Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:813

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
08-03-2018
Datum publicatie
09-03-2018
Zaaknummer
18/830040-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Vrijspraak. Geen wettig bewijs aanwezig voor de verklaring van aangever dat verdachte in de flat was toen hij vastgebonden zat op een stoel. Uit de overige uitlatingen van aangever omtrent de rol van verdachte blijkt niet zonder meer dat verdachte er wetenschap van had dat er van een (poging tot) afpersing en/of wederrechtelijke vrijheidsberoving sprake was. Zo blijkt uit de verklaringen van aangever niet in welke context het betalen van geld door aangever in het bijzijn van verdachte is gesproken. De wetenschap bij verdachte over de strafbare feiten die gaande waren blijkt evenmin uit andere verklaringen, aangezien naast verdachte ook de medeverdachten het ten laste gelegde ontkennen. Uit de camerabeelden van het tankstation BP blijkt niet van feiten en omstandigheden waaruit wetenschap van verdachte omtrent de ten laste gelegde misdrijven kan worden herleid. Het letsel van aangever, zo dit al door verdachte zou zijn waargenomen, levert evenmin wetenschap op bij verdachte omtrent de ten laste gelegde misdrijven. Ook uit de verklaring van aangever en een medeverdachte waaruit volgt dat er door verdachte op aangever moest worden gepast, kan niet zonder meer geconcludeerd worden dat verdachte van deze aan hem toebedeelde rol op de hoogte was en aldus wetenschap had van hetgeen er gaande was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

Parketnummer: 18/830040-15

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 8 maart 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] ,

wonende [straatnaam] te [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 22 februari 2018.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.S. de Groene, advocaat te Groningen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. T.H. Pitstra.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 8 tot en met 10 februari 2015, te Groningen, Almere en/of Nijmegen, in elk geval in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van (een of meer) geld(bedragen), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

- die [slachtoffer] in Almere heeft opgezocht en/of in een auto laten plaatsnemen en/of (vervolgens) meegenomen, althans vervoerd, naar een flat/woning in Groningen en/of

- die [slachtoffer] (in die flat/woning) heeft (vast)gehouden en/of op/aan een stoel (met handboeien) heeft geboeid en/of een of meer tie-rip(s) om arm(en) en/of be(e)n(en) heeft gedaan en/of de mond (met plakband) heeft afgeplakt, en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] (meermalen) in/tegen het gezicht/hoofd heeft geslagen en/of sigarettenpeuk(en) op de buik en/of achter een oor van die [slachtoffer] heeft uitgedrukt en/of - op dreigende toon tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat hij/zij geld van hem wilde(n) hebben, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer] (meermalen) met een ijzeren staaf, althans een hard voorwerp, in/op/tegen de knieën heeft geslagen en/of

- met een nietapparaat het shirt van die [slachtoffer] in/op/aan zijn lichaam heeft (vast)geniet en/of (althans) een of meer nietjes op die [slachtoffer] heeft afgeschoten, en/of

- een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft gezet en/of

- ( daarbij) op dreigende toon tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat hij/zij hem invalide wilde(n) maken en/of zijn benen wilde(n) breken en/of de nagel(s) uit zijn vinger(s) wilde(n) trekken, en/of kokend water over hem heen zouden gooien, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- een (soort) doek om de keel van die [slachtoffer] heeft gedaan en/of (vervolgens) aangetrokken (gehouden), tengevolge waarvan, althans mede tengevolge waarvan die [slachtoffer] geen/onvoldoende adem kreeg en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer] met een auto heeft meegenomen/vervoerd naar een kantoor/pand in Nijmegen, en/of

- ( aldus) een voor die [slachtoffer] zodanig dreigende situatie heeft geschapen dat die [slachtoffer] niet in staat was, althans niet durfde, weg te gaan en/of zich er aan te onttrekken terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3]

in of omstreeks periode van 8 tot en met 10 februari 2015 te Groningen en/of Nijmegen en/of Almere, in elk geval in Nederland

ter uitvoering van het door hen/hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een elkaar en/of met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van (een of meer) geld(bedragen), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s) en/of aan verdachte

met elkaar en/of met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

- die [slachtoffer] in Almere heeft opgezocht en/of in een auto heeft laten plaatsnemen en/of (vervolgens) meegenomen, althans vervoerd, naar een flat/woning in Groningen en/of

