Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:728

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
06-03-2018
Datum publicatie
09-03-2018
Zaaknummer
6291324
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Q-Park, boete verschuldigd vanwege het verlaten van de parkeergarage zonder gebruik te maken van het parkeerkaartje, algemene voorwaarden zijn niet onredelijk en geen reden voor matiging boete

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Assen

zaak-/rolnummer: 6291324 \ CV EXPL 17-6247

vonnis van de kantonrechter van 6 maart 2018

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Q-Park Operations Netherlands II B.V.,

hierna te noemen: Q-Park,

gevestigd te Maastricht,
eisende partij,

gemachtigde: mr. C.F.M.P. Spreksel,

tegen

[gedaagde] ,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

procederende in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 1 september 2017;
- de conclusie van antwoord op de rol van 19 september 2017;
- de akte depot van 17 oktober 2017 van Q-Park;
- de conclusie van repliek op de rol van 17 oktober 2017;
- de conclusie van dupliek op de rol van 28 november 2017;
- de akte uitlating producties van Q-Park op de rol van 2 januari 2018.

1.2.

Ten slotte is vonnis nader bepaald op vandaag.

2 De vaststaande feiten

2.1.

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten, die vaststaan omdat ze niet of niet voldoende zijn betwist en/of blijken uit de in zoverre onweersproken gelaten inhoud van de overgelegde producties.

2.2.

Q-Park exploiteert en beheert (onder meer) de parkeergarage Ede-Markt in Ede (hierna: de parkeergarage).

2.3.

Op 10 november 2016 heeft [gedaagde] met zijn auto, een Volvo S60 met kenteken
[nummer] (hierna: de auto) gebruik gemaakt van de parkeergarage. [gedaagde] heeft voordat hij de garage wilde verlaten, om 20:20 uur het verschuldigde parkeertarief betaald. Toen zijn collega in de eigen auto voor de slagboom stond en [gedaagde] zijn auto achter de collega had gereden, glipte de parkeerticket [gedaagde] uit handen om tussen de rails van de stoel en het middenconsole van de auto terecht te komen. [gedaagde] kon niet bij het kaartje en heeft vervolgens de parkeergarage verlaten direct achter zijn voorganger, toen die de parkeergarage verliet, aan te rijden zonder eerst een parkeerticket in de uitritterminal in te voeren.

2.4.

Voor het gebruik van de parkeergarage is een parkeerder aan Q-Park een parkeervergoeding verschuldigd. Van toepassing zijn de Algemene Voorwaarden parkeren van Q-Park (hierna: AV) waarin, voor zover hier van belang, het volgende is vermeld:
"(…)
5.9
De parkeerder en zijn voertuig dienen de parkeerfaciliteit uitsluitend te verlaten met gebruikmaking van een geldig, door Q-Park geaccepteerd parkeerbewijs of middel. Het zonder gebruikmaking van een geldig door Q-Park geaccepteerd parkeerbewijs of middel verlaten van de parkeerfaciliteit is onder geen beding toegestaan.
6.3
Het zonder voorafgaande betaling van het verschuldigde parkeergeld met het voertuig verlaten van de parkeerfaciliteit, bijvoorbeeld door middel van het zogenoemde “treintje rijden” waarbij de parkeerder direct achter zijn voorganger onder de slagboom doorrijdt, is onder geen beding toegestaan. De parkeerder is in dat geval het door Q-Park voor de betreffende parkeerfaciliteit vastgestelde tarief “verloren kaart” verschuldigd (…) vermeerderd met een bedrag aan aanvullende schadevergoeding ad € 300,- en zulks onverminderd de rechten van Q-Park tot het vorderen van overige daadwerkelijk geleden (gevolg)schade. (…)
6.5
In geval van verlies of het ontbreken van het parkeerbewijs, is de parkeerder het door Q-Park voor de betreffende parkeerfaciliteit vastgestelde tarief "verloren kaart" verschuldigd (afhankelijk van de parkeerfaciliteit bedraagt dit eenmaal, tweemaal of driemaal het geldende dagtarief). De parkeerder dient dit bedrag voor het verlaten van de parkeerfaciliteit te voldoen. Het hiervoor genoemde tarief "verloren kaart" laat onverlet het recht van Q-Park om de parkeerder de werkelijke parkeerkosten in rekening te brengen mochten die hoger zijn dan het tarief "verloren kaart. (…)".

2.5.

Bij brief van 20 december 2016 heeft Q-Park [gedaagde] bericht dat is geconstateerd dat [gedaagde] de parkeergarage middels 'treintje rijden' heeft verlaten, dat dit onrechtmatig is en dat [gedaagde] daarom een schadevergoeding van € 300,00 is verschuldigd. Hij is gesommeerd om dit bedrag en tevens het 'tarief verloren kaart' van € 37,50 binnen 16 dagen te betalen.

2.6.

Bij e-mail van 30 december 2016 heeft Q-Park [gedaagde] meegedeeld dat zij het verloren kaarttarief in mindering zal brengen omdat [gedaagde] zijn kaartje heeft betaald en daarvan bewijs heeft toegevoegd.

3 De vordering en het verweer

3.1.

Q-Park vordert, verkort weergegeven, veroordeling van [gedaagde] om aan Q-Park
€ 345,00 te betalen ter voldoening van de aanvullende schadevergoeding en de buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met rente en (proces)kosten. Q-Park stelt daartoe, samengevat weergeven, dat [gedaagde] toerekenbaar is tekort geschoten in de nakoming van de op hem rustende verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst, dan wel dat hij onrechtmatig heeft gehandeld door al bumper-klevend achter een voorganger de parkeergarage te verlaten.
3.2. [gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen. Hij voert daartoe aan, samengevat weergegeven, dat hij erkent dat hij heeft 'treintje gereden' maar dat hij goede intenties had en niet op één lijn gezet wil worden met mensen die bewust 'treintje rijden' voor eigen gewin. [gedaagde] voert aan dat hij had betaald om te kunnen uitrijden maar dat hij het betalingsbewijs uit zijn handen heeft laten glippen waarna hij er niet meer bij kon. Pas met een stofzuiger heeft hij het kaartje kunnen tergvinden. Op het moment dat hij het kaartje kwijt was en een andere auto achter hem stond, heeft hij zijn gevoel gevolgd en 'treintje gereden' om de andere auto niet te lang laten wachten. [gedaagde] voert aan dat hij dacht dat dit de beste keuze was op dat moment en dat hij de forse boete als onrechtvaardig ervaart. [gedaagde] voert ook aan dat hij betreurt dat hij het beeldmateriaal niet heeft kunnen inzien.

4 De beoordeling

4.1.

Niet in geschil is dat sprake is van een dienstverleningsovereenkomst als bedoeld in artikel 6:230a BW zodat het voor de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden voldoende is dat Q-Park de afnemer van haar diensten wijst op de elektronische toegankelijkheid van de voorwaarden. In dit geval is niet in geschil dat [gedaagde] op de algemene voorwaarden is gewezen en dat deze van toepassing zijn. Verder is niet in geschil dat [gedaagde] het tarief voor het parkeren heeft betaald. Het gaat in deze zaak dus alleen om de vraag of [gedaagde] de aanvullende schadevergoeding van € 300,00 en de buitengerechtelijke kosten is verschuldigd.

4.2.

[gedaagde] voert aan dat hij het beeldmateriaal niet heeft kunnen zien, maar de DVD is juist gedeponeerd bij de rechtbank met als doel dat [gedaagde] het beeldmateriaal kan inzien. Wat daarvan ook zij, [gedaagde] erkent dat hij de parkeergarage heeft verlaten zonder gebruik te maken van het parkeerticket.

4.3.

De kantonrechter stelt allereerst vast dat “treintje rijden”, zoals in artikel 6.3 van de algemene voorwaarden is weergegeven, het zonder voorafgaande betaling van het verschuldigde parkeergeld met het voertuig verlaten van de parkeerfaciliteit is, waarbij de parkeerder direct achter zijn voorganger onder de slagboom doorrijdt. De kantonrechter is van oordeel dat daarvan geen sprake is. Immers, door Q-Park is niet (gemotiveerd) betwist dat [gedaagde] voorafgaand aan het uitrijden van de parkeergarage bij de parkeerautomaat (om 20:20 uur) in de parkeergarage heeft betaald.

4.4.

Het gaat vervolgens om de vraag of [gedaagde] in strijd met artikel 5.9 van de algemene voorwaarden is uitgereden. In artikel 5.9 van de algemene voorwaarden is vermeld dat de parkeergarage alleen verlaten mag worden met gebruikmaking van een geldig en geaccepteerd parkeerbewijs en dat het zonder gebruikmaking daarvan verlaten van de parkeerfaciliteit onder geen beding is toegestaan. Aan [gedaagde] moet worden toegegeven dat de in de conclusie van repliek onder 5. door Q-Park geschetste achtergrond van artikel 5.9 van de algemene voorwaarden niet op hem van toepassing is. Volgens Q-Park is artikel 5.9 mede opgenomen vanwege de handelwijze dat twee automobilisten afspreken samen uit te rijden met één parkeerkaartje waarna ze later door de achterste auto een betaalbewijs over laten leggen. In dit geval is niet in geschil is dat het kaartje van [gedaagde] in de auto was komen vast te zitten en heeft Q-Park de stelling van [gedaagde] dat zijn collega die zijn voorganger was, ook gewoon heeft betaald, niet betwist. Dat laat onverlet dat [gedaagde] zonder het parkeerbewijs te gebruiken, de parkeergarage heeft verlaten en dat in zoverre aan artikel 5.9 is voldaan. Bovendien heeft Q-Park vermeld dat de geschetste handelwijze mede aanleiding was om artikel 5.9 in de voorwaarden op te nemen. Daarnaast heeft Q-Park ook gesteld dat ze, ook als is betaald, door deze wijze van uitrijden schade lijdt, onder andere vanwege de ontregeling van het parkeersysteem waardoor een parkeerplaats ten onrechte als bezet wordt geregistreerd. Verder heeft Q-Park bepleit dat deze wijze van uitrijden gevaar voor andere afnemers van haar diensten kan opleveren. De conclusie is dan ook dat [gedaagde] in strijd met artikel 5.9 van de algemene voorwaarden is uitgereden.

4.5.

[gedaagde] voert aan dat de door Q-Park van hem gevorderde boete van
€ 300,00 buitensporig hoog is. In dat verband stelt de kantonrechter voorop dat hij op grond van rechtspraak van het Hof van Justitie en de Hoge Raad (ook) ambtshalve dient te beoordelen of een beding in algemene voorwaarden behorend bij een, zoals hier, met een consument aangegane overeenkomst, onredelijk bezwarend is. Indien dan wordt vastgesteld dat het beding ‘oneerlijk’ in de zin van artikel 3 lid 1 van Richtlijn 93/13/EEG jo. punt e van de bij die richtlijn behorende bijlage is, mag de kantonrechter de boete niet matigen maar is hij verplicht dat beding voor de consument buiten beschouwing te laten (tenzij de consument zich daartegen verzet). Van een oneerlijk beding als hier bedoeld is sprake indien het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voorvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort, zoals bedingen die tot doel of gevolg hebben de consument die zijn verbintenissen niet nakomt, een onevenredig hoge schadevergoeding op te leggen.

4.6.

Q-Park heeft gemotiveerd bepleit dat de bedingen niet oneerlijk in de zin van gemelde richtlijn zijn. Q-Park heeft daarbij gewezen op de preventieve werking die van de schadevergoeding uitgaat, de gevaarzetting voor andere verkeersdeelnemers in en buiten de parkeergarage, het feit dat [gedaagde] er bewust voor heeft gekozen de parkeergarage op deze ongebruikelijke en ongewenste wijze te verlaten en op de onderbouwing van de door Q-Park geleden schade. Niet alleen loopt zij door de wijze waarop [gedaagde] de parkeergarage heeft verlaten inkomsten mis, maar ook heeft zij kosten moeten maken door investeringen in dure camerasystemen voor scherpe detectie van het onrechtmatige uitrijden. Die schade bestaat uit geleden omzetderving, gemaakte kosten, uitgevoerde werkzaamheden, reeds gedane en toekomstige investeringen, ingeschakelde derden en preventie.

4.7.

De kantonrechter is van oordeel dat, gelet op de toelichting van Q-Park omtrent de preventieve werking van het boetebeding, de gevaarzetting voor andere verkeersdeelnemers (en zaken) binnen en buiten de parkeergarage, het feit dat [gedaagde] er bewust voor heeft gekozen de parkeergarage op deze ongebruikelijke en contractueel niet toegestane wijze te verlaten en de gemotiveerde onderbouwing van Q-Park van de hoogte van haar kosten en schade door dergelijk gedrag (in zijn algemeenheid), een beding wat zulk gedrag, bij wege van (afschrikwekkende) prikkel tot nakoming, sanctioneert met een boete van € 300,00 niet oneerlijk in de zin van gemelde richtlijn is.

4.8.

De kantonrechter ziet geen aanleiding voor matiging van de boete. Dat het kaartje [gedaagde] uit de handen is geglipt en dat hij er niet meer bij kon, is geen reden voor matiging. Dat [gedaagde] niet anders kon handelen, is niet gebleken. Hij had immers ook, zoals in artikel 6.5. van de voorwaarden is genoemd, voor het verlaten van de parkeergarage het tarief 'verloren kaart' kunnen betalen om daarna met een kaartje op de juiste manier te kunnen uitrijden. [gedaagde] stelt wel dat er een auto achter hem stond, maar dat blijkt niet uit het beeldmateriaal. Bovendien had hij die automobilist kunnen vragen ruimte te maken om hem eruit te laten. Ook had [gedaagde] via de help-knop kunnen proberen het Controle Room van Q-Park te bereiken.

4.9.

Dit alles betekent dat aan hoofdsom een bedrag van € 300,00 wordt toegewezen.

4.10.

De gevorderde wettelijke rente wordt vanaf de datum van verzuim toegewezen. Dat betekent dat de rente over de schadevergoeding toewijsbaar is vanaf 6 januari 2017.

4.11.

De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke kosten komt niet voor toewijzing in aanmerking. In de brief van 20 december 2016 van Q-Park is een termijn van zestien dagen na dagtekening van die brief gegeven, maar daaruit valt niet af te leiden of [gedaagde] een termijn van veertien dagen heeft gehad na ontvangst van de aanmaning. In dit verband wordt verwezen naar de uitspraak van de Hoge Raad van 25 november 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2704). Q-Park heeft niet, althans onvoldoende gesteld op welke datum de aanmaning in de zin van artikel 6:96, zesde lid, BW door [gedaagde] op zijn laatst is ontvangen, dan wel op welke datum deze aanmaning aan hem is verzonden.

4.12.

[gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de op de gebruikelijke wijze te begroten kosten van deze procedure.

De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan Q-Park te betalen € 300,00 te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 januari 2017 tot aan de dag van volledige betaling;

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van Q-Park begroot op € 83,51 aan dagvaardingskosten, € 117,00 aan vast recht en € 150,00 aan salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. G.J.J. Smits en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2018.

typ/conc: 361/cd

coll: