Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:810

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
08-03-2018
Datum publicatie
09-03-2018
Zaaknummer
18/830059-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Vrijspraak. Uit de verklaring van aangever blijkt niet dat verdachte wetenschap had omtrent de ten laste gelegde misdrijven in die zin dat hij wist waarom aangever mee ging naar de flat en wat de medeverdachten in de flat met aangever wilden gaan doen. De enkele aanwezigheid van verdachte is daarvoor in dit geval onvoldoende, temeer nu nergens uit blijkt dat er met verdachte over dan wel dat er in zijn bijzijn is gesproken over de (poging tot) afpersing en/of de wederrechtelijke vrijheidsberoving van aangever. Deze wetenschap bij verdachte blijkt evenmin uit andere verklaringen of bewijs, aangezien verdachte en de medeverdachten het ten laste gelegde ontkennen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

Parketnummer: 18/830059-15

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 8 maart 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats] ,

wonende [straatnaam] te [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 22 februari 2018.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. L.S Wachters, advocaat te Groningen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. T.H. Pitstra.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 8 tot en met 10 februari 2015, te Groningen, Almere en/of Nijmegen, in elk geval in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van (een of meer) geld(bedragen), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

- die [slachtoffer] in Almere heeft opgezocht en/of in een auto laten plaatsnemen en/of (vervolgens) meegenomen, althans vervoerd, naar een flat/woning in Groningen en/of

- die [slachtoffer] (in die flat/woning) heeft (vast)gehouden en/of op/aan een stoel (met handboeien) heeft geboeid en/of een of meer tie-rip(s) om arm(en) en/of be(e)n(en) heeft gedaan en/of de mond (met plakband) heeft afgeplakt, en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] (meermalen) in/tegen het gezicht/hoofd heeft geslagen en/of sigarettenpeuk(en) op de buik en/of achter een oor van die [slachtoffer] heeft uitgedrukt en/of - op dreigende toon tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat hij/zij geld van hem wilde(n) hebben, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer] (meermalen) met een ijzeren staaf, althans een hard voorwerp, in/op/tegen de knieën heeft geslagen en/of

- met een nietapparaat het shirt van die [slachtoffer] in/op/aan zijn lichaam heeft (vast)geniet en/of (althans) een of meer nietjes op die [slachtoffer] heeft afgeschoten, en/of

- een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft gezet en/of

- ( daarbij) op dreigende toon tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat hij/zij hem invalide wilde(n) maken en/of zijn benen wilde(n) breken en/of de nagel(s) uit zijn vinger(s) wilde(n) trekken, en/of kokend water over hem heen zouden gooien, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- een (soort) doek om de keel van die [slachtoffer] heeft gedaan en/of (vervolgens) aangetrokken (gehouden), tengevolge waarvan, althans mede tengevolge waarvan die [slachtoffer] geen/onvoldoende adem kreeg en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer] met een auto heeft meegenomen/vervoerd naar een kantoor/pand in Nijmegen, en/of

- ( aldus) een voor die [slachtoffer] zodanig dreigende situatie heeft geschapen dat die [slachtoffer] niet in staat was, althans niet durfde, weg te gaan en/of zich er aan te onttrekken terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3]

in of omstreeks periode van 8 tot en met 10 februari 2015 te Groningen en/of Nijmegen en/of Almere, in elk geval in Nederland

ter uitvoering van het door hen/hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een elkaar en/of met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van (een of meer) geld(bedragen), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s) en/of aan verdachte

met elkaar en/of met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

- die [slachtoffer] in Almere heeft opgezocht en/of in een auto heeft laten plaatsnemen en/of (vervolgens) meegenomen, althans vervoerd, naar een flat/woning in Groningen en/of

- die [slachtoffer] (in die flat/woning) heeft (vast)gehouden en/of op/aan een stoel (met handboeien) heeft geboeid en/of een of meer tie-rip(s) om arm(en) en/of be(e)n(en) heeft gedaan en/of de mond (met plakband) heeft afgeplakt, en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] (meermalen) in/tegen het gezicht/hoofd heeft geslagen en/of sigarettenpeuk(en) op de buik en/of achter een oor van die [slachtoffer] heeft uitgedrukt en/of - op dreigende toon tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat hij/zij geld van hem wilde(n) hebben, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer] (meermalen) met een ijzeren staaf, althans een hard voorwerp, in/op/tegen de knieën heeft geslagen en/of

- met een nietapparaat het shirt van die [slachtoffer] in/op/aan zijn lichaam heeft (vast)geniet en/of (althans) een of meer nietjes op die [slachtoffer] heeft afgeschoten, en/of

- een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft gezet en/of

- ( daarbij) op dreigende toon tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat hij/zij hem invalide wilde(n) maken en/of zijn benen wilde(n) breken en/of de nagel(s) uit zijn vinger(s) wilde(n) trekken, en/of kokend water over hem heen zouden gooien, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- een (soort) doek om de keel van die [slachtoffer] heeft gedaan en/of (vervolgens) aangetrokken (gehouden), tengevolge waarvan, althans mede tengevolge waarvan die [slachtoffer] geen/onvoldoende adem kreeg en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer] met een auto heeft meegenomen/vervoerd naar een kantoor/pand in Nijmegen, en/of

- ( aldus) een voor die [slachtoffer] zodanig dreigende situatie heeft geschapen dat die [slachtoffer] niet in staat was, althans niet durfde, weg te gaan en/of zich er aan te onttrekken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in of omstreeks de periode van 9 tot en met 10 februari 2015 te Groningen en/of Nijmegen en/of elders in Nederland

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door toen en daar opzettelijk voor die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3]

- die [slachtoffer] (enige tijd) te bewaken/in de gaten te houden, althans op te passen, en/of - drinken en/of eten te brengen;

2.

in of omstreeks de periode van 8 tot en met 10 februari 2015 te Groningen,

Almere en/of Nijmegen, in elk geval in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn/hun mededader(s)

- die [slachtoffer] in Almere opgezocht en/of in een auto laten plaatsnemen en/of (vervolgens) meegenomen, althans vervoerd, naar een flat/woning in Groningen en/of

- die [slachtoffer] (in die flat/woning) (vast)gehouden en/of op/aan een stoel (met handboeien) geboeid en/of een of meer tie-rip(s) om arm(en) en/of be(e)n(en) gedaan en/of de mond (met plakband) afgeplakt, en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] (meermalen) in/tegen het gezicht/hoofd geslagen en/of sigarettenpeuk(en) op de buik en/of achter een oor van die [slachtoffer] uitgedrukt en/of

- die [slachtoffer] (meermalen) met een ijzeren staaf, althans een hard voorwerp, in/op/tegen de knieën geslagen en/of

- met een nietapparaat het shirt van die [slachtoffer] in/op/aan zijn lichaam (vast)geniet en/of (althans) een of meer nietjes op die [slachtoffer] afgeschoten, en/of

- een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die [slachtoffer] gezet en/of

- ( daarbij) op dreigende toon tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij/zij hem invalide wilde(n) maken en/of zijn benen wilde(n) breken en/of de nagel(s) uit zijn vinger(s) wilde(n) trekken, en/of kokend water over hem heen zouden gooien, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- een (soort) doek om de keel van die [slachtoffer] gedaan en/of (vervolgens) aangetrokken (gehouden), tengevolge waarvan, althans mede tengevolge waarvan die [slachtoffer] geen/onvoldoende adem kreeg en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer] met een auto meegenomen/vervoerd naar een kantoor/pand in Nijmegen, en/of

- ( aldus) een voor die [slachtoffer] zodanig dreigende situatie geschapen dat die [slachtoffer] niet in staat was, althans niet durfde, weg te gaan en/of zich er aan te onttrekken;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3]

in of omstreeks periode van 8 tot en met 10 februari 2015 te Groningen en/of

Nijmegen en/of Almere, in elk geval in Nederland

tezamen en in vereniging met elkaar en/of met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s)

- die [slachtoffer] in Almere opgezocht en/of in een auto heeft laten plaatsnemen en/of (vervolgens) meegenomen, althans vervoerd, naar een flat/woning in Groningen en/of

- die [slachtoffer] (in die woning/flat) (vast)gehouden en/of op/aan een stoel (met handboeien) geboeid en/of een of meer tie-rip(s) om arm(en) en/of be(e)n(en) gedaan en/of de mond (met plakband) afgeplakt, en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] (meermalen) in/tegen het gezicht/hoofd geslagen en/of sigarettenpeuk(en) op de buik en/of achter een oor van die [slachtoffer] uitgedrukt en/of

- die [slachtoffer] (meermalen) met een ijzeren staaf, althans een hard voorwerp, in/op/tegen de knieën geslagen en/of

- met een nietapparaat het shirt van die [slachtoffer] in/op/aan zijn lichaam (vast)geniet en/of (althans) een of meer nietjes op die [slachtoffer] afgeschoten, en/of

- een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die [slachtoffer] gezet en/of

- ( daarbij) op dreigende toon tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij/zij hem invalide wilde(n) maken en/of zijn benen wilde(n) breken en/of de nagel(s) uit zijn vinger(s) wilde(n) trekken, en/of kokend water over hem heen zouden gooien, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- een (soort) doek om de keel van die [slachtoffer] gedaan en/of (vervolgens) aangetrokken (gehouden), tengevolge waarvan, althans mede tengevolge waarvan die [slachtoffer] geen/onvoldoende adem kreeg en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer] met een auto meegenomen/vervoerd naar een kantoor/pand in Nijmegen, en/of

- ( aldus) een voor die [slachtoffer] zodanig dreigende situatie heeft geschapen dat die [slachtoffer] niet in staat was, althans niet durfde, weg te gaan en/of zich er aan te onttrekken,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte, in of omstreeks de periode van 9 tot en met 10 februari 2015 te Groningen en/of Nijmegen en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door toen en daar opzettelijk voor die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3]

- die [slachtoffer] (enige tijd) te bewaken/in de gaten te houden, althans op te passen, en/of - drinken en/of eten te brengen.

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen is.

De verklaring van [slachtoffer] (verder: aangever) is niet het enige of beslissende bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij het ten laste gelegde. Steunbewijs voor de verklaring van aangever blijkt uit de processen-verbaal met betrekking tot hetgeen is te zien op de diverse camerabeelden, de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] , de aanhouding van de medeverdachten in twee auto’s in Nijmegen en het bij aangever geconstateerde letsel.

Uit de (betrouwbare) verklaring van aangever blijkt dat verdachte aanwezig was in de flat aan de [straatnaam] te Groningen, terwijl aangever werd vastgebonden, geslagen en er een sigarettenpeuk op hem werd uitgedrukt. Uit de camerabeelden bij deze flat blijkt dat verdachte gedurende de door aangever beschreven periode in de flat aanwezig was. Uit de verklaring van getuige [getuige 3] en de camerabeelden bij de flat blijkt dat verdachte, op zijn uitdrukkelijk aandringen, op 10 februari 2015 een half uur in de flat is geweest. Bij aankomst heeft verdachte geen tas bij zich, maar wel bij het verlaten van de flat. Ook uit de brief van medeverdachte [medeverdachte 1] kan afgeleid worden dat verdachte wist van in de flat aanwezig belastend bewijsmateriaal. Voorts was verdachte op 3 januari 2015 in Zwolle aanwezig om betaling door aangever af te dwingen.

Uit voornoemde feiten en omstandigheden blijkt dat verdachte wetenschap had van de ten laste gelegde feiten, te weten een poging tot afpersing en wederrechtelijke vrijheidsberoving, en dat hij daarbij een volwaardige partner was. Er is telkens sprake van een voor medeplegen vereiste bewuste en nauwe samenwerking.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en de gedragsinterventie GI-RN cognitieve vaardigheden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit.

Primair is bepleit dat de verklaring van aangever niet voor het bewijs kan worden gebezigd, gelet op de jurisprudentie van het EHRM en de Hoge Raad. De verklaring van aangever, omtrent de betrokkenheid van verdachte, is het enige of doorslaggevende bewijs voor het ten laste gelegde. Er is geen steunbewijs voor het ten laste gelegde. Ook kan op geen enkele wijze compensatie worden geboden voor het niet kunnen horen van aangever. Voornoemde dient te leiden tot vrijspraak.

Subsidiair is bepleit dat er geen sprake is van de voor het medeplegen vereiste bewuste en nauwe samenwerking. Niet blijkt dat verdachte heeft meegedaan aan enig plan dan wel heeft bijgedragen aan de uitvoering daarvan. Verder blijkt niet dat zijn rol van bijzonder gewicht was of dat er een taakverdeling was. De enkele aanwezigheid van verdachte is onvoldoende voor een bewezenverklaring van het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde.

Meer subsidiair is bepleit dat er geen sprake is van medeplichtigheid, aangezien niet blijkt dat verdachte de ten laste gelegde handelingen heeft verricht dan wel dat deze hebben bijdragen aan de poging tot afpersing dan wel wederrechtelijke vrijheidsberoving. Niet blijkt dat verdachte wetenschap, in de zin van opzet, had van één van de ten laste gelegde strafbare feiten en evenmin blijkt dat het opzet van verdachte was gericht op het bevorderen van deze misdrijven.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank kan uit het dossier het volgende afleiden.

De periode van 8 tot en met 10 februari 2015

Op 9 februari 2015 is verdachte in Groningen opgehaald. Hij neemt plaats in een auto met daarin aangever en de medeverdachten [medeverdachte 1] (verder: [medeverdachte 1] ) en [medeverdachte 2] (verder: [medeverdachte 2] ). Uit diverse camerabeelden blijkt dat zij tussen 9.20 uur en 9.30 uur eten hebben gekocht bij de McDonald’s. Omstreeks 9.40 uur betreden de vier personen de flat aan de [straatnaam] te Groningen. Niet blijkt wanneer verdachte de flat verlaat, maar omstreeks 12.49 uur komt verdachte weer bij de flat terug, waarna hij om 13.14 uur de flat wederom verlaat.

Omstreeks 23.51 uur komt aangever bij het tankstation BP te Groningen en aldaar zijn eveneens aanwezig de medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] (verder: [medeverdachte 3] ) en [medeverdachte 4] (verder: [medeverdachte 4] ). Omstreeks 23.58 uur vertrekken voornoemde vijf personen in twee auto’s naar Nijmegen. Op 10 februari 2015 te Nijmegen zijn om 2.45 uur [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] aangehouden en om 3.30 uur [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] .

Voorts blijkt dat verdachte op 10 februari 2015 omstreeks 20.48 uur de flat aan de [straatnaam] betreedt.

De verklaringen van aangever

Op 11 februari 2015 heeft aangever verklaard dat er op 9 februari 2015 in de flat eerst eten van de McDonald’s is genuttigd. Vervolgens is hij gedurende een uur mishandeld door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , waarbij zij om geld hebben gevraagd.

Op 17 februari 2015 heeft aangever voor het eerst verklaard omtrent de aanwezigheid van verdachte in de auto en in de flat. Aangever heeft verklaard dat verdachte ergens in Groningen is opgehaald en gedurende de eerste twee uur in de flat aanwezig is. Verdachte zou hebben gezien dat aangever door [medeverdachte 1] is vastgebonden en geslagen en dat [medeverdachte 1] een sigarettenpeuk op aangevers buik heeft uitgedrukt. Volgens aangever is verdachte weggegaan en ongeveer twee uur later weer teruggekomen met eten en drinken en is hij omstreeks 13.00 uur weer vertrokken. Dat hij in eerste instantie niet over verdachte heeft verklaard, heeft ermee te maken dat verdachte niet heeft bijgedragen aan het tegen aangever gebruikte geweld en dat hij om die reden de aanwezigheid van verdachte zelf niet relevant vond, aldus aangever.

De conclusie

De rechtbank constateert dat aangever slechts eenmaal, dat is tijdens zijn laatste verhoor op 17 februari 2015, de aanwezigheid van verdachte in de flat aan de [straatnaam] heeft benoemd. Aangever heeft verklaard dat hij verdachte niet als dader ziet, omdat verdachte geen geweld heeft gebruikt en niets heeft gezegd.

Pas bij navraag door de politie heeft aangever verklaard dat verdachte net weg ging toen de mishandeling begon, maar dat verdachte wel heeft gezien dat hij, aangever, door [medeverdachte 1] aan een stoel is geboeid, is geslagen en dat er een sigarettenpeuk op aangevers buik is uitgedrukt.

Uit deze verklaring van aangever blijkt echter niet dat verdachte wetenschap had omtrent de ten laste gelegde misdrijven in die zin dat hij wist waarom aangever mee ging naar de flat en wat de medeverdachten in de flat met aangever wilden gaan doen. De enkele aanwezigheid van verdachte is daarvoor in dit geval onvoldoende, temeer nu nergens uit blijkt dat er met verdachte over dan wel dat er in zijn bijzijn is gesproken over de (poging tot) afpersing en/of de wederrechtelijke vrijheidsberoving van aangever.

Deze wetenschap bij verdachte blijkt evenmin uit andere verklaringen of bewijs, aangezien verdachte en de medeverdachten het ten laste gelegde ontkennen. De door de officier van justitie aangedragen (ondersteunende) bewijsmiddelen, te weten de aanwezigheid van verdachte op 3 februari 2015 in Zwolle, de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] , de aanhouding van de medeverdachten in twee auto’s in Nijmegen, het bij aangever geconstateerde letsel, het op 10 februari 2015 terugkeren naar de flat door verdachte en een door [medeverdachte 1] geschreven brief, zijn in dit geval onvoldoende steunbewijs voor wetenschap van verdachte omtrent zijn rol bij dan wel de wetenschap over de ten laste gelegde grondfeiten.

Gelet hierop is de rechtbank, daargelaten de vraag of de verklaringen van aangever voor het bewijs gebezigd mogen worden in het licht van de jurisprudentie van het EHRM en de Hoge Raad, van oordeel er dat onvoldoende bewijs aanwezig is voor het opzet, ook in voorwaardelijke zin, van verdachte op het ten laste gelegde. Nu voor zowel het telkens primair ten laste gelegde medeplegen als voor de telkens subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid, opzet een vereiste is, zal de rechtbank verdachte vanwege het gebrek aan bewijs voor dit opzet integraal van het ten laste gelegde vrijspreken.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 primair en 2 subsidiair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th.A. Wiersma, voorzitter, mr. C.H. Beuker en mr. M. van der Veen, rechters, bijgestaan door mr. R.G. Dees, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 maart 2018.

Mr. M. van der Veen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.