betalingsverplichting voldoet zal per overtreding bij gebreke van betaling en verhaal vervangende hechtenis worden opgelegd, met dien verstande dat de toepassing van de hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Inbeslaggenomen goederen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vier kentekenplaten, twee stuks met het nummer EMD-0409 [goednummer PL0100-2017147443-883024] en twee stuks met het nummer HH-13-43 [goednummer PL0100-20217147443-883006] dienen te worden onttrokken aan het verkeer nu geen legaal doel voor deze kentekenplaten uit het dossier is gebleken.

Standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de inbeslaggenomen goederen, zijnde de kentekenplaten, heeft de raadsman zich gerefereerd naar het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier blijkt dat van een legaal doel voor deze kentekenplaten, zoals door de officier van justitie is aangevoerd, niet is gebleken en de rechtbank zal de inbeslaggenomen voorwerpen, de vier kentekenplaten, derhalve onttrekken aan het verkeer.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 36d, 36f, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 360 dagen.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 198 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Ten aanzien van 18/830220-17, feit 1:

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] in haar vordering niet ontvankelijk is en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Ten aanzien van 18/830220-17, feit 3

Wijst de vordering van de benadeelde partij [getuige 7] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 11.868,99 (zegge: elfduizend achthonderdachtenzestig euro en negenennegentig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 juni 2017.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige in haar vordering niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op € 28,56 (zegge: achtentwintig euro en zesenvijftig eurocent).

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [getuige 7] te betalen een bedrag van € 11.868,99 (zegge: elfduizend achthonderdachtenzestig euro en negenennegentig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 94 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat geheel uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [getuige 7] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Ten aanzien van 18/830220-17, feit 4:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [bedrijf 3] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 683,20 (zegge: zeshonderd drieëntachtig euro en twintig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 juni 2017.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige in haar vordering niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [bedrijf 3] te betalen een bedrag van € 683,20 (zegge: zeshonderd drieëntachtig euro en twintig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 13 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat geheel uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [bedrijf 3] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de volgende goederen:

- 2 kentekenplaten EMD 0409 [goednummer PL0100-2017147443-883024].

- 2 kentekenplaten HH-13-43 [goednummer PL0100-20217147443-883006].

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.B. Holsink, voorzitter, mr. P.H.M. Smeets en

mr. M. van der Veen, rechters, bijgestaan door mr. M.C. Nijboer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 januari 2018.

Mr. M. van der Veen en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.