Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:5658

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
11-09-2018
Datum publicatie
28-01-2020
Zaaknummer
5090851 \ CV EXPL 16-4439
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

n.n.b.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-0119
AR-Updates.nl 2020-0122
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Assen

vonnis van de kantonrechter van 31 juli 2018, in de gevoegde procedures met:

PROCEDURE I

zaaknummer 7104503 \ CV EXPL 18-4408 (voorheen C/19/113373 HA ZA 16-29), tussen:

mr. P.J. Fousert en mr. W.A. Entzinger, curatoren in het faillissement van

1 de besloten vennootschap SENIOR ASSIST CARE B.V.,

2. de stichting STICHTING ZORGGARANT THUISZORG

NOORD-NEDERLAND,

kantoorhoudende te Groningen, eiseressen in conventie, verweerders in

(deels voorwaardelijke) reconventie,

gemachtigde: mr. M.P. Waninge,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie, eiseres in (deels voorwaardelijke) reconventie,

gemachtigde: mr. C.B. van Die,

alsmede

PROCEDURE II

zaaknummer 5090851 \ CV EXPL 16-4439, tussen:

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij,

gemachtigde: mr. C.B. van Die,

tegen

mr. P.J. Fousert en mr. W.A. Entzinger, curatoren in het faillissement van

de besloten vennootschap SENIOR ASSIST CARE B.V.,

kantoorhoudende te Groningen,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. M.P. Waninge.

Partijen worden hierna ook aangeduid als [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] en de curator; de rechtspersonen waarvoor de curator opkomt als SAC en Zorggarant.

1 De procedures

1.1.

Het verloop van procedures blijkt uit:

- de tussenvonnissen van 25 oktober 2016 en 22 november 2016, waarbij is beslist dat de procedures worden gevoegd, dat een comparitie zal plaatsvinden en dat procedure I naar de kantonrechter wordt verwezen;

- het rolbericht dat SAC en Zorggarant op 27 december 2016 failliet zijn verklaard;

- de akte oproeping curator van 19 april 2017, waarin de curator heeft meegedeeld over te gaan tot overneming van de gevoegde procedures ten laste van de boedel(s);

- de conclusie van dupliek (in procedure II), tevens houdende akte wijziging van eis (in procedure I) van 7 november 2017 zijdens de curator;

- het proces-verbaal van de comparitie van partijen op 7 november 2017, met aangehecht de opmerkingen die [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] daarop bij brief van 30 mei 2018 heeft gemaakt;

- de akte na comparitie van 30 januari 2018 zijdens de curator;

- de akte overlegging stukken naar aanleiding van de comparitie van 31 januari 2018 zijdens [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] ;

- de antwoordakte na comparitie van 10 april 2018 zijdens de curator;

- de antwoordakte van 10 april 2018 zijdens [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] .

1.2.

De kantonrechter stelt vast dat de behandelende rechter in het vonnis van 25 oktober 2016 heeft bepaald dat de procedures worden gevoegd en dat procedure I, die bij de handelskamer van de rechtbank is aangebracht, wordt verwezen naar de kantonrechter. In verband hiermee is aan die procedure het in de aanhef van het vonnis vermelde

zaak-/rolnummer toegekend.

De griffierechten in procedure I zullen worden aangepast naar het tarief voor kantonzaken.

1.3.

Tot slot is vonnis bepaald.

2 De vaststaande feiten in beide procedures

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten, die vaststaan omdat ze niet of niet voldoende zijn betwist en/of blijken uit de in zoverre onweersproken gelaten inhoud van de overgelegde producties.

2.1.

SAC, voorheen Arlero Thuiszorg B.V. geheten, is een zorgorganisatie in de thuis- en ouderenzorg die zorgdiensten verleende in een groot deel van Nederland. Zij is tevens bestuurder van Zorggarant. [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] is eind 2007 in dienst getreden van (een rechtsvoorganger) van SAC als Hoofd Personeelszaken.

2.2.

Bestuurder en enig aandeelhouder van SAC was Seven Systeem Beheer BV (hierna: SSB), een vennootschap die wordt bestuurd door haar enig aandeelhouder Seven System BV (hierna: SS). [naam 1] (hierna: [naam 1] ), is sinds 1993 zelfstandig bevoegd bestuurder en sinds 2008 aandeelhouder (althans certificaathouder) van SS.

[naam 1] en [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] zijn in oktober 2013 gehuwd.

2.3.

In 2012 heeft de heer [naam 2] (hierna: [naam 2] ) belangstelling getoond voor een overname van de aandelen van SSB in SAC. Hij heeft een conceptkoopovereenkomst en een conceptmanagementovereenkomst opgesteld tussen SSB en een en nog nader te noemen vennootschap. Het idee was dat [naam 1] nog enige tijd diensten zou verlenen, waarna SAC definitief zou worden overgedragen.

2.4.

[naam 2] heeft [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] verzocht om in het kader van de managementovereenkomst in dienst te gaan treden van SSB. Hij heeft meegedeeld dat [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] op een hoger niveau moest worden getild om ook nieuw te verwerven dochtervennootschappen te kunnen aansturen ter ondersteuning van [naam 1] .

2.5.

Op 24 augustus 2012 hebben SSB en de vennootschap in oprichting Senior Assist Nederland B.V. (hierna: SAN) een definitieve koopovereenkomst, aandeelhoudersovereen-komst en managementovereenkomst getekend. SAN is daarbij vertegenwoordigd door Stichting Administratiekantoor Senior Assist Nederland i.o. (hierna: Stak Nederland), in de persoon van [naam 2] .

In de managementovereenkomst, waarin SAN wordt aangeduid als "de Vennootschap", SSB als "de Manager" en SAC als "Arlero", is onder meer het volgende bepaald:

"(…)

B De Vennootschap zal vanaf 30 oktober 2012 30% van de aandelen van Arlero Thuiszorg BV (…).

C Op of rond de datum van ondertekening van huidige overeenkomst werd of zal een koop-verkoopovereenkomst worden afgesloten strekkende tot overdracht van de totaliteit van de aandelen van Arlero aan de Vennootschap. (…)

E De Manager, daarbij vertegenwoordigd door haar bestuurders, mevrouw [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] en [naam 1] , was voordien reeds actief in het (dagelijks) management van Arlero in het kader van de uitvoering van de voorheen bestaande dienstverleningsovereenkomst tussen de Manager en Arlero. (…)

Er wordt vervolgens overeengekomen als volgt:

Artikel 1-Voorwerp

De Manager verbindt er zich toe om, onder de voorwaarden en modaliteiten bepaald in deze overeenkomst, op zelfstandige basis, de hiernavolgende dienstprestaties (hierna genoemd de "Diensten") ten voordele van de Vennootschap, Arlero en hun (toekomstige) dochtervennootschappen (…) te leveren hetgeen de Vennootschap aanvaardt (…)

De Vennootschap heeft te allen tijde het recht om de Diensten van de Manager te beperken tot Arlero indien zou blijken dat de Manager niet naar behoren de leiding van de Vennootschap op zich neemt.

Artikel 2-Uitvoering van de Diensten

2.3. (…)

[naam 1] en [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] , respectievelijk onrechtstreeks bestuurder en werknemer van de Manager, worden door de Vennootschap aanzien en aanvaard als ervaren en gekwalificeerde personen voor het verrichten van de Diensten en zijn als dusdanig aanvaard. (…)

De Manager verbindt zich ertoe elk belangenconflict in de meest ruime zin in haar hoofde schriftelijk aan de raad van commissarissen en de raad van bestuur van de Vennootschap mee te delen.

Artikel 3-Modaliteiten en voorwaarden van uitvoering

(…)

3.3.

Partijen verklaren en erkennen uitdrukkelijk dat noch de Manager, noch enige persoon die door de Manager wordt ingeschakeld voor de uitvoering van deze Overeenkomst, onder gezag, leiding en toezicht staat van de Vennootschap en dat de uitvoering van de Overeenkomst en de daaruit voortvloeiende relatie op geen enkele wijze een arbeidsovereenkomst of -verhouding kan doen ontstaan tussen de Vennootschap en een vertegenwoordiger van de Manager. (…)

Artikel 4- Vergoeding

4.1.

Als tegenprestatie voor de door de Manager geleverde Diensten, zal de Manager gerechtigd zijn op een vaste vergoeding gelijk aan 80.000 EUR per jaar per persoon, exclusief BTW (…).

De maandelijkse vergoedingen dienen door de Vennootschap aan de Manager te worden betaald (…).

In een overgangsfase tot 30 oktober 2012, zal de Manager de vergoeding verder factureren aan Arlero. (…)

Artikel 5-Duur en beëindiging

(…)

5.2.

Elke Partij heeft te allen tijde het recht om de Overeenkomst middels aangetekend schrijven te beëindigen, mits inachtneming van een opzegtermijn van 6 (zes) maanden, hetzij, naar keuze van de opzeggende partij, betaling van een opzegvergoeding gelijk aan 6 (zes) keer het bedrag van de maandelijkse vergoeding.

5.3.

De Vennootschap heeft tevens te allen tijde het recht om, buiten enige rechterlijke tussenkomst en zonder enige ingebrekestelling, de Overeenkomst van rechtswege met onmiddellijke ingang en zonder enige opzegvergoeding te ontbinden lastens de Manager, in geval van: …(wanprestatie, ktr)

2.6.

De managementovereenkomst is ondertekend door [naam 2] , [naam 1] en

[gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] . De koop- en aandeelhoudersovereenkomsten heeft [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] niet meegetekend.

2.7.

[gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] is uit dienst getreden van SAC en bij SSB in dienst gekomen in de functie van Algemeen Manager. SSB heeft vanaf periode 12 in 2012 tot en met periode 6 in 2013 aan SAC een managementvergoeding voor [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] in rekening gebracht. SAC heeft deze voldaan. De managementvergoeding voor periode 6 in 2013, is door SSB gecrediteerd en terugbetaald.

2.8.

SAN is op 8 november 2012 opgericht. Volgens het uittreksel uit het Handelsregister van 24 juli 2013 is Stak Nederland (hierna: Stak Nederland) per die datum naast SSB bestuurder van SAC geworden en waren beide alleen/zelfstandig bevoegd (productie 6, bijlage 17 bij de dagvaarding in procedure II). Stak Nederland is tot 30 augustus 2013 vertegenwoordigd door [naam 2] en [naam 3] , daarna door de heren [naam 4] en [naam 5] en vervolgens door de heren [naam 6] en [naam 7] .

2.9.

De raad van commissarissen van SAC werd gevormd door de heren [naam 8] en

[naam 9] . [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] is vanaf 28 februari 2013 aanwezig geweest bij vergaderingen van de raad van bestuur met de raad van commissarissen van SAC. Stak Nederland heeft daaraan in 2013 niet deelgenomen.

2.10.

Artikel 17 van de statuten van SAC zoals die van 7 februari 2011 tot 27 december 2013 golden, bepaalt het volgende over vertegenwoordiging door het bestuur:

"Artikel 17

1. Het bestuur vertegenwoordigt de vennootschap. De bevoegdheid tot vertegenwoordiging komt mede toe aan iedere bestuurder afzonderlijk.

2. In alle gevallen waarin de vennootschap een tegenstrijdig belang heeft met één of meer bestuurders wordt de vennootschap niettemin op de hiervoor gemelde wijze vertegenwoordigd; de algemene vergadering is steeds bevoegd een of meer andere personen daartoe aan te wijzen.

Een bestuursbesluit tot het aangaan van een rechtshandeling waarbij sprake is van een tegenstrijdig belang als voormeld, behoeft de voorafgaande goedkeuring van de raad van commissarissen."

2.11.

Op 15 juli 2013 hebben SAC en [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd getekend, ingaande per 20 mei 2013. Daarin staat dat [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] wordt aangenomen in de functie van Algemeen Manager. SAC is daarbij vertegenwoordigd door [naam 1] . SSB heeft de reeds gefactureerde managementvergoeding voor [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] over periode 6 gecrediteerd en terugbetaald.

2.12.

SAC heeft vanaf 20 mei 2013 tot 12 mei 2015 salaris aan [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] betaald, te weten € 5.512,32 bruto per vier weken, exclusief vakantiegeld en emolumenten. Het loon is netto afgedragen, na inhouding van (pensioen)premies en loonbelasting.

2.13.

[gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] is volgens het Handelsregister van 28 oktober 2013 tot 10 mei 2015 naast [naam 1] alleen/zelfstandig bevoegd bestuurder van SS geweest.

2.14.

In november 2014 heeft SAN de meerderheid van de aandelen in SAC (55%) verworven. SSB was vanaf dat moment nog slechts gezamenlijk met Stak Nederland bestuursbevoegd.

2.15.

Op 12 december 2014 heeft [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] onder meer het volgende aan de toenmalige bestuurder van Stak Nederland, [naam 6] , geschreven:

"Ik ben al sinds 2 jaar de algemeen directeur van Arlero Thuiszorg. Daarnaast ben ik voor de helft aandeelhouder van System Seven en van daaruit ook medebestuurder.

Ik weet dat [naam 1] je hier ook al een aantal keren van de op hoogte heeft gesteld. (…)

Ik wil met je samenwerken, maar wel binnen de lijn en met de gelijkwaardigheid en het respect dat ik verdien, als directielid, aandeelhouder en bestuurder van System Seven. (…)"

2.16.

Op 20 december 2014 heeft [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] op verzoek van de financial controller van SAC een voor het pensioenfonds bestemde "Verklaring van ontbreken van gezagsverhouding (echtgenoot/echtgenote DGA)" ondertekend. Daarin verklaart [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] dat er tussen haar en haar echtgenoot [naam 1] geen gezagsverhouding bestaat en dat zij om die reden niet in aanmerking komt voor opbouw van pensioen bij Pensioenfonds Zorg en Welzijn.

Het Pensioenfonds heeft geconcludeerd dat wel sprake was van een gezagsverhouding.

2.17.

SAN en SAC hebben de managementovereenkomst met SSB bij brief van 6 mei 2015 gericht aan [naam 1] opgezegd omdat hij (kort gezegd) zijn taak als bestuurder van SAC ernstig zou hebben verwaarloosd en zich als verkoper van de aandelen misleidend en bedrieglijk zou hebben gedragen. [naam 1] is aansprakelijk gesteld voor geleden schade. [naam 1] is onder meer verweten dat hij ondanks meerdere dringende verzoeken belangrijke vragen van Stak Nederland niet heeft beantwoord. In de brief staat hierover het volgende:

"- Een zeer belangrijk issue is dat er geen aansluiting bestaat tussen de rekening-courantvordering vanuit Arlero Thuiszorg BV op Stichting Arlero Thuiszorg met de rekening-courantschuld in de administratie van de Stichting Arlero Thuiszorg met voornoemde BV. Deze hoort hetzelfde te zijn maar is dat niet. Dit blijkt al jaren het geval te zijn. U heeft ook niet aangegeven waarom er niet boekhoudkundig geconsolideerd is met stichtingen waarin Arlero Thuiszorg BV de bestuurder was.

- U heeft ondanks meerdere verzoeken niet uitgelegd, hoe bepaalde omzetboekingen vanuit de stichtingen die het resultaat in Arlero Thuiszorg BV over 2013 positief hebben beïnvloed en die de basis hebben gevormd voor de toekenning van een onterechte bonus aan u, moeten worden geïnterpreteerd nu er in de stichtingen zelf geen tegenboekingen lijken te zijn gedaan.

- U heeft ons nimmer op de hoogte gebracht van het bestaan van de vennootschappen Multimedia Mars BV (…) terwijl ook van die vennootschappen Arlero Thuiszorg BV de bestuurder was (tot 15 mei 2012) en er in ieder geval forse belastingschulden in deze vennootschappen achter zijn gebleven. Die schulden zijn een regelrechte bedreiging voor de continuïteit van Arlero Thuiszorg.

- U heeft ook niet aangegeven waaraan u de bevoegdheid heeft ontleend om namens Stichting Arlero Thuiszorg de Stichting Arlero Thuiszorg Emmen (…) kwijtschelding te verlenen voor een schuld van EUR 227.812,15, dit terwijl u weet dat stichting Arlero Thuiszorg nog een schuld heeft aan Arlero Thuiszorg BV van meer dan EUR 600.000,00. (…)"

2.18.

Op 12 mei 2015 heeft [naam 7] als bestuurder van SAC het volgende aan [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] geschreven:

"(…) Wij hebben inmiddels een aangetekende brief aan System Seven Beheer BV en de heer [naam 1] verzonden waarin we hebben aangegeven de managementovereenkomst per direct met hem te beëindigen. U heeft hiervan een kopie mogen ontvangen.(…)

U bent als levenspartner van de heer [naam 1] voor ons van meet af aan betrokken bij Arlero Thuiszorg BV en u kunt derhalve dan ook de inhoud van deze brief, voor zover dat op uw situatie van toepassing is, als hier herhaald en ingelast beschouwen.

Aan de managementovereenkomst werd invulling gegeven door de heer [naam 1] en door u. (…) De beëindiging van deze overeenkomst heeft dus ook rechtreeks gevolgen voor u. Daarnaast hebt u, kort na het sluiten van deze managementovereenkomst, een arbeidsovereenkomst gesloten met Arlero Thuiszorg BV voor 38 uur per week als 'algemeen manager'. Ik begrijp niet hoe zich dit verhoudt tot het werk dat u op grond van de managementovereenkomst al verrichtte. Het lijkt dubbelop te zijn. Uw partner de heer [naam 1] is deze arbeidsovereenkomst als zelfstandig bestuurder van Arlero Thuiszorg BV met u aangegaan. Hij heeft de overige aandeelhouders hier niet over ingelicht. Hij had niet tot deze aanstelling mogen besluiten, omdat dit mogelijk een tegenstrijdig belang als genoemd in artikel 13.3 van de statuten oplevert. De Raad van Commissarissen had dit besluit moeten nemen. Dat maakt het besluit om met u een arbeidsovereenkomst aan te gaan vernietigbaar. Wij roepen de nietigheid van dat besluit in.

De arbeidsovereenkomst - voor zover deze wel rechtsgeldig tot stand is gekomen - wordt bij dezen met onmiddellijke ingang opgezegd wegens een dringende redenen. Uw positie binnen de vennootschap is vergelijkbaar met die van de heer [naam 1] en hetgeen hem terzake de uitoefening van zijn taak als bestuurder is te verwijten, kan ook u worden verweten.

Volgens uw eigen Linkedin profiel bent u algemeen directeur van Arlero Thuiszorg BV en volgens de website valt de dagelijkse leiding van Arlero Thuiszorg onder uw verantwoordelijkheden. Daarbij staat u samen met de heer [naam 1] als Q-Group BV geregistreerd als rechthebbenden op de domeinnaam arlero thuiszorg.nl. Uw positie is wezenlijk anders dan die van een gewone werknemer. Zoals ik al aangaf verwijt ik u hetzelfde dan hetgeen ik de heer [naam 1] verwijt. Dat rechtvaardigt ontslag op staande voet. Uw loon wordt tot en met periode 4 uitbetaald. (…)"

2.19.

[gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] , die zich in april 2015 heeft ziekgemeld, heeft de nietigheid van het ontslag ingeroepen en haar diensten aangeboden zodra zij weer hersteld zou zijn. Zij heeft in kort geding doorbetaling van loon gevorderd. De voorzieningenrechter heeft die vordering bij vonnis van 6 oktober 2015 afgewezen omdat in het kader van een kort geding niet zonder meer kon worden vastgesteld of [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] haar werkzaamheden voor SAC op basis van een arbeidsovereenkomst dan wel een managementovereenkomst verrichtte. [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] is veroordeeld in de proceskosten ad € 400,00.

2.20.

[gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] had de beschikking gekregen over een bedrijfsauto die eigendom is van Zorggarant. Die auto is op 6 december 2015 beschadigd geraakt doordat is ingebroken en de airbag is verwijderd. Zorggarant heeft de herstelkosten ad € 3.203,29 betaald.

2.21.

SAC en Zorggarant zijn op 27 december 2016 failliet verklaard. De curator heeft de arbeidsovereenkomst tussen SAC en [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] voor zover nodig opgezegd.

2.22.

[gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] heeft na de comparitie een schriftelijke verklaring overgelegd van de (in april 2015 afgetreden) commissarissen [naam 8] en [naam 9] , gedateerd 25 november 2017. Zij verklaren daarin het volgende:

"Hierbij verklaren ondergetekenden dat zij op de hoogte waren van het feit dat mevrouw [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] - [naam 1] in 2013 weer in loondienst is opgenomen bij Arlero Thuiszorg BV."

PROCEDURE I

3 De vorderingen en het verweer

In conventie

3.1.

De curator vordert - na wijziging van eis - dat de kantonrechter:

Ten aanzien van SAC

1. primair

a. voor recht verklaart dat de op 15 juli 2013 getekende arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig tussen [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] en SAC tot stand is gekomen, dan wel deze arbeidsovereenkomst nietig is, althans rechtsgeldig is vernietigd;

b. [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] veroordeelt tot betaling aan SAC van € 94.409,58, te vermeerderen met de wettelijke rente, vanaf de datum van ieder der salarisbetalingen tot de dag de algehele voldoening, dan, binnen veertien dagen na datum vonnis;

subsidiair

a. voor recht verklaart dat [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] op grond van de feiten en omstandigheden die zijn gesteld in punt 6.3 tot en met 6.11 van de dagvaarding, onrechtmatig heeft gehandeld jegens SAC ex 6:162 BW en uit dien hoofde aansprakelijk is voor alle schade die uit dat onrechtmatige handelen voortvloeit;

b. [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] veroordeelt tot het vergoeden van alle schade van SAC die voortvloeit uit het onrechtmatig handelen, tot op heden te begroten op € 94.409,58, te vermeerderen met de wettelijke rente, vanaf de datum van ieder der salarisbetalingen tot de dag de algehele voldoening, dan, binnen veertien dagen na datum vonnis.

Ten aanzien van Zorggarant

2. [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] veroordeelt tot afgifte van de bedrijfsauto (Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] ), op straffe van een dwangsom en voor het geval de auto niet meer teuggegeven kan worden een vervangende schadevergoeding van € 10.000,00;

3. [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] veroordeelt tot betaling van € 3.203,29 aan herstelkosten van de bedrijfsauto, te vermeerderen met de wettelijke rente over het bedrag, vanaf de datum betaling tot de dag der algehele voldoening, dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag, binnen 14 dagen na vonnis;

Ten aanzien van SAC en Zorggarant

4. [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] veroordeelt tot betaling van € 1.719,10 aan buitengerechtelijke incassokosten, en de kosten van deze procedure, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het te wijzen vonnis en te vermeerderen met wettelijke rente te rekenen vanaf bedoelde termijn van voldoening.

3.2.

De curator voert aan (samengevat) dat er met ingang van 24 augustus 2012 geen sprake meer is van een (geldige) arbeidsovereenkomst tussen [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] en SAC, zodat de salarisvergoedingen die [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] na die datum nog heeft ontvangen onverschuldigd zijn betaald. Aan [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] komt geen derdenbescherming toe omdat zij de arbeidsovereenkomst niet te goeder trouw is aangegaan. Indien en voor zover er wel sprake mocht zijn van een arbeidsovereenkomst heeft [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] persoonlijk onrechtmatig jegens SAC gehandeld en uit dien hoofde gehouden de schade die SAC hierdoor lijdt en heeft geleden te vergoeden.

Aan de vorderingen van Zorggarant wordt ten grondslag gelegd dat [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] de bedrijfsauto van Zorggarant zonder recht onder zich houdt en dat zij onrechtmatig heeft gehandeld omdat zij daaraan op 6 december 2015 schade heeft toegebracht. Zorggarant verlangt vergoeding van de herstelkosten die zij heeft voldaan.

[gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] moet voorts de buitengerechtelijke kosten vergoeden die SAC en Zorggarant hebben gemaakt teneinde haar te bewegen om hun vorderingen te voldoen en de bedrijfsauto af te geven.

3.3.

[gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] voert gemotiveerd verweer. Hierop wordt voor zover relevant bij de beoordeling ingegaan.

In (deels voorwaardelijke) reconventie

3.4.

[gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] vordert, uitvoerbaar bij voorraad:

a. voorwaardelijk (te weten voor het geval de kantonrechter concludeert dat de op

15 juli 2013 getekende arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig tot stand is gekomen) betaling van € 94.409,58, vermeerderd met de wettelijke rente;

b. opheffing van de door SAC en Zorggarant in het kader van deze procedure gelegde conservatoire beslagen, op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag of een gedeelte daarvan dat zij daarmee in gebreke blijven,

alsmede de kosten van de procedure.

3.5.

[gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] stelt dat indien in rechte wordt vastgesteld dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst, de rechtsverhouding op grond waarvan zij werkzaamheden heeft verricht moet worden gekwalificeerd als een overeenkomst van opdracht althans een overeenkomst in algemene zin tot het verrichten van werkzaamheden voor SAC. Volgens [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] is het aan haar betaalde loon in dat geval een redelijk loon.

Zij voert aan dat de conservatoire beslagen ten onrechte door SAC en Zorggarant zijn gelegd

3.6.

De curator voert gemotiveerd verweer. Hierop zal voor zover relevant bij de beoordeling worden ingegaan.

4 De beoordeling

In conventie

De vorderingen van Zorggarant

4.1.

De curator heeft ter comparitie meegedeeld dat de bedrijfsauto inmiddels is ingeleverd. Deze vordering zal dan ook worden afgewezen.

Dat geldt ook voor de vordering tot vergoeding van schade. [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] heeft gemotiveerd betwist dat zij onrechtmatig heeft gehandeld en het enkele feit dat aan de bedrijfsauto schade is ontstaan, is onvoldoende om te oordelen dat [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] voor het herstel daarvan aansprakelijk is.

De vorderingen van SAC

Dubbele betaling voor werkzaamheden van [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II]

4.2.

Vraag is of [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] het salarisbedrag dat zij na 24 augustus 2012 nog van SAC heeft ontvangen, aan de curator moet terugbetalen.

4.3.

De kantonrechter constateert dat aan de vorderingen van de curator en aan zijn standpunt dat sprake is van (bijkomende bijzondere) omstandigheden die maken dat SAC niet aan de nieuwe arbeidsovereenkomst tussen SAC en [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] gebonden is, de veronderstelling ten grondslag ligt dat SAC van 24 augustus tot 4 november 2012 en vanaf 20 mei 2013 tot periode 5 van 2015 voor de werkzaamheden van [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] zowel salaris aan [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] als een managementvergoeding aan SSB betaalde. Benadrukt is steeds dat het niet zo kan en mag zijn dat [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] voor hetzelfde werk dubbel werd betaald. De curator heeft ter comparitie meegedeeld dat hij ervan uit is gegaan dat daarvan sprake is geweest en dat hem is ontgaan dat [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] dit in haar processtukken bestrijdt. De zaak is daarom verwezen naar de rol om partijen de gelegenheid te geven hun standpunten nader toe te lichten en stukken in het geding te brengen waaruit de gestelde dubbele uitbetaling blijkt.

Partijen hebben zich uitgelaten en producties in het geding gebracht. De curator heeft zijn vorderingen gehandhaafd en [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] haar verweer.

4.4.

De kantonrechter stelt voorop dat het aan de curator en niet aan [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] is om aan te tonen dat SAC een vordering op [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] heeft wegens onverschuldigde betaling omdat dubbel voor haar diensten is betaald. De vele stukken die [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] in het geding heeft gebracht (waaronder jaarrekeningen van SAC en SSB over 2012, 2013 en 2014, de vennootschapsbelastingaangiften van SSB over 2012 en 2013, inkomstenbelastingaangiften en loonopgaven van [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] en [naam 1] en de facturen die SSB aan SAC heeft gestuurd) ondersteunen de stelling van [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] dat dit niet het geval is geweest. De curator heeft onvoldoende onderbouwd dat dit wel is gebeurd. Aan zijn opmerking dat niet duidelijk is of er niet nog meer betalingen zijn gedaan omdat hij niet meer beschikt over alle rekeningafschriften van SAC en aan haar gelieerde rechtspersonen wordt voorbijgegaan.

[gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] heeft relevante informatie verstrekt en daaruit blijkt niet dat SSB sinds 2 mei 2013 van SAC nog een managementvergoeding voor haar inzet heeft ontvangen. Er is evenmin grond om aan te nemen dat SAN - zoals de curator oppert - een management-vergoeding voor het werk van [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] aan SSB heeft betaald. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de curator gelegenheid te bieden om daarover met toepassing van artikel 843a Rv alsnog informatie boven tafel te krijgen. SAC, die aldus [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] door dezelfde personen wordt bestuurd als SAN, heeft in haar dagvaarding niet opgeworpen dat dit het geval is geweest; er wordt slechts gesproken over betalingen door SAC. Indien de curator het relevant acht of dit wel of niet is gebeurd, had het op zijn weg gelegen om hierover na de comparitie navraag te doen.

Bij de verdere beoordeling van de zaak zal de kantonrechter er daarom vanuit gaan dat [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] voor haar werkzaamheden voor SAC niet dubbel betaald heeft gekregen.


Salaris 2012

4.5.

De curator vordert - naar de kantonrechter uit productie 1 bij dagvaarding begrijpt -

€ 12.915,11 aan salaris terug over 2012, omdat de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst tussen [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] en SAC niet pas op 4 november 2012 maar reeds op 24 augustus 2012 zou zijn geëindigd.

4.6.

Dit deel van de vordering zal worden afgewezen. Volgens de overgelegde stukken uit de loonadministratie van SAC is [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] op 4 november 2012 uit dienst getreden bij SAC. Dat de managementovereenkomst tussen SSB en SAN op 24 augustus 2012 is getekend en ook [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] daaronder toen haar handtekening heeft geplaatst, betekent niet dat dit onjuist is. Anders dan de curator bepleit, blijkt dat ook niet uit artikel 2.3 van die overeenkomst, nu daarin geen data worden genoemd.

De curator erkent bovendien dat pas vanaf periode 12 in 2012 een managementvergoeding voor de werkzaamheden van [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] is betaald. Zonder nadere toelichting, die niet is gegeven, valt dan ook niet in te zien waaruit het onrechtmatig handelen van [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] in deze periode bestaat en welke schade SAC heeft geleden.

Nieuwe arbeidsovereenkomst met SAC

4.7.

Vervolgens ligt voor of de nieuwe arbeidsovereenkomst die SAC en [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] op 15 juli 2013 hebben ondertekend en waarbij SAC werd vertegenwoordigd door haar bestuurder SSB in de persoon van [naam 1] , rechtsgeldig is aangegaan en indien dat het geval is, of SAC die overeenkomst in mei 2015 op goede gronden heeft vernietigd.

4.8.

De kantonrechter verwerpt het betoog van de curator dat de arbeidsovereenkomst nietig is omdat er een discrepantie is tussen de verklaring en de wil van [naam 1] en

[gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] . Uit hetgeen de curator naar voren heeft gebracht volgt niet dat [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] en [naam 1] geen arbeidsverhouding tussen [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] en SAC in het leven wilden roepen. [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] heeft toegelicht dat [naam 1] daartoe had besloten omdat SAN tekortschoot in haar verplichting om de managementvergoeding aan SSB te betalen en deze daarom door SSB weer aan SAC werd gefactureerd, waarmee de situatie van voorheen weer ontstond. De curator benoemt zelf dat zij daarmee ten opzichte van SAC voor [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II]

bewust een sterkere rechtspositie creëerden dan de (opzegbare) managementovereenkomst haar verschafte. SAC, [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] en SSB hebben volgens de overgelegde stukken van medio 2013 tot mei 2015 ook dienovereenkomstig gehandeld: SAC heeft salaris uitbetaald aan [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] en de vereiste inhoudingen en afdrachten gedaan en SSB heeft voor haar inzet geen managementvergoeding meer gefactureerd en salaris betaald.

4.9.

De curator heeft in het licht van het gemotiveerde verweer van [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] naar oordeel van de kantonrechter ook onvoldoende onderbouwd dat tussen SAC en [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] geen arbeidsovereenkomst is ontstaan omdat de daarvoor vereiste gezagsverhouding ontbreekt. Het enkele feit dat [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] en [naam 1] echtgenoten zijn en [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] aldus de curator feitelijk al voor het sluiten van die overeenkomst meerdere taken op bestuursgebied uitvoerde (wat [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] overigens betwist), kan die conclusie althans niet dragen. Waar het om gaat is of [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] zich diende te richten naar aanwijzingen van (organen van) SAC.

De positie van [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] ten opzichte van SAC was op het moment dat de nieuwe arbeidsovereenkomst werd getekend in wezen niet anders dan tijdens haar eerdere dienstverband, toen [naam 1] ook als bestuurder fungeerde. [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] is pas later, op 28 oktober 2013, naast [naam 1] bestuurder van SS en daarmee (middellijk) bestuurder van SAC geworden. [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] heeft gesteld dat in het Handelsregister weliswaar is vermeld dat zij alleen/zelfstandig bevoegd was, maar dat zij ook toen feitelijk onder leiding van [naam 1] werkzaam was. Zij heeft verwezen naar het bestuursreglement van SS d.d. 28 oktober 2013, waarin staat dat andere leden van het bestuur dan [naam 1] alleen taken zullen uitvoeren na diens expliciete toestemming. Dit biedt steun aan haar stelling dat zij vooral om praktische redenen als bestuurder van SS is aangesteld maar dat zij niet geheel vrij was in haar handelen. Daar komt bij dat SSB sinds november 2012 niet meer de enige bestuurder en aandeelhouder was van SAC (Stak Nederland was medebestuurder) en dat SSB gefaseerd al haar aandelen aan SAN zou gaan overdragen. De gezagsverhouding tussen SAC en [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] werd dus niet alleen beheerst door haar verhouding tot [naam 1] en SSB en zij is op 12 mei 2015 door de medebestuurder van SAC ontslagen. De curator betwist overigens ook niet dat het pensioenfonds heeft geconcludeerd dat er wel sprake is van gezagsverhouding.

4.10.

De curator stelt voorts dat de arbeidsovereenkomst nietig is omdat SAC daarbij is vertegenwoordigd door [naam 1] , terwijl hij op grond van de statuten van SAC, de inschrijving in het Handelsregister en de aandeelhoudersovereenkomst met SAN niet bevoegd was om een dergelijk besluit zelfstandig, zonder medewerking van zijn medebestuurder Stak Nederland. De kantonrechter kan dit niet plaatsen. SAC heeft in haar dagvaarding onder 2.6 en in haar brief van 6 mei 2015 aan [naam 1] gesteld dat SSB destijds volgens het Handelsregister alleen/zelfstandig bevoegd was. Dit is ook in lijn met artikel

17 lid 1 van de statuten van SAC die op dat moment golden en met de bij r.o. 2.8. bedoelde inschrijving in het Handelsregister in juli 2013. Daarin staat dat iedere bestuurder van SAC afzonderlijk bevoegd is om haar te vertegenwoordigen. Uit de als productie F door de curator overgelegde handelsregisterhistorie van SAC blijkt niet dat dit anders is. Daarin wordt slechts aangegeven wat de bevoegdheid van SSB was vanaf 11 november 2014.

Nu [naam 1] op grond van artikel 2:240 lid 3 BW en de statuten bevoegd was om SAC extern te vertegenwoordigen, is van een nietig besluit als bedoeld in de artikel 2:14 jo

16 lid 2 BW geen sprake.

4.11.

De curator heeft verder nog aangevoerd dat het besluit om een arbeidsovereenkomst met [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] aan te gaan nietig is omdat [naam 1] hiervoor vooraf goedkeuring van de raad van commissarissen had moeten verkrijgen. Die goedkeuring was nodig omdat [naam 1] een tegenstrijdig belang had bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst nu de inkomsten aan zijn echtgenote, [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] , zouden toekomen. De curator stelt dat dit bevoegdheids-gebrek niet alleen aan [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] kan worden toegerekend omdat zij met [naam 1] gehuwd is, maar ook omdat de werkzaamheden van [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] uit hoofde van de managementovereenkomst maken dat zij op de hoogte was van de inhoud van de statuten van SAC en zij dus had moeten weten dat [naam 1] niet bevoegd was de arbeidsovereen-komst aan te gaan. De vernietiging heeft daarom volgens de curator op grond van artikel 2:16 lid 2 BW externe werking jegens [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] .

4.12.

Ook hierin kan de kantonrechter de curator niet volgen. Artikel 2:240 lid 3 BW kent aan bestuurders van een besloten vennootschap een onbeperkte en onvoorwaardelijke bevoegdheid toe om haar in en buiten rechte te vertegenwoordigen. Die bevoegdheid kan slechts worden ingeperkt indien dat wettelijk is toegelaten of voorgeschreven. Een statutaire regeling dat een bestuurder voor het sluiten van een overeenkomst als de onderhavige goedkeuring nodig heeft van de raad van commissarissen behoort daar niet toe. Die regeling heeft slechts interne werking tussen de bestuurder en de vennootschap, zodat aan toepassing van artikel 2:14 en artikel 2:16 lid 2 BW niet wordt toegekomen. Dat geldt aldus de Memorie van Toelichting bij wetsvoorstel 31763 (waarbij artikel 2:256 BW is geschrapt) vanaf

1 januari 2013 ook indien sprake is van een tegenstrijdig belang als bedoeld in artikel

2:239 BW. De vennootschap blijft gebonden aan de overeenkomst die is gesloten en kan de bestuurder die zijn interne bevoegdheid heeft overschreden op grond van 2:9 BW of

6:162 BW eventueel aansprakelijk stellen voor schade die zij hierdoor lijdt.

Redelijkheid en billijkheid

4.13.

Het voorgaande neemt niet weg dat de redelijkheid en billijkheid er aan in de weg kan staan dat [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] SAC aan de arbeidsovereenkomst houdt. Zoals de curator aangeeft, geldt die uitzondering alleen als er naast bekendheid van [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] met de bevoegdheidsbeperking van [naam 1] bijzondere omstandigheden zijn die maken dat [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] handelt in strijd met de goede trouw door zich op die overeenkomst te beroepen. De curator meent dat die situatie zich in dit geval voordoet. Hij voert aan dat [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] en [naam 1] als echtgenoten samen ten nadele van SAC een betere rechtspositie voor [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] hebben willen realiseren en met opzet de statutaire beperkingen in de bevoegdheid van [naam 1] en de contractuele bepalingen in de aandeelhouders- en management-overeenkomst hebben geschonden. [naam 1] had als bestuurder enkel de belangen van SAC moeten dienen en die waren zeker niet gebaat met een arbeidsovereenkomst. [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] was vanaf begin 2013 aanwezig bij vergaderingen van de raad van bestuur en de raad van commissarissen en wist dus dat er geen gezamenlijke besluitvorming had plaatsgevonden over haar arbeidsovereenkomst. Bovendien blijkt dat wel degelijk sprake is geweest van dubbele betaling voor dezelfde werkzaamheden, wat maakt dat het nadeel voor SAC niet alleen bestaat uit het feit dat [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] is getransformeerd van opdrachtnemer naar werknemer (met alle daarbij behorende rechten van [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] en plichten van SAC) maar ook uit een financieel nadeel (hogere kosten voor hetzelfde werk). De arbeids-overeenkomst is dan ook bijzonder nadelig geweest voor SAC. Aldus nog steeds de curator.

4.14.

De kantonrechter stelt voorop dat zij met de curator van oordeel is dat in dit geval sprake is van een tegenstrijdig belang als bedoeld in artikel 2:239 BW en dat [naam 1] daarom voor het aangaan van de nieuwe arbeidsovereenkomst met [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] - zoals in artikel 17.2 van de op 15 juli 2013 geldende statuten bepaalden - vooraf goedkeuring behoefde van de raad van commissarissen van SAC. De nieuwe arbeidsovereenkomst leidde er immers toe dat alle arbeidsrechtelijke verplichtingen en risico's met betrekking tot de inzet van [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] (weer) bij SAC in plaats van SSB kwamen te liggen en dat de afspraak met SAN dat [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] haar werkzaamheden zou verrichten op basis van een (op de overname van SAC door SAN toegesneden en opzegbare) managementovereenkomst, met voeten werd getreden.

De kantonrechter is van oordeel dat zowel [naam 1] als [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] , die nota bene Hoofd Personeelszaken is geweest, zich redelijkerwijs heeft moeten realiseren dat dit niet in het belang was van SAC en (de met haar verbonden onderneming) SAN en dat zij daartoe niet geheel zelfstandig konden besluiten. Temeer nu in artikel 2 lid 4 van de management-overeenkomst (die ook [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] heeft getekend en aangaat) met zoveel woorden is afgesproken dat SSB elk belangenconflict in de meest ruime zin aan de raad van commissarissen en de raad van bestuur van SAN zal meedelen. [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] hoefde er naar oordeel van de kantonrechter overigens niet van uit te gaan, dat artikel 3.5 van de managementovereenkomst, waarin staat dat geen arbeidsverhouding met de "Vennootschap" zou kunnen ontstaan, ook ten aanzien van andere vennootschappen dan SAN gold; SAN en andere rechtspersonen worden in die overeenkomst steeds apart genoemd.

4.15.

[gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] heeft in de procedure echter bij herhaling aangevoerd dat de raad van commissarissen van SAC - anders dan de curator stelt - wel degelijk op de hoogte is gesteld van de arbeidsovereenkomst. Zij heeft na de comparitie een schriftelijke verklaring overgelegd van de toenmalige commissarissen [naam 8] en [naam 9] waarin wordt bevestigd dat zij er mee bekend waren dat [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] weer in dienst van SAC is getreden. De commissarissen hebben dat aldus [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] ook erkend tijdens een fraudeonderzoek dat in opdracht van SAC is uitgevoerd. Volgens [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] is dit in 2013 ook afgestemd met de heer [naam 4] van Stak Nederland en was het bestaan van de arbeidsovereenkomst ook bekend bij [naam 7] , die in november 2014 als enige alleen/zelfstandig bevoegd bestuurder de regie bij SAC overnam. De 'kopstukken' in de organisatie wisten aldus [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] dat zij op de 'payroll' van SAC stond.

De curator heeft in reactie hierop bij antwoordakte na comparitie aangevoerd dat het er om gaat of de raad van commissarissen voorafgaand aan het sluiten van de arbeidsovereenkomst zijn goedkeuring heeft verleend, dat de door [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] overgelegde verklaring van de commissarissen op dat punt niets bewijst en dat die verklaring bovendien onbetrouwbaar is omdat de beiden een nauwe persoonlijke band met [naam 1] en [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] hebben en tussen het moment waarop zij hun verklaring gaven en medio 2013 geruime tijd is verstreken.

4.16.

De kantonrechter acht voor het antwoord op de vraag of [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] SAC aan de arbeidsovereenkomst kan houden niet beslissende of de raad van commissarissen de arbeidsovereenkomst met [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] vooraf of achteraf heeft goedgekeurd, noch of dat stilzwijgend, expliciet, mondeling of schriftelijk is gebeurd.

Zoals hiervoor is vastgesteld was [naam 1] in juli 2013 als bestuurder van SAC bevoegd om de overeenkomst met [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] aan te gaan en gaat het er nog slechts om of er bijzondere, door de curator te bewijzen omstandigheden zijn, die maken dat [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] SAC daarvan geen nakoming kan verlangen. Indien de commissarissen en/of medebestuurders van SAC van de arbeidsverhouding op de hoogte waren en aanvankelijk

- kennelijk - geen reden zagen om in te grijpen, heeft [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] er op mogen vertrouwen dat deze door SAC gestand zou worden gedaan.

De kantonrechter stelt vast dat SAC bijna twee jaar lang uitvoering aan de arbeidsovereen-komst heeft gegeven; ook nadat Stak Nederland in november 2014 aldus [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] de loonbetalingen en - afdrachten ging verrichten. SAC is er pas op 12 mei 2015 toe overgegaan om die overeenkomst te vernietigen. Gelet op het gemotiveerde verweer van [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] had het op de weg van de curator gelegen om na te gaan en mee te delen wanneer de medebestuurders van [naam 1] en de commissarissen van SAC met het bestaan daarvan bekend zijn geworden. Temeer omdat [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] met naam en toenaam heeft aangegeven wie daarvan wisten. De kantonrechter merkt voor de goede orde op dat [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] , anders dan de curator stelt, ter comparitie niet heeft verklaard dat in april 2013 met [naam 2] over de arbeidsovereenkomst is gesproken. Zij heeft juist gezegd dat het een andere bestuurder dan [naam 2] betrof, waarvan zij op dat moment de naam niet kon reproduceren. In haar conclusie van antwoord in procedure I (punt 20) heeft [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] vermeld dat dit de heer [naam 4] was. Dat [naam 4] - die in augustus 2013 medebestuurder in SAC

was geworden - en [naam 7] al langer van de arbeidsovereenkomst op de hoogte waren, is niet gemotiveerd weersproken.

Daar komt bij dat - anders dan de curator stelt - niet is gebleken dat SAC na 20 mei 2013 voor de werkzaamheden van [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] ook nog een managementvergoeding heeft betaald. Hiermee valt één van de belangrijkste argumenten van de curator, dat er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] SAC niet aan de arbeidsovereenkomst kan houden, weg.

Gelet op een en ander heeft de curator naar oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd dat de redelijkheid en de billijkheid eraan in de weg staat dat [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] zicht beroept op de arbeidsovereenkomst met SAC.

Onrechtmatig handelen [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II]

4.17.

Onder de hiervoor genoemde omstandigheden kan ook niet worden aangenomen dat [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] onrechtmatig jegens SAC heeft gehandeld.

Slotsom

4.18.

Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter de vorderingen van de curator afwijzen. Aan het geven van een bewijsopdracht wordt niet toegekomen.

Ten aanzien van SAC en Zorggarant

4.19.

De curator zal als grotendeels in het ongelijk gestelde partij de proceskosten in conventie moeten dragen. De kantonrechter zal voor salaris gemachtigde 3 punten rekenen (voor de conclusie van antwoord, de comparitie en de akten na comparitie) en uitgaan van

€ 600,00 per punt.

In (deels voorwaardelijke) reconventie

Ten aanzien van SAC en Zorggarant

4.20.

Gelet op de beslissing in conventie, komt de kantonrechter niet toe aan een beoordeling van de voorwaardelijke reconventionele vordering van [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] sub 1.

4.21.

Nu de vorderingen van de curator worden afgewezen, is de vordering van [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] tot opheffing van de door SAC gelegde beslagen toewijsbaar. Hieraan zal geen dwangsom worden verbonden, aangezien [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] in haar petitum geen termijn noemt. De kantonrechter gaat er overigens van uit dat de curator ook zonder financiële prikkel aan de veroordeling zal voldoen.

4.22.

De curator zal als grotendeels in het ongelijk gestelde partij ook de proceskosten in reconventie moeten dragen. Vanwege de samenhang met de vordering conventie zal de kantonrechter voor salaris gemachtigde 1,5 punt rekenen en uitgaan van € 200,00 per punt.

PROCEDURE II

5 De vorderingen en het verweer

5.1.

[gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] vordert dat de kantonrechter - uitvoerbaar bij voorraad - SAC veroordeelt:

1. a. tot betaling van achterstallig loon vanaf van € 5.512,32 per 4 weken over de

periode 12 mei 2015 te vermeerderen met 8% vakantiegeld, verkregen emolumenten en periodieke verhogingen conform de geldende CAO te voldoen zolang de arbeidsovereenkomst met SAC voortduurt;

b. de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW wegens vertraging over het gevorderde onder a.

c. wettelijke rente over de som van de onder a en b genoemde bedragen;

d. € 475,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;

e. de kosten van de procedure in kort geding ad € 400,00;

2. om binnen 5 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis aan [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] deugdelijke bruto/netto specificaties te verstrekken van alle nog verschuldigde bedragen, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag;

3. om binnen 5 dagen na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis en op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag, aan [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] haar volgende eigendommen te retourneren:

A. Schilderijen

B. Beeld gemaakt door beeldhouwer [naam 10]

C. Fotoschilderij van dubbeldekker bus

D. Kluis.

4. in de kosten van de procedure.

5.2.

[gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] voert aan dat SAC haar op 12 mei 2015 op staande voet heeft ontslagen op de grond dat hetgeen zij aan [naam 1] verwijt ten aanzien van de uitoefening van zijn taak als bestuurder van SAC ook aan haar kan worden verweten, dat dit niet terecht is en dat zij het ontslag op goede gronden buitengerechtelijk heeft vernietigd.

Ten aanzien van haar vordering onder 3 stelt [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] dat een aantal eigendommen zijn achtergebleven in het pand van SAC en dat geen gehoor is gegeven aan haar verzoek om deze terug te geven.

5.3.

SAC heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Hierop wordt bij de beoordeling nader ingegaan.

6 De beoordeling

Faillissement

6.1

Nu de curator de procedure ten laste van de boedel heeft overgenomen, zal de kantonrechter zowel de vordering van [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] tot teruggave van haar eigendommen als de vordering tot (door)betaling van loon vanaf 12 mei 2015 met de bijbehorende nevenvorderingen beoordelen. De vraag in hoeverre toewijsbare bedragen in het faillissement van SAC kwalificeren als boedelvordering ligt niet voor.

Teruggave eigendommen

6.2.

Deze vordering zal worden afgewezen nu [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] in haar antwoord in het incident tot niet-ontvankelijkverklaring van 24 augustus 2016 heeft meegedeeld dat de overdracht van de schilderijen en het beeld inmiddels heeft plaatsgevonden en dat zij niet over het bewijs beschikt dat de kluis aan haar toebehoort.

Doorbetaling loon

6.3.

Vraag is of [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] vanaf 12 mei 2015 nog doorbetaling van loon kan vorderen. De curator bestrijdt dat. Hij stelt primair en subsidiair dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst waaraan SAC gebonden is en meer subsidiair dat het ontslag rechtmatig is.

6.4.

In procedure I is reeds geoordeeld dat tussen [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] en SAC wel een arbeidsovereenkomst bestaat. De kantonrechter volstaat met een verwijzing naar hetgeen daaromtrent is overwogen. Het primaire en subsidiaire standpunt van de curator wordt dan ook verworpen. Dat betekent dat beoordeeld moet worden of het ontslag op staande voet terecht is geweest.

6.5.

De kantonrechter stelt voorop dat artikel 7:677 lid 1 BW niet alleen materiele maar ook formele vereisten kent voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet. Een van die formele vereisten is dat de redenen voor ontslag tegelijk met het ontslag aan de werknemer moeten worden meegedeeld. Alleen de gronden die zijn meegedeeld kunnen aan het ontslag ten grondslag worden gelegd. Dit brengt mee dat uit de ontslagbrief voldoende duidelijk moet blijken welke verwijten de werkgever precies aan de werknemer maakt, zodat deze weet waartegen hij zich heeft te verweren. Daarnaast zal vast moeten komen te staan dat elk van die verwijten gegrond is en dat deze samen een voldoende dringende reden vormen voor ontslag. Het is aan de werkgever om dit te bewijzen.

6.6.

De kantonrechter is van oordeel dat het ontslag van [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] geen stand kan houden. In de ontslagbrief van 12 mei 2013 staat in wezen dat [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] als algemeen directeur van SAC één op één verantwoordelijk wordt gehouden voor vermeende (wan)daden van [naam 1] . Niet alleen jegens SAC maar ook - als verkoper van de aandelen in SAC - jegens SAN. De curator heeft niet toegelicht hoe dat laatste een dringende reden kan vormen voor ontslag van [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] .

Het is overigens ook onvoldoende duidelijk wat SAC concreet aan [naam 1] en in het verlengde daarvan aan [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] verwijt. In de brief van 6 mei 2015 aan [naam 1] staat onder meer dat hij zijn taken als bestuurder van SAC heeft verwaarloosd, dat er onduidelijke en ondeugdelijke (financiële) dwarsverbanden zijn geconstateerd, belangrijke zaken zijn waar hij SAC en SAN niet van op de hoogte heeft gesteld en dat hij vragen daarover niet heeft beantwoord. Zonder nadere toelichting, die niet is gegeven, valt niet in te zien waarom dat alles aan [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] kan worden toegerekend en - indien gegrond - voldoende ernstig is om haar per direct te ontslaan. Dat geldt ook voor de in de brief genoemde registratie van een domeinnaam van SAC. [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] (die op 12 mei 2015 overigens ziek was gemeld) heeft het haar gegeven ontslag daarom op goede gronden vernietigd.

6.7.

Het voorgaande betekent dat de curator gehouden is om het loon van [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] door te betalen tot de datum waartegen de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is opgezegd. Het beroep op opschorting wordt afgewezen nu de curator niet heeft onderbouwd dat en tot welk bedrag [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] jegens SAC schadeplichtig is.

De vordering van [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] tot doorbetaling van loon zal dan ook worden toegewezen. Nu [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] in haar petitum niet vermeldt wanneer de dagvaarding in kort geding is uitgebracht, zal wettelijk rente worden toegewezen vanaf de dag waarop SAC in de onderhavige procedure is gedagvaard, te weten 17 mei 2016, over het op dat moment opeisbare loon.

Wettelijke verhoging

6.8.

De gevorderde wettelijke verhoging zal gezien het (juridische) karakter van het geschil tussen partijen en de financiële toestand van SAC worden gematigd tot € 2.000,00 bruto. Ook hierover zal wettelijke rente worden toegewezen vanaf 17 mei 2016.

Loonspecificaties

6.9.

De vordering tot verstrekking van loonspecificaties zal worden toegewezen, zij het niet op straffe van een dwangsom en - vanwege het faillissement - met een wat langere termijn voor nakoming.

Buitengerechtelijke kosten en proceskosten kort geding

6.10.

De buitengerechtelijke kosten zullen worden toegewezen. De curator betwist niet dat deze kosten zijn gemaakt. Of [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] wel of geen rechtsbijstandsverzekering heeft, is niet van belang. Tegen het bedrag van € 400,00 dat ziet op de proceskostenveroordeling van [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] in het kort geding tegen SAC is geen (ander) inhoudelijk verweer gevoerd. Deze zal daarom eveneens worden toegekend.

Proceskosten

6.11.

De curator zal als grotendeels in het ongelijk gestelde partij de proceskosten in procedure II moeten dragen. De kantonrechter zal voor salaris gemachtigde 4 punten rekenen (voor dagvaarding, repliek, comparitie en de twee akten na comparitie) en gezien de loonachterstand op het moment van dagvaarden uitgaan van € 600,00 per punt.

De beslissing

De kantonrechter:

IN PROCEDURE I

Ten aanzien van zowel SAC als Zorggarant

In conventie

1. wijst de vorderingen van de curator in de faillissementen van SAC en Zorggarant af;

2. veroordeelt de curator in de proceskosten in conventie, tot heden aan de zijde van [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] begroot op € 1.800,00 aan salaris gemachtigde;

In reconventie

3. veroordeelt de curator om de conservatoire beslagen die SAC en Zorggarant in het kader van deze procedure ten laste van [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] hebben gelegd op te heffen;

4. veroordeelt de curator in de proceskosten in reconventie, tot heden aan de zijde van [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] begroot op € 300,00 aan salaris gemachtigde;

5. verklaart de beslissingen onder 4 en 5 uitvoerbaar bij voorraad;

6. wijst het meer of anders gevorderde af;

IN PROCEDURE II

Ten aanzien van SAC

7. veroordeelt de curator tot betaling van achterstallig loon vanaf van € 5.512,32 bruto per 4 weken over de periode vanaf 12 mei 2015, te vermeerderen met 8% vakantiegeld, verkregen emolumenten en periodieke verhogingen conform de geldende CAO, tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst met SAC rechtsgeldig is beëindigd, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 17 mei 2016 over het op laatstgenoemde datum opeisbare loon;

8. veroordeelt de curator tot betaling van € 2.000,00 als wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 17 mei 2016;

9. veroordeelt de curator om binnen twee weken na betekening van dit vonnis aan [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] deugdelijke bruto/netto specificaties te verstrekken van alle nog door SAC aan haar verschuldigde bedragen;

10. veroordeelt de curator tot betaling van € 875,00 aan buitengerechtelijke kosten en proceskosten kort geding;

11. veroordeelt de curator in de proceskosten, tot heden aan de zijde van [gedaagde in procedure I / eiseres in procedure II] begroot op € 101,82 aan dagvaardingskosten, € 79,00 aan vastrecht en € 2.400,00 aan salaris gemachtigde;

12. verklaart de beslissingen onder 7 tot en met 11 uitvoerbaar bij voorraad;

13. wijst het meer of anders gevorderde af

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. M.E. van Rossum en in het openbaar uitgesproken door mr. J. de Vroome op 31 juli 2018.

typ/conc: 536/MER

coll: