Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:5324

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
20-12-2018
Datum publicatie
20-12-2018
Zaaknummer
18/670000-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

In mei 2014 is bij een schoolkorfbaltoernooi in Twijzel een dug-out ingestort, waarbij een kind is overleden en meerdere kinderen letsel hebben opgelopen. De verdachte is aangeklaagd voor dood door schuld en zwaar lichamelijk letsel door schuld.

De rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken. De rechtbank heeft geoordeeld dat een vereniging er in het algemeen zorg voor moet dragen dat haar voorzieningen (zoals een kleedkamer of dug-out) veilig gebruikt kunnen worden. Naar het oordeel van de rechtbank was voor de verdachte echter niet voorzienbaar dat de dug-out in dusdanige staat was dat zij er rekening mee moest houden dat de dug-out zou instorten. De rechtbank vond het van belang dat de vereniging geen professionele partij is maar een amateurvereniging, bestuurd door vrijwilligers zonder specifieke bouwkundige of juridische kennis. De rechtbank concludeert dat er geen sprake is van ‘schuld’ als bedoeld in de wet.

Deze beslissing over de strafrechtelijke aansprakelijkheid staat los van het feit dat het instorten van de dug-out ernstige en onherstelbare gevolgen voor de nabestaanden en slachtoffers heeft gehad en nog dagelijks heeft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2019/29
NBSTRAF 2019/86
NbSr 2019/86
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

Parketnummer: 18/670000-17

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 20 december 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

vestigingsadres [straatnaam] te [vestigingsplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 6 december 2018. De verdachte is verschenen in de persoon van haar vertegenwoordiger, gevolmachtigd bestuurslid [naam 1] .

De verdachte is bijgestaan door mr. T. van der Goot, advocaat te Leeuwarden. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. S.T.C van der Werf, officier van justitie.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

verdachte op of omstreeks 21 mei 2014 in de gemeente Achtkarspelen,

grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of nalatig

een veld van het [sportpark] aan de [straatnaam] te Twijzel, dat bij verdachte in gebruik was als voetbalveld, ter beschikking heeft gesteld, althans heeft toegelaten dat dit veld werd gebruikt, ten behoeve van een schoolkorfbaltoernooi waaraan ruim 900, althans een groot aantal, kinderen deelnamen, waaronder [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2004,

terwijl een op dat veld aanwezige en bij verdachte in gebruik zijnde dug-out - welke dug-out was uitgerust met een betonnen dakplaat en welke betonnen dakplaat steunde op gemetselde wanden - als gevolg van stormschade, althans mede als gevolg van stormschade en/of achterstallig onderhoud een of meer scheuren in de zijwand(en) vertoonde en/of waarvan in / van de zijwand(en) stenen waren afgebrokkeld, althans waren verdwenen / verwijderd en/of

instabiel was (geraakt), althans in bouwkundig slechte staat en/of in slechte staat van onderhoud verkeerde,

daarbij toen geen, althans onvoldoende, maatregelen heeft getroffen om te voorkomen dat een of meer van de aanwezige kinderen die onveilige, althans beschadigde, dug-out zouden kunnen betreden en/of het dak daarvan zouden kunnen beklimmen, waarna die betonnen dakplaat, nadat een of meer kinderen op het dak van die dug-out waren geklommen, in onbalans is geraakt en van de zijwanden is gekanteld en/of (vervolgens) op die [slachtoffer 1] terecht is gekomen, althans die [slachtoffer 1] heeft geraakt,

waardoor het aan verdachtes schuld te wijten is geweest dat genoemde [slachtoffer 1] zodanig letsel heeft bekomen, dat deze aan de gevolgen daarvan is overleden;

2.

verdachte op of omstreeks 21 mei 2014 in de gemeente Achtkarspelen,

grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of nalatig

een veld van het [sportpark] aan de [straatnaam] te Twijzel, dat bij verdachte in gebruik was als voetbalveld, ter beschikking heeft gesteld, althans heeft toegelaten dat dit veld werd gebruikt, ten behoeve van een schoolkorfbaltoernooi waaraan ruim 900, althans een groot aantal, kinderen deelnamen, waaronder [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2004 en/of [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum] 2003 en/of [slachtoffer 4] , geboren op [geboortedatum] 2004 en/of [slachtoffer 5] , geboren op [geboortedatum] 2007 en/of [slachtoffer 6] , geboren op [geboortedatum] 2003,

terwijl een op dat veld aanwezige en bij verdachte in gebruik zijnde dug-out - welke dug-out was uitgerust met een betonnen dakplaat en welke betonnen dakplaat steunde op gemetselde wanden - als gevolg van stormschade, althans mede als gevolg van stormschade en/of achterstallig onderhoud een of meer scheuren in de zijwand(en) vertoonde en/of waarvan in / van de zijwand(en) stenen waren afgebrokkeld, althans waren verdwenen / verwijderd en/of

instabiel was (geraakt), althans in bouwkundig slechte staat en/of in slechte staat van onderhoud verkeerde,

daarbij toen geen, althans onvoldoende, maatregelen heeft getroffen om te voorkomen dat een of meer van de aanwezige kinderen die onveilige, althans beschadigde, dug-out zouden kunnen betreden en/of het dak daarvan zouden kunnen beklimmen, waarna die betonnen dakplaat, nadat een of meer kinderen op het dak van die dug-out waren geklommen, in onbalans is geraakt en van de zijwanden is gekanteld en/of vervolgens op die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] en/of die [slachtoffer 6] terecht is gekomen, althans die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] en/of die [slachtoffer 6] heeft geraakt,

waardoor het aan verdachtes schuld te wijten is geweest dat genoemde [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] zwaar lichamelijk letsel hebben/heeft bekomen, te weten

- [slachtoffer 2] een spiraal fractuur van / aan zijn rechter scheenbeen, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van zijn (toekomstige) ambts- of beroepsbezigheden is ontstaan en/of

- [slachtoffer 3] een kneuzing van de linker enkel en/of (klachten passend bij) een post-traumatisch stress syndroom, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van haar (toekomstige) ambts- of beroepsbezigheden is ontstaan en/of

- [slachtoffer 4] blauwe plekken en/of lichte kneuzingen en/of (klachten passend bij) een post-traumatisch stress syndroom, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van haar (toekomstige) ambts- of beroepsbezigheden is ontstaan en/of

- [slachtoffer 5] een epiduraal haematoom rechts en/of een breuk in het rechter slaapbeen en/of een asymmetrisch gelaat, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van haar (toekomstige) ambts- of beroepsbezigheden is ontstaan en/of

- [slachtoffer 6] licht traumatisch schedelhersen-letsel en/of een kneuzing van de rug en/of een paniekstoornis (met agorafobie) en/of (klachten passend bij) een post-traumatisch stress syndroom, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van zijn (toekomstige) ambts- of beroepsbezigheden is ontstaan.

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de onder 1 ten laste gelegde dood door schuld wettig en overtuigend te bewijzen, alsmede het onder 2 ten laste gelegde voor wat betreft [slachtoffer 5] . Ten aanzien van [slachtoffer 6] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] acht de officier van justitie geen zwaar lichamelijk letsel aanwezig. De fysieke letsels zijn daarvoor niet voldoende ernstig van aard. Het door hen opgelopen psychisch letsel, waaronder PTSS, kan niet als (zwaar) lichamelijk letsel worden aangemerkt volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad en kan dus niet tot een bewezenverklaring leiden.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat op 28 oktober 2013 als gevolg van een storm een scheur is ontstaan in de linker zijwand van de later ingestorte dug-out. Uit rapporten van TNO blijkt dat in de periode tussen de storm (28 oktober 2013) en het instorten van de dug-out (21 mei 2014) stenen uit de linker zijwand zijn geraakt, waardoor de draagkracht van de zijwand verder negatief werd beïnvloed. Er zijn geen kenmerken aangetroffen die duiden op een reparatie van de scheur. Dit duidt op een tekortkoming in de staat van onderhoud van de dug-out. De belastbaarheid van het dak van de dug-out is door de scheur en de ontbrekende stenen dermate verminderd dat, toen zich zes kinderen aan de voorzijde op de dakplaat van de dug-out bevonden, de dakplaat in onbalans is geraakt. Als gevolg van deze onbalans is de dakplaat van de zijwanden gekanteld en terechtgekomen op een aantal kinderen, waaronder [slachtoffer 1] en [slachtoffer 5] . Als gevolg hiervan is [slachtoffer 1] overleden en heeft [slachtoffer 5] zwaar lichamelijk letsel bekomen.

Verdachte was bekend met de door de storm veroorzaakte scheur in de linker zijwand. Dat blijkt uit de melding die zij op 5 november 2013 hiervan heeft gemaakt bij de gemeente Achtkarspelen (verder: de gemeente) en voorts uit de notulen van de bestuursvergadering op 18 november 2013. Op deze bestuursvergadering is de vraag gesteld wie de dug-out gaat repareren en is opgemerkt dat er zal worden geïnformeerd wat er moet gebeuren. Een aantal mannen hebben na deze vergadering de dug-out geïnspecteerd door aan de dakplaat te duwen, trekken en wrikken. Verdachte was ook op de hoogte van het inspectierapport van de KNVB van 19 februari 2014, waarin werd geadviseerd om de dug-out te herstellen.

Verdachte heeft na 28 oktober 2013 echter geen inspanningen verricht om de schade aan de dug-out te herstellen of om de veiligheid van de gebruikers van de dug-out op andere wijze te garanderen. Gelet op de zichtbare omvang van de scheur in de linker zijwand had verdachte de dug-out periodiek moeten inspecteren. Dit is niet gebeurd.

Verdachte heeft een grotere verantwoordelijkheid dan de gemiddelde persoon, omdat zij een sportaccommodatie professioneel ter beschikking heeft gesteld aan een andere vereniging. Door op geen enkele manier maatregelen te treffen om het veiligheidsrisico te beperken heeft verdachte een fout gemaakt die te duiden is als schuld in de zin van aanmerkelijke onvoorzichtigheid, onoplettendheid en nalatigheid.

Deze strafrechtelijke gedragingen kunnen redelijkerwijs aan verdachte worden toegerekend. De dug-out is immers door verdachte gebouwd. Verdachte heeft zich altijd gedragen als eigenaar van de dug-out en heeft hieraan onderhoud verricht, zodat ook het controleren van de veiligheid onder haar verantwoordelijkheid valt.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van feit 1 en 2 wordt veroordeeld tot een geldboete van € 10.000,00, waarvan € 5.000,00 voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten bepleit, aangezien er geen sprake is van schuld. Uit de ernst van de gevolgen van een feit mag niet achteraf worden afgeleid dat sprake is geweest van een aanmerkelijke mate van onvoorzichtigheid en/of nalatigheid. De bestuursleden van verdachte wisten niet en konden niet weten van de ontbrekende stenen in de zijwanden. Zij waren enkel bekend met de scheur in de linker zijwand, die was ontstaan op 28 oktober 2013. Het was niet voorzienbaar dat als gevolg van deze scheur nadien de draagkracht van de dakplaat als gevolg van het verdwijnen van een aantal stenen zodanig zou verminderen dat er nog geen zes kinderen op konden zitten.

De verdediging acht de rollen van de gemeente, de korfbalvereniging [naam 2] en de organisatie van het schoolkorfbaltoernooi relevant voor de beoordeling van de schuldvraag. De gemeente is eigenaar van de dug-outs. Voor schade als gevolg van gebreken aan de dug-out is zij dus civielrechtelijk aansprakelijk. Als eigenaar/verhuurder rustte op de gemeente voorts een verplichting tot deugdelijk onderhoud. Deze rustte niet op verdachte in haar hoedanigheid van huurder. Dit volgt ook uit de huurovereenkomst tussen verdachte en de gemeente in 1995.

Anders dan ten laste is gelegd, heeft verdachte niet expliciet het terrein ter beschikking gesteld, want de gemeente heeft toestemming gegeven voor het schoolkorfbaltoernooi. Verder blijkt niet dat de gemeente, de korfbalvereniging of de organisatie van het schoolkorfbaltoernooi de dug-out heeft geïnspecteerd. Ook was niemand namens verdachte tijdens het schoolkorfbaltoernooi op het terrein aanwezig.

Uit de TNO-rapporten kan niet worden afgeleid dat verdachte wist dat de dug-out in een dermate slechte bouwkundige staat verkeerde dat gevaar bestond voor instorting. De maximale belastbaarheid van de dakplaat was normaliter toereikend om het gewicht van de zes kinderen te dragen; dit was zelfs het geval bij het ontbreken van stenen in de zijwand.

Uit het onderzoek met betrekking tot de reconstructie van de dug-out na instorting, in combinatie met de verklaringen van getuigen, kan niet met voldoende zekerheid worden afgeleid dat er stenen uit de zijwand ontbraken op het moment van het ter beschikking stellen van het terrein voor het korfbaltoernooi.

Verder zijn de berekeningen van TNO uitgevoerd in de voor verdachte meest negatieve zin, aangezien geen rekening is gehouden met de trek- en hechtsterkte van de specie die de dakplaat met de zij- en achterwanden van de dug-out verbond.

Gelet op de activiteiten van verdachte en haar gebrek aan juridische kennis en bouwkundige ervaring rustte op haar geen extra zorgplicht. Zelfs als een extra zorgplicht zou worden aangenomen, waren de gevolgen voor verdachte niet voorzienbaar.

Ten aanzien van feit 2 is voorts aangevoerd dat bij [slachtoffer 6] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] geen sprake is van zwaar lichamelijk letsel. Evenmin is bij hen sprake geweest van tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van hun “ambts- of beroepsbezigheden” zoals omschreven in artikel 308 Sr. Het missen van lessen op school is niet als zodanig aan te merken.

Het oordeel van de rechtbank

Woensdag 21 mei 2014

Op woensdagmiddag 21 mei 2014 is door korfbalvereniging [naam 2] (verder: [naam 2] ) uit Twijzel het jaarlijkse schoolkorfbaltoernooi georganiseerd op de locatie [sportpark] aan de [straatnaam] te Twijzel (gemeente Achtkarspelen). Het terrein is in gebruik bij verdachte en bij [naam 2] . Tweeëntwintig basisscholen namen deel aan dit schoolkorfbaltoernooi met in totaal 994 kinderen.

Het [sportpark] bestaat uit een voetbalveld, een korfbalveld en een trainingsveld. Het voetbalveld was op deze dag door verdachte ter beschikking gesteld aan [naam 2] ten behoeve van het schoolkorfbaltoernooi. Voor dit toernooi waren op het voetbal- en korfbalveld in totaal 16 korfbalspeelvelden gemaakt. Aan de rand van het voetbalveld stonden twee dug-outs: één voor gasten en één voor de thuisploeg. De dug-outs waren opgetrokken uit baksteen met daarop een betonnen dakplaat. De dakplaat had een afmeting van 10 centimeter dik, 3,2 meter lang en 1,5 meter breed. De dakplaat rustte op de achtermuur en de beide zijmuren. De zijmuren waren deels opgetrokken als een omgekeerde halve trapgevel. De binnenzijde van de dug-out was tot ongeveer een halve meter onder het maaiveld verlaagd.

Omstreeks 15.18 uur vernamen verbalisanten van de meldkamer Noord-Nederland dat er op het [sportpark] een dug-out was ingestort, waarbij meerdere kinderen gewond waren geraakt.

Ter plaatse bleek de dug-out van de thuisploeg te zijn ingestort. Op het moment van instorten zaten zes kinderen op de dakplaat van de dug-out: [slachtoffer 1] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] .

De getuigen [getuige 1] en [getuige 2] hebben het instorten van de dug-out gezien. Uit hun verklaringen blijkt dat er kinderen op de dakplaat van de dug-out zaten. De dakplaat van de dug-out stortte vervolgens naar beneden. De dakplaat viel eerst op de zijkant en is daarna voorover geklapt en op kinderen gevallen. De dakplaat is door meerdere omstanders opgetild om kinderen onder de dakplaat vandaan te halen.

[slachtoffer 1] is onder de dakplaat bekneld geraakt. Zij had een bloedende hoofdwond en werd gereanimeerd. Per helikopter is zij later naar het ziekenhuis UMCG in Groningen vervoerd, waar zij diezelfde dag is overleden aan de gevolgen van inwendige letsels aan haar hoofd, borstkas en buik.

[slachtoffer 5] is kortdurend bekneld geweest onder de dakplaat met haar hoofd en borstkast. Als gevolg hiervan heeft zij een epiduraal haematoom (een bloeduitstorting tussen het harde hersenvlies en het schedelbot) met enige massawerking uit arteria menigea media (een slagader in het hoofd) en een breuk in het rechter slaapbeen opgelopen. De bloeding was een spoedindicatie voor het openen van de schedel en het ontlasten van de bloeding, aangezien de hersenen verdrukt werden. Op 29 mei 2014 is zij uit het ziekenhuis ontslagen. Later bleek dat zij een asymmetrisch gelaat opgelopen heeft. Voorts bleek dat zij psychische klachten heeft, waarna een posttraumatische stress stoornis (verder: PTSS) werd geconstateerd. Zij heeft een verminderde psychische en emotionele belastbaarheid.

Ook [slachtoffer 6] , de broer van [slachtoffer 5] , heeft fysiek letsel opgelopen. Hij heeft verklaard dat hij kort onder de dakplaat heeft gelegen. Bij hem werd een licht traumatisch schedelhersenletsel en een kneuzing van de rug geconstateerd. Op 22 mei 2014 is hij uit het ziekenhuis ontslagen. Later is PTSS en een paniekstoornis bij hem vastgesteld.

De dakplaat van de dug-out heeft [slachtoffer 2] op zijn been geraakt. Daardoor is een spiraalfractuur van zijn rechter scheenbeen ontstaan. Na zes weken gips is de breuk genezen en er is geen blijvend letsel. Het instorten van de dug-out heeft ook bij [slachtoffer 2] effect gehad op zijn psychisch functioneren, maar volledig herstel zou zijn opgetreden.

[slachtoffer 4] heeft fysiek letsel opgelopen, te weten blauwe plekken en lichte kneuzingen. Nadien bleek verder van forse psychische klachten. Volgens de huisarts is ook bij haar sprake van PTSS.

Uit zowel de verklaring van [slachtoffer 3] als van [slachtoffer 2] blijkt dat [slachtoffer 3] van de dakplaat van de dug-out is gesprongen op het moment dat deze naar voren is gekanteld. Zij is hierdoor als enige niet onder de dakplaat van de dug-out terecht gekomen. Uit de letselrapportage blijkt dat zij een gekneusde linker enkel heeft opgelopen. Daarnaast is bij haar PTSS geconstateerd, maar inmiddels zijn er geen psychische klachten meer.

De dug-out

Uit het dossier blijkt dat op 28 oktober 2013 een tak op de ingestorte dug-out is gevallen als gevolg van een storm. Hierdoor is schade ontstaan, namelijk een scheur in de zijmuur van de dug-out. Kort na het constateren van de schade is een foto, te weten foto [07], van de schade gemaakt door [naam 3] , bestuurslid van verdachte. Deze foto [07] is op 5 november 2013 bijgevoegd bij een digitale schademelding aan de gemeente. In het schadeformulier is opgemerkt dat de dug-out ‘flink beschadigd is’. Ook is in het formulier opgegeven dat er geen direct gevaar voor mens of dier bestaat.

Uit het dossier valt af te leiden dat het sportcomplex waarop de dug-out staat eigendom is van de gemeente. De gemeente is daarom door natrekking eigenaar van de dug-outs. In 1995 hebben verdachte en de gemeente afspraken gemaakt over het sportcomplex. Verdachte huurt van de gemeente voetbalvelden en accommodaties. Onderdeel van deze afspraken is voorts dat het onderhoud van de kleedgebouwen werd overgedragen aan de sportverenigingen, waaronder verdachte. Over de sportterreinen is destijds afgesproken dat het cultuurtechnisch onderhoud bij de gemeente blijft en dat de gemeente ook zorg draagt voor ‘het resterend (buiten)onderhoud, zoals doelen, (netten)ballenvangers, toegangshekken, veldafrastering, trainingsverlichting (incl. masten)’. De dug-outs zijn niet expliciet benoemd in deze afspraken.

Gelet op de hierboven geschetste verhoudingen ziet de rechtbank geen grond voor de veronderstelling dat op verdachte een onderhoudsplicht rustte ten aanzien van de dug-outs. Partijen lijken zich destijds van hun posities niet altijd in volle omvang bewust te zijn geweest: vóór het ontstaan van de stormschade hebben leden van verdachte een muurtje aan de voorzijde van de dug-outs deels opnieuw opgemetseld, waarmee zij - onverplicht - groot onderhoud aan de dug-outs hebben verricht. Voorts heeft de gemeente de claim van verdachte voor stormschade aan de dug-out op 7 november 2013 afgewezen. Zij heeft daarbij gesteld dat zij als eigenaar van de boom/tak die op de dug-out is gevallen, in beginsel aansprakelijk is, maar dat in dit geval sprake was van overmacht. Dat de verplichting tot (groot) onderhoud en dus ook tot herstel van schade aan de dug-out mogelijk op de gemeente rust, is destijds kennelijk noch door de gemeente noch door verdachte onder ogen gezien.

De notulen van de bestuursvergadering op 18 november 2013 vermelden, voor zover van belang, het volgende. ‘Gemeente heeft een dossier gestuurd om daar mee aan te tonen dat zij niet aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de schade [die, toevoeging rechtbank] is ontstaan aan de dug-out (tijdens de herfststorm is hier een eik op gevallen en is het metselwerk + dakplaat gescheurd). (…) Tevens de vraag wie gaat nou de dug-out repareren. [naam 4] [ [naam 4] , toevoeging rechtbank] gaat hier en daar informeren wat er precies aan moet gebeuren en wat we daar zelf aan kunnen doen.’

Twee bestuursleden van verdachte, te weten [naam 4] en [naam 1] , hebben verklaard dat zij na deze bestuursvergadering met elkaar en met anderen de dug-out hebben geïnspecteerd. Zij hebben daartoe aan de voorzijde van de dakplaat gehangen/gewrikt/getrokken om te kijken of er beweging in de dakplaat te krijgen was, maar dat was niet het geval. Uit deze inspectie hebben zij geconcludeerd dat de dug-out veilig was. Het is onduidelijk gebleven met wie de bestuursleden deze inspectie hebben verricht. Uit hun verklaringen kan afgeleid worden dat er minstens twee en ten hoogste vijf personen hebben meegedaan aan de inspectie aan de dug-out.

Het gehele bestuur van verdachte heeft verklaard te weten van de scheur in de linker zijwand van de dug-out. De bestuursleden hebben dit, met uitzondering van [naam 5] en [naam 6] , zelf waargenomen.

Op enig moment tussen het nemen van bovengenoemde foto [07] en het ongeval zijn meerdere stenen uit de linker zijwand verwijderd geraakt. Een deel daarvan is later achter de dug-out aangetroffen. Alle bestuursleden verklaren dat zij niet wisten dat er stenen uit de linker zijwand van de dug-out ontbraken.

In een proces-verbaal van bevindingen is geverbaliseerd dat [naam 1] op 7 juni 2014 heeft verklaard over de ontbrekende stenen: ‘Ik heb gehoord dat er 3 stenen uit de trapgevel misten.’ In zijn overige verklaringen heeft [naam 1] steeds met klem verklaard dat hij wel wist van de scheur in de linker zijwand van de dug-out maar dat hij niet wist van ontbrekende stenen uit de linker zijwand.

De rechtbank begrijpt de hiervoor weergegeven verklaring van [naam 1] aldus dat hij pas na het ongeval heeft gehoord van de ontbrekende stenen in de zijwand.

[naam 7] heeft op 19 februari 2014 namens de KNVB een zogeheten ‘accommodatiecheck’ uitgevoerd. Hij heeft geconstateerd dat een dug-out scheuren in het dak heeft en heeft verdachte geadviseerd die beschadigde dug-out te herstellen. Hij heeft nadien verklaard dat deze opmerking over de dug-out niet van bouwkundige aard was. Hij heeft verklaard geen scheuren in de muren van de dug-outs te hebben gezien en heeft ook geen (losse) stenen achter de dug-out zien liggen. Hij heeft verklaard rondom beide dug-outs te zijn gelopen om de dug-outs visueel te inspecteren. De rechtbank stelt vast dat [naam 7] na zijn visuele inspectie van de dug-out geen gevaarlijke situatie heeft gerapporteerd.

Uit de verklaringen van leden van [naam 2] en vrijwilligers bij het schoolkorfbaltoernooi blijkt dat zij voorafgaand aan het toernooi niet op de hoogte waren van de stormschade aan en mogelijke onveiligheid van de dug-out. Verdachte heeft aan hen niet een dergelijke melding gedaan.

[getuige 3] , een buurtbewoonster die even ging kijken bij het korfbaltoernooi, heeft in 2014 meerdere verklaringen afgelegd en in 2017 nogmaals. Zij heeft verklaard dat het haar bekend was dat er een scheur in de zijkant van de dug-out was ontstaan door stormschade. Zij heeft ook verklaard dat zij heeft gezien dat er stenen uit de zijwand ontbraken. Zij heeft op de dag van het toernooi meermalen kinderen van de bewuste dug-out gestuurd. Aan volwassenen die op de tribune zaten, heeft zij gezegd dat de dug-out niet veilig was. Ook heeft zij bij meerdere mensen en de organisatie van het korfbaltoernooi gemeld dat kinderen niet op de dug-out moesten staan, omdat dit niet verantwoord was. Zij kreeg die middag het gevoel dat zij moest waarschuwen. Zij heeft verklaard dat ze haar zorgen niet heeft gemeld aan verdachte. Zij heeft op 30 november 2017 verklaard dat zij destijds nooit heeft gedacht dat de dug-out zou kunnen instorten.

[getuige 4] , die namens de gemeente onderhoud aan de sportvelden verzorgde en wekelijks op het sportcomplex kwam, heeft, voor zover van belang, als volgt verklaard. Na de storm in oktober 2013 keek hij bij de dug-out en zag hij dat er uit de linker zijwand van de dug-out een stuk steen miste. Ook zat er een scheur in de linker zijwand of de achtermuur. De rechtbank stelt vast dat uit zijn verklaring niet blijkt dat hij het ontbreken van een of meerdere stenen bij verdachte heeft gemeld. Niet blijkt dat [getuige 4] de dug-out als onveilig heeft beoordeeld en dat hij dit aan verdachte heeft gemeld.

[getuige 5] , timmerman van beroep, lid van verdachte en leider van een elftal van verdachte, heeft verklaard dat er in de regel geen onderhoud gepleegd hoeft te worden aan een dug-out, omdat die van steen en beton is. In mei 2014 heeft hij voor het laatst gebruik gemaakt van de ingestorte dug-out. Hij heeft de scheur in de linker zijwand van de dug-out waargenomen, maar had niet gedacht dat de dug-out daardoor gevaarlijk kon zijn. In zijn ogen was de dug-out veilig, omdat het gewicht van de dakplaat wordt verdeeld over de gehele dug-out. Hij heeft niet gezien dat er stenen uit de linker zijwand ontbraken.

Samenvattend stelt de rechtbank vast dat meerdere getuigen de scheur in de zijwand hebben gezien, en dat geen van hen daarin (groot) gevaar zag of daarin aanleiding heeft gezien verdachte daarvan op de hoogte te brengen.

De rechtbank komt tot de conclusie dat niet bewezen kan worden dat (het bestuur van) verdachte op enig moment vóór 21 mei 2014 op de hoogte was van de omstandigheid dat, na het ontstaan van de scheur in de linkerzijwand van de dug-out, meerdere stenen uit die wand verwijderd zijn geraakt.

Het TNO-onderzoek

Ir. H. Borsje (verder: de deskundige), senior scientist van TNO, heeft onderzoek naar de toedracht gedaan. De deskundige heeft de dug-out gereconstrueerd. Tijdens de reconstructie is gebleken dat een deel van de stenen, die de zogenaamde halve omgekeerde trapgevels hadden gevormd onder het dak, niet tussen de omgevallen muren lag. Het merendeel van deze ontbrekende stenen is achter de dug-out aangetroffen; deze zijn door de deskundige gemarkeerd met letters A t/m M. Onder deze stenen was nagenoeg geen begroeiing aanwezig, de stenen waren wel deels overgroeid, en deze stenen waren donkerder van kleur dan de stenen van de dug-out zelf. Achter de andere dug-out zijn ook twee stenen aangetroffen en gemarkeerd.

Anders dan door de verdediging is bepleit, heeft de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de door de deskundige uitgevoerde reconstructie. Dat leidt de rechtbank met name af uit de met A gemarkeerde steen, die achter de dug-out is aangetroffen. Deze steen heeft een duidelijke punt aan de onderzijde van de steen, en uit de reconstructie blijkt evident dat deze steen uit de linker zijwand van de ingestorte dug-out afkomstig is, hetgeen ook past bij de waarneming van de scheur zoals blijkt op de foto gemaakt door [naam 3] (aangeduid als foto [07]).

In zijn rapport van 4 augustus 2014 heeft de deskundige, samengevat, als volgt geconcludeerd.

De feitelijke, technische oorzaak van het vallen van de dakplaat van de dug-out is dat de dakplaat in onbalans is geraakt en van de ondersteunende zijwanden is gekanteld. De onbalans is vrijwel zeker veroorzaakt door een belasting op het voorste deel van de dakplaat. Deze belasting kan veroorzaakt zijn door de aanwezigheid van kinderen op de dakplaat.

Voorafgaand aan het omlaag komen van de dakplaat ontbraken onderdelen van de zijwanden. Als gevolg van het ontbreken van deze onderdelen was een deel van de ondersteuning van de dakplaat niet meer effectief. Daardoor was het draagvermogen van de dakplaat minder dan in de oorspronkelijke situatie. De ontbrekende onderdelen van de zijwanden zijn vrijwel zeker bij een eerdere overbelasting van de dakplaat uitgebroken. Deze schade was ten tijde van het ongeval niet hersteld. Dit houdt in dat er sprake was van tekortkomingen in de bouwkundige staat van de dug-out en in de staat van onderhoud van de dug-out.

Als gevolg van de beschadigingen aan het metselwerk van de zijwanden onder de dakplaat, is de kantellijn van de dakplaat, die zich aanvankelijk dicht bij de voorzijde van de dakplaat bevond, opgeschoven in de richting van het zwaartepunt van de dakplaat. Als gevolg van deze verschuiving van de kantellijn was er sprake van een afname van de belastbaarheid van het voorste deel van de dakplaat. Uit een indicatieve berekening volgt dat een belasting van circa 255 kilogram op de voorrand van de dakplaat voldoende was om het evenwicht in de dakplaat verloren te laten gaan en de dakplaat in onbalans te brengen. Daarbij is uitgegaan van de situatie waarin de stenen die achter de dug-out zijn aangetroffen, reeds ontbraken.

Buiten de specifieke conclusies ten aanzien van de ingestorte dug-out heeft de deskundige ook onderzoek gedaan naar de naastgelegen, niet ingestorte dug-out. Uit een indicatieve berekening van die dug-out volgt dat vanaf een belasting van 340 kilogram op de voorrand van de dakplaat, het evenwicht in de dakplaat verloren gaat, waardoor de dakplaat in onbalans raakt. Verder is gebleken dat in de zijwand van die, niet ingestorte, dug-out sprake is van scheurvorming, die hoogstwaarschijnlijk is ontstaan door belasting op de dakplaat. Bij toekomstige belastingen op die dakplaat is er een reële kans op doorgroeien van de scheuren, waardoor de belastbaarheid van de voorrand van de dakplaat uiteindelijk afneemt tot circa 68 kilogram. Dit is dusdanig kritisch dat ook die dug-out niet in de beschreven toestand gehandhaafd kon blijven.

De verwachting was dat in Nederland meer vergelijkbare typen dug-outs langs sportvelden staan, met eveneens een relatief geringe belastbaarheid van de dakplaat. In de rapportage is geadviseerd om dit kenbaar te maken aan sportverenigingen en aan gemeenten in Nederland, teneinde eventueel aanwezige veiligheidsrisico’s op andere locaties op te heffen.

De deskundige heeft op 29 september 2014 een aanvullend rapport opgesteld. De deskundige had op dat moment de beschikking gekregen over voornoemde foto [07].

Op basis van foto [07] is door de deskundige aanvullend geconcludeerd dat op 28 oktober 2013 stormschade is ontstaan, die kan worden toegeschreven aan overbelasting van de dakplaat door het vallen van de tak op de dug-out. Uit foto [07] blijkt immers dat de stormschade heeft geresulteerd in een scheur in het metselwerk aan de linker zijwand. Als gevolg van deze scheur was er geen hechting meer tussen de delen van het metselwerk aan beide zijden van de scheur. Daardoor was de weerstand tegen het kantelen van de dakplaat minder dan in de situatie met hechting. Er zijn geen kenmerken aangetroffen die duiden op reparatie van deze scheur. Dit duidt op een tekortkoming in de staat van onderhoud van de dug-out.

Uit foto [07] volgt dat de ‘ontbrekende delen’ van de linker zijwand nog aanwezig waren ten tijde van het nemen van deze foto. Ten aanzien van de ontbrekende delen van de rechter zijwand geldt dat het aannemelijk is dat deze ten tijde van de melding van de stormschade ook nog in de zijwand aanwezig waren. Deze delen zijn dus pas na de storm uit de linker en de rechter zijwand geraakt, hetgeen vrijwel zeker is ontstaan door één van de volgende twee mogelijkheden:

1) Er is na het maken van de foto sprake geweest van een belasting op de dakplaat, waardoor de brokstukken alsnog zijn uitgebroken. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan personen die op de dakplaat zijn geklommen of aan personen die aan de voorrand hebben gehangen;

2) De brokstukken zijn door mensenhanden verwijderd, omdat deze dusdanig losgeraakt waren dat er gevaar bestond voor het omlaag komen van die brokstukken.

Voorts is geconcludeerd dat de storm dus niet direct heeft geresulteerd in het vrijkomen van elementen uit de linker- en rechter zijwand.

De storm is indirect verantwoordelijk geweest voor het ontbreken van elementen uit de linker zijwand. Uit foto [07] volgt dat de stormschade heeft geresulteerd in het grotendeels losraken van de brokstukken A, D en I, waardoor deze brokstukken in een later stadium relatief eenvoudig uit de wand konden vrijkomen op één van de twee hiervoor genoemde mogelijkheden.

De stormschade heeft een negatieve invloed gehad op de belastbaarheid van het dak van de dug-out. Het deel van het metselwerk van de linker zijwand, dat is meegekanteld met de dakplaat, was niet meer gehecht aan het eronder gesitueerde metselwerk. Als gevolg van het ontbreken van die hechting was de weerstand tegen het kantelen van de dakplaat minder dan in de situatie met hechting.

De rechtbank heeft geen aanleiding om te twijfelen aan de conclusies van de deskundige. Ook uit de hiervoor genoemde getuigenverklaring blijkt dat er vóór 21 mei 2014 is geconstateerd dat er stenen uit de linker zijwand van de dug-out ontbraken.

De rechtbank gaat er dan ook van uit dat de scheur en de daarop uit de linker zijwand losgeraakte stenen, in combinatie met de zes kinderen die zich op de voorzijde van de dakplaat hebben bevonden, heeft geleid tot het kantelen van de dakplaat en daarmee tot het ongeval.

Culpa

Volgens vaste jurisprudentie gaat het bij schuld in de zin van dood en zwaar lichamelijk letsel door schuld (artikelen 307 en 308 van het Wetboek van Strafrecht) om een min of meer grove of aanmerkelijke schuld. De dader moest anders handelen (verwijtbaarheid) en kon ook anders handelen (vermijdbaarheid). Of sprake is van schuld in deze zin, wordt bepaald door de manier waarop dit in de tenlastelegging nader is geconcretiseerd en is voorts afhankelijk van het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval.

Er kan sprake zijn van een bijzondere hoedanigheid van degene aan wie het schuldverwijt wordt gemaakt. Deze ‘Garantenstellung’ houdt in dat op bepaalde personen in een specifieke hoedanigheid een grotere mate van verantwoordelijkheid rust, waarbij het handelen in het specifieke geval wordt afgezet tegen dat van een redelijk handelend en redelijk bekwaam beroepsgenoot.

Uit de ernst van de gevolgen kan niet worden afgeleid dat sprake is van schuld. Wel kan het zo zijn dat in situaties met mogelijkerwijs ernstige gevolgen een hogere graad van zorgvuldigheid verlangd wordt dan bij min of meer onschuldige gedragingen en situaties.

Verder is voor schuld vereist dat tussen de gemaakte fout en de dood/zwaar lichamelijk letsel voldoende oorzakelijk verband (causaliteit) bestaat en dat het gevolg voldoende voorzienbaar was.

Aan verdachte wordt ‘dood door schuld’ en ‘zwaar lichamelijk letsel door schuld’ verweten. De schuld bestaat volgens de tenlastelegging in het niet of onvoldoende treffen van maatregelen om te voorkomen dat een of meer kinderen een onveilige/beschadigde dug-out zouden betreden en/of op het dak ervan konden klimmen.

Bij de beoordeling van de vraag of verdachte schuld heeft aan het instorten van de dug-out ziet de rechtbank zich voor de volgende vragen gesteld:

  1. Is sprake van een fout?

  2. Is er een oorzakelijk verband tussen de fout en de gevolgen daarvan?

  3. Is er sprake van schuld?

Ad 1) Is er sprake van een fout?

Vooropgesteld moet worden dat de gemeente eigenaar is van het voetbalveld en, door natrekking, ook eigenaar is van de dug-outs. In die hoedanigheid is zij in beginsel civielrechtelijk aansprakelijk voor schade als gevolg van gebreken aan de dug-outs. De rechtbank heeft vernomen dat de gemeente die aansprakelijkheid voor de schade ten gevolge van het ongeval heeft erkend en die schade zal vergoeden. Zoals hiervoor is overwogen, heeft de rechtbank niet kunnen vaststellen dat op verdachte een verplichting tot (groot) onderhoud rustte ten aanzien van de dug-out.

Dit laat onverlet dat verdachte als huurder en gebruiker van de dug-out een eigen zorgplicht heeft, namelijk het zorgdragen dat een door haar aan een ander ter beschikking gestelde zaak deugdelijk is en dus geen gevaar of letsel veroorzaakt bij het gebruik daarvan. De rechtbank is, anders dan de verdediging, van oordeel dat verdachte het sportterrein ter beschikking heeft gesteld ten behoeve van het schoolkorfbaltoernooi. Verdachte heeft immers als huurder/gebruiker het sportterrein kort voor 21 mei 2014 feitelijk gereed gemaakt voor gebruik door [naam 2] voor het schoolkorfbaltoernooi, door onder meer losse zaken zoals goals en netten op te ruimen en bijeen te binden.

De rechtbank wijst erop dat voor verdachte – in haar relatie tot de KNVB en met het oog op een ordentelijk en veilig verloop van de voetbalcompetitie – kwalititeitsnormen gelden die ook betrekking hebben op dug-outs. De KNVB-kwaliteitsnormen 2014 vermelden, voor zover van belang: ‘Normen. Er mogen geen personen op de dug-outs plaatsnemen. (…) Advies. De constructie mag noch voor spelers in het veld noch voor de inzittenden gevaar opleveren. Het is verstandig om speciale aandacht te besteden aan de ondersteuning van de dakconstructie en de bevestiging aan de onderbouw. (…) Verder moet de constructie voldoen aan de gemeentelijke bouwvoorschriften.’

Dat deze KNVB-kwaliteitsnormen verder gaan dan de algemene zorgplicht dat een bouwwerk (zoals de dug-out) voldoende deugdelijk moet zijn bij het ter beschikking stellen daarvan, acht de rechtbank niet aannemelijk geworden.

Verdachte heeft genoemde zorgplicht geschonden. Vastgesteld is dat de dug-out ondeugdelijk was, in die zin dat, als gevolg van de scheur en de ontbrekende stenen in de zijwand, een kleine onbalans de dakplaat deed kantelen. Hoewel de dug-out ondeugdelijk was, heeft verdachte de dug-out ter beschikking gesteld aan anderen zonder afdoende maatregelen te nemen ter afwending van het daardoor in het leven geroepen gevaar. Er was derhalve sprake van een fout.

Ad 2) Is er sprake van een oorzakelijk verband tussen de fout en de gevolgen daarvan?

Deze vraag beantwoordt de rechtbank bevestigend. Indien verdachte de dug-out niet ter beschikking zou hebben gesteld of afdoende maatregelen zou hebben genomen, zou het ongeval niet hebben plaatsgevonden, zou [slachtoffer 1] niet zijn overleden en zouden de kinderen de omschreven letsels niet hebben opgelopen. Er is dus sprake van een oorzakelijk verband.

Ad 3) Is sprake van schuld?

Hiervoor is al geconcludeerd dat het bestuur van verdachte in oktober/november 2013 op de hoogte is geraakt van de scheur in de linker zijwand van de dug-out na de storm op 28 oktober 2013. Verdachte was zich ook bewust van het risico dat daardoor in het leven kan worden geroepen. In verband daarmee heeft verdachte onderzoek gedaan naar de gebrekkigheid van de dug-out, door met meerdere personen aan de voorzijde te hangen, te duwen, te wrikken en te trachten de dakplaat te bewegen. Deze personen concludeerden dat er geen beweging in de dakplaat was te krijgen en dat dus de dug-out voldoende veilig was. De juistheid van deze conclusie is min of meer bevestigd door het onderzoek van de deskundige, die immers heeft vastgesteld dat de dakplaat in onbalans raakt bij een belasting aan de voorzijde van (tenminste) 255 kilogram. In de gegeven omstandigheden – een eenvoudig bouwwerk in gebruik bij een vereniging gedragen door vrijwilligers – is niet aannemelijk geworden dat deze wijze van inspectie niet afdoende was. Gelet op de conclusie die naar aanleiding van deze inspectie is getrokken, bestond op dat moment geen verplichting voor verdere (periodieke) inspectie. De rechtbank overweegt dat uit het dossier niet blijkt dat verdachte had moeten voorzien dat ten gevolge van de scheur ook stenen uit de omgekeerde trapgevel van de zijmuur zouden vallen, waardoor de dug-out (nog) gebrekkiger zou worden.

Het handelen van verdachte moet beoordeeld worden naar de maatstaf van het bestuur van een amateur-voetbalvereniging: het bestuur is geen professionele partij maar bestaat uit vrijwilligers zonder specifieke juridische dan wel bouwkundige kennis. Het is de rechtbank niet gebleken dat in het bestuur van verdachte vrijwilligers zitting hadden die wel over specifieke juridische of bouwkundige kennis beschikten. Vanwege het gebrek aan een specifieke hoedanigheid ziet de rechtbank geen aanleiding om aan te nemen dat op verdachte een bijzondere zorgplicht rustte.

Vastgesteld moet worden dat de staat van de dug-out aanmerkelijk is verslechterd nadat de scheur in de zijmuur is gekomen. De rechtbank heeft echter niet kunnen vaststellen wanneer deze verslechtering (het verdwijnen van stenen uit de zijmuur) is opgetreden. De rechtbank stelt op grond van het TNO-rapport vast dat de ontbrekende stenen ten tijde van het instorten al enige tijd uit de zijwand ontbraken. Dat kan onder andere worden afgeleid uit de omstandigheid dat onder de stenen die achter de dug-out zijn gevonden, geen gras meer groeide.

Dat (het bestuur van) verdachte voorafgaand aan het ter beschikking stellen van de dug-out op 21 mei 2014 op de hoogte was van deze verslechtering van de staat van de dug-out, heeft de rechtbank niet kunnen vaststellen. De rechtbank moet dus uitgaan van de wetenschap die het bestuur van verdachte had, kort na het ontstaan van de stormschade en kort na de inspectie dat het bestuur vervolgens heeft gedaan aan de dug-out. De door de KNVB uitgevoerde accommodatiecheck gaf geen aanleiding voor een andere opstelling door (het bestuur van) verdachte.

Naar het oordeel van de rechtbank was dan ook voor verdachte met déze wetenschap en kennis onvoldoende voorzienbaar dat door het ter beschikking stellen van de dug-out de genoemde ernstige gevolgen zouden intreden.

Ook uit het merendeel van de getuigenverklaringen blijkt dat de getuigen, hoewel zij op de hoogte waren van de scheur in de dug-out, geen gevaar hebben voorzien bij het gebruik van de dug-out. De rechtbank wijst daarbij in het bijzonder op de verklaring van timmerman [getuige 5] die de dug-out met scheur als veilig beoordeelde. Daarbij merkt de rechtbank op dat een deel van deze getuigen is uitgegaan van de staat van de dug-out zoals deze kort voor 21 mei 2014 bestond. Dit blijkt ook uit de verklaringen van de bestuursleden zelf, die verklaren dat zij zelf kort voor het ongeval gebruik hebben gemaakt van de dug-out.

De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat voor verdachte niet voorzienbaar was dat de dug-out bij het ter beschikking stellen in zodanig slechte staat verkeerde dat deze zou kunnen instorten en dus gevaar kon opleveren voor gebruikers. Concluderend kan het niet treffen van maatregelen om te voorkomen dat kinderen op de dug-out zouden klimmen aan verdachte niet worden verweten, omdat voor haar niet voorzienbaar was dat als gevolg van het ter beschikking stellen van de dug-out het ongeval zou plaatsvinden. Nu dit gevolg voor haar niet voorzienbaar was, kan niet worden vastgesteld dat verdachte grovelijk of aanmerkelijk onvoorzichtig, nalatig of onachtzaam is geweest.

De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.

De nabestaanden

De trieste en onherstelbare gevolgen van het ongeval zijn helder en indringend naar voren gebracht door de raadsvrouw van de slachtoffers en nabestaanden. De rechtbank heeft oog voor het blijvende leed, het verdriet en gemis van de slachtoffers en nabestaanden. Bij de beoordeling van de schuldvraag weegt de rechtbank niet het leed, verdriet en gemis van de slachtoffers en nabestaanden, maar beoordeelt zij de schuldvraag op de wijze zoals deze in onze strafwet is vastgelegd.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 en 2 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. K. Post, voorzitter, mr. M.J. Dijkstra en mr. G.W.G. Wijnands, rechters, bijgestaan door mr. R.G. Dees, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 december 2018.

Mr. K. Post is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.