Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:863

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
14-03-2018
Datum publicatie
15-03-2018
Zaaknummer
6547015 \ AR VERZ 17-102
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Art. 7:677 BW; ontslag op staande voet in stand gelaten

Werkgeefster is een AWBZ-erkende zorginstelling. Zij heeft een cliënt een time out gegeven wegens zijn gedrag. De cliënt is daarna enige dagen ‘kwijt’. Werkneemster heeft de cliënt in die periode in huis genomen, de doelomschrijving van haar v.o.f. bij de Kamer van Koophandel uitgebreid met ‘beschermd wonen, dagactiviteiten, coaching’ en een WMO-financiering voor de cliënt aangevraagd. Vervolgens heeft de cliënt de zorgovereenkomst met werkgeefster opgezegd. Werkneemster heeft haar werkgeefster van een en ander niet op de hoogte gebracht. De kantonrechter acht het ontslag op staande voet rechtsgeldig gegeven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-0348
GZR-Updates.nl 2018-0152
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Assen

zaak-/rolnummer: 6547015 \ AR VERZ 17-102

beschikking van de kantonrechter van 14 maart 2018

in de zaak van

[verzoekster] ,

hierna te noemen: [verzoekster],

wonende te [woonplaats],

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. Y. Schippers,

tegen

Cura XL Begeleid Wonen B.V.,

hierna te noemen: Cura XL,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Assen aan het adres Stationsstraat 20,

verwerende partij,

gemachtigde: mr. B.J. van Popta,

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

 het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 22 december 2017 met producties;

 het verweerschrift, ingekomen ter griffie op 2 februari 2018 met producties;

 een fax van mr. Van Popta van 7 februari 2018 met productie 16;

 een fax van mr. Schippers van 9 februari 2018 met de producties 5 en 6;

 een fax van mr. Van Popta van 12 februari 2018 met productie 17;

 een fax van mr. Schippers van 13 februari 2018.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 februari 2018. Tijdens de mondelinge behandeling hebben de gemachtigden hun standpunten nader toegelicht en hun pleitaantekeningen overgelegd.

Ten slotte is beschikking bepaald op vandaag.

2 Vaststaande feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten die vaststaan omdat ze niet zijn betwist en/of blijken uit de in zoverre onweersproken gelaten inhoud van de overgelegde producties.

2.1.

[verzoekster] is sinds 1 maart 2017 in dienst bij Cura XL in de functie van woonbegeleider, laatstelijk tegen een bruto salaris van € 2.150,00 per maand.

2.2.

In de arbeidsovereenkomst staat onder meer het navolgende vermeld:

8. Op deze arbeidsovereenkomst is een personeelshandboek van toepassing. Aan de werknemer is een exemplaar overhandigd. De bepalingen en regelgevingen in het personeelshandboek vormen integraal onderdeel van deze arbeidsovereenkomst. Bij ondertekening verklaart werknemer te hebben ontvangen, gelezen en begrepen. Werknemer dient zich te allen tijde tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden te houden aan het huisreglement van de werkgever. Overtreding van deze regels kan leiden tot ontslag op staande voet. Bij ondertekening verklaart werknemer te hebben ontvangen, gelezen en begrepen.

11. Geheimhoudingsplicht: De werknemer verplicht zich tot geheimhouding met betrekking tot al die zaken welke hem/haar bekend worden met betrekking van het bedrijf en/of klanten van het bedrijf. Overtreding van dit beding zal gedurende de dienstbetrekking worden beschouwd als een dringende reden voor ontslag op staande voet, onverminderd het recht van de werkgever tot het vorderen van volledige schadeloosstelling. Bij overtreding van dit beding na het eindigen van de dienstbetrekking verbeurt de werknemer ten gunste van de werkgever een direct opeisbare boete van € 500,00 en maakt de werkgever gebruik van zijn rechten volledige schadeloosstelling te vorderen.

13. Nevenwerkzaamheden: Het is werknemer niet toegestaan zonder schriftelijke goedkeuring van werkgever al dan niet betaalde, onbetaalde, administratieve, adviserende, coachende, ondernemers, organisatorische of gelijksoortige (neven) werkzaamheden uit te oefenen, noch voor zichzelf noch voor derden. Voorts verbindt werknemer zich te onthouden van het zowel direct als indirect voor eigen risico en tekening al dan niet samen met derden ontplooien van activiteiten die passen in de bedrijfsomschrijving van werkgever zoals opgenomen In het bedrijfsplan en de Kamer van Koophandel.".

2.3.

Cura XL is een AWBZ-erkende zorg- en dienstverlener en heeft diverse locaties. [verzoekster] was werkzaam op de locatie Nooitgedacht, waar bewoners met een complexe meervoudige psychiatrische problematiek begeleid worden.

2.4.

Op 9 oktober 2017 heeft een cliënt van Cura XL een time out gekregen, en vervolgens heeft de cliënt de locatie Nooitgedacht verlaten. In deze beschikking zal deze persoon nader aangeduid worden als 'de cliënt'. Nadat de cliënt de locatie Nooitgedacht verlaten heeft, is hij in de periode voorafgaand aan 25 oktober 2017 thuis opgenomen door [verzoekster] en haar echtgenote.

2.5.

[verzoekster] en haar echtgenote zijn ieder vennoot van de vennootschap onder firma

Pro-Oog F&W. Op 9 oktober 2017 is bij de Kamer van Koophandel de bedrijfsomschrijving van deze vennootschap aangevuld met 'beschermd wonen, dagactiviteiten, coaching'.

2.6.

Op 25 oktober 2017 heeft [verzoekster] bij haar leidinggevende [D] aangegeven dat zij ontslag wilde nemen per 1 januari 2018. Tevens heeft [verzoekster] op dat ogenblik voor het eerst bij Cura XL aangegeven dat de cliënt sinds enkele dagen bij haar en haar echtgenote verbleef.

2.7.

Nadat [verzoekster] op 25 oktober 2017 haar leidinggevende [D] gesproken had, heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen enerzijds [verzoekster] en anderzijds (namens Cura XL) [E] en [L]. In dat gesprek is [verzoekster] door [E] en [L] op staande voet ontslagen.

2.8.

Bij brief van 25 oktober 2017 heeft Cura XL het gegeven ontslag op staande voet aan [verzoekster] bevestigd. In deze brief schrijft Cura XL onder andere dat:

"Op 25 oktober kwam er bij de directie het bericht binnen dat jij op de hoogte was van

de verblijfplaats van een cliënt die enkele dagen uit contact was met CURA XL. Je gaf

in het gesprek met het locatiehoofd aan dat de cliënt al drie dagen verblijft op jouw

huisadres, bij een (al dan niet nog op te richten) zorginstelling van jouw vrouw.

Daarnaast gaf je aan dat jij op 26 oktober je ontslag wilde gaan indienen om bij jouw

vrouw in haar eigen (al dan niet nog op te richten) bedrijf te gaan werken. Na een kort

onderzoek naar de feiten hebben wij de volgende zaken geconstateerd:

1. De cliënt die enkele dagen uit contact, en verblijfplaats onbekend, was met

CURA XL, en valt onder de zorgplicht van CURA XL blijkt, op aangeven van

jou, al enkele dagen op jouw huisadres te wonen dan wel te verblijven.

2. Dit heb jij verzuimd per direct te melden bij werkgever.

3. De cliënt is dermate kwetsbaar en wordt (deels) als handelingsonbekwaam

geacht dat dit als zeer laakbaar handelen wordt gezien van jouw kant.

4. Je hebt de directe veiligheid van de cliënt in gevaar gebracht door deze uit de

zorg te onttrekken bij een bekwame en gecontracteerde zorgverlener

5. Jij hebt reglementen overtreden uit het personeelshandboek van CURA XL en

daarmee artikel 8 uit de arbeidsovereenkomst.

6. Jij hebt de geheimhoudingsplicht overtreden, vastgelegd in artikel 11 van de

arbeidsovereenkomst.

7. Jij hebt het artikel uit de arbeidsovereenkomst aangaande

nevenwerkzaamheden overtreden.

Tijdens het gesprek heb jij aangegeven niet verder in gesprek te willen. Er is jou

medegedeeld dat het jou niet is toegestaan is om contact te hebben met medewerkers

van CURA XL, cliënten van CURA XL, netwerkpartners van CURA XL en/of andere aan

CURA XL verbonden personen.".

2.9.

[verzoekster] berust in het ontslag op staande voet.

3 Het geschil

3.1.

[verzoekster] verzoekt (samengevat) om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, Cura XL te veroordelen tot:

  1. betaling van een billijke vergoeding van € 10.000,00;

  2. betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging;

  3. het opmaken en uitbetalen van de eindafrekening;

  4. betaling van de wettelijke rente over de gevorderde bedragen;

  5. betaling van de kosten van deze procedure;

  6. te verklaren voor recht dat [verzoekster] het geheimhoudingsbeding en/of overige uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende bedingen niet heeft overtreden.

Het door [verzoekster] onder I. van haar verzoekschrift verzochte (verzoek tot een mondelinge behandeling), zal onbesproken gelaten worden nu op 14 februari 2018 de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden.

3.2.

[verzoekster] legt aan haar verzoek ten grondslag haar stelling dat het ontslag op staande voet ten onrechte is gegeven. Volgens [verzoekster] is haar in het gesprek op 25 oktober 2017 met [E] en [L] alleen aangegeven dat het ontslag op staande voet gebaseerd was op de constatering dat [verzoekster] en haar echtgenote de cliënt opgenomen hadden in hun woning. De andere in de brief van 25 oktober 2017 genoemde ontslagredenen zijn haar niet mondeling medegedeeld, aldus [verzoekster].

3.3.

Verder meent [verzoekster] dat er geen dringende reden aanwezig is die een ontslag op staande voet rechtvaardigt. Evenwel berust [verzoekster] in het ontslag op staande voet, maar maakt [verzoekster] aanspraak op de billijke vergoeding, alsmede een vergoeding vanwege onregelmatige opzegging.

3.4.

Cura XL voert verweer, inhoudende dat [verzoekster] niet ontvankelijk verklaard moet worden in haar verzoek nu zij een niet bestaande partij als verweerder heeft aangemerkt in haar verzoekschrift. Verder heeft Cura XL zich verweerd met de stelling dat het ontslag op staande voet terecht gegeven is en dat in het gesprek op 25 oktober 2017 tussen haar en [verzoekster] alle redenen genoemd zijn zoals vermeld in haar brief van later die dag aan [verzoekster].

Op de stellingen van partijen wordt hierna - voor zover relevant - nader ingegaan.

4 De beoordeling

Ontvankelijkheid van het verzoek

4.1.

[verzoekster] heeft, blijkens haar verzoekschrift van 22 december 2017, haar verzoek gericht tegen Cura XL, statutair gevestigd en kantoorhoudende te Assen. Volgens Cura XL zijn er verschillende vennootschappen verbonden aan de Cura XL Groep, maar geen vennootschap die bekend staat als Cura XL.

4.2.

Tussen partijen staat niet ter discussie dat [verzoekster] tot en met 25 oktober 2017 in dienst geweest bij Cura XL Begeleid Wonen B.V. Deze vennootschap heeft op 2 februari 2018 tijdig een verweerschrift ingediend en is (met haar gemachtigde) verschenen tijdens de mondelinge behandeling op 14 februari 2018.

4.3.

Voorafgaand aan de mondelinge behandeling van 14 februari 2018 heeft de gemachtigde van [verzoekster] bij fax van 13 februari 2018 aangegeven dat het verzoek zich richt tegen Cura XL Begeleid Wonen B.V.

4.4.

De kantonrechter is met [verzoekster] van oordeel dat Cura XL door de rectificatie van de in de procedure betrokken procespartij niet in haar verdedigingsbelang is geschaad. In gelijke zin oordeelde ook het Gerechtshof Den Haag in een andere procedure op 16 maart 2017 (ECLI:NL:GHDHA:2017:1301). Dat Cura XL niet in haar verdedigingsbelang geschaad is, blijkt uit het feit dat enkel Cura XL Begeleid Wonen B.V. inhoudelijk verweer heeft gevoerd, en dat daarnaast geen van de andere vennootschappen die verbonden zijn aan

Cura XL Groep. Cura XL wist dus dat alleen zij in het verzoekschrift bedoeld werd als de verwerende partij.

4.5.

Uit het bovenstaande vloeit dan ook voort dat de kantonrechter het verzoek van [verzoekster] tot rectificatie zal toewijzen, in die zin dat in plaats van Cura XL als verweerder aangemerkt dient te worden: Cura XL Begeleid Wonen B.V. De kantonrechter zal [verzoekster] dan ook in haar verzoek ontvankelijk verklaren.

Billijke vergoeding: juridisch kader

4.6.

Het gaat in deze zaak om de vraag of aan [verzoekster] een billijke vergoeding moet worden toegekend en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging.

Een werkgever kan een arbeidsovereenkomst in beginsel niet rechtsgeldig opzeggen zonder schriftelijke instemming van werknemer. Indien een werkgever zonder die schriftelijke instemming van werknemer daartoe wel overgaat, geldt dat een werkgever in beginsel in strijd met artikel 7:671 BW heeft opgezegd. Indien dat zo is, geldt dat de werkgever in beginsel ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. In dat geval kan de kantonrechter op grond van artikel 7:681 lid 1 onder a BW een ten laste van de werkgever komende billijke vergoeding toewijzen aan de werknemer, zoals in deze procedure [verzoekster] als werkneemster ook verzocht heeft.

4.7.

Een werkgever kan echter een arbeidsovereenkomst zonder schriftelijke toestemming van haar werknemer opzeggen indien er sprake is van een ontslag op staande voet. Er moet dan sprake zijn van een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677 lid 1 BW. Indien een dergelijke dringende reden aanwezig is, heeft een werkgever niet ernstig verwijtbaar gehandeld en komt de kantonrechter niet toe aan het toewijzen van een billijke vergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging.

4.8.

De vraag die voorligt, is dus of Cura XL op 25 oktober 2017 [verzoekster] had mogen ontslaan op staande voet. Daarvan is sprake indien zich dringende redenen voordoen die maken dat de arbeidsovereenkomst onverwijld opgezegd moet worden.

4.9.

Ingevolge artikel 7:678 lid 1 BW worden als dringende redenen daden, eigenschappen of gedragingen van een werknemer beschouwd, die ten gevolge hebben dat van een werkgever redelijkerwijze niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag of van een zodanige dringende reden sprake is, moeten de omstandigheden van het geval in onderling verband en samenhang in aanmerking worden genomen. Daarbij dient naar vaste rechtspraak in de eerste plaats gekeken te worden naar de aard en ernst van hetgeen de werkgever als dringende reden heeft aanmerkt. Verder dient onder meer in de beoordeling de aard van de dienstbetrekking, de duur van de dienstbetrekking en de wijze waarop de werknemer die dienstbetrekking heeft vervuld betrokken te worden. In de tweede plaats dienen de subjectieve omstandigheden van het geval beoordeeld te worden.

Mededeling redenen van ontslag

4.10.

In de ontslagbrief van Cura XL, die gedateerd is 25 oktober 2017, staan diverse redenen genoemd waarom ontslag op staande voet gegeven is. De diverse redenen moeten volgens Cura XL ieder afzonderlijk, maar ook in onderlinge samenhang in ogenschouw genomen worden. [verzoekster] heeft het standpunt ingenomen dat niet al deze redenen in het gesprek van 25 oktober 2017 zijn aangevoerd, en dat de diverse redenen in de procedure nader zijn ingekleed. Onderwerpen die op 25 oktober 2017 niet aan [verzoekster] zijn medegedeeld mogen het ontslag niet dragen, aldus [verzoekster]. De kantonrechter gaat aan dit standpunt voorbij nu [E] en [L] zowel schriftelijk als tijdens de mondelinge behandeling eensluidend verklaard hebben dat zij alle redenen van het ontslag op staande voet in het gesprek van 25 oktober 2017 met [verzoekster] besproken hebben. [verzoekster] heeft dit vervolgens tijdens de mondelinge behandeling niet meer weersproken. Tijdens de mondelinge behandeling op 14 februari 2018 hebben [E] en [L] desgevraagd verklaard onder ede gelijkluidend te zullen verklaren. De kantonrechter komt dan ook tot de conclusie dat de in de brief van 25 oktober 2017 genoemde ontslaggronden die dag ook allemaal mondeling aan [verzoekster] zijn medegedeeld.

Verblijf cliënt bij [verzoekster]

4.11.

Tussen partijen staat vast dat de cliënt van Cura XL op 9 oktober 2017 de locatie Nooitgedacht heeft verlaten en dat de cliënt in de dagen voor 25 oktober 2017 in de woning van [verzoekster] en haar echtgenote verbleef. [verzoekster] heeft (onder andere onder punt 6.8 van haar verzoekschrift) gesteld dat de cliënt bij de onderneming van haar echtgenote, de vennootschap onder firma Pro-Oog F&W, logeerde. De kantonrechter deelt dit standpunt van [verzoekster] niet en overweegt daartoe het volgende.

4.12.

[verzoekster] heeft onder punt 6.7 van haar verzoekschrift verklaard dat zij én haar echtgenote de cliënt tijdelijk bij hen hebben laten logeren. [verzoekster] is bij het besluit om de cliënt bij hen te laten verblijven actief betrokken geweest nu [verzoekster] aangegeven heeft vanuit moreel oogpunt niet anders gehandeld te kunnen hebben. Daar komt bij [verzoekster] tijdens de mondelinge behandeling aangegeven heeft dat zijzelf de cliënt onderdak heeft gegeven.

4.13.

Indien en voor zover de vennootschap onder firma Pro-Oog F&W de cliënt onderdak geboden heeft, moet dit ook [verzoekster] worden toegerekend. Uit de gegevens van de Kamer van Koophandel blijkt immers dat zowel [verzoekster] als haar echtgenote vennoten zijn. De vennootschap is dus niet alleen van haar echtgenote.

Einde zorgovereenkomst tussen de cliënt en Cura XL

4.14.

[verzoekster] heeft verder gesteld dat deze cliënt per 9 oktober 2017 de zorgovereenkomst met Cura XL heeft beëindigd en dat de cliënt zodoende niet meer onder de verantwoordelijkheid viel van Cura XL. Cura XL heeft aangevoerd dat de zorgovereenkomst tussen haar en de cliënt pas op 24 oktober 2017 is opgezegd, en dat vervolgens nog een opzegtermijn van één maand in acht genomen diende te worden.

4.15.

Door [verzoekster] is het opzegformulier in geding gebracht. Op dit opzegformulier is te zien dat de daarop getypte datum van 24 oktober 2017 tot tweemaal toe is doorgehaald en dat tot tweemaal toe handgeschreven de datum van 9 oktober 2017 is vermeld. [N], Integraal Manager Wonen bij Cura XL, heeft verklaard dat de cliënt op 23 oktober 2017 eerst via een tussenpersoon heeft opgezegd, en dat hij op 24 oktober 2017 het opzegformulier getekend heeft. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de echtgenote van [verzoekster] als informant verklaard dat de cliënt op 24 oktober 2017 teruggegaan is naar Cura XL om de zorgovereenkomst op te zeggen en dat de cliënt de vermelde datum van 24 oktober 2017 op dat moment veranderd heeft in 9 oktober 2017.

4.16.

Gelet op de hierboven genoemde feiten en omstandigheden, komt de kantonrechter tot de conclusie dat de cliënt op 24 oktober 2017 de zorg met Cura XL heeft opgezegd, met in achtneming van één maand opzegtermijn. Uit die conclusie vloeit voort dat de cliënt tot

25 oktober 2017 onder de verantwoordelijkheid viel van Cura XL.

Opvang van de cliënt

4.17.

Door zowel Cura XL als door [verzoekster] is aangegeven dat de bewoners van de locatie Nooitgedacht kampen met complexe meervoudige psychiatrische problematiek, zo ook de cliënt die door [verzoekster] thuis is opgenomen. Hoewel deze cliënt handelingsbekwaam is, verkeerde de cliënt wel in een kwetsbare situatie waarin behoefte is aan professionele zorg en begeleiding. Dit is immers de reden dat de cliënt (voorheen) verbleef bij Cura XL, en thans in een andere instelling.

4.18.

[verzoekster] dient in de verstandhouding tot deze cliënt te worden aangemerkt als een professionele hulpverlener die op de hoogte is van de psychiatrische problematiek waarmee de cliënt kampt en de in acht te nemen veiligheidsmaatregelen voor de omgeving van de cliënt. [verzoekster] had bovendien moeten weten dat de verantwoordelijkheid voor de cliënt in oktober 2017 nog volledig bij haar werkgever lag.

4.19.

In artikel 8 van de arbeidsovereenkomst van [verzoekster] wordt verwezen naar het personeelshandboek waarin onder meer bepaald is dat [verzoekster] haar werkzaamheden op een professionele manier moet uitvoeren en haar leidinggevenden moet voorzien van informatie. Verder diende [verzoekster] volgens dit handboek situaties waarin zij niet volgens de professionele standaarden zou kunnen werken zo spoedig mogelijk bij haar leidinggevenden aan de orde te stellen. [verzoekster] was dus door de bepalingen uit het personeelshandboek extra geattendeerd op haar verplichtingen als professioneel hulpverlener, onder andere jegens

Cura XL.

4.20.

Het had op de weg van [verzoekster] gelegen om op het moment dat de cliënt en zijn zus de hulp van haar inriepen direct (al dan niet buiten het zicht van de cliënt om) in overleg te treden met Cura XL en andere bij de zorg van de cliënt betrokken partijen. [verzoekster] had voor haar handelen toestemming moeten vragen van Cura XL, bij wie zij op dat moment nog in dienst was. [verzoekster] wist, althans had behoren te weten, dat Cura XL de verblijfplaats van de cliënt moest kunnen nagaan nu zij verantwoordelijk was voor deze cliënt. Een en ander geldt te meer nu [verzoekster] de cliënt bij haar thuis onderdak wilde gaan bieden en niet bij een andere professionele erkende zorginstelling waar de noodzakelijke zorg en veiligheid voor de cliënt gewaarborgd was. Aldus heeft [verzoekster] willens en wetens de cliënt tot en met 25 oktober 2017 uit het zicht van Cura XL onttrokken en gehouden.

4.21.

Hoewel de intentie van [verzoekster] om de cliënt na 9 oktober 2017 als medemens te helpen aan onderdak wellicht onder omstandigheden begrijpelijk kan zijn, is de kantonrechter van oordeel dat [verzoekster] als professionele hulpverlener en tevens als goed werknemer andere keuzes had moeten maken op het moment dat de cliënt en zijn zus een beroep op haar deden.

Door [verzoekster] zijn geen subjectieve omstandigheden aangedragen die maken dat Cura XL geen ontslag op staande voet had mogen geven, zodat de kantonrechter die omstandigheden verder niet in zijn beoordeling kan meewegen.

De kwetsbaarheid en het psychiatrisch beeld van de cliënt en de vrees dat de aanwezigheid van de cliënt een gevaar zou kunnen opleveren voor hemzelf of personen in zijn directe omgeving, maakt dat de keuze van [verzoekster] om de cliënt, zonder haar werkgever daarvan in te lichten, bij haar thuis op te nemen, ernstig aangerekend moet worden. Alleen deze keuze levert naar het oordeel van de kantonrechter al een dringende reden op die ontslag op staande voet rechtvaardigt.

Nevenwerkzaamheden

4.22.

Het staat een werknemer in beginsel vrij nevenwerkzaamheden te verrichten, tenzij in de individuele arbeidsovereenkomst daar iets afwijkends over is overeengekomen. In onderhavige situatie is in artikel 13 van de arbeidsovereenkomst bepaald dat nevenwerkzaamheden alleen verricht mogen worden met schriftelijke toestemming van

Cura XL.

4.23.

[verzoekster] heeft verklaard dat de bedrijfsomschrijving op 9 oktober 2017 bij de

Kamer van Koophandel aangevuld is vanwege de intentie om in de toekomst een zorginstelling te beginnen. Tussen partijen is niet in geschil dat die aanvulling in de bedrijfsomschrijving overeenkomt met de activiteiten van Cura XL.

4.24.

De kantonrechter overweegt dat het hebben van een onderneming en het wijzigen van de bedrijfsomschrijving in beginsel aangemerkt kunnen worden als voorbereidende handelingen en niet direct als daadwerkelijk ontplooide nevenactiviteiten. Echter, in onderhavige situatie is de bedrijfsomschrijving gewijzigd op de dag dat de cliënt de locatie Nooitgedacht verlaten heeft (waarvan [verzoekster] op de hoogte was) en is deze cliënt vervolgens bij [verzoekster] en haar echtgenote gaan verblijven. Nu deze cliënt professionele begeleiding nodig heeft en [verzoekster] gesteld heeft die zorg te kunnen bieden (hetgeen

Cura XL betwist heeft), [verzoekster] het verblijf aanvankelijk verzwegen heeft en getracht heeft financiële vergoedingen te krijgen voor het verblijf, is de kantonrechter van oordeel dat het verblijf van de cliënt past in de (gewijzigde) bedrijfsvoering van Pro-Oog F&W. Daarmee heeft [verzoekster] zonder schriftelijke toestemming van Cura XL nevenwerkzaamheden verricht die vergelijkbaar zijn aan de activiteiten van Cura XL.

4.25.

[verzoekster] heeft in in strijd gehandeld met het nevenwerkzaamhedenbeding, zodat ook dit een dringende reden vormt die het ontslag op staande voet kan dragen. Het verzoek van [verzoekster] om te verklaren voor recht dat [verzoekster] niet gehandeld heeft in strijd met het nevenwerkzaamhedenbeding wijst de kantonrechter dan ook af.

Geheimhoudingsbeding

4.26.

Cura XL heeft zich op het standpunt gesteld dat [verzoekster] in ernstige mate haar geheimhoudingsverplichting zoals opgenomen artikel 11 van de arbeidsovereenkomst geschonden heeft. Cura XL heeft dit standpunt onderbouwd door te stellen dat [verzoekster] de (medische) informatie over de cliënt die haar bekend is geworden tijdens haar dienstverband gebruikt heeft ten gunste van vennootschap onder firma Pro-Oog F&W en gedeeld heeft met haar echtgenote. Tijdens de mondelinge behandeling is door Cura XL aanvullend gesteld dat deze informatie door [verzoekster] gebruikt is om financiering te verkrijgen voor het verblijf van de cliënt bij haar thuis.

4.27.

[verzoekster] heeft aangevoerd dat zij geen informatie over de cliënt gedeeld heeft met derden, anders dan in het kader van het aanvragen van financiering voor het verblijf. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Cura XL aangegeven dat zij niet uit eigen waarneming of van derden vernomen heeft dat [verzoekster] informatie met derden gedeeld heeft.

4.28.

Uit de verklaring van [S] (GGZ Drenthe) leidt de kantonrechter af dat de cliënt ingestemd heeft met een verblijf bij [verzoekster] en dat [S] betrokken is geweest bij financieringsaanvragen ten behoeve van het verblijf van de cliënt bij [verzoekster]. [verzoekster] heeft erkend namens de cliënt financieringsaanvragen voor het verblijf gedaan te hebben, en zo verklaart ook [S]. Niet gebleken is dat [verzoekster] deze financieringsaanvraag buiten de cliënt om gedaan heeft, zodat het ervoor gehouden moet worden dat cliënt instemde met het doen van de aanvraag. Bij het doen van een financieringsaanvraag namens een cliënt is het onoverkomelijk dat gegevens overgelegd of ingevuld worden die de cliënt betreffen. Door Cura XL is niet aangevoerd dat de cliënt zich verzet heeft tegen het doen van deze financieringsaanvraag. Aldus kan niet vastgesteld worden dat [verzoekster] in strijd met het doel van haar geheimhoudingsverplichting gehandeld heeft.

Dit brengt met zich dat de kantonrechter een verklaring voor recht zal geven dat [verzoekster] de op haar rustende geheimhoudingsverplichting niet geschonden heeft. Evenwel vormen de overige hierboven genoemde redenen afzonderlijk voldoende grondslag om aan te nemen dat Cura XL beschikte over dringende redenen die het ontslag op staande voet rechtvaardigen.

Conclusie billijke vergoeding

4.29.

De conclusie uit het vorenstaande is dat de dringende redenen die Cura XL aan het ontslag op staande voet ten grondslag heeft gelegd, zijn komen vast te staan. De dringende reden valt in dit geval samen met het ernstig verwijtbaar handelen van [verzoekster]. De door [verzoekster] onder II. van haar verzoekschrift gevraagde billijke vergoeding mist daarmee grondslag en wordt afgewezen.

Conclusie vergoeding wegens onregelmatige opzegging

4.30.

Aangezien uit het voorgaande voortvloeit dat sprake is van een regelmatige opzegging, mist het verzoek zoals genoemd onder III. van het verzoekschrift en dat strekt tot een vergoeding wegens onregelmatige opzegging haar grondslag en wijst de kantonrechter dit verzoek af.

Eindafrekening

4.31.

[verzoekster] heeft de kantonrechter verzocht om Cura XL te veroordelen tot het opmaken en uitbetalen van de eindafrekening. Bij de op 12 februari 2018 gedateerde fax heeft

Cura XL de eindafrekening in geding gebracht. Cura XL heeft aangegeven geen aanspraak te maken op betaling of verrekening van een gefixeerde schadevergoeding als bedoeld in

artikel 7:677 lid 2 aanhef en lid 3 sub a BW. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [verzoekster] aangegeven het netto bedrag dat vermeld staat op die eindafrekening ontvangen te hebben. Gelet hierop wijst de kantonrechter het verzoek zoals genoemd onder IV. van het verzoekschrift af.

Proceskosten

4.32.

[verzoekster] dient als de overwegend in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld in de proceskosten. Die kosten worden aan de zijde van Cura XL tot op heden begroot op

€ 500,00 (2x tarief € 250,00) aan salaris gemachtigde.

5 Beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst het verzochte onder II, III, IV, V, VI, VII af;

5.2.

verklaart voor recht dat [verzoekster] het geheimhoudingsbeding niet heeft overtreden;

5.2.

veroordeelt [verzoekster] in de proceskosten aan de kant van Cura XL tot op heden begroot op € 500,00;

5.3.

wijst - voor zoveel nodig - het anders of meer verzochte af.

5.4.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven door de kantonrechter mr. G.J.J. Smits en in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2018.