Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:786

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
08-03-2018
Datum publicatie
08-03-2018
Zaaknummer
18/740047-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank Noord Nederland, locatie Leeuwarden veroordeelt een 14-jarige jongen tot 12 maanden jeugddetentie en een PIJ-maatregel voor de moord op zijn beide ouders op 25 september 2017 te Katlijk.

Verdachte heeft zijn vader, 63 jaar, en moeder, 62 jaar, om het leven gebracht, door ze meermalen met een mes te steken. De rechtbank acht bewezen dat verdachte dit met voorbedachte raad heeft gedaan.

De gevolgen voor de nabestaanden zijn erg groot: zij zijn niet alleen hun naaste familieleden kwijt geraakt, maar zij moeten ook leven met de wetenschap dat hun eigen broer of neef daarvoor verantwoordelijk is.

Deskundigen die verdachte hebben onderzocht achten hem verminderd toerekeningsvatbaar voor de gepleegde feiten. Dit oordeel neemt de rechtbank over.

De rechtbank legt aan de verdachte een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel op. De rechtbank vindt dat in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van deze jonge verdachte, maar ook passend gelet op de ernst van de gepleegde feiten en omdat de algemene veiligheid van personen de oplegging van die maatregel eist.

De rechtbank legt daarnaast de maximaal aan verdachte op te leggen jeugddetentie op, te weten een jeugddetentie voor de duur van 12 maanden.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 77a
Wetboek van Strafrecht 77g
Wetboek van Strafrecht 77i
Wetboek van Strafrecht 77s
Wetboek van Strafrecht 77gg
Wetboek van Strafrecht 289
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/740047-17

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 8 maart 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats] ,

thans gedetineerd te Hartelborgt Opvang, Borgtweg 1 te Spijkenisse.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen achter gesloten deuren op 14 december 2017, 15 februari 2018 en 22 februari 2018.

De verdachte en zijn raadsman mr. R.P. Snorn zijn ter terechtzitting van 14 december 2017 en 15 februari 2018 verschenen. Zij zijn ter terechtzitting van 22 februari 2018 niet verschenen.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting van 14 december 2017 vertegenwoordigd door mr. P.A. van der Vliet, ter terechtzitting van 15 februari 2018 door mr. H.J. Mous en ter terechtzitting van 22 februari 2018 door mr. T.H. Pitstra.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1. primair

hij op of omstreeks 25 september 2017 te [pleegplaats] , (althans) in de gemeente Heerenveen, [slachtoffer 1] opzettelijk en met voorbedachten rade, van het leven heeft beroofd, door die [slachtoffer 1] (meermalen en/of met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de nek/hals en/of keel, althans het lichaam, te steken;

1. subsidiair

hij op of omstreeks 25 september 2017 te [pleegplaats] , (althans) in de gemeente Heerenveen, [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door die [slachtoffer 1] (meermalen en/of met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de nek/hals en/of keel, althans het lichaam, te steken;

2. primair

hij op of omstreeks 25 september 2017 te [pleegplaats] , (althans) in de gemeente Heerenveen, [slachtoffer 2] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, door die [slachtoffer 2] (meermalen en/of met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in en/of door de hals/nek en/of keel te steken en/of (elders) in/op en/of door het lichaam te steken en/of te snijden;

2. subsidiair

hij op of omstreeks 25 september 2017 te [pleegplaats] , (althans) in de gemeente Heerenveen, [slachtoffer 2] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door die [slachtoffer 2] meermalen en/of met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in en/of door de hals/nek en/of keel te steken en/of (elders) in/op en/of door het lichaam te steken en/of te snijden, welke doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten het plegen van moord dan wel doodslag op [slachtoffer 1] , en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf straffeloosheid te verzekeren;

2. meer subsidiair

hij op of omstreeks 25 september 2017 te [pleegplaats] , (althans) in de gemeente Heerenveen, [slachtoffer 2] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door die [slachtoffer 2] (meermalen en/of met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in en/of door de hals/nek en/of keel te steken en/of (elders) in/op en/of door het lichaam te steken en/of te snijden.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen verklaard kan worden. Dat betekent dat de officier van justitie bewezen acht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan moord op zijn vader [slachtoffer 1] en zijn moeder [slachtoffer 2] .

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte vrijgesproken moet worden van het onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde. De raadsman heeft hiertoe gemotiveerd aangevoerd dat er wel aanwijzingen zijn voor handelen met voorbedachte raad, maar dat er aan (de in zijn pleitnota benoemde) contra-indicaties een zwaarder gewicht moet worden toegekend.

De raadsman heeft voorts vrijspraak bepleit van het onder 2. subsidiair ten laste gelegde.

Doodslag op [slachtoffer 1] en doodslag op [slachtoffer 2] , zoals onder 1. subsidiair en 2. meer subsidiair is ten laste gelegd, kan wel worden bewezen.

De door de verdediging gevoerde standpunten en verweren worden hierna besproken. Standpunten en verweren die niet van belang zijn voor de beoordeling door de rechtbank, worden niet besproken.

Oordeel van de rechtbank

Op grond van de inhoud van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.1

Voorafgaand aan 25 september 2017

Verdachte heeft in 2016 in een gesprek met een vriend uitgesproken dat hij zijn ouders haat en ze wil vermoorden. Later heeft hij dat herhaald in een WhatsApp-gesprek met dezelfde vriend.2

In augustus 2017 heeft verdachte meermalen tegenover verschillende personen in de app Discord op diverse servers en in direct messages of privé chatgesprekken genoemd dat hij zijn ouders wil vermoorden.

Op 15 augustus 2017 schreef verdachte: ‘I only wanna murder my parents’.3

Verdachte schreef op 23 augustus 2017: 'I wanna kill my parents and go to 'merika'.4

Op 24 augustus 2017 schreef verdachte: ‘I always think and write plans about killing my childhood and family and escape to another country’.5

Op 25 augustus 2017 schreef verdachte aan ' [naam 1] ', een jongen met wie hij regelmatig online contact had: 'Ik ben namelijk een ontsnappingsplan aan het maken met een vriend'.6 Op 28 augustus 2017 stuurde verdachte de volgende berichten in een groepsgesprek, waarop ' [naam 1] ' steeds antwoordde:7

om 21:07 uur : Imma search for a tent and a good mask

om 21:09 uur : Yay found a tent

om 21:11 uur : Imma try to come as fast as possible it may be easyer if i do kill my parents

om 21:13 uur : Then i won't be wanted that fast

om 21:29 uur : Imma sharpen my knives now

om 21:38 uur : Imma test it on my legs

om 21:50 uur : No sharpening needed

om 21:51 uur : I could easily kill my parents with it

om 21:54 uur : So my dads gonna be asassination and my mom is allready immobile

Op 24 september 2017 heeft verdachte geschreven: ‘The only things i could think of is murder, suicide and if afterlife exists what it would be like.’ En: ‘I’ve got 3 choises 1.get therapy, 2.escape 3.kms' (de rechtbank begrijpt: kill myself).8

Verdachte heeft bevestigd dat hij bezig was met het maken van een vluchtplan en dat zijn ouders hieraan in de weg stonden. Hij heeft ook aangegeven dat hij er rekening mee hield dat de situatie waarin hij zat, de slechte relatie met zijn ouders, zou maken dat het eens fout zou aflopen: 'het was zij of ik'.

Verdachte was van plan om samen met ' [naam 1] ' te vluchten en had daarom zijn adres gevraagd.

In de periode tussen 28 augustus 2017 en 25 september 2017 heeft verdachte meermalen contact gehad met ' [naam 1] '.9

Maandagochtend 25 september 2017

In de ochtend van 25 september 2017, staat verdachte een uur met een mes bij het bed van zijn ouders. Verdachte overweegt op dat moment zijn ouders iets aan te doen.10 Hij schrijft daarover in het begin van de middag van 25 september 2017 in de app Discord: ‘This morning i woke up at 4.30 stood for 1 hour at my parents bed with a knife realized i would end up having no chance and get more fucked up after prison and started cutting my wrists.’11

Maandagavond 25 september 2017

Op maandagavond 25 september 2017, rond 21:00 uur gaat verdachte naar zijn slaapkamer op de eerste verdieping van de woning aan de [straatnaam] te [pleegplaats] .

Verdachte gaat op bed liggen en staat na een korte tijd weer op, kleedt zich aan en pakt een mes. Verdachte gaat hierna met dat mes naar de overloop en gaat daar wachten. Verdachte weet dat zijn ouders meestal rond 23:00 uur naar hun eigen slaapkamer op dezelfde verdieping gaan. Hij weet ook dat zijn vader meestal als eerste naar boven komt en daarna zijn moeder. Verdachte is tot het moment dat zijn vader naar boven komt, met het mes in zijn handen, heen en weer aan het lopen op de overloop. Hij blijft daarbij in het gedeelte tussen de kamer van zijn broer en een stapel oude kleding naast de trap. Dit is achter het traphekje en uit het zicht van degene die de trap op loopt. Ondertussen eet hij M&M's uit een zak die hij had gevonden in de kamer van zijn broer. De kamer van zijn broer is aangrenzend aan dat deel van de overloop.

Verdachte hoort na zo'n anderhalf uur dat de deur onderaan de trap wordt open gedaan en dat een persoon de trap op komt lopen. Hij ziet het hoofd van zijn vader verschijnen. Zijn vader loopt richting de ouderlijke slaapkamer. Verdachte gaat naar zijn vader toe, bespringt hem van achteren en steekt hem met het mes rechts in de hals.

Op aanroepen van zijn vader, komt ook de moeder van verdachte naar de eerste verdieping. Verdachte steekt zijn moeder meermalen met kracht met het mes. Hij richt daarbij, net als bij zijn vader, op de halsstreek.

Na het steken van zijn moeder, staat verdachte nog ongeveer een kwartier op de overloop. Omdat hij zijn vader nog hoort ademen steekt hij hem nog tweemaal links in de hals.12

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij bij zijn vader op de hals heeft gericht, omdat hij vrij zeker wist dat zijn vader dan zou sterven.13

Overlijden ouders

Uit sectie is gebleken dat de vader van verdachte, [slachtoffer 1] , en de moeder van verdachte, [slachtoffer 2] , door messteken om het leven zijn gekomen.

Bij [slachtoffer 1] zijn drie steekwonden aangetroffen: één rechts aan de hals en twee links aan de hals. Daarbij zijn onder meer de halsslagader links en rechts geperforeerd. [slachtoffer 1] is door deze twee laatst genoemde steekwonden overleden.14

Bij [slachtoffer 2] zijn meerdere steek- en snijletsels aan haar lichaam aangetroffen, onder meer bij haar hals en nek. Bij één van de steekwonden aan de hals links is zowel de halsslagader als de halsader gekliefd. Hierdoor is fors bloedverlies ontstaan, waarmee het overlijden wordt verklaard. De overige steek- en snijletsels hebben samen door bloedverlies bijgedragen aan het overlijden.15

Vertrek

Nadat verdachte zeker wist zijn beide ouders waren overleden, heeft hij zijn spullen gepakt en is hij op de fiets vertrokken. Hij nam onder meer een slaapzak, een atlas en een tent mee. Verdachte was van plan naar zijn online-vriend ' [naam 1] ' te gaan, die zijn adres in [woonplaats] aan hem had doorgegeven.16

Verdachte is op 26 september 2017 bij Diepenveen aangehouden. Verdachte reed op een fiets en droeg twee tassen met spullen bij zich. In de tassen zaten onder meer een tent, twee verpakte broden, een laptop, wereldatlas, slaapzak, zaklamp en een pakje pleisters.

Bij de fouillering van verdachte werden onder meer plastic handschoenen, een landkaart en een mondkapje aangetroffen.17

Bewijsoverweging voorbedachte raad

Aan verdachte is onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan moord.

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat verdachte op 25 september 2017 te [pleegplaats] opzettelijk zijn vader [slachtoffer 1] en zijn moeder [slachtoffer 2] door messteken van het leven heeft beroofd. De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden is of hij dat met voorbedachte raad heeft gedaan.

Voor een bewezenverklaring van voorbedachte raad is volgens vaste jurisprudentie vereist dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap heeft gegeven.

Bij de vraag of sprake is van voorbedachte raad gaat het bij uitstek om een weging en waardering van de omstandigheden van het concrete geval, waarbij de rechter het gewicht moet bepalen van de aanwijzingen die voor of tegen het bewezen verklaren van voorbedachte raad pleiten.

De vaststelling dat de verdachte voldoende tijd had om zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit vormt weliswaar een belangrijke objectieve aanwijzing dat met voorbedachte raad is gehandeld, maar behoeft de rechter niet ervan te weerhouden aan contra-indicaties een zwaarder gewicht toe te kennen.18

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte geruime tijd voor 25 september 2017 en op 25 september 2017 vele mogelijkheden en gelegenheden heeft gehad om zich te beraden op zijn gemaakte plan. Hij heeft dat ook daadwerkelijk gedaan. Verdachte heeft vanaf 2016 meermalen uitgesproken dat hij aan zijn thuissituatie wilde ontsnappen en zijn beide ouders wilde vermoorden. Verdachte heeft met verschillende personen over dit plan gesproken en dit plan ook concreet uitgewerkt, zo blijkt uit berichten van verdachte uit augustus 2017. Verdachte heeft bijvoorbeeld zijn mes geslepen en getest, het adres gevraagd van de jongen waar hij naar toe wilde vluchten en bedacht welke spullen hij nodig had voor de vlucht. Verdachte gaf in deze gesprekken ook aan dat hij een tent en een masker zocht en een tent had gevonden. Uit de bewijsmiddelen blijkt voorts dat verdachte in de vroege ochtend van 25 september 2017 een uur met een mes in zijn handen bij het bed van zijn ouders heeft gestaan. Hij heeft toen daadwerkelijk nagedacht over de betekenis en gevolgen van zijn voorgenomen besluit om zijn ouders van het leven te beroven, getuige het bericht dat hij in het begin van de middag heeft geplaatst. Hij heeft op dat moment niet zijn eerdere gedachte om zijn ouders van het leven te beroven verlaten. In de avond van 25 september 2017 heeft verdachte opnieuw het mes ter hand genomen en heeft hij zo'n anderhalf uur op de overloop rondgelopen met het idee om zijn ouders te vermoorden. Verdachte bevond zich op een plek uit het zicht van degene die de trap op zou lopen, achter het traphekje. Op het moment dat zijn vader boven kwam, stak hij hem meteen gericht in de hals, met de bedoeling om hem te doden. Hij deed hetzelfde met zijn moeder die even later boven kwam.

Alhoewel verdachte heeft aangegeven dat zijn plan 'fantasie' was, heeft hij een concreet plan gemaakt, dat met anderen besproken, en uiteindelijk overeenkomstig zijn eerder gemaakte plan gehandeld. Verdachte heeft zijn ouders door messteken om het leven gebracht, en heeft zijn spullen gepakt, waaronder een tent en een masker, en is op de fiets vertrokken naar zijn vriend in [woonplaats] .

Bij het maken van het plan gaf verdachte zich ook rekenschap van de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad: hij sprak bijvoorbeeld uit dat zijn pakkans bij de vlucht lager zou zijn als hij zijn ouders zou vermoorden, dat hij dan niet terug gebracht zou kunnen worden naar zijn ouders en de mogelijkheid dat hij voor het vermoorden van zijn ouders in de gevangenis terecht zou kunnen komen.

Dat verdachte naast het plan om zijn ouders om te brengen ook een plan had om zelfmoord te plegen, doet naar het oordeel van de rechtbank niet af aan het voorgaande, en wel vanwege het navolgende. De rechtbank neemt daarbij de uiterlijke verschijningsvorm van de gedragingen van verdachte in aanmerking.

Op maandagavond 25 september 2017 heeft verdachte zo'n anderhalf uur lang op de overloop staan wachten met een mes in zijn hand. Hij heeft in dat tijdsbestek geen poging gedaan zichzelf van het leven te beroven, en bevond zich daarvoor ook op een niet voor de hand liggende plek. De door hem gekozen plek - uit het zicht van degene die de trap op kwam lopen - wijst er eerder op dat hij bewust het voordeel van de verrassing koos. Op het moment dat zijn vader (als eerste) en even later zijn moeder naar boven komt, ziet verdachte niet af van het plan om zijn ouders om het leven te brengen, maar voert hij het direct uit. Dat verdachte handelde in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zoals is gesteld door de raadsman, is naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk geworden. Vooral de manier waarop hij heeft gehandeld wijst daar niet op. Hij heeft gedurende langere tijd op één plek zijn slachtoffers opgewacht, ondertussen M&M's etend, en heeft vanuit een strategisch gekozen positie direct toegeslagen zodra hij de kans had om dat te doen. De bevindingen van de psycholoog en de psychiater, dat verdachte radeloos en wanhopig was en geen uitweg meer zag, maken dit niet anders, nu uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte niet alleen de gelegenheid had om na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven, maar dit ook daadwerkelijk heeft gedaan.

Ook andere contra-indicaties voor het aannemen van voorbedachte raad zijn niet aannemelijk geworden.

Alles overwegende acht de rechtbank de voorbedachte raad ten aanzien van het doden van zowel zijn vader als zijn moeder bewezen en zal verdachte veroordelen voor het onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1. primair

hij op 25 september 2017 te [pleegplaats] , in de gemeente Heerenveen,

[slachtoffer 1] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd,

door die [slachtoffer 1] meermalen en met kracht met een mes in de hals te steken;

2. primair

hij op 25 september 2017 te [pleegplaats] , in de gemeente Heerenveen,

[slachtoffer 2] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd,

door die [slachtoffer 2] meermalen en met kracht met een mes in de hals en nek en elders in het lichaam te steken en te snijden.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. primair Moord;

2. primair Moord.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering en motivering maatregel

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 12 maanden met aftrek van het voorarrest, alsmede de oplegging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, kortgezegd (en hierna) de PIJ-maatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gemotiveerd een aanhoudingsverzoek gedaan, omdat hij van mening is dat de rechtbank onvoldoende is voorgelicht om een juiste straf en/of maatregel op te leggen. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat mogelijkheden tot het opleggen van een door de deskundigen geadviseerde voorwaardelijke PIJ-maatregel onvoldoende zijn onderzocht, nu is gebleken dat de door de psychiater en psycholoog voorgestelde kliniek geen optie is. Daarnaast zijn er wellicht andere combinaties van straffen en/of maatregelen mogelijk en is er onvoldoende informatie om op grond van artikel 77v van het Wetboek van Strafrecht een aanwijzing te geven over een plaats waar een PIJ-maatregel ten uitvoer gelegd zou moeten worden.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf en maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

Aard en ernst van het bewezenverklaarde

Verdachte heeft zijn eigen vader, 63 jaar, en moeder, 62 jaar, om het leven gebracht, door ze meermalen met een mes te steken. Verdachte was op dat moment veertien jaar oud.

Verdachte heeft door zijn handelen het meest fundamentele recht aan zijn ouders ontnomen: het recht om te leven.

De gevolgen voor de nabestaanden zijn erg groot: zij zijn niet alleen hun naaste familieleden kwijt geraakt, maar zij moeten ook leven met de wetenschap dat hun eigen broer of neef daarvoor verantwoordelijk is. Over de impact van het verlies van hun vader en moeder, broer en schoonzus, heeft een aantal van de nabestaanden ter terechtzitting van 15 februari 2018 op indringende wijze gesproken. Dat zij daarbij in staat zijn gebleken ook oog te hebben voor verdachte heeft indruk gemaakt op de rechtbank.

Daarnaast heeft de gewelddadige dood van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] niet alleen gezorgd voor een enorme schok in het dorp waar zij woonden, maar ook sprak de gehele samenleving haar geschoktheid en ongeloof uit. Dat werd versterkt nadat bekend was geworden dat de veertienjarige zoon van de twee overledenen was aangehouden op verdenking van moord op zijn beide ouders.

Strafblad en rapportages

Uit zijn strafblad (uittreksel uit de justitiële documentatie) blijkt dat verdachte niet eerder in aanraking is geweest met politie en/of justitie.

Over verdachte zijn verschillende rapportages uitgebracht. De rechtbank heeft met name acht geslagen op de volgende rapportages:

- het uitgebreide advies van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) d.d. 13 februari 2018;

- de rapportage van het Triple onderzoek Pro Justitia d.d. 29 januari 2018, bestaande uit:

- het Rapport Forensisch Milieuonderzoek d.d. 17 januari 2018 opgesteld door [naam 2] , forensisch milieuonderzoeker;

- het Rapport Forensisch Psychologisch Onderzoek d.d. 29 januari 2018 opgesteld door J.J. Houwing, klinisch psycholoog, tevens kinder- en jeugdpsycholoog specialist Nederlands Instituut Psychologen;

- het Rapport Forensisch Psychiatrisch Onderzoek d.d. 29 januari 2018 opgesteld door H.J. Groenhuijzen , kinder- en jeugdpsychiater.

Ter terechtzitting is op de rapportages een toelichting gegeven door de psycholoog J.J. Houwing, de psychiater H.J. Groenhuijzen , [naam 3] en [naam 4] namens de Raad en reclasseringswerker [naam 5] namens Regiecentrum Bescherming en Veiligheid, afdeling jeugdreclassering.

PIJ-maatregel

De rechtbank is met de deskundigen, net als de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat het noodzakelijk is dat verdachte een behandeling ondergaat.

De vraag is in welk kader dit plaats dient te vinden. De officier van justitie heeft, zoals geadviseerd door de Raad, een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel gevorderd en de psycholoog en psychiater hebben een voorwaardelijke PIJ-maatregel geadviseerd.

Ondanks dat de verdediging vragen heeft opgeworpen over de noodzaak van het opleggen van een PIJ-maatregel, al dan niet in voorwaardelijke vorm, zal de rechtbank gelet op de ernst van de feiten en de inhoud van de deskundigenadviezen allereerst de mogelijkheid en de noodzaak van een dergelijke maatregel onderzoeken.

De vereisten om een PIJ-maatregel op te leggen staan opgesomd in artikel 77s van het Wetboek van Strafrecht (hierna: WvSr). Het moet gaan om een feit van een zekere zwaarte, er moet sprake zijn van een stoornis of gebrekkige ontwikkeling van verdachte, de veiligheid van personen of goederen of de algemene veiligheid van personen moet oplegging van de maatregel eisen en de maatregel moet in het belang zijn van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van verdachte.

- Feit

De rechtbank stelt vast dat de gepleegde feiten misdrijven zijn waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld.

- Stoornis

Op grond van wat de psycholoog en de psychiater in hun rapporten hebben vermeld is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat bij de verdachte ten tijde van het begaan van het misdrijf een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens bestond.

De psychiater en psycholoog hebben beschreven dat verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis in de vorm van een autisme spectrumstoornis (ASS) en dat er bij hem sprake is van een disharmonisch intelligentieprofiel. Deze stoornis is een ontwikkelingsstoornis. Daarnaast was er ten tijde van het plegen van de feiten sprake van een depressieve stoornis bij verdachte.

Door de ontwikkelingsstoornis en de depressie was verdachte niet in staat om hulp te vragen voor zijn problemen en was hij nauwelijks in staat gedragsalternatieven te bedenken, laat staan toe te passen. Mede gelet op zijn zeer jonge leeftijd, hebben de psycholoog en psychiater geadviseerd om verdachte het ten laste gelegde in verminderde mate toe te rekenen. De rechtbank neemt dit advies over en acht verdachte verminderd toerekeningsvatbaar.

- Gevaarscriterium

Het risico dat verdachte opnieuw een geweldsdelict pleegt wordt door de psychiater en de psycholoog als laag tot matig ingeschat. Hierbij is van belang dat de toenmalige gezins- en opvoedsituatie een grote rol hebben gespeeld in de aanloop naar de feiten en dat deze situatie nu niet meer bestaat. Bovendien heeft verdachte geen agressie regulatieprobleem en is hij niet impulsief. Aan de andere kant, zo beschrijft de psychiater, is onzeker hoe verdachte in de toekomst zal omgaan met de afwijkende online cultuur waarin hij zich eerder heeft begeven, en hoe hij zal reageren op overprikkeling, wanneer terugtrekken niet kan. Dan is er een kans op agressie naar anderen toe. Zijn geweten is bovendien niet uitontwikkeld: hij heeft een beperkt empathisch vermogen en onvoldoende schuldgevoel.

De psychiater heeft ter terechtzitting benadrukt dat verdachte nog erg jong is en onduidelijk is hoe hij zich de komende jaren verder zal ontwikkelen.

Bij de beoordeling van de mate van het gevaar dat verdachte vormt voor de algemene veiligheid van personen heeft de rechtbank allereerst gekeken naar de ernst van de feiten.19 Moord is het zwaarste feit uit het Wetboek van Strafrecht, er is hier sprake van een dubbele moord. De rechtbank heeft oog voor de bijzondere gezinssituatie of de ‘mismatch’ tussen verdachte en zijn ouders, die door de deskundigen wordt beschreven en die in hun visie heeft geleid tot het ontstaan van heftige conflicten tussen verdachte en zijn ouders, en het ontwikkelen van haatgevoelens voor zijn ouders door verdachte. Zo beschouwd is het handelen van verdachte deels situationeel bepaald. Alleen in andere afhankelijkheidsrelaties, die een lange duur kennen, zou een gevaar voor herhaling schuilen. Het laat zich moeilijk voorstellen dat verdachte - inmiddels bijna 15 jaar oud - opnieuw zo lang in een zodanig afhankelijke relatie van anderen zal komen te verkeren. Maar dat verdachte voor zijn gevoel in een uitzichtloze situatie kan komen te verkeren en zich daaraan mogelijk zal willen onttrekken of zal willen ontsnappen, is niet onvoorstelbaar. De rechtbank maakt zich daarbij bovendien ernstige zorgen over de door de psychiater geconstateerde gebrekkige gewetensontwikkeling van verdachte, in combinatie met de zeer beperkte emotionaliteit, deels samenhangend met de autismespectrumstoornis. Verdachte is in staat gebleken om het als een oplossing voor zijn uitzichtloze situatie te zien om degenen die daarvan in zijn ogen de oorzaak en de in stand houdende factor waren - zijn ouders - om het leven te brengen en daarbij geen berouw te voelen.

Gelet op deze omstandigheden, in onderling verband en samenhang bekeken, is de rechtbank van oordeel dat voldaan is aan het gevaarscriterium en dat de algemene veiligheid van personen het opleggen van een maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna te noemen: PIJ-maatregel) eist.

- Persoonlijke ontwikkeling verdachte

Volgens de psycholoog en psychiater kan de kans op recidive worden verlaagd door verdachte intensief te laten behandelen in een gestructureerde, voor hem veilige context, met expertise op het gebied van autisme spectrum stoornissen. Een reguliere jeugdpsychiatrische instelling met veel specialistische kennis op het gebied van autisme, zoals het Dr. Leo Kannerhuis, past het beste bij de problematiek van verdachte. Deze expertise ontbreekt in de forensische setting van een Justitiële Jeugdinrichting (hierna: JJI) en bovendien past de populatie die verblijft binnen een JJI niet bij verdachte.

De psycholoog en psychiater hebben beiden op grond van het voorgaande geadviseerd om verdachte een klinische behandeling binnen de jeugdpsychiatrie op te leggen om een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van verdachte te bevorderen en om het risico op recidive verder te doen dalen.

Een voorwaardelijke PIJ-maatregel biedt wat hen betreft voldoende borging voor de uitvoering van de noodzakelijk geachte klinische behandeling. Een voorwaardelijk strafdeel als stok achter de deur is niet afdoende, verdachte moet zich niet kunnen onttrekken aan behandeling

Ter terechtzitting hebben de deskundigen aangegeven dat inmiddels vanuit het Dr. Leo Kannerhuis is aangegeven dat zij verdachte niet willen opnemen, gelet op de ernst van de door hem gepleegde feiten. Ditzelfde geldt hoogstwaarschijnlijk ook voor andere klinieken binnen de reguliere jeugdpsychiatrie.

De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft in haar rapport en ter terechtzitting geadviseerd om aan verdachte een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel op te leggen. Zij heeft hiertoe onder meer aangegeven dat er teveel risico's zijn voor wat betreft de praktische uitvoering van een voorwaardelijke PIJ-maatregel en plaatsing binnen de reguliere jeugdpsychiatrie. De vraag is of verdachte ergens kan worden geplaatst en of na de geschatte behandelperiode van negen maanden alle behandeldoelen zijn bereikt. Daarnaast is het nog onbekend waar verdachte hierna terecht kan.

Alhoewel verdachte een kwetsbare jongen is, lijkt verdachte zich goed staande te houden binnen de kleine afdeling van de JJI waar hij nu verblijft.

De Raad is van mening dat verdachte een op maat gemaakte individuele behandeling nodig heeft waarbij zijn tempo gevolgd wordt en aangesloten wordt bij wat hij op dat moment aan kan en nodig heeft. Hierbij moet voldoende ruimte voor hem zijn om te kunnen vallen en opstaan, zonder dat het invloed heeft op zijn verblijfplaats. De Raad is bovendien van mening dat opbouw richting de buitenwereld in zijn tempo plaats dient te vinden, gezien de geringe belastbaarheid van verdachte. Ook is het van belang dat de behandeling van verdachte door blijft gaan wanneer het te confronterend voor hem wordt en hij minder gemotiveerd wordt.

Gelet op het voorgaande acht de Raad daarom een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel de meest wenselijke reactie gezien de ernst van de feiten en een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van verdachte. Een PIJ-maatregel biedt duidelijkheid, structuur en borging, waarbij maatwerk kan worden geleverd voor wat betreft de duur van de behandeling.

De jeugdreclassering heeft ter terechtzitting aangegeven dat in het belang van verdachte steeds moet worden bekeken wat verdachte nodig heeft om zich zo gunstig mogelijk verder te ontwikkelen. Om te beginnen is een intensief en strak kader nodig, dat kan worden aangepast wanneer daar aanleiding voor is.

De rechtbank stelt vast dat is voldaan aan alle voorwaarden voor oplegging van een PIJ-maatregel. De rechtbank is voorts van oordeel dat uit de genoemde rapportages en het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat een behandeling in een ander kader dan een PIJ-maatregel niet in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van verdachte, maar zeker niet passend is gelet op de ernst van de feiten en ook onvoldoende tegemoetkomt aan het belang van de algemene veiligheid van personen.

De rechtbank is van oordeel dat een voorwaardelijke PIJ-maatregel onvoldoende duidelijkheid, structuur en borging biedt. Daarnaast is de rechtbank gebleken dat de voorwaardelijke PIJ-maatregel niet of nauwelijks uitvoerbaar is.

Op grond hiervan en gelet op de ernst van de begane feiten is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel passend en geboden is. Dat betekent dat verdachte geplaatst zal worden in een JJI. Volgens informatie die de Raad heeft ingewonnen bij de JJI de Hartelborgt, beschikt de JJI over voldoende specialistische kennis voor de behandeling van jongeren met een autismespectrumstoornis. Er bestaat ook de mogelijkheid eventueel benodigde aanvullende kennis van buiten de JJI te halen.

De rechtbank acht zich door het verhandelde ter terechtzitting voldoende ingelicht, nu zij geen andere passende mogelijkheden ziet dan het opleggen van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel. De rechtbank acht nader onderzoek naar de mogelijkheden tot het opleggen van een andere straf en/of maatregel niet noodzakelijk met het oog op de volledigheid van het onderzoek. De rechtbank verwerpt dan ook het verzoek tot aanhouding van de raadsman. Dat de rechtbank niet conform artikel 77v WvSr een aanwijzing kan geven omtrent de plaats waar deze PIJ-maatregel ten uitvoer moet worden gelegd, leidt niet tot een andere beslissing. Artikel 77v WvSr bevat hiertoe immers geen dwingend voorschrift, maar geeft de rechtbank die mogelijkheid wanneer duidelijk is gebleken welke plaats geschikt is voor verdachte.

De plaatsing van personen in een instelling geschiedt krachtens artikel 12 Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen door door de minister van Justitie en Veiligheid aangewezen selectiefunctionarissen. De selectiefunctionaris is belast met de selectie en plaatsing van jeugdigen in justitiële jeugdinrichtingen. De selectiefunctionaris houdt bij zijn beslissing tot plaatsing in elk geval rekening met de titel van de vrijheidsbeneming, de persoon van de jeugdige en de benodigde mate van beveiliging. De rechtbank laat de aanwijzing over de plaats van tenuitvoerlegging aan de selectiefunctionaris over.

Wellicht is de VIC groep in de Hartelborgt, zoals genoemd door de Raad, vooreerst de juiste plek voor verdachte, maar dit kan gedurende de behandeling wijzigen. Van belang is dat verdachte een op maat gemaakte individuele behandeling krijgt waarbij zijn tempo gevolgd wordt en aangesloten wordt bij wat hij op dat moment aan kan en nodig heeft, zoals de Raad heeft aangegeven in haar advies.

Alles overwegende zal de rechtbank de gevorderde onvoorwaardelijke PIJ-maatregel aan verdachte opleggen.

De maatregel wordt opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. Dit betekent dat verlenging van deze maatregel mogelijk is voor zover de maatregel daardoor de duur van zeven jaar niet te boven gaat.

Jeugddetentie

Vervolgens is de vraag aan de orde of naast de onvoorwaardelijke PIJ-maatregel, die gericht is op beveiliging van de maatschappij en op behandeling van de verdachte, nog een jeugddetentie op zijn plaats is.

Artikel 77i, eerste lid, onder a, WvSr bepaalt dat iemand die ten tijde van het plegen van een misdrijf nog geen zestien jaar oud is tot maximaal 12 maanden jeugddetentie kan worden veroordeeld.

Alhoewel de Raad heeft aangegeven dat een jeugddetentie langer dan het voorarrest geen pedagogische meerwaarde heeft, is de rechtbank van oordeel dat uit een oogpunt van vergelding slechts de maximaal aan verdachte opgelegde jeugddetentie recht doet aan de ernst van de feiten. Gelet op de ernst van de feiten en de wettelijke beperking van het strafmaximum ziet de rechtbank in de omstandigheid dat de feiten verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend geen aanleiding om een lagere straf op te leggen.

De rechtbank zal daarom aan verdachte 12 maanden jeugddetentie opleggen, met aftrek van de periode dat verdachte in voorarrest heeft verbleven.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 77a, 77g, 77i, 77s, 77gg, en 289 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Plaatsing in een inrichting voor jeugdigen

en

een jeugddetentie voor de duur van twaalf maanden.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.A. Vlietstra, voorzitter, tevens kinderrechter,

mr. M. Brinksma en mr. M.B. de Wit, rechters, bijgestaan door mr. E. de Vries-Haitsma, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 maart 2018.

1 De genoemde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm op ambtseed en door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt en bevinden zich in het proces-verbaal met nummer 2017255860-PV-004-01, gesloten op 3 januari 2018.

2 De door verdachte op de terechtzitting van 15 februari 2018 afgelegde verklaring. en het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] d.d. 27 september 2017, p.601.

3 Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek Discord d.d. 3 oktober 2017 met bijlagen, bijlage 7, server ‘[naam 10]’, p. 811.

4 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 november 2017 met bijlagen, direct message gesprek met [naam 6] , bijlage A, Direct message gesprek tussen [verdachte] en [naam 6] p.823.

5 Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek Discord d.d. 3 oktober 2017 met bijlagen, bijlage 6, server ‘[naam 9]’, p. 810.

6 Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek Discord d.d. 3 oktober 2017 met bijlagen, bijlage 2, chatgesprek met [naam 1] , p. 775.

7 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 november 2017, met bijlagen, Groepsgesprek op server [naam 7] p. 824, p.828, p.830, p.834 en p.835.

8 Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek Discord d.d. 3 oktober 2017 met bijlagen, Bijlage 5 Server [naam 7] , passage 2, p. 809.

9 De door verdachte op de terechtzitting van 15 februari 2018 afgelegde verklaring.

10 De door verdachte op de terechtzitting van 15 februari 2018 afgelegde verklaring.

11 Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek Discord d.d. 3 oktober 2017 met bijlage, Bijlage 1 Chatgesprek [naam 8] , p. 769.

12 De door verdachte op de terechtzitting van 15 februari 2018 afgelegde verklaring.

13 Het proces-verbaal van bevindingen uitwerken verhoor verdachte d.d. 3 november 2017, p.255.

14 Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 22 december 2017, p.530 en 532.

15 Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 28 december 2017, p.549 en 551.

16 De door verdachte op de terechtzitting van 15 februari 2018 afgelegde verklaring.

17 Het proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 24 oktober 2017, p.445.

18 Hoge Raad 28 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BR2342.

19 Artikel 77s lid 4 Sr.