- die [slachtoffer] (in die flat/woning) heeft (vast)gehouden en/of op/aan een stoel (met handboeien) heeft geboeid en/of een of meer tie-rip(s) om arm(en) en/of be(e)n(en) heeft gedaan en/of de mond (met plakband) heeft afgeplakt, en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] (meermalen) in/tegen het gezicht/hoofd heeft geslagen en/of sigarettenpeuk(en) op de buik en/of achter een oor van die [slachtoffer] heeft uitgedrukt en/of - op dreigende toon tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat hij/zij geld van hem wilde(n) hebben, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer] (meermalen) met een ijzeren staaf, althans een hard voorwerp, in/op/tegen de knieën heeft geslagen en/of

- met een nietapparaat het shirt van die [slachtoffer] in/op/aan zijn lichaam heeft (vast)geniet en/of (althans) een of meer nietjes op die [slachtoffer] heeft afgeschoten, en/of

- een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft gezet en/of

- ( daarbij) op dreigende toon tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat hij/zij hem invalide wilde(n) maken en/of zijn benen wilde(n) breken en/of de nagel(s) uit zijn vinger(s) wilde(n) trekken, en/of kokend water over hem heen zouden gooien, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- een (soort) doek om de keel van die [slachtoffer] heeft gedaan en/of (vervolgens) aangetrokken (gehouden), tengevolge waarvan, althans mede tengevolge waarvan die [slachtoffer] geen/onvoldoende adem kreeg en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer] met een auto heeft meegenomen/vervoerd naar een kantoor/pand in Nijmegen, en/of

- ( aldus) een voor die [slachtoffer] zodanig dreigende situatie heeft geschapen dat die [slachtoffer] niet in staat was, althans niet durfde, weg te gaan en/of zich er aan te onttrekken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in of omstreeks de periode van 9 tot en met 10 februari 2015 te Groningen en/of Nijmegen en/of elders in Nederland

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door toen en daar opzettelijk voor die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3]

- die [slachtoffer] (enige tijd) te bewaken/in de gaten te houden, althans op te passen, en/of - een auto te regelen om die [slachtoffer] van Groningen naar Nijmegen te vervoeren en/of (vervolgens) mee te rijden/gaan in die auto;

2.

in of omstreeks de periode van 8 tot en met 10 februari 2015 te Groningen, Almere en/of Nijmegen, in elk geval in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn/hun mededader(s)

- die [slachtoffer] in Almere opgezocht en/of in een auto laten plaatsnemen en/of (vervolgens) meegenomen, althans vervoerd, naar een flat/woning in Groningen en/of

- die [slachtoffer] (in die flat/woning) (vast)gehouden en/of op/aan een stoel (met handboeien) geboeid en/of een of meer tie-rip(s) om arm(en) en/of be(e)n(en) gedaan en/of de mond (met plakband) afgeplakt, en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] (meermalen) in/tegen het gezicht/hoofd geslagen en/of sigarettenpeuk(en) op de buik en/of achter een oor van die [slachtoffer] uitgedrukt en/of

- die [slachtoffer] (meermalen) met een ijzeren staaf, althans een hard voorwerp, in/op/tegen de knieën geslagen en/of

- met een nietapparaat het shirt van die [slachtoffer] in/op/aan zijn lichaam (vast)geniet en/of (althans) een of meer nietjes op die [slachtoffer] afgeschoten, en/of

- een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die [slachtoffer] gezet en/of

- ( daarbij) op dreigende toon tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij/zij hem invalide wilde(n) maken en/of zijn benen wilde(n) breken en/of de nagel(s) uit zijn vinger(s) wilde(n) trekken, en/of kokend water over hem heen zouden gooien, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- een (soort) doek om de keel van die [slachtoffer] gedaan en/of (vervolgens) aangetrokken (gehouden), tengevolge waarvan, althans mede tengevolge waarvan die [slachtoffer] geen/onvoldoende adem kreeg en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer] met een auto meegenomen/vervoerd naar een kantoor/pand in Nijmegen, en/of

- ( aldus) een voor die [slachtoffer] zodanig dreigende situatie geschapen dat die [slachtoffer] niet in staat was, althans niet durfde, weg te gaan en/of zich er aan te onttrekken;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3]

in of omstreeks periode van 8 tot en met 10 februari 2015 te Groningen en/of Nijmegen en/of Almere, in elk geval in Nederland

tezamen en in vereniging met elkaar en/of met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s)

- die [slachtoffer] in Almere opgezocht en/of in een auto heeft laten plaatsnemen en/of (vervolgens) meegenomen, althans vervoerd, naar een flat/woning in Groningen en/of

- die [slachtoffer] (in die flat/woning) (vast)gehouden en/of op/aan een stoel (met handboeien) geboeid en/of een of meer tie-rip(s) om arm(en) en/of be(e)n(en) gedaan en/of de mond (met plakband) afgeplakt, en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] (meermalen) in/tegen het gezicht/hoofd geslagen en/of sigarettenpeuk(en) op de buik en/of achter een oor van die [slachtoffer] uitgedrukt en/of

- die [slachtoffer] (meermalen) met een ijzeren staaf, althans een hard voorwerp, in/op/tegen de knieën geslagen en/of

- met een nietapparaat het shirt van die [slachtoffer] in/op/aan zijn lichaam (vast)geniet en/of (althans) een of meer nietjes op die [slachtoffer] afgeschoten, en/of

- een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die [slachtoffer] gezet en/of

- ( daarbij) op dreigende toon tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij/zij hem invalide wilde(n) maken en/of zijn benen wilde(n) breken en/of de nagel(s) uit zijn vinger(s) wilde(n) trekken, en/of kokend water over hem heen zouden gooien, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- een (soort) doek om de keel van die [slachtoffer] gedaan en/of (vervolgens) aangetrokken (gehouden), tengevolge waarvan, althans mede tengevolge waarvan die [slachtoffer] geen/onvoldoende adem kreeg en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer] met een auto meegenomen/vervoerd naar een kantoor/pand in Nijmegen, en/of

- ( aldus) een voor die [slachtoffer] zodanig dreigende situatie heeft geschapen dat die [slachtoffer] niet in staat was, althans niet durfde, weg te gaan en/of zich er aan te onttrekken,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte, in of omstreeks de periode van 9 tot en met 10 februari 2015 te Groningen en/of Nijmegen en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door toen en daar opzettelijk voor die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3]

- die [slachtoffer] (enige tijd) te bewaken/in de gaten te houden, althans op te passen, en/of - een auto te regelen om die [slachtoffer] van Groningen naar Nijmegen te vervoeren en/of (vervolgens) mee te rijden/gaan in die auto.

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen is.

De verklaring van [slachtoffer] (verder: aangever) is niet het enige of beslissende bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij het ten laste gelegde. Steunbewijs voor de verklaring van aangever blijkt uit de processen-verbaal met betrekking tot hetgeen is te zien op de diverse camerabeelden, de verklaringen van [getuige 1] (verder: [getuige 1] ) en [getuige 2] (verder: [getuige 2]), de aanhouding van de medeverdachten in twee auto’s in Nijmegen en het bij aangever geconstateerde letsel.

Uit de (betrouwbare) verklaring van aangever blijkt dat verdachte enkele uren alleen met aangever aanwezig was in de flat aan de [straatnaam] te Groningen, terwijl aangever daar kort tevoren was mishandeld en zijn letsel zichtbaar was. Uit de camerabeelden bij deze flat blijkt dat verdachte gedurende de door aangever beschreven periode in de flat aanwezig was. De verklaring van aangever, dat verdachte op hem moest passen, vindt ondersteuning in de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] (verder: [medeverdachte 1] ) dat hij aangever niet alleen wilde laten voordat hij zijn geld terug had. Verdachte was aanwezig toen aangever opperde om geld te halen in Nijmegen en heeft daarvoor vervoer geregeld. Ook is verdachte meegegaan naar Nijmegen, terwijl hij wist dat aangever daar ten behoeve van zijn medeverdachten geld moest ophalen

Uit voornoemde feiten en omstandigheden blijkt dat verdachte wetenschap had van de ten laste gelegde feiten, te weten een poging tot afpersing en wederrechtelijke vrijheidsberoving van aangever, en dat hij daarbij een volwaardige partner was. Er is telkens sprake van een voor medeplegen vereiste bewuste en nauwe samenwerking.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair integrale vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde, wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Verdachte ontkent het ten laste gelegde en betwist dat er sprake was van enige vorm van opzet ten aanzien van het medeplegen van dan wel de medeplichtigheid aan het ten laste gelegde.

Uit het dossier blijkt niet dat verdachte iets wist van een (poging tot) afpersing en/of wederrechtelijke vrijheidsberoving. Enkel uit de verklaring van aangever blijkt dat verdachte in de flat aanwezig was, terwijl aangever vastgebonden op een stoel zat. Aangever stelt dat hij gedurende tien uren is vastgebonden, maar dit blijkt niet uit het bij hem geconstateerde letsel aan handen en benen, nu er enkel een globale zwelling is geconstateerd. Daarnaast is de stoel waaraan aangever zou zijn vastgebonden niet in de flat aangetroffen. Geen van de medeverdachten heeft verklaard over de aanwezigheid van een stoel dan wel over het vastbinden van aangever op een stoel. Verdachte heeft betwist dat aangever op het moment dat hij in de flat kwam vastgebonden was. Medeverdachte [medeverdachte 3] (verder: [medeverdachte 3] ) is nadien in de flat geweest, maar niet blijkt dat hij een stoel uit de flat heeft weggenomen.

Uit de letselverklaring blijkt dat het letsel van aangever niet goed zichtbaar was, omdat dit deels letsel op de behaarde huid en deels letsel onder de kleding zat. Het is om die reden aannemelijk dat er door verdachte geen letsel bij, de voor hem onbekende, aangever is waargenomen op het moment dat hij in de flat kwam en gedurende de periode dat hij met aangever in de flat is geweest. Daarnaast levert de enkele constatering van letsel bij aangever nog geen wetenschap van verdachte op omtrent de wijze waarop dit letsel is verkregen dan wel wetenschap bij verdachte dat de ten laste gelegde grondfeiten gaande waren. Ook praten over een schuld met aangever door verdachte, verdachte was immers gevraagd naar de flat te komen om met aangever te bemiddelen, is onvoldoende voor het oordeel dat er sprake is bij verdachte van wetenschap van en opzet op de ten laste gelegde grondfeiten.

Subsidiair heeft de raadsvrouw bepleit dat het handelen van verdachte telkens gekwalificeerd dient te worden als medeplichtigheid.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank kan uit het dossier het volgende afleiden.

De periode van 8 tot en met 10 februari 2015

Op 9 februari 2015 zitten aangever en de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] (verder: [medeverdachte 2] ) in een auto (een blauwe BMW met kenteken [nummer] ) als zij [medeverdachte 3] in Groningen ophalen. Uit camerabeelden blijkt dat zij gezamenlijk, in de auto, naar de McDonald’s gaan om tussen 9.20 uur en 9.30 uur eten te kopen. Omstreeks 9.40 uur betreden de vier personen de flat aan de [straatnaam] te Groningen. Om 16.26 uur komen [medeverdachte 2] en verdachte bij de flat. Omstreeks 23.51 uur komt aangever bij het tankstation BP te Groningen en aldaar zijn eveneens aanwezig [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , verdachte en [medeverdachte 4] (verder: [medeverdachte 4] ). Omstreeks 23.58 uur vertrekken deze vijf personen in twee auto’s naar Nijmegen. Op 10 februari 2015 te Nijmegen zijn om 2.45 uur verdachte en [medeverdachte 4] en om 3.30 uur [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aangehouden.

De verklaringen van aangever

Op 11 februari 2015 heeft aangever verklaard dat er op 9 februari 2015 in de flat eerst eten van de McDonald’s is genuttigd. Vervolgens is hij gedurende een uur mishandeld door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , waarbij zij om geld hebben gevraagd. Hij is hierbij aan een stoel vastgebonden. Omstreeks 17.00 uur gingen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] weg en toen kwam verdachte die op aangever moest passen. Verdachte heeft aangever niks gedaan. Omstreeks 22.30 uur kwamen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] terug met eten en maakten de boeien van aangever los. Aangever vertelt dat hij vijftigduizend euro bij een advocaat in Nijmegen kan ophalen en belt in het bijzijn van deze drie personen ( [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en verdachte) met [getuige 1] om een afspraak te maken. De mannen besluiten daarop naar Nijmegen te gaan. In de flat begrijpt aangever dat verdachte met hem naar binnen wilde lopen bij het kantoor in Nijmegen. Bij het tankstation BP zegt [medeverdachte 2] tegen verdachte dat aangever in Nijmegen alleen naar binnen mag lopen. Aangever zit onderweg van Groningen naar Nijmegen bij verdachte en [medeverdachte 4] in de auto. Aangever heeft verklaard dat hij denkt dat verdachte wel wist waar het allemaal over ging.

De conclusie

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of verdachte opzet had op het plegen van een (poging tot) afpersing en/of een wederrechtelijke vrijheidsberoving van aangever.

Alleen uit de verklaring van aangever volgt dat hij in de flat was vastgebonden gedurende de tijd dat verdachte met hem in de flat was. Verdachte heeft ontkend dat aangever vastgebonden heeft gezeten. Ook de medeverdachten hebben ontkend dat aangever vastgebonden heeft gezeten. De stoel waarover aangever heeft gesproken is in de flat niet aangetroffen en de bij verdachte aangetroffen letsels bieden onvoldoende steun voor de verklaring van aangever dat hij vastgebonden heeft gezeten op het moment dat verdachte in de flat arriveerde dan wel gedurende de periode dat aangever en verdachte samen in de flat zijn geweest.

Uit de overige uitlatingen van aangever omtrent de rol van verdachte blijkt niet zonder meer dat verdachte er wetenschap van had dat er van een (poging tot) afpersing en/of wederrechtelijke vrijheidsberoving sprake was. Zo blijkt uit de verklaringen van aangever niet in welke context het betalen van geld door aangever in het bijzijn van verdachte is gesproken.

De wetenschap bij verdachte over de strafbare feiten die gaande waren blijkt evenmin uit andere verklaringen, aangezien naast verdachte ook de medeverdachten het ten laste gelegde ontkennen. Uit de camerabeelden van het tankstation BP blijkt niet van feiten en omstandigheden waaruit wetenschap van verdachte omtrent de ten laste gelegde misdrijven kan worden herleid. Het letsel van aangever, zo dit al door verdachte zou zijn waargenomen, levert evenmin wetenschap op bij verdachte omtrent de ten laste gelegde misdrijven. Ook uit de verklaring van aangever en [medeverdachte 1] waaruit volgt dat er door verdachte op aangever moest worden gepast, kan niet zonder meer geconcludeerd worden dat verdachte van deze aan hem toebedeelde rol op de hoogte was en aldus wetenschap had van hetgeen er gaande was.

De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende bewijs aanwezig is voor het opzet, ook in voorwaardelijke zin, van verdachte op het ten laste gelegde. Nu zowel voor het telkens primair ten laste gelegde medeplegen als voor de telkens subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid, opzet een vereiste is, zal de rechtbank verdachte vanwege het ontbreken van bewijs voor dit opzet integraal van het ten laste gelegde vrijspreken.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 primair en 2 subsidiair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th.A. Wiersma, voorzitter, mr. C.H. Beuker en mr. M. van der Veen, rechters, bijgestaan door mr. R.G. Dees, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 maart 2018.

Mr. M. van der Veen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.