Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:5350

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
19-12-2018
Datum publicatie
15-01-2019
Zaaknummer
C/18/184980 / JE RK 18-411
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Jeugdrecht. De GI stuurt de kinderrechter een brief met een actualisatie nodig om te kunnen beslissen op het verzoek een minderjarige voor de duur van een jaar gesloten te plaatsen. Ter zitting blijkt dat de brief niet door de jeugdwerkers is opgesteld, maar door een gedragswetenschapper en een stagiaire. Is de kinderrechter op het verkeerde been gezet? Maatstaf en gevolgen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2019-0025
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Groningen

zaakgegevens : C/18/184980 / JE RK 18-411

datum uitspraak: 19 december 2018

beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering, hierna te noemen de Gecertificeerde Instelling (GI), die is gevestigd in Groningen,

die betrekking heeft op

[minderjarige] geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , die hierna " [minderjarige] " wordt genoemd,

advocaat mr. G.I.T. Spaan, die kantoor houdt in Groningen.

De kinderrechter merkt als informant aan:

Familie [naam 1] , die hierna "de pleegouders" of "de grootouders",

die wonen in [woonplaats] .

Het (verdere) procesverloop

Het (verdere) procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

  • -

    de beschikking van de kinderrechter van 12 september 2018;

  • -

    het schrijven van de GI van 12 december 2018, ingekomen bij de griffie op 12 december 2018.

Op 19 december 2018 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

  • -

    de minderjarige [minderjarige] , bijgestaan door haar advocaat;

  • -

    de grootmoeder;

  • -

    de heer [naam 2] , namens de GI.

Opgeroepen en niet verschenen is:

- de grootvader.

De feiten

Bij beschikking van 18 december 2012 is [minderjarige] onder voogdij gesteld van Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering.

[minderjarige] verblijft bij Intermetzo.

Bij beschikking van 20 juni 2018 heeft de kinderrechter een machtiging gesloten jeugdhulp met betrekking tot [minderjarige] verleend tot 3 oktober 2018 en de beslissing op de langer verzochte duur aangehouden.

Bij beschikking van 12 september 2018 heeft de kinderrechter een machtiging gesloten jeugdhulp met betrekking tot [minderjarige] verleend tot 3 januari 2019 en de beslissing op de langer verzochte duur aangehouden.

Al hetgeen in de genoemde beschikkingen is overwogen en/of beslist wordt als hier herhaald en ingelast beschouwd.

Het verzoek

De GI heeft een machtiging verzocht om [minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van één jaar. De kinderrechter dient thans te beslissen over de periode van 3 januari 2019 tot 3 juli 2019.

Het standpunt van de GI

[minderjarige] lijkt de afgelopen periode iets weerbaarder ten opzichte van haar leeftijdgenoten te zijn geworden, maar blijft zeer beïnvloedbaar. Wanneer er onverwachtheden ontstaan, ontregelt [minderjarige] snel. Wel geeft [minderjarige] zelf aan wanneer ze een time-out wil. Met meer inzicht in haar eigen gedrag en iets meer mogelijkheden om haar emoties te reguleren, lijkt [minderjarige] (beter) in staat te zijn om te functioneren binnen meer vrijheden.

De GI is van mening dat het uiteindelijke perspectief van [minderjarige] dan ook in een open en kleinschalige setting ligt, waar zij zich, met haar beperkingen in haar emotieregulatie, geaccepteerd voelt. Een plaatsing in een open setting is echter thans nog niet aan de orde; [minderjarige] wordt met haar huidige problematiek en gedrag niet aangenomen binnen open settingen. Daarbij behoeft [minderjarige] een plek met veel structuur, toezicht, bijsturing van haar gedrag en een aangepast prikkelaanbod. Zolang een setting niet aan deze voorwaarden voldoet, zal een overplaatsing voor veel spanning en onrust zorgen, waar [minderjarige] moeilijk mee om kan gaan. Omdat de gesloten groep binnen Intermetzo momenteel een stabiele en veilige plek voor [minderjarige] is, waar de noodzakelijke behandelingen ingezet dan wel voortgezet kunnen worden, is de GI van mening dat deze plaatsing gecontinueerd dient te worden.

De GI handhaaft haar verzoek.

De GI overlegt ter zitting een brief van mevrouw [naam 3] , gedateerd op 19 december 2018. Die brief luidt, voor zover hier van belang:

Geachte heer mevrouw,

Op 12 december is er een brief aan u verstuurd met aanvullende informatie met betrekking tot het perspectief van [minderjarige]

Per abuis is de naam van [naam 4] onder aan de brief vermeld. In verband met ziekte van mevrouw [naam 5] zal mevrouw [naam 4] wel tijdelijk de zaak waarnemen.

Deze brief is samen met mevrouw [naam 6] , gedragswetenschapper, opgesteld.

Als toelichting op deze brief is verklaard dat de brief feitelijk is opgesteld door de gedragswetenschapper en een stagiaire in verband met de ziekte van [naam 5] (de eerste persoon namens wie die de brief van 12 december 2018 heeft ondertekend) en het gegeven dat [naam 4] (de tweede persoon namens wie de brief van 12 december 2018 is ondertekend) nog niet betrokken was geweest bij de zaak.

Het standpunt van [minderjarige] , bijgestaan door haar advocaat

De minderjarige [minderjarige] heeft, buiten aanwezigheid van de overige belanghebbenden, haar mening aan de kinderrechter kenbaar gemaakt. Door en namens [minderjarige] is aangevoerd, samengevat weergegeven, dat [minderjarige] heeft behoefte aan duidelijkheid over haar woon- en toekomstperspectief. Zij verblijft al geruime tijd in een gesloten instelling, maar door de vele wisselingen in gezinsvoogden, is er nog steeds geen concreet plan voor haar opgesteld. [minderjarige] wordt de dupe van externe factoren. Om de GI in de gelegenheid te stellen om alsnog met een concreet plan te komen, verzoekt [minderjarige] de kinderrechter om de zaak op korte termijn opnieuw op zitting te behandelen. Daarvoor bestaat ook aanleiding omdat aan de GI met haar brief van 12 december 2018 de kinderrechter onjuist heeft voorgelicht. Die brief is niet opgesteld door de personen die de brief volgens de GI hebben ondertekend, zodat ook niet de actuele werkelijke informatie beschikbaar is om op het verzoek te kunnen beslissen.

Het standpunt van de grootmoeder

De grootmoeder kan zich niet vinden in het verzoek van de GI. De gedragsdeskundige heeft eerder aangegeven dat [minderjarige] niet meer in geslotenheid hoefde te verblijven, waar de grootouders dan ook vanuit zijn gegaan. [minderjarige] is gebaat bij een kleine woonvorm, waar zij naast begeleiding ook behandeling kan krijgen. De grootouders zijn hier naarstig naar op zoek. Volgens de grootmoeder is de brief van 12 december 2018 feitelijk niet juist en wordt ten onrechte niet gekoerst op een voor [minderjarige] passend alternatief, als gevolg van de langdurige ziekte en afwezigheid van [naam 5] .

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.

De kinderrechter stelt vast dat hij onjuist en onvolledig is voorgelicht door de GI. Aan hem is, naar aanleiding van een daarop gericht verzoek gedaan bij de eerdere behandeling zaak, een brief door de GI gestuurd met actuele informatie over [minderjarige] . Die brief is, anders dan de GI door de ondertekening ervan heeft willen suggereren, niet door bij [minderjarige] betrokken jeugdbeschermers opgesteld, maar kennelijk door een gedragswetenschapper van de GI en een stagiaire. Kennelijk heeft dit intern bij de GI ertoe geleid dat tijdens de zitting een brief aan de kinderrechter diende te worden overhandigd. Uit die ter zitting overhandigde brief en daarop ter zitting gegeven toelichting, kan worden afgeleid dat in ieder geval een van de beide jeugdbeschermers namens wie de brief van 12 december 2018 is opgesteld, zich met de inhoud ervan niet kan verenigen en het de vraag is in hoeverre de andere jeugdbeschermer bij het opstellen van de brief betrokken is geweest.

In deze zaak staat te beoordelen of één van de meest ingrijpende jeugdbeschermingsmaatregelen moet worden genomen - de plaatsing voor de duur van een jaar van een minderjarig kind een gesloten instelling. De brief van 12 december 2018 is gericht op het nemen van die beslissing en is toegeschreven op het nemen van die maatregel.

Een kinderrechter moet blind kunnen vertrouwen op de informatie die een GI verstrekt. Die informatie moet juist en volledig zijn. Hier lijkt het aan te schorten in deze zaak. Het is daardoor de vraag of de GI in haar voorlichting aan de kinderrechter, gegeven in de brief van 12 december 2018, informatie heeft gegeven nodig om een verantwoord oordeel te kunnen vormen over hetgeen het belang van [minderjarige] vergt.

De kinderrechter twijfelt aan de inhoud van de brief en in het bijzonder of de GI heeft mogen menen zich met de uit haar onderzoek verkregen informatie een verantwoord oordeel te kunnen vormen over hetgeen het belang van [minderjarige] vergt (vgl. HR 19 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1976).

De kinderrechter acht het derhalve noodzakelijk dat de zaak op korte termijn opnieuw ter zitting zal worden behandeld, zodat er alsnog de benodigde duidelijkheid kan worden verkregen. Ter zitting zullen in ieder geval moeten verschijnen de personen die de brief van 12 december 2018 hebben opgesteld (kennelijk [naam 6] en [naam 7] ) en de bij [minderjarige] feitelijk betrokken jeugdbeschermers ( [naam 5] en [naam 4] ).

Omdat de huidige machtiging gesloten jeugdhulp van [minderjarige] op 2 januari 2019 zal verlopen, ziet de kinderrechter aanleiding om de machtiging - ter overbrugging - voor een beperkte duur te verlengen. De kinderrechter zal thans beslissen als na te melden.

De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging gesloten jeugdhulp voorlopig tot 1 maart 2019 betreffende de minderjarige [minderjarige];

houdt iedere verdere beslissing aan en bepaalt een voortzetting van de behandeling op woensdag 6 februari 2019 om 13:00 uur in één van de zalen van het gerechtsgebouw aan het Guyotplein 1 te Groningen;

bepaalt dat deze beschikking tevens een uitnodiging is om ter zitting aanwezig te zijn; een nadere oproep zal niet worden verzonden.

Deze beschikking is gegeven door mr. B.R. Tromp, kinderrechter, in tegenwoordigheid van M.M. van Rennes als griffier en in het openbaar uitgesproken op 21 december 2018.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden