Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:5382

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
12-12-2018
Datum publicatie
04-01-2019
Zaaknummer
7247519
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

7:611 BW Schending goed werkgeverschap, niet voldaan aan herplaatsingsplicht bij reorganisatie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2019/27
AR-Updates.nl 2019-0004
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer: 7247519 AR VERZ 18-84

beschikking van de kantonrechter ex artikel 7:671b lid 1 BW d.d. 12 december 2018

in de zaak van

de stichting

STICHTING KWADRANTGROEP,

gevestigd te Drachten,

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. R.G.A. Luinstra te Groningen,

tegen

[verweerster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verwerende partij,

procederende in persoon.

Partijen zullen hierna KwadrantGroep en [verweerster] worden genoemd.

1 Het procesverloop

1.1.

KwadrantGroep heeft een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden, ingekomen ter griffie op 2 oktober 2018. [verweerster] heeft op 10 oktober 2018 een verweerschrift ingediend.

1.2.

Op 9 november 2018 heeft een zitting plaatsgevonden. Partijen hebben daar hun standpunten nader toegelicht, waarbij [verweerster] pleitaantekeningen heeft voorgedragen en overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.

2 De feiten

2.1.

KwadrantGroep biedt een totaalpakket aan ouderenzorg, zoveel mogelijk in de eigen omgeving van de cliënt en in samenwerking met lokale organisaties en de gemeenschap. Er zijn circa 6.500 mensen in 3.500, althans 3.600, Fte's werkzaam bij KwadrantGroep.

2.2.

[verweerster] , geboren op [datum] , is sinds [datum] bij (de rechtsvoorgangster van) KwadrantGroep in dienst. De laatste functie die [verweerster] vervulde is die van receptioniste op de locatie [X] (hierna: [X] ) te [plaats] voor 11,5 uur per week, met een salaris van € 784,14 per maand exclusief vakantietoeslag en overige emolumenten. In totaal zijn er circa 220 mensen werkzaam op [X] .

2.3.

Om [X] - dat al jaren verlieslatend is en moet inspelen op de snel veranderende ontwikkelingen in de maatschappij en in de zorg - toekomstbestendig te maken heeft KwadrantGroep een verbetertraject (reorganisatie) gestart. Het uiteindelijke doel van dit traject is een gezonde financiële basis en kwaliteit van leven voor de bewoners van [X] . In dat verband heeft KwadrantGroep een programma opgesteld genaamd ' [X] duurzaam en bestendig 2016-2020', met als belangrijk onderdeel het zogenaamde formatieplaatsenplan dat is gericht op het op orde krijgen van de organisatie en bijbehorende functies en formatie, alsmede een sociaal plan. KwadrantGroep heeft de ondernemingsraad (hierna: de OR) op 15 augustus 2016 om advies gevraagd. In dat verband heeft de OR, voor zover thans van belang, in een advies van 26 september 2016 KwadrantGroep in algemene zin geadviseerd 'helder en consistent te handelen als het gaat om plaatsing en vacaturevervulling'. Op 8 november 2016 heeft de OR positief geadviseerd inzake de voorgenomen reorganisatie.

2.4.

In het formatieplaatsenplan heeft KwadrantGroep de huidige personele situatie en de gewenste situatie in kaart gebracht. Op basis van de gewenste personele situatie zijn medewerkers geplaatst. De plaatsingsprocedure uit het sociaal plan is hierin leidend geweest. Uitgangspunt bij de plaatsing is dat de werknemer zijn/haar functie volgt. Dat betekent dat de medewerker zijn/haar functie behoudt als deze blijft bestaan of als uitwisselbare functie terugkeert. Onder andere door het samenvoegen van het secretariaat met de receptie van [X] en [Y] zijn een aantal functies vervallen en is er sprake van 'overformatie'. De medewerkers voor wie het formatieplaatsenplan directe gevolgen heeft, waaronder [verweerster] , hebben in oktober 2016 een plaatsingsbrief van KwadrantGroep ontvangen.

2.5.

Bij brief van 27 februari 2017 heeft KwadrantGroep [verweerster] bericht - voor zover thans van belang - dat zij met ingang van 1 april 2017 boventallig wordt verklaard, dat het sociaal plan van toepassing is, dat de herplaatsingstermijn ingaat op 1 juni 2017 en dat [verweerster] wordt aangemeld bij Werkpunt, het interne mobiliteitsbureau van KwadrantGroep (hierna: Werkpunt).

2.6.

[verweerster] heeft bezwaar gemaakt tegen de boventalligheidsverklaring, welk bezwaar door de bezwaarcommissie ongegrond is verklaard.

2.7.

De herplaatsingstermijn van [verweerster] bedroeg tien maanden. De termijn eindigde derhalve op 1 april 2018. Tijdens voornoemde herplaatsingstermijn zijn er twee medewerkers geweest in dezelfde functiegroep als [verweerster] die een tijdelijke uitbreiding van uren hebben gekregen in verband met zwangerschapsvervanging. Tevens is aan [verweerster] in voornoemde periode een (tijdelijke) functie aangeboden, welke functie [verweerster] wegens een verschil van inzicht met KwadrantGroep over de wijze van salariëring niet heeft geaccepteerd. Per 1 april 2018 heeft een medewerkster van de receptie [X] met een dienstverband van16 uur ontslag genomen. KwadrantGroep heeft de hierdoor vrijgekomen functie en formatie niet als vacature opengesteld. Hierdoor is de formatie van de receptie op [X] thans 2,06 Fte, terwijl de beoogde formatie na de reorganisatie 2,44 Fte was. Op 1 juni 2017 waren er negen medewerkers werkzaam bij de receptie op [X] , op 19 juni 2018 waren dit er nog zes.

2.8.

Op 12 juni 2018 heeft KwadrantGroep bij het UWV een ontslagvergunning voor [verweerster] aangevraagd. Bij beslissing van 9 augustus 2018 heeft het UWV, voor zover thans van belang, geoordeeld dat KwadrantGroep voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de arbeidsplaats van [verweerster] moet vervallen en dat de ontslagvolgorde op de juiste wijze is vastgesteld, maar dat de herplaatsingsinspanningen van KwadrantGroep onvoldoende zijn aangezien het volgens het UWV mogelijk was om [verweerster] te herplaatsen. Het UWV heeft de ontslagaanvraag geweigerd. In dat verband heeft het UWV voorts het volgende geschreven:

"(…) Ontslag dient een uiterste maatregel te zijn. Er is binnen de formatie ruimte (ontstaan) om werkneemster te herplaatsen. Het gaat niet aan deze ruimte gaandeweg de reorganisatie niet in te vullen door het niet-openstellen van de ontstane vacature, en daarmee de formatie kleiner te maken dan toegestaan en de vastgestelde kaders van de reorganisatie te buiten te gaan.

(…)".

3 Het verzoek

3.1.

KwadrantGroep verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerster] te ontbinden per 1 februari 2019, althans op zo kort mogelijke termijn, op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel b, van het Burgerlijk Wetboek (BW), in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel a BW, onder toekenning van de transitievergoeding van € 16.042,00 bruto.

3.2.

Aan haar verzoek heeft KwadrantGroep in aanvulling op de onder 2 genoemde feiten - samengevat weergegeven - het volgende ten grondslag gelegd. De arbeidsplaats van [verweerster] is als gevolg van de reorganisatie komen te vervallen wegens bedrijfseconomische omstandigheden bij KwadrantGroep. Het oordeel van het UWV dat KwadrantGroep niet aan haar herplaatsingsverplichting zou hebben voldaan is onjuist. Ondanks (meer dan voldoende) inspanningen daartoe, is het niet mogelijk gebleken [verweerster] binnen de gewijzigde organisatie te plaatsen. De eerste aanzet tot het opstellen van een reorganisatieplan heeft eind 2015 begin 2016 plaatsgevonden en het programma ' [X] duurzaam en bestendig' - een basisdocument dat, indien nodig steeds wordt bijgesteld - is medio 2016 tot stand gekomen. Voortschrijdend inzicht en veranderingen in de zorg en maatschappij vereisen steeds een actuele bijstelling van voormeld programma dat erop gericht is om zoveel mogelijk gelden ten goede te laten komen aan de uitvoering van de kerntaken van KwadrantGroep. Weliswaar heeft KwadrantGroep kaders aangegeven in haar reorganisatieplannen maar daarmee wordt niet bedoeld dat zij uitsluitend dient vast te houden aan de door haar geschetste uitgangspunten. Juist bij een organisatie als KwadrantGroep is enige flexibiliteit noodzakelijk omdat in de zorg veranderingen elkaar nu eenmaal in hoog tempo opvolgen. Het is dan ook logisch dat KwadrantGroep in dit verband na anderhalf jaar heeft besloten de vrijgekomen formatie op 1 april 2018 niet als vacature te plaatsen. Een dergelijke beslissing betreft een marginale afwijking ten opzichte van de formatie zoals vastgesteld op de peildatum afspiegeling van april 2017 en behoort tot de beleidsvrijheid van KwadrantGroep, waarvoor geen apart adviestraject via de OR behoefde te worden gevolgd. KwadrantGroep heeft voldaan aan het advies van de OR in algemene zin om helder en consistent te handelen bij de plaatsing en vacaturevervulling. Gebleken is bovendien dat de huidige formatie en daarmee de huidige bezetting van de receptie uitstekend functioneert. De motivering van het UWV voor afwijzing van de ontslagaanvraag is een te enge benadering van een reorganisatie in een omvang zoals die bij KwadrantGroep gaande is. Er is dan ook sprake van een redelijke grond op basis waarvan de arbeidsovereenkomst dient te worden ontbonden, aldus KwadrantGroep.

4 Het verweer

4.1.

[verweerster] verweert zich tegen het verzoek en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. Zij voert daartoe - samengevat - het volgende aan.

4.2.

De begeleiding van [verweerster] door haar leidinggevende en Werkpunt heeft sterk te wensen overgelaten. Tijdens haar boventalligheidsperiode heeft [verweerster] niets van haar leidinggevende gehoord. Er is door Werkpunt slechts één keer een vacature aan [verweerster] aangeboden. Dit betrof een functie in een hogere salarisschaal, waarbij KwadrantGroep niet bereid was het salaris conform die hogere salarisschaal aan te vullen, zodat hieraan verder geen vervolg is gegeven. Tijdens de boventalligheidsperiode is er aan twee directe collega's een tijdelijke urenuitbreiding gegeven in verband met zwangerschapsverlof, waarop [verweerster] volgens haar recht had en waarover niet met haar is gecommuniceerd. [verweerster] had haar kansen op de arbeidsmarkt kunnen verhogen, zowel intern als extern, door deze tijdelijke vacatures in te vullen, maar die kans is haar niet geboden. Bovendien heeft KwadrantGroep zonder enig overleg met de OR, de formatie, die in het formatieplaatsenplan is vastgesteld, tussentijds verminderd door een per 1 april 2018 vrijgekomen functie bij de receptie van [X] niet op te vullen. Ook dit is zonder enig overleg met [verweerster] gebeurd, terwijl het ging om een vacature die haar als boventallige diende te worden aangeboden, aldus [verweerster] . Het onderhavige verzoekschrift betreft overigens het bezwaar van KwadrantGroep tegen de beslissing van het UWV, zodat het merkwaardig is dat [verweerster] als verweerster in het geding is betrokken, zo nog steeds [verweerster] .

5 De beoordeling

5.1.

KwadrantGroep heeft haar verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tijdig ingediend, omdat het verzoek in overeenstemming met het bepaalde in artikel 6:686a lid 4 sub d BW is ontvangen binnen twee maanden na de dag waarop de toestemming voor het opzeggen van de arbeidsovereenkomst door het UWV is geweigerd en het verzoek is gegrond op bedrijfseconomische omstandigheden.

5.2.

Van opzegverboden zoals bedoeld in artikel 7:671b lid 2 BW is ten aanzien van het onderhavige verzoek niet gebleken.

5.3.

De kantonrechter stelt voorop dat uit artikel 7:669 lid 1 BW volgt dat de werkgever de arbeidsovereenkomst alleen kan opzeggen indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn, al dan niet met behulp van scholing, in een andere passende functie niet mogelijk is of niet in de rede ligt.

5.4.

In artikel 7:669 lid 3 aanhef en sub a BW is bepaald dat onder een redelijke grond als bedoeld in lid 1 wordt verstaan het vervallen van arbeidsplaatsen als gevolg van de beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming of het, over een toekomstige periode van ten minste 26 weken bezien, noodzakelijkerwijs vervallen van arbeidsplaatsen als gevolg van het wegens bedrijfseconomische omstandigheden treffen van maatregelen voor een doelmatige bedrijfsvoering.

5.5.

Op grond van artikel 7:671b lid 1 sub b BW kan de kantonrechter op verzoek van de werkgever de arbeidsovereenkomst ontbinden op grond van artikel 7:669 lid 3 sub a BW indien de toestemming van het UWV is geweigerd.

5.6.

Uit de wetsgeschiedenis (zie Kamerstukken II 2013/14, 33818, 3, p.31) volgt dat in een procedure als de onderhavige, de kantonrechter bij zijn beoordeling dient te toetsen aan dezelfde (wettelijke) criteria als die voor het UWV gelden. Deze (wettelijke) criteria zijn verwoord in de Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 april 2015 (Stcrt. 2015/12685) tot vaststelling van regels met betrekking tot ontslag en de transitievergoeding (de Ontslagregeling). Op grond van de Ontslagregeling dient een werkgever aannemelijk te maken dat er structureel arbeidsplaatsen vervallen door maatregelen die om bedrijfseconomische redenen nodig zijn voor een doelmatige bedrijfsuitvoering. Tevens dient voldaan te zijn aan het afspiegelingsbeginsel en tot slot, dient er geen mogelijkheid te zijn om de werknemer binnen een redelijke termijn (al dan niet met behulp van scholing) te herplaatsen in een andere passende functie binnen de onderneming. Zoals KwadrantGroep ook heeft aangevoerd, dient de kantonrechter het bestaan van een redelijke grond volledig en zelfstandig te toetsen en kan niet worden volstaan met het toetsen of het UWV tot een juist oordeel is gekomen. Als volgt wordt overwogen.

5.7.

Niet in geschil tussen partijen is dat KwadrantGroep voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de arbeidsplaats van [verweerster] wegens bedrijfseconomische redenen dient te vervallen en dat op juiste wijze is afgespiegeld. Wel verschillen partijen van mening of KwadrantGroep aan haar herplaatsingsverplichting heeft voldaan, met name nu zij de per 1 april 2018 vrijgekomen functie niet aan [verweerster] heeft aangeboden. Partijen zijn het er wel over eens dat de desbetreffende functie bij de receptie [X] in beginsel een passende functie voor [verweerster] zou zijn, ware het niet dat KwadrantGroep heeft besloten de aldus vrijgekomen formatie niet op te vullen. Als volgt wordt overwogen.

5.8.

Vooropgesteld wordt dat het een werkgever vrij staat om voor een bepaalde bedrijfsvoering en inrichting van zijn onderneming te kiezen, ook als dit tot verlies van arbeidsplaatsen leidt. Echter, als de werkgever in dit verband, na een positief advies door de OR, voor een reorganisatie als de onderhavige heeft gekozen, impliceert dit tegelijkertijd, naar het oordeel van de kantonrechter, uit hoofde van goed werkgeverschap (artikel 7:611 BW) een vorm van zelfbinding, in die zin dat werknemers gedurende een bepaalde periode niet behoeven te verwachten dat van de afspraken die consequenties hebben voor hun arbeidsplaats wordt afgeweken. Naar het oordeel van de kantonrechter 'bevriest' een werkgever dan gedurende enige tijd zijn beslissingsruimte als ondernemer door zichzelf te binden aan een reorganisatie. Hoe lang die periode duurt is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Uiteraard keert de vrije beslissingsruimte na een bepaalde tijd weer terug, of zelfs onmiddellijk in geval van een aperte (financiële) noodsituatie. Een dergelijke situatie is hier echter niet gesteld of gebleken.

5.9.

De herplaatsingsperiode van [verweerster] liep af op 1 april 2018. Per diezelfde datum kwam er een passende functie vrij voor [verweerster] . Zoals [verweerster] ter zitting ook heeft aangevoerd moet het derhalve al vóór dat tijdstip, dus op enig moment gedurende de herplaatsingsperiode van [verweerster] en in ieder geval ruim voor de datum van de ontslagaanvraag (12 juni 2018), voor KwadrantGroep bekend zijn geweest dat de bewuste functie vrij zou komen. Onder die omstandigheden had KwadrantGroep, naar het oordeel van de kantonrechter, [verweerster] de vacante functie moeten aanbieden en was herplaatsing binnen een redelijke termijn wel degelijk mogelijk. Gelet op het voorgaande kan het verweer van KwadrantGroep dat het slechts om een minimale afwijking ten opzichte van de in het reorganisatieplan vastgestelde formatie ging en dat flexibiliteit op dit punt inherent is aan de bewuste reorganisatie, haar niet baten. Voor zover KwadrantGroep heeft bedoeld dat zij door het algemene advies van de OR om helder en consistent te handelen bij de plaatsing en vacaturevervulling vrij baan had gekregen, wordt dit standpunt verworpen, nog daargelaten dat nog maar de vraag is of KwadrantGroep voornoemd advies heeft gevolgd, nu onweersproken door [verweerster] is gesteld dat zij niet is geïnformeerd over de (tijdelijke) vacatures die in haar herplaatsingsperiode zijn ontstaan. Dat de receptie van [X] met de huidige, beperkte formatie goed functioneert mag zo zijn, maar dat maakt het oordeel van de kantonrechter niet anders.

5.10.

Het bovenstaande leidt dan ook tot de vaststelling dat KwadrantGroep niet heeft voldaan aan de in artikel 7:669 lid 1 BW vastgestelde herplaatsingsplicht. De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:669 lid 1 jo lid 3, onderdeel a BW zal afwijzen.

5.11.

De proceskosten komen voor rekening van KwadrantGroep, omdat zij in het ongelijk wordt gesteld. Nu [verweerster] zonder gemachtigde procedeert en niet gesteld of gebleken is van onkosten aan haar zijde, worden de proceskosten aan de zijde van [verweerster] tot op heden vastgesteld op nihil.

5.12.

Hetgeen partijen voor het overige nog aan standpunten naar voren hebben gebracht, kan niet tot een ander oordeel leiden.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst het verzoek van KwadrantGroep tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst af;

6.2.

veroordeelt KwadrantGroep in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van [verweerster] vastgesteld op nihil.

Aldus gegeven te Leeuwarden en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2018 door

mr. T.K. Hoogslag, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.

c: 426.